‘I keep trying to make language my own, but it’s never truly mine’

Ik sta op een uitkijktoren in Gent. Het is half zeven ’s ochtends en ik ben hier voor de zon. Wanneer ik merk dat de zon zich een uur later nog niet wil laten zien en de spottende wolken me teveel worden ga ik naar beneden. Ik wandel in het park en kom even later een speeltuin tegen, nostalgie maakt zich van mij meester. Ik besluit er toch maar op te gaan, heel even dan, en merk dat ik te groot ben. De ruimte die mijn lichaam inneemt is te veel. De ruimte waar ik me in bevind komt op mij af en ik voel dat ik hier niet pas. Ik voel. Is dit hoe het voelt om jezelf ergens niet thuis te voelen, ook al heeft het de vorm van een thuis? Is dit hoe het voelt om van kleur te zijn in een witte samenleving? In drie online postkoloniale gesprekken (We Object) spreken telkens twee gasten over een voorwerp dat de koloniale erfenis voor hen weerspiegelt. Ik keek naar een prachtig, intiem gesprek tussen Lisette Ma Neza en Loucka Fiagan.

Lisette Ma Neza is een Nederlandse dichteres die niemand onbewogen laat met haar poëtische, maar actuele teksten. Ze zingt, schrijft columns, maakt films en slaat met woorden tijdens haar verbluffende slam poetry. Maar bovenal heeft ze een immens mooie stem, een immens sterke mening die ze graag komt vertellen, met poëzie natuurlijk. Enkele maanden geleden was ze nog te gast bij de ‘Sekte van Saskia’ (Behoud de begeerte) waar ze een beklijvende stilte achterliet met haar tekst over (wit) feminisme. Nu gaat ze in gesprek over (post)kolonialisme met Loucka Fiagan, een Brusselse audiovisuele kunstenaar. Fiagan is onder andere mede oprichter van het collectief wedontknwyet. Aan de hand van video, tekst, muziek en dans onderzoeken ze onze moderne samenleving en hoe begrippen als mentale ziektes, anders zijn en identiteit daarin hun plaats hebben.

Peut être une image de une personne ou plus, tresses et intérieur
©Miles Fishler

‘Are we there yet?’. Dit is de vraag waar ‘Being imposed upon’, een boek waar ook Lisette Ma Neza een bijdrage voor heeft geschreven, een antwoord op wil zoeken. ‘Nee!’ is het duidelijke antwoord van Beurschouwburg directeur en schrijfster van het boek Melat Gebeyaw Nigussie, ‘maar we moeten blijven strijden en alles in vraag blijven stellen’. Ook de gesprekken van ‘We Object’ dragen mooi bij aan deze zoektocht, aan de lange, maar noodzakelijke strijd. De gasten nemen telkens een voorwerp mee dat hen doet denken aan de koloniale erfenis rondom hen. Ik denk dat eender welk voorwerp wel van toepassing zou geweest zijn, maar kunstenaars zouden kunstenaars niet zijn als ze er geen mooie symboliek aan zouden toevoegen.

Hoewel niet afgesproken hebben zowel Lisette als Loucka een voorwerp gelinkt aan taal. Waar Lisette kiest voor boeken met verhalen en poëzie in de talen die ze spreekt, heeft Loucka een foto meegenomen van zijn overgrootvader, een man die er een levenswerk van heeft gemakt om van het Ewi, een gesproken taal, een geschreven taal te maken om te vermijden dat het zou verdwijnen door kolonisatie. Er is muziek, voorgelezen gedichten en vooral heel veel liefde voor taal in hun conversatie. En toch, een taal die nooit de hunne zal zijn, een taal waarin er steeds een accent schuilgaat dat je verraadt, een witte taal om tegen gekleurde vrienden te spreken.

Er wordt hard geluisterd, met veel begrip en nog meer herkenning. We Object is een gesprek over het ontstaan van een passie voor taal, het zich eigen maken van een ruimte die soms niet de jouwe lijkt en over keuzes die niet de jouwe zijn.

