Praten over pillen

Cipramil, Redomex of Prozac, al ooit van gehoord? De acteurs van Compagnie Tartaren wel. Als zij het in DEs VADERs, over ver’pilzucht en andere dingen over antidepressiva hebben, gaat het ook over hun eigen leefwereld.

Sara Duquene en Emmanuel van der Beek

Compagnie Tartaren is nog te vaak de underdog van de Leuvense theaterscène. Het sociaalartistieke gezelschap pikt mensen aan de zelfkant van de samenleving op door met hen een voorstelling te maken. Sommige ‘Tartaren’ draaien al een tijdje mee, andere staan voor het eerst op scène.

Het raamwerk van hun voorstelling, die ze na enkele jaren hernemen, is De vader (1887) van August Strindberg. Daarin twisten vader en moeder over het lot van hun zoon. Vader vindt dat het tijd is dat zoonlief de wijde wereld intrekt, moeder pampert liever nog wat verder.

Onder begeleiding van regisseur Ivan Vrambout verpakken de Tartaren dat verhaal in een hedendaags doosje. Ze stoppen het vol pillen. In hun versie krijgt het dilemma een draai: kan zoonlief wel op eigen benen staan als hij – depressief – afhankelijk is van een dagelijkse dosis medicatie?

Als ze het over medicatie hebben, hebben de acteurs het ook over hun eigen leven. Rafelige randjes aan hun acteerwerk herinneren ons af en toe aan hun korte opleiding tot acteur, maar de personages zijn van hen. Ze geven geloofwaardig gestalte aan hun personages. En aan zichzelf.

In het medicatiedebat kiest elke acteur een kant. Waar vader nog zweert bij de geneeskunde op grootmoeders wijze, vertegenwoordigt de moeder (en de dokter die ze in huis haalt) het rotsvaste geloof in de wetenschap. Dat geloof zal de familie fataal worden. Als halverwege de voorstelling het podium opengaat, zien we het fundament waarop de familie haar leven is gaan bouwen. Onder de scène liggen duizenden doosjes pillen. Voor elke vorm van afwijkend gedrag een capsule. Alles netjes per soort.

In een haast apocalyptisch slot snoert de moeder de vader vast aan de pillenvoorraad. De vader – hij biedt nog als enige weerstand tegen de dictatuur van de medicatie – een krankzinnige die tegen zichzelf beschermd moet worden? Het stuk laat weinig aan de verbeelding over: de medicatie heeft het pleit gewonnen.

Al vroeg in de voorstelling gaat het verhaal niet meer over de familie, maar staat de pillenproblematiek centraal. Het dunne laagje Strindberg – over vader, moeder en zoon – ligt er hier en daar wat artificieel overheen en had best wat dunner gemogen. Misschien behoeft de problematiek die de Tartaren aankaarten geen vaderintriges.

Je hebt geen bijsluiter nodig om de voorstelling te begrijpen. In onze samenleving regeert de farma-industrie en daar verzetten de acteurs zich tegen. Net door voor weinig nuance te kiezen, port de voorstelling waar het pijn doet. We moeten praten over pillen.

 

DEs VADERs, over ver’pilzucht en andere dingen | gezien op 29 november 2017 in OPEK

dokedef_voorwebsite.jpgBeeld © Compagnie Tartaren

 

