Een verhaal over het verhaal achter de muziek bij de poëzie: de première van Avondrood in 30CC

Als de teller van een taxi maar tot 999,99 euro gaat en je blijft zitten tot het scherm te klein is, kan je dan opnieuw beginnen met je leven? Waarschijnlijk niet. Maar het is wel wat dirigent Georges probeert in Lize Spits kortverhaal Monsterdal. Op een dag ruilt hij de Muntschouwburg in voor een tocht naar het Zwarte Woud. De plek waar hij zijn grote liefde leerde kennen, maar ook de geboorteplaats van auteur Hermann Hesse, op wiens teksten componist Richard Strauss zijn Vier letzte Lieder schreef. Samen met sopraan Elise Caluwaerts en pianist Kim Van den Brempt geeft ze Strauss het eerbetoon waarvan hij zelf nooit kon genieten. En het geheel overtreft de som van de delen.

22 mei 1950. De eerste uitvoering van de Vier letzte Lieder in de Royal Albert Hall in Londen. Een première die meteen muziekgeschiedenis schreef, maar twee stoelen in de zaal bleven leeg: die van de componist en zijn echtgenote/muze Pauline de Ahna, zelf een beroemde sopraan en de stem waarnaar hij zijn muziek modelleerde. Hij overleed in september 1949, zij amper een week voor de première.
Als deze informatie gecopypasted van Wikipedia op de programmablaadjes had gestaan, waren die waarschijnlijk geëindigd als propjes in handtassen of onder de stoelen van de schouwburg. In Avondrood is dat anders. Nog voordat er iets beweegt op het podium worden de levensverhalen achter de muziek – van Strauss zelf tot de dichters Hermann Hesse en Joseph von Eichendorff – verteld in een korte video. Wie met die figuren in het achterhoofd naar de voorstelling kijkt, doet dat met totaal andere ogen. De centrale thema’s van de originele gedichten zijn namelijk het aanvaarden van de dood en de innerlijke rust die daarmee gepaard kan gaan, en zo blijven fictie en realiteit de hele avond onlosmakelijk met elkaar verbonden.

0B845Ydf36395MF9rS0pHaUJqMDQ

Een lege stoel in het publiek is er ook in Monsterdal, het nooit eerder gepubliceerde kortverhaal dat Lize Spit speciaal voor deze voorstelling schreef. Hoofdpersonage Georges staat klaar om zijn orkest te dirigeren voor de Vier letzte Lieder, maar klapt dicht wanneer hij op de lievelingsplaats van zijn pas overleden vrouw Matilda op de eerste rij alleen een leegte ziet. Wat volgt is een impulsieve roadtrip naar de plek waar hun leven begon met als enige gezelschap de taxichauffeur Richard – see what you did there –  en zijn eigen herinneringen.
Met Het smelt zorgde Lize Spit op haar achtentwintigste voor de literaire doorbraak uit de natste dromen van elk aspirant-schrijver, waarmee ze de ene vertaling na de andere binnenhaalt en binnenkort zelfs een verfilming. Maar ook in weinig woorden heeft ze even veel te vertellen dan in die ene klepper van 480 pagina’s, zoals ze eerder al bewees met haar columns in De Morgen en kortverhalen in literaire tijdschriften De Gids en Das Magazin. Met Monsterdal weet ze opnieuw te fascineren met haar combinatie van oprechte emoties zonder pathetiek, dat je ne sais quoi in haar schrijfstijl en haar liefde voor herkenbare details (van hoe toeschouwers in een concertzaal netjes om de beurt lijken te kuchen tot de geur van een pas geopende zak bolognesechips). Af en toe volgden de sprongen in de chronologie elkaar sneller op dan je zou verwachten van een tekst voor een publiek, maar dat lieten de mensen in de goed gevulde schouwburg alvast niet aan hun hart komen. Lize Spit heeft als performer namelijk even veel frisheid en enthousiasme in zich als op papier.

