Een pittige improvisatiederby der lage landen: Preparee vs. Kaaswol

Wat hebben stiekeme kinderarbeid achter de schermen van Loempialand en het vervolgverhaal “Nemo op het droge” met elkaar gemeen? Ze ontsproten allebei aan de fantasie van het Leuvense improteam Preparee en hun Nederlandse collega’s Kaaswol, tijdens hun gezamenlijke show in de Pieter de Somer-aula vorige woensdag. Wat bedoeld was als een bloedstollend duel en evengoed kon uitdraaien op een thuismatch voor Preparee, werd vooral een vriendschappelijk onderonsje. Waarin ook het publiek koning was.

29873360_10155642927332545_7525932745198336820_o

Lees verder

Advertenties

Tussen genderneutrale toiletten en “ik heb zoiets van”: een eigenzinnig muzikaal avontuur met Maud Vanhauwaert

“Maak jij maar iets waarop niemand zit te wachten.” Met die missie stuurde een docent aan het conservatorium dichteres Maud Vanhauwaert de wijde wereld in, vertelde ze onlangs in een interview op Radio 1. Bijzonder wijze, maar allesbehalve profetische woorden voor de vrouw met de titel van Antwerps stadsdichter op zak sinds januari én een uitverkocht Wagehuys aan haar voeten deze dinsdagavond. In Mijn punt is eigenlijk ging ze samen met muzikale compagnons de route Geert Waegeman en Tom Kestens op zoek naar het midden tussen poëzie, stand-up comedy en cabaret. Met de glimlach van iemand die nog lang en gelukkig ernaar wil blijven zoeken.

5f1469cb62fd2701e8d05709f27a82f3-Mijn_punt_is_eigenlijkcJimmy_Kets

Regel één van het Maud Vanhauwaert-universum: niets is wat het lijkt. Wie enigszins vertrouwd is met haar oeuvre – sinds de verborgencamerapoëzie waarmee ze argeloze voorbijgangers overviel in Iedereen Beroemd praktisch iedereen – weet dat maar al te goed. Een onschuldige “gelieve uw telefoon uit te schakelen” aan het begin van de voorstelling escaleerde al snel tot een overdaad aan serieuze en minder serieuze levenswijsheden, van het niet-of-net-wel-expres knisperen met snoeppapiertjes tot de mogelijkheid dat de persoon met wie ik ooit onder een grafsteen zal belanden misschien wel op enkele meters van me verwijderd kon zitten – maar het is oké, “gelieve u hier geen zorgen over te maken”. Ook het publiek bleef allesbehalve gespaard van die spitsvondigheden: de man naast me, die ervan overtuigd was dat zijn plaats op de laatste rij hem zou behoeden voor ongewenste interactieve momenten, was eraan voor de moeite. Zelfs in teksten die de vierde wand en het traditionele idee van poëzie wel netjes intact lieten, lag achter elke hoek een verrassingseffect op de loer. Elke iets te melige quote werd een fractie van een seconde later kurkdroog doorprikt met een ironische opmerking, een postmodernistische kwinkslag volgens het boekje van elke letterenstudent. Waegeman en Kestens gingen hierin mee door enkele usual suspects in elke Classics 1000 en Lage Landenlijst te parodiëren en switchten even enthousiast tussen sobere kleinkunst en vrolijke synthesizers als tussen hun verschillende instrumenten. Lees verder

“Rol uw matten, ça veut dire quoi?” Tijdreis door de revolutie met Leuven ‘68

Vijftig jaar geleden is het al, de studentenopstand die Leuven teisterde én tegelijkertijd wakker maakte. De meest rebelse episode uit de geschiedenis van onze universiteit kent iedereen wel van “Walen go home”-spandoeken uit geschiedeniscursussen in het middelbaar, maar wordt nu voorzien van tekst en uitleg in de documentaire Leuven ’68. Het resultaat is een frisse kijk op een keerpunt in de Belgische geschiedenis – én op alle verhalen die de straatstenen onder je voeten met zich meedragen.

