J’Accuse: L’affaire Dreyfus herleeft in Cinema ZED, zij het met een zwakke polsslag

Ben je enigszins bekend met de uitspraak ‘J’Accuse’, dan hoor je in haar weerklank ongetwijfeld de woorden ‘Zola’ en ‘L’Affaire Dreyfus’ nagalmen. De formulering, die aan slechts twee woorden genoeg had om eind 19e eeuw Frankrijk in tumult te doen losbarsten, maakte de kop uit van een open brief van de hand van Emile Zola, waarin hij zich met veel bravoure en het nodige gevoel voor drama tot de ‘Président de la Republique’ richtte. Het pamflet verkondigde niet alleen de onschuld van de ten onrechte veroordeelde officier Alfred Dreyfus, maar klaagde ook bij naam de autoriteiten aan die hiertoe samenspanden. Schrijver Robert Harris en regisseur Roman Polanski (ook wel bekend van ‘Rosemary’s Baby’) kaarten het schandaal aan in een film die niet zozeer het slachtoffer belicht als een van de medeplichtigen – een man wiens geweten zwaarder weegt dan de ambitie waarmee hij zijn leger dient, in een jarenlang gevecht om gerechtigheid te laten zegevieren. 

J’Accuse vangt aan met de publieke ontzetting van Joods officier Alfred Dreyfus uit het Franse leger en zijn levenslange verbanning naar l’Île du Diable, op grond van spionage voor het Duitse keizerrijk en in een indrukwekkende bedoening waarvan ik hoop dat hij de toon zal zetten voor de rest van de film. Na van dichtbij getuige te zijn geweest van de tot dan uitgemaakte zaak Dreyfus komt luitenant-kolonel Picquart, die grif zijn antisemitisme toegeeft maar beweert ten allen tijde bekwaamheid van etniciteit te kunnen onderscheiden, aan het hoofd van de inlichtingendienst te staan. Zijn zogenaamde rechtschapenheid wordt danig op de proef gesteld wanneer hij op bezwarend bewijs stuit dat het proces Dreyfus niet alleen verdacht veel bij natte-vingerwerk aanleunt, maar ook met een verbijsterende schaamteloosheid in scène is gezet met het oog op een onherroepelijke uitkomst.

Naast de occasionele schets van hoe het Dreyfus vergaat op Duivelseiland wordt de focus voornamelijk gelegd op het ploeteren van de eigenzinnige Picquart. We lopen als kijker in de sporen van een alerte kolonel die, met de speurneus in de lucht en onder tegenwerking en wantrouwen van zijn werkomgeving, via flashbacks stukjes van het rechtsgeding weer oprakelt en zo moeizaam maar zeker tot een reconstructie van de ware toedracht komt. Deze onderneming wordt op tijd en stond gedwarsboomd door corrupte gezaghebbers die met een wel zeer bedenkelijke integriteit een oogje toe te knijpen wanneer het om hun eigen gezichtsverlies draait, ook al betekent dit een onschuldige laten wegkwijnen in een doofpotje dat stinkt. 

Ik zit ergens halverwege de film wanneer ik bedenk dat ik misschien genoodzaakt zal zijn mijn review in het engels te schrijven, aangezien de perfecte kop me spontaan te binnen valt: ‘Polanski’s J’Accuse, about as exciting as watching paint dry’. Met een verrassende onbewogenheid sla ik het schrijnende onrecht gade waarmee de film tracht te overspoelen, maar wat slechts af en toe en in kleine dosissen de gevoelige plekjes van het hart in sijpelt. Eens daarbinnen is het voornamelijk het besef van de realiteit van de historie die knaagt, en niet noodzakelijk de verfilming ervan. In een manoeuvre van de overheid om een meer dan onfraaie waarheid met de mantel der liefde te bedekken wordt kolonel Picquart met een kluitje in het riet gestuurd, en de kijker slentert op zijn dooie gemak met hem mee – zonder al te veel persoonlijke inleving en met een onverstoorbaar stoïcisme. 

