Het leven, een pauzeknop: waarom je de gratis expo ‘Look at us now’ niet mag missen

Welke rol speelt technologie in ons overdonderende dagelijkse leven? Is ze een overprikkelende tijdbom die ons leven overneemt, of net het laatste redmiddel om de planeet te redden? Met Look At Us Now serveert STUK een intrigerende selectie hedendaagse kunst, die het keurslijf van de anderhalvemeterexpo niet ziet als een obstakel, maar als een witruimte waaruit iets moois kan ontstaan. En die soms aanvoelt als een mokerslag, soms als een meditatieve cocon, maar het vaakst als iets aangenaams ertussenin.

© Joeri Thiry / STUK

Ik wandel de trappen van het STUK op, de zon schijnt op de vertrouwde puddinggele tegeltjes. Een aangenaam lentebriesje waait me tegemoet, samen met het geluid van stemmende strijkers. In sommige geluiden voelt het alsof je thuiskomt, en dat doe ik in die lawine van do-, sol-, re-, la- en mi-snaren. Maar wat ik hoor zijn geen van muzikanten van vlees en bloed, maar een video-installatie van Trevor Paglen, waarin een strijkkwartet Debussy’s String Quartet in G Minor inoefent. Bovenop de beelden springen allerlei kadertjes en cirkeldiagrammetjes heen en weer. Het is het denkwerk van AI-algoritmes, die de muzikanten en alles rondom hen proberen te herleiden tot objecten die ze herkennen – nee, sukkel, een muziekstaander is geen fietswiel. En dan wordt het stil en verdwijnen de hokjes en cijfertjes uit beeld. De muzikanten barsten in lachen uit wanneer een altvioliste de tel kwijtraakt, de camera zoekt close-ups van hun gezichten, er verandert iets in de ruimte.
Ik slik. Hoewel het werk dateert uit 2018, komt het bij me binnen als een zoektocht naar de essentie van cultuur, wanneer die opgesloten zit achter beeldschermen en de live-ervaring nog nooit zo ver weg heeft gevoeld. Alsof dit – excusez le mot – kutjaar de snaren van mijn emoties heeft doen springen, en ik er nieuwe moet aanspannen en zachtjes bijstemmen, voorzichtig zoekend.

Look At Us Now is een meer dan geslaagde poging om de gevoelige snaren die kunst bij ons raakt weer bij te stemmen. In de marge van AND&, een stadsfestival rond innovatie, pakt STUK uit met wat lijkt op een lightversie van het Artefact Festival: een tentoonstelling die onze condition humaine fileert met een eigenzinnige selectie van hedendaagse kunstenaars die goochelen met video’s, soundscapes en artificiële intelligentie. Deze keer is de centrale vraag wat de gevolgen van die innovatie kunnen inhouden, en valt de keuze op kunstenaars die “het directe, expliciete pad vermijden en ervoor kiezen te intrigeren, te bevragen of misschien zelfs te verleiden”. Het klinkt als een abstracte en misschien wel té ambitieuze thematiek, maar de toegankelijke en gevarieerde invulling houdt het resultaat mooi in balans.

Hoe snel dat verleiden omslaat in complexe vragen over kwesties zoals het klimaat en onze toekomstvisies, wordt bijvoorbeeld heel tastbaar in het Stadspark. Daar is niet alleen de enorme, kruipende opblaasfiguur van Amanda Parer een verplichte halte tijdens je stadswandelingen, maar ook de installatie Clams (2019) van Marco Barotti. Het lijkt een deken van plastic schelpen langs de vijver, waaruit een schril gegalm weerklinkt dat een koppig duet aangaat met de eenden. Maar in werkelijkheid staan de schelpen in verbinding met een systeem dat de watervervuiling in de Vaartkom registreert, en die transponeert tot geluidseffecten. Dezelfde dubbelzinnigheid ervaar je in het indrukwekkende National Apavilion of Then and Now van Haroon Mirza. In de white cube van de STUK-studio staat een black box van geluidsdicht schuim, waarin je je even kan terugtrekken in het hier en nu. Maar na een minuut voel je vooral onbehaaglijkheid. Hebben we het in ons drukke bestaan afgeleerd om om te gaan met zo’n leegte? En hoe triest is het dat zo’n drastische oplossing überhaupt nodig is om rust te vinden?

