Hoeveel niet-Westerse schrijvers heb jij in je boekenkast staan?

Annelies Verbeke steekt taalgrenzen over en nodigt in het kader van ‘Druk in Leuven’ en UUR KULTUUR vier internationale schrijvers uit. Fatena Al-Ghorra leest één van haar gedichten voor, Ali Bader en Sulaiman Addonia presenteren een deeltje uit hun veelgeprezen romans en Aleksandr Skorobagatov leest een hartverscheurende brief aan zijn overleden zoon voor. Daarna gaan ze in gesprek: over moedertaal, literatuur en over migratie. Al is gesprek misschien een te groot woord.

De mistroostige sanseveria’s en pastelroze zetels staan klaar. Echt internationaal voelt het décor niet aan, maar schijn bedriegt, want vreemde talen zullen ons over enkele ogenblikken de wereld doen ontdekken. “Hoeveel niet-Westerse schrijvers heb jij in je boekenkast staan?” Het lijkt alsof ik de enige in de zaal ben die dat aantal op één hand kan tellen. Tijdens een filmpje van internationale studenten die boekentips uitwisselen op het einde van de voorstelling, passeren namen de revue van wie ik me niet kan inbeelden uit welk werelddeel ze komen. Ik ben nieuwsgierig. Niet naar “The Great Gatsby”. Niet naar “Oriëntalism”. Wel naar de onbekende parels die er ongetwijfeld tussen zitten.

Na een prachtige muzikale inleiding van een Syrische violist, luisteren we naar Annelies Verbeke. Met een Engels waaruit blijkt dat zij hier niet de internationale gast is, leidt ze haar vier genodigden in. Fatena Al-Ghorra, een palestijnse dichteres, die naast haar voordracht ook een Palestijnse groet zal zingen voor ons; Ali Bader, een Irakeese romanschrijver; Sulaiman Addonia, Brits-Eritrees-Ethiopische auteur en Aleksandr Skorobogatov, een Russische schrijver.

Vier fragmenten worden voorgelezen: stuk voor stuk in hun moedertaal, de Engelse vertaling wordt tegelijkertijd geprojecteerd op een zwart scherm. Het ontroert. Het is soms moeilijk te volgen, maar vaak net aangenaam verrassend wanneer je merkt dat talen toch ook weer niet zoveel van elkaar verschillen. Wanneer je woordjes leert herkennen na een tijd, wanneer je merkt dat de kloof tussen ons toch ook maar over enkele letters gaat. Een gevoel van verbondenheid maakt zich van ons meester.

© Jimmy Kets

De teksten gaan over meisjes die Marx lezen in het Duits, of was het nu Arabisch? Over dat de taal waarin het geschreven of gezegd is er eigenlijk niet zo toe doet. Het gaat over prostituees, over lichaamstaal, over een moedertaal en hoe die mee reist met haar moeder. Hoe die mee verdwijnt met haar moeder. Over hoe je je moedertaal kan kwijtraken en daar niet eens zo verdrietig om bent. Het gaat ook over een zoon.

Het meest aangrijpende moment is ongetwijfeld wanneer Skorobogatov zijn brief voorleest aan zijn zoon. “Voor de eerste keer in het Russisch”, bekent hij. Aleksandr’s zoon werd zo’n twintig jaar geleden vermoord in Rusland, tien jaar nadat hij voor het laatst zijn vader had gezien. “Straks kom ik terug en gaan we naar de dierentuin”, had Skorobogatov hem nog gezegd. Tien jaar later zou hij pas terug naar Rusland keren, dit keer om hem te begraven. Hij leest het zacht voor, je voelt dat hij zijn best doet niet te huilen.

De discussie na de voorgelezen teksten is slechts van korte duur. “Hoe is het om als auteur in een ander land te wonen? Wat betekent meertaligheid voor hen en voor hun werk?”, veel antwoorden krijgen we niet, een gesprek is het ook niet echt. Na wat promotie voor hun eigen projecten en boeken krijgen we er gelukkig wel een uitgebreid nieuw verlanglijstje aan boeken bij. Elke auteur spreekt over een niet-Nederlandstalig boek dat hun leven veranderd heeft en zo eindigt ‘Annelies Verbeke invites’ toch nog in veel schoonheid, passie voor literatuur en aangrijpende verhalen.

Annelies Verbeke invites was het UUR KULTUUR van mei, gratis met cultuurkaart.

Tip van de week: Docville. Drie documentaires die je moet gezien hebben

Van 23 tot en met 31 maart kan de documentaireliefhebber zijn/haar/hun hart ophalen in Leuven. ‘Docville’, het internationale documentaire filmfestival, is begonnen aan haar achttiende editie. Een overzicht van wat je niet mag missen.

FUTURE SHOCKED

Polarisatie tekent onze hedendaagse maatschappij. Sociale en technologische veranderingen zijn alom en een religieuze moraal bepaalt voor veel mensen niet langer wat goed en slecht is. Aan de hand van interviews met moraalfilosofen Patrick Loobuyck, Tinneke Beeckman en Katleen Gabriëls, socioloog Walter Weyns en psychologen Herman Konings en Tom de Bruyne, gaat Johan Van Schaeren op zoek naar hoe deze maatschappelijke evolutie in thema’s als klimaat, gender en racisme werken in tijden van sociale media en generatiekloven. Hoe kunnen we polarisatie tegengaan? Hoe gaan we om met de spanningen tussen onze dromen van verandering en de vaak tegensputterende realiteit?

A DECLARATION OF LOVE

Curtis McCarthy zat 22 jaar lang onterecht in de gevangenis. Deze aangrijpende documentaire van Marco Speronni neemt je mee in zijn verhaal. Van moeten opgroeien in een onmenselijke omgeving, van haren die grijs worden en een leven dat aan je voorbij gaat zonder echt te leven: allemaal wordt het verteld in intieme close-upshots. McCarthy vertelt het sereen, maar is volledig gebroken. Hoop en vertrouwen heeft hij onderweg verloren, enkel een hartverscheurend verhaal blijft over. Geen schreeuwende woede, geen compromissen. Enkel de schrijnende vaststelling achtergelaten te zijn in een wereld waar hij niet langer thuishoort.

