Ode aan Ovidius

Dat Ovidius ook vandaag nog de verbeelding van kunstenaars prikkelt, toonden schrijvers en muzikanten zaterdagavond in 30CC met een veelstemmige lofzang aan de grootmeester. Maar konden zij ook onze verbeelding aan het werk zetten?

Ovidius moet een van de grootste schrijvers aller tijden zijn. Zijn verhalen vonden overal hun weg, in schilderijen, opera’s en boeken. En jongeren lezen zijn Metamorfosen op school, nu nog steeds, tweeduizend jaar na zijn dood.

Precies tweeduizend jaar? Echt zeker weten we dat niet, maar dat vond classicus Patrick De Rynck geen bezwaar. Hij nodigde een legertje literaire grootheden, van Michaël De Cock tot Peter Verhelst, uit om Ovidius te vieren. Noémie Schellens, Tine Reymer en Capella Nova brachten een muzikale ode.

Een bont gezelschap, dus. En met de presentatie (inclusief interviews) tussen de delen door kreeg de avond zelfs iets van een radioshow, of een talentenjacht.

Metamorfose

Maud Vanhauwaert opende de avond met een vraag vermomd in een literaire performance: kunnen we de kloof die ons van Ovidius scheidt overbruggen?

Vanhauwaert liet een een gedicht een aantal keren vertalen, heen en weer naar het Nederlands, om te tonen hoe taal en tijd betekenis doen vervagen. Maar wanneer tien vrijwilligers de gedichten ten slotte voorlazen, hoorden we net de schoonheid van die talige metamorfose.

De kloof van tijd en taal mag dan groot zijn, Ovidius’ denken staat dichter bij ons dan we denken. Dat is wat elke auteur ons tijdens de rest van de avond toonde.

Joke van Leeuwen bijvoorbeeld, legde Ovidius’ tips voor de liefde naast enkele (veel recentere) conservatieve boekjes over het huwelijk. Het was een even eenvoudige als hilarische truc om te laten zien hoe herkenbaar Ovidius vandaag nog is.

Carmien Michels schreef brieven tussen enkele personages uit Ovidius’ verhalen. De brieven, vol hedendaagse referenties en in een taal die aan slam poetry doet denken, deden de kloof van tweeduizend jaar verdampen.

Michaël De Cock las het tweeduizend jaar oude verhaal van Aktaion voor, maar greep de gelegenheid aan om daarnaast een belangrijke bedenking te formuleren. In Ovidius’ liefdesspel heeft de vrouw het zelden voor het zeggen, wat de poëzie van Ovidius zelfs populair maakt in alt-rightkringen.

Niet elke schrijver ging op zoek naar een expliciete band met het heden. Door voor te lezen uit eigen werk toonden Peter Verhelst en Jeroen Olyslaegers dat Ovidius ook op een abstracter niveau de verbeelding aan het werk kan zetten, en aanleiding kan geven tot het meest uiteenlopende proza.

Decor

Naast al dat literaire vuurwerk hield de muziek maar moeilijk stand. Tine Reymer zette onder begeleiding van eenvoudige akkoorden de tijd tussen de gedichten stil, maar haar muziek prikkelde maar even.

Het vuur dat Noémie Schellens wel in de wulpse Händel-aria legde, miste in de Lamento’s van Monteverdi en Purcell. De nogal letterlijke enscenering liet bovendien maar weinig ruimte aan de verbeelding.

De meest poëtische bijdrage was zonder woorden of muziek. De hele avond zat Gerda Dendooven onopgemerkt aan een tafel aan de zijkant van het podium, waar ze tekeningen maakte die live werden geprojecteerd.

Met die tekeningen, die in lagen over elkaar steeds nieuwe decors vormden, schiep Dendooven een wereld waarin de verbeelding de vrije loop kon gaan. Dat is de verbeelding die Ovidius nodig heeft.

Vivam! Ik blijf leven! | 30CC/Schouwburg | korting met Cultuurkaart

Van 21.11.2019 t.e.m. 16.02.2020 kan je in de Universiteitsbibliotheek op het Ladeuzeplein de expo Ovidius in metamorfose bezoeken.

TIP: CLUB KULTUUR organiseert een quiz!

