Catrin Finch & Seckou Keita: een symbiose van de klassieke traditie en West-Afrikaanse ritmes

Mundus Trio mocht de openingsact voor deze avond in de Schouwburg op zich nemen. Het gezelschap bracht een symbiose van de verschillende muzikale tradities waar de  drie leden schatplichtig aan zijn, wat zich tevens toonde in de bezetting: Osama Abdulrasol speelde qanun, oftewel hakkebord, Sjahin During percussie en Lode Vercampt cello.

Het trio opende met een solopartij voor Abdulrasol, waarmee hij het publiek vertrouwd maakte met het instrument uit het vroegere Mesopotamië. Uitgesponnen arpeggio’s en de nasaal klinkende halve tonen die zorgen voor de typerende oosterse toets kenmerkten de ouverture. Nadat de Irakees gedurende enkele minuten zijn virtuositeit tentoon had gesteld, vielen During en Vercampt hem bij.

Aanvankelijk schaarde de cellist zich achter een louter begeleidende rol, maar naarmate de nummers vorderden, etaleerde de Nederlander in toenemende mate zijn muzikaliteit, waarbij hij zelfs sporadisch de eerste partij op zich nam. Zo ontsprong er gedurende de improvisatie een levendige dialoog tussen Vercampt en Abdulrasol, waar During met zijn percussie diepgang aan gaf.

Na de pauze begaven Catrin Finch en Seckou Keita zich op het podium. De samenwerking tussen deze twee muzikanten gaat terug tot zeven jaar geleden, wanneer Keita Toumani Diabate kwam vervangen voor enkele geplande concerten. Deze haakte af wegens de politieke instabiliteit in Mali.

In 2014 bracht het duo hun debuutalbum Clychau Dibon uit dat ze twee jaar later presenteerden in een uitverkochte Predikherenkerk in Leuven. Donderdagavond stelden de harpiste en koraspeler in de Schouwburg hun tweede album Soar (2018) voor.

Finch en Keita brachten een symbiose van de klassieke traditie en Afrikaanse ritmes die een enorme vitaliteit uitstraalde. Deze culturele vermenging spiegelt zich ook af in de tracklist. Clarach verwijst naar Welshe visarenden die de overtocht maken naar West-Afrika om daar te overwinteren en nadien terugkeren. Terenga Bah is een morfeem van ‘gastvrijheid’ in het Wolof, een van de voertalen in Senegal, en ‘groot’ in Mandinka, een andere West-Afrikaanse taal. In dit nummer zong Keita tevens voor de eerste keer, die met zijn innemende stem de kora- en harppartijen aandikte.

1677 refereert aan het beginjaar van de Franse kolonisatie van West-Afrika, een herinnering die Keita indachtig wilde houden. Bach to Baisso is dan weer het resultaat van een poging om de Senegalees Bach te laten spelen op de kora. ‘We made our own thing out of it’, zo verduidelijkte Finch, en daar is het duo voortreffelijk in geslaagd.

Catrin Finch & Seckou Keita in de Schouwburg op donderdag 7 november.

Een gedachte over “Catrin Finch & Seckou Keita: een symbiose van de klassieke traditie en West-Afrikaanse ritmes

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s