Advertenties

M-useumnacht: enkele indrukken

Woordkunstenaar Geert Simonis
— Margot en Jacoba

Om 20u40 begon in het Forum van Museum M de woordkunstenaar Geert Simonis aan het eerste deel van zijn ‘Grote Geert Simonis Huiskamertournee’. ‘Het Forum van Museum M is niet echt een huiskamer,’ zei hij, ‘maar ik ben niet kieskeurig daarin’. Wat volgt is een prachtige afwisseling van proza en poëzie die ons doorheen het leven van Geert Simonis leidt en ons doet kennismaken met onder anderen zijn vriendin die nu zijn vriendin niet meer is (ze was immers een intellectueel) en met zijn grootvader tijdens het beleg van Stalingrad. Naar het einde van het eerste deel toe, was het tijd voor ‘het gevreesde moment van de publieksinteractie’. Enkele toeschouwers verlieten nog vlug de zaal en Geert Simonis riep de afvallige nog achterna ‘ja, vlucht nu het nog kan!’. De interactie bleek uiteindelijk nog mee te vallen, er was geen creativiteit vereist en dat stelde velen al gerust. Het gedicht in kwestie had te maken met Bo Dudley, een minder bekende Jeremy Lewis, en de rol van het publiek was dat van het Griekse koor die elk vers dat Geert Simonis uitsprak beantwoordde met ‘Ja Bo Dudley!’.

Het tweede deel begon om 22u en ging van start met wat Simonis één van de minst toegankelijke en meest hermetische gedichten noemde – ‘dan hebben we dat toch al achter de rug’ knipoogde hij. In dit deel kwamen een aantal prachtige en wel afgewogen zinnen piepen zoals

‘Een rotte appel maakt de lente niet’
of
‘Stiekem bevroor ik de tranen op je wangen tot mijn weerstand begon te roesten.’

Ook het gedicht ‘Requiem voor de peepshow’ had een bijzonder succes bij het publiek. Naar het einde van de show toe maakte Simonis een momentje vrij voor ‘het gênante moment van de zelfpromotie’. Geert Simonis is namelijk nog op zoek naar huiskamers om zijn huiskamertournee in door te zetten. De show eindigde met een gedicht in duetvorm dat hij voordroeg met een vriendin, een soort van ode aan de EGKS: de Europese Gemeenschap van Koningen en Seriemoordenaars, of was het nu van Klavers en Schoppen?

Na de voorstelling kregen we nog even de kans om met Geert Simonis zelf te gaan praten. Hij vertelde ons dat het zijn bedoeling was om met deze tournee een duw in de rug te geven aan poëzievoorstellingen, waarvan de meeste ‘zo verschrikkelijk saai zijn’. Ook wou hij poëzie toegankelijk maken voor een breder publiek, iets waarin hij naar onze mening zeker in geslaagd is. Soms werd er gelachen, soms was het heel stil en soms werd er tijdens de voorstelling geapplaudisseerd na een gedicht, hetgeen steeds vlotter verliep naar het einde toe. ‘Ofwel allemaal klappen of wel niemand he, anders is het gewoon zielig. Jullie moeten dat een beetje afspreken, zo werkt dat in de democratie.’ Aldus Simonis, na een iemand die enthousiast op zichzelf aan het applaudisseren was.

Een vrouw met veel gezichten
Performance: Persona door Anke Somers
— Sara Duquene

Tijdens haar performance Persona gaat de jonge kunstenaar Anke Somers op zoek naar het ultieme zelfportret. En dat lijkt ze te vinden ook. Niet evident, als je weet dat ze meer dan drie uur aan het stuk het beste van zichzelf staat te geven met klei. Maar het resultaat van zowel haar act als haar kleigezichten mag er wezen.

Wat de museumnacht tot M-useumnacht maakt, is dat de bezoekers van de vaste collectie hier en daar een zijsprong kunnen maken om zich te laten verrassen. Zo ook in het kamertje van Anke Somers. Met de deegrol in de hand staat Somers het perfecte stuk klei uit te rollen. Ze gaat zorgvuldig en met regelmatige bewegingen te werk. Vervolgens legt ze het resultaat van de noeste arbeid op haar gezicht en breng een vormloos stuk klei langzaam maar zeker tot leven. Ze volgt de vorm van haar ogen, neus en mond en daaruit ontstaan verschillende nieuwe gezichten. Uit het niets creëert ze een soort dodenmasker en gezichten die veel weg hebben van de theatermaskers uit de Griekse dramaturgie. Haar performance is telkens op dezelfde manier gestructureerd. De gezichten die daaruit voortkomen zijn echter wel stuk voor stuk verschillend. Zo is ook een muisachtige figuur met een Harry Potter-litteken is niet te gek.