COW

Voor een keer geen mens in de hoofdrol van een biografische documentaire. Oscarwinnend regisseur Andrea Arnold filmde vier jaar lang melkkoe Luma en laat ons de wereld zien vanuit haar blik. Een intieme kennismaking met het leven van een melkkoe, inclusief alle schoonheden en uitdagingen daarin. ‘COW’ is een unieke film die ons doet stilstaan bij het feit dat ook andere wezens een dagdagelijks leven met gedachten, gebeurtenissen en gevoelens hebben: iets wat vaak te weinig aandacht krijgt in verhalen die gestuurd worden door ons menselijk egocentrisme.

Docville toont negen dagen lang de hele dag door bijzondere documentairefilms op verschillende locaties in Leuven. Opgedeeld in verschillende thema’s zoals filosofie, virtual reality en korte documentaires, kan elke documentaireliefhebber een inspirerende film uitkiezen die past bij zijn/haar/hun interesses. Een uitgebreider overzicht van alle getoonde films vind je hier. Cultuurkaarthouders betalen slechts 7 euro voor een ticket.

Sommige meisjes willen naar Europa

Sommige meisjes willen wenen in witte tranen. Sommige meisjes weten niet beter. Slam Poet Lisette Ma Neza vertelde erover in de intieme sfeer die het Wagehuys oproept. ‘L’Europe Noire’: over haar reis door zwart Europa, over haar beleving als zwarte vrouw in Europa, over haar identiteit als Afro-Europeaan. Een meeslepende vertelling, met ‘Afropean‘ van Johny Pitts als reisgids, gebracht door gedichten, muziek en dans.

Ma Neza begint bij haar kindertijd. Begeleid door zachte, smooth jazz pianoklanken wordt ze aangemoedigd om verder te gaan met haar verhaal. Als klein meisje aan de hand van een mama die heimwee heeft. Als klein meisje dat geboren is in een land waar ze niet altijd thuis is. Haar Rwandese familie wist het, zij niet. Zij wou haar mama troosten, maar wist toen nog niet dat Rwandese moeders ontroostbaar zijn. Vandaag wordt ze omringd door een decor van goudkleurige kooien – of zijn het huizen – en beeldende kunst die whitewashing moet representeren. Het is een wat ongelukkig verhaal om spontaan bij te glimlachen, maar je kan niet anders door de zorgvuldig uitgekozen tweeklanken en ingenieuze woordencombinaties die de dichteres moeiteloos aan elkaar breit.

Ook het thema van oorlog komt aan bod. Deze keer ook in Europa. ‘Gio, dans een gebed’, vraagt ze de onbewogen beweger. Het ziet eruit als een omhelzing en ondertussen vult de warme stem van Ma Neza in de vorm van een blues het lege gevoel van onzekerheid in je buik. Een goedgekozen moment van bezinning, een geslaagde oproep tot samenhorigheid.

© Melanie Musisi

De steeds stralende dichteres vertelt verder over hoe haar reis van een zoektocht overging naar een vindtocht. Het gaat over vluchten en niet weten waarvoor, over zichzelf proberen verbleken en hoe ze dan verbleekte. Lisette Ma Neza staat daarbij steeds tussen haar muzikanten en danser. Hun verhalen worden verteld, hun stem wordt geïntegreerd in de vertelling.

Op een aandoenlijke manier vraagt Ma Neza ook voortdurend om te dansen wat niet dansbaar lijkt en te spelen wat niet speelbaar lijkt. ‘Gio, dans dat iemand zo mooi is als een koe’ is de inleiding voor haar gedicht ‘Koetjes en kalfjes, een ode aan de Nederlandse taal’. Een prachtig gevonden zinspeling op vrouwen die koeien krijgen als bruidsschat in Afrika en de daartegenover wansmakelijke connotatie waar een vrouw een koe noemen hier in België toe leidt.

De voorstelling eindigt in majeur. Ma Neza wisselt de dans en poëzie opnieuw af met zang en hoewel ze niet altijd op toon zingt, kan je het haar onmogelijk kwalijk nemen door het plezier dat ze uitstraalt en het gevoel van geborgenheid die haar glimlach je geeft. De eindboodschap van connectie en samenkomen straalt immers boven alles uit. Als je nog niet verliefd bent geworden door haar woordentovenarij, dan zal je het wel worden door haar uitnodiging om aan tafel te komen zitten. De tafel in haar hart waar stoelen staan voor zij die er zijn en zij die niet meer zijn. Kom, kom dan.

L’Europe Noire: twee maart 2022 in 30CC Wagehuys met Lisette Ma Neza (woord en zang), Vernon Chatlein (percussie), Neil Akenzua (piano), Giovanni Pisas (dans), Absa Sissoko (kunstenaar). Korting met cultuurkaart.





 

She’s her(e)

Genen. Gen-en. Alsof het ‘niksen’ betekent. In feite bepaalt het alles: wie we zijn. Auteur, columnist en moeder Dalilla Hermans onderzoekt in haar eerste theaterstuk ‘Her(e)’ de pijn die zwarte vrouwen in België meedragen, maar ook de onvoorwaardelijke vreugde die tussen hen leeft. Actrice Abigail Abraham vertelt hun verhaal. Altijd onverbloemd. Altijd bij de keel grijpend.