De voorstelling in 30CC was de première van een hele tournee met Behoud de Begeerte, en Leuven als startpunt is geen toevallige keuze: het idee van het project ontstond tijdens een voorstelling in de zomerbar van Museum M (waar Club KULtuur ook bij was). Daar stonden Lize Spit en Elise Caluwaerts eenmalig samen op het podium, en die samenwerking smaakte naar meer. De fragmenten werden een kortverhaal, er kwam meer piano bij en het geheel werd omgetoverd tot een podiumwaardige productie. Die professionele aanpak komt ook tot uiting in het decor, dat krachtig is in al zijn eenvoud: op de scène staan tientallen kaarslichtjes, erboven een witte kubus die dienstdoet als scherm voor de boventiteling van de muziek én een video-installatie met dansende strepen. Wegmarkeringen, zo lijkt het wel. Of hoe de hemel aan je voeten kan liggen, zolang je iets of iemand hebt om naar onderweg te zijn.

Vaak loopt een muzikale voorstelling al snel het risico om te blijven hangen in een knip- en plakwerk van eerst-een-liedje-en-dan-een-tekst. Hier is dat allesbehalve het geval. De tekst, piano en zang kruisen, overlappen en ondersteunen elkaar en tillen elkaar naar een hoger niveau. Je merkt dat muziek en woorden al sinds het begin van het creatieve proces onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Elise Caluwaerts en Kim Van den Brempt, die regelmatig het klassieke repertoire verlaten voor projecten met artiesten uit de hedendaagse scene en andere disciplines, bewijzen dat muziek ook een taal is. En zij de verhalenvertellers. Het resultaat is een ingetogen maar oprechte dosis liefde, als perfecte remedie tegen de eindejaarsblues. Waaruit je meer rust en warmte haalt dan tienduizend kerstlichtjes samen.

Advertenties

Een ode aan de kwetsbaarheid: Vele hemels boven de zevende

Het was de laatste tijd niet zo gemakkelijk om Griet Op de Beeck te zijn. Haar moedige bekentenis over hoe haar nieuwste boek over incest gebaseerd is op haar eigen kindertijd, stootte zowel op solidariteit als op absolute bagger. En alsof dat nog niet genoeg was, kreeg ze nog eens tientallen mails van boze Helden van het Internet ‘omdat er dt-fouten in haar boek stonden’. Liefste zelfverklaarde traumapsychologen en taaladviseurs, check alsjeblieft eens de definitie van victim blaming, en als je toch bezig bent meteen ook waarom “gij hadt” wel met dt is. Of nog beter: laat Griet met rust en ga in een boekhandel naar keuze even kalmeren bij een paar hoofdstukken van Vele hemels boven de zevende. Al kan je daarvoor sinds vorige week ook gewoon naar de bioscoop, want haar eerste bestseller kreeg net de verfilming die hij meer dan verdient.

maxresdefault

Wie al eens een roman van Griet Op de Beeck las – en die kans is groot – kent haar succesrecept. De hoofdpersonages zijn standaard een aantal kwetsbare misfits die elk op hun eigen manier worstelen met het leven, en daarbij soms winnen en soms verliezen. Of om het met de woorden van Eva, het hoofdpersonage uit Vele hemels te zeggen: “alle mensen zijn gevoelig, maar sommigen hebben er toch meer last van dan anderen”. Zij hoort ongetwijfeld thuis in de tweede categorie. Ze is op zoek naar de liefde maar vindt alleen gênante online dates, wordt op haar werk diep geraakt door het verhaal van een gedetineerde die ze begeleidt, en haar moeder (een zo hatelijke Viviane De Muynck dat het hilarisch wordt) praat haar het ene complex na het andere aan over haar – absoluut ingebeelde – overgewicht. Haar vader (Herman Gilis) lijdt dan weer onder een opgekropt familiegeheim dat door de ziekte van zijn broer weer naar boven komt, en zus Elsie (Sara De Roo) is bang dat haar saaie huwelijk en haar gevoelens voor een kunstschilder (Koen De Graeve) meer betekenen dan een midlifecrisis.

