Hipster alert! Warhola opent spetterend het nieuwe cultuurjaar in het Depot

_MG_9730

© Rob Stevens

“Wat een openingsact?!” moet je gedacht hebben toen je Warhola op de affiches zag staan. Eén van de bekendste Belgische bands van het afgelopen jaar speelt zomaar gratis met cultuurkaart in het Depot. In tegenstelling tot alle vorige jaren werd het OpeningsUUR KULTUUR dit jaar in het Depot geopend dat dit jaar omwille van het tienjarig bestaan van de cultuurkaart zijn deuren opende voor het studentikoze publiek.

_MG_9923.jpg

© Rob Stevens

De avond werd mooi ingezet met het aanstormende talent van de Hasseltse Ruby Grace. Haar nummers spelen bewust met de kitschy elementen van de popmuziek die ze met haar enorm veelzijdige stem tot een zeer dansbaar geheel vormde.

_MG_9406.jpg

© Rob Stevens

Maar uiteraard kwam iedereen voor de hoofdact. Oliver Symons, één van de leden van Bazart—en ja, ook die van Junior Eurovisiesongfestival—overtrof alle verwachtingen en zette een vol cultuurjaar met pracht en praal in. Met twee drumstellen en een heel hipster aandoende outfit bepaalden zij het ritme waarop die avond zou worden gedanst. Meesurfend op het succes van Bazart, genoot de elektrische indiepop van Warhola het afgelopen jaar een enorm succes op de Belgische radiozenders en festivalweides. Dat leidde tot een show met veel bekende melodieën, maar ook een heel meeslepende show die mooi opgebouwd was om alle aandacht van het publiek te trekken. Al bij het tweede nummer van zijn act, “Promise”, nam hij het publiek op sleeptouw, een muzikale high die hij volhield tot het eind.

_MG_9738.jpg

© Rob Stevens

Voor sommigen een eerste kennismaking met de concertzaal, voor anderen een eerste kennismaking met wat de Belgische popmuziek te bieden heeft, voor nog anderen een mooie naam in een prachtige zaal. Het cultuurjaar is alvast spetterend geopend en laat het cultuurminnende deel van de Leuvense studenten al uitkijken naar de volgende UUR KULTUUR.

Warhola | Het Depot + UUR KULTUUR | 8 oktober 2019 20:30 | Het Depot | gratis met Cultuurkaart

_MG_9845.jpg

© Rob Stevens

Alle foto’s zijn gemaakt door Rob Stevens.

 

Swingen in het MTC: de Interfak Big Band doet het voor

De setting is anders, het publiek ook, een vrijdagavond voelt voor een student al wat vreemd en vanvoor speelt een groep muzikanten jazzy en latin nummers die je transporteren naar een jazzbar in de jaren ‘50. De Interfak Big Band is een vreemde eend in de bijt van universitaire ensembles. Ze mogen dan misschien wel één van de minder bekende universitaire ensembles, ze moeten het echter zeker niet tegenover een USO of een LUK afdoen. Vrijdag 17 mei 2019 brachten ze een hele avond lang swingende jazz en smooth latin salsa, die ondanks de zitplaatsen, je heupen doen zwieren. Samen met professioneel saxofonist Bernard Guyot spatte het plezier aan het spel van de muzikanten eraf.

Het stugge en classicistische Maria-Theresiacollege staat in schril contrast met de rebelse ritmes die de Big Band produceert. De Interfak Big band, een dertigtal studenten, oud-studenten en personeelsleden, brachten in de eerste helft de grote namen van de jazzwereld op het podium: van Quincy Jones, Miles Davis tot Thelonious Monk. Speciaal voor de gelegenheid nodigden ze Bernard Guyot uit, die met zijn mellow saxofoon-solo’s de avond opvrolijkte. Ook zangeres Jelena Stupaka zong het publiek in een trance met haar zachte stem en altijd rake noten.

Na de pauze voerden de muzikanten van de Big Band ons van Noord- naar Zuid-Amerika, waar we plots meer salsa en latin kregen. Nummers als Salsa for Norman van La Calle Calliente of het Braziliaanse Chega De Saudade Vinicius de Moraes en Antonio Carlos Jobim werden afgewisseld met Slap that Bass van jazz-grootmeester George Gershwin met de tekst van zijn broer Ira Gershwin. Ook eigen materiaal brachten ze: een compositie van gitarist Karel Goddaer brengt ons naar de hitte in de Congolese provincie Katanga. Afsluiten deden ze met een bisnummer met voortreffelijke solo’s.

