Junkieliefde -en verdriet

Beautiful Boy vertelt het verhaal van een vader en een zoon. David en Nic Sheff (Steve Carell  en Timothée Chalamet) beleven hun persoonlijke ‘war on drugs’, maar voeren tegelijk ook een strijd met zichzelf. Producer Brad Pitt vertrouwde Felix Van Groeningen het regiebewerking van de autobiografieën van de echte David en Nic Sheff toe. De film werd goed onthaald als afsluiter van het Filmfest Gent. Volkomen terecht! Als de bedoeling van de makers was om een eerlijk verhaal te vertellen, dan zijn ze met glans geslaagd in hun opzet.

Belgische-Beautiful-Boy-poster-met-Timothee-Chalamet

Nic is een jongen van 18 die alles in zich heeft om voluit voor zijn dromen te gaan. Experimenteren met drugs hoort daarbij. Hij intoxiceert zijn lichaam met een mengeling van soft-en harddrugs. Niets aan de hand. Nic is perfect gelukkig in zijn zweverige hoofd.  Zijn vader trekt aan de alarmbel. De afkickkliniek garandeert dat hij binnen drie maanden weer de oude is. Opnieuw niets aan de hand, die drugs zijn slechts een kleine jeugdzonde. Hij verlaat de instelling en gaat literatuur studeren.

Niet is minder waar. Nic bestaat niet meer. De duivel die zich van hem meester gemaakt heeft heet ‘crystal meth’, een uiterst gevaarlijke drug.  De film vertelt het hobbelige parcours van een junkie, door de ogen van zijn radeloze vader. Elke keer opnieuw als hij dieper de verdoemenis in wordt gesleurd lijkt hij tot inzicht te komen. Maar wat is dat nog waard als het niet het verstand is maar de drugs zijn die spreken. Nic steelt geld uit de spaarpot van zijn broertje, breekt in in het huis van zijn vader en liegt voortdurend.

Niet zozeer de teloorgang van een junkie is het thema van de film,  ouderliefde, dat is wat Van Groeningen meesterlijk in beeld brengt. De film straalt geen hoop uit, maar het is ook geen tragedie. Het is  gewoon de triestige realiteit, eerlijk en puur.

beautifum boy

© rv – Francois Duhamel

Beautiful Boy| nog tot dinsdag 1/01/ 2019 |Cinema Zed | Tickets: 6 euro voor cultuurkaarthouders|  Meer info? Klik hier voor de website

Advertenties

De Arenbergs: Macht en schoonheid, “beheersing en overheersing”

Aan het begin van de gezellig drukke M-useumnacht heb ik een gesprek met  Anne Verbrugge (kunstpatrimonium KU Leuven) en Mark Derez (universiteitsarchief). Zij zijn de curatoren van tentoonstelling Macht en Schoonheid. Deze expo in Museum M maakt deel uit van het Leuvense Arenbergfestival en loopt nog tot 20 januari 2019.

43515981_10161063812460343_7127157769949413376_o.jpg

Foto: Ruth Rombouts

We kennen de Arenbergs vooral van het kasteel Arenberg in Heverlee, maar wie zijn de Arenbergs eigenlijk en wat hebben ze met de stad Leuven en de universiteit te maken?

MD: Met Leuven en de universiteit hebben ze op het eerste zicht niet veel te maken. Daar staan ze ver boven. Het is een hele machtige familie die uit het Rijnland komt. Als heer van Heverlee hebben ze een andere familie opgevolgd, de Croÿs. Rond 1450 komen die Croÿs  hier wonen en zijn het machtigst rond 1500 wanneer Willem Van Croÿ de opvoeder wordt van de toekomstige Keizer Karel. Het was ook die Willem die het kasteel van Heverlee in baksteen liet optrekken.  Zo’n 100 jaar later sterft Karel van Croÿ, een groot renaissancevorst en kunstliefhebber in 1612 zonder wettige kinderen na te laten. Hij laat wel een grote kunstverzameling na en zeer tegen zijn wil komt die toe aan de familie Arenberg. Zijn zus is namelijk getrouwd met  Karel van Arenberg en zo zijn we eindelijk bij de Arenbergs aanbeland. Vanaf dan blijven die Arenbergs hier in Heverlee zitten tot aan de Eerste Wereldoorlog.