Wat weet jij over film, theater, muziek en beeldende kunst? Trommel je medeculturo’s op, vorm een team en win massa’s vrijkaarten en andere mooie prijzen! 🎁

Woensdag 27 november 2019 — 20:30
STUK — Verbeeckzaal

Max. vier deelnemers / team
Zes euro / team

Inschrijven vóór 25 november ➞ bit.ly/clubkultuurquiz

👉 Facebook-evenement

De illusie van de machteloze pianist

Daan Janssens en Frederik Croene schreven nieuw werk voor én over piano. Hun composities, die te horen waren tijdens het openingsconcert van Transit, brengen een radicaal verschillende boodschap.

Twee piano’s, dat waren de middelen die Daan Janssens en Frederik Croene – geen onbekenden op Transit – aanvankelijk voor ogen hadden. Janssens besloot er electronics aan te voegen, Croene, die samenwerkte met beeldend kunstenaar Karl Van Welden, verving één piano door een gigantisch vilten doek.

In (Paysage en attente…), het nieuwe werk van Janssens, ontwikkelt een aanvankelijk beperkte set van noten zich traag in de ruimte. Klanken echoën in de twee piano’s die als een stereo-installatie vooraan op het podium staan, en in de luidsprekers die de klank in alle richtingen de zaal door sturen.

(Paysage en attente…) doet precies wat de titel doet vermoeden. De klanken vormen een landschap dat steeds meer diepte en details krijgt, maar zich niet buiten de vier muren van de zaal begeeft. De echo’s zorgen ervoor dat de ontwikkeling van het landschap in een loop begint te lopen. Janssens zet de wereld een halfuur lang op pauze.

De metafoor van een landschap dat zich traag voor je ogen ontvouwt, is een al te makkelijke manier om muziek te beschrijven. Wat Janssens’ muziek zo goed maakt, is dat ze die ruimtelijke metafoor helemaal niet nodig heeft. De compositie is een ruimtelijke installatie; de echo’s maken het werk tot een verbluffend ruimtelijk schouwspel, waarin het heerlijk vertoeven is.

Janssens doet de piano alle eer aan. Door minutieus alle mogelijkheden van de snaren te onderzoeken, legt hij nog verborgen registers van het instrument bloot. Janssens hoeft geen lepels of zilverpapier tussen de snaren te stoppen om iets nieuws te vertellen. In (Paysage en attente…) krijgen Elisa Medinilla en Frederik Croene bovendien alle ruimte om hun verbluffende spel te tonen; zonder hun precieze, zelfs virtuoze uitvoering houdt het werk geen stand.

Dat is anders in de compositie van Croene zelf, die geen titel heeft. Nu zit hij alleen op het podium, zijn rug schuin naar het publiek gekeerd. Met eenvoudige melodietjes – op repeat – reduceert hij de act van het piano spelen tot de essentie. Het ziet er triestig uit: een eenzame pianist, aan het eind van de mogelijkheid gekomen iets nieuws te spelen.

Dan daalt een enorm vilten doek langzaam neer. Het is een prachtig beeld. Na een tijd bedekt het doek, dat de vorm heeft van een berglandschap, de pianist. Het lijkt wel of het een dialoog aangaat met het al even stille pianospel van Croene. Misschien komt het door de ietwat melancholische akkoorden, maar het geheel is bijna ontroerend.

Net omdat het beeld van de pianist onder het neerdalende doek zo sterk is, is het vreemd dat de compositie, wanneer het doek eenmaal is neergedaald, nog maar halfweg blijkt. Croene blijft, daarin bewust gehinderd door de installatie, dezelfde muziek herhalen. Op die manier krijgen we de tijd om het beeld te overzien en de klanken te beluisteren. Tot alle magie eraf is.

Wat wil Croene, daar alleen op het podium, zeggen? Tijdens de tweede helft van het stuk kunnen we ook die vraag overdenken. Toont de machteloze pianist dat er op het podium geen plaats meer is voor nieuw virtuoos pianospel? Als het werk van Croene en Van Welde inderdaad tot die conclusie komt, heeft de briljante compositie van Janssens die gedachte al ontmaskerd als een machteloze fictie. Er zijn nog zoveel nieuwe klanken te ontdekken.

Het concert werd live uitgezonden tijdens ‘Klara live’. Je kan het programma hier herbeluisteren.

