HORST Arts & Music Festival 2022  

HORST Arts & Music Festival is een hybride festival met een intense dialoog tussen muziek en visual arts. Dat dit alles omgetoverd wordt tot één event, is niet alleen bijzonder, maar ook zeer ambitieus. De uitdaging zit volgens ons in het feit dat iets hybride simultaan focust op verschillende interesses die niet noodzakelijk gedeeld worden door iedereen in het publiek. Het gevaar bestaat erin dat het publiek uit elkaar valt en naast elkaar bestaat zonder te interageren. Toch slaagt HORST met glans voor een intense samenhorigheid in het publiek en een unieke toegevoegde waarde voor alle aanwezige kunstvormen.

ARCHITECTURALE MEERWAARDE

Hoe ze dat realiseren is enerzijds te danken aan het architecturale karakter van de podia. De installaties zijn stuk voor stuk ontworpen door designers en architecten vanuit de locatie waar het festival plaatsvindt. Deze voorjaarseditie is dat nog steeds de Asiat-site, een voormalig militair domein in Vilvoorde. De setting wordt gedomineerd door pakhuizen en gebouwen met omringende bomen en spontane wandelpaden. Twee koeltorens groeien in de achtergrond naarmate we de site naderen. De analyse van deze complex culturele locatie leidde voor de curators tot een brede interpretatie. De pakhuizen blijken perfect voor een foodhall en enkele bars, een loods zonder dak biedt ruimte voor een regenvijver, de kleine gebouwtjes en de geborgen plekjes tussen de bomen zijn als gegoten voor verborgen kunst. En dit alles tijdens een driedaags muziekevent! Volgens ons is HORST er in geslaagd de volledige site op een zinvolle manier open te stellen naar zijn publiek.

Fotograaf Illias Teirlinck

De experimentele podia en paviljoenen zijn hiertussen rondgestrooid. Elk design toont aan wat een stage kan zijn, met als resultaat een spectrum aan podia met variërende ambities, verschillende materialen die elk faciliteren in diverse energie levels. Door het verhuizen van het najaar naar het voorjaar (om de opening van de kunstententoonstelling samen te laten vallen met het startschot van het festival) zijn de stages deze editie dezelfde als die van vorige editie met hier en daar een kleine aanpassing.

Bodies In Alliance – aka de kermis – krijgt een houten vloer die zondag volledig platgestamd werd tijdens een verpletterende dupstepset van AliA en Mala&Coki.  Rotunda – aka de put – krijgt houten trappen naar beneden. Hier was het veelal bouncen als een collectief geheel op Teki Latex of Yungh Singh. Troppo Fisso – aka de mainstage – staat gelijk aan clubby vibes met zijn stellingen, platformen verdiepen en lichtendouche. Er is daar zaterdagavond nog nooit zoveel gezamenlijk gezweet als op de knallers van Eris Drew & Octo Octa.

@Horstfestival

Moon Ra – aka de vulkaan of ufo – is naar onze mening de schattigste stage. De ingang bevindt zich 360° rond als je onder de schubben van de tipi kruipt. Overdag waan je je hier in een geborgen donkere sfeer en het dak zorgt voor de nodige lichtinval. We kunnen alleen maar voorstander zijn van deze circulaire, niet-wegwerparchitectuur, maar dat wilt niet meteen zeggen dat de aanpassingen daarom ook verbeteringen waren. We misten een beetje het ‘Wauw’-effect dat zo leuk is bij het betreden van het festivalterrein bij elke nieuwe editie van HORST.

Fotograaf Dieter van Caneghem

De ontbrekende ‘Wauw’ werd daarentegen wel gecompenseerd door twee nieuwe stages. In Turning Cirkles – of de ambient stage kan er gelegen worden op grote zitzakken terwijl de muziek je helemaal meeneemt. Tijdens de set van LSDXOXO in Hovering Caress Amère – of de Walvis – lijkt de buik van een walvis gemaakt van afval aan het plafond van de ruimte te bewegen voor een totale psychedelische danservaring. Dit zijn maar een klein deel van de artiesten die we gezien hebben, want de line-up houdt ook talks, liveacts en zelfs ballroom in. De line-up was deze editie echt een om je vingers bij af te likken, gekozen vanuit oprechte creativiteit en niet vanuit mainstream trekkracht.

Fotograaf Illias Teirlinck

SAMENHORIGHEID

Anderzijds is een groot deel toe te schrijven aan de bezoekers. Als het licht en muziek toegevoegd worden en de mensen beginnen te dansen komt de site echt tot leven. Het zijn de volunteers en bezoekers die uiteindelijk de setting van het festival bepalen. Het zijn zij die besluiten samen te komen als een community, om de tijd te vertragen en samen te dansen. We zijn daarin enorm trots op onze generatie. Het is – na een gedwongen pauze van de uitgaanscene – lang geleden dat we zoveel verdraagzaamheid en liefde op één plek hebben gezien. En die zindert zelfs nu nog na.

