INTERVIEW: The Bony King of Nowhere

The Bony King of Nowhere (tot enkele maanden geleden gewoon Bony King) is terug van drie jaar weggeweest. Met de kersverse langspeler ‘Silent Days‘ tourt alter ego Bram Vanparys al sinds september heel het land rond. CLUB KULTUUR had een gesprek met Bram Vanparys en Gertjan Van Hellemont (Douglas Firs) vlak voor hun show in Het Depot.

59465146_10157376293306349_2430607621569380352_o

(c) Fleurvisuals

Na drie jaar staan jullie terug op het podium met een verse plaat. Na een periode als simpelweg ‘Bony King’ zijn jullie nu terug The Bony King of Nowhere. Vanwaar die keuze?

Bram: “De reden waarom we terug van naam veranderden, komt omdat Gertjan voorstelde om gewoon terug The Bony King of Nowhere te nemen. Ik ben daar over beginnen nadenken, heb dat voorgelegd bij mensen die ik vertrouw en iedereen was zo van ‘ja! Eindelijk!’ Blijkbaar vond niemand Bony King goed.

Het is trouwens de eerste naam die ik koos toen ik 18 jaar was. Het zegt ook veel meer dan Bony King alleen. Nu omarm ik de lange versie van de naam en ben er blij mee. Toen ik het voor het eerst geschreven zag staan op het artwork van de nieuwe plaat, herkende ik  mezelf terug. Net zoals mijn naam Bram Vanparys is en mijn eigen naam op een concertticket of vliegtuigticket zie staan, herkende ik mezelf ook terug in The Bony King of Nowhere.”

Hoe ben je als 18-jarige op die naam gekomen?

Bram: “Dat is een nummer van Radiohead. Zoek maar eens op: Radiohead – There There (The Boney King Of Nowhere) Het is de ondertitel van dat nummer. Het kind heeft een naam nodig, hé.”

In welk opzicht verschilt het album ‘Silent Days’ van de vorige platen?

Gertjan: “Bram wou mij aanvankelijk als gitarist om gewoon een kabel in een versterker te steken en te spelen. En nu, op de laatste plaat is dat wel anders. Er komt wat meer mysterie van elke laag in de sound, een beetje galm en effecten en delay. Dat is een enorme ommezwaai.”

In het nummer ‘Silent Days’ zing je “I’m not longing for something I’ll never have”, waarnaar verwijs je met die zin?

Bram: “Ik bedoel daarmee dat ik niets onmogelijk vraag van het leven. Ik stel wel hoge eisen in mijn leven, maar het is niet dat ik iets onmogelijks verwacht. In dat nummer zit veel bescheidenheid en een soort van nederigheid ten opzichte van het leven. Dat is één van de vele ideeën die erin zitten.”

Helpen ander bandleden aan de tekst?

Bram: “Tekst is wel iets wat ik alleen doe. Gertjan doet hetzelfde met zijn eigen band Douglas Firs. We gebruiken elkaar soms wel als klankbord. Als we een nieuw idee hebben voor songs, dan laten we dat wel aan elkaar horen, dan sturen we demo’s naar elkaar en vraag ik wat hij er van vindt.”

58671900_10157376295476349_651874747319058432_o

(c) Joren Van Utterbeeck Photography

Afgaande op de diepgaande teksten kan het toch niet anders dan dat jullie 24/7 zitten te filosoferen over songteksten?

Bram: “I wish. Maar wat is dat, filosoferen? Iedereen denkt toch na over dingen op een bepaald niveau?”

Gertjan: “Als liedjesschrijver doe je dat inderdaad wel. Je hebt een bepaalde mindset om iemand te zijn die poëzie, liedjes of tekeningen maakt waardoor je veel rondkijkt en stilstaat bij dingen om daar dan een beeld bij te vormen. Ik vind dat soms wel vermoeiend. Ik lig soms in mijn bed na te denken over dingen waar ik eigenlijk niet over wil nadenken. Dat kan ook over banale dingen gaan zoals plannen of een recept ofzo. Het idee dat je even wilt stoppen met denken, maar dat dat niet gaat is wel ambetant.”

