Georgië, waar Vrouwen al Millennialang de Hoofdrol spelen

Recensie: Jason en het Gulden Vlies van Apollonius van Rhodos en De Ridder in het Pantervel van Shota Rustaveli

Een beetje historische context, omdat dingen weten fijn is

Een klein landje genesteld tussen de Noordelijk en Zuidelijke Kaukasus, op een kruispunt van niet alleen grote culturele machten, die van Rusland, Turkije en Iran, maar ook de overgang tussen Europa en Azië. In deze turbulente buurt is ondanks alles het gastvrije Georgië al duizenden jaren een verborgen parel. 

Drievuldigheidskerk van Gergeti

Ten tijde van het Griekse Rijk verkenden dappere zeevaarders de Mediterrane wateren. Toen stond Georgië bekend als Colchis, en huisde het de koningin-tovenares Medea.

Medea

Het is de derde eeuw voor Christus, Alexander de Grote is net dood, zijn rijk verbrokkeld, en in Alexandrië besluit de lokale bibliothecaris van dienst, Apollonius van Rhodos, één van de belangrijkste epische werken van de klassieke periode te schrijven; Jason en het Gulden Vlies, ook wel gekend als de Argonautica.

Na een lange en gevaarlijke tocht meren de vijftig Griekse helden aan in Colchis, daarheen gestuurd door een wrede koning, die hen de opdracht geeft het Gulden Vlies te bemachtigen, maar eigenlijk hoopt dat hun leider Jason daar de dood vindt. Aangekomen blijkt de plaatselijke koning niet erg gastvrij, en hij weigert het Gulden Vlies zomaar af te staan. Hij bedenkt een onmogelijk taak, waarna als volbracht zij huiswaarts mogen wederkeren met de prijs. 

Met moed in de schoenen betreuren de helden hun bitter lot, wanneer de machtige Medea, koningin en tovenares, hen tot hulp schiet. Met haar kruiden en magische dranken tovert zij Jason om tot een bronzen man, onschendbaar en ontrefbaar. Zo verslaat hij de vuur blazende stieren en bevecht hij de uit de grond ontsproten legers van de koning. Later beklimt Medea met hem de hoge noordelijke bergen, waar een eeuwenoude draak waakt over het Gulden Vlies. Met haar blik dwingt zij het woeste beest tot slapen, zodat Jason in haar schaduw kan vluchten met het Vlies.

Medea, van Frederick Sandys

Het 2300 jaar oude werk leest niet erg vlot, maar het is een schat aan culturele en geschiedkundige informatie, vergelijkbaar met de Homerische werken. Het leert ons over één van de meest interessante vrouwelijke figuren van de klassieke mythologie.

Nog wat historiek, maar hopelijk niet te veel

De twaalfde eeuw was voor Georgië de Gouden Eeuw. Het rijk was groter dan ooit en cultuur bereikte eveneens een hoogtepunt. Aan het roer van deze periode stond niemand minder dan Koningin Tamar. Zij wordt geprezen in eigentijdse kronieken door klerken en schrijvers die, soms impliciet, maar vaak ook expliciet, hun hart verloren hadden aan Tamar. Naar hun zeggen schonk ze haar rijkdom aan de armen, liet ze weeshuizen bouwen voor de door oorlog ouderlozen en bestrafte ze schuldigen op humane wijze, ‘geen zweepslagen werden toebedeeld zolang Tamar regeerde.’

Nadat ze haar eerste echtgenoot, een wodka drinkende Rus, buiten stampte, huwde ze haar jeugdliefde David. Eén van haar vele (ongelukkige) liefhebbers was Shota Rustaveli, die niet zijn liefde aan haar kon wijden, en in plaats daarvan het belangrijkste Georgische boek voor haar schreef. Al eeuwenlang wordt per traditie dit werk bij de bruiloft aan de verloofde geschonken, om haar een sterke vrouw als voorbeeldfiguur te geven.

Georgië rond 1200

Tinatin

Kroonprinses Tinatin, zo verbluffend en stralend mooi dat zelfs de zon bij haar aanzicht verbleekt, stuurt haar minnaar Avtandil de wereld in, op zoek naar de mysterieuze Ridder in het Pantervel (tevens de titel van het werk), die haar vader, de koning, onrust bezorgt. Na vele avonturen in Arabische woestijnen, Iraanse bergen en Indische steden komt aan het licht dat de gezochte ridder, Tariel, een verstoten Indische prins is, al jaren op zoek naar zijn verloren liefde. 

