Tussen genderneutrale toiletten en “ik heb zoiets van”: een eigenzinnig muzikaal avontuur met Maud Vanhauwaert

“Maak jij maar iets waarop niemand zit te wachten.” Met die missie stuurde een docent aan het conservatorium dichteres Maud Vanhauwaert de wijde wereld in, vertelde ze onlangs in een interview op Radio 1. Bijzonder wijze, maar allesbehalve profetische woorden voor de vrouw met de titel van Antwerps stadsdichter op zak sinds januari én een uitverkocht Wagehuys aan haar voeten deze dinsdagavond. In Mijn punt is eigenlijk ging ze samen met muzikale compagnons de route Geert Waegeman en Tom Kestens op zoek naar het midden tussen poëzie, stand-up comedy en cabaret. Met de glimlach van iemand die nog lang en gelukkig ernaar wil blijven zoeken.

5f1469cb62fd2701e8d05709f27a82f3-Mijn_punt_is_eigenlijkcJimmy_Kets

Regel één van het Maud Vanhauwaert-universum: niets is wat het lijkt. Wie enigszins vertrouwd is met haar oeuvre – sinds de verborgencamerapoëzie waarmee ze argeloze voorbijgangers overviel in Iedereen Beroemd praktisch iedereen – weet dat maar al te goed. Een onschuldige “gelieve uw telefoon uit te schakelen” aan het begin van de voorstelling escaleerde al snel tot een overdaad aan serieuze en minder serieuze levenswijsheden, van het niet-of-net-wel-expres knisperen met snoeppapiertjes tot de mogelijkheid dat de persoon met wie ik ooit onder een grafsteen zal belanden misschien wel op enkele meters van me verwijderd kon zitten – maar het is oké, “gelieve u hier geen zorgen over te maken”. Ook het publiek bleef allesbehalve gespaard van die spitsvondigheden: de man naast me, die ervan overtuigd was dat zijn plaats op de laatste rij hem zou behoeden voor ongewenste interactieve momenten, was eraan voor de moeite. Zelfs in teksten die de vierde wand en het traditionele idee van poëzie wel netjes intact lieten, lag achter elke hoek een verrassingseffect op de loer. Elke iets te melige quote werd een fractie van een seconde later kurkdroog doorprikt met een ironische opmerking, een postmodernistische kwinkslag volgens het boekje van elke letterenstudent. Waegeman en Kestens gingen hierin mee door enkele usual suspects in elke Classics 1000 en Lage Landenlijst te parodiëren en switchten even enthousiast tussen sobere kleinkunst en vrolijke synthesizers als tussen hun verschillende instrumenten.

Regel twee: poëzie is geen plaats voor hokjesdenkerij. In elke zin van het woord moesten alle labels die de maatschappij plakt op kunst, de makers ervan en iedereen die niet binnen het keurslijf van de normaliteit past, er op buitengewoon snedige manier aan geloven. Dat bleek uit gedachtesprongen van een monoloog over queerness naar de meest letterlijke hokjes op deze planeet (“Heeft u ooit al een echt genderneutraal toilet gezien? Bij u thuis, bijvoorbeeld?”), maar eigenlijk uit haar hele artistieke visie. Vanhauwaert haalt haar poëtische mosterd zowel bij vaste waarden uit de canon als in de slam- en performancepoëzie, wat zich vertaalt in teksten die op papier even verfrissend zijn als voor een publiek. Mijn punt is eigenlijk stuiterde anderhalf uur lang onvermoeibaar heen en weer tussen een ingetogen poëzielezing met een hart voor de intimiteit van het alledaagse en een wervelwind van bizarre anekdotes. Van ongesteld worden op een witte stoel naast Herman Brusselmans tot Paulien Cornelisse-achtige overpeinzingen over taal (take notes: “ik zou zeggen, geniet ervan” is het nieuwe “ik heb zoiets van”). Of Vanhauwaert nu inspeelde op onze lachspieren of op onze nostalgie naar nachtelijke zwempartijen, ze deed het steeds met haar hele mimiek, bewegingen (bonus voor de visuals als witte schaduwen, die sommige verhalen een extra dimensie gaven) en zelfs muzikale skills. Hoe hard het woord “totaalspektakel” mijn tenen ook doet krullen, het is wat Mijn punt is eigenlijk schaamteloos probeert te zijn, met als resultaat een mix van excentrieke passie voor het woord en gecultiveerde klunzigheid. Niets ertussenin, dat laat Vanhauwaert wel aan andere dichters over. ’t Stad mag dankbaar zijn met haar als literair boegbeeld, en nieuwsgierig uitkijken naar wat komt. De parking geniet intussen wel gezellig mee.

 

(Mijn punt is eigenlijk  // Maud Vanhauwaert, Geert Waegeman en Tom Kestens // gezien op dinsdag 24 april 2018 in 30CC Wagehuys // nog op tournee tot 25 mei)

BewarenBewaren

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s