Vergeet De Mol, kijk naar de Koningin Elisabethwedstrijd

De jeugd van tegenwoordig troept samen om in groep naar De Mol of Temptation Island te kijken. Een (brakke) wifi-verbinding, een laptop en enkele zakken chips volstaan voor een avond vol spanning en vertier. Maar nu is er een nieuwe verleiding, want de Koningin Elisabethwedstrijd wordt live uitgezonden.

Elk jaar zorgt de Koningin Elisabethwedstrijd voor een muzikaal hoogtepunt in de wereld van de klassieke muziek. Tijdens een olympische krachtmeting van meerdere weken strijden de kandidaten voor een plek op het podium in Bozar. Dit jaar zijn dat zangers, andere jaren staan pianisten, violisten en cellisten op de scène.

Het is een van de weinige momenten in het jaar dat klassieke muziekliefhebbers zich rond de buis verzamelen om naar muziek te kijken. De Elisabethwedstrijd is dan ook niet te vergelijken met de weinige andere klassiekemuziekuitzendingen, zoals pakweg het nieuwsjaarsconcert (nogal voorspelbaar) of de sporadische passages van Marc Erkens (nogal kort) in Culture Club.

Nee, de Koningin Elisabethwedstrijd, dat is televisie van een ander kaliber. Dat is spanning van begin tot eind. Zwetende zangers onder de spots (als echte sporters worden ze na hun prestatie met een handdoek in de coulissen opgewacht), analyses en commentaren van kenners (zoals de onevenaarbare Katelijne Boon) en – natuurlijk – de beste opera-klassiekers uit je boxen.

Geheel in De Mol-stijl hebben de kenners hun pronostiekje al klaar (een top vijf op een vodje papier) dat ze na elke ronde weer kunnen bijstellen. Een zeventienkoppige jury maakt dat niets te voorspellen is: tot de laatste aflevering zal je op het puntje van je stoel zitten om te kijken of je favoriete kandidaat het haalt.

De Elisabethwedstrijd is een serie met vijf afleveringen: de halve finales (4 en 5 mei) en de finales (10, 11 en 12 mei) worden rechtstreeks uitgezonden. Muziek beleef je meestal best in een concertzaal, maar een televisieuitzending heeft ook zo z’n voordelen: je hoeft je gsm niet uit te zetten, je ziet de zangers van dichtbij, je kan tijdens de stukken over je deskundige oordeel discussiëren met je vrienden, je hoeft niet te wachten op een pauze voor een biertje, je kan erbij gaan liggen, en – misschien wel het allerbelangrijkste – je kan alle opera-aria’s luidkeels meebrullen met de kandidaten (best wel overleggen met je kotgenoten).

Ook als je weinig opera op je iPod hebt staan, zijn de uitzendingen van de Elisabethwedstrijd een belevenis. Het is misschien wel dé gelegenheid om wat aria’s te leren kennen, zeker als je na al die jaren het Eurovisiesongfestival (dat overigens ook op 12 mei wordt uitgezonden) wel beu gekeken bent.

Eén dag voor de mol bekend zal zijn, weten we wie de Elisabethwedstrijd 2018 wint. Ik beloof je: de finale van de Elisabethwedstrijd wordt spannender dan die van De Mol. Daarom: blokkeer de finaleavonden in je agenda, nodig vrienden uit en haal wat hapjes in huis. Tip voor een optimale beleving: koppel een box aan je laptop en koop vooral géén chips.

Echt waar, misschien is het wishful thinking, maar ik voorspel een nieuwe trend: vandaag en volgende week drommen studenten samen rond een scherm voor de Koningin Elisabethwedstrijd.

Emmanuel is een van deZES|lesSIX en volgt de Koningin Elisabethwedstrijd voor Canvas, Klara en Musiq’3. Volg deZES|lesSIX via Facebook. Bekijk alle afleveringen via deze link.

IMG_6811

Foto’s © Emmanuel van der Beek

Advertenties

Je wil niet alles weten

Met De Allesweters brengt CampusToneel een voorstelling die balanceert op de dunne grens tussen sciencefiction en dystopie.

Een druk op de sensor achter je linkeroor volstaat om door al je herinneringen te scrollen. Want daar zit de Memo-chip, verbonden met je brein, die al je indrukken registreert.