HORST kan die samenhorigheid niet plannen, maar ze biedt wel de opportuniteit om nieuwe en inspirerende mensen te ontmoeten. Zowel in de festivalbeleving als alles waar HORST ons bij uitnodigt deel van uit te maken – volunteeren, opbouw en afbraak van podia, verschillende labs etc. We zijn hier namelijk allemaal voor dezelfde redenen, voor dezelfde beleving. Het festival gaat ondertussen al een tijdje mee (sinds 2014), maar voor ons hoeft het niet ambitieuzer te worden dan het nu is. Met zijn 6 stages en 3 dagen is het groot genoeg om te verdwalen, vrienden tegen te komen en te zorgen voor een intieme relatie en wederzijdse interactie tussen artiest/dj en het publiek.

COLLECTIVE CARE

Als teken van appreciatie wijden we ook een kleine rubriek aan de Safe&Sound. We vatten dit het best samen als een plek waar je onvoorwaardelijk en onveroordeeld terecht kan met elk soort vraag of bezorgdheid, zonder dat er een reden moet zijn dat je daar bent. Het is een zorg die minder met afvinken en meer met aanvoelen te maken heeft. Met ruimte voor wat situaties onverwacht afroepen of liever: waar mensen onverwacht toe roepen.

Concreet is het een plek waar je kan snoezelen in kussens, in ligstoelen of onder dekentjes, waar je een glaasje water kan drinken of zelfs een appelsien kan eten, waar je even kan ontsnappen aan de grote hoeveelheid prikkels of waar je gewoon even kan babbelen als het nodig is. Er is nog een lange weg en veel bewustwording te gaan, maar we vinden het fijn dat HORST elke editie probeert een ruimte te creëren die voor zoveel mogelijk mensen veilig en gastvrij aanvoelt. De Safe&Sound is hiervoor een goede én nodige stap.

BACK-TO-REALITY

HORST heeft het festivalseizoen met een knal ingezet en is daarmee geslaagd in hun opzet. Toch hebben we onze twijfels bij het verhuizen van de september-editie naar een mei-editie. Als student zijnde, was HORST het festival waar je ondanks je herexamens of reizen met zekerheid zou staan om je laatste dansenergie kwijt te kunnen. In mei is dat minder vanzelfsprekend.

Het festival blijft een heterotopie waar er 3 dagen weggevlucht kan worden van het dagelijks leven, maar als we eerlijk zijn was het maandag geen zachte landing in deadlines en verplichtingen. We moesten de eerste festivaldag ook nog even wennen en de knop omdraaien naar de feest- en zomersfeer, die gedurende de drie dagen ook maar verlegen door de wolken kwam piepen.

Dat de student het doelpubliek niet meer is, merken we ook aan de absurd hoge prijs voor drank en eten. Het eten is dan wel volledig vegetarisch en van buitengewone kwaliteit, de meeste van mijn vrienden zijn drie dagen zonder avondeten door het weekend gegaan. Toch kijken we met een lach op ons gezicht en vermoeidheid in ons lichaam vanachter onze laptops terug naar een geweldige 3-daagse vol verbondenheid en energie.

HORST is een festival met vele verhalen en we selecteren er maar enkele om hier te vertellen. Om de volledige bundel te kunnen lezen, raden we ten sterkste aan zelf te komen dansen, kunst te bekijken, jezelf te verliezen en vooral te genieten van elkaar ❤

Geschreven door Soetkin Segaert en Florelien Soete

Cherkaoui en de onzichtbare lijnen waarvan de medianen ons allemaal raken

Met zijn conceptuele en multiculturele voorstellling, 3S, presteert Sidi Larbi Cherkaoui, Vlaams-Marokaanse danser en choreograaf, wederom. Naast drie gracieuze solodansen uitgevoerd door Nicola Leahey, Kazutomi “Tsuki” Kozuki en Jean Michel Sinisterra Munoz, voorziet Cherkaoui een heerlijke cocktail van muziek en beeld. Stuk voor stuk brengen de dansers een eigen vertelling gelinkt met een apart thema.

Cherkaoui toont het perspectief van het afgezonderde individu: eenzaam maar staan toch onvermijdelijk verbonden met de wereld. Verschillende talen en culturen treffen elkaar aan in dans en muziek. Onzichtbare lijnen in de verschillende thema’s tussen diverse culturen confronteren zware onderwerpen. Zo vormen ze een verhaallijn die ons allemaal raakt.