Als ze haar masker afdoet, kijkt ze keer op keer met verwondering naar haar eigen creatie. De maskers die ze maakt zijn zowel een afdruk van haar gezicht als een kleikunstwerk. Vervuld van trots toont ze het publiek haar binnenkant en haar buitenkant. Persona is meer dan een knap staaltje boetseerwerk. In de kleinste hoeken van een M-useum kunnen leuke verrassingen opduiken.

Schermafbeelding 2017-11-29 om 11.20.00© KU Leuven Rob Stevens

 

Brahms is een bergbeklimming

Een week geleden nog in de Alpen, vrijdagavond op het podium van de Aula Pieter de Somer (PDS). Dat het USO een week lang hun concert in de bergen heeft voorbereid, kon je horen.

De muzikanten van het USO horen bij de weinige studenten die de herstvakantie nog niet vergeten zijn. Elk jaar houden zij een week lang hun lessen voor bekeken om samen op reis te gaan. En te repeteren.

Dit jaar trokken ze naar Innsbruck, aan de voet van de Oostenrijkse Alpen. Daar bereidden ze de vierde symfonie van Brahms voor, Rossini’s ouverture van Wilhelm Tell en een concerto voor, jawel, bastuba en orkest.

+0H25

Of die muziek iets met bergen te maken heeft, weet ik niet. Maar misschien was hun concert een reis door de Alpen en het orkest de trein die ons meevoerde langs de toppen. Over een flink aantal hoogtemeters en enkele aartsmoeilijke beklimmingen, dat moet gezegd, want een makkelijk programma kozen ze niet.

De hele avond heeft de trein gezwind over de rails geslingerd. Er was een kleine vertraging (+0H25, dat hoort erbij) en een ietwat sputterende start voor nodig, maar tijdens het laatste deel van het eerste werk (het bekendste deel uit de Wilhelm Tell-ouverture) reed de trein al aan volle snelheid.

Aan die rotvaart reed de trein gelukkig niet de hele tijd. Tijdens het concerto voor bastuba bijvoorbeeld, vertraagde de trein geregeld om even van het uitzicht te genieten. En dat was de moeite waard. Want dat een bastuba, normaal gezien een instrument dat in lange, trage noten voor een baslijn zorgt, zo virtuoos kon klinken, moesten we nog ontdekken.

Het tubaconcerto van Vaughan Williams is een aaneenschakeling van schilderachtige scènes. Berglandschappen, zo je wil, als een film. Net daarom is de muziek misschien niet de hele tijd interessant. Als soundtrack onder mooie beelden zou ze langer boeien dan op zichzelf.

Bergbeklimming

Gelukkig was er Brahms. En dat dachten de muzikanten van het USO misschien ook. Het vuur waarmee ze de symfonie van de romantische grootmeester speelden mocht hier en daar de trein wat aan het wankelen brengen, ontsporen deed ze nooit. Integendeel, als een homogene groep gidsten de strijkers ons door het hoofdthema van de symfonie. De blazers, niet zelden een moment alleen, speelden hun lijnen lyrisch. Soms misschien wat bescheiden, maar, toegegeven, opboksen tegen de akoestiek van de PDS is geen cadeau.

Brahms is een bergbeklimming. Vier delen van formaat. Als een ervaren conducteur stuurde Edmond Saveniers de trein over alle lastige passen. Het USO nam Brahms vast en speelde het met schwung. Tijdens het overweldigende tweede deel van het concert besef je dat je voor de pauze nog op de vlakte reed.