Het tentoonstellingconcept doet misschien aan als een zoethoudertje in afwachting van betere tijden zonder ontsmettingsgel en reservatieslots, maar is dat allesbehalve. Het minieme aantal werken eigent zich volledige expozalen toe en waaiert uit over drie locaties. Zo ontstaat er een ongeziene ademruimte die je nodig hebt om te mijmeren over het thema, en die je bij traditionelere tentoonstellingen al snel kwijtraakt. Bovendien creëert die less is more-filosofie ook het ideale decor voor monumentale werken. Zoals een installatie waarin de Zwitserse geluidskunstenaar Zimoun 168 enorme kartonnen dozen op elkaar stapelde, op elke doos een klein hamertje bevestigde en vanuit de optelsom van die repetitieve slagjes een hypnotiserend geruis creëert. Wanneer kan je zo’n overdonderende microkosmos ooit nog volledig voor jou alleen hebben?

De titel Look At Us Now leest als een bevel. Toch ambieert de expo geen definitieve handleiding bij het leven te zijn, eerder een pauzeknop om in te drukken wanneer het in deze hectische tijden even te veel wordt. Je kan de imperatief invullen zoals je het zelf wil, kritisch over hoe het verder moet met onze samenleving, of net optimistisch. Ik hou het alvast bij het hier en nu, heel eenvoudig: ga die tentoonstelling bekijken, nu.

Look at us Now – van dinsdag 20 april tot zondag 25 april – STUK (Naamsestraat), KADOC-kapel (Vlamingenstraat) en Stadspark

Gratis toegang, maar reserveren is verplicht via de STUK-website.

Bitterzoete dromen van verre muziekzomers: Eefje de Visser

Met de even intieme als overdonderende concertfilm Bitterzoet vult Eefje de Visser de leegte waarin haar gelijknamige laatste album strandde. En een beetje van die leegte verandert ze – op haar eigen poëtische manier – in net genoeg witruimte om ons te doen uitkijken naar meer.

2020 had hét jaar van Eefje de Visser moeten worden. In januari lanceerde de Nederlandse singer-songwriter haar vierde album Bitterzoet, dat met de ene viersterrenrecensie na de andere meer dan ooit deed uitkijken naar een live tour vol superlatieven. Gelukkig wil het toeval dat ze er al van droomde om een concertfilm te maken voordat you-know-what daar een noodzaak van maakte. En de witte muren van haar Gentse appartement annex studio, met nonchalant neergezette kisten lp’s en piepschuimen sculptuurtjes, ademen overtuigend de sfeer van haar muzikale identiteit.

Online concerten doen me altijd anticiperen op een zekere tristesse. En ik geef het toe, bij Eefje de Visser nog iets meer dan gewoonlijk. Resoneren haar lyrics, die wel vaker vorm geven aan de grijze zone tussen eenzaamheid en geborgenheid, nog wel op dezelfde manier na een jaar isolement? En hoe valt een song zoals De Parade, die gemaakt is voor eindeloze nachtelijke wandelingen in fijn gezelschap, te rijmen met de reflectie van mijn hoofd in mijn computerscherm? Maar mijn twijfels worden al snel weggespoeld door de ongeziene energie en inleving in deze uitvoeringen. Comfortabel switchend tussen piano, gitaar en bas stelt ze niet alleen de Bitterzoet-songs voor met een tienvoud van de kracht die in de albumversies zit, ook enkele kleppers van haar vorige album Nachtlicht passeren de revue. De Fleetwood Mac-vibe van Jong wordt heerlijk aangevuld met een ijl acapella-begin en culmineert in een wervelende synthssolo. Wie een grens wil trekken tussen de folkpop van haar oudere repertoire en de elektronische sound waarnaar ze met de jaren evolueerde, is eraan voor de moeite, alles loopt op een verfrissende manier in elkaar over.

Daarnaast doet Bitterzoet alle eer aan beide delen van de samenstelling concertfilm, want Eefje de Visser haalt alles uit het medium wat eruit te halen is. De zwarte silhouetten van de muzikanten in het witte decor en de talloze close-ups op hun handen zijn een perfecte echo van de ijle synths en dat beetje rauwheid waarmee ze overgoten zijn. Tijdens de meer up-tempo nummers baadt de studio in een schemering met neonlampen op de grond, en met haar achtergrondzangeressen waagt ze zich aan een choreografie van minimalistische handgebaren. Tegelijk worden de ruwe randjes van de muziek allerminst glad gepolijst. Niet alleen is de uitvoering van de nummers veel energieker dan de albumversies, de sprankeltjes interactie tussen de muzikanten en stemmende gitaren tussen de songs door geven het geheel ook een ontwapenende authenticiteit.

Bitterzoet is een pareltje dat je terug katapulteert naar warme zomeravonden, tipsy op een terras met een warme wind die over je schouders blaast. Of net vooruit, naar het verwachtingsvolle geroezemoes van een live concert waarvoor deze songs gemaakt zijn. Voorlopig blijft het bij met roodgelakte nagels op blote voeten over je tapijt dansen, net zoals Eefje. De melancholie die me na de aftiteling overvalt, neem ik er met plezier bij.