Avtandil herkent de brandende hartstocht bij zijn gezworen broeder, en besluit hem koste wat kost te helpen. Samen trekken zij ten strijde tegen de gefantaseerde Kaj demonen, waarna lang verloren geliefden herenigen.

Tariel herenigt met zijn geliefde, Nestan-Darejan

Dit middeleeuwse gedicht van grootse proporties onderscheidt zich van zijn tijd, dankzij de vooruitdenkende sfeer waarin het geschreven werd. De humanistische schrijver viert liefde en vriendschap als hoogste menselijke waarden, maar wijdt daarnaast ook aandacht aan filosofische, politieke en religieuze vragen. 

Besproken werken: Jason en het Gulden Vlies van Apollonius van Rhodos en De Ridder in het Pantervel van Shota Rustaveli

BELLADONNA OF SADNESS

OORSPRONG

Als ambitieus spektakel verscheen Belladonna of Sadness in 1973 op het Japanse doek. Maar al snel bleek de film verbonden met een onheilspellend karma. Wegblijvend commercieel succes leidde tot het faillissement van Studio Mushi, waarna het werk al snel kennis maakte met de vergetelheid. Bijna veertig jaar later werden de oorspronkelijke filmrollen in België gerestaureerd, voor een heruitgave in 2014. Dit project van The CineFamily was even noodlottig, en in 2017 sloot de cinematheque definitief haar deuren. Hoe verloopt het verhaal van deze fascinerende en schijnbaar vervaarlijke film? Waar ligt zijn oorsprong en wat is zijn boodschap?

Eén antwoord zou natuurlijk kunnen luiden: “Japan, 1973, Mushi Production, Eiichi Yamamoto.” Daar halen we al veel uit. We leren dat de film gemaakt werd door de studio van Osamu Tezuka, onder toezien van regisseur Eiichi Yamamoto, ook bekend dankzij Astroboy (1963) en Kimba the White Lion (1965). Een product van ogenschijnlijk onstopbare groei.

STIJL

Een ander begin toont een wit scherm waarop al snel een wereld wordt getekend. Kleuren worden toegevoegd, maar met een zekere willekeur, soms blijven ze weg, zelden hebben ze de juiste tint. Het beeld trekt van rechts naar links, en de enkele lijn groeit en kronkelt, van eenvoudige horizon tot middeleeuws landschap.

Een zangstem leidt het verhaal in. Jean en Jeanne willen huwen, maar de baron eist zijn recht op de eerste nacht. Getraumatiseerd door haar verkrachting spant Jeanne samen met de duivel in de hoop ooit vergelding te krijgen. Als heks maakt ze gebruik van bloemen om de mensen te bedwelmen. Zo vinden ze geluk, al is het maar voor even. Ze stelt de dorpelingen ook in staat te vrijen zonder daarna door zwangerschap gebonden te worden. Het mag echter niet baten uiteindelijk zal ze als heks en ketter in vlammen opgaan.

KLEUR

Jeanne ontmoet de duivel als duimgroot figuur, dansend als een vlam of rookpluim. Naarmate ze meer van zichzelf opoffert, haar lichaam, hart en tot slot ziel, groeit hij van kinderlijke gestalte tot hij met zijn schaduw het hele dorp zwart kleurt. Deze laatste stap, wanneer Jeanne uiteindelijk haar ziel overhandigt en ze haar unie met de duivel consumeert, wordt visueel begeleidt door een overweldigende en hallucinante maalstroom van elkaar snel opvolgende, kleurrijke beelden, abstracte, geabstraheerde en herkenbare figuren, vormen, mensen en dieren. De kijker wordt meegevoerd in deze waanvoorstelling en van de wereld afgesloten door een chaotische en geïmproviseerde sessie die doet denken aan Pink Floyd’s Astronomy Domine.

Een ander belangrijk punt van symboliek speelt in Jeanne’s haar, dat bijna een eigen leven leidt doorheen de film. Geen twee opeenvolgende scènes draagt het haar dezelfde tint. Zelden is het eenvoudig blond. Veel liever toont het zich als versterking van Jeanne’s gevoelens. Na haar nacht in het kasteel is het een dof paars, gegrepen door duivelse lust kleurt het fel oranje, en wanneer ze als heks vertoeft in haar naar eigen hand geschapen aardse paradijs presenteert het zich als vrolijk roze.