Het is vijftien februari in het Wagehuys in Leuven. Ook hier gaat de tijd immers vooruit, al zou je je na de voorstelling kunnen afvragen of mensen dit wel weten. Of ze wel weten dat ze erin mee mogen gaan. Misschien weten ze het wel, maar verzetten ze er zich koppig tegen, dat kan ook. In ieder geval zijn er een 150 tal mensen die vanavond bewust de confrontatie opzoeken. Gelukkig maar.

 ©Harmony Benegusenga

We zien onszelf immers in grote, voornamelijk rechthoekige, spiegels met oude, goudkleurige omkaderingen. De figuurlijke spiegels volgen pas later. Zwarte actrice Abigail Abraham kijkt verveeld toe naar het witte publiek, met haar huid als onbewerkte boetseerklei, liggend in een azuurblauwe zetel die zich laat bedekken door een deken dat doet denken aan vers geperste appelsienen in de zomer. In haar monoloog vraagt Abigail ons iets meer kleurenblind te zijn, maar de prachtige, symbolische contrasten in het decor benadrukken hoe gevoelig we voor kleur zijn.

Bosklasse, maar dan inclusief

Het zachte gezang op de achtergrond gaat over in geprojecteerde beelden van een lachende en dansende groep zwarte vrouwen. Eenendertig om precies te zijn. Dalila Hermans nodigde deze artiesten, actrices en activisten 24 uur uit in Villa Hellebosch om het te hebben over hun ervaringen als zwarte vrouwen in een witte wereld. Overal bekeken, nergens gezien.

De beelden, die nu het hele decor overmeesteren, trekken ons eerst mee in hun vreugdevol verhaal. Ook een dag na Valentijn mag liefde de overhand nemen. De vrouwen halen zichtbaar veel geluk uit de verbinding met elkaar en Abigail glimlacht luidop en vraagt zich af of het mag, zo dansen. ‘Natuurlijk mag dat niet!’, beantwoordt ze zichzelf. De sfeer slaat om en de pijn die deze vrouwen elk moment met zich meedragen, wordt op een pakkende manier steeds zichtbaarder gemaakt.

Don’t tell me I’m magic

‘Don’t tell me I’m magic if that’s all you’re willing to do’. Even later vraagt de actrice ons bijna wanhopig door een megafoon om niet meer aan haar afrohaar te zitten, onze zongebruinde huid na een vakantie niet te vergelijken met de hare en al zeker niet te denken dat we haar na onze reis naar Afrika begrijpen. ‘Luister dan!’. Ze zegt het drie keer, het publiek blijft stil. En wit. Abigail slaagt er op meesterlijke wijze in om met haar mimiek en intonatie een verhaal op zich, naast de tekst te creëren. De kwaadheid is bijna tastbaar en ze laat ons voelen dat dit geen monoloog is, maar een dialoog met ons, met de samenleving. ‘Waar zijn jullie?’

Her(e) speelt op een onverwachte manier ook met het licht in de zaal. Spots waar de zwarte vrouw niet in wil staan, verlichten haar desondanks. Haar aanwezigheid is een statement. Ook na de activistische scène met de megafoon volgt verdriet, maar een spot die gericht blijft op de megafoon toont dat haar strijd niet gedaan is. Ondanks haar onmacht moet ze blijven uitleggen waarom ook zij mens is, waarom ook zij geluk verdient. Ook hier nog, ook vandaag nog.

De aanhoudende danser wint

In de geprojecteerde filmfragmenten van het weekend in de villa verklaren haast alle vrouwen dat ze zich verbonden voelen door de trauma’s die ze stuk voor stuk hebben meegemaakt. De gebeurtenissen mogen dan wel anders geweest zijn, de pijn was het niet. Het verlangen naar de verbinding en hun lange zoektocht naar herkenbare verhalen doen ons beseffen dat er ook nog vandaag een grote eenzaamheid gepaard kan gaan met een gekleurde huid. Moeten we walgen van ons eigen, witte spiegelbeeld dat daar zo prominent in het decor aanwezig is? Vast niet. Maar Her(e) maakt ons wel (nog eens) duidelijk dat we moeten luisteren, en samenleven. Echt samenleven, zonder onderscheid.

Here Beeld2 Web
©Manoe Sunkwa

Eindigen doet Her(e) opnieuw al dansend. Na wat vertwijfelend schoenwitsel op haar hand uit te proberen, laat Abigail horen dat ze weet wie ze is en er ook trots op is. De eivormige, rieten mand die de actrice al de hele voorstelling achter zich sleurt, neemt ze nu zelfzeker vast. Ze herrijst als zonnekind, als zondagskind, als dochter van haar voorouders en als voorbeeld voor de toekomstige generatie zwarte vrouwen in België. Zij is hier. Zie haar. Zij is hier.

De manier waarop Her(e) omgaat met het feit dat onze genen in zoveel opzichten onze levens determineren klinkt aangrijpend, liefdevol, kritisch, begripvol, maar vooral strijdvaardig: ‘silence is violence‘, bevestigt iemand uit het publiek achteraf. De evenwichtige afwisseling tussen filmprojecties, tekst en zang kan gezien worden als een poging om de boodschap op alle mogelijke manieren duidelijk te maken. Een zeer geslaagde poging, wat mij betreft. Een viering van de zwarte vrouw, een ode aan de kleurenblindheid.

Muzikale M-useumnacht KNAL(t)!

In het kader van stadsfestival KNAL! openden Museum M en de universiteitsbibliotheek gisterenavond haar deuren voor een interdisciplinaire museumnacht. De verschillende optredens, workshops, projecties en expo’s droegen bij aan een fraaie verzameling kosmologische kunst, de volle maan die avond ook.