Het blijft een mysterie waarom de Interfak Big Band het kleine broertje blijft van alle universitaire ensembles. Het enthousiasme van de muzikanten werkt aanstekelijk, de kwaliteit van de big band staat buiten kijf en alleen al voor de special act zou je een kaartje kopen. Voor alle studenten die houden van de swingende ritmes: blijf volgend jaar eens een vrijdagavond in Leuven en zoek de IBB op! Het zal zich zeker lonen!

IBB Annual Concert featuring Bernard Guyot / vrijdag 17 mei 2019 / tickets aan 7 of 4€, 1€ korting met cultuurkaart

Laudate: jubileumconcert LUK in de overtreffende trap

Laudate, wees geprezen, LUK! Wat een overdonderende muziekpracht! Je kan de loftuitingen over het jubileumconcert van het LUK alleen maar in de overtreffende trap schrijven, zo bijzonder indrukwekkend was het concert in de Sint-Jan-de-Doperkerk op donderdag 16 mei 2019. Voor het jubileumconcert én het laatste concert onder leiding van dirigent Koen Vits, nodigde het LUK een orkestensemble uit met leden van het Brusselse conservatorium en het Leuvense Lemmensinstituut. Samen voerden zij voornamelijk werk van Jules Van Nuffel op, maar ook van William Henry Harris, Guy Weitz, Arnold Bax en de speciaal voor dit concert zelfgemaakte LUK-hymne. Zoals gebruikelijk straalde de performance een ongeziene professionaliteit en kwaliteit uit met een overweldigende passie als resultaat. Het stemmen van de instrumenten begint, het koor komt de gang van de kerk opgewandeld, het concert kan beginnen: sit back, relax and enjoy!

cof

© Inge Clerens

Centraal in de avond stond het werk van de Belgische priester-componist Jules Van Nuffel, de favoriet van dirigent Koen Vits. Van Nuffel is misschien geen household name, zijn werk is echter al meerdere keren door het LUK opgevoerd. Deze vernieuwer bracht met mondjesmaat modernistische effecten in de kerkmuziek, die sinds de motu proprio uit 1903 van paus Pius X terugkeerde naar de gregoriaanse en polyfone roots. Het zijn echter deze vernieuwende kleurrijke akkoorden van het impressionisme of de harde effecten van het expressionisme die het werk van Van Nuffel zijn subtiele veelzijdigheid geven. Met aandacht voor details en een muzikale integratie van de betekenis van de Bijbelse teksten—zo gaat de toon naar omhoog wanneer er over een berg wordt gesproken—maken de muziek van Van Nuffel een paradijs voor het oor.

Het eerste werk, Statuit ei Dominus, overdondert met zijn epische en stemmige geheel, terwijl het rebellerende Super flumina Babylonis een zachtere, maar weemoedige totaliteit representeert. De laatste van de twee was in 1916 een gewaagde tekst over onderdrukking tegen de Duitse bezetting. In vergelijking met Van Nuffels muziek vallen de werken van de andere componisten geboren in 1883, William Henry Harris, Arnold Bax en Guy Weitz, een beetje in het niet, maar toch weet het LUK ze met passie over te brengen. Bovendien verdient de orkestrale ondersteuning onder leiding van concertmeester Ebert Rens een bijzondere vernoeming. Het LUK, weten we van alle vorige opvoeringen, kan best alleen de kerk vullen met krachtige muziek, maar samen met het orkest wordt het niveau nog een tikkeltje hoger opgetild. Wanneer zij samen in harmonie spelen en zingen, word je bijna letterlijk van je stoel geblazen.

Na de pauze brengt het LUK hulde aan Koen Vits, de vijftiende dirigent van het koor sinds zijn oprichting. Het LUK is altijd wel voor een grapje te vinden en ook deze keer zit het concert vol met inside jokes, zoals de mastodont van een dirigeerstok of de selfie met orkest en koor. Dat Koen Vits niet alleen dirigent is, maar ook componist, konden we horen in het speciaal voor dit jubileumconcert gemaakte LUK-hymne. De tekst van Cyril Masai, één van de leden van het koor, brengt hulde aan het LUK als niet zomaar een universitair ensemble, maar bovendien een gezellige studentenvereniging die het ook is.