Zo gebruiken Eiichi en zijn team vorm, formaat en kleur om de inhoud van Belladonna te benadrukken. De vrijheid van animatie stelt ze in staat de realiteit achterwege te laten en onbeteugeld te zoeken naar waarheid en kunst. Nu rest er nog de vraag wat er hen toe dreef een film als deze te maken.

DE JAREN ZESTIG

PINK FILM

Studio Mushi publiceerde de film in ‘73, maar eigenlijk is hij veel ouderBelladonna of Sadness groeide uit de maatschappelijke processen van de jaren zestig en was, hoe uniek ook, voor een groot deel een product van zijn tijd. Zo valt niet te ontkennen dat het werk behoort tot het ‘pink film’ genre, dat de kop opstak na de grote cinematische successen van de jaren zestig. Het was een tijd van groei en bloei voor Japan, toen het land in ‘64 optimaal gebruik maakte van zijn tweede kans met de Olympische Spelen in Tokio. 

In de jaren zeventig begonnen cinemacijfers echter terug te lopen, aangezien de televisie aan populariteit won. Omdat sex sells, begon de industrie steeds frequenter gebruik te maken van erotiek om kijkers te blijven lokken. Regisseurs putten ook inspiratie uit literaire figuren als Seventeen (1961), uit het gelijknamige boek van Kenzaburo Oë. Personages gekenmerkt door impotentie, voyeurisme en seksueel geweld wonnen steeds meer aan populariteit. Flesh Market (1962) van Satoru Kobayashi startte een trend die niet te stoppen viel en zou uitdraaien op de Pinky Violence (1972-76) reeks van Toei.

Ook Belladonna behoort tot een reeks, de film sluit de trilogie van Animerama af, voorafgegaan door A Thousand and One Nights (1969) en Cleopatra (1970), de twee films die als eerste naaktheid en seks vertoonden in de wereld van Japanse animatie. De drie werken werden ontvangen zonder commercieel succes en leidden tot het faillissement van de studio.

KOE NAKI KOE NO KAI

Na een eerste golf van feminisme kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog, ervaarde het land een tweede golf rond deze periode. Kobayashi Tomi, die zichzelf beschreef als het soort persoon dat bij ontevredenheid over de maatschappij eerder “thuis bleef zitten, steeds meer en meer geïrriteerd wordend”, besloot het heft in eigen handen te nemen. Met hulp van anderen richtte ze de protestgroep ‘Koe Naki Koe no Kai’ op, zij waren de stemmen van de stemlozen.

Het idee dat diegenen die zwegen tevreden waren, zat dwars, en daarom besloten veel Japanse vrouwen voor het eerst hun stem te verheffen. Onder hen vocht Mitsu Tanaka (zie afbeelding) fervent voor vrouwenrechten. Ze organiseerde protesten, schreef artikelen en pamfletten en stichtte de eerste vrouwenopvang van Japan. Samen met Misako Enoki pleitte ze voor de legalisatie van de anticonceptiepil. Een thema dat ook aan bod komt in Belladonna.

PROTEST

Ook van groot belang in Belladonna is de kwestie van vrijheid, meer bepaald de normalisatie van hallucinogeen druggebruik en vrije seksualiteit, zaken die de Stille Oceaan kwamen overgewaaid vanuit Woodstock en de (Amerikaanse) hippiebeweging. Maar ook binnen Japan was de film een reactie tegen de popularisatie van conformisme en opoffering, die ook binnen de filmindustrie al vanaf de jaren vijftig een terugkeer maakten. Zo prezen Beyond the Clouds, van Miyoji Ieki, en The Sacrifice of the Human Torpedoes, van Shue Matsubayashi, de kamikazepiloten van Wereldoorlog Twee.

EUROPESE VERLICHTING

IN VUUR EN VLAM

Als we echter de wortels van dit verhaal blijven blootleggen, en dat doen we, dan ontdekken we het werk La Sorcière (1862) van Jules Michelet, de historicus die als eerste de term ‘Renaissance’ opperde, als breuk met de middeleeuwen. Zijn historisch essay bespreekt de heksenjachten van de zestiende eeuw, wanneer tussen veertig- en tachtigduizend vrouwen hun einde ontmoetten, bestempeld als heks.