Voor CampusToneel schreef Sam Rijnders een tekst gebaseerd op een aflevering uit Black Mirror, een serie waarin sciencefiction akelig dicht komt bij de non-fictie van vandaag.

Memo registreert alles. Een leuk feestje beleef je zo opnieuw, geen verkrachter gaat nog vrijuit. Louis (Jonas De Leeuw) zal zich later moeiteloos zijn eerste kus met Nana (Mathilde Geysen) voor de geest kunnen halen.

Wij hebben Facebook, de allesweters hebben Memo. Het doel is hetzelfde: herinneringen vastleggen en delen. Een avondje uit herbeleef je met vrienden, een vroegere verovering in bed (want ‘iedereen scrolt toch weleens door zijn greatest hits?’).

Maar Memo is een panopticum, waarin je steeds bespied wordt, ‘alsof alles voor de bühne is’. Wanneer Louis zijn Memo-data niet laat inkijken tijdens een sollicitatiegesprek, wordt hij niet aangenomen en op het moment dat Nana haar herinneringen aan een jeugdliefde liever verborgen houdt, is ze per definitie verdacht.

De relaties tussen de personages komen onder hoogspanning te staan als boven water komt dat vertelde herinneringen geregeld een loopje nemen met de waarheid. Memo liegt niet: het is de sterkte van de techniek en tegelijkertijd de katalysator van een dramatische ontknoping. Tegenover de zoekende personages staat de goedlachse Hanne (Ruth Ieven). Zij heeft de chip laten verwijderen en straalt.

Het relaas is slim opgebouwd. De onheilspellende sfeer zit al in de proloog, waarin een werknemer van Memo haar product komt voorstellen, en gaat in crescendo naar het slot. Steeds vaker grijpen de personages naar de sensor achter hun linkeroor: de plot wordt een opbod van herinneringen.

Er ontstaan op het podium twee werelden: die van het heden en die van het verleden, de personages worden ontdubbeld. Dat is de vondst die het stuk ook op scène zo sterk maakt: tegenover elk reëel personage komt een met pixels beschminkte acteur te staan, die onder een felwitte spot de herinneringen speelt.

Die parallelle werelden ontploffen als twee donderwolken in een climax die tegelijk voorspelbaar en adembenemend is. Dat Louis met een aardappelmes uiteindelijk de chip wegsnijdt voelen we aankomen, maar de bevestiging op amper een meter van het publiek schreeuwt nog eens in ons gezicht wat we niet willen horen: op een bepaald moment gaat de techniek er met ons vandoor.

De Allesweters (CampusToneel) speelt nog op zondag 29 april (20:30) in 30CC/Wagehuys in het kader van Amateurama (info). Gezien in STUK op 17 mei 2018. €8 / €6 (student) / €5 (Cultuurkaart)

 

Sam 7

Ongehoord krachtig

Vorige week speelde het Universitair Harmonieorkest zijn jaarlijkse aulaconcerten. Op het programma twee ongehoorde composities, die voor het eerst werden uitgevoerd. Voor het UHO is ongehoord ook oorverdovend. Oorverdovend sterk.

Ze passen maar net op het podium van de PDS, de 101 muzikanten van het UHO. En die enorme groep brengt veel volk op de been, zo blijkt, want het UHO vult met gemak twee keer de hele PDS met een laaiend enthousiast publiek.

Dat enthousiasme is er niet voor niets. Vanaf de eerste noot weten we al: het UHO is een krachtige machine. Als het voltallige orkest forte speelt, zullen we het geweten hebben. In de ouverture, maar ook in de twee wereldpremières is het duidelijk: met hun tutti-passages krijgen ze het publiek moeiteloos mee.

Twee trombones

Een ouverture en twee wereldpremières dus, twee werken die de repetitieruimte van het UHO nog niet hebben verlaten. Voor de eerste wereldpremière (Two-Bone Concerto van Johan De Meij) hebben ze twee trombonisten van het orkest van De Munt opgetrommeld (Jan Smets en Bram Fournier). Twee professionele musici met de hete adem van het UHO in hun nek, dat kan alleen maar vuur geven.

Eén trombone, laat staan twee, hoor je zelden alleen. Het is ook best gek, muzikanten die normaal gezien achteraan in het orkest achter een pupiter verscholen zitten, hier vooraan te zien spelen. Ergens merk je dat ook: geboren performers zijn het niet. Ze spelen hun partij briljant, tot in de puntjes afgewerkt, maar de choreografie, die duidelijk deel uitmaakt van het werk, doet het geheel wat verslappen.

