INTERVIEW: Raymond van het Groenewoud

Kwestie van dit cultuurseizoen in schoonheid af te sluiten, toverden we voor de laatste keer nog eens een stunt uit onze hoed. En wat voor één! Raymond was in ’t stad en dus kon ik de kans natuurlijk niet laten liggen om hem enkele vragen te stellen. Niet over het 40-jarig bestaan van ‘Meisjes’, wel over Rock Werchter, de invloeden van Bob Marley en zijn Liefde Voor Muziek. Na Bart Peeters en Stijn Meuris nu dus deel 3 in de categorie ‘interview eens een Vlaamse held’.

banner Raymond van het Groenewoud.PNG 2

“Hij heeft een unieke plaats in het Vlaamse muzieklandschap, er zijn geen imitatieraymonds of tweedehandsraymonds. Hij is daar, hij is er nog altijd en hij is nog steeds heel goed”, aldus rockjournalist Marc Didden in Culture Club twee weken geleden. Club KULTUUR, de betere versie van dat Canvasprogramma (én eerder met de naam), had een gesprek met de legende zelf.

We zijn in Het Depot voor je ‘40 jaar Meisjes‘-tour. Uit de film ‘De Leuvense Scene’ is gebleken dat je vroeger ook al vaak rondhing op onze Oude Markt met mannen als Big Bill en Kris De Bruyne. Wat betekende Leuven in de jaren ’70 op vlak van muziek?

“Dat moet je eigenlijk niet aan mij vragen want ik zat toen voornamelijk in een repetitielokaal of ’s avonds in het café dat bij het lokaal hoorde. We repeteerden even in Leuven in ’72 en toen zag ik inderdaad wel wat mensen die bij de Leuvense scene hoorden.”

Op zondag 9 juli 1978 stond je als één van de allereerste headliners op Rock Werchter (toen nog ‘Rock & Blues-festival’). Zou je dat nu nog eens willen doen?

“Nee, die behoefte is er niet. Ik vind Werchter nu een platform voor de grote buitenlandse groepen. En dan bedoel ik in kwantiteit hé (lacht). Die mannen spelen niet in clubs of zo. De manier waarop ik werk -en graag werk- heb ik er meer aan om veel bezig te zijn. En in Vlaanderen veel bezig zijn, dat kun je beter beperken tot gezellige zaaltjes. Ik heb zeker last van ijdelheid, maar die wordt niet speciaal bevredigd met zoiets als Werchter. Dat is teveel een fabriek.”

Zelf zou je dus nooit deel willen uitmaken van zo’n grote buitenlandse groep met veel kwantiteit, maar weinig kwaliteit?

“Ah nee want dan zou ik niet in het Nederlands zingen. Ik zing in mijn eigen taal en dan kan ik tenminste mezelf zijn. Dat is namelijk de taal waarin ik denk en spreek. Op humanitair vlak vind ik het dan ook van het grootste fundamenteel belang om in het Nederlands te zingen. Anders zou ik in een schijnwereld zitten.”

Wat is je favoriete eigen nummer? Hetgeen waar je het meest trots op bent?

“Dat heb ik niet. Ik heb gewoon de nummers die ik speel en dat zegt genoeg. Op een grote zak nummers is er zo’n derde of een vierde dat ik speel en de rest niet. Ik koester ál de nummers die ik speel.”


U wilt dat ik mij als een god gedraag, maar ik voel me oud en opgejaagd.
Ik zie overal de hinderlaag, alleen het spelen dat doe ik graag.
Maar dit beroep is godgeklaagd. Hoe meer je geeft, hoe meer men vraagt.

~ ‘Zanger Zonder Meer


Misschien ‘Zanger Zonder Meer‘? Omdat dat precies reflecteert hoe jij je voelt in de muziekindustrie en wat je van je ambacht denkt.