Als verlichtingsschrijver kent Michelet dat gebeuren toe aan de onderdrukking van het feodaal systeem en de Katholieke kerk. Hij sympathiseert met het lijden van de burgers en verklaart dat men vluchtte in geheime religies en rituelen. De kerk, die voordien, tot de tiende eeuw, het geloof in heksen verbood, veranderde later zijn kijk. Hernieuwde wetenschappelijke kennis, met de aanvang van de Renaissance, wekte achterdocht voor de beoefenaars van alchemie en andere niet vertrouwde praktijken. Heksen werden niet alleen als bestaand bestempeld, ze werden als handlangers van Satan gezien, en dus zonder meer te verdelgen.

JAPANSE VERTALING

Belladonna brengt deze problematiek naar het twintigste eeuwse Japan. De film vecht seksisme aan en pleit tegen de onderdrukking van de staat. Halverwege de speeltijd kijkt de Eiichi naar oorlog vanuit het perspectief van de vrouw, die alleen achterblijft, zonder echtgenoot, zonder zoon(s), zonder broer(s), evenzeer als slachtoffer.

Na de verbranding van Jeanne kijkt een menigte verdwaasde, woeste, teleurgestelde … vrouwen toe, en één voor één transformeren hun gezichten, totdat ze allemaal eindigen met dat van Jeanne. Symbolisch laat de film ons weten dat hoewel onze heldin verbrand werd, haar gedachtegoed, dat waar ze voor stond, zal overleven.

Tot slot, na het slot, toont de epiloog ons La Liberté guidant la peuple (1830), waar de vrijheid, voorgesteld als vrouw, met ontbloot bovenlijf, wordt geprezen. De ondertiteling vertelt het verhaal van de Franse vrouwen die mee op de barricades vochten voor hun rechten tijdens de Revolutie.

CONCLUSIE

En zo bereikt Belladonna of Sadness het onmogelijke. De film groeit als het ware uit honderden jaren geschiedenis, terwijl hij stilistisch en inhoudelijk breekt met zijn voorgangers en als revolutionair werk uitblinkt. Met de kracht, sfeer en stijl van een hallucinogene trip vertelt het werk ons een verhaal van vrijheid en feminisme. Zonder meer het bekijken waard.

De Geboorte van Hoop

Het Verdriet van de Engelen – Jón Kalman Stefánsson

Wat is het fijn te ontdekken dat je favoriete auteur een vervolg schreef op zijn magnum opus. Nog beter blijkt wanneer de schoonheid en stijl van het origineel niet alleen geëvenaard, maar overtroffen worden. Daarmee maakt hij het onmogelijke mogelijk. Zodoende toont Stefánsson dat opgeven nooit loont, dat wat we geleerd hebben niet ontsproten is aan de dood, maar aan gedichten, wanhoop en ten slotte aan herinneringen over geluk en grote ontgoochelingen.

Sneeuw; het verdriet van de engelen

We stranden verdwaald aan land, laten de zee achter ons en ontmoeten de winter in het Dorp. Daar raken we vertrouwd met het leven van achttiende eeuws IJsland, een wereld die zo ver van ons af ligt, dat enkel Stefánssons meesterlijke taal ons erheen kan voeren. We leren dat aan het einde van de wereld, waar de zon verdwijnt in de vergetelheid, er nagenoeg uitsluitend plaats is voor tragedie. Ongelukkige levens brengen tranen tot onze ogen, soms afgelost door poëtisch overpeinzingen.

“Het leven is tamelijk eenvoudig, maar de mens is het niet en dat wat wij de raadsels van het leven noemen is onze eigen chaos, ons eigen ondoordringbare woud.”

“Tijd is kostbaar.
Dat had de jongen nog nooit eerder gehoord.
Tot dan toe was de tijd gewoon verstreken, door mens en dier gegaan en onderweg had hij veel kostbaars meegenomen, maar de tijd op zich is niet kostbaar, het leven wel.”

Ondanks de vreselijke uitdaging van het leven, is opgeven niet aan de orde. Stefánsson leert ons te hopen. Hoog in de bergen, waar stuifsneeuw je ogen verblindt, en de kou de warmte uit je hart vriest, worden gedichten opgedragen, poëzie houdt ons in leven, geheimen over intimiteit en eenzaamheid dienen zich aan.