De drie gesprekken zijn gratis te (her)bekijken op de website van de Beurschouwburg. ‘We Object’ is een samenwerking van DE//COLONIZE Leuven (een groep masterstudenten Culturele Studies aan KU Leuven), Commissie Cultuur KU Leuven, DeBuren, Black History Month, Black Achievement Month en Beursschouwburg.

JazzUUR KULTUUR: Leuven Jazz Festival

Het drie-urig UUR KULTUUR van deze maand werd vertolkt door vier heel anders uitziende pareltjes van de jazzscène van vandaag. Cinema Paradisio, Antoine-Pierre, Fred Hersch en een blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout klonken samen als het prachtige openingsconcert van het Leuven Jazz Festival dit jaar. Muzikale weken als de deze maken je verlangen naar een zomer vol live muziek zo mogelijk nog groter. Maar hoewel het gemis van de sfeer en tastbare vrijheid van de muzikanten blijft, moest een online alternatief niet onderdoen. Het innemende gebouw van de stadsschouwburg en mysterieuze verlichting schept een sfeer van intimiteit die je de hele avond bevangt. Vier verschillende optredens, vier verschillende reizen: het openingsconcert van Leuven jazz was er één om spontaan van te moeten glimlachen, zo’n glimlach die je nog een paar dagen met je meedraagt.

De lange, veelzijdige reis die deze avond is, begint met Cinema Paradisio. Het Belgische trio met Kurt Van Herck (sax), Eric Thielemans (drums) en Willem Heylen (gitaar) werkte voor hun nieuwste album samen met toetsenist Jozef Dumoulin en nodigt hem ook voor dit concert uit als gastpianist. De keuze voor Dumoulin levert prachtige creaties op die je elke keer weer op de juiste momenten weten verrassen. Als je je ogen sluit zou je je op zee kunnen wanen, meegenomen door de golvende pianoklanken en de warme saxofoonklank als de zon op je huid. De muzikanten hebben elk zo’n eigen geluid, zo’n andere, mooie rol in het geheel, dat het samenspel je elke keer in een andere soort sfeer brengt. De ene keer gaat je aandacht voluit naar de rijke kleuren van de elektrische gitaar, daarna kan je enkel nog luisteren naar de meeslepende ritmes van de drummer. Maar allemaal nemen ze je mee over de golven, allemaal laten ze je proeven van hun vrijheid enerzijds en de rust anderzijds.

© Bache Jespers

Van atmosferische klanken naar een ijzersterke beat. De concertfilm schrikt niet van een abrupte stijlwissel, want het volgende concert in de rij wordt verzorgd door Antoine-Pierre. De creatieve drummer en bandleader van Urbex heeft nu ook een soloproject (VAAGUE) opgestart waarin hij zich helemaal laat gaan met een uitgebreide drumkit, elektronische soundscapes en fragmenten uit bekende speeches. De veelheid aan geluiden en in elkaar gewoven ritmes en klanken doen je vol ongeloof en bewondering naar de jonge drummer kijken, maar laten je tegelijkertijd meteen zin krijgen om te dansen. Antoine-Pierre vermengt zijn virtuositeit probleemloos met aanstekelijke grooves. Voor mensen als hem kan je een nieuw genre uitvinden, al zal dat waarschijnlijk nog altijd tekort doen aan de veelzijdigheid en creativiteit van zijn muziek. Zo is er een geluidsfragment dat hij gebruikt waarin een interviewer met een frans accent vraagt: ‘Yout pretend that you play modern jazz?’. Antoine-pierre laat duidelijk merken dat hij niet van hokjes houdt en vooral zijn eigen, vernieuwende stem het woord wil geven.

