Een kaleidoscoop van melancholie: Vocem Flentium stelt debuut-cd TRIDUÜM voor

Zaterdag 7 april was een grote dag voor polyfonie-koor Vocem Flentium. Het koor, dat sinds 2014 actief is, stelde namelijk haar debuut-cd Triduüm voor aan het grote publiek. Als volslagen leek in het genre zakte ik af naar de Begijnhofkerk om die belangrijke stap in het nalatenschap van het koor mee te maken. Liturgische gezangen uit de vijftiende en zestiende eeuw vormen het leeuwendeel van de avond, hoog tijd om mijn beste Latijn nog eens af te stoffen dus.

Het is die avond vrij rustig in het begijnhof. Onder een schemerende hemel begeef ik mij naar de Sint-Jan-de-Doper-kerk, die er zoals steeds imposant bijligt, zo van buitenaf bekeken. Voor de performance begint worden we eerst nog uitgenodigd voor een korte proloog door koorleider Arnout Malfliet. Hij geeft duiding bij de composities die we die avond te horen zouden krijgen, en hoewel de chronologische en culturele context interessant is, gingen de technische details van de polyfonische samenstelling mijn pet te boven. Hierna kregen we nog een “film” van om en bij de 30 seconden te zien, gerelateerd aan de cd. Afsluitend kwam een koorlid ons nog vertellen dat binnen de polyfonie het individu nutteloos is, en dat het enkel de synergie van de stemmen de “ik” in het koor kan overstijgen, een mooie filosofie die de rest van de avond zeker relevant bleef.

30443339_1232320866870691_418970211434102784_o

Opnames TRIDUUM, Vocem Flentium © Wout Biesmans

Hierna werden we de kerk binnengeleid. Het gigantische gebouw was zeer subtiel verlicht, net genoeg om me een weg te kunnen banen naar de plaatsen. De opstelling van de “stage” was tevens bijzonder: In het midden van de kerk zagen we een cirkel van 8 statieven rond een negenarmige kandelaar, en het publiek kon in de volledige 360 graden errond plaatsnemen. Wanneer iedereen eenmaal zit wordt het aangenaam stil. De voetstappen van de koorleden die hun plaatsen innemen galmen heerlijk doorheen de gigantische ruimte, en het is op dit punt dat ik besef dat er nergens audio-apparatuur te bespeuren valt. De avond steunt op de kracht van de stemmen van de leden en de akoestiek van het huis van God, net zoals het geval was toen deze stukken geschreven werden.

Zonder al te veel uitleg zetten zes van de acht stemmen het eerste nummer in, Asperges me, “Besprenkel mij” vrij vertaald, en meteen bevinden we ons in een andere wereld. Het valt mij uiterst moeilijk om een optreden als dit vanuit kritische hoek te benaderen, vooral door mijn onkunde in het vakgebied, maar tevens omdat alles aan de voorstelling zo atmosferisch sterk in elkaar steekt, dat het simpelweg niet fijn is om dat te doen. Zoals we eerder al hoorden van het koorlid dat ons toesprak, was het niet de bedoeling om stemmen te kunnen ontwaren, maar vormden alle stemmen samen als het ware één instrument. Negen composities kregen we te horen, die het verhaal vertelden van de drie dagen voor Pasen, met alle drama en melancholie die ermee gepaard gaat. En hoewel ik praktisch niets van de tekst meehad, maakten de stemmen het gemakkelijk om de opeenvolging van emoties en ingrijpende gebeurtenissen te volgen.

30531091_1232320620204049_8718454702284472320_o

Opnames TRIDUUM, Vocem Flentium © Wout Biesmans

Als ik heel eerlijk moet zijn was de avond voor mij meer een belevenis dan een optreden. De gezangen bleven duidelijk binnen dezelfde thematiek, maar werden nooit saai of eentonig. Wel leek het voor mij één groot geheel te vormen, dat mij van begin tot einde in een bijna spirituele trance vasthield. De korte pauzes tussen de aktes in, waarin telkens één van de kaarsen op de kandelaar gedoofd werd, lieten ons even bezinnen over wat we net hoorden, maar nooit lang genoeg om de sfeer te doorbreken. Voor het slotstuk gingen alle lichten in de zaal uit, en waren het enkel de leeslampjes van de zangers die voor illuminatie zorgden in de enorme zaal. Donkerder en luguberder kon het praktisch niet worden, en dat kwam de atmosfeer alleen maar ten goede.