763

Met Leuven ‘68 zit Fonk vzw (het productiehuis achter de schermen van Cinema ZED) al aan nummer vier van een reeks producties over de interessantste episodes uit de Leuvense geschiedenis, na De brand van Leuven, Leuven autovol & autovrij en De Leuvense scene. De documentaire was de afgelopen maanden al te zien in ZED, maar cultuurkaarthouders kregen afgelopen woensdagavond in aula Vesalius nog een gratis laatste kans. En dat onverwachte UUR KULTUUR-cadeautje werd meer dan geapprecieerd. Lees verder

Paradijselijke liefdesverklaring aan de liefde: Call Me By Your Name

Kan je anno 2018 nog een goede romantische film maken? Is over de liefde niet stilaan alles al gezegd, loopt elke melige metafoor niet het risico te vervallen in torenhoge clichés die elk vleugje authenticiteit met de grond gelijkmaken? En kunnen we in Tindertijden nog geloven dat je tussen 7 miljard mensen genoeg hebt aan één persoon bij wie alles zo perfect is dat je herleid wordt tot een chaos van de meest betoverende soort? Toch wel. Het bewijs ervoor won net een Oscar voor beste bewerkte scenario en is nu te zien in Cinema ZED: Call Me By Your Name van Luca Guadagnino, naar de gelijknamige roman van André Aciman. Bereid je voor op een verbluffende, zonovergoten roze wolk waardoor je je even weer zeventien voelt.

28516457_741263559413920_8670968003794995538_o

Noord-Italië, 1983. De dromerige, hyperintelligente Elio (Timothée Chalamet) brengt met zijn joodse familie de zomer door tussen de stapels boeken, muziekpartituren en fruitbomen van hun villa (die momenteel trouwens echt te koop staat). Op een dag krijgen ze het gezelschap van Oliver (Armie Hammer), een doctoraatsstudent die met Elio’s vader op de bodem van het Gardameer op schattenjacht gaat naar klassieke beelden – job van je leven: check. Eerst is Elio vrij afstotend tegenover de zelfingenomen Amerikaanse charmes van Oliver, maar al snel ontdekt hij dat hij ondanks de meisjes die voor hem in de rij staan misschien niet zoáls Oliver wil zijn, maar mét hem. En na de nodige obstakels blijkt dat wederzijdser dan hij ooit had durven dromen. Wat volgt, is het verhaal van een verbluffende summer of love, vol fietstochten met bestemming onbekend en dronken nachtelijke zwempartijen. Waarvoor je nog even je ogen sluit tijdens de aftiteling, kwestie van dat ene gevoel zo lang mogelijk vast te houden voor je opnieuw in de maartse buien boven de Naamsestraat wordt losgelaten.

Lees verder

Een overdonderende Valentijnsdate met de literatuur: Saint Amour

Half februari valt de wereld op verschillende manieren in twee te verdelen. Enerzijds degenen die hun allesomvattende liefde met grote L in alle talen van de daken schreeuwen, anderzijds de zieltjes die boven een eenpersoonsmicrogolfmaaltijd de prijs van zevenentwintig Britse korthaarkatten beginnen te googelen. Of enerzijds zij die elkaar tot op de rand van het bankroet trakteren op rode en roze objecten uit alle mogelijke etalages, anderzijds zij die een zenuwinzinking krijgen van hoe het kapitalisme ons zelfs tot in onze slaapkamers niet loslaat. De enige plaats op het noordelijk halfrond waar beide kampen de avond van Valentijn in vrede naast elkaar zaten, was de Stadsschouwburg. Niets dan hoog bezoek daar voor Saint Amour, de “literaire liefdesaffaire” waarmee Behoud de Begeerte boekenwurmen elk jaar trakteert op een podium vol dichters en romanschrijvers die de meest passionele passages uit hun werk voordragen. Of de m/v/x van je dromen nu al jaren naast je wakker wordt, op een wit paard onderweg is of eerder op een schildpad die de weg zoekt met Apple Maps, de goed gevulde affiche biedt voor elk wat wils, en dat in alle geuren en kleuren van de liefde.