“Legendarische jazztrio’s bij de vleet natuurlijk maar dat van Paul Motian, Joe Lovano en Bill Frisell blijft tot de verbeelding spreken. Om zich te wagen aan hun repertoire en aanpak moet je van goeden huize zijn en vooral voldoende persoonlijkheid hebben. Geen probleem wat dit trio betreft.” (Jazzenzo over Cinema Paradisio)

De derde muzikant valt een beetje uit het rijtje. Met zijn oudere leeftijd, repertoire vol standards en zijn Amerikaanse roots is Fred Hersch de uitzondering en meteen ook de buitenlandse headliner op Leuven Jazz dit jaar. Verschillende standards passeren de revue, maar ook nieuwe composities voor zijn album ‘Songs from home’ komen aan bod, allemaal in de typische, gekende stijl van Fred Hersh natuurlijk. Van ballads als ‘This is Always’ tot bekende Strayhorn composities als ‘Upper Manhattan Medical Group’ : allemaal worden ze bekeken vanuit zijn innovatieve, virtuoze bril. Gedurende 70 minuten laat hij het beste van zichzelf horen en dompelt hij je helemaal onder in zijn poëtische speelstijl. Een aangenaam ‘thuiskomen’ tussen de meer experimentele andere groepen van deze avond.

© Tracey Yarad (Soapbox Gallery)

Als kers op de taart is er tot slot nog de blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout. Twee kersen dus, allebei vrouwelijk, allebei meesterlijke improvisators. De twee artiesten ontmoetten elkaar voor het eerst op het podium, maar je zou denken dat ze elkaar lang geleden al ontmoet hebben ergens in een heel andere, mystieke wereld waarin ze beiden vaak rondlopen als ze onze wereld even kwijt willen. De combinatie van de twee unieke persoonlijkheden en de sferische, clair-obscure-achtige verlichting maken het een magisch optreden. De volle tromboneklanken van Nabou Claerhout passen enorm goed bij de soundscapes en fragiele zang van Lynn Cassiers. Laten we hopen dat deze blind date zal zorgen voor meer dates, liefst veel meer.

Leuven Jazz Festival: 19 t.e.m. 28 maart op verschillende (online) locaties in Leuven, gratis te beluisteren met cultuurkaart.

“Hey, you can be my girlfriend outside for two minutes”: Angela Washko over games, feminisme en pick-up artists

“Hey, you can be my girlfriend outside for two minutes”: het lijkt misschien een misplaatst grapje, maar het is wel degelijk één van de pick-up lines die bekende verleidingscoaches aanraden aan mannen om vrouwen te versieren. Angela Washko wil bruggen bouwen tussen deze vertegenwoordigers van de ‘manosphere’ en het hedendaags feminisme. Ze gaat op zoek naar nieuwe fora om te discussiëren over feminisme, gendergelijkheid en de scheefgetrokken machtsstructuren in de media. In de expo ‘A point of view’ verzamelt ze vier eerdere werken van haar, alle vier mediakunst, alle vier even sterke eye-openers.

Het is vrijdagavond. Onze levens laten zich niet langer leiden door een dodelijk virus en je hebt afgesproken met een goede vriendin in een café om de hoek. Je arriveert, maar ze blijkt wat later te zijn. Om de tijd te doden ga je alvast aan de bar zitten en bestel je een drankje. Je kijkt terug richting de tafeltjes in het café om je vriendin te zoeken, maar je kan maar moeilijk iets zien: ‘several men are blocking your view’. Het is de startsituatie van The Game: The Game.