Toch is het een goede vondst, twee trombones voor een harmonieorkest te zetten. De klanken mengen fantastisch en de compositie zet het UHO ertoe aan nu en dan echt alle registers open te trekken. Onverwachte combinaties van instrumentengroepen maken van het stuk een kleurrijk geheel. Soms zelfs ondersteund door een beat (trouwens: wat een slagwerksolo’s!).

UHO-Awards

Kracht staat soms tegenover finesse, maar dat is bij het UHO niet het geval. Toegegeven, als het eens hapert, dan is het in de sololijnen, wanneer één of maar enkele muzikanten het van het leger koper en hout moeten overnemen. Maar toch, ook wanneer het stiller wordt, blijft de UHO-machine draaien, geolied en gestroomlijnd, zonder één keer stil te vallen.

Twee presentatoren, echte radiostemmen, delen ondertussen de UHO-Awards uit. Tussen de werken door krijgen we zo een interessante en vermakelijke blik achter de schermen van het orkest. De grappen die daarbij horen, zorgen bij muzikanten én publiek voor heel wat hilariteit.

Maar het tweede ongehoorde werk, Symphonie KRKA van Bart Picqueur, dat uit vier delen bestaat, hadden we het liefst in één keer gehoord. Onderbroken door de presentatie is het moeilijk het hele werk te vatten. Dat de compositie sowieso al fragmentarisch is opgebouwd, helpt ook niet. Vanuit een aaneenschakeling van interessante ideetjes is het moeilijk één lijn te ontwaren.

In het laatste werk volgt climax na climax, maar ook anticlimax na anticlimax. De stille passages zijn prachtig en poëtisch, maar telkens weer moet daarna de UHO-machine weer op gang getrokken worden. En dan wil het wél eens stilvallen.

Toch staat het UHO sterker dan ooit. Twee ongehoorde werken op het programma zetten, is een gewaagde keuze. Door een krachtig en tot in de puntjes afgewerkt programma te spelen, verdedigen ze die keuze met verve. Het moet gezegd: wie het UHO nog niet had gehoord (en ook wie ze wel al had gehoord), wist niet wat hij hoorde. Het was een ongehoorde uitvoering. Ongehoord goed.

 

ONGEHOORD. | Universitair Harmonieorkest Leuven | woensdag 28 en vrijdag 30 maart 2018 | Aula Pieter de Somer

TIPS: 4 x (niet zo) klassiek

Lenteconcerten van het Universitair Symfonisch Orkest

Volgende donderdag en vrijdag speelt het USO zijn lenteconcerten. Op het programma: twee ouvertures, een werk van Weber voor fagot en orkest en Sibelius’ tweede symfonie. De fagot, misschien een van de minder bekende instrumenten uit het symfonisch orkest, hoor je zelden alleen. In Andante e Rondo Ungarese geeft Weber de fagot een podium om zijn warme klank te laten horen. Aan het begin van de twintigste eeuw schreef Sibelius, na een reis naar Italië, zijn tweede symfonie. Een romantische parel die je niet wil missen.

> Donderdag 22 en vrijdag 23 maart 2018, Aula PDS, meer info

Aulaconcerten van het Universitair Harmonieorkest

Een concert van een universitair ensemble in galakledij? Dat kan. Dit jaar ga je naar de aulaconcerten in pak of jurk. Maak je op voor een avond met niet zo klassieke muziek. Niet zo klassiek, want op het UHO speelt twee premières. Een concerto van Johan De Meij en een symfonie van Bart Picqueur – twee vaste waarden in het harmonielandschap – worden voor het eerst voor publiek tot klinken gebracht.

> Woensdag 28 en vrijdag 30 maart 2018, Aula PDS, meer info

Piano Day #18

Of je tijdens de Piano Day #18 klassieke muziek zal horen, is maar de vraag. Drie artiesten zetten zich achter het klavier voor intieme maar ook avontuurlijke pianomuziek. Chad Lawson geeft Bach-koralen een eigen minimalistische twist en Tom Adams en Christine Ott brengen muziek die ook wel een soundtrack voor een film zou kunnen zijn.