De vaste collectie van museum M, de expo van Richard Long en ‘Verbeelding van het universum’ eisen natuurlijk nog steeds (terecht) hun aandacht op in de verschillende museumzalen, maar een museumnacht is meer dan late openingsuren op een woensdagavond. Naast een creatieve workshop ‘altaar maken’ kon je gisterenavond ook vooral genieten van de nodige (buitenaards) goede optredens. Een muzikaal overzichtje:

Wolker

De ondankbare eerste plaats op de timetable deed de zin in een optreden bij de jonge Gentenaren duidelijk niet zakken. De energetische muziek van Gert-Jan Loobuyck (stem, gitaar, toetsen) en Femke Decoene (drums) wisselde af tussen dromerige melodieën en strakke ritmes, maar gaf je onverstoord het gevoel in je kamer te willen dansen. Hoewel er slechts twee muzikanten het podium bezetten, bestond de muziek steeds uit heel wat laagjes elektronische samples, kleurrijke klankenwolken van de gitaar en stevige drumpartijen. De, bij wijle nogal geknutselde, veranderingen van drumstijlen in de achtergrond gaf de zweverige indie stijl van de zang en gitaar vaak een serieus rock-gehalte: een aangename verassing doorheen het hele concert. De ongemakkelijk bindteksten neem je voor sympathiek.

© Wolker

Mr. Chong

Een heel nieuwe sfeer ontfermt zich over het publiek wanneer iedereen zich nestelt op de kussentjes op het tweede verdiep. De zachte, maar toch zekere ondergrond compenseert voor de vrije improvisatiejazz van Mr. Chong. Rikkie Joris (gitaar), Charel Maes (saxofoon, sampler, synth) en Milan Donvil (drums) creëerden een experimentele, muzikale interpretatie van ‘Year X’, het werk van kunstenares Orla Barry dat deel uit maakt van de expo ‘Neem je tijd’. De zinnen of woorden die ze daarvoor doorheen het jaar schreef, werden visueel geprojecteerd op de witte muren achter de muzikanten. Filmische beeldfragmenten en hun soms bijpassende geluiden begeleiden de muzikanten tijdens hun spelen. De mooie combinatie van beeld, geluid en muziek nam je meteen weg uit de anders zo gestructureerde wereld. Beetje voor beetje deconstrueren ze de tijd, waarin lange, organische en soms dissonante saxofoontonen de ondergrond vormen voor onverwachte ritmes. Een mooie verzameling van klanken waarin zowel rust al haast hun weg vinden en waarin naar elkaar luisteren centraal staat.

© M Leuven

Aarde aan Daan

De derde groep van de avond is (net als de eerste groep) omringt door een decor van lichtjes die fonkelen als sterren, als de artiesten die ervoor staan. Aarde aan Daan is een sympathieke band met Nederlandstalige liedjes onder leiding van zanger en gitarist Daan Hafkamp. Van dansbare oorwurmmuziek tot breekbare solostukken over verdriet: de band krijgt met gemak het publiek mee in haar verhaal. Tegen het einde van hun optreden overtuigen ze zelfs alle luisteraars tot een gezellig samenzingen zonder band onder het motto ‘nog één keer samen zingen alsof corona niet bestaat’. Aarde aan Daan geeft een volwaardige performance waarin alle muzikanten een perfect passend puzzelstukje zijn in de band, maar waarin toch vooral gitariste Helena Mayorga-Paredes de show steelt. Met haar uitbundige, virtuose gitaarsolo’s tilt ze de muziek naar hogere, ruimtelijke, sferen. Een band om te (her)ontdekken dus!

© Aarde aan Daan

Naast de vele beeldende kunst mocht dus ook de muzikale timetable er zeker zijn. Wolker, Mr. Chong en Aarde aan Daan brachten het gevarieerde publiek ongetwijfeld kwaliteitsvolle muziek naar hun smaak. Opnieuw is de museumnacht dus een ideale gelegenheid voor verschillende soorten cultuurliefhebbers om nieuwe pareltjes te ontdekken.

Stenen en modder in een onverwilderd Leuven

Wanneer er een boom valt in een bos zonder wandelaars, wanneer het geluid ervan wegebt zonder luisteraars, is die boom dan nog gevallen? Is het geluid er ooit geweest? Richard Long laat niets aan het toeval over en verzekert voluit zijn artistieke aanwezigheid. Met behulp van kleine ingrepen met natuurlijke materialen maakt de Britse kunstenaar geometrische vormen in de meest feeërieke, verwilderde landschappen en voor de gelegenheid ook in Museum M in Leuven. Een expo in het kader van KNAL!- stadsfestival rond de ontwikkeling van de Big Bang-theorie.

Geïnspireerd door zijn vele wandelingen, creëerde Richard Long langzaamaan een revolutie in de betekenisgeving van sculpturen. Een platgetrapte lijn gras werd synoniem voor de menselijke geschiedenis van migraties die de wereldbevolking ooit samenbrachten, geordende stenen stelden de band voor met het universum. De gehele tentoonstelling staat in het teken van de relatie tussen mens en kosmos. De cirkelvormige moddermuurschildering als de aarde, de in een ellips gelegde vulkaanstenen de banen van de planeten: de natuur vormt zowel het onderwerp als de materie van zijn werk.

In de eerste ruimte stroomt een rivier van houten, golvende takken over het visgraatparket van de museumzaal. De beweging van het hout is haast tastbaar door het aanzicht van de parallelle krommingen in de takken en af en toe zie je een verloren plankje gekleurd drijfhout, hout waarop je mag drijven – want dat is alles wat je nog wil in deze zaal. Er staan verder woorden op de muur over ruimte en sterren en ruimte en aarde, maar je ogen zijn met te weinig om ook daar nog aandacht aan te besteden. De platgestreken kruin, het uit takken gewoven vloertapijt eigent zich terecht al je aandacht toe.