Nadat de lichten terug aangingen bevonden we ons weer in de echte wereld, maar het spreken bleef bij de meesten nog even achter. Om dan op zo’n spektakel het label “cd-release” te kleven lijkt het tekort te doen, en ik vraag me af of een digitale opname de ervaring van het live, akoestisch in een kerk mee te maken kan benaderen. Maar één ding is zeker: als ik niet zo verwend was door streamingplatformen en goedkope digitale media stond het plaatje sowieso te pronken in mijn hypothetische cd-kast. Als jij wel zo’n ervaring kan gebruiken en je er de tijd en moeite voor overhebt kan je ze volgende week nog meemaken in Rijmenam, of kan je toch gewoon de cd kopen!

CD-Release Concert Triduüm Leuven| Zaterdag 7 april ’18| 15 euro (10 met studentenkaart)

 

Advertenties

Solo, maar niet alleen: Eefje De Visser in het STUK

Vorige vrijdag stond de Nederlandse singer-songwriter Eefje de Visser op het programma in de Labozaal van ons eigenste STUK. Hoofdbrok van dienst was het (overigens nog steeds uitstekende) album NACHTLICHT dat de multi-instrumentalist uitbracht in 2016. Mensen die van zulke dingen op de hoogte blijven (of zij die collega’s hebben die hen daarop wijzen, zoals mezelf), zullen zich herinneren dat Eefje Leuven al eens eerder bezocht met dat bewuste werk. Toen deed ze dat echter aan het hoofd van een vierkoppige band, terwijl ze nu alleen alle instrumentatie bedient.

Het is nog maar vroeg op de avond (rond half negen) wanneer het concert te beginnen valt. De rustige instrumentale wachtmuziek en het lage gebrom van het wachtende publiek geeft echter een late-night atmosfeertje aan de zaal. Wanneer De Visser opkomt bruist er een kalm maar warm applaus op. In plaats van het publiek in één ruk wakker te schudden, gaat het concert van start met een instrumentale intro, die uiteindelijk accumuleert tot het nummer SCHEEF, tevens het eerste nummer van NACHTLICHT. De Visser treedt alleen op, en dat betekent vooral dat er die avond veel geloopt wordt. Elektrische gitaar steevast om de nek, maar ook twee synthesizers en een drumcomputer vormen het digitale ensemble waarmee ze de avond vorm geeft. Dit heeft als resultaat dat veel van de nummers, die op de plaat origineel een akoestisch karakter hebben, een sterke elektronische tint krijgen.

IMG_20180316_203526

Dat is zeker geen slechte zaak, want in plaats van gewoon digitale vervanging voor de originele instrumentatie zorgen de geloopte synths (met af en toe leuk getimede effectjes) voor energiekere, dynamischere interpretaties van het materiaal. Zelfs een rustige ballad als het ontroerende WEL krijgt iets beweeglijks.

Die ontroering was echter nooit veraf, want steeds als De Visser haar stembanden aan het werk zette kreeg ik wel ergens kippenvel. Haar teksten, die op uiterst Spinvis-achtige wijze de absurditeit van alledaagse emoties tentoonstellen zijn steeds zowel lekker melodisch complex als goed gearticuleerd, een combinatie die op zich niet zo gemakkelijk te halen is. De momenten waarop er echt magie door de lucht vloog waren echter die waar ze haar stem als instrument opdiende, en kraakzuivere sirenenzangen door enkele effecten haalde om ze in nummers op te nemen als melodisch onderdeel.