> Donderdag 29 maart 2018, 30CC/Wagehuys, meer info

VETA

Percussionist Rubén Oria en beeldend kunstenaar Lore Stessel gingen samen op zoek naar de rol die hout speelt in muziek. Als materiaal van een heleboel muziekinstrumenten is hout bijna zo gewoon dat we ons er niet meer van bewust zijn. Maar hoe interageren muzikanten met hout? Wat als het hout zélf het instrument wordt? In Cas-co komt er vanaf 18 april een expo met liveperformances, maar in het STUKcafé kan je je al laten verrassen door enkele beelden.

> Doorlopend, STUKcafé, meer info

com_beeld_foto_lore_stessel_ruben_orio_veta_web_1.jpg

Persbeeld © STUK

 

Praten over pillen

Cipramil, Redomex of Prozac, al ooit van gehoord? De acteurs van Compagnie Tartaren wel. Als zij het in DEs VADERs, over ver’pilzucht en andere dingen over antidepressiva hebben, gaat het ook over hun eigen leefwereld.

Sara Duquene en Emmanuel van der Beek

Compagnie Tartaren is nog te vaak de underdog van de Leuvense theaterscène. Het sociaalartistieke gezelschap pikt mensen aan de zelfkant van de samenleving op door met hen een voorstelling te maken. Sommige ‘Tartaren’ draaien al een tijdje mee, andere staan voor het eerst op scène.

Het raamwerk van hun voorstelling, die ze na enkele jaren hernemen, is De vader (1887) van August Strindberg. Daarin twisten vader en moeder over het lot van hun zoon. Vader vindt dat het tijd is dat zoonlief de wijde wereld intrekt, moeder pampert liever nog wat verder.

Onder begeleiding van regisseur Ivan Vrambout verpakken de Tartaren dat verhaal in een hedendaags doosje. Ze stoppen het vol pillen. In hun versie krijgt het dilemma een draai: kan zoonlief wel op eigen benen staan als hij – depressief – afhankelijk is van een dagelijkse dosis medicatie?

Als ze het over medicatie hebben, hebben de acteurs het ook over hun eigen leven. Rafelige randjes aan hun acteerwerk herinneren ons af en toe aan hun korte opleiding tot acteur, maar de personages zijn van hen. Ze geven geloofwaardig gestalte aan hun personages. En aan zichzelf.

In het medicatiedebat kiest elke acteur een kant. Waar vader nog zweert bij de geneeskunde op grootmoeders wijze, vertegenwoordigt de moeder (en de dokter die ze in huis haalt) het rotsvaste geloof in de wetenschap. Dat geloof zal de familie fataal worden. Als halverwege de voorstelling het podium opengaat, zien we het fundament waarop de familie haar leven is gaan bouwen. Onder de scène liggen duizenden doosjes pillen. Voor elke vorm van afwijkend gedrag een capsule. Alles netjes per soort.

In een haast apocalyptisch slot snoert de moeder de vader vast aan de pillenvoorraad. De vader – hij biedt nog als enige weerstand tegen de dictatuur van de medicatie – een krankzinnige die tegen zichzelf beschermd moet worden? Het stuk laat weinig aan de verbeelding over: de medicatie heeft het pleit gewonnen.

Al vroeg in de voorstelling gaat het verhaal niet meer over de familie, maar staat de pillenproblematiek centraal. Het dunne laagje Strindberg – over vader, moeder en zoon – ligt er hier en daar wat artificieel overheen en had best wat dunner gemogen. Misschien behoeft de problematiek die de Tartaren aankaarten geen vaderintriges.

Je hebt geen bijsluiter nodig om de voorstelling te begrijpen. In onze samenleving regeert de farma-industrie en daar verzetten de acteurs zich tegen. Net door voor weinig nuance te kiezen, port de voorstelling waar het pijn doet. We moeten praten over pillen.