Na het klassiekere werk van Guy Weitz en de heldere en scherpe noten van Arnold Bax, is het tijd voor het meesterwerk van Van Nuffel: het Te deum. Dit bevrijdings-te deum werd geschreven door Van Nuffel op het einde van de Tweede Wereldoorlog met het vooruitzicht op de bevrijding van het Duitse juk. Terwijl de heiligenbeelden in de kerk meekijken, komen de engelenstemmen van het LUK tot volle bloei in de ‘sanctus, sanctus, sanctus’ in het midden van het stuk. Dit lange en epische werk combineert alle krachten die Van Nuffel, het LUK en het orkestensemble konden brengen en was een prachtige afsluiter van een mooi jubileumconcert.

Een oorverdovend applaus, de nodige traantjes bij Koen Vits en een staande ovatie sluiten de avond in schoonheid af. Laudate vos, LUK, het is jullie weer gelukt om een massa volk met religieuze koormuziek te ontroeren!

Laudate – Jubileumconcert 50 jaar Leuvens Universitair Koor / donderdag 16 mei 2019 om 20u30 / Sint-Jan-de-Doperkerk, Groot Begijnhof, Leuven / korting met cultuurkaart

Largo Desolato: de verantwoordelijkheid van een politiek dissident

Met Largo Desolato zet Campustoneel een stuk op het toneel over de persoonlijke impact van politieke dissidentie. De anderhalf uur durende voorstelling focust op professor Leopold Netelmans, die een controversieel essay heeft gepubliceerd en daardoor onder constante schrik leeft dat de politieke machthebbers hem elk moment zouden kunnen aanhouden. Leopold leeft als een paranoïde kluizenaar teruggetrokken in zijn woning, waar hij door verschillende stemmen de verantwoordelijkheid van verzetsleider in de schoot geworpen krijgt.

Afbeeldingsresultaat voor largo desolato campustoneel

© Campustoneel

De Tsjechische schrijver (en latere president) Václav Havel schreef dit semi-autobiografische stuk in 1984 kort na zijn vrijlating uit de gevangenis. Het weerspiegelt de moeilijke politieke situatie van het door de Sovjet-Russen gecontroleerde Tsjechoslowakije en de hoop op een vrijere politieke meningsuiting. Ook Havel schreef een kritische tekst tegen de machthebbers in het communistische Tsjechoslowakije. In de loop van het stuk krijg je bovendien voortdurend het gevoel alsof je in de wereld van die andere beroemde Tsjechische schrijver, Franz Kafka, vastzit. De aanhoudingsscène lijkt dan ook rechtstreeks uit Het proces te komen, met een gelijkaardige onzekerheid tussen arrestatie en vrijheid. Wat het essay concreet aanklaagde of tegen welke schenen werden getrapt, blijft in de loop van het verhaal onduidelijk.

Paranoia, onzekerheid en existentiële twijfel zijn de overheersende gevoelens bij het stuk. Je wordt er ook meteen ingeworpen: Leopold loopt gehaast en vertwijfeld het podium op met als doel zijn fles rum. De hoofdrolspeler, Jonas De Leeuw, zet een knappe ononderbroken (!) vertolking van een vertwijfeld personage neer dat ten onder gaat aan de verantwoordelijkheid die hem van alle kanten wordt opgedrongen. Anderhalf uur geven alle acteurs het beste van zichzelf en weten op overtuigende manier de radeloosheid en hoop op politieke vrijheid neer te zetten. Hoewel het stuk zeer zeker concreet over de communistische onderdrukking van politieke stemmen voor glasnost gaat, lijkt in deze tijden van immer toenemend populisme en polarisatie deze wereld in een niet al te verre toekomst weer een mogelijkheid.

Toch maakt het stuk van Leopold geen held die strijdt voor zijn idealen of voor het volk, maar krijgt het persoonlijke verhaal van een kritische geest alle ruimte. Dit maakt het stuk dan ook zo anders dan vele andere verzetsverhalen: geen grote held, maar een gewone man waarop alle hoop op politieke vrijheid wordt gevestigd, maar die verantwoordelijkheid verstikt hem. Dat verstikkende gevoel ervaart hij echter niet alleen naar de buitenwereld toe, maar ook in zijn relatie met Lucy. Leopold lijkt zich er niet op toe te kunnen leggen en probeert zich los te maken van alle verwachtingen.