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen? Hoe zijn jullie in dezelfde band terechtgekomen?

Gertjan: “Bram heeft mij gebeld en gevraagd of ik in zijn band wou komen spelen. Het is niet dat we elkaar kenden.”

Bram: “Ik had Gertjan ooit live zien spelen. Hij speelde toen het nummer Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band (uit het gelijknamig album van The Beatles). Ik vond dat hij dat super chique zong. Ik heb dat altijd onthouden. Op een dag waarop ik iemand nieuw zocht vond ik het een goede gelegenheid om Gertjan eens te bellen. En zo geschiedde.”

Hoe weten jullie al jullie bands te combineren?

Gertjan: “Die vraag is vooral voor mij dan. Wel, in 2018 deed ik dat op het einde van het jaar met cortisone. Dat werkte goed (lacht). Maar ik heb daar ook uit geleerd. In 2019 zeg ik veel meer nee. Je kan niet tegen alles wat leuk is, ja zeggen. Ik heb vroeger veel huiskamerconcerten gespeeld en krijg nu nog elke week via Facebook de vraag om bij mensen thuis te spelen. Maar dat gaat gewoon niet meer. Het werkt wel om wat meer dingen niet te doen. Ik wil, als ik iets aan het doen ben, daar volledig voor gaan. Het heeft geen zin om muziek te spelen en al te moeten denken aan het volgende. Ik wil gewoon het moment beleven. Dat doe ik nu zo. Maar twee bands combineren, lukt wel hoor.”

De manier waarop muziekgroepen zich profileren op Facebook en Instagram vind ik onzin. Eigenlijk is alles onzin. Het enige wat ik écht belangrijk vind, is dat jullie hier vanavond zijn. Wat mij echt raakt en bezighoudt, is dat jullie hier vanavond zijn en geen PlayStation spelen of televisie kijken. Hier samen zijn, los van Facebook en alle onzin.

Vier jaar geleden zei je bovenstaande quote als bindtekst in de Pieter De Somer-aula tijdens het UUR KULtuur-concert. Hoe denk je hier nu over?

Bram: “Ik vreesde al dat je mij ging confronteren met het feit dat ik ondertussen een Facebook -en Instagramaccount heb. Het feit dat ik mezelf met deze quote nu tegenspreek betekent juist dat ik ben geëvolueerd als mens. Het is niet omdat ik 4 jaar geleden zo dacht, dat ik daar de dag van vandaag nog hetzelfde over denk. En gelukkig maar want dat betekent dat ik opensta voor nieuwe dingen. Ik zou het jammer vinden om nog steeds exact dezelfde mens te zijn als pakweg 10 jaar geleden met exact dezelfde principes en meningen. Dat zou betekenen dat ik heel star ben.

En ja, ik ben nog altijd mijn weg aan het zoeken in Facebook en Instagram. Ik vind dat deels nog altijd onzin. Het is wel een manier om heel rechtstreeks met je publiek te communiceren en dat vind ik mooi. Vroeger bestond dat niet.”

Onlangs coverden jullie ‘When The Party’s Over’ van Billie Eilish en postten dat filmpje op social media. (check hier de video) Lang leve Facebook, dus?

Bram: “Dankzij de vluchtigheid van internet kan je inderdaad heel spontaan dingen doen. 20 jaar geleden kon je dat niet doen en eigenlijk is dat wel tof. Mensen hebben soms ook de neiging om je vast te pinnen aan de muziek dat je normaal maakt en zijn dan heel verrast als je een Billie Eilish-cover doet, maar zo raar is dat helemaal niet. Het is niet omdat je akoestische gitaar speelt dat je alleen maar naar Bob Dylan luistert. Wij luisteren gewoon naar goeie muziek, whatever dat ook is. Wij denken niet zo in stijlen of genres.”