De concertfilm Bitterzoet kan je hier streamen op Dalton, het online filmplatform van Cinema ZED.

“Een personage dat je sympathiek vindt, kan je daarom nog niet goed neerschrijven”: Saskia De Coster over ‘Wij en ik’

Een 400-tal pagina’s die meermaals het label ‘Grote Vlaamse Roman’ kregen opgespeld, maar ook buiten onze landsgrenzen gevoelige snaren raakten. Een generatieportret van getraumatiseerde boomers, die weliswaar op dezelfde manier picture perfect willen zijn als wij op onze social media. Ook zeven jaar na publicatie blijkt Wij en ik van KU Leuven-alumna en writer-in-residence Saskia De Coster nog steeds een spiegel voor onze ingewikkelde relaties met familie, sociale klasse, communicatie en het onvermogen daartoe. Of dat bleek toch uit de boeiende leesclub waarin ze in dialoog ging met een enthousiast groepje studenten. “Een ongelukkige kindertijd is een goudmijn voor een schrijver, maar een hypergelukkige kindertijd is soms ook een verschrikking”.

“Ik ga er even het boek bij nemen, want straks beginnen jullie over passages die ik me zelf al niet meer herinner”. Wanneer Saskia De Coster plaatsneemt voor de Zoomsessie – mijn blik glijdt soms af naar de kamerplanten op de achtergrond – is het meteen duidelijk dat ze allesbehalve heeft toegezegd voor een banaal hoorcollege over de making of van haar succesroman. Wat volgt is een gesprek dat een uur lang uitwaaiert van de zin en onzin van de intentie van een auteur achterhalen, tot koppels die cheesy foto’s posten om een relatiecrisis te verbergen, tot commentaar van Nederlandse redacteurs op Vlaams taalgebruik. Maar even vlot zet ze die gedachtesprongen hoofdschuddend weer op pauze om onze ervaringen te laten spreken. Of ook wij iets van onze levens herkennen in de prestatiedruk waaronder de personages gebukt gaan? Of we een personage te snel veroordelen? Er vallen korte stiltes tussendoor, maar van het soort waar altijd weer nieuwe ideeën uit voortvloeien.

Weinig openingszinnen weten de sfeer van een roman zo krachtig te vatten als “Niemand komt zomaar op de berg”. De berg in Wij en ik is een even elitaire als beklemmende Vlaamse villawijk, waar je je als lezer meteen een ongeïnviteerde indringer achter de buxusbollen voelt wanneer je een blik werpt in de levens van Stefan en Mieke. Hij probeert zijn farmaceutisch bedrijf te redden van de ondergang, maar gaat gebukt onder opgekropte jeugdtrauma’s. Zij liet haar carrière als juriste varen bij de geboorte van hun dochter Sarah. Al snel blijkt dat de ambitie waarmee ze hun leven vormgeven voor buren, collega’s en kennissen die ze vrienden noemen een masker is. En met elke pagina stel je niet meer de vraag óf dat ooit zal afvallen, maar wanneer.

Familiebanden, en hoe die vaker dan we willen als een donkere wolk boven ons leven hangen, zijn een constant terugkerend thema in het werk van Saskia De Coster. Het fascinerende aan families schuilt voor haar in de vele contradicties die erbinnen schuilgaan: “families zijn als een eiland waar we proberen dichter bij elkaar te raken, maar elkaar soms ook ontlopen.” De titel Wij en ik omvat dan ook het hele spanningsveld tussen samen zijn en tot elkaar veroordeeld zijn, tussen lichamelijk bij elkaar zijn en vaak niet van elkaar weten wie je écht bent. Het is een ambiguïteit waaruit er tientallen nieuwe voortkomen, zo blijkt uit onze impressies van de roman. De personages zijn overbeschermend, maar ook in staat om elkaar vrij te laten als een ultiem teken van liefde. In hun nabijheid raken ze steeds meer vervreemd, maar ondanks hun botsende karakters groeien ze hier en daar ook naar elkaar toe.