Het kasteel in Heverlee  wordt pas echt belangrijk voor de Arenbergs in 1785 als hun goednieuwe kasteel in Edingen op de dag van de inwijding in vlammen opgaat. Vanaf dan bevinden de Arenbergs zich meer in Heverlee. Natuurlijk is dat enkel in het goede seizoen, want het was hier veel te koud in zo’n tochtig kasteel. Normaal brachten ze de winter door in Brussel, in een ander paleis.

Daarnaast hebben ze in de Nederlanden altijd een grote rol gespeeld in het politieke leven. Toch werden ze in de eerste plaats gezien als Duitse rijksvorsten, maar hun leven speelde zich wel hier in de Nederlanden af. In de 19e eeuw door de steenkoolmijnen in de Ruhr heel rijk geworden, zodanig dat ze in de belle epoque tot de internationale jetset mogen worden gerekend. Ze zijn machtig, rijk en geniet heel veel status, zeker tot aan de Eerste Wereldoorlog.

Wat is het verhaal achter deze tentoonstelling en hoe is de tentoonstelling tot stand gekomen?

AV: We hebben zes jaar aan de tentoonstelling gewerkt. Zoveel jaar geleden is de voorzitten van de Arenbergfoundation, dat is hertog Leopold van Arenberg samen met Marc Eyskens in Museum M en naar de KU Leuven geweest. Ze hebben hier gevraagd of er interesse was om een tentoonstelling te organiseren rond de adel in Europa. Dat zou dan voor een groot deel zijn via de stukken uit het arenbergarchief. Aanvankelijk dachten ze aan een eenvoudige presentatie in een of twee zalen van het museum met wat munten en landkaarten: een bescheiden historisch opzet. Het is uiteindelijk helemaal anders uitgedraaid. Er zijn zeven museumzalen waarin kunst en erfgoed samen een mooi beeld geven van de leefwereld en de kunstcollecties van de adellijke familie, die de Arenbergs zijn. In tweede instantie is er het stadsbreed festival bijgekomen.

De titel van de tentoonstelling is macht en schoonheid. Is dat waar de familie Arenberg voor staat?

MD: Macht staat voor de politieke hegemonie enerzijds en anderzijds ook voor het financiële vermogen, rijkdom. Macht staat ook voor prestige en roem. Dat verkeert in schoonheid. Kunst en cultuur zijn er de representatie van.

Wat was de grootste uitdaging voor het  tot stand komen van deze tentoonstelling?

AV: Het probleem bij een tentoonstelling is dat er enorme hoeveelheid potentiële exponaten bestaat, dus het is een kwestie van selecteren. De woorden ‘kill your darlings’ zijn heel vaak gevallen. Daarnaast vormt de drietaligheid van de tentoonstelling ook een moeilijkheid. Vooral omdat de hertog zelf een polyglot is. Hij spreekt 6 à 7 verschillende talen en haalt elke fout er onmiddellijk uit.

MD: Ikzelf vond het het moeilijkst om intellectueel greep te krijgen op het fenomeen adel. ‘Hoe belangrijk zijn ze nu?  Waar staan ze ergens in de rankings? Wat is dat de eerste edelman in de Nederlanden en de rijkste man van Pruisen?’ ‘Vorsten’ en ‘hertogen’ vormen eigenlijk ook bijna een vertaalprobleem. ‘Fürst’ is dat ‘prins’ in het Nederlands? Staat hertog daar dan onder of boven? Iedereen zegt dat hertog daaronder staat, maar de Arenbergs worden pas zeventig jaar nadat ze prins zijn hertog. Het was dus best moeilijk om greep te krijgen op dat fenomeen in het algemeen, ook omdat we aanvankelijk geen specialisten in de adel waren zijn, maar op den duur leer je wel om specialist te zijn.