Wat is voor jullie de ideale setting om jullie muziek te luisteren?

Bram: “Het depot in Leuven 😉 Eigenlijk vind ik dat een heel dwingende vraag omdat je dan stelt dat er slechts één bepaalde plek is voor iedereen om te luisteren. Iedereen moet dat voor zichzelf aanvoelen. Mijn persoonlijke favoriete plek om naar muziek te luisteren, is alleen ’s nachts in de auto op de snelweg. Maar iedereen doet dat op een andere manier graag. Als artiest heb je natuurlijk wel graag dat mensen echt luisteren naar je muziek en niet op de achtergrond. Je maakt muziek in de hoop dat mensen de kleinste details waar wij aan sleutelen in hun koptelefoon horen.”

Gertjan: Muziek luisteren op beweging werkt supergoed. In een auto of trein, bijvoorbeeld. Dat is eigenlijk het enige dat je niet hebt als je een concert bekijkt. Maar je hebt wel een band om naar te kijken.”

Misschien is het dan een idee om een bewegend landschap te projecteren tijdens een concert?

Bram: “Het zou inderdaad nog wel grappig zijn om constant enkel een donkere snelweg te projecten. Hoewel dat dan wel wat afleidt”

Gertjan: “Een filmpje is wat te gemaakt en houdt je weg van het idee dat je je net met z’n allen opsluit in een plek en alleen daar bent.”

58695723_10157376293136349_8271438126774222848_n

(c) Fleurvisuals

Studio vs liveshows. Muziek maken of het brengen aan mensen. Wat is het meest magische om te doen?

Bram: “Heel veel mensen vragen dat. Ik zou wel eens willen weten waarom dat zo’n populaire vraag is. Ik denk dat alle artiesten dat graag doen, anders doe je dat toch niet?”

Gertjan: “Liam Gallagher vond de studio bijvoorbeeld niet tof. Maar hij was ook niet de maker van de liedjes. Hij wou vooral touren. Ook Sem, mijn oudste broer die bij Douglas Firs speelt, verveelt zich soms als het te technisch wordt en dan kookt hij voor ons.

Liveshows en studiotijd houdt elkaar in evenwicht. Als je met een plaat heel lang tourt, voel je na een tijd dat je klaar bent om een nieuw verhaal te vertellen. En dan neem je iets op in de studio -een magische kleine wereld met 4 of 5 mensen- maar in je achterhoofd houd je wel dat je dat ooit in het Depot voor 600 man zal spelen. Dan deel je dat met de wereld en is dat weer magisch. Op een bepaald moment is dat dan ook weer uitverteld en is het tijd om iets nieuw te maken.”

Bram: “Ik vind dat dan altijd wel een rare vraag, maar misschien is dat ook niet zo raar. Ik vind het gewoon een zodanige evidentie dat je alle twee superleuk vindt.

Zijn jullie perfectionistisch/licht autistisch in het optimaliseren van de sound?

Bram: “We blijven gewoon zoeken tot het goed is.”

Gertjan: “Ik zou het eerder een teleurstelling vinden als ik merk bij iemand dat die daar niet autistisch in is. Je moet constant op zoek zijn. Maar soms verlies je jezelf daarin. De kleine details zijn niet altijd hoorbaar”

Jullie zijn stilaan internationaal bekend aan het geraken, ervaren jullie dat zelf ook zo?

Bram: “Dat reikt ook niet veel verder dan de Benelux. Maar we zijn nu wel iets moois aan het opbouwen in Nederland. Tijdens onze laatste tour hadden we twee sold-out shows en in mei gaan we terug voor een korte tour. We zijn daar eigenlijk al 10 jaar aan aan het bouwen en nu begint dat pas echt iets te worden. Er zijn nu echt fans die naar de concerten komen en verzoeknummers roepen. Het duurt wel even tegen dat je zoiets kan opbouwen.”

