De handelsreiziger: of hoe de lat steeds hoger moet

doodvaneenhandelsreiziger_persfoto-2-c-diegofranssens
Copyright: ’t Arsenaal Mechelen

Dat oude theaterteksten niet per definitie verleden tijd zijn bewijst het stuk ‘Dood van een handelsreiziger’ uit 1949 van Arthur Miller. Dat het theaterstuk een meesterwerk is, zoveel was al zeker. Maar dat het verhaal in de 21ste eeuw nog steeds zo actueel zou zijn? Dat had wellicht niemand kunnen voorspellen.

“Vandaag de dag is alles zo koud geworden.”

Op het podium is een horizontale bank, een verticale bank en een hekwerk met beursjargon te zien. Woorden zoals business, neerwaarts, percentage en kilometervergoeding staan erin geschreven. Op het achtergrondscherm is een weg te zien. Willy Loman, oftewel Lucas Van Den Eynde, kijkt verdwaasd.

Zo begint ‘Dood van een handelsreiziger’. Het vertelt het verhaal van de familie Loman. Ooit was Willy Loman een gekend en gerespecteerd zakenman. Hij was steeds op de baan en reisde nooit voor niets. Als je vooruit wilt komen in het leven moet je hard werken, zo luidt zijn motto. Ondertussen doet hij zijn werk dertig jaar en zijn de tijden veranderd: hij boekt geen successen meer, zijn baas wil hem geen andere positie geven dan zijn job op de baan en de vermoeidheid slaat toe. Willy Loman staat op de rand van een burn-out. Hij zwerft ergens tussen een diepe depressie en een wanhopige vorm van plotselinge vreugde als er een sprankeltje licht in de duisternis lijkt te komen.

Willy Loman legt de lat hoog: voor zichzelf, maar ook voor zijn zonen. We leven in een zogenaamde businesswereld: persoonlijkheid en présence, daar draait het om. Wat je zegt maakt niets uit, de manier waarop je iets zegt is van belang. Je moet jezelf verkopen. Je moet je bewijzen! Zijn zoon, Biff, kan zich niet vinden in deze visie op het leven. Doordat hij zijn eindexamen wiskunde jaren geleden niet heeft gemaakt, heeft hij geen diploma. Vader Loman hoopt echter dat hij het zal maken in de grote wereld en stimuleert hem telkens om de stap naar de big business te zetten. Rusteloos worstelt Biff met enerzijds gevoelens van loyaliteit naar zijn vader toe en anderzijds de drang om op zijn manier zijn eigen leven vorm te geven, maar het gevoel dat hij zijn vader heeft teleurgesteld blijft: “Ge zijt een nietsnut, Biff!”

Willy’s andere zoon, Harold, is een vrouwenzot die het gemaakt lijkt te hebben in de wereld die zijn vader voor hem voor ogen had. Een klein detail daarbij is echter dat Harold weet hoe hij de mensen rond zijn vinger moet draaien, zo ook zijn ouders. Dat de carrière van Harold niet zo succesvol is als hij zijn ouders heeft wijsgemaakt, weten zij (nog) niet.

Het gaat van kwaad naar erger in de familie Loman. Willy’s vrouw, Linda Loman, heeft het door maar ze kan zich er niet tegen verzetten uit schrik dat haar man zichzelf iets zal aandoen. Ze blijft hem onvoorwaardelijk steunen en probeert de verstoorde band tussen zijn zonen en hun vader terug aan te sterken. Tevergeefs want Willy Loman gedraagt zich maar al te vaak respectloos ten opzichte van haar. “Bemoei u niet, Linda!”, schreeuwt hij meermaals naar haar terwijl hij in een diep – weliswaar eenzijdig – gesprek is met zijn zonen. Willy Loman gaat gebukt onder de stress. Linda blijft hem aanraden te rusten, maar rusten… vertel mij eens, wie heeft daar in deze wereld nog tijd voor?

“Ge zit weer op uw paard hé Willy!” – “Zet mij er dan niet op, Charley!”

‘Dood van een handelsreiziger’ was de laatste regie van Michael De Cock. Sinds 2006 is hij directeur van ’t Arsenaal Mechelen, maar daar komt na dit meesterwerk verandering in. Hij wordt artistiek directeur van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel. En ja, een afscheid heeft automatisch een trieste bijklank maar dat De Cock met deze voorstelling zeer waardig heeft afgesloten – zoveel is zeker. Chapeau!

Maar lof behoort ook zeker toe aan de acteurs. Lucas Van Den Eynde speelt de hoofdrol van Willy Loman. Mijn bewondering voor Van Den Eynde is door zijn knappe acteerprestaties tijdens deze voorstelling alleen maar toegenomen. Hij wisselt in no time van personage – van vader naar man naar minnaar en terug – en toont alle emoties zodanig expressief dat je als kijker onmogelijk anders kan dan je verdrietig voelen wanneer hij verdrietig is of lachen wanneer hij lacht. Hoop, vreugde, kwaadheid, euforie, spijt, trots, … allemaal komen ze aan bod.