In de arenbergtentoonstelling worden ook enkele kostuums geëxposeerd. Wat maakt die zo opmerkelijk?

AV: Toen ik 32 jaar gelden voor de universiteit begon te werken had ik de opdracht gekregen een inventaris te maken van alles wat kunstbezit was. Natuurlijk vond ik het arenbergkasteel het meest fascinerende. In een lokaal stonden verschillende zaken bij elkaar, waaronder schilderijen en drie grote koffers. Ik ben naar de sleutels gaan zoeken en toen ik de koffers opendeed zaten er een heleboel historische kledingstukken in. Na wat speurwerk in het archief bleek dat het de theatergarderobe was van de kinderen Arenberg aan het einde van de 19e eeuw. Ze gebruikten die kostuums in het theater van het kasteel in Heverlee. Het was een collectie die blijkbaar door de hertog van Arenberg in de jaren’50 aan de universiteit geschonken was omdat hij vond dat de verzameling bij het kasteel hoorde. Vanaf dan ben ik aan de collectie beginnen werken en zijn er verschillende conserveringsprojecten. We zijn dan ook heel blij dat we nu een mooie selectie kunnen tonen aan het publiek. We hebben een hele fijne samenwerking gehad met het modemuseum in Antwerpen. Zij hebben de poppen gemaakt die perfect aangepast zijn aan de kostuums.

 Gaat het dan zowel om theaterkostuums als ook om kledij die toen gedragen werd?

AV: Het is een toneelkoffer. Wat zit er daarin? Afdankertjes van de familie, zoals oude hertogelijke kostuums. Daarnaast zijn er ook echte toneelkostuums uit de 18e eeuw. Voorts zijn er ook een paar etnografische stukken. Zo is er bijvoorbeeld een die we niet kunnen tonen op de expo. Het gaat om een cape die afkomstig is van een eilandengroep de Aleoeten ter hoogte van Alaska, die gemaakt is met de ingewandvellen van zeezoogdieren en met menselijk haar en borduurwerk van dierlijke pezen.

44896659_10161063813060343_4539297720497602560_o

Foto: Ruth Rombouts

Wat zijn jullie favoriete stukken van de tentoonstellingscollectie?

AV: Ik heb er eigenlijk twee. Het zijn allebei 18e-eeuwse theaterkostuums.  Het eerste is een herderinnetjespak in blauwwitte zijde. Het is heel verfijnd afgewerkt met een taille van 46 centimeter. Het andere is een pak van een Turkse edelman in zijde met een rand van zilverkant.

MD: Het historisch meest relevante stuk is het grote ruiterportret van het atelier van Van Dyck omdat dat de tentoonstelling het beste samenvat: macht en schoonheid. Je ziet Albrecht van Arenberg met een harnas op een steigerend paard. Het is een beeld van beheersing en overheersing. Een ander topstuk is het ‘salon de trois villes’, met zichten op Amsterdam, Brussel en Antwerpen. Het zijn drie schilderijen die weergeven hoe het publieke leven zich afspeelde in de Nederlanden tot dat die Nederlanden gesplitst werden. Beide kampen gaan in conflict met aan de ene kant de Spanjaarden en aan de overkant de rebellen. Van Amsterdam en Antwerpen wordt het havenfront getoond, je ziet als het ware een skyline. Het schilderij van Brussel is een vogelperspectief. Dat kon je in die tijd niet filmen met drones,  dus dat is vanuit een denkbeeldig standpunt geschilderd. Een standpunt dat zou overeenkomen met het huidige Sint-Jans-Molenbeek. Het gaat om het Brussel zoals het er uitzag voordat het verschrikkelijk verwoest is geweest door de Fransen in 1695, toen ook de Grote Markt in vlammen is opgegaan.

driestedensalon

Installatiezicht ‘Macht en Schoonheid. De Arenbergs’ © M – Museum Leuven | Foto: Dirk Pauwels

Wie is uw favoriete telg van de familie Arenberg?