Wat het stuk naast de interessante thematiek en de bijzondere acteerprestaties nog zo uniek maakt, is de locatie en de aandacht voor de scenografie. Het stuk wordt in het Anatomisch Theater gespeeld en is zeer zeker ook bewust een manier om dit vergeten stuk Leuvens universiteitserfgoed opnieuw in de spotlight te stellen. Het achthoekige gebouw leent zich tot een unieke opstelling: met het speelveld in het midden doet dit politieke schouwspel denken aan het leedvermaak in een amfitheater. Bovendien is professor Netelmans niet alleen omsloten door de fictieve ruimte van zijn woonst, maar ook door het publiek, dat van hem misschien ook het heldendom vanuit het klassieke theater verwacht. De soundscape van Bert Aernouts voegt hier nog een extra dimensie aan toe en geeft aan het geheel een onheilspellende sfeer.

Largo Desolato is een beklijvend stuk in een prachtige locatie. De regisseurs Sam Rijnders en Kenneth Schenning zijn erin geslaagd om de radeloosheid en hoop van politiek verzet op het podium te ensceneren. Dat de existentiële twijfel bij momenten zelfs komisch wordt, doet niets af aan de de diepmenselijke kracht van het stuk.

‘Largo Desolato’ van Campustoneel / verschillende data tussen 22 april en 4 mei / 5€ voor cultuurkaarthouders, 6€ voor studenten en 9€ voor niet-studenten / Anatomisch Theater, Minderbroederstraat 50 / voor meer info, klik hier

Waanzin: studenten nemen Museum M in handen

Dat in Leuven de studenten het ritme van de dag bepalen, dat wist je wel al langer, maar dat ze nu ook de collectie van het stadsmuseum Museum M onder handen mochten nemen, dat is een nieuw gegeven. Tien Leuvense studenten kregen de kans om de collectie van het museum te benutten en eens in de schoenen van een curator te staan. Als doorlopend thema van hun tentoonstelling kozen ze ‘Waanzin,’ want dat was volgens hen de rode draad doorheen de kunst die hen aansprak.

Sam De Gueldre en Sara Duquene

Leuvense studenten zijn curator van ‘Waanzin’ in M

© Museum M

Dat een tentoonstelling cureren niet zo eenvoudig is als het misschien wel mag klinken, dat ondervonden de tien studenten tijdens het proces. Zo moesten ze niet alleen denken over welke schilderijen, beeldhouwwerken en andere kunstobjecten zij de moeite waard vonden om in hun tentoonstelling op te nemen, maar ook over de verhoudingen tussen de verschillende werken. Doordacht kozen ze voor een opstelling in de vorm van een doolhof, dat—zoals zij het in een filmpje verklaren—de fysieke representatie van innerlijke waanzin voorstelt. Er zijn nog meer intelligente opstellingen in de tentoonstelling. Bijzonder geslaagd is de spiegelwand of spiegelstreep die ze achter de schilderijen van de negentiende-eeuwse Constantin Meunier hebben gehangen. De schilderijen stellen in vraag of je waanzin ook aan het gezicht kunt aflezen, allemaal terwijl je ook jezelf en je eigen gezichtsuitdrukking kunt lezen.

De tentoonstelling opent met één van de topwerken van de vaste collectie: Constantin Meuniers naturalistische bronzen beeld van een creperende man en een bezorgde, emotioneel overladen vrouw. Het werk Grauwvuur (ca. 1888-1889) probeert de rauwe emoties na een mijnramp te vatten tussen een gewonde man en een gechoqueerde vrouw. Rauwe emoties leiden tot een pure waanzin, een manier waarop de realiteit niet meer in verbinding staat met het gevoel. Het werk herinnert—zeker nu tijdens de vasten—aan de kruisafneming van Jezus en de Mater Dolorosa, en gebruikt de kracht van de symboliek om de omstandigheden in de mijnen van Wallonië in de late negentiende eeuw aan te klagen.

Twee toegangen leiden je naar het doolhof van de tentoonstelling en nemen je mee op een reis doorheen de verschillende facetten van waanzin. Met een audioguide krijg je de unieke kijk van de verschillende curators. Met de wijzers van de klok kom je eerst in een zaaltje met conceptueel werk van de hedendaagse kunstenaar Dirk Zoete. Waanzin is uiteindelijk maar een label, een verdelend element tussen zij die “normaal” denken en zij die dat niet doen. Wat is echter normaal denken, en zijn we niet allemaal een beetje waanzinnig? De toon is meteen gezet.