Lees verder

Een verhaal over het verhaal achter de muziek bij de poëzie: de première van Avondrood in 30CC

Als de teller van een taxi maar tot 999,99 euro gaat en je blijft zitten tot het scherm te klein is, kan je dan opnieuw beginnen met je leven? Waarschijnlijk niet. Maar het is wel wat dirigent Georges probeert in Lize Spits kortverhaal Monsterdal. Op een dag ruilt hij de Muntschouwburg in voor een tocht naar het Zwarte Woud. De plek waar hij zijn grote liefde leerde kennen, maar ook de geboorteplaats van auteur Hermann Hesse, op wiens teksten componist Richard Strauss zijn Vier letzte Lieder schreef. Samen met sopraan Elise Caluwaerts en pianist Kim Van den Brempt geeft ze Strauss het eerbetoon waarvan hij zelf nooit kon genieten. En het geheel overtreft de som van de delen.

22 mei 1950. De eerste uitvoering van de Vier letzte Lieder in de Royal Albert Hall in Londen. Een première die meteen muziekgeschiedenis schreef, maar twee stoelen in de zaal bleven leeg: die van de componist en zijn echtgenote/muze Pauline de Ahna, zelf een beroemde sopraan en de stem waarnaar hij zijn muziek modelleerde. Hij overleed in september 1949, zij amper een week voor de première.
Als deze informatie gecopypasted van Wikipedia op de programmablaadjes had gestaan, waren die waarschijnlijk geëindigd als propjes in handtassen of onder de stoelen van de schouwburg. In Avondrood is dat anders. Nog voordat er iets beweegt op het podium worden de levensverhalen achter de muziek – van Strauss zelf tot de dichters Hermann Hesse en Joseph von Eichendorff – verteld in een korte video. Wie met die figuren in het achterhoofd naar de voorstelling kijkt, doet dat met totaal andere ogen. De centrale thema’s van de originele gedichten zijn namelijk het aanvaarden van de dood en de innerlijke rust die daarmee gepaard kan gaan, en zo blijven fictie en realiteit de hele avond onlosmakelijk met elkaar verbonden.

0B845Ydf36395MF9rS0pHaUJqMDQ

Een lege stoel in het publiek is er ook in Monsterdal, het nooit eerder gepubliceerde kortverhaal dat Lize Spit speciaal voor deze voorstelling schreef. Hoofdpersonage Georges staat klaar om zijn orkest te dirigeren voor de Vier letzte Lieder, maar klapt dicht wanneer hij op de lievelingsplaats van zijn pas overleden vrouw Matilda op de eerste rij alleen een leegte ziet. Wat volgt is een impulsieve roadtrip naar de plek waar hun leven begon met als enige gezelschap de taxichauffeur Richard – see what you did there –  en zijn eigen herinneringen.
Met Het smelt zorgde Lize Spit op haar achtentwintigste voor de literaire doorbraak uit de natste dromen van elk aspirant-schrijver, waarmee ze de ene vertaling na de andere binnenhaalt en binnenkort zelfs een verfilming. Maar ook in weinig woorden heeft ze even veel te vertellen dan in die ene klepper van 480 pagina’s, zoals ze eerder al bewees met haar columns in De Morgen en kortverhalen in literaire tijdschriften De Gids en Das Magazin. Met Monsterdal weet ze opnieuw te fascineren met haar combinatie van oprechte emoties zonder pathetiek, dat je ne sais quoi in haar schrijfstijl en haar liefde voor herkenbare details (van hoe toeschouwers in een concertzaal netjes om de beurt lijken te kuchen tot de geur van een pas geopende zak bolognesechips). Af en toe volgden de sprongen in de chronologie elkaar sneller op dan je zou verwachten van een tekst voor een publiek, maar dat lieten de mensen in de goed gevulde schouwburg alvast niet aan hun hart komen. Lize Spit heeft als performer namelijk even veel frisheid en enthousiasme in zich als op papier.