Beeld uit ‘The Game: The Game’

Het café lijkt deze avond décor te spelen voor een workshop ‘vrouwen verleiden’ en je wordt door verschillende mannen aangesproken. Prachtig dreigende muziek van Xiu Xiu begeleidt je in The Game:The Game doorheen intense conversaties met zes cassanovas die jou graag mee naar huis willen nemen: een flatterende, toch vermoeiende gedachte. Je hebt telkens een aantal antwoordmogelijkheden, op die manier kan je zelf het spel sturen en vooral merken hoe hardnekkig deze mannen zijn in het ‘verleiden’ en hoe weinig er eigenlijk naar je replieken wordt geluisterd. Het zijn dan ook niet voor niets technieken en pick-up lines van bekende pick-up artists als Roosh V, die onder andere beweert dat ‘all human resistance can be broken down with enough pressure’. ‘The Game:The Game’ biedt de speler de mogelijkheid om de verschillende verleidingstechnieken te verkennen en om aan te voelen hoe het is om op die manier benaderd te worden, wat voor de ene persoon (lees: man) al verrassender kan zijn dan voor de andere.

Toch wil Washko de pick-up artiesten niet per se in een slecht daglicht brengen, ze wil vooral het perspectief van vrouwen in dergelijke situaties tonen en hen ook helpen dit soort strategieën beter te kunnen identificeren. “Ik denk dat het heel goed mogelijk is om empathisch te zijn tegenover mannen die deze ideeën aantrekkelijk en nuttig vinden voor het opbouwen van vertrouwen om vrouwen te benaderen en te ontmoeten … en toch kritisch te zijn tegen die pick-up artiesten’, aldus Washko.

 © Illias Teirlinck

Naast deze feministische game kan je bij ‘A point of view’ ook terecht voor de videoreeks ‘Heroines with Baggage’. Deze montage van gamescènes is een grappige, maar ook zeer rake illustratie van de karakterisering van de vaak zwakke en onderdanige vrouwelijke personages in videogames. Je ziet een verzameling van geanimeerde vrouwen die uitbarsten in emotionaliteit, angstig zijn, sterven of hun mannelijke tegenspelers om hulp vragen omdat ze te zwak zijn: stereotyperingen die ook vandaag soms nog pijnlijk zichtbaar zijn in media en maatschappij.

Ook in de game ‘World of Warcraft’ kwam de Amerikaanse artieste vaak vrouwonvriendelijke, homofobe, racistische en discriminerende taal tegen. In ‘The Council on Gender Sensitivity and Behavioral Awareness in World of Warcraft’ gaat Waschko als personage in gesprek met andere spelers over hedendaags feminisme, de behandeling van vrouwen in het spel, inclusiviteit en verworven rechten. The Councel was een manier om een veilige plaats te creëren voor spelers die zich buitengesloten of beledigd voelden en heeft ook als doel om andere spelers zich hier bewust van te maken. Op de geprojecteerde beelden zie je dat de gesprekpartners vaak zelf niet weten hoe hard deze stereotypen en beledegingen doorsijpelen in hun gedrag. Het onderdrukkende gedrag is dan misschien ook te wijten structurele ontwerpbeslissingen van het spel, eerder dan aan slechte bedoelingen van hun spelers: iets waar Wascko zich tegen wil verzetten.

De expo laat je daarna niet zomaar achter met deze eerder ludieke pogingen tot bewustmaking. Als je nog niet met je neus op de harde feiten gebotst was, dan zal dat wel gebeuren in het slotwerk van de tentoonstelling. In een twee uur durend interview gaat Wascko in gesprek met Roosh V: ‘de meest beruchte vrouwenhater van het internet’ en pick-up artist, al wil hij zichzelf niet zo noemen. Roosh V is immers meer dan dat, hij is een échte ‘man’: een mannelijke, heteroseksuele, normale man. In 2015 had hij al veertien boeken geschreven over hoe je vrouwen zo snel mogelijk in bed kan krijgen. V moet het niet zo hebben van feministen, of ‘mannenhaters’, en heeft dan ook een heel andere visie op gendergelijkheid dan Washko. Toch schrikt deze radicale visie haar niet af: ze zoekt naar gelijkenissen en compromissen en stelt zich erg bemiddelend op gedurende het hele gesprek, haar geduld en begrip is bewonderingswaardig. Dit ondanks de soms onmogelijke houding van Roosh V, die vooral duidelijk wil maken dat vrouwen maar beter geen stemrecht hadden en dat de wereld de verkeerde kant op gaat met haar Westerse ideeën van ‘gelijkheid’. Een gesprek over ‘dubbele standaarden’, biologisch determinisme en homofobie.