Pianoguide | Transit | Festival 20·21 | 18 oktober 2019 | STUK | 50% korting met Cultuurkaart

20191018 IMG_6107 2021 Transit vrijdag © Emmanuel van der Beek© Emmanuel van der Beek

 

Tsjechische mix

Tijdens het laatste UUR KULTUUR voerde het Pavel Haas Quartet werk uit van drie Tsjechische componisten. De stukken en de uitvoering zijn theater.

– Noem drie Tsjechische componisten.
– Dvořák? Euhm…

Tsjechische componisten zijn bij ons, op enkele uitzonderingen na, nooit echt bekend geworden. Dvořák en Janáček klinken voor de fans misschien nog vertrouwd, maar Schulhoff, met wie Festival 20·21 ons twee jaar geleden al liet kennismaken, is zo’n figuur waarvan je alleen maar kan betreuren dat niemand hem nog kent.

Tijd om daar verandering in te brengen. Festival 20·21 programmeerde drie strijkkwartetten van Tsjechische meesters. Het Pavel Haas Quartet voert de werken van Ervín Schulhoff, Antonín Dvořák en Leoš Janáček uit – voor het Tsjechische ensemble een thuismatch.

Het concert opent met Schulhoffs Eerste strijkkwartet. Dat stuk leest, net als de artistieke levensloop van Schulhoff zelf, als een samenvatting van alle muzikale stromingen die er in het begin van te twintigste eeuw te horen waren. Alleen volgen ze elkaar niet chronologisch op: impressionisme, dadaïsme, atonaliteit en dodecafonie komen samen in één jazzy compositie.

Zo’n eclectische mix zou een rommeltje kunnen worden, maar dat gebeurt niet. Schulhoff is een briljant componist: hij heeft elk deel van de partituur tot in het kleinste detail uitgedacht. Die precisie verhindert niet dat de muziek op elk moment kan klinken zoals de tempoaanduiding van het eerste deel aangeeft: con fuoco.

Met vuur voert het Pavel Haas Quartet de muziek van Schulhoff uit. De mimiek van de muzikanten lijkt bij momenten deel uit te maken van de compositie. De cellist (heeft hij zijn partituren nodig?) laat zijn instrument los terwijl hij over een open snaar strijkt; hij kijkt uitdagend zijn collega’s aan. Dit is wat Schulhoff nodig heeft.

Naast de onbekende Schulhoff staat de wereldberoemde Antonín Dvořák, die vooral met zijn Negende symfonie – een ode aan de nieuwe wereld – een hit scoorde. Ook zijn Twaalfde strijkkwartet, dat hij niet lang daarna schreef, gaat over Amerika. Maar we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat dit stuk ook over Tsjechië gaat. De hele compositie is een mix van muzikale invloeden – subtieler dan bij Schulhoff, maar niet minder aanstekelijk.

Dat het theatrale Pavel Haas Quartet ook subtielere registers kan bespelen, bewijst het in dit strijkkwartet van Dvořák. In deze muziek valt het des te meer op hoe goed de muzikanten elkaars partijen kennen. Ze bewegen zich door de partituur zonder elkaar ook maar één moment uit het oog te verliezen. Hun sublieme samenspel zorgt ervoor dat de muzikanten alle ruimte hebben om écht muziek te maken. Soms lijkt het alsof er – net zoals in de Negende – een heel orkest voor je zit.

Janáčeks Tweede strijkkwartet (Intieme brieven) is, anders dan de ondertitel doet vermoeden, niet minder theatraal. Janáček schreef het werk terwijl hij een intense briefwisseling onderhield met zijn muze – een briefwisseling van de meer dan 700 brieven, voornamelijk van Janáček zelf.

Opnieuw een ander register dus, maar dat is voor het Pavel Haas Quartet geen probleem. De compositie van Janáček is een aaneenschakeling van zinnen vol contrasten en spanningsbogen zonder oplossing – het relaas van een onbeantwoorde liefde. De onafgebroken ideeën staan in schril contrast met de lyrische lijnen van Dvořák, maar het ensemble betreedt moeiteloos de andere wereld van Janáček.

Hoe klinkt Tsjechische muziek? Na dit concert is het des te duidelijker dat op die vraag geen eenduidig antwoord bestaat. Maar we vermoeden wel dat het expressief moet zijn. Schaamteloos theatraal misschien, zoals het Pavel Haas Quartet de componisten uit eigen land uitvoert.