Wat Saveniers tijdens het hele concert had kunnen vermijden, gebeurde bij het bisnummer alsnog. De French cancan (dat deuntje ken je ook wel) van Offenbach deed de trein finaal ontsporen. Alles in de maat en op toon, absoluut, maar het feestje barstte los. Laat dat nu net zijn waarvoor een bisnummer dient.

Dat de muzikanten van het USO net terug zijn uit de Alpen en daar een week samen hebben gerepeteerd, kon je horen. Ze speelden alsof ze samen een berg beklommen, met de hele groep samen, met dezelfde top in het vizier. Alsof er in de PDS nog steeds een bergbries waait.

_DSC0075

Foto © USO

Brahms 4 / Universitair Symfonisch Orkest van de KU Leuven / gehoord op vrijdag 10 oktober 2017 / Aula Pieter de Somer

 

 

Breek niks behalve de stilte

Bericht vanop Transit. Iets over nieuwe muziek en het openingsconcert.

‘For other forms of contemporary music, see Popular music.’ Hoewel die regel niet écht deel uitmaakt van het Wikipedia-artikel over hedendaagse klassieke muziek, kan je je geen betere definitie voorstellen. Nieuwe muziek (die andere veelgebruikte term) omvat, zou je kunnen zeggen, alle muziek die vandaag geschreven wordt, behalve wat je weleens op de radio hoort.

Muziek die je niet op de radio hoort, maar wel dit weekend in het STUK. Het Transit-festival programmeert er jaarlijks het nieuwste experiment uit de hedendaagse muziekwereld. Muziek die niets moet, behalve nieuw zijn.

Over hedendaagse klassieke muziek hoor je weleens zeggen dat ze ontoegankelijk is. Want waar zijn de melodieën? Als je een avondje Mozart verwacht schrik je wellicht even op, maar ik zou durven zeggen dat dit genre toegankelijker is dan eender welk ander. Iedereen kan ernaar luisteren en ervan genieten, wat je voorkennis ook is. Sterker nog: hoe meer je erin slaagt je voorkennis over boord te gooien, des te boeiender wordt het avontuur op de nieuwe zee van klanken.

Misschien wilde Tiziano Manca met Defining, het eerste stuk van het festival, vrijdagavond die zee bevaarbaar maken. Misschien was zijn werk een poging om de muziekgeschiedenis te grijpen, te verknippen en over het podium uit te strooien, zodat anderen er iets nieuws mee konden maken. Misschien wilde hij met zijn losse noten en dalende lijnen het muzikaal materiaal dat we kennen, ontleden en zorgvuldig sorteren. Klaarmaken voor recyclage.

Het was aan de andere componsiten om méér te doen. Dat lukte Bart Vanhecke, die met zijn Pour que la nuit finisse de flarden van het vorige stuk bij wijze van spreken verzamelde en liet samensmelten tot een evocatie van een nachtelijke wereld, ver van de onze verwijderd. In het holst van Vanheckes nacht klikt de stem van Els Mondelaers. Zij zingt met een ongeëvenaarde technische bravoure de surrealistische poëzie die de ruggengraat vormt van het werk.

Op dat moment lijkt alsof de nacht niet meer zal eindigen. Eppur si muove (2014), dat een van de laatste werken van Luc Brewaeys is geworden, blijft in dezelfde nachtelijke wereld. Maar de mist trekt op: de zoektocht naar klank, die ook in de andere werken centraal stond, wordt opengetrokken. Brewaeys’ noten tasten alle registers af, glijden uiterst gevoelig langs het hele spectrum van de klank. Net daarom is jammer dat het ensemble niet helemaal de precisie heeft gevonden waar Brewaeys’ muziek om vraagt.

Daarna, tijdens Fransecso Filidei’s Ballata no.5, blijkt het aanbreken van de dag alsnog onvermijdelijk. Ergens in het midden van het stuk breekt de dense klankwolk, waarin ook dit werk is vertrokken, abrupt open. De overgang is bruut en onverwacht, net als het carnavaleske feestje dat erop volgt. Zoals de solist in een jazzband neemt de trompettist de leiding. Alle muzikanten geven zich over aan de bizarre feeststemming. This is fun.