Klinkt als een zootje ongeregeld van soapwaardig melodrama, maar is het allesbehalve. Wat het boek zo prachtig maakt, is het ontzettend naturelle taalgebruik dat je nog het meest van schoonheid naar een zakdoek doet grijpen. Of een potlood, om een mooie quote te onderstrepen. De grootste kracht van Vele hemels is dan ook hoe trouw de film blijft aan de tekst van de roman, hoe kan het ook anders met Op de Beeck (die in een vorig leven als dramaturg aan de slag was) als scenariste. De vertellerstekst gaat naar Eva’s twaalfjarige nichtje Lou – “is het in het middelbaar de bedoeling om zo hard mogelijk op elkaar te lijken?” – die zo de schijnbaar onverfilmbare ik-vertellingen uit de roman in ere houdt en er door haar eigen onzekere tienerogen een extra dimensie aan toevoegt. Mooi.

Keerzijde van de medaille is wel dat de acteurs er daarom soms niet in slagen om zich de tekst helemaal eigen maken. Vooral Sara De Roo stelt teleur in de rol van Elsie: ze komt erg kunstmatig en ongeloofwaardig over en doet zo ook afbreuk aan haar briljante tegenspelers Koen De Graeve en Brit Van Hoof. Gelukkig weet die laatste dat ruimschoots goed te maken door met een ontwapenende authenticiteit de rol van Eva neer te zetten. Hoe ze achter elke nepglimlach massa’s verborgen wanhoop toont en zelfs bij haar psychiater haar problemen weglacht, drukt je oncomfortabel achterover in je stoel. En dat terwijl haar empathie en puurheid in een andere familie, op een ander moment net haar grootste troef hadden kunnen zijn.

En dan is er nog die andere valkuil van de verfilming: schrijven is schrappen. Voor regisseur Jan Matthys, de man achter In Vlaamse velden en Quiz me quick, was Vele hemels zijn eerste stap in de wereld van de langspeelfilm, en daarmee heeft hij het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Sommige kneepjes van het kleine scherm zijn mee naar het witte doek geslopen: er wordt tv-seriegewijs iets te snel van scène naar scène gesprongen, dus een paar plotwendingen uit het boek opofferen voor wat meer poëzie was geen slecht idee geweest. Maar who cares, deze film wil net zoals het boek niet verbluffen met technische virtuositeit, maar met inhoud. Bereid je voor om serieus geconfronteerd te worden met vragen die zich buiten een cinemazaal al snel verstoppen tussen de alledaagsheid, zeker in tijden waarin kwetsbaarheid steeds meer synoniem lijkt voor zwakte. Hoe hard de manier waarop je naar het leven kijkt afhangt van je familie. Hoe al dan niet vanzelfsprekend geluk kan zijn. En vooral: of je zelf goed genoeg kan aanvoelen wanneer dat niet zo is, zowel bij anderen als bij jezelf.

Of je het boek moet lezen of de film moet bekijken? De Griet Op de Beeck-fan in mij schreeuwt: allebei. Maar ondanks de schoonheidsfoutjes in de regie en het acteerwerk zijn de emoties in de film bijna even authentiek gebleven. Aan jou de keuze dus, zolang je maar genoeg zakdoeken bij de hand houdt. En klaar bent om dagenlang met Spinvis’ reis ver, drink wijn, denk na, lach hard, duik diep, kom terug in je hoofd te zitten. Want alleen al dat is het meer dan waard.

 

(Vele hemels speelt nog tot 5 december in Cinema ZED. Zoals altijd krijg je korting met je cultuurkaart, en de programmatie vind je hier.)