De dominante rode neon verlichting en een muur vol beelden en zinnen uit de game dompelen de bezoeker onder in een totaalbeleving. De vele video installaties maken het echter niet altijd makkelijk om deze volledig te beleven. Door de coronamaatregelen moet je soms best lang wachten voor je een video kan zien en kan het misschien vervelend zijn dat je maar kleine fragmenten kan bekijken van de juist zo boeiende video’s. Toch is ‘A point of View’ een echte aanrader. De thema’s die aan bod komen zijn confronterend, maar daarom juist een heel nodige bewustmaking en goede aanzet om erover te praten: if a conversation is hard, it’s probably the one worth having.

A point of View is nog tot 25/4 te zien in het STUK in Leuven, gratis met cultuurkaart

TIP: Kortfilms van BlokUUR (of kwartier) KULTUUR

Wie op zoek is naar wat ontspanning of een creatieve invulling van de blokpauze, zal zich zeker kunnen vermaken met het UUR KULTUUR van deze maand. KU Leuven en Kortfilmfestival Leuven geven deze week immers elke dag twee gratis kortfilms vrij in het kader van blokUUR KULTUUR. ‘Kortfilm’ mag je bovendien zeer letterlijk nemen, want een film duurt ongeveer elf minuten: ideaal voor een korte pauze tijdens het studeren dus!

De filmparels die je nu al kan zien zijn bijvoorbeeld ‘Split-up’ van regisseur Katja Janssen of ‘heatwave’ voor wie nu al terug verlangt naar een warme zomer. Ook ‘L’escale’ kan je al bekijken, hierin spelen onder meer Jonas Geirnaert en Zouzou Ben Chikha twee onbekenden met een groot probleem die elkaar tegenkomen in een benzinestation: een ontmoeting die weleens fatale gevolgen kan hebben. Verder staan er voor de komende dagen nog meer veelbelovende (en zelfs een pijswinnende) kortfilms op de agenda. Zo zal je onder meer kunnen genieten van ‘Downside up’ van Peter Ghesquière of ‘Entropia’ van Flóra Anna Bud. De volledige programmatie kan je hier terugvinden!

Zowel animatie als comedy passeren de revue in deze culturele week en elke film is gratis voor studenten. Bovendien kan je alle kortfilms nog tot het einde van de maand bekijken. Dit uurtje cultuur kan je dus wederom volledig coronaproof vanuit je zetel volgen: ook corona houdt cultuur(beleving) niet tegen!

L'Escale | Kortfilmfestival Leuven
© Sofie Gheysens

I Am Greta

Heeft Greta Thunberg nog een inleiding nodig? De Zweedse klimaatactiviste begon haar strijd tegen de opwarming van de aarde in 2018 voor het Zweeds parlement met haar actie ‘Skolstrejk för klimatet’ en heeft nu, twee jaar later, ook een documentaire op haar naam staan. ‘I Am Greta’ laat een krachtig beeld achter over een vrouw die niet bang is om te vechten waar ze voor staat en haar woorden niet zomaar in het luchtledige laat.

I Am Greta poster

‘I Am Greta’, zo luidt de filmtitel, maar wie is Greta Thunberg nu echt? Filmmaker Nathan Grossman geeft ons een kijk in het privéleven en de moeizame weg naar een echt luisterend oor voor de jonge klimaatactiviste. De film begint met een terugblik waarin Greta vertelt hoe erg haar leven op een surrealistische film begint te lijken, eentje waarvan het plot ongelofelijk onwaarschijnlijk is. Hoewel ze er alles aan doet om gehoord te worden en de verschrikkelijke feiten over de klimaatopwarming te laten binnendringen bij politici, lijken alle machthebbenden rond haar maar een rol te spelen en enkel bezig te zijn met hun imago. Het contrast tussen de wil van de jongeren die protesteren in klimaatmarsen op vrijdag en de slechts passieve houding die ze teweegbrengen bij politici laat zich met momenten hartverscheurend blijken in de documentaire.