Hoe doe je dat, een roman schrijven waarin het hoofdpersonage net de witruimte tussen personages is? Met heel veel geduld en ruimte om alle nuances in je hoofd een eigen leven te laten leiden, zo blijkt. “Het kost me inzicht om een personage van binnenuit te leren kennen. In een kortverhaal heb je genoeg aan een oppervlakkig beeld, maar met een roman die tientallen jaren beslaat is het complexer.” Toch blijkt het venijn vooral in het einde te zitten, ongeacht de lengte van een tekst. De Coster geeft toe dat de veelbesproken ontknoping van Wij en ik (geen spoiler alert) er in een eerdere versie van de roman nog een extra hoofdstuk bij kreeg, maar uiteindelijk schrapte ze het omdat het “te veel echo’s van slechte films” in zich droeg. “Hoe de geschiedenis zich al dan niet herhaalt en hoe je als individu dat patroon al dan niet kan doorbreken, ook dat zijn dingen die me fascineren”.

Een roman die de kneuterigheid van all white verkavelings-Vlamingen aan de kaak stelt voordat #MeToo en Black Lives Matter de opiniepagina’s haalden, wordt 7 jaar na publicatie onvermijdelijk gelezen als een tijdsdocument. De Coster is begripvol tegenover een boze mail die ze kreeg toen een personage het N-woord gebruikte, maar pleit ook voor voldoende ademruimte om in de literatuur het racismethema aan te kaarten. “In mijn laatste roman Nachtouders komt het N-woord ook voor, maar uitgesproken door een overduidelijke boomer die is opgegroeid in een wereld van “geld inzamelen voor de kindjes in Afrika”. Daar is het overduidelijk een impliciete kritiek, dus ik kies bewust niet voor censuur of een vervalsing van de geschiedenis. Fictie is nu eenmaal geen verlengstuk van je eigen mening, anders is er geen verbeelding meer.”

Theater en dans vanuit je kot: onze (gratis) aanraders voor deze week

Oké, we geven het toe: theater en dans zijn maar een fractie van zichzelf zonder de pluizige stoelen van de schouwburg, de zweem van zorgeloosheid waarin je even mag vertoeven en de verbondenheid die je ervaart bij elk lachje en applaus van de toeschouwers om je heen. Maar ook tijdens lockdown 2 zitten de cultuurhuizen niet stil en blijven ze ons online entertainen, met livestreams van nieuwe creaties én opnames van oude producties. Hier alvast enkele tips voor de komende week, de meeste helemaal gratis.

Magisch minimalisme

Het aantal vijfsterrenrecensies voor het oeuvre van Anne Teresa De Keesmaeker en Rosas is na al die jaren te klein voor één pagina, maar het meeste furore maakten ze op internationaal niveau misschien wel in 1998 met Drumming. Een herneming van de voorstelling stond net op het programma in de Muntschouwburg, maar gaat nu noodgedwongen online. Als ode aan minimalistisch componist Steve Reich fragmenteren de dansers een motief in meerdere bewegingen, met subtiele afwijkingen van het ritme. Ze laten zich leiden door de houten en metalen percussie-instrumenten van het ensemble Ictus, in kostuums van Dries Van Noten. Een “draaikolk van levensenergie” om je even in te verliezen én een unieke kans om deze topvoorstelling mee te maken alsof je op de eerste rij zat.

Drumming (Anne Teresa De Keersmaeker / Rosas & Ictus)
Gratis livestream, vrijdag 30 oktober en zaterdag 31 oktober om 20:00

Voyeurisme voor gevorderden

De prijs voor het origineelste online theaterconcept gaat ongetwijfeld naar SKaGeN. Tijdens de eerste lockdown pakten ze uit met WatchApp #1, een virtuele dialoog tussen onbekenden die je kon volgen via een WhatsAppgroep, om drie weken lang vol spanning te wachten op elke nieuwe wending in hun prille band. Deze maand volgt de sequel WatchApp #2, waarin ze de ontmoetingen tussen personages Emmi en Leo naar een hoger niveau tillen met Instagram Live-sessies. Of het de hype waard is? Geen idee, maar spannendere notifications dan de mails met videoboodschappen van Luc Sels zijn het sowieso.

WatchApp #1 en #2: Emmi en Leo (SKaGeN)
Tickets voor de herneming van deel 1 van de voorstelling zijn via SKaGeN te verkrijgen tot 1 november. Deel 2 gaat van start op 18 november, met kortingen voor alle cultuurkaarthouders die een ticket kopen via 30CC.

Klimaatzaak met ambitie

Tussen het eindeloze doomscrollen door de coronacijfers zou je haast gaan vergeten dat er nog andere grafieken dramatisch de hoogte in schieten: die van de klimaatverandering bijvoorbeeld. Theatermakers Anoek Nuyens en Rebekka de Wit – de laatste ken je misschien als columnist in De Standaard Weekblad – lieten zich voor hun nieuwste voorstelling inspireren door de Nederlandse ngo Milieudefensie, die via een rechtszaak oliegigant Shell wil dwingen om eindelijk hun verantwoordelijkheid te nemen. Maar hoe begin je daaraan als niemand zich eerder op dat gladde juridische ijs heeft gewaagd? Heeft het zin om als individu mee te doen aan vegan November en goedkope Ryanairtickets uit je leven te bannen wanneer bedrijven op wereldschaal hun voeten vegen aan het klimaat? Een voorstelling die geen activistisch pamflet belooft, maar wel een reflectie over de macht van woorden als je een doel wil bereiken.