 

DEs VADERs, over ver’pilzucht en andere dingen | gezien op 29 november 2017 in OPEK

dokedef_voorwebsite.jpgBeeld © Compagnie Tartaren

 

M-useumnacht: enkele indrukken

Woordkunstenaar Geert Simonis
— Margot en Jacoba

Om 20u40 begon in het Forum van Museum M de woordkunstenaar Geert Simonis aan het eerste deel van zijn ‘Grote Geert Simonis Huiskamertournee’. ‘Het Forum van Museum M is niet echt een huiskamer,’ zei hij, ‘maar ik ben niet kieskeurig daarin’. Wat volgt is een prachtige afwisseling van proza en poëzie die ons doorheen het leven van Geert Simonis leidt en ons doet kennismaken met onder anderen zijn vriendin die nu zijn vriendin niet meer is (ze was immers een intellectueel) en met zijn grootvader tijdens het beleg van Stalingrad. Naar het einde van het eerste deel toe, was het tijd voor ‘het gevreesde moment van de publieksinteractie’. Enkele toeschouwers verlieten nog vlug de zaal en Geert Simonis riep de afvallige nog achterna ‘ja, vlucht nu het nog kan!’. De interactie bleek uiteindelijk nog mee te vallen, er was geen creativiteit vereist en dat stelde velen al gerust. Het gedicht in kwestie had te maken met Bo Dudley, een minder bekende Jeremy Lewis, en de rol van het publiek was dat van het Griekse koor die elk vers dat Geert Simonis uitsprak beantwoordde met ‘Ja Bo Dudley!’.

Het tweede deel begon om 22u en ging van start met wat Simonis één van de minst toegankelijke en meest hermetische gedichten noemde – ‘dan hebben we dat toch al achter de rug’ knipoogde hij. In dit deel kwamen een aantal prachtige en wel afgewogen zinnen piepen zoals

‘Een rotte appel maakt de lente niet’
of
‘Stiekem bevroor ik de tranen op je wangen tot mijn weerstand begon te roesten.’

Ook het gedicht ‘Requiem voor de peepshow’ had een bijzonder succes bij het publiek. Naar het einde van de show toe maakte Simonis een momentje vrij voor ‘het gênante moment van de zelfpromotie’. Geert Simonis is namelijk nog op zoek naar huiskamers om zijn huiskamertournee in door te zetten. De show eindigde met een gedicht in duetvorm dat hij voordroeg met een vriendin, een soort van ode aan de EGKS: de Europese Gemeenschap van Koningen en Seriemoordenaars, of was het nu van Klavers en Schoppen?

Na de voorstelling kregen we nog even de kans om met Geert Simonis zelf te gaan praten. Hij vertelde ons dat het zijn bedoeling was om met deze tournee een duw in de rug te geven aan poëzievoorstellingen, waarvan de meeste ‘zo verschrikkelijk saai zijn’. Ook wou hij poëzie toegankelijk maken voor een breder publiek, iets waarin hij naar onze mening zeker in geslaagd is. Soms werd er gelachen, soms was het heel stil en soms werd er tijdens de voorstelling geapplaudisseerd na een gedicht, hetgeen steeds vlotter verliep naar het einde toe. ‘Ofwel allemaal klappen of wel niemand he, anders is het gewoon zielig. Jullie moeten dat een beetje afspreken, zo werkt dat in de democratie.’ Aldus Simonis, na een iemand die enthousiast op zichzelf aan het applaudisseren was.

Een vrouw met veel gezichten
Performance: Persona door Anke Somers
— Sara Duquene

Tijdens haar performance Persona gaat de jonge kunstenaar Anke Somers op zoek naar het ultieme zelfportret. En dat lijkt ze te vinden ook. Niet evident, als je weet dat ze meer dan drie uur aan het stuk het beste van zichzelf staat te geven met klei. Maar het resultaat van zowel haar act als haar kleigezichten mag er wezen.

Wat de museumnacht tot M-useumnacht maakt, is dat de bezoekers van de vaste collectie hier en daar een zijsprong kunnen maken om zich te laten verrassen. Zo ook in het kamertje van Anke Somers. Met de deegrol in de hand staat Somers het perfecte stuk klei uit te rollen. Ze gaat zorgvuldig en met regelmatige bewegingen te werk. Vervolgens legt ze het resultaat van de noeste arbeid op haar gezicht en breng een vormloos stuk klei langzaam maar zeker tot leven. Ze volgt de vorm van haar ogen, neus en mond en daaruit ontstaan verschillende nieuwe gezichten. Uit het niets creëert ze een soort dodenmasker en gezichten die veel weg hebben van de theatermaskers uit de Griekse dramaturgie. Haar performance is telkens op dezelfde manier gestructureerd. De gezichten die daaruit voortkomen zijn echter wel stuk voor stuk verschillend. Zo is ook een muisachtige figuur met een Harry Potter-litteken is niet te gek.