Fotograaf Tom Herbots

Na een korte intro van een scala aan beelden van filmmaakster Sabine Groenewegen, bijt danser Kazutomi Kozuki de spits af. Gecombineerd met tekst en muziek onder leiding van zangeressen en muzikanten Ghalia Benali, Patrizia Bovi en Tsubasa Hori, beeldt Kozuki de individuele als collectieve trauma’s uit over een nucleaire ramp in Japan. Al dansend met masker, gaf Kozuki blijk van een indrukwekkend uithoudingsvermogen.

De tweede danser, Jean Michel Sinisterra Munoz, vertoont de verhaallijn waarbij de allerjongsten tijdens de guerrillaoorlog in Colombia als strijders ingezet werden. Hijzelf danst met geweren en raketten en confronteert de toeschouwer met het extreme geweld tijdens de oorlog. De individuele, verschillende zangstemmen zingen harmonieus samen; een perfecte complementariteit die leidt tot een oorgasme.

De voorstelling eindigt met het verhaal over de wandaden van multinationals op de bossen van Australische aboriginals. Danseres Nicola Leahey leeft zich uit op de teksten van dichteres Alice Eather. Sierlijk en vlot danst ze de ene pirouette na de andere en verbluft ons met haar meesterlijke grondwerk.

Bij iedere solodans behoorden de toepasselijke beelden en tekst die je in de intro zag. In combinatie met de muzikanten raakte Cherkaoui’s werk ons meermaals tot in het diepe van de menselijke eenzaamheid en verdriet. In het programmaboekje stelden ze ons de vraag of de beelden van Groenewegen als portalen die elementen uit de buitenwereld naar het podium werden overgebracht, of eerder andersom?

Fotograaf Filip Van Roe

3S voorstelling is nog te zien in 30CC te Leuven op 2 maart 2022 om 20u. Studenten met cultuurkaart krijgen 50% korting op alle concerten.

Universitair Symfonisch Orkest trekt alle registers open en voert de boventoon

Na twee jaar de onmogelijkheid tot repeteren, schitterde het Universitair Symfonisch Orkest (USO) van de KU Leuven op het podium van de Pieter De Somer Aula te Leuven. Net terug van hun Weense concertreis stond het USO te popelen om ons te verwennen met een avond vol prachtige muziek. Onder leiding van de dirigent, Edmond Saveniers, presenteerden ze het driedelig programma bestaande uit de ouverture uit de opera barbiere di Siviglia van G. Rossini, de Symfonische Dansen van E. Grieg en tot slot de vijfde symfonie van P.I. Tsjaikovski.

In een zwaai met zijn dirigeerstok opende het orkest gezamenlijk met een achtste noot gevolgd door een krachtige kwartnoot, de beginnoten van de ouverture uit Gioacchino Rossini’s beroemdste opera, De barbier van Sevilla. De opera vertelt een verhaal van geheime liefde en snode ontsnappingsplannen tot ontvoeringen en gedwongen huwelijk. Kenmerkend in deze ouverture zijn de razendsnelle passages, opmerkelijke solo’s, blazers in strijd met de violen en donderende pauken. Wetende dat Rossini deze ouverture in minder dan drie weken componeerde maakt het werk des te bewonderenswaardig. Glorieus brachten de heldhaftige koperblazers, de virtuoze strijkers en warmhartige houtblazers deze openingsouverture op briljante wijze.

Het tweede stuk dat op het programma stond waren de vier levendige Symfonische dansen van de Noorse componist Edvard Grieg. Zijn stijl is te omschrijven als authentiek Noors met een romantische, nationalistische visie. Zijn muziek met folkloristische motieven schreef hij te midden in de natuur en dat kan iedere luisteraar bijna letterlijk voelen: zijn noten roepen de beelden van stille meren en ruwe bergen op. Het USO dompelt ons opnieuw onder in een muzikaal landschap boordevol dansfiguren. Enkel Grieg toverde traditionele dansmelodieën in zijn talentvolle composities. Deze dansen stralen een grote levendigheid uit. Met een groot, evenwichtig dialoog tussen blazers en strijkers zette het orkest de eerste dans in. Het tweede deel begon met een zangerige, sierlijke hobosolo, waarna de strijkers opnieuw het thema opentrokken en het hele orkest ten dans vroegen. Als afsluiter danste het USO als geboren performers tezamen door de laatste noten. Zoals George Bernard Shaw, toneelschrijver, theatercriticus, en Nobelprijswinnaar Literatuur (1925), zei: “Dancing is a perpendicular expression of a horizontal desire!”.

