Bigband meets Symphony: USO goes jazz

Onder het juk van een druilerige motregen haastte ik me afgelopen donderdagavond gezwind richting Gasthuisberg. Het podium van het centraal auditorium bleek er een voorbode van een wel erg speciale bezetting: Bigband meets Symphony. Op het programma pronkt, naast de alom bekende naam van Amerikaans componist George Gershwin, ook die van Vlaams jazztrompettist en componist Bert Joris. Een ietwat minder bekend terrein voor het Leuvense studentenorkest, zo zeggen ze zelf. Waar ze bij vorige concerten eerder het klassieke repertoire bij de hand namen, dwingt de combinatie met de VRT Bigband hen nu om zich moedig in de zwoele regionen van de jazz te wagen. En ook dat doen ze alweer met ontzettend veel verve.

 An American in Paris

In An American in Paris wandel je als luisteraar goedgemutst door de straten van het 20ste-eeuwse Parijs. Het werk is een woelige rollercoaster waarin een bont lappendeken aan verschillende klankschilderingen je soepel van het ene rumoerige stadstafereel naar het andere brengt. Op bijna tekenfilmachtige wijze neemt het ritme van de muziek je mee in zijn stevige tred op de stoep van een stad die maar niet lijkt te zwijgen. Toeterende taxi’s schallen dwingend door het orkest heen, rustige passages worden abrupt onderbroken door bruuske, spitse ritmiek… Kortom: een levensechte representatie van een grootstad zoals we die ook nu nog kennen.

Het USO slaagt er dan ook erg goed in de bedrijvige sfeer van deze muziek overtuigend over te brengen. Met een jeugdige energie en zwierig enthousiasme tokkelen, strijken en blazen de jonge muzikanten verwoed op hun instrumenten. In de spitse, ritmische passages plegen ze soms wat aan strakheid te verliezen, maar dit gaat zeker niet ten koste van hun algemene muzikale spitsvondigheid. Het totaalplaatje is en blijft uitermate animerend en sfeervol en dirigent Edmond Saveniers swingt er hevig op los.

Walkin’ Tiptoe

Net voor de pauze maakt het orkest plaats voor de VRT Bigband, een jazzorkest louter bestaande uit personeelsleden van de VRT. Dirigent Dree Peremans komt met knalwitte sneakers gestaag het podium opgewandeld terwijl de leden van de band, in volle concentratie, hun eerste korte, ritmische motiefje uit hun instrumenten blazen. Vanaf de eerste seconde is ook deze muziek uiterst sfeervol. De muzikanten stralen een ongelooflijke knowhow en gezonde zelfzekerheid uit. Hun bijna constante ritmische strakheid en bewonderenswaardig gevoel voor timing doen Joris’ compositie zonder twijfel eer aan. Neem daar nu nog enkele zwoele trombone- en trompetsolo’s bij en het resultaat is een bedwelmend en meeslepend geheel.

Bigband meets Symphony

Na de pauze ontmoeten de bigband en het symfonieorkest elkaar nu écht. In Anna zet een jonge trompettist van het USO een slepende, melancholische melodie in. De piano breekt treurig enkele korte akkoordjes en het lijkt wel of de weemoed van het druilerige weer langzaamaan binnensloop. Wanneer ietsje later het orkest en de bigband zich samenvoegen en Peremans zich opnieuw bewijst in een sensuele solo merkte ik tevreden op dat de bezetting, die eerder ongewoon en bizar had geleken, toch doeltreffend het tegendeel bewees. Net hetzelfde voor Joris’ tweede werk Dangerous Liaison. Symfonieorkest en bigband gaan er hand in hand en samen creëren ze onophoudelijk een kleurrijk klankentapijt. Ook het bisnummer is er eentje van Bert Joris. Alone at last. Een erg toepasselijke titel voor een slot als je het mij vraagt.

Bigband meets Symphony 25-04-2019

©VRT Bigband

Bigband meets Symphony | USO | donderdag 25 en vrijdag 26 april 2019, 20:30 | Centraal Auditorium Gasthuisberg | niet-studenten: €10; studenten/ -18j: €5; cultuurkaart: €4

Advertenties

100 jaar Bernstein: feest!