De voorstelling in 30CC was de première van een hele tournee met Behoud de Begeerte, en Leuven als startpunt is geen toevallige keuze: het idee van het project ontstond tijdens een voorstelling in de zomerbar van Museum M (waar Club KULtuur ook bij was). Daar stonden Lize Spit en Elise Caluwaerts eenmalig samen op het podium, en die samenwerking smaakte naar meer. De fragmenten werden een kortverhaal, er kwam meer piano bij en het geheel werd omgetoverd tot een podiumwaardige productie. Die professionele aanpak komt ook tot uiting in het decor, dat krachtig is in al zijn eenvoud: op de scène staan tientallen kaarslichtjes, erboven een witte kubus die dienstdoet als scherm voor de boventiteling van de muziek én een video-installatie met dansende strepen. Wegmarkeringen, zo lijkt het wel. Of hoe de hemel aan je voeten kan liggen, zolang je iets of iemand hebt om naar onderweg te zijn.

Vaak loopt een muzikale voorstelling al snel het risico om te blijven hangen in een knip- en plakwerk van eerst-een-liedje-en-dan-een-tekst. Hier is dat allesbehalve het geval. De tekst, piano en zang kruisen, overlappen en ondersteunen elkaar en tillen elkaar naar een hoger niveau. Je merkt dat muziek en woorden al sinds het begin van het creatieve proces onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Elise Caluwaerts en Kim Van den Brempt, die regelmatig het klassieke repertoire verlaten voor projecten met artiesten uit de hedendaagse scene en andere disciplines, bewijzen dat muziek ook een taal is. En zij de verhalenvertellers. Het resultaat is een ingetogen maar oprechte dosis liefde, als perfecte remedie tegen de eindejaarsblues. Waaruit je meer rust en warmte haalt dan tienduizend kerstlichtjes samen.

Een ode aan de kwetsbaarheid: Vele hemels boven de zevende

Het was de laatste tijd niet zo gemakkelijk om Griet Op de Beeck te zijn. Haar moedige bekentenis over hoe haar nieuwste boek over incest gebaseerd is op haar eigen kindertijd, stootte zowel op solidariteit als op absolute bagger. En alsof dat nog niet genoeg was, kreeg ze nog eens tientallen mails van boze Helden van het Internet ‘omdat er dt-fouten in haar boek stonden’. Liefste zelfverklaarde traumapsychologen en taaladviseurs, check alsjeblieft eens de definitie van victim blaming, en als je toch bezig bent meteen ook waarom “gij hadt” wel met dt is. Of nog beter: laat Griet met rust en ga in een boekhandel naar keuze even kalmeren bij een paar hoofdstukken van Vele hemels boven de zevende. Al kan je daarvoor sinds vorige week ook gewoon naar de bioscoop, want haar eerste bestseller kreeg net de verfilming die hij meer dan verdient.

maxresdefault

Wie al eens een roman van Griet Op de Beeck las – en die kans is groot – kent haar succesrecept. De hoofdpersonages zijn standaard een aantal kwetsbare misfits die elk op hun eigen manier worstelen met het leven, en daarbij soms winnen en soms verliezen. Of om het met de woorden van Eva, het hoofdpersonage uit Vele hemels te zeggen: “alle mensen zijn gevoelig, maar sommigen hebben er toch meer last van dan anderen”. Zij hoort ongetwijfeld thuis in de tweede categorie. Ze is op zoek naar de liefde maar vindt alleen gênante online dates, wordt op haar werk diep geraakt door het verhaal van een gedetineerde die ze begeleidt, en haar moeder (een zo hatelijke Viviane De Muynck dat het hilarisch wordt) praat haar het ene complex na het andere aan over haar – absoluut ingebeelde – overgewicht. Haar vader (Herman Gilis) lijdt dan weer onder een opgekropt familiegeheim dat door de ziekte van zijn broer weer naar boven komt, en zus Elsie (Sara De Roo) is bang dat haar saaie huwelijk en haar gevoelens voor een kunstschilder (Koen De Graeve) meer betekenen dan een midlifecrisis.