De tentoonstelling neemt je mee langs oude én hedendaagse werken en laat ze door hun opstelling met elkaar communiceren. De werken brengen je van carnaval langs de bijbelse Job en de madwoman in the attic tot confronterende werken waarbij de perverse associaties van de kijker worden ontdekt. Niet zozeer wie er tentoongesteld wordt is van belang, maar de focus ligt vooral op het wat en vooral het hoe van de expo.  Met uitzondering van Constantin Meunier bevat de tentoonstelling geen grote namen. Zo doet de stijl van het schilderij De verzoekingen van de heilige Antonius denken aan Bosch of Bruegel, maar is het maar een kopie naar de minder bekende Jan Mandijn. Dit doet echter helemaal niet af aan de ideeën of associaties die de kijker krijgt, ingegeven door de slimme keuzes en de begeleidende overpeinzingen van de curatoren. Daarom is een audioguide een absolute aanrader.

Wat de tentoonstelling zo charmant maakt, is het eenvoudige opzet. Elke curator heeft de kans gekregen om zich te verdiepen in de collectie van M en daar een favoriet uit te kiezen. Maar vooral de professionaliteit die de expo uitstraalt, is bewonderenswaardig. Een thema als waanzin, lijkt abstract, maar krijgt in de tentoonstelling vele gezichten. Oud en nieuw gaan hand in hand en allerhande materialen komen aan bod. ‘Waanzin’ bewijst dat een frisse kijk op beeldende kunst een een boeiend resultaat kan opleveren.

tentoonstelling ‘Waanzin’ in het M-Museum Leuven / 15 maart 2019 tot 24 januari 2021 / gratis voor cultuurkaarthouders / meer info, klik hier

M-useumnacht: zoveel werelden in één museum

Wie M tijdens de M-useumnacht bezocht, was zeker van een gevulde avond. Drie expo’s, zes concerten en verschillende workshops gaven de ruim duizend bezoekers de kans het museum op een heel andere manier te ontdekken. Enkele hoogtepunten uit het programma.

Sam De Gueldre en Emmanuel van der Beek

M-useumnacht was het perfecte moment om de tentoonstelling rond de Arenbergs in de schijnwerper te zetten. Als student in Leuven heb je vast wel van de naam ‘Arenberg’ gehoord. Het kasteel van Arenberg en de daarbij horende domein huisvesten vandaag onder meer de wetenschapsrichtingen. Dat de adellijke familie, die hun naam aan het domein en bijgevolg de campus hebben ontleend, echter behoorde tot een van de meest invloedrijke families in de geschiedenis van Europa, is een minder bekend feit. En bij een invloedrijke functie, hoort ook een indrukwekkend patrimonium. Het is onder andere dat patrimonium dat je leert kennen in de veelzijdige tentoonstelling in M.

De zeven zalen tellende tentoonstelling herbergt een aantal mooie onbekende schatten. Zo hangt er een fraai portret van een jonge vrouw geschilderd door Rubens, een heel erg kleine Bruegel en een prachtig handschrift versierd met tekeningen van Albrecht Dürer. Het hoogtepunt van de collectie was een enorme bedsprei die het verhaal van Phaëton voorstelde.

De familie komt echter ook nog in andere facetten tot zijn recht. Je leert ze ook zelf kennen door hun familieportretten en hun oorkondes. Zo behoorde de familie tot de exclusieve ridderorde van het Gulden Vlies, een invloedrijke groep in het historische Europa. Indrukwekkend waren de drie stadsgezichten van Antwerpen, Brussel en Amsterdam. Deze levensgrote vogelperspectieven op de grootste steden van de Lage Landen verduidelijkt de band tussen de van oorsprong uit de Duitse Eifel komende geslacht en onze streken.

Andere indrukwekkende zalen bevatten de kledingcollectie vanuit de zeventiende eeuw of hun bibliothecaire collectie, met onder andere een originele partituur van een werk van Vivaldi. Ook bezaten de Arenbergs een collectie archeologische vondsten, met onder andere Egyptische schatten.