“Is da kunst of mag da weg?” Wat je deze maand niet mag missen in STUK en Museum M

De kalender, thermometer en hoeveelheid deadlines in je agenda wrijven het er elke dag een beetje meer in: het is echt al november. Maar geen betere manier om je opkomende herfstdepressie en uitstelgedrag te vergeten dan even vluchten van de realiteit en je overspoelen met kunst. Deze maand helpen STUK en Museum M je daar graag bij. Enkele tips voor fans van hedendaagse beeldende kunst, van video tot performance en alles ertussenin.

Appendix, aangenaam verrast door Omer Fast

“Is da kunst of mag da weg?” Met die woorden maakte STUK-vrijwilligerscoördinator Margot op Facebook reclame voor de opening van Appendix. De stapel kartonnen dozen en vuilniszakken naast de ingang van de tentoonstelling doet je serieus twijfelen om even het containerpark te bellen, maar – spoiler alert – het maakt effectief deel uit van een kunstwerk. Welkom in het universum van Omer Fast.

Omer wie? Dat was ook mijn reactie toen ik de naam las, maar het is na de metamorfose tot ‘huis voor dans, beeld en geluid’ precies de missie van STUK om relatief onbekende video- en installatiekunst tot bij een breed publiek te brengen, en dat meestal helemaal gratis. Omer Fast is een Israëlisch-Amerikaanse videokunstenaar die zich graag bezighoudt met adaptaties van romans en de grens tussen fictie en realiteit. Zijn werk is onder meer te zien in het Tate Modern, Metropolitan Museum en Centre Pompidou, maar dit is zijn eerste echte solotentoonstelling in België.

omerfast.jpg,1440

Maar ook buiten de films zelf staat elk detail in functie van een groter geheel. Het decor van de tentoonstelling is een akelig realistisch nagebouwd appartement vol verhuisdozen, dat met zijn Ikeameubelen en achtergebleven pizzadozen van iedereen en niemand tegelijk kan zijn (grappig detail: de credits voor kringwinkel Spit aan de ingang). Wat er met de bewoners is gebeurd, laat Fast over aan de fantasie van de bezoekers. Op de tv van de woonkamer kan je kijken naar de film Looking good for God, waarin begrafenisondernemers vertellen over wat hun job zo bijzonder maakt, van de bijna lugubere technische details tot de levensvragen die hen gaan bezighouden. De documentairestijl van de film krijgt echter een surreëel randje wanneer de beelden plaatsmaken voor een kitscherige fotoshoot van kinderen, die gedubd worden door de stem van de begrafenisondernemers. Knap hoe twee even kunstmatige maar totaal tegenovergestelde werelden elkaar zo kruisen. De vervreemding die je erbij ervaart, wordt nog eens versterkt door het halflege appartement om je heen.

Het tweede tentoongestelde werk is August, een 3D-film gebaseerd op het leven van de Duitse fotograaf August Sander. Ook hier lopen verschillende verhalen door elkaar op één scherm: enerzijds zie je de making of van de realistische portretten waarmee Sander beroemd werd, anderzijds hoe hij als blinde en vereenzaamde oude man constant gekweld wordt door herinneringen aan het nazisme. Fast haalt alles uit het 3D-medium wat hij eruit kan halen: je wilt je haast bukken voor de draden waarmee de oude Sander zichzelf de weg wijst door zijn huis en van sommige geluidseffecten spring je echt even omhoog op je stoel. Een mooi eerbetoon van de kunstenaar aan een van zijn inspiratiebronnen.

(Benieuwd naar Appendix? Je kan de tentoonstelling nog tot 13 december gratis bezoeken in de Expozaal van het STUK, alle info vind je hier.)