Normaal gezien zou de voorstelling op 10 november te gast zijn geweest in 30CC. Maar omdat de coronamaatregelen ook in Nederland de cultuursector treffen, bieden de makers de voorstelling gratis online aan. Leuk extraatje: elke voorstelling wordt ingeleid met live debatten over milieuactivisme, maatschappelijk engagement in het theater en de relatie tussen kunst en de klimaatcrisis.

De zaak Shell (Anoek Nuyens & Rebekka de Wit / Frascati)
Gratis livestream om 19:30 uur, van 3 t.e.m. 6 november

Netflix voor theaterfans

Nog steeds honger naar meer? In maart gooiden verschillende theaterhuizen en -gezelschappen hun eigen archieven al open voor het grote publiek. Het Antwerpse Toneelhuis doopte zichzelf om tot Huistoneel en pakte naast captaties van voorstellingen ook uit met tekstperformances en korte documentaires over de making of van eerder werk. Ook NTGent bundelde heel wat indrukwekkend beeldmateriaal op NTGent On Tape. Literatuurfans kunnen dan weer genieten van legendarische performances van Hugo Claus en Herman De Coninck – of als het iets recenter mag: Saint Amour van februari dit jaar – op de website van Behoud De Begeerte. Allemaal gratis? Absoluut.

Daughters of the witches you couldn’t burn

Een kleurrijke canon van activistische teksten die tot leven komt in de monden van een even kleurrijke groep jongeren. Passing the Bechdel Test van fABULEUS en Jan Martens balanceert tussen de puurheid van een toneelrepetitie in mijn middelbare school en de vurigheid van een open mic night in een queer café. Het resultaat is meer dan overtuigend. Als hommage aan revolutionaire stemmen, maar vooral als seismograaf van de grilligheid waarmee je ontdekt wie je bent.

De titel Passing the Bechdel Test leest als een manifest. De test in kwestie ontstond als uit de hand gelopen grap van cartooniste Alison Bechdel, om de teleurstellende representatie van vrouwen in fictie aan te kaarten. In een van haar graphic novels verzucht een meisje dat ze enkel nog tijd wil investeren in films waarin twee vrouwelijke personages bij hun naam genoemd worden én met elkaar spreken over iets anders dan een man. Een extreem lage standaard, waaraan alsnog maar liefst 43 procent van de films niet voldoet. Waar ga je dan als tiener op zoek naar rolmodellen, als elk geloofwaardig script ontbreekt?

Nog moeilijker wordt het als je geaardheid en/of genderidentiteit afwijkt van de norm, en in de bestaande scripts niet eens aan bod komt. De culturele iconen waarin je jezelf kan herkennen zijn dan zo goed als onvindbaar. De ideale aanleiding voor fABULEUS en choreograaf Jan Martens om queer jongeren van vandaag rechtstreeks te laten kennismaken met hun pioniers. Ze zochten en vonden 13 tieners die zichzelf herkenden in de thematiek en lieten hen aan de slag gaan met een canon van feministische, LGBTQ-activistische en antiracistische essays, speeches en TED-talks. Van pioniers zoals Virginia Woolf en Audre Lorde tot hedendaagse iconen zoals Rebecca Solnit en Maggie Nelson. Een mooie selectie, zij het dat ze pas écht eclectisch was geweest met wat meer aandacht voor online activisme zoals generatie Z het kent.

Als op een klasfoto – compleet met wankele klapstoeltjes – zitten ze op een rij en citeren ze non-stop uit dat tekstmateriaal. Soms puberaal onvolmaakt, soms ontroerend matuur, maar altijd met voelbaar respect voor hun eigenheid. Ze dragen hun vertrouwde kleren, zetten hun dictielessen even aan de kant en er is geen theatertechnicus in zicht om de muziek en video’s op te starten. Je wil bijna schreeuwen dat ze het Word-document waarin ze zinnetje per zinnetje al typend zichzelf introduceren godverdomme eens opslaan. Theater gereduceerd tot zijn absolute nulpunt, zo lijkt het. 