Na de pauze weerklonken de eerste diepe, warme noten van de klarinetten van de vijfde symfonie van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski. Op 17 november 1888 ging dit imposante orkestwerk o.l.v. Tsjaikovski in Sint-Petersburg in première. De symfonie lokte gemengde reacties uit omwille van de oppervlakkige finale en had tot gevolg dat Tsjaikovski zijn werk als een mislukking ging beschouwen. Ondanks deze onterechte kritiek wist de vijfde symfonie een breed publiek te raken.

De vier kleppers van stukken zijn alle in de ban van het noodlot en vormt niet zo toevallig het basisthema van de symfonie. Van de melancholische klarinetten gaan de violen over naar een droombeeld van diep geluk. Uiteindelijk valt de beweging mistroostig neer, de inherente strijdlust in de muziek ten spijt.  Het tweede deel reikt een van de beroemdste hoornsolo’s aller tijden aan en de eerste hoorn heeft dat ook fantastisch uitgevoerd. Een scala aan lyrische passages in de hoorn-, hobo- en klarinetpartij creëerde afwisselende gevoelens van enerzijds het gelukkig, mooi leven en anderzijds het terugkerend, pijnlijke noodlotsmotief. Na de derde beweging met charmante, opgewekte melodieën en ingewikkelde ritmes trekt Tsjaikovski het muziekspel door naar het finaledeel. Daar neemt het noodlotsthema in majeure tonen op om een overwinning na lange tijden van ellende uit te beelden. Een mooie presentatie van hoe het USO na alle dramatiek van COVID-19 in de cultuur zijn eindresultaat kan laten horen aan een écht publiek in een échte zaal. Alweer heeft het USO het publiek mooi meegenomen in zijn reisconcerten.

De reisconcerten van USO zijn nog te horen op 10 december 2021 in de Sint-Pieter-en-Pauluskerk te Mechelen. Op 25 november organiseert het Universitair Harmonisch Orkest (UHO) een benefietconcert in PDS te Leuven. De ticketprijs bedraagt 15 euro voor volwassenen en 10 euro voor studenten.

Collegium Vocale opent het academiejaar met fijnmazig en sonoor gezang 

KU Leuven en Festival 20-21 zetten het nieuwe academiejaar op maandagavond feestelijk in met Russische religieuze muziek. Onder leiding van de Letse dirigent Kaspars Putniņš stond Nachtvigilie (De Vespers), op. 37 (1915) van Sergej Rachmaninov op het programma. Een voltreffer van formaat.

Met de adembenemende vertolking van Nachtvigilie deden de veertien zangeressen en veertien zangers de reputatie van Collegium Vocale, het ensemble van KU Leuven eredoctor Philippe Herreweghe, alle eer aan. De titel “zingen naar het licht” was dan ook goed gekozen.

Fotograaf: Kevin Gaudeus

De Nachtvigilie van Sergej Rachmaninov (1874-1934), ook bekend als ‘De Vespers’, ging in 1915 in Moskou in première. Een indrukwekkend koorwerk met bassen dat tot de diepste registers van de menselijke stem daalt. Nachtvigilie, zoals in de Oosters-Orthodoxe Kerk , is een samenvoeging van twee gebedsdiensten: De Vespers gebedsdienst op de vooravond en De Metten, de eigenlijke nachtwake, aldus musicoloog Jan Christiaens (KU Leuven).

Weliswaar een religieus kunstwerk, toch primeert in Nachtvigilie grote muzikaliteit. Getroffen door de oorspronkelijke authentieke kerkzangen met zijn eenvoudige melodieën die rond één toon cirkelen en van daaruit breed uitwaaieren, maakte Rachmaninov later ook in zijn niet-religieuze composities gebruik van dergelijke melodieën.

Nachtvigilie bestaat uit de vier stemtypes: sopraan, alt, tenor en bas. Elke stem wordt nog eens verder opgesplitst tot een fijnmazig netwerk van stemmen, wat resulteert in elf muzikale lijnen die worden gecombineerd. Collegium Vocale voerde hierbij een toonvaste intonatiekunst op die dit meesterwerk ten volle tot zijn recht liet komen. De bekende Russische basso profundo, gecombineerd met het uitstekend samenspel van het koor, gaf ons bij momenten kippenvel. De expressieve klankkleur van de solisten deed ons genieten. Het oorverdovend applaus van het publiek was dan ook dubbel en dik verdiend.

Als toetje zong Collegium Vocale Vesper nr. 7, Gloria.  Een schitterende opener van het nieuwe academiejaar. Hallelujah!

Festival 20·21 organiseert nog de hele maand concerten in Leuven. Studenten met cultuurkaart krijgen 50% korting op alle concerten. Het volledige programma vind je hier terug.

Zingen naar het licht | Collegium Vocale | Festival 20·21 | 27 september 2021 | Aula Pieter De Somer |