MD: Dan kies ik voor de blinde hertog. Het is de meest tot de verbeelding sprekende figuur die op het einde van de 18e eeuw een militaire blitzcarrière heeft gehad. Daarnaast studeerde hij ook aan de universiteit van Straatsburg, wat niet vanzelfsprekend was in die tijd. Op 25-jarige leeftijd krijgt hij bij een jachtpartij een lading hagel in zijn gezicht en wordt blind. Hij wordt afgebeeld op een schilderij met zijn zoontje Caspar Lodewijk. Als jonge man is hij in melancholiek gepeins verzonken naast een enorm standbeeld. Het beeld stelt Aeneas voor,  die zijn geliefde vader, Anchises, uit het brandende Troje redt. Het is een klassiek beeld van ouderliefde: een kunstwerk à l’antique, maar vol sentiment.

Opmerkelijk is ook dat die blinde hertog voor zichzelf allerlei schaalmodellen van zijn bezittingen laat vervaardigen, omdat hij dan kan voelen hoe zijn kasteel er uitziet. We zijn heel  goed ingelicht over hem door een Duitse schrijfster Bettina von Arnim. Ze was erg gecharmeerd door de blinde hertog en schrijft over het jachtongeluk naar Goethe. Al denk ik eerlijk gezegd dat dat een literaire brief was, die bedoeld was om uitgegeven te worden.

DE ARENBERGS: MACHT EN SCHOONHEID| Tot 20 januari  2019 | M Museum Leuven| Gratis voor cultuurkaarthouders|  Meer info? Klik hier voor de website

Geluk is gratis als de zon

In Broere vertelt Bart Moeyaert hoe de wereld er uitziet door de ogen van de eeuwige kleinste broer. Want naast een gevierd jeugdauteur is Bart Moeyaert zelf de jongste van de zeven Moeyaertbroers. De voorstelling van deze verhalenbundel bewijst dat Moeyaert niet alleen een geweldige schrijver is, maar ook een geweldige verteller. Wie op zoek was naar muziektheater, komt er evenwel bedrogen uit. De muzikale intermezzo’s van zangeres, Esmé Bos en muzikant, Bart Voet, waren leuk, maar niet meer dan dat. Het zijn de verhalen zelf die het publiek raken omdat Moeyaert niet alleen over zijn jeugd vertelt, maar tegelijk de zaal meeneemt naar hun eigen jonge jaren vol tijdloze nostalgie.

2c8d37f8-3e5e-4a00-a2fb-2ef86ab60a18

Kinderen zijn de beste verhalenvertellers, zeker als het zo’n goede leugenaars zijn als de zeven gebroeders Moeyaert. Ze jagen hun betweterige nichtje de stuipen op het lijf en maken de jongste telg van de familie wijs dat ‘als je oor fluit, er iemand op je toekomstige graf danst’. Dat en nog meer andere pareltjes vormen de verhalenbundel Broere. Het werk koppelt herkenbare situaties aan een vleugje mysterie.

Broere heeft ondertussen zelf zijn achttiende verjaardag gevierd, maar dat maakt de verhalen niet minder sterk. Bart Moeyaert brengt de verhalen met zijn boek in de hand en een paar barstoelen als decor: een authentieke manier die goed werkt. Het concept van muziektheater is echter niet helemaal geslaagd. In plaats van te harmoniseren, onderbreekt de muziek de voorstelling eerder. Esmé Bos kan prachtig zingen en Bart Voet tovert leuke melodieën uit zijn piano, maar de link tussen hun eigen nummers en de verhalen uit Broere is vaak erg dun. De uitzondering daarop vormt de leuze ‘geluk is gratis als de zon’ uit het slotnummer van de voorstelling, waarbij Bart Moeyart zich zelf ook aan een paar noten zang waagt.