VILLAS Decoration Richard Long
© Courtesy of Richard Long | Quiet Skies Circle

Eén kamer later zien we meteen Long’s inspiratie voor zijn unieke sculpturen: de dagenlange wandeltochten die hij over heel de wereld maakt, vormen de grondstof van zijn ideeën, het startpunt van onze reis als bezoeker. Foto’s van uitgestrekte, verwilderde landschappen met daarin één rechte lijn geordende stenen, vergezeld van een titel en plaats als onderschrift, vullen de holle ruimte.
‘Blowing in the wind: A line in the Andes along an eleven day walk – Bolivia 1981.’
De ingrepen die hij telkens maakt in de onverstoorde ruimte maken elke keer opnieuw een verbinding tussen mens en kosmos. De aloude geometrische vormen die Richard Long aanbrengt met stenen of zand zijn dan ook geen verstoring van de natuur, maar maken juist de orde ervan in zichtbaar.

Eén van de werken heet ‘Rolling Stones’, waarin een dikke lijn van ronde, vermoedelijk loodzware, stenen het Noorse landschap in twee delen splitst. De zachte tinten zwart en wit van de foto en de flou contouren staan in fel contrast met de hardheid van de stenen. De ronde vormen wegen naar alle waarschijnlijkheid minder dan de menselijke impact op de natuur, maar doen me er toch aan denken. Zijn wij misschien de stenen? Diepe groeven gravend in de aarde, robuust en vechtend tegen vergankelijkheid? Zijn wij dan niet de stenen, geordend in een lijn, die de natuur verdelen? En waarom gaan we niet met zen allen voortaan dagenlang wandelen en daarbij te pas en te onpas steentjes verleggen?

© Galleria Lorcan O’Neill | Richard Long, Untitled, 2005

De daarop volgende sculpturen in het museum zijn een verlengde van die werken in de buitenwereld. Krijtwitte modder hangt hoog aan de muur en roept ons terug naar een tijd van grotschilderingen. De vluchtigheid waarmee de modder op de muur werd aangebracht tekent zich af door de lange, druipende lijnen naar beneden. De zwaartekracht, maar dan zichtbaar.
Ten slotte, wanneer je de laatste zaal betreedt, zie je hoogstwaarschijnlijk waarvoor je gekomen bent. Pekzwarte ruwe vulkaanstenen, strak afgelijnde blokjes en kleurrijke natuurstenen vormen elks een nieuwe geometrische vorm. De cirkels en ellipsen wegen zwaar op de ruimte. Ze zien er gek uit, bovendien. Zo opgesloten tussen vier muren. Het lijkt gek dat natuur zelfs daarin past, in zo’n an sich inhoudsloze, felwitte museumruimte. Maar in de tentoonstelling van Richard Long mag dat. In de tentoonstelling van Richard Long voel je je haast mee op wandeling in Bolivia, midden in het onverwilderde Leuven.

Richard Long in het kader van KNAL! stadsfestival in het M museum van 22/10/2021 t.e.m. 20/03/2022, gratis te bezichtigen met cultuurkaart.

Anne Teresa De Keersmaeker/ Rosas – Fase, four movements to the music of Steve Reich

Een minimalistische, postmodernistische dansvoorstelling. Dat klinkt u waarschijnlijk heel complex en duur in de oren, maar het tegendeel is waar. ‘Fase, four movements to the music of Steve Reich’ is enkel en alleen moeilijk door zijn eenvoud, want misschien is dat juist wat slecht te begrijpen is voor ons: ongedwongen, haast kinderlijke eenvoud. Want hoewel minimalisme ertoe aanzet om te minderen, en ons ervan bewust maakt dat wij allemaal beter wat minder zouden consumeren of wat minder zouden moeten spreken, laat ‘Fase’ mij vooral achter met een gevoel dat we allemaal wat meer zouden moeten dansen. Anne Teresa De Keersmaeker laat ons in vier bewegingen zien hoe we dat heel mooi kunnen doen.

De Keersmaeker brak al in 1982 door met haar tijdloze voorstelling ‘Fase, four movements to the music of Steve Reich’ en weet ons na al die jaren nog steeds te bekoren met haar prachtige samenwerking tussen choreografie en muziek. De bewegingen zijn simpel, alledaags en haast kinderlijk, maar de krachtige uitvoering staat daarmee in fel contrast. De kleine, tot in het oneindige herhaalde muziekcellen van Steve Reich delen de tijd in, de bewegingen de ruimte. Alles is één herhalend geheel, één trance die je nog dagenlang achterna volgt.

De eerste fase begint sober. Golvende pianomuziek legt zich als een rustige zee onder de zwaaiende en draaiende bewegingen van de twee danseressen. Eerst synchroon, later komen ze bijna ongemerkt tot een aanraking. De twee vrouwen zijn gekleed in een witte jurk, witte sokken, witte schoenen en hun witte melkhuid gaat haast over in het witte doek achter hen, waar zich nog drie schaduwen bevinden. Een schaduw per danseres en één van hen samen. Twee vrouwen, drie schaduwen. De bewegingen zijn zacht en als je goed kijkt zelfs vrolijk, want ze lachen. Het dansen lijkt zo plezierig en zo ver weg van onze dagelijkse bewegingen, alsof we vergeten zijn hoe onefficiëntie voelt, hoe schoonheid ook in herhaling kan liggen, soms anderhalf uur lang.

© Anne Van Aerschot

‘Come out’ is de tweede, elektronisch klinkende, fase van de voorstelling. De twee danseressen bewegen nu niet langs een horizontale lijn, maar hun bewegingen vertrekken vanuit eenzelfde punt. De donkeroranje café-lampen boven hun stoelen contrasteren met het eerst zo heldere witte licht en laten ons kennismaken met een nieuw licht op minimalistische dans. De bewegingen zijn deze keer krachtiger, onverwachter en zowel fysiek als emotioneel heftiger. Deze keer niet synchroon, maar in een soort canon volgen de energetische bewegingen elkaar op. De sporadische, uitbundige glimlach en het oogcontact van de danseressen breekt met de kracht die de bewegingen uitstralen en maakt het gehele beeld nog menselijker. Dit is wat we nodig hadden, denk ik. Dit is waar het publiek zo stil mogelijk naar hoopte. Samen naast elkaar zitten, samen kijken naar mensen die elkaar soms bijna aanraken en daar zoveel plezier uithalen. Alsof het terug de eerste keer is, alsof we terug mens mogen zijn.