 

 

 

TIP: Op zoek naar Ervín Schulhoff

Het scheelde niet veel of dit was een gortdroog inleidend tekstje geworden om het concert van komende woensdag aan te raden. Gecopypastete Wikipedia-info over een zekere Ervín Schulhoff (nog nooit van gehoord), gekruid met wat wervende woorden over Berg/Stravinski/Schönberg en pianist Daan Vandewalle, want dat kan gewoon niet tegenvallen. Maar ik was dus een tekst aan het schrijven over een Schulhoff-concert zonder – hoe kón ik? – naar muziek van Schulhoff te luisteren.

Toen deed ik wat mijn oorspronkelijke tekst in de vuilbak deed belanden: ik luisterde naar Schulhoffs Fünf Pittoresken op YouTube. Die muziek is zoveel aanstekelijker dan ik verwacht had! Daarom doe ik je een voorstel: zet deze muziek op en lees mijn nieuwe tekst hieronder. Héél traag. Luister eigenlijk vooral naar de muziek, dat is sowieso interessanter (doe maar gewoon je ogen dicht). En op het einde, dat beloof ik je, ben je overtuigd om woensdag naar Schulhoff te komen luisteren, goed? Wie? Schul—?

0:00 I. Zeitmaß [tempo] “Foxtrott”

“Ik hou ongelooflijk veel van dansen in nachtclubs, zoveel zelfs dat er periodes zijn dat ik hele nachten lang met een of andere gastvrouw aan het dansen ben… omdat ik zo van het ritme houd… en van mijn onderbewustzijn, dat zich op zo’n momenten vult met sensueel genot”

Geef toe, zo jazzy had je zijn muziek niet verwacht. Als je Schulhoff voor de eerste keer googelt, krijg je niet meteen een samenhangend beeld van deze zonderlinge componist. Je leest over Praag, over dadaïsme (daarover zo dadelijk meer), maar ook over jazz en swingende melodieën. Op zijn Wikipedia-pagina vond ik dit citaat. Maar ik begrijp het nu pas echt, nu ik zijn muziek al schrijvend hoor.

3:25 II. Zeitmaß “Ragtime”

Iets trager nu, maar nog steeds zo swingend. Hoe kon de geschiedenis deze man vergeten? (Heb je die arpeggio gehoord?) Beeld je een rokerig cafeetje in, zo’n gezellige jazzclub. Het is al laat, iemand zet zich aan de piano en begint deze muziek te spelen. Er klinken wat stemmen op de achtergrond, maar wie in de buurt zit zou zich omdraaien en luisteren.

8:16 Zeitmaß-zeitlos III. In Futurum

Misschien ken je 4’30” van John Cage wel (als je het niet kent, kijk hier dan straks eens naar, of niet, het zijn vier minuten en dertig seconden stilte). En Cage dacht dat hij origineel was?

De jaren na de Eerste Wereldoorlog waren ongelooflijk boeiende jaren voor de kunst. Een grote groep kunstenaars (waaronder de dadaïsten) stond op om komaf te maken met alles waar de kunst tot dan toe voor stond. Ook Schulhoff voelde zich blijkbaar aangetrokken tot die groep kunstenaars. Een nummer stilte tussen jazzy stukjes muziek, wat wil hij ons daarmee vertellen?

“Ik zou toegevingen moeten doen aan de burger?
Dan nog liever mijn uitwerpselen opvreten. –
Mijn devies: leert dada. Geloof me: dada zal zegevieren.”

Dat zegt genoeg.

In Futurum. Stilte. Wist hij niet wat er zou komen en wou hij dat verklanken? Is dit de tabula rasa waar de dadaïsten van droomden?