De beelden met haar vader maken de film nog het meest menselijk. Wanneer Greta zelfs weigert te eten omdat ze verder wil protesteren, wordt nog maar eens duidelijk hoe sterk de klimaatproblematiek haar leven beïnvloedt en hoe hard ze er zich voor inzet. De rol die haar vader inneemt is bijzonder mooi en hartverwarmend, maar ook dubbel: begrijpt hij echt de omvang van het probleem, of wil hij vooral dat Greta gelukkig is?

In het laatste deel van de documentaire zien we hoe haar zeilreis naar New York verloopt. We zien hoe er achter de sterke speeches in klimaattoppen ook iemand schuilt die zich afvraagt hoe het nu verder moet en waarom er zoveel verantwoordelijkheid op haar rust. Greta wil eigenlijk helemaal niet populair of het gezicht van deze protestmarsen zijn, ze wil vooral dat er grote, structurele veranderingen komen in het beleid van rijke landen om zo het tij nog te kunnen keren. De grote druk en noodzaak van haar werk wordt haar soms dan ook te veel.

Greta Thunberg en co betogen opnieuw voor klimaat
© Belga Image

Hoewel de filmfragmenten een sterk geheel vormen, is het toch een wat tegenstrijdig concept om een film over haar te maken, zonder het écht te hebben over klimaatopwarming, ontbossing, kernenergie, … Door de focus te leggen op Greta’s eigen leven, is deze film misschien wel een gemiste kans om de doorsnee bioscoopbezoeker, maar dan vooral ook politici, nog een keer wakker te schudden en met gematigde, kritische argumenten een wake-upcall te zijn die het beleid ten goede komt. Want hoewel de klimaatcrisis zeer urgent is, schrikken te extreme standpunten en verwijten misschien eerder af dan dat ze positieve politieke beslissingen in de hand werken.

Toch eindigt ‘I Am Greta’ met een hoopgevende voetnoot: we kunnen wel degelijk nog iets doen aan alle klimaat- en milieuproblemen. Er kan nog een oplossing komen als grote bedrijven en rijke landen zich meer bewust worden van het probleem, of misschien wel gewoon als we allemaal een beetje Asperger hadden.

‘I Am Greta’ is nog tot 15/11 te zien in Cinema Zed / Alle films in Cinema Zed zijn te bezoeken voor zeven euro met een cultuurkaart.

Tender Men – Koen De Preter

“Tederheid is discreet, niet-analytisch en tolerant, tedere bewegingen zijn gericht op zacht aanraken en zacht koesteren.” Zo omschrijft psycholoog Nico Frijda het thema van het nieuwste stuk van Koen De Preter. ‘Tender Men’ gaat over de schoonheid en het ongeremde van een aanraking, over de misverstanden die ze oproepen en over het opzoeken en verbreken van grenzen in genderrolpatronen.

Spots verlichten de dansvloer, een verwachtingsvolle stilte maakt zich van ons meester. Het is dinsdagavond 20 oktober in het STUK en mensen zijn haast vergeten hoe het voelt om aangeraakt te worden. Iedereen zit hier om te kijken hoe dat er nu weer uitziet, affectie, intimiteit. Tussen mannen weliswaar. Want hoe ziet dat er eigenlijk uit? Hoe ziet het er uit om onze ongeschreven regels rond gender, en de daarbij horende lichaamshoudingen, overboord te gooien en zich gewoonweg te bewegen als ‘mens’?