De vioolfase die daarop volgt is gevisualiseerd door de prachtige solodans van Yuika Hashimoto. Voor deze derde fase wordt de ruimte ingedeeld in een grote cirkel, de derde geometrische vorm. Het ronde vlak doet denken aan een balzaal en de cirkeldansen die daarin plaatsvinden. De bewegingen strekken zich voornamelijk uit over de rand van het ronde licht en lijken de grenzen tussen licht en donker te verkennen. Soms nodigt de danseres zichzelf uit in het midden van de cirkel, soms volgen haast zwemmende bewegingen elkaar op aan de uiterste rand ervan. Maar steeds zit er een soort lichtheid in haar dansen, een soort verwondering die ons meeneemt naar een kindertijd die we niet kennen.

Ten slotte sluit de voorstelling af met een kortere fase ‘clapping music’. Opnieuw komen de twee danseressen op een horizontale lijn het podium op. De verschillende tijdsintervallen waarin ze de geschokte bewegingen uitvoeren hebben haast een komisch effect. De twee handklappatronen van de muziek worden elk vertolkt door een danseres en verschuiven zich zowel in de ruimte als in de tijd/muziek. Zoals in alle delen van de voostelling zijn de bewegingen zo ongedwongen, harmonieus en gewoonweg heel mooi om naar te kijken.

Nog voor ik de Soetezaal van het STUK binnenwandelde donderdagavond, stond er op een rechtermuur de vraag geschreven of we ons nog konden herinneren wanneer de laatste keer was dat we niets deden, en hoe dat voelde. Ik weet gelukkig nog wanneer dat was. Ik weet gelukkig ook nog dat dat haast even vrij en onbezonnen aanvoelde als naar deze dansvoorstelling te gaan kijken.

Fase, four movements to the music of Steve Reich, danseressen: Yuika Hashimoto & Laura Maria Poletti, wo 29 & do 30 sep, vr 1 & za 2 oktober in STUK (Soetezaal), korting met cultuurkaart.

Expo Overlap: The no man’s land between art and science

BAC ART LAB: vroeger het instituut voor bacteriologie, vandaag het prachtige gebouw dat een thuis biedt aan heel wat kunstenaars uit verschillende disciplines van de KU Leuven. Ook de reizende Expo Overlap mag zich nog tot 30 juni nestelen in het goedbewaarde erfgoed en presenteert vijftien ontmoetingen tussen kunst en wetenschap. De met gele steentjes betegelde gevel en het overvloedige zonlicht dat zich binnen de exporuimtes vestigt vormt in combinatie met de geschiedenis van het instituut voor bacteriologie dus de ideale ruimte voor deze interdisciplinaire tentoonsteling. Een ideaal neutraal terrein dus. Een niemandsland waar iedereen thuiskomt.

De expo is een selectie uit de vele werken die in het boek ‘Opverlap: The no man’s land between art and science’ zijn opgenomen. Dat zijn er 52 op precies te zijn, aangevuld met 12 essays. Niet toevallig zijn dit respectievelijk het aantal weken en maanden in één jaar: het boek vormt als het ware een kalender die op elke dag, elke week, elk seizoen zorgt voor een ontmoeting tussen kunst en wetenschap, een vakoverschreidend project dat inspireert en verwondert.

Het eerste werk dat je ziet is dat van Ugo Dehaes en zal je misschien nog het langste bijblijven, al is het dan maar in je dromen. Deze onvoorspelbare, lichtgevende, octopusachtige tentakel stelt een dansende stalaciet voor. “Stalactieten bewegen niet, maar zijn wel gevormd door beweging.” Zo wil de vindingrijke choreograaf zijn stempel drukken op de lange geschiedenis van beweging en ook schijnbaar vaste objecten choreograferen en doen danse., dit steeds met een grote fascinatie voor wetenschap. De zoektocht naar het analytische van kunst en de esthetische kracht van wetenschap vormt ook de hele verdere expo: schoonheid wordt gevonden in de twijfel, het willen weten en het samenbrengen van twee paden die feitelijk hetzelfde eindpunt willen bekomen.

Doorheen de verschillende oude, witbehangen gangen staat er af en toe een deur voor je open die je uitnodigend aankijkt. Achter één van die deuren vind je het werk van kunstenares Katelijne De Corte. Zij vroeg aan microbiologe Sarah Lebeer of en herinnering tastbaar gemaakt kon worden. En zo ja, hoe dan? De jeans die in de kleine, witte ruimte ligt heeft een gat ter hoogte van de dijen. Het stuk waarop haar geliefde voor het laatst op haar schoot lag en stierf, laat nu ook in de marineblauwe broek een leegte achter.

Onbedoeld bevond Katelijne zich met haar vraag op het terrein van de nieuwste inzichten in de microbiologie. Uit onderzoek blijkt namelijk dat mensen een voortdurende uitwisseling van bacteriële organismen onderhoudt met elkaar en haar omgeving. “Hoe groter de nabijheid, hoe groter de uitwisseling van materiaal. Het DNA dat bij deze uitwisselingen betrokken is, kan soms zelfs nog geruime tijd aanwezig blijven.” Deze uitwisselingen zouden met andere woorden dus een uitgangspunt kunnen vormen om een soort tastbaar geheugen te verwerven, om herinnering opnieuw aan te raken. De symboliek in dit kunstwerk doet zwijgen en toont ongefilterd onze kwetsbaarheid als mensen, ons eeuwige verlangen naar wat voorbij is en nooit meer zal komen. Eén van de krachtigste werken uit de tentoonstelling.