Intieme brieven | Pavel Haas Quartet | Festival 20·21 + UUR KULTUUR | 14 oktober 2019 20:30 | Grote Aula Maria Theresia College | gratis met Cultuurkaart

Teruglezen

Op zoek naar Ervín Schulhoff (uit 2017)

TIP: Transit

Tijdens Transit, het Leuvense festival voor nieuwe muziek, hoor je ieder jaar de muziek van morgen. Wat staat er dit jaar op het programma?

Uitgelicht: Pianoguide

Transit opent dit jaar nieuw werk van Daan Janssens en Frederik Croene.

Janssens schreef een compositie voor twee piano’s en elektronica. Hij omschrijft zijn nieuwe stuk als een aaneenschakeling van resonanties op drie niveau’s: de resonantie tussen de snaren in de piano’s zelf, de resonantie van de klank van de piano’s in de electronics en de resonantie van het nieuwe stuk in ons eigen muzikale referentiekader. Die laatste vorm van resonantie is volgens Janssens de belangrijkste, want die bepaalt hoe wij het werk uiteindelijk zullen horen. En daar heb je als componist geen vat op.

Croene, die zelf pianist hebben, wil het hebben over de pianist op het podium. Hij zal zelf plaatsnemen achter de piano en de handeling van het piano spelen tot het minimum reduceren. Zijn compositie bestaat, aldus Croene zelf, uit melodietjes die je als het ware met één vinger kunt spelen. Geen virtuoze concerto’s dus, wel een ingetogen onderzoek naar wat het betekent om als pianist op het podium te zitten. Dat pianospel gaat in dialoog met een installatie van beeldend kunstenaar Karl Van Welden, een groot vilten doek dat een landschap vormt achter de pianist.

(lees verder onder de video)

Verder op het programma

  • Claudia Molitor laat hetzelfde werk een jaar lang uitvoeren op verschillende plekken, door verschillende artiesten. De compositie transformeert bij elke uitvoering (vrijdag 18 oktober, 22:15).
  • Wim Henderickx schrijft nieuw werk voor zelfgemaakt slagwerk. Het MATRIX-project belooft ritmische opwinding (zaterdag 19 oktober, 11:30).
  • Een elektrische gitaar zonder fretten betekent kwarttonen en glissando’s. Tenminste, dat vermoeden we (zaterdag 19 oktober, 17:30).
  • Bl!ndman is al dertig jaar de referentie voor het saxofoonkwartet. Een nieuwe compositie blikt terug op hoe het begon (zaterdag 19 oktober, 20:30).
  • Ook de 21ste eeuw kent virtuoze pianowerken. Op het programma onder meer het onovertroffen werk van Peter Ablinger (zondag 20 oktober, 14:00).
  • Quatuor Diotima speelt nieuw werk van Oscar Bianchi. Benieuwd of er ook dit jaar snaren sneuvelen (zondag 20 oktober, 17:30).
  • Muziek en beeld komen samen tijdens het slotconcert. Composities van Wim Henderickx, Vykintas Baltakas en Annelies Van Parys (zondag 20 oktober, 20:30).

Transit, Festival voor nieuwe muziek | 18-20 oktober 2019 | STUK | korting met Cultuurkaart

Teruglezen

Een piano afbreken (uit 2018; voor rekto:verso)
Breek niks behalve de stilte (uit 2017)
Onverwacht experiment (uit 2016)

(Het eerste deel van de tekst is gebaseerd op een interview met de makers)

 

TIP: 3 x Festival 20·21

Nog de hele maand organiseert Festival 20·21 concerten met muziek van de 20ste en 21ste eeuw. Het openingsconcert, een ruimtereis door de universums Holst en Haas, betekende de start van een mooie belofte: ons te brengen naar plekken waar we nog nooit zijn geweest. Waar moeten we zeker heen? Drie onbekende plekken uitgelicht.

De vergezichten van Wolfgang Rihm

De Duitse componist Wolfgang Rihm (1952) was amper 25 toen zijn Musik für drei Streicher (1978) in première ging. Waar veel componisten in de jaren 70 afstand namen van een al te duidelijke romantische taal, sloeg de jonge Rihm een andere weg in. Hij luisterde wél naar Mahler en Bruckner en schreef werken die onbeschaamd expressief zijn. Maar, anders dan je zou denken, vervallen zijn stukken niet in voorspelbare neostijlen. De klanken zijn nieuw en onverwacht, en nemen je mee op adembenemende bergwandelingen met vergezichten waar je uren naar kan kijken.