Kunst in het STUKcafé: Maarten Vanermen

Nieuw in dit cultuurseizoen is de samenwerking tussen STUK en CASCO, een Leuvens initiatief dat ateliers en ondersteuning aanbiedt aan een aantal veelbelovende jonge kunstenaars. Voortaan krijgen zij een voor een de kans om hun werk tentoon te stellen in het STUKcafé. Maarten Vanermen bijt de spits af met een dubbele videoinstallatie van beelden van de lucht boven STUK, “naast het originele beeld van de natuurlijke gradiënt in de lucht zie je het geanalyseerde beeld van diezelfde lucht in de vorm van een digitale gradiënt”. Euh… wát? Het antwoord krijg je gratis bij je volgende pintje in het STUKcafé.

(Van 9 november tot 18 december tijdens de openingsuren van STUKcafé, meer info op de website. Maarten Vanermen opent de expo op 9 november om 19 uur. Interessant: achteraf kan je ook genieten van een rondleiding door Appendix van Omer Fast door de curator en een dj-set van Synik.)

Playground, het beste van wat niet in één hokje past

HomeAl voor de elfde keer slaan STUK en Museum M de handen in elkaar voor Playground Festival. Het programma is een bonte verzameling van kunstenaars uit heel Europa, zolang ze maar verschillende disciplines combineren, van video tot muziek, van tekst tot choreografie. Op beide locaties kan je vier dagen lang terecht voor massa’s interessante performances en installaties. Let op: alles is verspreid over verschillende locaties en voor sommige performances moet je eerst een plaats reserveren, check dus eerst de kalender om je bezoek zo goed mogelijk te plannen.

Een aantal werken zien er alvast erg interessant uit: Dominique Guilliots rondleiding ‘met ruimte voor de verbeelding’ in Museum M, Fabrice Samyns interactieve in- en uitademperformance en Julian Webers Japanse theeceremonie. Helemaal gratis zijn de voorstellingen van Benjamin Seror & The Masks, waarin een muzikaal alter ego van Ludwig Wittgenstein moordzaken uit het Los Angeles van de jaren ’30 oplost. En voor wie in Museum M al ging kijken naar de robots van Cécile B. Evans (met cultuurkaart kan dat gratis!) : de kunstenares geeft tijdens Playground een lezing over haar werk. Of doe eens gek en laat je verrassen door iets willekeurigs uit het programma, succes gegarandeerd.

(Van donderdag 16 t.e.m. zondag 19 november in Museum M en STUK. Korting met cultuurkaart en als je online reserveert, en op vertoon van je M-toegangsticket heb je recht op reductietarief voor de voorstellingen van die dag in STUK. http://www.playgroundfestival.be/nl)

Gilles Coulier en Cargo: een dik verdiende Cultuurprijs

(Door Sara Duquene en Jacoba Waumans)

gillescoulier.png

Op woensdag 18 oktober werd in Cinema Zed – Vesalius de tweejaarlijkse Cultuurprijs KU Leuven uitgereikt aan regisseur, scenarist en filmproducent Gilles Coulier. Met die Cultuurprijs, waar ook een geldprijs van 10.000 euro aan vasthangt, wordt tweejaarlijks een beloftevol Belgisch kunstenaar beloond. Voor de editie van 2017-2018 was het de beurt aan de discipline ‘film en televisie’. In het geval van Coulier gaat het om zijn drie kortfilms IJsland, Paroles en Mont Blanc. Ook het succes van zijn productiehuis De Wereldvrede, dat in 2015 de Canvasreeks Bevergem maakte, is één van de redenen waarom de jury Coulier uitkoos als laureaat.

De reeks heeft naast acht afleveringen ook een in scène gezette negende making-of-aflevering met fictionele interviews. Daarin kunnen de acteurs ook probleemloos hun mening kwijt over de regisseur van de reeks. Op de vraag wat hij van de Couliers kortfilms vindt, antwoordt acteur en singer-songwriter Wannes Capelle, Wantje in de reeks, doodleuk: “kort, hé”. Ook Dries Heyneman, die Kurt vertolkt, ziet de uitgelezen kans om een filosofische uitspraak te doen over kortfilms en in het bijzonder die van Gilles Coulier. Hij verklaart dat het grootste probleem van kortfilms is dat ze erg snobistisch zijn. Het is te kort om een verhaal te vertellen en te veel gevraagd om het grappig te maken.