Ergens voorbij het midden van de performance maakt de Nederlandse zich even schuldig aan interactie met het publiek (“Heeft er iemand huisdieren?”). Dat intermezzo geeft haar de kans om ook even te vermelden dat ze aan een nieuwe plaat werkt, hetgeen onthaald wordt op enthousiast applaus. Het nummer dat ze dan van die nieuwe plaat bracht, “De Parade”, bleef mij bij als, wel, het minst memorabele nummer van de avond. Met een zeer veilige melodie en vocaal nogal onkarakteristiek oninteressant maakte het mij niet meteen super warm voor Eefjes vierde plaat. Natuurlijk moet ik hier vermelden dat het nummer zeker niet zonder zijn charme was, en dat het vooral in relatie met de rest van de nummers die avond de middenmaat sloeg.

Ikzelf was onvergezeld present op de avond, maar als ik één ding mocht doorhebben door naar het publiek rond mij heen te kijken, was het dat de nummers de perfecte sfeer gaven om je wederhelft eens goed vast te pakken. Terwijl ik mij solo enigszins verbonden voelde met Eefje, die tevens in haar eentje de menigte beroerde, is het toch vooral muziek waarbij je iemand zonder woorden diep in de ogen wilt kijken. En laat het dan net op het moment zijn dat ik dat besef, dat ik omhoog kijk en haar blik ogenschijnlijk de mijne kruist. Op het podium zijn wij, het publiek. immers die wederhelft, aan wie ze haar emoties ten tonele brengt en haar geheimen prijsgeeft. Wie ben ik dan nog, om mij alleen te voelen?

Eefje De Visser Solo @ STUK| Vrijdag 16 maart ’18 | 16 euro (14 met STUKkaart)

“Tonight, I hope my heart will reach yours”: UUR KULTUUR met Ricardo Ribeiro

Het laatste UUR KULTUUR van dit jaar zit er alweer op. Deze woensdag mocht Ricardo Ribeiro, de zogenaamde “Pavarotti van de fado”, een dik uur onze gevoelige snaren beroeren. In een licht benevelde Schouwburg bezong hij met passie en geweld zowel zijn als onze diepste emoties en verlangens. Zoveel was immers zeker: hoewel het merendeel van het publiek hoogstwaarschijnlijk geen woord begreep van de Portugese smartlappen, kon elke noot tot diep vanbinnen gevoeld worden.

23596102_1518751761494024_965737363739246592_n

Fado betekent zoveel als “het lot” in het Portugees. De teksten van de nummers laten dan ook snel blijken waar die benaming vandaan komt. Emotioneel leed, pijnlijke beslissingen en barre omstandigheden maken het merendeel van de onderwerpen genre uit. Het lege gevoel dat zo’n constante staat van tristesse veroorzaakt zorgt voor een verlangen naar iets onbekend, een ontbrekend iets dat een leven terug “heel” kan maken. Dat verlangen, in het Portugees “saudade”, is het uitgangspunt van fado. En dat gevoel zit doorvlochten in niet alleen de teksten, maar ook de muziek.

De show op die bewuste avond wacht niet lang om de zware stemming erin te brengen. De driekoppige instrumentale band (bestaande uit een gewone gitaar, een basgitaar, en een guitarra portuguesa) speelt een sombere melodie, die even aansleept voordat Ricardo zelf uit de coulissen naar de microfoon stapt. Eerder las ik dat fado een genre was dat geboren werd uit kleine performances in cafés en bars, en meteen was duidelijk dat een stem als die van Ricardo genoeg was om zelfs de rumoerigste keet stil te krijgen. Het was onmogelijk om ook maar even de aandacht te verliezen als de man zong, hij greep de aandacht onverbiddelijk vast met elke toon die hij aansloeg. Met zijn emotionele klaagzang complementeert hij perfect de melancholische gitaarharmoniëen, en brengt hij de hele zaal in een donkere, in weemoed verzonken sfeer.

Wanneer het volgende nummer begint, ben ik even met verstomming geslagen. Weg zijn de lang aangehouden mineur-akkoorden en trieste, trage bas. In hun plaats hoorden we snelle, opgewekte arpeggio’s en melige harmonietjes, die niet zouden misstaan als achtergrondmuziek voor een gezellig dagje op een Mediterraans strand. Wanneer Ricardo’s stem ditmaal invalt verandert de toon wel enigszins: in plaats van zorgeloze euforie voelen we eerder een moment van rust in een vermoeiend bestaan. Hoewel de nummers met een meer uniform deprimerende toon mij meer aanstonden, was de combinatie van Ricardo’s getormenteerde stemgeluid met de meer opzwepende melodieën een zeer fascinerend fenomeen, waarvan ik niet zou denken dat het zou werken als ik het niet gehoord had.