‘Ik had verwacht dat het supersaai zou zijn, maar het was echt goed’ dixit de schoolgaande jeugd, een rij voor ons. Het publiek, bestaande uit enkele klasgroepen en Leuvenaars van alle leeftijden ervaart hoe eenvoud kan ontroeren. Diepe buiging voor ‘De oudste, de stilste, de echtste, de verste, de liefste, de snelste en ik’.

45624418_10156716203801838_1061397701444239360_n.jpg

Broere door Bart Moeyaert, Esmé Bos en Bart Voet| 13 november 2018 | 30 CC Schouwburg | 20% korting voor cultuurkaarthouders|  Meer info? Klik hier voor de website

Rosas doet aan upcycling

België’s grootste dansnaam,  Anne Theresa De Keersmaeker en haar gezelschap, Rosas zitten in het programma van UUR KULTUUR. En daar komt volk op af, snel volk. Want maar liefst op één dag zijn alle tickets in handen van een nieuwsgierig studentenpubliek. Wat ze op 24 oktober te zien krijgen is A Love Supreme, een dansvertaling van John Coltrane’s gelijknamige jazzalbum. In 2005 bundelden Anne Theresa De Keersmaecker en Salva Sanchis hun krachten en kwamen samen tot een choreografie. Vandaag hernemen ze het stuk met vier mannelijke dansers in de hoofdrol.  Het resultaat is een geheel van spanningen. De puzzelstukken passen niet helemaal in elkaar en juist daar ligt de kracht van de voorstelling.

rosas© Anne Van Aerschot

Hoe beeld je een muziekstuk uit zonder muziek? Het begin van A Love Supreme biedt een antwoord. De vier jonge dansers,  José Paulo Dos Santos, Bilal El Had, Jason Respilieux en Thomas Vantuycom, slepen, schuiven, draaien en trekken zichzelf over het podium. Het gebonk van hun voeten die de grond raken is hun muziek. Het lichaam als instrument vormt de rode draad van deze choreografie. De hoofdrollen van John Coltrane’s muziekstuk zijn piano, drum, saxofoon en contrabas. In de dansvoorstelling is dat niet anders. De dansers weerspiegelen elk een van die muziekinstrumenten.

Het improvisatiekarakter van de plaat wordt weerspiegeld in de bewegingen van de dansers. De grens tussen louter bewegingen en moderne dans is dun, net als de grens tussen pure klanken en jazzmuziek. Spanning en harmonie gaan hand in hand: Rosas doet waar ze bekend om staan en waar ze goed in zijn. Wie op zoek was naar acrobatie en prima ballerina’s is aan het foute adres.  A Love Supreme gaat voor pure schoonheid en soberheid.

rosas 2

A Love Supreme door Rosas| 24 oktober 2018 | Stuk Soetezaal | gratis voor cultuurkaarthouders|  Meer info? Klik hier voor de website

De reissound van het Arenbergorkest

Het Arenbergorkest is op reis geweest, naar Costa Rica dan nog wel. Heel leuk natuurlijk, maar wat nog leuker is, is dat ze ook hun Leuvens publiek niet vergeten zijn. Sommige thuiskomers maken aftermovies, andere ellelange diashows. Het Arenbergorkest brengt een muzikaal reisverslag. Aula Pieter De Somer werd heel even de plek waar de zon bleef stilstaan.

40652857_10160785238840076_360469956543905792_o

 

Geniaal als ze zijn pakt het ensemble meteen uit met hun gastsoliste, Mar Sala Romagosa die met haar dwarsfluit en het orkest een stuk van Cécile Chaminade brengt. De toon voor de avond is gezet, de stukken zijn zorgvuldig uitgekozen en worden met passie gebracht. Ze vertellen elk op hun eigen manier reisverhalen en dragen een dromerige sfeer met zich mee. De Carmen Suite van Bizet is enorm veelzijdig en Rhapsodisk Ouverture van Nielsen is een imaginaire reis naar de Faeröereilanden. De heroïsche tonen van Jurassic Park en How to train your dragon, brengen ons naar de mooiste reisbestemming ter wereld, het avontuur.