Drie jaar na deze reeks kwam dan ook Couliers eerste langspeeldebuut uit. De jury van de Cultuurprijs KU Leuven was op de hoogte van het feit dat hij aan zijn eerste langspeelfilm aan het werken was, maar op het moment voor de keuze van Coulier als laureaat was Cargo nog een onafgewerkt project.

De avond begint met de vertoning van Couliers jongste kortfilm Mont Blanc, die de kortfilmcompetitie van het Festival van Cannes haalt in 2013. De film start met een scène waar acteur Wim Willaert die het personage van de zoon vertolkt naast zijn oude mobile home staat te plassen aan de voet van de Mont Blanc. Het contrast tussen schoonheid en banaliteit kan haast niet groter zijn. De reis naar de Mont Blanc was de laatste wens van zijn terminaal zieke vader (Jean-Pierre Lauwers), maar die lijkt niet onder de indruk wanneer ze ook effectief daar zijn. De film gaat over een stroeve vader-zoonrelatie. De twee zeggen enkel het hoogstnodige tegen elkaar, wat de spanning des te voelbaarder maakt. Het is niet nodig om exact te weten wat er precies fout gelopen is tussen de vader en de zoon. Door bepaalde technieken als close-ups van zwijgende personages, slaagt de regisseur erin de juiste sfeer te creëren. Exact dat is wat de stijl van Coulier zo bijzonder maakt.

Daarna volgt een speech van professor Hilde Heynen, voorzitter van de Adviesraad Cultuurprijs KU Leuven, over de geschiedenis en de missie van de Cultuurprijs. Het is professor Rudi Laermans die de laudatio van de jury uitspreekt. De juryleden apprecieerden vooral de manier waarop Coulier in al zijn werk ‘acteurs- en auteurscinema’ maakt: zijn persoonlijke touch komt even hard tot uiting in zijn arthousecinema als in Bevergem en hij gunt zijn acteurs alle vrijheid die ze nodig hebben. Verder was er veel lof voor zijn keuze voor de puurheid van het West-Vlaams, de intimiteit die ontstaat door het trage verteltempo en de prachtige contrasten tussen licht en donker.

Vervolgens mag Gilles Coulier officieel zijn oorkonde in ontvangst nemen. “We hebben een grote cheque hoor, maar die komt later, dat past misschien niet zo bij een cultuurprijs”, lacht vicerector Bart Raymaekers. Ook staat Couliers naam voortaan in het gulden boek van de KU Leuven, maar enkele bladzijden verwijderd van die waar de naam van Angela Merkel staat te pronken. Een plaatsje in het boek is namelijk enkel bestemd voor eredoctores en gevestigde namen in de kunstwereld: tussen eerdere winnaars van de cultuurprijs zien we grote namen als Dirk Braeckman, Luc Tuymans en Braakland/ZheBilding.

De uitreiking eindigde met de kortfilm Paroles. Met dat project studeerde Coulier in 2010 af aan de LUCA School of Arts in Brussel binnen de richting audiovisuele kunsten en veroverde hij meteen de Juryprijs op het internationaal kortfilmfestival in Leuven. Ten slotte was het (na een receptie) tijd voor het moment suprême van de avond: de exclusieve voorstelling van Cargo. Wij gingen kijken en zagen dat het goed was.