Door merg en been| dinsdag 8 oktober, 20:30 | Iers College | 50% korting met Cultuurkaart

De zeereizen van Tristan Murail

Niet alleen boeken kunnen autobiografisch zijn, ook muziek kan een leven in kaart brengen. De Franse componist Tristan Murail (1947) schrijft met Portulan zijn autobiografie. Murail vatte het werk aan in 1999 en voltooide sindsdien acht delen. De titel verwijst naar de portulaan, een handgetekende zeekaart die kapiteins vanaf de 13de eeuw gebruikten om over de woelige zee te navigeren. Wie door het werk van Murail navigeert, reist tegelijk dus door diens leven. De composities van Murail bijzonder kleurrijk. Klankkleur is voor Murail, een spectralist, zelfs het uitgangspunt; de muziek volgt de kleur die de noten van nature hebben. Dat maakt de reis van Murail zo mooi: de landschappen die de inspiratie vormden voor het werk, worden als het ware weer voor je ogen geprojecteerd.

Cartografie van een leven | donderdag 17 oktober, 20:30 | LUCA School of Arts Campus Lemmens | 50% korting met Cultuurkaart

Het wolkendek van Kaija Saariaho

Ook voor Kaija Saariaho (1952), een Finse componist, is de klankkleur een primordiaal element. Aile du songe (2001), een concerto voor fluit en orkest, volgt een vogel in zijn vlucht. Dat mag een open deur lijken, het levert een briljante compositie op. Op het wolkendek van het kamerorkest (met strijkers, harp en veel slagwerk), krijgt de dwarsfluit alle ruimte voor een spannende vlucht. Naast Aile du songe staat de Vijfde symfonie (1919) van de beroemde Finse componist Jean Sibelius op het programma. Ook Sibelius’ muziek wordt vaak met landschappen vergeleken, landschappen die ongetwijfeld Saariaho hebben geïnspireerd.

Fin(n)ishing Touch | vrijdag 25 oktober, 20:30 | LUCA School of Arts Campus Lemmens | 50% korting met Cultuurkaart

Parallelle universums

Maandagavond opende Festival 20·21 met een indrukwekkend concert. Acht trombonisten en twee slagwerkers mixten muziek van Gustav Holst en Georg Friedrich Haas tot één ruimtereis. Maar de universums van Holst en Haas liggen lichtjaren van elkaar verwijderd.

Hoe klinkt de kosmos? Geluid mag dan in het grootste deel van de ruimte onmogelijk zijn, componisten zoeken al eeuwenlang inspiratie in de onmetelijke verten van het heelal. Ook Gustav Holst (1874-1934) en Georg Friedrich Haas (1953) schreven muziek waarin we de ruimte kunnen horen.

In The Planets (1916) van Holst is de link met de ruimte niet ver te zoeken. De zeven delen van het werk zijn genoemd naar de planeten die toen bekend waren, met uitzondering van de aarde. De suite is opgebouwd als een reis door de ruimte, vertrekkend op Mars en eindigend op Neptunus. De spannende muziek zou een soundtrack bij een film kunnen zijn.

Tijdens het openingsconcert horen we niet de oorspronkelijke versie voor symfonisch orkest, maar een arrangement voor acht trombones en slagwerk, dat speciaal voor deze gelegenheid werd geschreven. De trombonisten (Trombone Unit Hannover) krijgen de onmogelijke opgave een orkest van meer dan honderd muzikanten (plus vrouwenkoor) te vervangen.

Die vertaalslag resulteert in zeven delen muzikaal vuurwerk. Om een symfonisch orkest te vervangen, moeten de trombonisten de grenzen van hun instrument opzoeken. De muzikanten spelen lager en hoger dan we ooit mogelijk achtten en blazen de zaal omver met een immense kracht. Maar vergeleken met de oorspronkelijke versie verliest het werk aan diepte en kleur.

