Beton om te bewonderen

Dat beton meer is dan een grijs bouwmateriaal, toont de nieuwe publicatie van Stad en Architectuur. Die heeft de vorm van een kaart waarmee je langs het mooiste beton van Leuven kunt wandelen. De kaart laat je niet alleen nieuwe plekken zien, maar doet je ook anders kijken naar gebouwen waar je elke dag voorbij loopt.

Beton is overal, al zie je dat lang niet altijd. Het materiaal, vaak verscholen achter muren en onder daken, stut vandaag ongeveer elk gebouw waarin we rondlopen. Toch inspireert het alledaagse bouwmateriaal tot allerminst alledaagse experimenten. Ook in Leuven.

Met de nieuwe kaart van Stad en Architectuur, die je gratis kunt afhalen, kun je die betonnen creaties gaan ontdekken. Veertien zorgvuldig uitgekozen projecten tonen dat betonnen bouwwerken lang niet altijd troosteloze woonblokken of bouwvallige bruggen zijn, maar wel ingenieuze constructies of kunstige sculpturen – of beide tegelijk.

Oude brouwerijen

Het oudste betonexperiment op de kaart is De Hoorn. Vandaag huist het pand hippe bedrijfjes en een restaurant, vroeger werd er Stella gebrouwen, in een toen revolutionair (want verticaal) productieproces. Het gebouw uit de jaren 20 verbergt een constructie van betonnen liggers waarvan ingenieurs vandaag nog opgewonden raken (betonnen vierendeelliggers, voor de fijnproevers).

Dat je die constructie vandaag kunt bewonderen, is te danken aan 360 architecten. Het bureau werkte de zuidgevel open met een betonnen raamwerk en zorgde binnen voor indrukwekkende uitsparingen die het erfgoed een nieuwe dimensie geven.

Lees verder onder de foto.

© Filip Dujardin

Nog niet verbouwd – maar wel een omweg waard – zijn de betonnen cilinders even verderop. De silo’s, vroeger ook van Stella Artois, zijn ongewild een landmark geworden aan de noordkant van de stad. Binnenkort zouden ze er wel eens heel anders uit kunnen zien, wanneer XDGA ze gaat verbouwen tot de opvallendste woontoren van Leuven.

Expressief modernisme

Een selectie van betonnen bravoure kan niet om de modernisten heen. In de jaren 70 ontwierp Renaat Braem, waarschijnlijk de grootste modernist van ons land, hoge torens voor Sint-Maartensdal. De woonblokken moesten aan zoveel mogelijk mensen onderdak geven. En dat mocht gezien worden. De torens zijn even berekend als expressief: de futuristische antennemast bepaalt vandaag nog de Leuvense skyline.

Al even expressief – en niet minder onbesproken – zijn de brutalistische gebouwen uit die periode, zoals Alma 3 en het Erasmushuis. Het brutalisme leverde de karakterkoppen van de naoorlogse architectuur. Het onafgewerkte beton (béton brut) verbergt een intrigerende schoonheid – al zie je dat niet meteen.

Hoewel ze er oorspronkelijk moeten hebben uitgezien als vreemde ruimteschepen in een park, worden hun harde karaktertrekken vandaag verzacht door de natuur. Het beton van Alma 3 verweert steeds meer en klimplanten overwoekeren de trappen van het Erasmushuis. Het zijn de toekomstige ruïnes van grote dromen.

Natuurlijk beton

Ook recente projecten onderzoeken de grens tussen beton en natuur. De kaart leidt je bijvoorbeeld langs het Sluispark, waar OKRA betonnen stroken door het grasveld trok. Het beton, dat een stuk boven het maaiveld uitkomt, fungeert als fietspad of als bank en geeft een podium aan het alledaagse leven.

In park Belle-Vue bouwde Binst een flatgebouw dat de relatie met het park aangaat door zijn vorm en kleur over te nemen. Dat levert een intelligente mise en abyme op, die niet alleen op een grondplan maar ook in het echt in het oog springt.

Lees verder onder de foto.

© Anja Van Eetveld

Het hoofdkwartier van DMOA onderzoekt de relatie tot de natuur in het beton zelf, dat ruw en manueel is aangestampt. Het effect is knap: vanop een afstand lijken de muren uit natuursteen gehouwen. Het gebouw verbergt trouwens nog een bijzondere spielerei, die ik hier niet zal verklappen. Loop er maar eens langs, dan hoor je het wel.