De expo gaat door. De omvang van het aantal mogelijkheden die een samenwerking tussen het analytische en het esthetische kunnen voortbrengen wordt duidelijker per werk dat u bekijkt. Pijlen van gekleurde plakband brengen u langs kandelaars met meerdere gezichten, kleine en grote eieren en ongebakken rivierkleivissen. Die laatsten liggen nu nog mooi te wezen op het gele zand, maar zullen weldra terug vrijgelaten worden in urbane wateren, waar ze opnieuw versmelten met het water, een project van Karel Verhoeven.

Gedurende de hele reis door het gebouw valt het zonlicht haast perfect op de vele werken, als spotlights die ze elk appart doen oplichten, zo ook in de laatste zaal. Een verzameling van de laatste werken doet u van links naar rechts en weer terug bewegen. Elk kunstwerk wekt evenveel nieuwsgierigheid op, elk project doet je glimlachen vanwege de vindingrijkheid en de spanning tussen zowel de gelaagde symboliek en het soms kinderlijke, ongedwongen uiterlijk van de werken. Deze expo roept vragen op, geeft ook enkele antwoorden, maar laat je vooral achter met het gevoel dat er nog zoveel meer mogelijk is. Opnieuw begint alles bij ontmoetingen, bij een aanraking, een zoektocht naar elkaar.

De gratis Expo Overlap is nog te zien tot 30 juni in BAC ART LAB in Leuven en is daarna nog te bezichtigen in Brussel, Gent en Hasselt. Deelnemende kunstenaars zijn Nicolas Baeyens, Ann Bessemans, Louis De Cordier / Cosco, Katelijne De Corte, Ugo Dehaes, Annelys de Vet, Kasper De Vos, Lodewijk Heylen, Robbert&Frank Frank&Robbert, Athar Jaber, Christina Stuhlberger, Kevin Trappeniers, Karel Verhoeven, Karen Vermeren, Dirk Zoete.

‘I keep trying to make language my own, but it’s never truly mine’

Ik sta op een uitkijktoren in Gent. Het is half zeven ’s ochtends en ik ben hier voor de zon. Wanneer ik merk dat de zon zich een uur later nog niet wil laten zien en de spottende wolken me teveel worden ga ik naar beneden. Ik wandel in het park en kom even later een speeltuin tegen, nostalgie maakt zich van mij meester. Ik besluit er toch maar op te gaan, heel even dan, en merk dat ik te groot ben. De ruimte die mijn lichaam inneemt is te veel. De ruimte waar ik me in bevind komt op mij af en ik voel dat ik hier niet pas. Ik voel. Is dit hoe het voelt om jezelf ergens niet thuis te voelen, ook al heeft het de vorm van een thuis? Is dit hoe het voelt om van kleur te zijn in een witte samenleving? In drie online postkoloniale gesprekken (We Object) spreken telkens twee gasten over een voorwerp dat de koloniale erfenis voor hen weerspiegelt. Ik keek naar een prachtig, intiem gesprek tussen Lisette Ma Neza en Loucka Fiagan.

Lisette Ma Neza is een Nederlandse dichteres die niemand onbewogen laat met haar poëtische, maar actuele teksten. Ze zingt, schrijft columns, maakt films en slaat met woorden tijdens haar verbluffende slam poetry. Maar bovenal heeft ze een immens mooie stem, een immens sterke mening die ze graag komt vertellen, met poëzie natuurlijk. Enkele maanden geleden was ze nog te gast bij de ‘Sekte van Saskia’ (Behoud de begeerte) waar ze een beklijvende stilte achterliet met haar tekst over (wit) feminisme. Nu gaat ze in gesprek over (post)kolonialisme met Loucka Fiagan, een Brusselse audiovisuele kunstenaar. Fiagan is onder andere mede oprichter van het collectief wedontknwyet. Aan de hand van video, tekst, muziek en dans onderzoeken ze onze moderne samenleving en hoe begrippen als mentale ziektes, anders zijn en identiteit daarin hun plaats hebben.

©Miles Fishler

‘Are we there yet?’. Dit is de vraag waar ‘Being imposed upon’, een boek waar ook Lisette Ma Neza een bijdrage voor heeft geschreven, een antwoord op wil zoeken. ‘Nee!’ is het duidelijke antwoord van Beurschouwburg directeur en schrijfster van het boek Melat Gebeyaw Nigussie, ‘maar we moeten blijven strijden en alles in vraag blijven stellen’. Ook de gesprekken van ‘We Object’ dragen mooi bij aan deze zoektocht, aan de lange, maar noodzakelijke strijd. De gasten nemen telkens een voorwerp mee dat hen doet denken aan de koloniale erfenis rondom hen. Ik denk dat eender welk voorwerp wel van toepassing zou geweest zijn, maar kunstenaars zouden kunstenaars niet zijn als ze er geen mooie symboliek aan zouden toevoegen.

Hoewel niet afgesproken hebben zowel Lisette als Loucka een voorwerp gelinkt aan taal. Waar Lisette kiest voor boeken met verhalen en poëzie in de talen die ze spreekt, heeft Loucka een foto meegenomen van zijn overgrootvader, een man die er een levenswerk van heeft gemakt om van het Ewi, een gesproken taal, een geschreven taal te maken om te vermijden dat het zou verdwijnen door kolonisatie. Er is muziek, voorgelezen gedichten en vooral heel veel liefde voor taal in hun conversatie. En toch, een taal die nooit de hunne zal zijn, een taal waarin er steeds een accent schuilgaat dat je verraadt, een witte taal om tegen gekleurde vrienden te spreken.

Er wordt hard geluisterd, met veel begrip en nog meer herkenning. We Object is een gesprek over het ontstaan van een passie voor taal, het zich eigen maken van een ruimte die soms niet de jouwe lijkt en over keuzes die niet de jouwe zijn.