Kleurrijker is het Octet (2015) van Haas, al is kleur een lastig begrip voor de donkere ruimte die het werk oproept. Met traag bewegende noten schept Haas klanklandschappen die in de verte aan Ligeti of Xenakis doen denken. In die ijle ruimte beginnen deeltjes te bewegen – tot ze weer oplossen in de oneindigheid van het heelal.

In het werk van Haas moeten de muzikanten nog verder gaan dan in de bewerking van The Planets. De compositie van Haas zit vol met trage glissando’s, kwarttonen en uiterst gevoelige unisono’s. Die kunnen spelen vereist een briljante techniek. Om het hele universum van Haas te verklanken tasten de muzikanten wederom de grenzen van hun instrument af – en beslissen ze die te overschrijden.

De vraag die na het concert blijft hangen, is waarom de twee werken door elkaar werden opgevoerd. In een poging één lange ruimtereis te maken (verbeeld door het zonnestelsel op een scherm achter de muzikanten), speelden de muzikanten afwisselend een deel uit de suite van Holst en een fragment uit het octet van Haas.

Maar in de universums van Haas en Holst gelden andere wetten. De reis tussen de universums is te lang, de gedachtesprong tussen de muzikale talen te groot. We bereiken geen van beide universums echt, maar blijven ronddwalen tussen beide. Dat is merkbaar in het publiek, wanneer tijdens de intermezzo’s een enkeling zijn telefoon neemt en contact zoekt met de aarde.

Aan het einde van het concert neemt een lid van het ensemble een microfoon om te benadrukken wat we allang wisten. Dat deze muziek aartsmoeilijk is. Ze zullen nog één nummer spelen, een liedje uit de film Rocky. Zo sluit de avond feestelijk af en worden we er nog eens aan herinnerd: dit ensemble speelt echt fantastisch. De landing naar de aarde is ingezet.

Festival 20·21 organiseert nog de hele maand concerten in Leuven. Het volledige programma vind je hier.

Zoeken naar oneindigheid | Trombone Unit Hannover en Krausfrink Percussion | Festival 20·21 | 23 september 2019 20:30 | Aula Pieter De Somer | €25, €12,50 (studenten)

Kerst: 3 x klassiek

Twee universitaire ensembles geven concerten en tenor Reinoud Van Mechelen komt met zijn ensemble naar Leuven. Drie tips voor december.

Sterre Decru en Emmanuel van der Beek

9 en 11 december, Aula Pieter De Somer
Ontwapend (Arenbergorkest)

De herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog mogen dan grotendeels achter ons liggen, het Arenbergorkest staat nog een laatste keer stil bij het conflict dat Europa honderd jaar geleden door elkaar schudde. Dat doen ze onder meer met fragmenten uit de soundtrack van La vita è bella (1997), een film die weliswaar over de Tweede Wereldoorlog gaat, maar als geen andere de oorlogsgruwelen in beeld brengt. Filmmuziek en het Arenbergorkest: een combinatie die al vaker prachtige concerten opleverde.

€5 (Cultuurkaart), €6 (student), €10, +€1 aan de kassa
www.arenbergorkest.be

11 december, St.-Jan-de-Doperkerk
Make we joy (Leuvens Universitair Koor)

Bij een kerstconcert van het Leuvens Universitair Koor (LUK) mogen dan een heleboel tradities horen, geen twee kerstconcerten klinken ooit hetzelfde. Dit jaar brengt het koor een gevarieerd programma: de muziek gaat van motetten van Poulenc over gospels tot een eigenzinnige bewerking de kerstklassieker Sleigh ride. Het LUK nodigt een contrabassist uit om de zangers met een walking bass te begeleiden.

€5 (Cultuurkaart), €6 (student), €10, +€1 aan de kassa
www.leuvensuniversitairkoor.be

16 december, Abdijkerk Vlierbeek
Un Noël français (Reinoud Van Mechelen)

Dat Reinoud Van Mechelen en 17de-eeuwse muziek een goede match zijn, blijkt elke keer opnieuw een absoluut voldongen feit. Ook nu waagt de tenor zich, samen met zijn jonge ensemble A Nocte Temporis in de muzikale regionen van de Franse barok. En dit met twee feestelijke kerstpastorales uit het oeuvre van Marc-Antoine Charpentier. Kom, ga erheen en droom weg bij de vrolijke klanken van hupse herders en dartele engeltjes!