Betonnen beeldhouwwerken

De beste vondsten van de redacteurs zijn twee trappen. Op het terras van M staat een trap die op z’n kant is gezet. Met die eenvoudige ingreep transformeerde Hannes Van Severen een alledaagse trap – het is zo’n trap die je op elke werf ziet liggen – tot een beeldhouwwerk. Wie ernaar kijkt ziet geen trap meer, maar een lichaam, een danser verwrongen in een zijwaartse beweging.

Een al even onopvallende trap vormt het basiselement van de vluchtkoker van het rectoraat. Om een hoge vluchtcapaciteit te realiseren, vlochten LAVA en Bogdan & Van Broeck verschillende betonnen trappen in elkaar. Dat bleek niet alleen een slimme technische oplossing, het leverde ook een verbluffende ruimtelijke sculptuur op waarin je kunt blijven rondlopen. Als de deuren van het rectoraat weer openstaan, moet je dat zeker eens doen (ook het uitzicht over de stad loont de moeite).

Maar de mooiste betonsculptuur van Leuven heeft de selectie niet gehaald. Dus hier nog mijn tip: ga – zodra het weer kan – naar een voorstelling in het STUK en bewonder de betonnen wanden van de Soetezaal. De architecten van Neutelings Riedijk gaven het beton de vorm van een wapperend gordijn, bevroren in de tijd. De wand laat zien dat beton over de mogelijkheden van marmer beschikt.

Als gegoten | Stad en Architectuur | De digitale versie vind je hier, de geprinte versie kun je gratis bestellen of afhalen bij Visit Leuven (Naamsestraat 3).

Sterren en strepen. Onze keuze uit het Festival 20・21-programma

Festival 20・21 is gestart. De concertreeks staat dit jaar in het teken van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Met negen concerten en zes lezingen slaat Festival 20・21 een brug naar het land over de oceaan.

Dit jaar geen grote bijeenkomsten, wel intieme concerten in de prachtige kapel van het Hollands College. En een bruisend UUR KULTUUR in het STUK.

1. Lauds & Homages

Kan een muziekstuk onspeelbaar zijn? Toen John Cage zijn Freeman Etudes schreef, dacht hij van wel. De Amerikaanse componist maakte zijn stuk zo moeilijk, dat niemand het ooit zou kunnen uitvoeren.

Dit fragmentje uit de Freeman Etudes geeft een idee van de complexiteit (Wikipedia). Hier hoor je hoe het klinkt

Dat was buiten een aantal briljante violisten gerekend, die zich zo lang op het stuk stortten, tot ze het konden spelen. Ondertussen zijn de Freeman Etudes geen onspeelbare stukken meer, maar virtuoze experimenten die nog steeds worden uitgevoerd.

Festival 20・21 selecteerde niet alleen de Freeman Etudes, maar ook andere virtuoze – en aartsmoeilijke – werken voor viool.

Een van die werken is de Sonata voor viool solo van Béla Bartók. De sonate is zo complex, dat het soms lijkt alsof je niet één violist hoort, maar een heel ensemble.

Lauds & Homages | 28 en 29 september | Hollands College | €20 (basis), €15 (student), €10 (Cultuurkaart)

Wibert Aerts repeteert in het Hollands College

2. I am a stranger everywhere

Lange tijd was Amerika het toevluchtsoord voor wie van nieuwe horizonten droomde of moest vluchten voor oorlog.

In de jaren 40 kwamen veel Europese componisten in Amerika terecht. Wat hen verbond was niet zozeer een muzikale stijl, maar wel een gevoel van vervreemding en ontworteling.

Festival 20・21 verzamelde liederen waarin heimwee klinkt. Ze zijn van de hand van twintigste-eeuwse ballingen, of van Franz Schubert, van wie het oeuvre een bron van inspiratie is voor elke componist die de vervreemding verklankt.

Sopraan Lore Binon en pianiste Inge Spinette, specialisten in het vak, zullen de liederen vertolken. Zij geven uitdrukking aan eenzaamheid en afstand, woorden die de laatste maanden een heel nieuwe lading hebben gekregen.

I am a stranger everywhere | 20 en 21 oktober | Hollands College | €20 (basis), €15 (student), €10 (Cultuurkaart)

Lore Binon zingt Schubert tijdens de lockdown (Sylvie Decramer speelt piano)

3. Imaginary Landscapes

Nadat je een stuk van John Cage hebt gehoord, klinkt de wereld buiten de concertzaal nooit meer hetzelfde.