De drie gesprekken zijn gratis te (her)bekijken op de website van de Beurschouwburg. ‘We Object’ is een samenwerking van DE//COLONIZE Leuven (een groep masterstudenten Culturele Studies aan KU Leuven), Commissie Cultuur KU Leuven, DeBuren, Black History Month, Black Achievement Month en Beursschouwburg.

JazzUUR KULTUUR: Leuven Jazz Festival

Het drie-urig UUR KULTUUR van deze maand werd vertolkt door vier heel anders uitziende pareltjes van de jazzscène van vandaag. Cinema Paradisio, Antoine-Pierre, Fred Hersch en een blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout klonken samen als het prachtige openingsconcert van het Leuven Jazz Festival dit jaar. Muzikale weken als de deze maken je verlangen naar een zomer vol live muziek zo mogelijk nog groter. Maar hoewel het gemis van de sfeer en tastbare vrijheid van de muzikanten blijft, moest een online alternatief niet onderdoen. Het innemende gebouw van de stadsschouwburg en mysterieuze verlichting schept een sfeer van intimiteit die je de hele avond bevangt. Vier verschillende optredens, vier verschillende reizen: het openingsconcert van Leuven jazz was er één om spontaan van te moeten glimlachen, zo’n glimlach die je nog een paar dagen met je meedraagt.

De lange, veelzijdige reis die deze avond is, begint met Cinema Paradisio. Het Belgische trio met Kurt Van Herck (sax), Eric Thielemans (drums) en Willem Heylen (gitaar) werkte voor hun nieuwste album samen met toetsenist Jozef Dumoulin en nodigt hem ook voor dit concert uit als gastpianist. De keuze voor Dumoulin levert prachtige creaties op die je elke keer weer op de juiste momenten weten verrassen. Als je je ogen sluit zou je je op zee kunnen wanen, meegenomen door de golvende pianoklanken en de warme saxofoonklank als de zon op je huid. De muzikanten hebben elk zo’n eigen geluid, zo’n andere, mooie rol in het geheel, dat het samenspel je elke keer in een andere soort sfeer brengt. De ene keer gaat je aandacht voluit naar de rijke kleuren van de elektrische gitaar, daarna kan je enkel nog luisteren naar de meeslepende ritmes van de drummer. Maar allemaal nemen ze je mee over de golven, allemaal laten ze je proeven van hun vrijheid enerzijds en de rust anderzijds.

© Bache Jespers

Van atmosferische klanken naar een ijzersterke beat. De concertfilm schrikt niet van een abrupte stijlwissel, want het volgende concert in de rij wordt verzorgd door Antoine-Pierre. De creatieve drummer en bandleader van Urbex heeft nu ook een soloproject (VAAGUE) opgestart waarin hij zich helemaal laat gaan met een uitgebreide drumkit, elektronische soundscapes en fragmenten uit bekende speeches. De veelheid aan geluiden en in elkaar gewoven ritmes en klanken doen je vol ongeloof en bewondering naar de jonge drummer kijken, maar laten je tegelijkertijd meteen zin krijgen om te dansen. Antoine-Pierre vermengt zijn virtuositeit probleemloos met aanstekelijke grooves. Voor mensen als hem kan je een nieuw genre uitvinden, al zal dat waarschijnlijk nog altijd tekort doen aan de veelzijdigheid en creativiteit van zijn muziek. Zo is er een geluidsfragment dat hij gebruikt waarin een interviewer met een frans accent vraagt: ‘Yout pretend that you play modern jazz?’. Antoine-pierre laat duidelijk merken dat hij niet van hokjes houdt en vooral zijn eigen, vernieuwende stem het woord wil geven.

“Legendarische jazztrio’s bij de vleet natuurlijk maar dat van Paul Motian, Joe Lovano en Bill Frisell blijft tot de verbeelding spreken. Om zich te wagen aan hun repertoire en aanpak moet je van goeden huize zijn en vooral voldoende persoonlijkheid hebben. Geen probleem wat dit trio betreft.” (Jazzenzo over Cinema Paradisio)

De derde muzikant valt een beetje uit het rijtje. Met zijn oudere leeftijd, repertoire vol standards en zijn Amerikaanse roots is Fred Hersch de uitzondering en meteen ook de buitenlandse headliner op Leuven Jazz dit jaar. Verschillende standards passeren de revue, maar ook nieuwe composities voor zijn album ‘Songs from home’ komen aan bod, allemaal in de typische, gekende stijl van Fred Hersh natuurlijk. Van ballads als ‘This is Always’ tot bekende Strayhorn composities als ‘Upper Manhattan Medical Group’ : allemaal worden ze bekeken vanuit zijn innovatieve, virtuoze bril. Gedurende 70 minuten laat hij het beste van zichzelf horen en dompelt hij je helemaal onder in zijn poëtische speelstijl. Een aangenaam ‘thuiskomen’ tussen de meer experimentele andere groepen van deze avond.

© Tracey Yarad (Soapbox Gallery)

Als kers op de taart is er tot slot nog de blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout. Twee kersen dus, allebei vrouwelijk, allebei meesterlijke improvisators. De twee artiesten ontmoetten elkaar voor het eerst op het podium, maar je zou denken dat ze elkaar lang geleden al ontmoet hebben ergens in een heel andere, mystieke wereld waarin ze beiden vaak rondlopen als ze onze wereld even kwijt willen. De combinatie van de twee unieke persoonlijkheden en de sferische, clair-obscure-achtige verlichting maken het een magisch optreden. De volle tromboneklanken van Nabou Claerhout passen enorm goed bij de soundscapes en fragiele zang van Lynn Cassiers. Laten we hopen dat deze blind date zal zorgen voor meer dates, liefst veel meer.

Leuven Jazz Festival: 19 t.e.m. 28 maart op verschillende (online) locaties in Leuven, gratis te beluisteren met cultuurkaart.