Na deze toch wel zeer verschillende nummers legt Ricardo ons uit dat we net de twee belangrijkste facetten van de fado te horen kregen. Aan de ene kant horen we tonen van verslagenheid, het verlies van verlangen en de acceptatie van een onbegeerlijk lot. Het andere gezicht van de fado is er een van hoop op verlossing, beschrijvingen van dromen die een betere toekomst voorspellen. Uiteindelijk voegt hij nog toe, met uiterst betekenisvolle bijklank: “Tonight, I hope my heart will reach yours”. Dat is immers waarvoor hij hier is; aangezien zijn woorden ons niet kunnen bereiken, laat hij zijn stem onze harten beroeren.

Het is echter dat tweedelig karakter dat het concert parten speelde die avond. Want hoewel elk nummer even aandoenlijk als het laatste bleek, en Ricardo ons keer op keer verbijsterde wanneer zijn stem weergaloze dieptes en volumes bereikte, was het een weinig gevariëerde avond. Het was steeds duidelijk in welke van de twee emotionele toestanden een nummer zich bevond, maar verder dan dat was er weinig dat de liedjes differentieerde. Op zich zeker geen uiterst impactvolle misser, maar het gaf wel wat de indruk dat de Portugees een niet al te brede artistieke reikwijdte had. Of dit nu aan de artiest of aan de aard van het genre ligt, laat ik in het midden.

23416502_196614837550707_5885854432620445696_n

Ondanks de donkere toon van de muziek zagen we op het podium vooral warmte. Tussen nummers door ontving Ricardo met een brede glimlach en oprechte dankbaarheid elk applaus, en deelde hij af en toe een opmerking met zijn bandleden, hetgeen op momenten zelfs tot schaterlachen aanzette. In een van de nummers start de basgitarist met een solo, waarop Ricardo zich achter de gefocuste muzikant zet en hem ogenschijnlijk motiverende woorden toeroept, tot het amusement van de toekijkende bandleden en het publiek.

Wanneer de show ten einde is bedankt de totaal onvermoeibare zanger ons om bij ons gespeeld te mogen hebben. Iedereen begrijpt dat de man nog een bisnummer in zich heeft, ondanks dat hij reeds een vol uur de longen uit zijn lijf gezongen had. Dat nummer, dat toevallig ook een van de meer unieke nummers van de avond bleek, kreeg dan ook een applaus dat vergezeld ging van wat gejuich, een zeldzaam gegeven op zo’n ingetogen avond. Ik vertrok uit de Schouwburg vol introspectieve bedenkingen, en ik denk dat ik niet de enige was die de teksten, waarvan ik de taal niet kon vatten, invulde met mijn eigen gevoelens en ervaringen. Op de één of andere manier denk ik dan ook dat dat exact is wat de fado van ons verwacht, maar hey, what do I know?

Ricardo Ribeiro @ 30CC/Schouwburg| woensdag 6 december ’17 | 18 euro (gratis met Cultuurkaart)

 

5 YEARS TNGRM: Alle puzzelstukjes passen

Verjaardagsfeestjes zijn doorgaans nogal triviale bedoeningen. Een avond bowlen, een omhooggevallen voordrink, een daguitstap naar een pretpark op een regenachtige dag, je hebt ze allemaal wel al meegemaakt. Wanneer het echter één van de meest frisse Belgische platenlabels van het moment is die de kaarsjes uitblaast, kan zo’n feestje wel eens uitdraaien op een avond die met recht als lit mag bestempeld worden. Enter Tangram Records, die zaterdag hun Europese tour ter ere van hun vijfde verjaardag kwamen afsluiten in hun heimat Leuven.