Dat komt omdat John Cage van elk geluid muziek maakt: een klinkend kopje koffie, een ruisende radio, zelfs de stilte. Zo scherpt hij je oren en laat hij je geluiden horen waar je nog nooit bij stil had gestaan.

Live klinkt het werk van Cage nog veel beter. Zeker als het gebracht wordt door Slagwerk Den Haag, een gerenomeerd ensemble dat vier jaar geleden Leuven al verraste met Cages muziek.

Slagwerk Den Haag speelt Imaginary Landscape 3 voor de Nederlandse televisie

Imaginary Landscapes | 15 oktober | STUK | Dit concert is een UUR KULTUUR en is gratis met Cultuurkaart. Via deze pagina kun je begin oktober tickets reserveren

Ode aan Ovidius

Dat Ovidius ook vandaag nog de verbeelding van kunstenaars prikkelt, toonden schrijvers en muzikanten zaterdagavond in 30CC met een veelstemmige lofzang aan de grootmeester. Maar konden zij ook onze verbeelding aan het werk zetten?

Ovidius moet een van de grootste schrijvers aller tijden zijn. Zijn verhalen vonden overal hun weg, in schilderijen, opera’s en boeken. En jongeren lezen zijn Metamorfosen op school, nu nog steeds, tweeduizend jaar na zijn dood.

Precies tweeduizend jaar? Echt zeker weten we dat niet, maar dat vond classicus Patrick De Rynck geen bezwaar. Hij nodigde een legertje literaire grootheden, van Michaël De Cock tot Peter Verhelst, uit om Ovidius te vieren. Noémie Schellens, Tine Reymer en Capella Nova brachten een muzikale ode.

Een bont gezelschap, dus. En met de presentatie (inclusief interviews) tussen de delen door kreeg de avond zelfs iets van een radioshow, of een talentenjacht.

Metamorfose

Maud Vanhauwaert opende de avond met een vraag vermomd in een literaire performance: kunnen we de kloof die ons van Ovidius scheidt overbruggen?

Vanhauwaert liet een een gedicht een aantal keren vertalen, heen en weer naar het Nederlands, om te tonen hoe taal en tijd betekenis doen vervagen. Maar wanneer tien vrijwilligers de gedichten ten slotte voorlazen, hoorden we net de schoonheid van die talige metamorfose.

De kloof van tijd en taal mag dan groot zijn, Ovidius’ denken staat dichter bij ons dan we denken. Dat is wat elke auteur ons tijdens de rest van de avond toonde.

Joke van Leeuwen bijvoorbeeld, legde Ovidius’ tips voor de liefde naast enkele (veel recentere) conservatieve boekjes over het huwelijk. Het was een even eenvoudige als hilarische truc om te laten zien hoe herkenbaar Ovidius vandaag nog is.

Carmien Michels schreef brieven tussen enkele personages uit Ovidius’ verhalen. De brieven, vol hedendaagse referenties en in een taal die aan slam poetry doet denken, deden de kloof van tweeduizend jaar verdampen.

Michaël De Cock las het tweeduizend jaar oude verhaal van Aktaion voor, maar greep de gelegenheid aan om daarnaast een belangrijke bedenking te formuleren. In Ovidius’ liefdesspel heeft de vrouw het zelden voor het zeggen, wat de poëzie van Ovidius zelfs populair maakt in alt-rightkringen.

Niet elke schrijver ging op zoek naar een expliciete band met het heden. Door voor te lezen uit eigen werk toonden Peter Verhelst en Jeroen Olyslaegers dat Ovidius ook op een abstracter niveau de verbeelding aan het werk kan zetten, en aanleiding kan geven tot het meest uiteenlopende proza.

Decor

Naast al dat literaire vuurwerk hield de muziek maar moeilijk stand. Tine Reymer zette onder begeleiding van eenvoudige akkoorden de tijd tussen de gedichten stil, maar haar muziek prikkelde maar even.

Het vuur dat Noémie Schellens wel in de wulpse Händel-aria legde, miste in de Lamento’s van Monteverdi en Purcell. De nogal letterlijke enscenering liet bovendien maar weinig ruimte aan de verbeelding.

De meest poëtische bijdrage was zonder woorden of muziek. De hele avond zat Gerda Dendooven onopgemerkt aan een tafel aan de zijkant van het podium, waar ze tekeningen maakte die live werden geprojecteerd.