Klinkt als een zootje ongeregeld van soapwaardig melodrama, maar is het allesbehalve. Wat het boek zo prachtig maakt, is het ontzettend naturelle taalgebruik dat je nog het meest van schoonheid naar een zakdoek doet grijpen. Of een potlood, om een mooie quote te onderstrepen. De grootste kracht van Vele hemels is dan ook hoe trouw de film blijft aan de tekst van de roman, hoe kan het ook anders met Op de Beeck (die in een vorig leven als dramaturg aan de slag was) als scenariste. De vertellerstekst gaat naar Eva’s twaalfjarige nichtje Lou – “is het in het middelbaar de bedoeling om zo hard mogelijk op elkaar te lijken?” – die zo de schijnbaar onverfilmbare ik-vertellingen uit de roman in ere houdt en er door haar eigen onzekere tienerogen een extra dimensie aan toevoegt. Mooi.

Keerzijde van de medaille is wel dat de acteurs er daarom soms niet in slagen om zich de tekst helemaal eigen maken. Vooral Sara De Roo stelt teleur in de rol van Elsie: ze komt erg kunstmatig en ongeloofwaardig over en doet zo ook afbreuk aan haar briljante tegenspelers Koen De Graeve en Brit Van Hoof. Gelukkig weet die laatste dat ruimschoots goed te maken door met een ontwapenende authenticiteit de rol van Eva neer te zetten. Hoe ze achter elke nepglimlach massa’s verborgen wanhoop toont en zelfs bij haar psychiater haar problemen weglacht, drukt je oncomfortabel achterover in je stoel. En dat terwijl haar empathie en puurheid in een andere familie, op een ander moment net haar grootste troef hadden kunnen zijn.

En dan is er nog die andere valkuil van de verfilming: schrijven is schrappen. Voor regisseur Jan Matthys, de man achter In Vlaamse velden en Quiz me quick, was Vele hemels zijn eerste stap in de wereld van de langspeelfilm, en daarmee heeft hij het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Sommige kneepjes van het kleine scherm zijn mee naar het witte doek geslopen: er wordt tv-seriegewijs iets te snel van scène naar scène gesprongen, dus een paar plotwendingen uit het boek opofferen voor wat meer poëzie was geen slecht idee geweest. Maar who cares, deze film wil net zoals het boek niet verbluffen met technische virtuositeit, maar met inhoud. Bereid je voor om serieus geconfronteerd te worden met vragen die zich buiten een cinemazaal al snel verstoppen tussen de alledaagsheid, zeker in tijden waarin kwetsbaarheid steeds meer synoniem lijkt voor zwakte. Hoe hard de manier waarop je naar het leven kijkt afhangt van je familie. Hoe al dan niet vanzelfsprekend geluk kan zijn. En vooral: of je zelf goed genoeg kan aanvoelen wanneer dat niet zo is, zowel bij anderen als bij jezelf.

Of je het boek moet lezen of de film moet bekijken? De Griet Op de Beeck-fan in mij schreeuwt: allebei. Maar ondanks de schoonheidsfoutjes in de regie en het acteerwerk zijn de emoties in de film bijna even authentiek gebleven. Aan jou de keuze dus, zolang je maar genoeg zakdoeken bij de hand houdt. En klaar bent om dagenlang met Spinvis’ reis ver, drink wijn, denk na, lach hard, duik diep, kom terug in je hoofd te zitten. Want alleen al dat is het meer dan waard.

 

(Vele hemels speelt nog tot 5 december in Cinema ZED. Zoals altijd krijg je korting met je cultuurkaart, en de programmatie vind je hier.)