Een verhaal over het verhaal achter de muziek bij de poëzie: de première van Avondrood in 30CC

Als de teller van een taxi maar tot 999,99 euro gaat en je blijft zitten tot het scherm te klein is, kan je dan opnieuw beginnen met je leven? Waarschijnlijk niet. Maar het is wel wat dirigent Georges probeert in Lize Spits kortverhaal Monsterdal. Op een dag ruilt hij de Muntschouwburg in voor een tocht naar het Zwarte Woud. De plek waar hij zijn grote liefde leerde kennen, maar ook de geboorteplaats van auteur Hermann Hesse, op wiens teksten componist Richard Strauss zijn Vier letzte Lieder schreef. Samen met sopraan Elise Caluwaerts en pianist Kim Van den Brempt geeft ze Strauss het eerbetoon waarvan hij zelf nooit kon genieten. En het geheel overtreft de som van de delen.

22 mei 1950. De eerste uitvoering van de Vier letzte Lieder in de Royal Albert Hall in Londen. Een première die meteen muziekgeschiedenis schreef, maar twee stoelen in de zaal bleven leeg: die van de componist en zijn echtgenote/muze Pauline de Ahna, zelf een beroemde sopraan en de stem waarnaar hij zijn muziek modelleerde. Hij overleed in september 1949, zij amper een week voor de première.
Als deze informatie gecopypasted van Wikipedia op de programmablaadjes had gestaan, waren die waarschijnlijk geëindigd als propjes in handtassen of onder de stoelen van de schouwburg. In Avondrood is dat anders. Nog voordat er iets beweegt op het podium worden de levensverhalen achter de muziek – van Strauss zelf tot de dichters Hermann Hesse en Joseph von Eichendorff – verteld in een korte video. Wie met die figuren in het achterhoofd naar de voorstelling kijkt, doet dat met totaal andere ogen. De centrale thema’s van de originele gedichten zijn namelijk het aanvaarden van de dood en de innerlijke rust die daarmee gepaard kan gaan, en zo blijven fictie en realiteit de hele avond onlosmakelijk met elkaar verbonden.

0B845Ydf36395MF9rS0pHaUJqMDQ

Een lege stoel in het publiek is er ook in Monsterdal, het nooit eerder gepubliceerde kortverhaal dat Lize Spit speciaal voor deze voorstelling schreef. Hoofdpersonage Georges staat klaar om zijn orkest te dirigeren voor de Vier letzte Lieder, maar klapt dicht wanneer hij op de lievelingsplaats van zijn pas overleden vrouw Matilda op de eerste rij alleen een leegte ziet. Wat volgt is een impulsieve roadtrip naar de plek waar hun leven begon met als enige gezelschap de taxichauffeur Richard – see what you did there –  en zijn eigen herinneringen.
Met Het smelt zorgde Lize Spit op haar achtentwintigste voor de literaire doorbraak uit de natste dromen van elk aspirant-schrijver, waarmee ze de ene vertaling na de andere binnenhaalt en binnenkort zelfs een verfilming. Maar ook in weinig woorden heeft ze even veel te vertellen dan in die ene klepper van 480 pagina’s, zoals ze eerder al bewees met haar columns in De Morgen en kortverhalen in literaire tijdschriften De Gids en Das Magazin. Met Monsterdal weet ze opnieuw te fascineren met haar combinatie van oprechte emoties zonder pathetiek, dat je ne sais quoi in haar schrijfstijl en haar liefde voor herkenbare details (van hoe toeschouwers in een concertzaal netjes om de beurt lijken te kuchen tot de geur van een pas geopende zak bolognesechips). Af en toe volgden de sprongen in de chronologie elkaar sneller op dan je zou verwachten van een tekst voor een publiek, maar dat lieten de mensen in de goed gevulde schouwburg alvast niet aan hun hart komen. Lize Spit heeft als performer namelijk even veel frisheid en enthousiasme in zich als op papier.

De voorstelling in 30CC was de première van een hele tournee met Behoud de Begeerte, en Leuven als startpunt is geen toevallige keuze: het idee van het project ontstond tijdens een voorstelling in de zomerbar van Museum M (waar Club KULtuur ook bij was). Daar stonden Lize Spit en Elise Caluwaerts eenmalig samen op het podium, en die samenwerking smaakte naar meer. De fragmenten werden een kortverhaal, er kwam meer piano bij en het geheel werd omgetoverd tot een podiumwaardige productie. Die professionele aanpak komt ook tot uiting in het decor, dat krachtig is in al zijn eenvoud: op de scène staan tientallen kaarslichtjes, erboven een witte kubus die dienstdoet als scherm voor de boventiteling van de muziek én een video-installatie met dansende strepen. Wegmarkeringen, zo lijkt het wel. Of hoe de hemel aan je voeten kan liggen, zolang je iets of iemand hebt om naar onderweg te zijn.

Vaak loopt een muzikale voorstelling al snel het risico om te blijven hangen in een knip- en plakwerk van eerst-een-liedje-en-dan-een-tekst. Hier is dat allesbehalve het geval. De tekst, piano en zang kruisen, overlappen en ondersteunen elkaar en tillen elkaar naar een hoger niveau. Je merkt dat muziek en woorden al sinds het begin van het creatieve proces onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Elise Caluwaerts en Kim Van den Brempt, die regelmatig het klassieke repertoire verlaten voor projecten met artiesten uit de hedendaagse scene en andere disciplines, bewijzen dat muziek ook een taal is. En zij de verhalenvertellers. Het resultaat is een ingetogen maar oprechte dosis liefde, als perfecte remedie tegen de eindejaarsblues. Waaruit je meer rust en warmte haalt dan tienduizend kerstlichtjes samen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s