Eindigen doen ze met de Latijns-Amerikaanse sound van Danzon n°2 van Arturo Márquez. Vooral het deel van de blazers is indrukwekkend. Dat denkt het publiek er ook van, dus dat stukje doet het orkest met plezier nog eens over op het einde. Want, jaja, het was zo’n concert met een staande ovatie en een dolenthousiast publiek en zo. Voor wie er nog niet genoeg van had, was er ook nog de afterpary met de feestband van het orkest, ter uwer beschikking in de hal van de PDS.

Het was een geslaagde avond. Ook in een kleinere bezetting dan normaal zet het Arenbergorkest krachtige stukken neer. Hopelijk hebben de Costa Ricanen er even had van genoten als wij.

 

 

IMG_5212

43950364_2159694437576329_6377745625303220224_n

Arenbergorkest Pura Vida| 8 oktober 2018 | aula PDS | 5 euro, 4 euro met cultuurkaart|  Meer info? Klik hier voor de website

 

De warrige, wondere wereld van Lotte

Babylontoneel- Waarheen? 

Als u zich afgelopen week afvroeg waarheen u zich moest begeven om een te gek IFTF- stuk te zien, is ‘Waarheen’ het antwoord. Letterenstudenten helemaal naar het verre Arenberg krijgen, het is niet iedereen gegeven. Babylontoneel in De Koelisse kan al eens een goed excuus zijn en dat was het ook. Waarheen is gebaseerd op Groß und klein van Botho Strauß. In de Babylonversie halen ze er wat palmbomen bij: het ideale decor voor een stuk met een iewat sombere ondertoon.

32837473_1925502010793692_3101651714168586240_o.jpg

Waarheen vertelt het verhaal van Lotte. Ze strompelt zich met meer downs dan ups door het leven. De waanzin waardoor ze geplaagd wordt, steekt al in het begin van het stuk de kop op. Ze is op groepsreis naar Agadir, maar in hoeverre kan je van een groep spreken als de individuele bestanddelen elkaar net niet levend verorberen. Lotte moet dus maar op vakantie in haar eigen hoofd. Een plek waar ze zich min of meer weet te vermaken. Luistervinken en luidop verslag uitbrengen van haar gedachten, dat is waar Lotte zich mee bezighoudt. Met tekenen ook trouwens, vooral met tekenen eigenlijk. Na haar terugkomst van Marokko weet ze niet waar ze heen kan. Bij Paul, haar man (Felix Van Bladel), is ze duidelijk niet meer welkom. Met haar fossiel van een televisiescherm in de hand dwaalt ze rond in het flatgebouw waar haar ex-man woont. De bewoners zijn zo mogelijk nog krankzinniger dan zij: een koppel dat het verlies van hun dochter niet kan verwerken en informatieve powerpointlezingen geeft over de boodschappen die ze die dag gedaan hebben en -waarom ook niet- een levende tent. De drugsverslaafde (Sonia Mutaganzwa) valt al bij al nog mee en Inge (Leen Van Ende), de nieuwe liefde van Paul, loopt te pronken in haar outfit, bestaande uit niets anders dan een T-shirt waar het mooie snoetje van haar verovering op prijkt.