€16, -10% (-26), -20% (Cultuurkaart)
https://www.30cc.be/nl/programma/item/un-noel-francais

 

36130fd46d4ab360b060e52fe9127bcd-Un_Noel_FrancaiscSenne_Vanderven.jpg
© Senne Van der Ven (bron)

Ritmische rituelen

In de eerste helft van de twintigste eeuw zworen Bartók en Stravinski de traditie af om op zoek te gaan naar de wortels van onze muziek. Festival 20/21 zet hun werk, dat destijds voor een schokgolf zorgde in de muziekgeschiedenis, weer op het podium. Wat vertellen die vermeende oervormen van muziek ons vandaag?

Voor aanvang van het openingsconcert van Festival 20/21 staan de instrumenten, twee piano’s en een hoop slagwerk, nog roerloos op het podium van de Aula Pieter De Somer. Dat de muzikanten van Het Collectief ze tot de instrumenten zullen maken van een broeierig ritueel, vermoedt nog niemand. Twee werken, de Sonate voor twee piano’s en slagwerk van Béla Bartók en een bewerking van Le Sacre du Printemps van Igor Stravinski zullen als een orkaan door de zaal razen.

Zeker dat laatste werk is niet onbesproken. Toen het in 1913 voor het eerst werd uitgevoerd, ging het publiek, als we de mythes mogen geloven, na afloop met elkaar op de vuist. Wat Stravinski had geschreven was nieuw en ongehoord, een orkaan die alle heilige huisjes omverblies. De luisteraars waren het niet met elkaar eens of zoiets als de Sacre wel geschreven mocht worden.

Oerklanken

De Sacre is lang niet het enige stuk dat protest ontketende. De hele twintigste eeuw werd een eeuw van experiment en avontuur, van discussies over wat wel en niet kon en van veelbesproken premières. Meer en meer componisten gooiden de romantische traditie overboord om op zoek te gaan naar iets nieuws. Naar klanken zonder traditie. Maar ook naar de wortels van onze muziek.

Waar komt onze muziek vandaan? Misschien stelden Bartók en Stravinski zich die vraag toen ze de stukken schreven die nu op het programma staan. Waar Bartók in de jaren 30 met opnameapparatuur het platteland introk op zoek naar oeroude volksmuziek (Bartók sprak over boerenmuziek), deed Stravinski een gooi naar hoe rituelen in de oertijd geklonken zouden hebben. Zowel Bartók als Stravinski probeerden, enigszins paradoxaal, in hun zoektocht naar nieuwe muziek het oeroude te verklanken.

Het resultaat is ritmisch en vol vuur. Waar tot de eeuwwisseling lyrische lijnen de bovenhand haalden, staat in deze muziek het ritme centraal. Niet zelden worden in de uitvoering van Het Collectief de piano’s deel van het slagwerk. Wat overblijft is één grote drumset, een ritmische rollercoaster die onvermoeibaar voort blijft denderen. Bartóks boeren en Stravinski’s jagers hielden van aanhoudende ritmes, van dansen rond een offer tot je erbij neervalt.

Vuurdans

Bartóks Sonate is kleurrijker dan Stravinski’s Sacre. Bartók haalt in zijn Sonate alle mogelijke kleuren uit het slagwerk en de piano’s, kleuren die de muzikanten van Het Collectief op hun beurt tonen. Stravinski daarentegen schreef de Sacre voor symfonisch orkest. In de versie voor twee piano’s en slagwerk worden de symfonische instrumenten gereduceerd tot de klank van een klavier en verdoffen daardoor de kleuren. Maar tegelijk horen we ook meer en zien we nieuwe details, omdat we luisteren naar het raamwerk van Stravinski’s compositie.

Dat ook vandaag luid protest zou losbreken bij een uitvoering van de Sacre, is ondenkbaar. Waarschijnlijk zijn onze oren meer gewoon. Toch durf ik te vermoeden dat in deze muziek nog steeds dezelfde orkaan schuilt als toen ze voor het eerst werd uitgevoerd. Zowel Bartók als Stravinski hebben in hun muziek een mysterieuze dans weten te verklanken, een dans rond een eeuwenoud vuur dat we nooit hebben gezien, maar misschien wel kennen. Elke geslaagde uitvoering wakkert dat vuur weer aan en laat ons dansen zoals voorheen. Dat gebeurde ook maandag.