De stille kracht van grauwheid: een recensie van Cargo

Vlamingen zijn gesloten types. Vooral West-Vlamingen. Ze leren zelden om open te zijn over hun gevoelens, en de prijs die ze later daarvoor betalen is hoog. Het is een idee – een cliché, als je wil – dat af en toe opduikt in alarmerende nieuwsberichten over hoge zelfdodingscijfers en dan weer maandenlang doodgezwegen wordt, maar in Cargo duwt Gilles Coulier het anderhalf uur lang recht in ons gezicht. Hoofdpersonages zijn de drie zonen van een Oostendse vissersfamilie (wie anders dan West-Vlaamse karakterkoppen Sam Louwyck, Wim Willaert en Sebastien De Waele) die het steeds moeilijker hebben om overeind te blijven in het harde havenmilieu. Wanneer hun vader op een nacht overboord valt (of springt?) en in coma belandt, worden ze pas echt met de neus op de feiten gedrukt. Alles lijkt te leiden tot één dilemma: blijven vissen of niet? Maar breng dat maar eens ter sprake tussen alle opgekropte familiefrustraties die langzaam boven water komen. Zeker als je niet beter weet dan dat problemen alleen opgelost kunnen worden met een pijnlijke stilte of een djoef op uw muile, niets ertussenin.

Tel daar nog eens de constante confrontatie met de vluchtelingenproblematiek en de broer die zijn geaardheid verbergt bij op, en drama gegarandeerd voor een hele tv-serie, zou je denken. Toch zit de kracht van Cargo net in de keuze voor het tegenovergestelde. Geen slaande deuren en pathetische dialogen, de stijl blijft even subtiel-maar-gespannen als de emoties van de personages. Show, don’t tell: de enige echte hoofdrol is die van de stilte die geen stilte hoort te zijn, en daardoor gaat ze net harder spreken in je hoofd. Wat het meest blijft hangen, zijn dan ook de beelden. De camera zit zo dicht op de huid van de acteurs dat je elke rimpel en elke druppel tattooinkt ziet, de netten tegen je gezicht voelt kletsen en lijkt mee te drijven op elke golf. Nog nooit zagen we Oostende van zo’n grauwe en dreigende kant, nog eens extra in de verf gezet door de knappe strijkerssoundtrack van Liesa Van der Aa.

Wie op zoek is naar bloedstollende plot twists en finales of een Bevergem 2.0 blijft dus op zijn honger zitten. Maar wat maakt het ook uit, dat is allesbehalve wat deze film wil zijn. Wat we gezien hebben, is vooral een eerbetoon aan de zee en de visserij, eerlijk genoeg om de duistere kantjes te tonen, maar altijd met een duidelijk voelbare liefde. Je ziet zelden Vlaamse cinema die aan het rauwe, puur esthetische genoeg heeft om te blijven boeien, zeker niet van een jonge regisseur die de voorbije jaren tussen alle mogelijke stijlen heeft gebalanceerd. Wij zijn alvast benieuwd naar meer.

 

(Benieuwd naar Cargo? Cinema Zed Vesalius speelt de film nog op dinsdag 24 oktober, donderdag 16 november en zondag 3 december. Tickets en info vind je hier: http://www.cinemazed.be/film/cargo)

Literaire oktobertips

 

Wanneer het herfst wordt, is dat voor de boekenwurmen onder ons het ultieme excuus om weer in hun cocon te kruipen met een kop thee en vingers die permanent naar mandarijnen lijken te ruiken. Gelukkig kan je deze maand in Leuven ook buiten de muren van je kot terecht voor literair entertainment van alle soorten. Maar dan ook echt alles, van Jane Austen tot literair improvisatietheater en slam poetry. En dat zo goed als allemaal gratis.

Feest in de Bib

Deze week bedanken alle Vlaamse bibliotheken hun trouwe lezers met de jaarlijkse Bibliotheekweek. Voor deze editie pakt de Leuvense bib uit met een bijzonder thema: precies 200 jaar geleden overleed Jane Austenwat vraagt om een speciaal eerbetoon. Fans van de vrouw achter klassiekers als Emma en Pride and Prejudice kunnen voor 3 euro genieten van een lezing over haar leven en werk. Maar ook voor anglofielen in de minder strikt literaire zin van het woord is het programma een aanrader: er is een high tea, een photobooth en zelfs een Engelse dansworkshop. En o ja: diezelfde dag is er ook de boekenverkoop, waar je voor 1 euro per stuk afgevoerde boeken kan adopteren.

zaterdag 14 oktober – 10-17u – bibliotheek Tweebronnen – gratis (lezing: € 3)
meer info: http://bib.leuven.be/feest-in-de-bib

Mag ik U(w) Boeken?