Regisseur, Mathieu Lonbois begeeft zich op glad ijs: het hele stuk valt of staat met de vertolking van Lotte. Hoofdrolspeelster, Anneleen Laeremans staat quasi constant op het podium en neemt stevige monologen voor haar rekening. Gelukkig is ze niet aan haar proefstuk toe en in elke zin ligt elke klemtoon op de juiste plaats. Maar ook de andere spelers kunnen er wat van. Liam Hamelryck is vooral geniaal in de rol van Arthur, de wannabe cassanova met wie Lotte een afspraakje heeft. Voor de vertolking van een oppervlakkig personage legt hij des te meer diepte in zijn acteerwerk. Een obese tent en een depressieve schoolvriendin uit lang vervlogen tijden spelen: geen probleem voor Anna Wolters.  Van veelzijdigheid gesproken.  Verder verdient ook Charlotte Maes en een dikke pluim. Haar rol is die van parel op een mesthoop, een vrouw die zich bewust is van haar eigen schoonheid en de lelijkheid van haar omgeving. Marijke Pollaris en Alexine Jeurissen stappen ook af en toe van de achtergrond het verhaal in, maar ze schitteren vooral als muziekmeisjes op hun persoonlijke bühne. De kracht van Waarheen zit hem in de details. Het oude echtpaar (Iris Verstraeten en Evelien Cremers) draagt fleurige, perfect compatibele kledingstukken, maar zelf zijn ze compleet verwelkt.

Waarheen katapulteert het publiek in de warrige, wondere wereld van Lotte. Een plek waar de  toeschouwer duidelijk graag geweest is: daar geeft de staande ovatie toch blijk van. En nu op naar de prijzenkast van het Interfacultair Theaterfestival! Want, jawel meer dan terecht haalde Babylontoneel de Vetoprijs, de beste vrouwelijke hoofdrol en de prijs voor beste regie binnen.

29177744_776368169221584_9140849467237335040_n

Waarheen? | 14 -17 mei 2018 | De Koelisse| 4 euro voor cultuurkaarthouders| Meer info? Klik hier voor de facebookpagina

Dromerige jazzy sferen and& techno-pop op het SlotUUR KULTUUR

Het bruisende stadsleven in al haar diversiteit, innovatie en multidisciplinariteit tot één geheel laten ontpoppen, dat is waar het and&-festival voor staat. Wat de allereerste and&-dag is, is het laatste UUR KULTUUR van dit academiejaar. Op woensdag 3 mei waren de concerten in het Depot en het International House gratis voor cultuurkaarthouders. Het werd een fijne avond met een elektronische jazzy sound die ook een absolute leek als mezelf wel kon bekoren.

maxresdefault

Technologie en cultuur met elkaar verzoenen doet and& consequent tot in het kleinste detail. De chip op het polsbandje van de concertgangers wordt bij het binnen-en buitengaan gescand en je drankje aan de bar kan je er ook mee betalen. In Het Depot openen Laura Misch en haar saxofoon de avond. Zingen, spelen en haar knopjes en pedalen in bedwang houden, ze doet het allemaal in haar eentje en ze doet het goed. Ik ben geen deskundige, maar ze deed iets met me. Als een zeemeermin lokte ze het publiek Het Depot binnen en maakte de zaal warm voor de rest van de avond. Kamaal Williams geeft de indruk van een eeuwige jamsessie, maar dan op een verfijnd en doordacht niveau. Ten slotte is er nog Jordan Rakei. Zijn kracht is meerstemmigheid. Het publiek is helemaal mee en enkel dat is al een plaatje op zich.

Voor wie het een tikkeltje underground mag zijn, is het International House the place to be. Als je het spoor van donkerblauwe dwaallichtjes volgt, kom je uit bij een tot danstent uitgebouwde turnzaal. De dj’s die die hier aan het werk waren zijn: Up High Collective, Kelly Lee Owens, Laurel Halo en Jlin.

Als een open-minded toerist in eigen stad, heb ik mij laten meeslepen door de eerste avond van het and&-festival en ik kan zeggen dat het een succes was. Het was een geslaagde afsluiter van het KULTUUR-jaar en ook de rest van het and&-programma ziet er veelbelovend uit.

31841630_1815526202083676_4974271285019279360_o

SLOTUUR KULTUUR CONCERTEN N.A.V. AND&-FESTIVAL| 3 mei 2018 | Het Depot en International House| gratis voor cultuurkaarthouders |  Meer info? Klik hier voor de website