IMG_20171118_215753

Aan de line-up te zien beloofde het een nogal gevariëerde avond te worden, met sounds gaande van jazz tot hip-hop, en van ambient tot funk. Voor elk wat wils zou je zeggen, maar dat betekende ook dat de grootste gemene deler van publiek dat het hele gamma kon appreciëren vrij klein was, hetgeen zich vertaalde naar een eerder kalme opkomst in Het Depot die avond. Aan de energie van de avond zou je het echter niet gemerkt hebben, want al vroeg begon de dynamiek zich doorheen de zaal te verspreiden. Het voorprogramma (en enkele intermezzos) werd verzorgd door DTM Funk, een DJ die ervoor zorgt dat je praktisch constant met je smartphone in de weer bent, de ene track na de andere Shazammend. Hij werpt genres en artiesten van over de hele aardbol samen in sets die daar niet van afzien, en vormt zo een mooi abstract voor wat eigenlijk het opzet van de hele avond zal zijn.

Eerste live-act en eerste headliner van de avond kwam in de vorm van de Moses Boyd Exodus, een futuristische jazzband uit het Verenigd Koninkrijk, met aan het roer de titulaire drumstokkentovenaar Moses Boyd zelf. Energetische jazz met duidelijke invloeden van Londense grime was wat de pot schafte, en het publiek verorberde zonder protesteren. Hoewel sommige solo’s iets te lang aansleepten hield Boyd’s knettergekke getimmer alles steeds recht, en de manier hoe hij moeiteloos door ritmewisselingen en drumrolls heen manoeuvreerde deed menig toeschouwer in gegil uitbarsten. Van de elektronisch getinte stijl die de Exodus in hun laatste plaat tentoon stelde was echter niet heel veel te merken: voor één nummer dook Boyd achter de drumcomputer en modulaire synthesizer. Laat dat echter niet als negatieve kritiek klinken, want terwijl het een welkome toets is, was er zeker geen sprake van gebrek aan electronica deze avond.

Laat dat mij brengen bij de tweede hoofdact van de avond, Duits geweld Natureboy Flako. Met veruit de meest gewaagde set van de avond bracht Flako een constante afwisseling tussen cinematische ambient-nummers en loeiharde beats allerhande, van trap tot grime, zelfs enkele footwork-invloeden passeerden de revue. Het audiovisuele schouwspel werd echt compleet toen ik besefte dat we hier niet naar een DJ-set, als wel een live uitgevoerde performance luisterden. Bij nader onderzoek bleek het zelfs dat de meeste melodieën bestonden uit gemoduleerde stemgeluiden, die Flako volledig live opnam en vervormde tot onherkenbare elektronisch klinkende tonen.

IMG_20171119_004329

Hierna was het tijd voor de eigenlijke gastheren van de avond om zich achter de samplers te scharen, Tangram-oprichters Uphigh Collective. Met een denderende set van de ene originele banger na de andere wisten ze de hele dansvloer in rep en roer te brengen, en het was meer dan duidelijk dat het Leuvense publiek hun elektronische volkshelden gemist had. Zowel nieuw als oud materiaal werd aangedaan, en telkens wanneer één van de meer gekende nummers door de speakers dreunde, zoals bij het nek-brekende Limit Kicks, was er steeds een harde kern van superfans te bespeuren die helemaal wild werd.

Tangram-resident Moodprint volgde op met een funky set van zowel eigen als vreemd materiaal, maar hoewel de sfeer er nog steeds goed inzat begon de vermoeiing toch al enigszins toe te slaan bij enkele feestgangers, en de dynamiek die eerder nog rauw en uitbundig was, leek ondertussen toch ietwat ingetogener.

Als we van dit verjaardagsfeest één ding mogen meenemen is het wel dat de Leuvense electronica-scene niet alleen springlevend is, maar ook veel in petto heeft voor de komende jaren, met artiesten waarvan het duidelijk is dat de golven die ze nu maken nog maar de proloog zijn voor wat komen zal. Hier leeft alvast de hoop dat ik ook voor de volgende verjaardag een uitnodiging in de bus krijg.