De eerste blikken zijn naar ons, het publiek, gericht. Ik kijk terug en onze ogen raken elkaar. De dansers verkleinen de afstand in de zaal en laten ons toe om hen aan te kijken, te aanschouwen hoe zij circulerende bewegingen maken, elk losstaand van elkaar, elk in hun eigen identiteit. En dan is er die eerste aanraking, er speelt een soort verwondering waarin we ons allemaal kunnen terugvinden. Aftastend zoeken ze hoe ze elkaar kunnen aanraken en of dat wel aanvaard wordt. Afzonderlijk gaan ze verder in hun eigen bewegingen, hun eigen lichaamstaal en vinden elkaar dan terug in een kus. Kussen waar geen romantiek mee samenhangt, enkel het verlangen naar bevestiging, naar een vertrouwensband die verdergaat dan stereotype interpretaties.

“Ik wil de voorstelling laten graven naar wat mannen kan binden en straffe beelden creëren. Ik wil een publiek laten stilstaan bij hoe ze naar mannelijkheid kijken en tegenkleuren aanbieden: verwarren en boeien, treiteren en triggeren. ‘Tender Men’ wordt een voorstelling over ambiguïteit, over het herevalueren van non-seksuele aanraking, over hoe mannen met elkaar om zouden kunnen gaan in een wereld zonder homofobie.” – Koen De Preter

De gehele choreografie uit zich in een wisselwerking tussen sociaal aanvaarde aanrakingen tussen mannen, en een sensualiteit die dat nog lang niet is. De dansers ontdekken en voelen. Ze knuffelen, houden vreugdevol elkaars handen vast en tonen hun emoties. Totdat ze lijken te beseffen dat dat niet kan, omdat anderen kijken. Ze beginnen elkaar op de schouders te kloppen en gaan over tot aanrakingen die wel genormaliseerd zijn: elkaar vastnemen bij de schouders zoals bij sportwedstrijden, spelend en trekkend als kinderen, dansend als ‘La Dance’ van Matisse. Stoerheid en tederheid wisselen elkaar af. En soms komen ze samen, versmelten ze in elkaar. Elke beweging wordt evenwaardig, elke aanraking wordt mannelijk.

De kritiek op genderstereotypen en verwachtingen komt nog meer tot uiting wanneer De Preter ook objecten die buiten het lichaam staan betrekt in het stuk. De dansers wassen zich en trekken andere kleren aan: misschien om hun ‘zonden’ weg te wassen, misschien om de blikken van de buitenwereld van zich af te zetten en hun nieuwe zelf te laten zien. Ook de sterke belichting met een zaklamp werkt intrigerend: één voor één worden de gezichten van de dansers onderzoekend belicht, alsof ze in een verhoor zitten. Maar wat hebben ze misdaan? Wat is er nog fout en wat wordt al aanvaard door onze samenleving?

“Mais la tendresse est un mot qui s’applique infiniment plus aux hommes, parce que la tendresse est un jeu égalitaire, entre deux pôles qui sont à égalité. Un homme qui n’est pas tendre, c’est pas un homme.” – Jacques Brel

‘Tender Men’ zet aan tot nadenken. Moeten we in een post-corona tijd naar een samenleving met meer aanrakingen? Kan tederheid ook gezocht worden in formelere of niet-romantische relaties en kan het bovendien misschien een gedeeltelijke oplossing zijn voor toenemende psychische problemen (bij jongeren)? En vooral: kan intimiteit losgekoppeld worden van romantiek en seksualiteit bij mannen? Hoe zacht mogen mannen zijn zonder aan mannelijkheid in te boeten?

Choreografie en concept: Koen De Preter/ dans en choreografie: Souleymane Sanogo, Po-Nien Wang, Benoît Nieto Duran, Johhan Rosenberg/ licht: Fudetani Ryoya/ dramaturgisch advies: Nienke Reehorst/ kostuums: Atelier Marie Dries/ zakelijke productieleiding: Lenneke Rasschaert/ techniek: Eva Dermul/ geluidsmontage: Koen De Preter/ fotografie: Stanislav Dobak/ spreiding: Vincent Company

Met een cultuurkaart krijg je allerlei kortingen op voorstellingen in het STUK. ‘Tender Men’ loopt nog tot eind april in verschillende cultuurcentra over heel Vlaanderen.

