UHO since 1979: Bernstein, Lord of the Rings en Bigbandjazz

Het Universitair Harmonieorkest speelde op woensdagavond één van hun befaamde aulaconcerten. Naar aanleiding van hun veertigste verjaardag vulde de Pieter De Somer aula zich gestaag, tot een 90-tal muzikanten plaatsnam en dirigent Erwin Scheltjens opkwam. Het eerste stuk waarmee de harmonie aanving was Candide (1956), een bewerking van een operette door Leonard Bernstein. Het opgewekte thema nam het publiek terstond mee op sleeptouw, waarmee de toon voor de avond gezet was.

Hierna volgde het tweede deel van Belkis, Regina di Saba (1995) van Yoshihiro Kimura, wat echter wat in de schaduw van het voorgaande werk bleef hangen. Oud-voorzitsters Lise Claes, Sophie Tersago en Jana Vastiau namen de presentatie voor hun rekening en blikten onder meer terug op hun meest gekoesterde herinneringen aan het harmonieorkest, zoals de UHO-reizen naar Italië, Polen en Denemarken, maar ook muzikanten die hun instrumenten kwijt waren en instrumenten die hun muzikanten kwijt waren.

Het corpus en tevens het ontegensprekelijke hoogtepunt van de avond betrof de orkestmuziek van Johan De Meij voor de epische saga van Lord of the Rings, begeleid door zandkunstenares Colette Dedyn. In vijf delen bewoog het orkest zich door de wereld van Gandalf, Bilbo Baggins, Frodo, marcherende Orks, draken en sprookjesachtige bossen, die zowel het UHO als de zandkunstenares fenomenaal vertolkten. De combinatie van de epische orkestmuziek, met onder meer statige snare-drums, gonzende percussie, fluitende houtblazers en majestueuze koperblazers, met de levendige en spraakmakende taferelen die Dedyn in en uit zand vervaardigde, is dan ook lovenswaardig. Niet alleen begeleidde zij de verschillende passages voortreffelijk, zij deed dit tevens op het ritme van de muziek.

Hierna vervolgde het UHO met Night Party Music (2013) van Eduard de Boer, waarbij klassieke muziek ontspoorde in zelfverzekerde bigbandjazz. De componist schreef op vraag van een Duitse wedstrijd voor harmonieorkesten een kort jazz-achtig werk, een opzet waarin hij, evenals de harmonie, meer dan geslaagd is.

Tot slot besloot het orkest de avond met Tarantella (1992), het laatste deel van de vierde symfonie van Alfred Reed. De componist liet zich hiervoor inspireren door de gelijknamige traditionele Italiaanse dans, waarvan het opzwepende ritme en de aanstekelijke melodie deden denken aan volksmuziek uit de Balkan. Tout court, een ideale afsluiter.

 UHO in de PDS op 03/04.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s