Desondanks blijft het moeilijk de vinger op de zere wonde leggen. Oscarwinnaar voor zijn rol in The Artist en gevestigde waarde Jean Dujardin zet met overtuiging een vastberaden Picquart neer en vindt de exacte balans tussen beheersing en onverschrokkenheid waarmee het hoofdpersonage niet zozeer sympathie, maar wel respect afdwingt. Dreamboat Louis Garrel, vooral bekend door de film Dreamers maar recent ook aan de zijde van Lily-Rose Depp te zien in A Faithful Man, is dan weer geknipt voor de rol van een in zijn eer gekrenkte Alfred Dreyfus. Ondanks een minimum aan screentime weet Garrel met een ingetogen doch vechtlustige performance treffend de gemoedstoestand van een gebroken man weer te geven die niet gehoord wordt, wat hem tot waardige tegenstander van Dujardin maakt. 

Omgeven door een al even getalenteerde cast geven de twee het beste van zichzelf tegen een achtergrond van ‘verval van morele en artistieke waarden in een onherkenbaar Frankrijk’, wat zich met name laat voelen in de schrikbarend grijze folie die de hele atmosfeer omhult. Het landschap van Parijs en de decors waarin de personages zich bewegen zijn residentieel, de kostuums waarin ze dat doen prachtig. Doodzonde, want de rijkdom aan details en de schoonheid van de verbeelding gaan in de grimmige sluier hopeloos verloren, waardoor je je er met moeite gewaar van wordt. Frankrijk wordt voorgesteld als zijnde slechts nog een schaduw van zichzelf, maar de troosteloze schim strekt zich verder uit dan beeld alleen en mondt uit in een groezige totaalbeleving van de film.

Zouden de momenten die aangrijpend pogen over te komen even vurig afsteken tegen de grauwe ondergrond als de bloedrode accenten van de Franse legeruniformen, dan waren we goed af. Maar scènes met de duidelijke intentie naar adem te doen happen voelen aan als karakterloos en missen rakelings hun doel, waardoor het pas tegen het verre einde van de prent is dat J’Accuse enigszins de ruimte voor betrokkenheid opvult die ze vanaf het begin vrijliet. Zo komt het langverwachte kippenvelmoment – of beter gezegd, een van de vele die geanticipeerd werden maar niet ingeleverd – er bijvoorbeeld pas werkelijk met de luidende woorden van Zola’s betoog, de enige monoloog die door een monotone waas van pleidooien heen prikt en even traag uitgeblust wordt als de honderden brandende kopieën van de krant L’Aurore in hartje Parijs.

Mijn persoonlijke conclusie: J’Accuse mist zest, mist bezieling, mist passie, mist de allesverterende spanning en snerpende verontwaardiging waarmee de beloftevolle trailer zijn toeschouwers wél moeiteloos naar het puntje van de stoel doet kruipen. Het topic toont zich nog steeds bijster actueel bij het grote publiek en dient rake klappen uit aan zowel logica als moraal. Of Polanski’s prent daarvoor verantwoordelijk is meer dan de eigenlijke feiten, daar kunnen de meningen verdeeld over zijn. De onthulling van Dreyfus’ onzuivere inbeschuldigingstelling zou ophef moeten genereren; de constante onderdrukking, ontkenning en verdoezeling ervan een machteloosheid die het bloed doet koken. Maar hoezeer het Franse bewind Dreyfus ook bij de keel grijpt, de film slaagt er niet in hetzelfde te doen met zijn publiek. 

Ik beschuldig Polanski van een degelijke en klare maar weinig sexy navertelling over een man die tegen de stroom in zwemt van een corrupte regering, die alles in zijn macht doet om degene die met de vinger – of in dit geval, de krant L’Aurore – wijst monddood te maken. Of ik daarmee een onschuldige degradeer – of met de exacte woorden van Dreyfus, on dégrade un innocent – dat laat ik aan u over. 

J’Accuse speelt nog tot en met dinsdag 3 december in Cinema Zed. Tickets kopen doe je hier, cultuurkaarthouders betalen slechts €6 per ticket! 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s