Met die tekeningen, die in lagen over elkaar steeds nieuwe decors vormden, schiep Dendooven een wereld waarin de verbeelding de vrije loop kon gaan. Dat is de verbeelding die Ovidius nodig heeft.

Vivam! Ik blijf leven! | 30CC/Schouwburg | korting met Cultuurkaart

Van 21.11.2019 t.e.m. 16.02.2020 kan je in de Universiteitsbibliotheek op het Ladeuzeplein de expo Ovidius in metamorfose bezoeken.

De illusie van de machteloze pianist

Daan Janssens en Frederik Croene schreven nieuw werk voor én over piano. Hun composities, die te horen waren tijdens het openingsconcert van Transit, brengen een radicaal verschillende boodschap.

Twee piano’s, dat waren de middelen die Daan Janssens en Frederik Croene – geen onbekenden op Transit – aanvankelijk voor ogen hadden. Janssens besloot er electronics aan te voegen, Croene, die samenwerkte met beeldend kunstenaar Karl Van Welden, verving één piano door een gigantisch vilten doek.

In (Paysage en attente…), het nieuwe werk van Janssens, ontwikkelt een aanvankelijk beperkte set van noten zich traag in de ruimte. Klanken echoën in de twee piano’s die als een stereo-installatie vooraan op het podium staan, en in de luidsprekers die de klank in alle richtingen de zaal door sturen.

(Paysage en attente…) doet precies wat de titel doet vermoeden. De klanken vormen een landschap dat steeds meer diepte en details krijgt, maar zich niet buiten de vier muren van de zaal begeeft. De echo’s zorgen ervoor dat de ontwikkeling van het landschap in een loop begint te lopen. Janssens zet de wereld een halfuur lang op pauze.

De metafoor van een landschap dat zich traag voor je ogen ontvouwt, is een al te makkelijke manier om muziek te beschrijven. Wat Janssens’ muziek zo goed maakt, is dat ze die ruimtelijke metafoor helemaal niet nodig heeft. De compositie is een ruimtelijke installatie; de echo’s maken het werk tot een verbluffend ruimtelijk schouwspel, waarin het heerlijk vertoeven is.

Janssens doet de piano alle eer aan. Door minutieus alle mogelijkheden van de snaren te onderzoeken, legt hij nog verborgen registers van het instrument bloot. Janssens hoeft geen lepels of zilverpapier tussen de snaren te stoppen om iets nieuws te vertellen. In (Paysage en attente…) krijgen Elisa Medinilla en Frederik Croene bovendien alle ruimte om hun verbluffende spel te tonen; zonder hun precieze, zelfs virtuoze uitvoering houdt het werk geen stand.

Dat is anders in de compositie van Croene zelf, die geen titel heeft. Nu zit hij alleen op het podium, zijn rug schuin naar het publiek gekeerd. Met eenvoudige melodietjes – op repeat – reduceert hij de act van het piano spelen tot de essentie. Het ziet er triestig uit: een eenzame pianist, aan het eind van de mogelijkheid gekomen iets nieuws te spelen.

Dan daalt een enorm vilten doek langzaam neer. Het is een prachtig beeld. Na een tijd bedekt het doek, dat de vorm heeft van een berglandschap, de pianist. Het lijkt wel of het een dialoog aangaat met het al even stille pianospel van Croene. Misschien komt het door de ietwat melancholische akkoorden, maar het geheel is bijna ontroerend.

Net omdat het beeld van de pianist onder het neerdalende doek zo sterk is, is het vreemd dat de compositie, wanneer het doek eenmaal is neergedaald, nog maar halfweg blijkt. Croene blijft, daarin bewust gehinderd door de installatie, dezelfde muziek herhalen. Op die manier krijgen we de tijd om het beeld te overzien en de klanken te beluisteren. Tot alle magie eraf is.

Wat wil Croene, daar alleen op het podium, zeggen? Tijdens de tweede helft van het stuk kunnen we ook die vraag overdenken. Toont de machteloze pianist dat er op het podium geen plaats meer is voor nieuw virtuoos pianospel? Als het werk van Croene en Van Welde inderdaad tot die conclusie komt, heeft de briljante compositie van Janssens die gedachte al ontmaskerd als een machteloze fictie. Er zijn nog zoveel nieuwe klanken te ontdekken.