Deze prestigieuze expo kon al rekenen op meer dan 10.000 bezoekers in het openingsweekend en de adellijke pracht en praal werd met het bezoek van koningin Mathilde nog verder opgeluisterd. Ondanks de beperkte collectie, schetst de tentoonstelling een gevarieerd beeld van een van de machtigste families uit het oude Europa.

Vormenwereld

De M-useumnacht is het ideale moment om rustig door het hele M te dwalen en dan stoot je ook op heel andere kunst. Wie de tentoonstelling over René Heyvaert binnengaat, komt even in een heel andere wereld terecht. De vormelijke eenvoud van Heyvaert, een Belgische avant-gardekunstenaar uit de vorige eeuw, contrasteert fel met de overdosis ornament van de Arenbergs. Heyvaert haalde, in de voetsporen van de dadaïsten, alledaagse voorwerpen uit hun context en zette ze in een museum.

In het universum van Heyvaert is een luciferdoosje geen luciferdoosje meer, maar een kunstwerkje van vorm en kleur. De luciferdoosjes – ook de dozen waspoeder en het zilveren bestek – gaan tegelijk een dialoog aan met zijn andere werken: geometrische patronen in zachte kleuren. Niet ieder kunstwerk blaast je meteen omver, maar het is aangenaam vertoeven in het rustige universum van Heyvaert. Zijn vormen en kleuren halen je even weg uit de wereld waar de luciferdoosjes vandaan komen.

Iets dichter bij de alledaagse leefwereld staat de tentoonstelling over de Mies van der Rohe Award, een van de belangrijkste Europese architectuurprijzen. De genomineerde gebouwen worden met foto’s, plannen en maquettes aan het publiek voorgesteld. Wie elk gebouw wil leren kennen, moet er een hele avond voor uittrekken, maar ook een snelle blik op de posters is de moeite waard. Alle genomineerde projecten zijn gebouwen die doen dromen. Onze omgeving kan er in de toekomst zoveel mooier uitzien.

Soundtrack

Wat bij de M-useumnacht sinds vorig jaar niet meer kan ontbreken, is de verwelkoming van de bezoekers door het Leuvens Universitair Koor. Twee keer traden de zangers op aan de ingang van het museum, waarbij de bezoekers zich tussen twee rijen naar de ingang van het museum moesten begeven. De schroom bij veel bezoekers om al dat moois te verbreken door erdoorheen te stappen was groot. Toch was het een unieke beleving: je wordt letterlijk in stereo omringd door een koor.

Wat meer verscholen in het museum speelt Ana Schultze drie keer een klein concertje op haar harp. De muziek echoot zacht in meerdere museumzalen, in de muziek resoneren tegelijkertijd de werken die in de zalen hangen. Veel muziek komt uit de periodes waarin ook de kunstwerken zijn gemaakt en dat hoor je. Met de muziek als soundtrack is het heerlijk verdwalen in het bontgekleurde wandtapijt dat achter de harp hangt.

De muziek die aan het einde van de avond in de bar klonk, was iets minder subtiel. Hoewel, wie ver genoeg ging staan om niet omver geblazen te worden door de decibels, merkte dat AliA, artist-in-residence in Het Depot, niet zomaar een dj was. Ze bouwde voor sluitingstijd nog snel een feestje. Muziek met een beat maar met een eigen twist, zo hoort dat in een museum.

M-useumnacht, UUR KULTUUR / woensdag 28 november 2018 / gratis voor cultuurkaarthouders

Vluchten van Syrië naar het podium

Zet negen Syrische jongeren, voor de burgeroorlog gevlucht, voor een Vlaams publiek en laat hen hun gevoelens bij de oorlog, de vlucht en aankomst in dit vreemde land uitdrukken met de enige communicatiemiddelen die ze in dit tijdelijke moment hebben: lichaamstaal, stemtimbre, spandoeken. Dat is wat regisseur Mokhallad Rasem (Toneelhuis) en doctoraal onderzoeker Sofie de Smet (KU Leuven, UGent) in hun theatervoorstelling “Tijdelijk” doen, die op 20 november in het kader van UUR KULTUUR te zien was. Samen gaan ze op zoek naar wat die aankomst op deze “kust van hoop” voor hen betekend heeft, wat ze ervoor hebben moeten opofferen en achterlaten. Zoekend naar een nieuw begin vragen ze bescheiden om aanvaarding en empathie in het land dat voor hen vervreemdend werkt, niet meer, niet minder.