 

5 YEARS TNGRM: Moses Boyd Exodus + Natureboy Flako | zaterdag 18 november ’17 | 10 euro (8 euro met Cultuurkaart)

 

Een wazige, weelderige wirwar van klanken: STUFF. in Het Depot

Op zaterdag laatstleden zakte het Gents-Antwerps collectief STUFF. af naar ons Depot. De muziek van de band wordt vaak omschreven als progressieve jazz, maar de waarheid is heel wat complexer, meent deze recensent. De band neemt zo veel genres mee in zijn mengelmoes van elektronische en akoestische tonen dat het amper zin heeft hen te trachten klasseren, maar één ding is alvast zeker: het klinkt absoluut krankzinnig, baanbrekend en ronduit geweldig.

STUFF_OldBlueLastLondon_2015_IMG_9148_©AlexanderPopelier

Even voor de aanvang van het optreden staan de bandleden nog rustig een soundcheck af te maken. Een jonge fan vooraan in de zaal, met beide armen op het verhoogde podium gelegen, kan zijn enthousiasme amper bedwingen en schreeuwt tegen een vriend naast hem: “Ik kan niet wachten, ik heb er bijna teveel zin in!”. Eén van de artiesten hoort deze opmerking en stopt zijn werk enkele tellen om zich voorover, naar de jongen toe te buigen: “Ik ook hoor, da’s normaal”. Dat is een performance van STUFF.: een show waar de band minstens evenveel plezier heeft als het publiek.

De band dropte niet zo heel lang geleden hun tweede langspeelplaat, “old dreams, new planets” genaamd. De reeks optredens waaraan de groep momenteel bezig is is dan ook gewijd aan dat laatste werk, maar dat hield de band niet tegen om van start te gaan met Skywalker, een klepper uit hun debuutalbum. Het nummer, dat die avond opbouwde vanuit een mysterieuze geloopte sample (“Once upon a time…”) tot een funky dansplaat bleek de perfecte opwarmer voor wat komen zou.

De rest van de avond bestond vooral uit nieuwe nummers. We hoorden een licht aangepaste, verlengde versie van de omineuze ruimtereis-anthem strata, een dancefloor-filler van formaat met galapagos, en verwarrende, maar desalniettemin extreem meeslepende broken-beat goodness bij delta. Toppunt van de avond was toch wel de renditie van tophit axelotl, een nummer zo aandoenlijk dat een groot deel van het publiek zelfs vergat te dansen. Aan gebrek aan ritme of groove zal dit niet gelegen hebben, maar de onorthodoxe harmonieën deden al wie aanschouwde gewoon in een trance wegglippen.

De energie in de zaal werd constant aangewakkerd door de gigantische dynamiek die zich op het podium tentoonstelde. STUFF. heeft geen frontman, geen centraal punt waar de aandacht van de kijker naartoe wordt getrokken. De leden staan in een halve cirkel opgesteld, zo dicht tegen het uiteinde van de stage aangedrukt als hun apparatuur het toelaat, en terwijl ze niet bepaald een visueel spektakel opspelen voor de toeschouwer, maakt hun oprechte enthousiasme voor de muziek dit meer dan goed. Of het nu Gyselincks hyperkinetische drumsequenties zijn, Mixmonster Menno die lustig meerapt op gesamplede hip-hop, of de steeds radicaal anders klinkende EWI van Andrew Claes, alle bandleden waren niet enkel een plezier om te horen, maar ook om te zien.

IMG_20171028_215821

Aangenaam aan de avond was ook hoe non-verbaal alles eraan toeging: voor meer dan twee bedankjes en een korte, smaakvolle promo voor de nieuwe plaat zou de microfoon die bij drummer Lander Gyselinck opgesteld stond niet gebruikt worden. Die bescheidenheid siert hen, en hielp ook om de mysterieuze sfeer te behouden die de hele avond het publiek in ban hield. Na een vol uur in de wonderlijk hallucinante wereld die STUFF. uit zijn instrumenten tovert vertoefd te hebben, bleek het dan ook even wennen om terug de realiteit te betreden.

STUFF. + JTOTHEC @ Het Depot | zaterdag 28 oktober ’17 | 16 euro (14 euro met Cultuurkaart)