“We zitten in een lekke roeiboot, met een kapot net en we zijn van plan sterren te vissen.”

“Ze wacht er gewoon op dat jij je smoel eens opendoet, zo wijd open dat ze eindelijk ziet hoe jouw hart eruitziet, echt eruitziet, en dan zegt ze Ja. Dan weet ze dat jij het tweegevecht met jezelf durft aan te gaan.”

Wie is Jón Kalman Stefánsson?

Geboren in Reykjavik (1963), opgegroeid in Keflavik, waar hij na zijn middelbare studies enkele jaren verscheidene baantjes beoefende. Later studeerde hij literatuur, maar werkte deze studie niet af, in de plaats schreef hij zijn eerste artikels voor de IJslandse Morgunblaðið. Uit deze eerste schrijfsels groeide een opmerkelijk auteurschap. Voor zijn werk Vissen hebben geen voeten won hij de Man Booker International Prize, en hij werd al vier keer genomineerd voor de Nordic Council Literature Prize. Hij zal (dit is feitelijk) ook ooit eindigen met een Nobelprijs voor de literatuur op zijn naam.

Geschreven door Emiel Van Herck

Hemelse Taal, Hels Leven

De Hel, die is hier
De Hemel, die bestaat niet

Hemel en Hel – Jón Kalman Stefánsson

Een verhaal was zelden zo beklijvend als deze parel van Jón Kalman Stefánsson. De zilte zeewinden van de IJslandse winter stelden hem in staat zich in te leven in de meest ongewone verteller. Het zijn namelijk de doden die verhalen, zij die door het ritme van de oceaan verzwolgen werden. Zo bereikt Stefánsson een meedogenloos neutrale toon. Terwijl hij de meest vreselijke taferelen orkestreert, biedt hij de lezer geen soelaas. Geen zoete woorden. De doden zijn zelfs zo kil dat het hoofdpersonage geen naam krijgt, vanaf pagina één staat hij bekend als ‘de jongen’. En wat er met de jongen gebeurt, alleen maar de meest verwoestende ervaringen, hij begint eenzaam en eindigt alleen, dat alles, het lijkt normaal. Zo werkt het leven nu eenmaal, niets aan te doen.


In schril contrast met deze slopende feiten, brengt Stefánsson dit verscheurende verhaal in een bijna poëtische, wondermooie taal. Het lange, onpersoonlijke gedicht dwingt zelfs de stoïcijn in u een traan weg te pinken bij het lezen van dit meesterwerk.

“I just don’t know who I am. I don’t know why I am.
And I’m not entirely sure I’ll be given time to find out.”

Door de stem van de jongen vertaalt de schrijver onze meest menselijke twijfels op prachtige wijze. Wie overigens op zoek is naar een epitaaf, het boek is ermee doordrenkt.

“A dead man is so much heavier than one who lives,
the sparkling memories have become dark, heavy metal.”

Stefánsson grijpt het buitenaardse panorama van IJsland, gevangen tussen een wrede zee en allesziende bergen, omarmd door sneeuwstormen en mistige ochtenden, en schildert het neer zoals alleen een meester zulke taferelen kan neerschrijven. Het eiland biedt geen thuis voor haar inwoners, en tegen alle beter weten in blijven de vikingszonen vechten voor hun plekje onder de zon, ook al schijnt ze er nauwelijks.

“There is nothing to see in Iceland except mountains, waterfalls, tussocks and this light that can pass through you and turn you into a poet”.

Bokanmeldelse: Jón Kalman Stefánsson tar oss med inn i de sterke følelsenes  vold

Wie is Jón Kalman Stefánsson?

Geboren in Reykjavik (1963), opgegroeid in Keflavik, waar hij na zijn middelbare studies enkele jaren verscheidene baantjes beoefende. Later studeerde hij literatuur, maar werkte deze studie niet af, in de plaats schreef hij zijn eerste artikels voor de IJslandse Morgunblaðið. Uit deze eerste schrijfsels groeide een opmerkelijk auteurschap. Voor zijn werk Vissen hebben geen voeten won hij de Man Booker International Prize, en hij werd al vier keer genomineerd voor de Nordic Council Literature Prize. Hij zal (dit is feitelijk) ook ooit eindigen met een Nobelprijs voor de literatuur op zijn naam.

Geschreven door Emiel Van Herck