© Toneelhuis

Wie een eloquent en narratief toneelstuk, een—zeg maar—Shakespeare-tekst over vluchtelingen, verwacht had, was eraan voor de moeite. Rasem staat bekend om zijn fragmentarische theaterstukken, die de lineaire narrativiteit openbreken en opgebouwd zijn uit associatief aan elkaar vasthangende scènes. In dit geval was het ook uit pure noodzaak: in dit tijdelijke heden zijn deze jongeren nog niet helemaal klaar om een monofoon, lineair, Nederlandstalig toneelstuk op te voeren. Bovendien zou het verraad plegen aan de diversiteit en complexiteit van elk individueel verhaal. Het toneelstuk is bijgevolg niet eloquent, niet narratief, niet coherent, niet monofoon, en daarin zit juist de kracht. “Een stem geven” aan dé vluchteling zit er niet in. In plaats daarvan draagt Rasem betekenissen over aan de hand van non-narratieve elementen. Naast de spandoeken, gaat alle aandacht naar de fysicaliteit van de lichaamstaal van de acteur. De regisseur gaat hiermee naar de kern van wat theater is en wat theater kan doen: betekenis overbrengen niet met woord of met beeld, maar met fysieke bewegingen. Het is de fysicaliteit, het lichamelijke aspect, maar ook de intonatie in de stem van het anders onverstaanbare Arabisch, die de emoties het best overbrengen. Het laat Rasem ook toe om voortreffelijk de polyfonie aan ervaringen weer te geven. Elke acteur staat als individu op het podium, met een eigen verhaal en geschiedenis, maar staat verbonden met de andere acteurs door het gemeenschappelijke verhaal van hun gedwongen vlucht uit hun vaderland.

Een weerkerend element is het spandoek, dat hen toelaat om op verbale manier met het publiek te communiceren. De spandoeken herinneren uiteraard aan de protesten van de Arabische Lente, maar dienen ook als communicatiemiddel. Zo bevatten ze associaties die ze maakten met hun vaderland en hun vlucht. Associatie en improvisatie kenmerken het toneelstuk. Heel wat scènes zijn ontstaan uit plotse improvisaties en variaties op hetzelfde gegeven.

Het stuk is opgebouwd uit vier grote delen, die elk een andere aanpak hebben. In het eerste deel is het een litanie aan emoties en associaties, geschilderd op spandoeken. Vervolgens zien we een heleboel tableaux vivants, snapshots uit het leven van een Syrische vluchteling, soms treurig en angstaanjagend, dan weer vrolijk en hilarisch. Interessant was de scène waarin elke acteur de rol van de machthebbende krijgt. Van zodra hij of zij een kroon op krijgt, mag hij of zij de anderen (en soms ook het publiek) commanderen. Alleen de laatste wil zijn macht niet gebruiken, of liever gezegd ‘misbruiken’. Ten slotte ontstaat er een soort van talentenjacht, waarin de acteurs het beste van zichzelf geven, hun one minute of fame, soms met hilarische gevolgen.

Niet onbelangrijk is de functie van het onderzoek van Sofie de Smet. Zij doet onderzoek naar hoe theater kan helpen bij het verwerken van een trauma. Dat dit theaterstuk aan de negen acteurs een fijne ontmoetingsplaats bood en plaats voor zelfontplooiing, zelfaanvaarding en zelfvertrouwen, dat spatte ervan af.

Het stuk is een mooie ode aan de complexiteit van gevoelens in een complex verhaal. De rauwe eerlijkheid en de onverbloemde naaktheid van de acteurs maken van het stuk een kwetsbaar onderzoek naar een nieuw begin in een vreemd continent. Zij zijn niet verslagen door de oorlog of de vlucht, maar zwaar getroffen door het onrecht dat hen van hun vaderland heeft weggescheurd en hen naar onbekende oorden dwong. Tijdelijk is hun situatie moeilijk, maar mits aanvaarding en empathie, laten deze jongeren zeker nog van zich horen.

UUR KULTUUR: “Tijdelijk”, een productie van Toneelhuis, regie en assistentie door Mokhallad Rasem en Sofie de Smet / dinsdag 20 november om 21u in de Soetezaal van het STUK / gratis met cultuurkaart / meer info, klik hier