De dans van de aarde | Het Collectief | Festival 20/21 | maandag 24 september 2018, 20:30 | Aula Pieter de Somer | €20, €10 met Cultuurkaart

Schermafbeelding 2018-09-28 om 22.43.25.png

coverfoto © Aline Remes / Festival 20/21

 

Vergeet De Mol, kijk naar de Koningin Elisabethwedstrijd

De jeugd van tegenwoordig troept samen om in groep naar De Mol of Temptation Island te kijken. Een (brakke) wifi-verbinding, een laptop en enkele zakken chips volstaan voor een avond vol spanning en vertier. Maar nu is er een nieuwe verleiding, want de Koningin Elisabethwedstrijd wordt live uitgezonden.

Elk jaar zorgt de Koningin Elisabethwedstrijd voor een muzikaal hoogtepunt in de wereld van de klassieke muziek. Tijdens een olympische krachtmeting van meerdere weken strijden de kandidaten voor een plek op het podium in Bozar. Dit jaar zijn dat zangers, andere jaren staan pianisten, violisten en cellisten op de scène.

Het is een van de weinige momenten in het jaar dat klassieke muziekliefhebbers zich rond de buis verzamelen om naar muziek te kijken. De Elisabethwedstrijd is dan ook niet te vergelijken met de weinige andere klassiekemuziekuitzendingen, zoals pakweg het nieuwsjaarsconcert (nogal voorspelbaar) of de sporadische passages van Marc Erkens (nogal kort) in Culture Club.

Nee, de Koningin Elisabethwedstrijd, dat is televisie van een ander kaliber. Dat is spanning van begin tot eind. Zwetende zangers onder de spots (als echte sporters worden ze na hun prestatie met een handdoek in de coulissen opgewacht), analyses en commentaren van kenners (zoals de onevenaarbare Katelijne Boon) en – natuurlijk – de beste opera-klassiekers uit je boxen.

Geheel in De Mol-stijl hebben de kenners hun pronostiekje al klaar (een top vijf op een vodje papier) dat ze na elke ronde weer kunnen bijstellen. Een zeventienkoppige jury maakt dat niets te voorspellen is: tot de laatste aflevering zal je op het puntje van je stoel zitten om te kijken of je favoriete kandidaat het haalt.

De Elisabethwedstrijd is een serie met vijf afleveringen: de halve finales (4 en 5 mei) en de finales (10, 11 en 12 mei) worden rechtstreeks uitgezonden. Muziek beleef je meestal best in een concertzaal, maar een televisieuitzending heeft ook zo z’n voordelen: je hoeft je gsm niet uit te zetten, je ziet de zangers van dichtbij, je kan tijdens de stukken over je deskundige oordeel discussiëren met je vrienden, je hoeft niet te wachten op een pauze voor een biertje, je kan erbij gaan liggen, en – misschien wel het allerbelangrijkste – je kan alle opera-aria’s luidkeels meebrullen met de kandidaten (best wel overleggen met je kotgenoten).

Ook als je weinig opera op je iPod hebt staan, zijn de uitzendingen van de Elisabethwedstrijd een belevenis. Het is misschien wel dé gelegenheid om wat aria’s te leren kennen, zeker als je na al die jaren het Eurovisiesongfestival (dat overigens ook op 12 mei wordt uitgezonden) wel beu gekeken bent.

Eén dag voor de mol bekend zal zijn, weten we wie de Elisabethwedstrijd 2018 wint. Ik beloof je: de finale van de Elisabethwedstrijd wordt spannender dan die van De Mol. Daarom: blokkeer de finaleavonden in je agenda, nodig vrienden uit en haal wat hapjes in huis. Tip voor een optimale beleving: koppel een box aan je laptop en koop vooral géén chips.

Echt waar, misschien is het wishful thinking, maar ik voorspel een nieuwe trend: vandaag en volgende week drommen studenten samen rond een scherm voor de Koningin Elisabethwedstrijd.

Emmanuel is een van deZES|lesSIX en volgt de Koningin Elisabethwedstrijd voor Canvas, Klara en Musiq’3. Volg deZES|lesSIX via Facebook. Bekijk alle afleveringen via deze link.

IMG_6811

Foto’s © Emmanuel van der Beek