Of toch niet? Op elke oprechte getuigenis volgt wel een ironische kwinkslag (“ik ben 8 maanden zwanger!”) die meteen doorprikt hoe je in je hoofd een bepaald beeld creëerde van elke performer op basis van hun uitspraken. Je voelt jezelf bijna een voyeur door die autobiografische blik, want eerder dan individuen zijn ze vooral schakels in één gemeenschappelijk verhaal van vechten en jezelf blootgeven. Dat constante spel met zijn en niet zijn bereikt een hoogtepunt in een knap re-enactment van een lezing van fotografe Catherine Opie. Elk om de beurt vertellen ze over haar portretten van de queer community van Los Angeles alsof ze zelf achter de camera stonden. 

Dat we de voorstelling twee jaar na première zien, geeft het geheel een interessante extra dimensie. De speech van Kamala Harris in de zaak-Kavanaugh die zo’n prominente plek inneemt in de voorstelling? Aged very well. En zijn ze nog wel dezelfde onzekere jongeren? Ongetwijfeld hebben ze een enorm groeiproces doorlopen in vergelijking met hoe ze twee jaar geleden op het podium stonden, en dat idee is even hartverwarmend als de voorstelling zelf.

Is de overdaad van redelijk abstracte citaten na een tijdje niet too much om te blijven volgen, in een performance die een dikke twee uur duurt? Misschien. Maar het weerspiegelt de gulzigheid waarmee jongeren hun identiteit ontdekken, alsof je per ongeluk de autoplay hebt laten aanstaan bij een eindeloze stroom coming-outvideo’s. En hun activisme zou niet meer hetzelfde zijn in een voorgesneden kant-en-klaarversie. Het mag je bewust maken van je onvermogen om alles te bevatten, tegen het ongemakkelijke aanschurken, huiswerk meegeven. Wat ook letterlijk gebeurt: wanneer je de zaal verlaat, krijg je een folder met alle teksten en performances waaruit de gebruikte citaten ontsproten zijn.

Passing the Bechdel test is een goudeerlijke, begeesterde en hoopgevende bloemlezing met het hart op de tong én op de juiste plaats. Je wordt ondergedompeld in een utopie die in al haar directheid initieel misschien wat koudwatervrees inboezemt. Maar eens je er even in hebt mogen rondzwemmen, wil je er nooit meer uit.

Voorlaatste reprise van Passing the Bechdel Test (fABULEUS & Jan Martens). Gezien op vrijdag 23 oktober in OPEK.

Stuiteren door niemandsland: Man Strikes Back op TakeOff UUR KULTUUR

Een jongleur tegenover een drummer, twee grijze pionnen in een abstract landschap als een omgevallen blokkendoos. Wat begint als licht verteerbaar spierballengerol voor jong en oud, ontvouwt zich tot een entertainende én ontroerende multimediale timelapse van de strijd tussen mens en technologie. Om écht meer vragen dan antwoorden op te roepen blijkt die frontlinie al iets te fel platgetreden, maar verfrissend is Post uit Hessdalens performance “door mens en robot, voor mens en robot vanaf 6 jaar” absoluut.

Een oorverdovende knal op het drumstel en een spot op het gezicht van jongleur Stijn Grupping, die een balletje laat vallen op het schuine zijvlak van een van de driehoekige blokken op de scène. Het ding stuitert naar een andere driehoek, en wat volgt is een kettingbotsing van steeds sneller bliksemende ballen, aangedreven door de beats van drummer Frederik Meulyzer. Dan een versnelling hoger, met meer ballen, lichtgevende ballen, drums die oplossen tot vloeiende synths. De basisingrediënten van een avond met Post uit Hessdalen zijn onmogelijk in één genrehokje te plaatsen, en ambiëren dat ook allerminst. En dat recept werkt. Hoewel de leeftijd van het STUK-publiek op donderdagavond aanzienlijk hoger ligt dan de eigenlijke doelgroep van circusperformances, doet elke variatie op het thema menig toeschouwer mee promoveren tot een soort stuiterbal, gehoorzaam meeknikkend met zijn ogen achter de balletjes aan. Verrassing en voorspelbaarheid liggen hier – op een goede manier – dicht bij elkaar.

Tussen het rood-wit en paars-geel van de spots op alle ballen en driehoeken – en het schaduwspel van die vormen op elkaar – waan je je haast in een Kandinsky of Rodchenko. Het is ook in die tijdsgeest, en het bijbehorende blindelings vertrouwen in technologische vooruitgang, dat Post uit Hessdalen de mosterd haalde. Precies honderd jaar geleden schreef de Tsjechische auteur Karel Çapek het toneelstuk R.U.R., een dystopische Frankensteinfantasie waarin de vijand voor het eerst de naam ‘robot’ kreeg. Die dualiteit tussen mens en machine – en het constante vervagen daarvan – is een hapklare rode draad door de performance, die nadrukkelijk komt bovendrijven wanneer de blokken volwaardige robots blijken. Ze kunnen niet alleen zonder helpende hand van de jongleur rondjes draaien op het podium, ze verdrijven de artiesten ook letterlijk naar de marge. Terwijl die nog zo hard terugslaan met de mechanische precisie waarmee ze op elkaar zijn ingespeeld. En wat zijn de zeldzame stiltes tussen de scènes in? Imperfecties om te koesteren, of eerder stiltes voor de storm?