“Ik kan daar zeker inkomen, maar het grappige is dat die tekst eigenlijk niet van mij is. Het is een zo nauwkeurig mogelijke vertaling van een Frans-Canadese tekst. Wat niet wil zeggen dat ik mezelf niet in die tekst kan vinden. Ik heb het willen vertalen omdat ik er vanalles in terugvond dat ik mooi geformuleerd vond.

Maar in het algemeen staan al mijn liedjes trouwens heel dicht bij mij. Ze komen uit mij en ze zijn mijn uitdrukkingswijze. In muziek zit namelijk meer magie dan gewoon praten met mensen. Ik kan al pratend wel proberen uit te leggen hoe ik over dingen denk, maar ik vind daar een heel saaie kant aan. Woorden op muziek, dat is een heel andere wereld dan woorden in een gesprek. Het is iets magisch, iets dat niet te identificeren valt.”

Je maakt voornamelijk Nederlandstalige rockmuziek of kleinkunst. Opeens was daar dan het reggaenummer ‘Haile Selassie‘; een heel andere stijl dan wat je daarvoor al had gemaakt. Hoe kwam je opeens bij zoiets onraymondvanhetgroenewouds?

“Het is grappig dat je dat zegt want ik weet al lang niet meer wat typisch mezelf is en wat niet. Het is zoals ik in ‘Cha Cha Cha‘ zing: ‘ik hou van veel muziekjes’. Maar dat is ook geen verwezenlijking van jewelste hoor, het is gewoon toeval dat ik graag vanalles speel. En dat is nog niet hetzelfde als vanalles goed spelen hé. 😉

Haile Selassie’ kwam er met invloeden van Bob Marley, natúúrlijk. En ook dankzij Hennie Vrienten van Doe Maar, die het heel goed geproducet had. Hij was genoeg thuis in reggae om het nummer vet te leggen met bas en drums. Maar de tekst is natuurlijk gewoon amusement, dat was geen zoektocht naar een zeer belangrijke mededeling.”

Marc Didden zei onlangs in Culture Club dat je nog altijd één van de beste performers bent. Hoe blijf je dat doen op toch al aardige leeftijd?

© Erwin Evrard

© Erwin Evrard

“Ik ben mij bewust dat ik vroeger nonchalant leefde en dat ik me geen zorgen maakte over energie bij een optreden. Maar nu, zeker de laatste 5 à 10 jaar, ben ik wel preciezer bezig met te zorgen dat die energie er is. Juist doordat ik daarvoor zorg heb ik dan ook nooit een probleem met moe zijn. Ik zal hoogstens langer recuperatie nodig hebben dan vroeger.”

Zie je het jezelf nog heel lang doen?

“Ik heb als enige voorwaarde dat ik me mijn teksten moet kunnen herinneren. Ik zou het niet leuk vinden als ik allemaal black-outs krijg. Dan zou ik de eer wel aan mezelf houden. Maar ik zie mezelf wel nog lang zingen. En nogmaals, dat moet geen Werchter zijn, dat kan ook gewoon in een huiskamer. Het zit erin, het moet eruit.”

Ben je trots op hoe je carrière tot nu toe is verlopen?

“In termen van trots kan ik niet goed denken, maar in termen van tevredenheid wel. Ik prijs me gelukkig dat ik gevochten heb en dat ik geraakt ben waar ik voor gevochten heb. Maar je moet blijven vechten, dat weet ik ook wel. Anders val je stil. Gelukkig is er altijd iets om voor te vechten omdat er altijd nieuwe inspiratie is. En om die inspiratie te materialiseren moet je vechten.”


Voilà, met deze wijze woorden van een wijs man is het laatste artikel van dit cultuurseizoen een feit. En meteen ook mijn allerlaatste bijdrage aan deze mooie blog. Het waren twee geweldig leerrijke en belangrijke jaren, waarvoor ik graag Heidi Froyen, 30CC, Het Depot, Bart Peeters, Stijn Meuris en Raymond van het Groenewoud wil bedanken! Op naar een nieuwe uitdaging…


Wat? Interview met Raymond van het Groenewoud // Wanneer? zaterdag 27 mei 2017 // Waar? Het Depot

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s