“Literair Losgehen”. Met die ietwat mysterieuze maar veelbelovende beschrijving stelt improvisatietheatergezelschap RIOT – een bekend gezicht onder hen is schrijfster en Knack-columniste Katrijn Van Bouwel – hun nieuwste project Mag ik U(w) Boeken? voor. Het concept klinkt overtuigender dan de woordspeling en is misschien het best samen te vatten als een prettig gestoorde mengvorm van muzikaal theater en bookcrossing. De enige toegangsprijs die je als toeschouwer betaalt is één boek dat je opoffert aan de fantasie van de acteurs. Met al die verhalen als basis schudden ze een verrassende voorstelling uit hun mouw, begeleid door een orkest met piano, contrabas, gitaar en drums. Op het einde ruil je je boek met een willekeurige andere toeschouwer. En het wordt vervolgd: de komende maanden is het gezelschap ook te gast bij Standaard Boekhandel en Barboek. Ik ben alvast benieuwd.

donderdag 19 oktober – 20:00 – bibliotheek Tweebronnen – gratis
meer info: https://www.leuvenleest.be/event/mag-ik-uw-boeken

Poetics Beats ’n Jam

Alleen wie de afgelopen jaren onder een steen leefde, zal koppig blijven beweren dat muziek, poëzie en de urban scene totaal verschillende werelden zijn. Een van de fijnste voorbeelden hiervan is Urban Woorden, een Leuvens project dat verschillende culturen via woord- en podiumkunsten een stem wil geven. Samen met urban arts-collectief BURn organiseren ze een heuse open mic waar iedereen die met rap, R&B en slam poetry bezig is zijn talent kan tonen. De line-up van deze editie is volledig vrouwelijk en scoort alvast hoog op de diversiteitsmeter, met een mengelmoes van artiesten van alle kleuren, uit alle mogelijke muziek- en tekstgenres. En je inschrijven kan nog altijd, met een mailtje naar burn@leuven.be of een pm naar de Facebookpagina.

vrijdag 20 oktober – 20:00 – OPEK – gratis
meer info: https://www.facebook.com/events/1955100848111276

De Boekenkamer

Zet een interessante bekende Vlaming op een podium om over zijn passies te vertellen en er gebeurt gegarandeerd iets moois, zeker wanneer het over literaire passies gaat. Dat heeft 30CC goed begrepen: het (bijna) maandelijkse evenement De boekenkamer is dit seizoen terug van nooit-echt-weggeweest. Het idee is eenvoudig: artiesten die ’s avonds in 30CC optreden, komen als literair verantwoorde lunchpauze praten over boeken die hen fascineren, en dat helemaal gratis (als je op voorhand je plaats reserveert) en met een hapje erbij. Op 23 oktober geeft acteur Bruno Vanden Broecke de aftrap, bij de volgende edities is het de beurt aan andere grote namen als Reinhilde Decleir, Maaike Cafmeyer en Wannes Cappelle.

maandag 23 oktober – 12:15 – UCLL, campus Hertogstraat Heverlee – gratis (met reservatie)
meer info: https://www.30cc.be/nl/programma/item/de-boekenkamer—bruno-vanden-broecke

(Meer interessante tips over literatuur in Leuven? Check dan zeker Leuven Leestde nieuwe website waar 30CC, de bibliotheek en boekhandels hun evenementen verzamelen, aangevuld met de leestips – en zelfs de favoriete leesplekken – van een team enthousiaste bloggers.)