Mieke De Groote speelt Linda Loman, de vrouw van Willy, en de twee zonen worden gespeeld door Thomas Janssens (Biff) en Ward Kerremans (Harold). Peter De Graef (Charley) en Bartel Jespers (Bernard) spelen de buren van de familie Loman. Twee eerder mysterieuze bijrollen worden ingenomen door Tuur De Weert (Ben, de broer van Willy Loman) en Sophie Derijcke (de minnares van Willy Loman). Knappe, heftige stalen acteerwerk krijgen we te zien dankzij deze acteurs.

Ondanks dat het verhaal een dramawerk is komt er toch een behoorlijke portie humor aan te pas. Het zit ‘m vaak in de details: als je mee bent in het verhaal kan slechts een woordspeling voldoende zijn om het publiek aan het lachen te brengen. Voornamelijk de momenten dat het personage van Peter De Graef het podium opkwam, vielen ludiek te noemen. Mijn sympathie voor Charley groeide: ik zou zo met hem een pint willen gaan pakken en een kaartspelletje spelen!

De meerwaarde van de twee bijrollen is mij echter niet helemaal duidelijk. Beide personages komen slechts sporadisch voor in het verhaal en zijn oppervlakkig uitgewerkt. Dat Willy Loman bijvoorbeeld stoom kan uitblazen bij een vrouw (zijn minnares, neem ik zomaar aan) doet er volgens mij niet toe, want daar draait het in het verhaal niet om. Het is bovendien clichématig. Indien het personage beter was uitgewerkt, zou mijn visie erop mogelijk anders zijn maar voorlopig blijf ik sceptisch.

 “Degene die steeds ‘hoger’ wil, moet erop rekenen dat hij op een dag duizelig wordt.”
Milan Kundera

We leven vandaag de dag in een wereld waar er zoveel mogelijk gewerkt moet worden. Het is leven om te werken in plaats van werken om te leven. Het aantal burn-outs neemt toe. Work, work, work, work, work! Zelfs Rihanna heeft het (niet) begrepen. Vader Loman zit ook op de rand van een burn-out: leeggezogen en met al zijn dromen kwijtgespeeld. Kan hij de stress van het werk nog aan? Wil hij nog een leven op de baan? Als hij eerlijk is met zichzelf is dat niet wat hij wil, maar dat is niet wat je als gewaardeerd zakenman en vader van twee zonen in deze tijd hoort te willen. Dan is er anderzijds ook nog het trieste verhaal van de harde werker. Willy Loman werkte zijn leven lang hard en wordt van vandaag op morgen aan de kant gezet. Hij dreigt alles te verliezen: zijn job, zijn inkomsten, zijn gezin. Of hoe een harde werker slechts zelden krijgt wat hij verdient…

Wat ook sterk opvalt in de voorstelling is de heersende drang om jezelf te moeten bewijzen: je moet steeds hoger, meer en beter. Je moet tonen hoe goed je het doet in het leven en hoe gelukkig je bent. Ongelukkig zijn wordt niet gerespecteerd. De sociale media zijn hier het perfecte voorbeeld van: iedereen moet mee met het tonen van een gelukkig en succesvol leven. Maar hoeveel druk kan een mens nog aan? Hoe meer vader Loman namelijk probeert te doen alsof alles nog steeds perfect in orde is, hoe meer hij naar beneden zinkt. En bovendien… wat is gelukkig zijn? Is dat gelukkig zijn op een manier zoals jij gelukkig bent, of op een manier zoals de heersende regels voorschrijven? In de voorstelling wil Biff op een boerderij gaan werken. Op zijn vorig werk mocht hij niet fluiten in de lift want dat hoort niet bij een hooggewaardeerde job, vindt zijn vader. Biff wil op de boerenbuiten leven zonder de stress waar hij kan fluiten zoveel als hij wil want dat doet hij graag. Dat is zijn manier om te tonen dat hij zich goed voelt. Maar werken op een boerderij? Leven op de boerenbuiten? Dat is niet het toekomstperspectief dat vader Loman – die zijn American Dream niet uit zijn hoofd kan zetten – voor zijn zonen voor ogen had: in een maatschappij gefixeerd op het individu en een wereldbeeld van financiële successen zijn morele waarden en normen van ondergeschikt belang geworden. En opnieuw komt dan de vraag:

“Jij hebt succes, ja, maar ben je ook gelukkig?”


Wat?
Dood van een handelsreiziger – ’t Arsenaal Mechelen
Wanneer? Dinsdag 25 oktober en woensdag 26 oktober 2016 om 20u00
Waar? 30CC/Minnepoort
Prijzen? 17, 15 of 13 euro (50% korting voor cultuurkaarthouders)
Meer info? Dood van een handelsreiziger

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s