Het concert werd live uitgezonden tijdens ‘Klara live’. Je kan het programma hier herbeluisteren.

Pianoguide | Transit | Festival 20·21 | 18 oktober 2019 | STUK | 50% korting met Cultuurkaart

20191018 IMG_6107 2021 Transit vrijdag © Emmanuel van der Beek© Emmanuel van der Beek

 

Tsjechische mix

Tijdens het laatste UUR KULTUUR voerde het Pavel Haas Quartet werk uit van drie Tsjechische componisten. De stukken en de uitvoering zijn theater.

– Noem drie Tsjechische componisten.
– Dvořák? Euhm…

Tsjechische componisten zijn bij ons, op enkele uitzonderingen na, nooit echt bekend geworden. Dvořák en Janáček klinken voor de fans misschien nog vertrouwd, maar Schulhoff, met wie Festival 20·21 ons twee jaar geleden al liet kennismaken, is zo’n figuur waarvan je alleen maar kan betreuren dat niemand hem nog kent.

Tijd om daar verandering in te brengen. Festival 20·21 programmeerde drie strijkkwartetten van Tsjechische meesters. Het Pavel Haas Quartet voert de werken van Ervín Schulhoff, Antonín Dvořák en Leoš Janáček uit – voor het Tsjechische ensemble een thuismatch.

Het concert opent met Schulhoffs Eerste strijkkwartet. Dat stuk leest, net als de artistieke levensloop van Schulhoff zelf, als een samenvatting van alle muzikale stromingen die er in het begin van te twintigste eeuw te horen waren. Alleen volgen ze elkaar niet chronologisch op: impressionisme, dadaïsme, atonaliteit en dodecafonie komen samen in één jazzy compositie.

Zo’n eclectische mix zou een rommeltje kunnen worden, maar dat gebeurt niet. Schulhoff is een briljant componist: hij heeft elk deel van de partituur tot in het kleinste detail uitgedacht. Die precisie verhindert niet dat de muziek op elk moment kan klinken zoals de tempoaanduiding van het eerste deel aangeeft: con fuoco.

Met vuur voert het Pavel Haas Quartet de muziek van Schulhoff uit. De mimiek van de muzikanten lijkt bij momenten deel uit te maken van de compositie. De cellist (heeft hij zijn partituren nodig?) laat zijn instrument los terwijl hij over een open snaar strijkt; hij kijkt uitdagend zijn collega’s aan. Dit is wat Schulhoff nodig heeft.

Naast de onbekende Schulhoff staat de wereldberoemde Antonín Dvořák, die vooral met zijn Negende symfonie – een ode aan de nieuwe wereld – een hit scoorde. Ook zijn Twaalfde strijkkwartet, dat hij niet lang daarna schreef, gaat over Amerika. Maar we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat dit stuk ook over Tsjechië gaat. De hele compositie is een mix van muzikale invloeden – subtieler dan bij Schulhoff, maar niet minder aanstekelijk.

Dat het theatrale Pavel Haas Quartet ook subtielere registers kan bespelen, bewijst het in dit strijkkwartet van Dvořák. In deze muziek valt het des te meer op hoe goed de muzikanten elkaars partijen kennen. Ze bewegen zich door de partituur zonder elkaar ook maar één moment uit het oog te verliezen. Hun sublieme samenspel zorgt ervoor dat de muzikanten alle ruimte hebben om écht muziek te maken. Soms lijkt het alsof er – net zoals in de Negende – een heel orkest voor je zit.

Janáčeks Tweede strijkkwartet (Intieme brieven) is, anders dan de ondertitel doet vermoeden, niet minder theatraal. Janáček schreef het werk terwijl hij een intense briefwisseling onderhield met zijn muze – een briefwisseling van de meer dan 700 brieven, voornamelijk van Janáček zelf.

Opnieuw een ander register dus, maar dat is voor het Pavel Haas Quartet geen probleem. De compositie van Janáček is een aaneenschakeling van zinnen vol contrasten en spanningsbogen zonder oplossing – het relaas van een onbeantwoorde liefde. De onafgebroken ideeën staan in schril contrast met de lyrische lijnen van Dvořák, maar het ensemble betreedt moeiteloos de andere wereld van Janáček.

Hoe klinkt Tsjechische muziek? Na dit concert is het des te duidelijker dat op die vraag geen eenduidig antwoord bestaat. Maar we vermoeden wel dat het expressief moet zijn. Schaamteloos theatraal misschien, zoals het Pavel Haas Quartet de componisten uit eigen land uitvoert.