Springlevend is het technologiethema absoluut, in tijden waarin algoritmes ons leven beheersen van surveillancestaten tot datingapps. Het treedt in de voetsporen van talloze hedendaagse installatie- en performancekunstenaars, en voor generatie TikTok is het allerminst onvertaalbaar naar kindertaal. Maar om nog origineel te zijn vraagt het wel om een concreet aanknopingspunt, en die uitdaging lijkt Post uit Hessdalen eerder te schuwen dan te omarmen. Over welke mensen en welke robots hebben we het precies? En wat zeggen ze over ons leven vandaag?

Na de robotdans lijkt Man strikes back rustig naar een open einde te kabbelen. Totdat een van de robots enkele seconden voor de finale black-out nog naar de keel grijpt met een weeïge, neuriënde schreeuw, onmiskenbaar menselijk. Als een soort tegenpool van de autotune in popsongs, misschien wel het irritantste voorbeeld van hoe een machine het van de mens overneemt.

Of is die laatste emotionele stuiptrekking net de zwakte van Man strikes back? Alsof de belofte van de titel opeens te nadrukkelijk op de voorgrond treedt en de mens definieert als terugvechtende underdog, in plaats van alle labels even los te laten. Niet meteen nodig bij een voorstelling die drijft op de ambiguïteit waarmee mens en robot elkaar ten dans vragen, af en toe elkaars vaarwater betreden en elkaar naar een hoger niveau tillen. En die wat de vorm betreft al een uiterst fascinerende zintuiglijke rollercoaster is.

De grenzen van grand hotel Europa: Kiluanji Kia Henda intrigeert in Museum M

Krachtige zwart-witbeelden met een twist en een ontwapenende humor, dat is alles wat Kiluanji Kia Henda nodig heeft om de essentie van onze tijdsgeest te vatten in één artistiek oeuvre. Museum M stelt de fotograaf, video- en installatiekunstenaar voor aan het grote publiek met een prikkelende expo die aantoont dat de grenzen tussen macht en machteloosheid zichzelf constant hertekenen. Hoeveel muren je ook bouwt en hoeveel havens je ook sluit.

Souvenirshopversies van de David van Michelangelo, de Sabijnse maagdenroof en een heleboel andere iconen van de Europese canon in felgekleurde condooms gewrongen. Ja, je leest het goed, dat is het eerste wat je ziet wanneer je uit de lift stapt en je onderdompelt in de wereld van Kiluanji Kia Henda. De installatie The isle of Venus is voor deze expo wat de “was je maar hier”-neonletters zijn voor de Artefact-expo: een uiterst Instagramvriendelijke eyecatcher waarachter een diepere tragiek schuilgaat. De beelden staan namelijk niet op een elegante piëdestal, maar op een vormeloze massa van betonblokken. Het eiland van Venus is dus geen aards paradijs vol lust en schoonheid, maar een dam die dienstdoet als laatste redmiddel om ons westerse erfgoed te redden van de tand des tijds. Dat de installatie wordt omringd door een reeks bewerkte foto’s rond het thema migratie, geeft het werk een nog bitterdere nasmaak. Gaan we voorzichtiger om met marmer dan met mensenlevens?

Lees verder

Een man, een vrouw, een typemachine en heel veel dromen: Martin Eden

Ambitie lijkt op overmoed, ze zijn rap te verwarren. Als Ploegsteert van Het Zesde Metaal een melodramatische Napolitaanse classic was, zou het prima passen in de soundtrack van Martin Eden. Pietro Marcello katapulteerde Jack Londons roman naar een ongedefinieerde buitenwijk van Napels, in een al even ongedefinieerde tijdsgeest. Het resultaat is een overweldigend en ambitieus epos dat zijn geheimen niet makkelijk prijsgeeft, maar je wel aan het denken zet: welke prijs wil je betalen om je dromen waar te maken?