Eclectica – Gwen Cresens kwartet

Het is zaterdag 17 oktober. De lichten zijn nog aan, de schouwburg ruikt naar handgel en een zekere voorzichtigheid en voelbaar ongemak hangt na al die maanden nog steeds tussen de mensen. Niet tussen de muzikanten, want hoewel ik vooral met mijn ogen dicht van het concert zat te genieten, zag ik wel degelijk de alleszeggende glimlach en hoe fijn zowel artiest als publiek het vonden om terug in een concertzaal te zijn. Wat een speciale wereld eigenlijk. En wat een mooie avond in die speciale wereld gisteren: Eclectica, het nieuwe album van het Gwen Cresens kwartet, verbindt genres en culturen, werkelijkheid en dromen.

Het licht in de schouwburg dooft zachtjes. De accordeon klinkt en Italiaanse filmmuziek van Morricone haalt ons meteen uit de onaangename realiteit. Het Gwen Cresens kwartet doet ons een heel concert lang zweven tussen verre en minder verre oorden, tussen kracht en dynamiek en daartegenover de sereniteit van een breekbaar samenspel tussen accordeon en piano. Van Italiaanse cinema naar een Bachprelude tot bij het repertoire van Duke Ellington: de vier muzikanten klinken nu als opzwepende bigband, dan als Argentijns tango-ensemble dat het ons moeilijk maakt om stil te blijven zitten. En soms ook niet. Soms ontroeren ze, meer dan Italiaanse cinema, meer dan zonsondergangen in de zomer.

Wereldreis

Misschien brengt de muziek zoals Gwen Cresens ze ziet ons ook wel een stukje dichter bij de wereld en haar mogelijkheid tot verbinden. Terwijl onze samenleving zich steeds meer lijkt te individualiseren, botsen we toch ook op een onmiskenbare samenhang van relaties en afhankelijkheden waaraan we niet kunnen ontsnappen. De muzikanten van het Gwen Cresens kwartet willen hier niet van weglopen, ze willen ons samenbrengen en laten zien hoe mooi en verrijkend die samenkomst ook kan zijn. Van Brazillië tot Argentinië, van klassieke muziek tot jazz en alles wat daar tussen, boven, onder en naast ligt: Eclectica neemt ons mee op wereldreis, als wereldburgers, proevend van alles waarover kunst en cultuur ons kan laten verwonderen.

Nieuwe perceptie op klassiekers

Regisseur Louis Malle schreef ooit dat de realiteit overal hetzelfde is, dat reizen zelfs iets absurd zou zijn. Maar realiteit is niet als anders in de schouwburg op zaterdagavonden: muziek laat die realiteitsgrenzen vervagen en maakt ruimte voor ontroering en verrassing. De fijne reis die deze avond was liet dat zien door de variëteit aan klassieke en niet-zo-klassieke stukken, allemaal op een unieke manier gebracht, allemaal Gwen Cresens kwartet.

De werkelijkheid kan zoveel mooier zijn door andere ogen (en oren). Zeker als die oren van Gwen Cresens (accordeon), Bart Van Caenegem (piano), Janos Bruneel (Contrabas) en Matthias De Waele (drums) zijn. De controle, creativiteit, levendige dynamieken en organische interactie van deze muzikanten maken het Gwen Cresens kwartet een pareltje door alle (genre)grenzen heen om te ontdekken, herontdekken of gewoon om dag in dag uit naar te blijven luisteren en van te genieten.

accordeon Gwen Cresens / piano Bart Van Caenegem / contrabas Janos Bruneel / drums Matthias De Waele / © Georges Tonia Briquet

Met een cultuurkaart geniet je van 20% korting op alle voorstellingen in 30CC.