Intieme brieven | Pavel Haas Quartet | Festival 20·21 + UUR KULTUUR | 14 oktober 2019 20:30 | Grote Aula Maria Theresia College | gratis met Cultuurkaart

Teruglezen

Op zoek naar Ervín Schulhoff (uit 2017)

TIP: Transit

Tijdens Transit, het Leuvense festival voor nieuwe muziek, hoor je ieder jaar de muziek van morgen. Wat staat er dit jaar op het programma?

Uitgelicht: Pianoguide

Transit opent dit jaar nieuw werk van Daan Janssens en Frederik Croene.

Janssens schreef een compositie voor twee piano’s en elektronica. Hij omschrijft zijn nieuwe stuk als een aaneenschakeling van resonanties op drie niveau’s: de resonantie tussen de snaren in de piano’s zelf, de resonantie van de klank van de piano’s in de electronics en de resonantie van het nieuwe stuk in ons eigen muzikale referentiekader. Die laatste vorm van resonantie is volgens Janssens de belangrijkste, want die bepaalt hoe wij het werk uiteindelijk zullen horen. En daar heb je als componist geen vat op.

Croene, die zelf pianist hebben, wil het hebben over de pianist op het podium. Hij zal zelf plaatsnemen achter de piano en de handeling van het piano spelen tot het minimum reduceren. Zijn compositie bestaat, aldus Croene zelf, uit melodietjes die je als het ware met één vinger kunt spelen. Geen virtuoze concerto’s dus, wel een ingetogen onderzoek naar wat het betekent om als pianist op het podium te zitten. Dat pianospel gaat in dialoog met een installatie van beeldend kunstenaar Karl Van Welden, een groot vilten doek dat een landschap vormt achter de pianist.

(lees verder onder de video)

Verder op het programma

  • Claudia Molitor laat hetzelfde werk een jaar lang uitvoeren op verschillende plekken, door verschillende artiesten. De compositie transformeert bij elke uitvoering (vrijdag 18 oktober, 22:15).
  • Wim Henderickx schrijft nieuw werk voor zelfgemaakt slagwerk. Het MATRIX-project belooft ritmische opwinding (zaterdag 19 oktober, 11:30).
  • Een elektrische gitaar zonder fretten betekent kwarttonen en glissando’s. Tenminste, dat vermoeden we (zaterdag 19 oktober, 17:30).
  • Bl!ndman is al dertig jaar de referentie voor het saxofoonkwartet. Een nieuwe compositie blikt terug op hoe het begon (zaterdag 19 oktober, 20:30).
  • Ook de 21ste eeuw kent virtuoze pianowerken. Op het programma onder meer het onovertroffen werk van Peter Ablinger (zondag 20 oktober, 14:00).
  • Quatuor Diotima speelt nieuw werk van Oscar Bianchi. Benieuwd of er ook dit jaar snaren sneuvelen (zondag 20 oktober, 17:30).
  • Muziek en beeld komen samen tijdens het slotconcert. Composities van Wim Henderickx, Vykintas Baltakas en Annelies Van Parys (zondag 20 oktober, 20:30).

Transit, Festival voor nieuwe muziek | 18-20 oktober 2019 | STUK | korting met Cultuurkaart

Teruglezen

Een piano afbreken (uit 2018; voor rekto:verso)
Breek niks behalve de stilte (uit 2017)
Onverwacht experiment (uit 2016)

(Het eerste deel van de tekst is gebaseerd op een interview met de makers)

 

TIP: 3 x Festival 20·21

Nog de hele maand organiseert Festival 20·21 concerten met muziek van de 20ste en 21ste eeuw. Het openingsconcert, een ruimtereis door de universums Holst en Haas, betekende de start van een mooie belofte: ons te brengen naar plekken waar we nog nooit zijn geweest. Waar moeten we zeker heen? Drie onbekende plekken uitgelicht.

De vergezichten van Wolfgang Rihm

De Duitse componist Wolfgang Rihm (1952) was amper 25 toen zijn Musik für drei Streicher (1978) in première ging. Waar veel componisten in de jaren 70 afstand namen van een al te duidelijke romantische taal, sloeg de jonge Rihm een andere weg in. Hij luisterde wél naar Mahler en Bruckner en schreef werken die onbeschaamd expressief zijn. Maar, anders dan je zou denken, vervallen zijn stukken niet in voorspelbare neostijlen. De klanken zijn nieuw en onverwacht, en nemen je mee op adembenemende bergwandelingen met vergezichten waar je uren naar kan kijken.