Lees verder

Lang zal de kortfilm leven: onze tips voor het 25ste Kortfilmfestival

Het Kortfilmfestival blaast dit jaar 25 kaarsjes uit en viert dat met een pittig programma van 100 kortfilms op een week tijd, zowel Vlaamse toppers als een verrassende internationale selectie. Voor moeilijke beslissers zijn de compilaties waaruit het schema is opgebouwd alvast een godsgeschenk: in elk programmablok waarvoor je een ticket koopt, krijg je 5 tot 10 films te zien – sowieso waar voor je geld dus. Zie je zelfs dan door het bos de bomen niet meer? CLUB KULTUUR helpt je  op weg in de strijd met de embarras du choix.

Decor wordt film: het debuut van Rinus Van de Velde

Wie Rinus Van de Velde zegt, zegt muurbrede houtskooltekeningen met raadselachtige citaten. Aan zijn doordachte composities gaat heel wat geëxperimenteer met kartonnen modellen en fotografische ontdekkingstochten vooraf. Die making of had voor Van de Velde zoveel potentieel als volwaardig filmdecor dat de stap van het canvas naar het witte doek snel gemaakt was. Zijn kartonnen universum wordt van achter de schermen tevoorschijn gehaald in zijn eerste kortfilm The Villagers. Wil je Van de Velde zelf aan het woord horen? Woensdagavond komt hij langs voor een nabespreking bij de compilatie Alternative Realities 1, waar je ook werk ziet van een heleboel andere makers die spelen met de grenzen tussen fictie en realiteitEn als bonus kan je het overstroomde huis uit het decor bewonderen op het binnenplein van het STUK. 

Een best of the best of in 3 episodes

Van het RITCS naar Palm Springs

Bij een jubileumeditie horen herinneringen. Maandag-, dinsdag- en woensdagavond kan je genieten van een selectie van de beste creaties die ooit op het scherm van Cinema ZED te zien waren, uit respectievelijk de periodes 1995-2003, 2004-2013 en 2014-2018. Heel wat filmmakers hebben hun carrière te danken aan het Kortfilmfestival, zoals Michael R. Roskam. In 2004 won hij de publieksprijs met Carlo, 12 minuten vol knullige Limburgers en vlammende auto’s – zowaar een mini-Rundskop waarbij gevoelige kijkers niet hoeven weg te kijken. De recentste ereplaats op de wall of fame gaat naar Provence van Kato De Boeck, een afstudeerproject aan het RITCS dat meteen goed was voor een Ensor en een publieksprijs op het Film Fest Gent. Een elfjarig meisje, haar broer en de Franse zon, meer is er niet nodig voor een poëtisch stukje coming-of-age dat smaakt naar meer.

Focus op animatie

Liefhebbers van de betere animatiefilm komen dankzij het programma AnimaZED al aan hun trekken in Cinema ZED. Ook het programma van Kortfilmfestival biedt heel wat moois in maar liefst twee compilaties die volledig in het teken staan van animatie. Eli is het resultaat van de strijd tussen Amerikaans regisseur Nate Milton en zijn innerlijke demonen: zijn eigen ervaringen met een bipolaire stoornis verwerkt hij in het verhaal over een psychiatrisch patiënt die zijn hulpverleners verbluft met wonderlijke theorieën over de kosmos. Voor mensen die bij het minste hoofdpijntje hun toevlucht zoeken tot dokter Google – geef toe, we’ve all been there – is het Belgische Sous le cartilage des côtes een fijne wake-up call. Fans van dystopische drama’s zoals The Lobster kunnen dan weer genieten van het Frans-Portugese Entre Sombras, dat je meesleept naar een universum waarin mensen die zich niet over durven te geven aan de liefde hun hart bij een bank kunnen inruilen.

Gastland: Griekenland

Gerelateerde afbeelding

Dat de Griekse cultuur uit meer bestaat dan blokken marmer, maakt het Kortfilmfestival meer dan duidelijk door de bloeiende filmindustrie van het land in de kijker te zetten. Een van de artists in focus is Konstantina Kotzamani, die met haar magisch realisme de ene prestigieuze prijs na de andere binnenrijft. Fans van Yorgos Lanthimos kijken waarschijnlijk uit naar Nimic, de nieuwste creatie van de regisseur van The Favourite en The Killing of a Sacred Deer. De ontmoeting tussen een cellist en een onbekende vrouw op de metro belooft alvast heel wat surrealistische beelden en muzikale suspense. Meer bizarre ontmoetingen vind je in The distance between us and the sky, waarin een ontmoeting tussen twee mannen aan een verlaten tankstation uitmondt in een filosofische conversatie over wat ons van de sterren scheidt.

25ste Kortfilmfestival Leuven, in STUK van zaterdag 30 november t.e.m. zaterdag 7 december. Het volledige programma vind je hier. Kortingen voor cultuurkaarthouders.