In elk geval krijgt de stilte wel een wrange bijklank, als je weet de muziek van deze geniale man (van joodse afkomst) verboden zou worden. En dat de nazi’s hem zouden oppakken en uiteindelijk de dood injagen.

9:48 IV. Zeitmaß “One-Step”

In de jaren 20 was de jazz nog jong. Voor Schulhoff was de jazz een manier om los te komen uit het burgerlijke milieu waarin hij was opgegroeid. Op zoek naar vrijheid: “Wij spreken niet in jamben, hexameters, enzovoort, maar in proza, en kunnen daarmee veel meer uitdrukken dan we zelf geloven.” Laat de maatstrepen, laat de strenge voortekening, dans!

13:03 V. Zeitmaß “Maxixe”

Van hoog naar laag en weer terug. Het register van de piano opengooien. Zou de man (hij was ook pianist) zoiets hebben kunnen improviseren?

Hoe kon de geschiedenis deze man vergeten? En met deze stukjes hebben we nog maar één kant van hem gezien. Naar het schijnt schreef hij héél uiteenlopende muziek (maar die ken ik ook niet), van Debussy over Strauss tot de meest experimentele klanken.

Er valt nog zoveel meer over deze man te vertellen, daar ben ik zeker van. Maar ik stop met Schulhoff googelen. Dat hebben anderen mij al voorgedaan, en woensdag komt kunstenaar en dichter Johan Van Cauwenberge dat vertellen. En Daan Vandewalle komt deze jazzy muziek spelen. En muziek van tijdgenoten (Berg/Stravinski/Schönberg), waar Schulhoff mee correspondeerde. Kan niet tegenvallen, lijkt me.

Novecento: Een grote onbekende: Ervín Schulhoff | woensdag, 18 oktober 2017 (20:30) | STUK | € 18 (basis), € 9 (met Cultuurkaart)

schulhoff_1.jpg

 

Mahler uitgekleed

Wat gebeurt er als je een groot orkest reduceert tot zestien muzikanten? Tijdens het openingsconcert van Novecento kregen we enkele liederen van Mahler in hun zuiverste vorm te horen.

Muziek van Gustav Mahler hoor je meestal met groot orkest. Honderd man, minstens, zoals het hoorde aan het eind van de negentiende eeuw. En een zanger, want stem en orkest laten samenkomen doet niemand Mahler na.

Het is dus best verbazend dat we zestien muzikanten het podium zien betreden. Eén viool, één altviool, één cello, één contrabas. Dat is niks vergeleken met het leger strijkers dat normaal gesproken de voorhoede vormt van een laatromantisch symfonisch orkest. Ook van de blazers telt het ensemble maar één per instrument. Eén hoorn? Hoe kan dit ensemble ooit Mahler spelen? Muziek die zoveel haalt uit de klank van een gigantisch symfonisch orkest?

Verbazend goed, zo blijkt. Componist Dimitris Andrikopoulos heeft in zijn bewerking Mahlers klankuniversum zorgvuldig ontleed. De zestien muzikanten van Oxalys bouwen dat universum samen weer op. Dat doen ze voorzichtig – in het begin soms zelfs wat onwennig – maar al snel wint hun weergaloze overtuiging dat ze die andere vierentachtig muzikanten echt niet nodig hebben om Mahlers muziek te laten klinken.

Mahlers kleuren

En daar kunnen we ze niet ongelijk in geven. Hoewel de forte-passages soms wat kracht missen, blijft het kleurenpallet onmiskenbaar Mahler. Meer nog: de prachtige kleuren die soms verloren gaan in de klank van een gigantisch orkest, komen in deze bewerking moeiteloos aan de oppervlakte. Als geen andere componist buitte Mahler schaamteloos de kwaliteiten van elk instrument uit. Net dat horen we, paradoxaal genoeg, met minder muzikanten nog beter.