Door merg en been| dinsdag 8 oktober, 20:30 | Iers College | 50% korting met Cultuurkaart

De zeereizen van Tristan Murail

Niet alleen boeken kunnen autobiografisch zijn, ook muziek kan een leven in kaart brengen. De Franse componist Tristan Murail (1947) schrijft met Portulan zijn autobiografie. Murail vatte het werk aan in 1999 en voltooide sindsdien acht delen. De titel verwijst naar de portulaan, een handgetekende zeekaart die kapiteins vanaf de 13de eeuw gebruikten om over de woelige zee te navigeren. Wie door het werk van Murail navigeert, reist tegelijk dus door diens leven. De composities van Murail bijzonder kleurrijk. Klankkleur is voor Murail, een spectralist, zelfs het uitgangspunt; de muziek volgt de kleur die de noten van nature hebben. Dat maakt de reis van Murail zo mooi: de landschappen die de inspiratie vormden voor het werk, worden als het ware weer voor je ogen geprojecteerd.

Cartografie van een leven | donderdag 17 oktober, 20:30 | LUCA School of Arts Campus Lemmens | 50% korting met Cultuurkaart

Het wolkendek van Kaija Saariaho

Ook voor Kaija Saariaho (1952), een Finse componist, is de klankkleur een primordiaal element. Aile du songe (2001), een concerto voor fluit en orkest, volgt een vogel in zijn vlucht. Dat mag een open deur lijken, het levert een briljante compositie op. Op het wolkendek van het kamerorkest (met strijkers, harp en veel slagwerk), krijgt de dwarsfluit alle ruimte voor een spannende vlucht. Naast Aile du songe staat de Vijfde symfonie (1919) van de beroemde Finse componist Jean Sibelius op het programma. Ook Sibelius’ muziek wordt vaak met landschappen vergeleken, landschappen die ongetwijfeld Saariaho hebben geïnspireerd.

Fin(n)ishing Touch | vrijdag 25 oktober, 20:30 | LUCA School of Arts Campus Lemmens | 50% korting met Cultuurkaart

Parallelle universums

Maandagavond opende Festival 20·21 met een indrukwekkend concert. Acht trombonisten en twee slagwerkers mixten muziek van Gustav Holst en Georg Friedrich Haas tot één ruimtereis. Maar de universums van Holst en Haas liggen lichtjaren van elkaar verwijderd.

Hoe klinkt de kosmos? Geluid mag dan in het grootste deel van de ruimte onmogelijk zijn, componisten zoeken al eeuwenlang inspiratie in de onmetelijke verten van het heelal. Ook Gustav Holst (1874-1934) en Georg Friedrich Haas (1953) schreven muziek waarin we de ruimte kunnen horen.

In The Planets (1916) van Holst is de link met de ruimte niet ver te zoeken. De zeven delen van het werk zijn genoemd naar de planeten die toen bekend waren, met uitzondering van de aarde. De suite is opgebouwd als een reis door de ruimte, vertrekkend op Mars en eindigend op Neptunus. De spannende muziek zou een soundtrack bij een film kunnen zijn.

Tijdens het openingsconcert horen we niet de oorspronkelijke versie voor symfonisch orkest, maar een arrangement voor acht trombones en slagwerk, dat speciaal voor deze gelegenheid werd geschreven. De trombonisten (Trombone Unit Hannover) krijgen de onmogelijke opgave een orkest van meer dan honderd muzikanten (plus vrouwenkoor) te vervangen.

Die vertaalslag resulteert in zeven delen muzikaal vuurwerk. Om een symfonisch orkest te vervangen, moeten de trombonisten de grenzen van hun instrument opzoeken. De muzikanten spelen lager en hoger dan we ooit mogelijk achtten en blazen de zaal omver met een immense kracht. Maar vergeleken met de oorspronkelijke versie verliest het werk aan diepte en kleur.

Kleurrijker is het Octet (2015) van Haas, al is kleur een lastig begrip voor de donkere ruimte die het werk oproept. Met traag bewegende noten schept Haas klanklandschappen die in de verte aan Ligeti of Xenakis doen denken. In die ijle ruimte beginnen deeltjes te bewegen – tot ze weer oplossen in de oneindigheid van het heelal.