De Amerikaanse en wereldvermaarde componist (of zeg ik beter dirigent, pianist, pedagoog…) Leonard Bernstein zou vorig jaar precies honderd jaar geworden zijn. En dát wil 30CC niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Op hun programma vinden we betrekkelijk veel Amerikaans repertoire. Zo werd ik vorige week nog helemaal meegezogen in het verhaal en de muziek van Bernsteins Trouble in Tahiti, waarin enkele zangstudenten van het Lemmensinstituut mateloos schitterden. Ook vanavond getuigde de uitvoering van een bijzonder hoog niveau. Sopraan Hanne Roos glanst in een repertoire dat haar op het lijf geschreven lijkt en pianist Jeroen D’hoe hult Roos’ stem in een walm van kleurrijke akkoorden.

I hate music! Knal! Die eerste noot is meteen raak. Kortgerokt en met een rode bloem in het haar komt Hanne Roos flamboyant het podium opgewandeld. I hate music, but I like to sing. Het publiek gniffelt geamuseerd. Op het podium staat niets meer dan louter een houten kruk en een klein tuintafeltje met bijpassende stoel. Met deze beperkte hoeveelheid attributen zal de Belgische sopraan haar publiek een dik uur lang weten te fascineren en de zangeres laat onze aandacht geen seconde los. De hoge noten glijden moeiteloos de zaal in en onthullen de zoete klank van een prachtig timbre. Ik snak naar meer.

Niet alleen Bernstein passeert in dit Amerikaanse recital de revue. Na I Hate Music! Komen ook collega’s zoals Jerome Kern, George Gershwin, Stephen Sondheim en nog enkele anderen aan bod. Doorheen elk lied toont Roos een onfeilbaar begrip van stijl en de daarbij horende expressie. Haar vertolking is erg dynamisch en presenteert de emotie van de muziek zowel in de kleur van haar stem als in de energieke schwung van haar bewegingen. Zangtechnisch laat ze het beste van zichzelf zien in de overbekende, maar uitdagende aria Glitter and be Gay. En ook hier slaagt ze erin met haar stem elke emotionele nuance van de melodie onverbiddelijk bloot te leggen.

De absolute klassieker America uit Bernsteins West Side Story kon me dan weer ietwat minder bekoren. Hoewel de energie en de intentie van het lied bij Roos zonder twijfel goed zat, leek het geheel toch wat aan afwerking te missen. Somewhere klonk me dan weer net iets te pop. Desondanks getuigen alle andere liederen en aria’s stuk voor stuk van een ideale balans tussen een klassieke techniek en een die dan eerder bij musical past. Precies zoals het moet in dit repertoire.

Een uur later lijkt Roos’ stem nog steeds niet uitgeput. De hoogtes blijven even sprankelend en de performance even meeslepend. Na een enthousiast applaus is er zelfs nog wat plaats voor een bisnummer en het publiek roept enthousiast van bravo. ‘Dat was niveau’, klinkt het achteraf instemmend in de gangen van de Leuvense schouwburg.

Broadway meets Bernstein 14-03-2019.jpg

©30CC

Broadway meets Bernstein | 30CC | woensdag 13 maart 2019, 20:00 | Schouwburg Leuven| €16 (rang 1), €14 (rang 2), 20% korting met cultuurkaart

Het Nederlands Studentenorkest kwam, zag en overwon

Het nieuwe semester lijkt nog maar goed en wel ingezet en de Leuvense cultuurkaarthouder kan zich alweer vol genoegen in de handen wrijven met een gratis concert. En niet zomaar een! De nieuwsbrief van KU Leuven Cultuur belooft ons -ik citeer- ‘de 103 beste student-muzikanten van Nederland’. Daarbovenop pronkt glorieus -in drukletters weliswaar- de belofte tot een gratis receptie achteraf. ‘Onweerstaanbaar’, besluit ik en ik neem linea recta mijn agenda bij de hand. Een erg goede keuze, zo zal later blijken.