Als ze haar masker afdoet, kijkt ze keer op keer met verwondering naar haar eigen creatie. De maskers die ze maakt zijn zowel een afdruk van haar gezicht als een kleikunstwerk. Vervuld van trots toont ze het publiek haar binnenkant en haar buitenkant. Persona is meer dan een knap staaltje boetseerwerk. In de kleinste hoeken van een M-useum kunnen leuke verrassingen opduiken.

Schermafbeelding 2017-11-29 om 11.20.00© KU Leuven Rob Stevens

 

Brahms is een bergbeklimming

Een week geleden nog in de Alpen, vrijdagavond op het podium van de Aula Pieter de Somer (PDS). Dat het USO een week lang hun concert in de bergen heeft voorbereid, kon je horen.

De muzikanten van het USO horen bij de weinige studenten die de herstvakantie nog niet vergeten zijn. Elk jaar houden zij een week lang hun lessen voor bekeken om samen op reis te gaan. En te repeteren.

Dit jaar trokken ze naar Innsbruck, aan de voet van de Oostenrijkse Alpen. Daar bereidden ze de vierde symfonie van Brahms voor, Rossini’s ouverture van Wilhelm Tell en een concerto voor, jawel, bastuba en orkest.

+0H25

Of die muziek iets met bergen te maken heeft, weet ik niet. Maar misschien was hun concert een reis door de Alpen en het orkest de trein die ons meevoerde langs de toppen. Over een flink aantal hoogtemeters en enkele aartsmoeilijke beklimmingen, dat moet gezegd, want een makkelijk programma kozen ze niet.

De hele avond heeft de trein gezwind over de rails geslingerd. Er was een kleine vertraging (+0H25, dat hoort erbij) en een ietwat sputterende start voor nodig, maar tijdens het laatste deel van het eerste werk (het bekendste deel uit de Wilhelm Tell-ouverture) reed de trein al aan volle snelheid.

Aan die rotvaart reed de trein gelukkig niet de hele tijd. Tijdens het concerto voor bastuba bijvoorbeeld, vertraagde de trein geregeld om even van het uitzicht te genieten. En dat was de moeite waard. Want dat een bastuba, normaal gezien een instrument dat in lange, trage noten voor een baslijn zorgt, zo virtuoos kon klinken, moesten we nog ontdekken.

Het tubaconcerto van Vaughan Williams is een aaneenschakeling van schilderachtige scènes. Berglandschappen, zo je wil, als een film. Net daarom is de muziek misschien niet de hele tijd interessant. Als soundtrack onder mooie beelden zou ze langer boeien dan op zichzelf.

Bergbeklimming

Gelukkig was er Brahms. En dat dachten de muzikanten van het USO misschien ook. Het vuur waarmee ze de symfonie van de romantische grootmeester speelden mocht hier en daar de trein wat aan het wankelen brengen, ontsporen deed ze nooit. Integendeel, als een homogene groep gidsten de strijkers ons door het hoofdthema van de symfonie. De blazers, niet zelden een moment alleen, speelden hun lijnen lyrisch. Soms misschien wat bescheiden, maar, toegegeven, opboksen tegen de akoestiek van de PDS is geen cadeau.

Brahms is een bergbeklimming. Vier delen van formaat. Als een ervaren conducteur stuurde Edmond Saveniers de trein over alle lastige passen. Het USO nam Brahms vast en speelde het met schwung. Tijdens het overweldigende tweede deel van het concert besef je dat je voor de pauze nog op de vlakte reed.

Wat Saveniers tijdens het hele concert had kunnen vermijden, gebeurde bij het bisnummer alsnog. De French cancan (dat deuntje ken je ook wel) van Offenbach deed de trein finaal ontsporen. Alles in de maat en op toon, absoluut, maar het feestje barstte los. Laat dat nu net zijn waarvoor een bisnummer dient.

Dat de muzikanten van het USO net terug zijn uit de Alpen en daar een week samen hebben gerepeteerd, kon je horen. Ze speelden alsof ze samen een berg beklommen, met de hele groep samen, met dezelfde top in het vizier. Alsof er in de PDS nog steeds een bergbries waait.

_DSC0075

Foto © USO

Brahms 4 / Universitair Symfonisch Orkest van de KU Leuven / gehoord op vrijdag 10 oktober 2017 / Aula Pieter de Somer