In het werk van Haas moeten de muzikanten nog verder gaan dan in de bewerking van The Planets. De compositie van Haas zit vol met trage glissando’s, kwarttonen en uiterst gevoelige unisono’s. Die kunnen spelen vereist een briljante techniek. Om het hele universum van Haas te verklanken tasten de muzikanten wederom de grenzen van hun instrument af – en beslissen ze die te overschrijden.

De vraag die na het concert blijft hangen, is waarom de twee werken door elkaar werden opgevoerd. In een poging één lange ruimtereis te maken (verbeeld door het zonnestelsel op een scherm achter de muzikanten), speelden de muzikanten afwisselend een deel uit de suite van Holst en een fragment uit het octet van Haas.

Maar in de universums van Haas en Holst gelden andere wetten. De reis tussen de universums is te lang, de gedachtesprong tussen de muzikale talen te groot. We bereiken geen van beide universums echt, maar blijven ronddwalen tussen beide. Dat is merkbaar in het publiek, wanneer tijdens de intermezzo’s een enkeling zijn telefoon neemt en contact zoekt met de aarde.

Aan het einde van het concert neemt een lid van het ensemble een microfoon om te benadrukken wat we allang wisten. Dat deze muziek aartsmoeilijk is. Ze zullen nog één nummer spelen, een liedje uit de film Rocky. Zo sluit de avond feestelijk af en worden we er nog eens aan herinnerd: dit ensemble speelt echt fantastisch. De landing naar de aarde is ingezet.

Festival 20·21 organiseert nog de hele maand concerten in Leuven. Het volledige programma vind je hier.

Zoeken naar oneindigheid | Trombone Unit Hannover en Krausfrink Percussion | Festival 20·21 | 23 september 2019 20:30 | Aula Pieter De Somer | €25, €12,50 (studenten)

Kerst: 3 x klassiek

Twee universitaire ensembles geven concerten en tenor Reinoud Van Mechelen komt met zijn ensemble naar Leuven. Drie tips voor december.

Sterre Decru en Emmanuel van der Beek

9 en 11 december, Aula Pieter De Somer
Ontwapend (Arenbergorkest)

De herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog mogen dan grotendeels achter ons liggen, het Arenbergorkest staat nog een laatste keer stil bij het conflict dat Europa honderd jaar geleden door elkaar schudde. Dat doen ze onder meer met fragmenten uit de soundtrack van La vita è bella (1997), een film die weliswaar over de Tweede Wereldoorlog gaat, maar als geen andere de oorlogsgruwelen in beeld brengt. Filmmuziek en het Arenbergorkest: een combinatie die al vaker prachtige concerten opleverde.

€5 (Cultuurkaart), €6 (student), €10, +€1 aan de kassa
www.arenbergorkest.be

11 december, St.-Jan-de-Doperkerk
Make we joy (Leuvens Universitair Koor)

Bij een kerstconcert van het Leuvens Universitair Koor (LUK) mogen dan een heleboel tradities horen, geen twee kerstconcerten klinken ooit hetzelfde. Dit jaar brengt het koor een gevarieerd programma: de muziek gaat van motetten van Poulenc over gospels tot een eigenzinnige bewerking de kerstklassieker Sleigh ride. Het LUK nodigt een contrabassist uit om de zangers met een walking bass te begeleiden.

€5 (Cultuurkaart), €6 (student), €10, +€1 aan de kassa
www.leuvensuniversitairkoor.be

16 december, Abdijkerk Vlierbeek
Un Noël français (Reinoud Van Mechelen)

Dat Reinoud Van Mechelen en 17de-eeuwse muziek een goede match zijn, blijkt elke keer opnieuw een absoluut voldongen feit. Ook nu waagt de tenor zich, samen met zijn jonge ensemble A Nocte Temporis in de muzikale regionen van de Franse barok. En dit met twee feestelijke kerstpastorales uit het oeuvre van Marc-Antoine Charpentier. Kom, ga erheen en droom weg bij de vrolijke klanken van hupse herders en dartele engeltjes!

€16, -10% (-26), -20% (Cultuurkaart)
https://www.30cc.be/nl/programma/item/un-noel-francais

 

36130fd46d4ab360b060e52fe9127bcd-Un_Noel_FrancaiscSenne_Vanderven.jpg
© Senne Van der Ven (bron)