Bovenop die uitgepuurde klanken zingen mezzosopraan Margriet van Reisen en bariton Henk Neven de liedteksten. Ze moeten niet opboksen tegen een groot orkest, en dat voordeel spelen ze zoveel mogelijk uit. Waar ze de kans zien, vervangen de twee zangers groot volume door tekst en subtiele klank. Daarin gaan ze tot het uiterste, soms nét iets te ver, zodat we hen in sommige passages, zelfs naast een zestienkoppig orkest, even kwijtraken.

De teksten van Des Knaben Wunderhorn zijn niet veel meer dan naïeve volksgedichten. Toch duurt het niet lang voor de banale teksten transformeren in echte poëzie. Eerst denk je nog dat het de gedichten zelf zijn, die gewoon beter worden naar het einde toe. Maar al snel vermoed je dat het de muziek van Mahler is, die de teksten naar een hoger plan heeft getild. Naar een universum waar elk woord, door Van Reisen en Neven subliem vertolkt, een haast metafysische geladenheid krijgt.

Die Gedanken sind frei

In dat universum krijgen we Der Abschied, het laatste deel van Das Lied von der Erde, te horen. Het laatste restje naïviteit dat nog overbleef in Des Knaben Wunderhorn, is in dit werk ver te zoeken. Der Abschied staat bol van de romantische thematiek, maar dat is in Mahlers universum geen probleem. Van Reisen krijgt alle ruimte om de teksten meesterlijk te zingen, en dat doet ze ook. Met een subtiliteit die enkel in deze kleine bezetting naar voren kon komen, leidt ze ons naar het laatste akkoord. Een open slotakkoord, waarin alle vergankelijkheid sublimeert tot een eeuwigdurende gedachte.

Aan de vooravond van de twintigste eeuw schreef Mahler muziek die de deur openzette voor wat zou komen: een twintigste eeuw vol experiment. Misschien doet het slotakkoord van dit concert dat ook: een wit blad aanbieden waarop we alle mogelijke gedachten kunnen neerschrijven.

nov.jpg

Mahler: Die Gedanken sind Frei | maandag 25/09/2017 | PDS | openingsconcert Novecento en KU Leuven | €5 met Cultuurkaart

Zet het derde trimester in met een streepje klassiek

De laatste twee weken van april zitten bomvol klassiek. Zet deze concerten zeker in je agenda.

1. De lenteconcerten van het USO

De lenteconcerten van het USO komen eraan. De vijfde symfonie van Sjostakovitsj (aka ‘Sjos Vijf’), een vioolconcerto van Bruch en de Capriccio Italien van Tsjaikovski, da’s drie keer romantische passie zonder weerga. Voor de dorstigen is er de traditionele en welbekende USO-receptie achteraf.

do 27/4, vr 28/4, 20u | Aula Pieter De Somer | €5 (studenten), €4 (Cultuurkaart) | info & tickets

2. Passie van de stemmen

Ooit was Vlaanderen het centrum van meerstemmige muziek, maar ook over het kanaal bestaat een eeuwenlange traditie van koormuziek. Het Britse ensemble The Sixteen brengt Engelse polyfonie naar Leuven. Naast William Byrd hoor je muziek van Arvo Pärt, een eigentijdse Estse componist. Zestien stemmen, mooier wordt het niet.

do 20/4, 20u30 | Abdijkerk Vlierbeek | €16 (-26/Cultuurkaart) | info & tickets

Ook de dagen erna klinkt in de Abdij van Park muziek voor stemmen.

3. Händels Messiah

Toen de dieren nog spraken werd in de schoot van WINA (de kring van fysici en wiskundigen) een studentenkoortje opgericht. Nu, 20 jaar later, brengt Koordinaat de Messiah van Händel. Twee uur feestmuziek. Hallelujah!

za 29/4, 19u30 | Aula Pieter De Somer | €16 (student) | info & tickets

(beeld © USO)