Is het jullie ambitie om buiten de grenzen van de Benelux te treden?

Bram: “Tuurlijk, uiteraard. Ook dat vind ik zo vanzelfsprekend. De realiteit leert echter dat het niet altijd zo simpel is. Dat is iets waar we nog altijd aan proberen te werken.”

Gertjan: “Eigenlijk moet je een land uitkiezen en daar vol voor gaan. Met onze beide bands zijn we vaak supports en zijn we bijvoorbeeld eens 10 dagen in Frankijk of ergens anders. Maar als je daar eens niet echt een paar weken blijft en zwaar op inzet, promo doet… dan lukt het niet om daar door te breken.”

Wat brengt de nabije toekomst? Op middellange termijn?

Bram: “We gaan heel veel spelen. Een volgend album voorlopig niet aan de orde. Ik ben mij even aan het focussen op het live gebeuren en ben nog niet te veel bezig met nieuw materiaal.”

En de liveshow wordt nog steeds geperfectioneerd?

Bram: “Eigenlijk wel. We spelen nu ook met een vervangdrummer (Alfredo) omdat onze vaste drummer nu bij Mark Lanagan speelt. Op de repetities hebben we ook een aantal dingen veranderd.”

Zien jullie deze combinatie van verschillende bands nog lang mogelijk?

Bram: “Er zijn veel bands die op hoger internationaal niveau touren en verschillende bands combineren. Ik zie op dat vlak geen enkel probleem. Ik heb trouwens enkel The Bony King of Nowhere. Ik wou soms dat ik ook zoals Gertjan eens een andere positie had in een tweede band.”

Gertjan: De combinatie is allemaal wel tof en verfrissend. Bijvoorbeeld in maart was het allemaal Douglas Firs en dan is het soms toch ook een bepaald soort stress om iedereen in je band tevreden te hebben, merchandise te verkopen, publiek aan te spreken,… Tof, maar er komt wel veel bij kijken. Terwijl bij The Bony King of Nowhere moet ik gewoon opdagen en zo goed mogelijk muziek spelen, zonder al die andere dingen daarbij.”

Wat zouden jullie antwoorden op de vraag waarom iemand The Bony King of Nowhere moet gaan zien?

Bram: “Gewoon dat wij heel goed zijn. Nee, eigenlijk kunnen we dat niet zelf beantwoorden. Wij zouden ook kunnen vragen waarom we door jullie geïnterviewd willen worden.”

Gewoon omdat jullie heel goed zijn. Maar wat wil je dat het publiek voelt op het einde van de avond?

Bram: “Wel, dan moet er mij iets van het hart. Als mensen naar buiten komen en zeggen ‘het was in orde’, vind ik dat heel jammer. Het moet meer zijn dan dat. En er is altijd wel iemand die dat zegt.”

Gertjan: “En dan nog het woord ‘hoor’ op het einde van een zin. ‘het was mooi, hoor’. Precies alsof je getroost moet worden.”

Bram: “Zelfs op het moment dat iedereen al naar huis is en je verwonderd bent dat niemand het heeft gezegd, dan komt toch nog de technieker van de zaal zeggen ‘het was in orde, hoor’. Ik weet natuurlijk ook wel dat mensen dat niet negatief bedoelen. Gewoon puur de combinatie van die woorden achter elkaar betekent voor mij dat het slechts gewoon in orde was.”

Gertjan: “Dat is bijna ‘het stoorde niet’.”

Bram: “Ik hoop toch altijd dat we meer kunnen zijn dan de som van wij vier op een podium, dat we dat kunnen overstijgen. Daarvoor ga ik en ik hoop dat het publiek dat ook zo ervaart.”

Wat? The Bony King of Nowhere // Waar? Het Depot // Wanneer? maandag 29 april 2019

58883012_10157376294246349_9195517073701208064_o

(c) Fleurvisuals

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s