Overwinnen gaat niet vanzelf, daar gaat hard werk aan vooraf. 

Als thema voor hun zevenenzestigste concertreeks koos het Nederlands Studentenorkest de triomfantelijke titel Overwin. Erg toepasselijk in een programma dat wordt getekend door de veelzeggende werken van componisten als Hawar Tawfiq, Sergej Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj. Die eerste kan u misschien -naast de namen van twee Russische compositiereuzen in de wereld van de muziek- wat minder bekend voorkomen. Toch slaagt ook deze componist erin zich te bewijzen in een werk dat op erg treffende wijze het eerdergenoemde thema representeert.

Barazah (opdrachtcompositie)

Hawar Tawfiqs levensverhaal is er een van eindeloos doorzetten. Als 16-jarige, Koerdische vluchteling kwam hij in 1998 in Nederland terecht. Daar bleef zijn muzikale talent niet lang onopgemerkt, zo informeert het programmaboekje ons. Dankzij een lerares in het opvangcentrum waar hij toentertijd verbleef, komt hij in contact met het conservatorium in Tilburg. De jonge muzikant grijpt deze kans met beide handen en ontpopt zich tot een waar virtuoos. Doorzettingsvermogen en muzikale aanleg leiden tot een masterdiploma viool en compositie en de cum laudes stapelen zich op als een echo van Tawfiqs onmiskenbare talent. Geen wonder dus dat juist deze componist gevraagd wordt een werk te schrijven in een thema dat ontegensprekelijk de triomf van wilskracht en moed symboliseert.

Deze opdrachtcompositie is dan ook een duidelijke verwijzing naar Tawfiqs eigen verhaal. Barazah is de naam van een opmerkelijke plant die er, ondanks de barre omstandigheden van zijn plek hoog in de bergen, toch in slaagt zich te ontpoppen tot een uiterst voedzame groente. De onverbiddelijke levenslust die we zowel in het leven van de componist als in het standvastige groeien van de plant kunnen terugvinden, weerklinkt spits en vol energie in een kleurrijk tapijt vol levendige klanken. De jonge muzikanten van het NSO wagen zich dapper in het muzikale spel van Tawfiqs daverende werk en zijn muziek sleurt ons mee in een uiterst beeldende wereld van druk dialogerende instrumenten. Het Nederlands studentenorkest toont zich hierbij al onmiddellijk van een erg hoog niveau.  De noten lijken hen bijna foutloos in de vingers te zitten en doorheen het hele stuk klinkt de overtuigende kracht van een zelfzekere knowhow. De teerling is geworpen.

Prokofjev en Sjostakovitsj

Voor Prokofjevs eerste vioolconcerto deed het ambitieuze studentenorkest beroep op de Russische topvioliste Maria Milstein. Zij speelde absoluut feilloos en vol expressie die o zo zalige, lang uitgerekte melodieën van de vioolsolo’s in het eerste en derde deel. In het tweede gaan snelle vingers razend tekeer in een staaltje pure virtuositeit. Terwijl ik verrukt wegdroom op de melodieuze klanken van Milsteins instrument, merkt een vriendin/violiste naast mij streng op dat het orkest soms wat vals pleegt te klinken. Maar goed, de heerlijkheid van de muziek is en blijft wat ze is en wanneer het hele orkest op volle kracht hun melodieën doen weerklinken in een waar salvo van muzikale intensiteit, word ik overrompeld door innige ontroering. Lang leve Prokofjev!

Sjostakovitsj’ Leningrad symfonie biedt het orkest dan weer de perfecte gelegenheid tot een heuse comeback.  Enkele jonge leden schitteren in korte solo’s voor onder andere fluit, klarinet, fagot en hobo en elke solist geeft blijk van afwerking en technische knowhow. Het geheel getuigt van een meeslepende overtuigingskracht en in de zachte passages merk ik tevreden het heerlijke resultaat van fijnzinnige subtiliteit en nauwkeurige beheersing. Een ideale afsluiter als je het mij vraagt.

Nu zou een studentenorkest natuurlijk geen studentenorkest zijn zonder de bekoorlijke melodieën van een jolig bisnummer. De jonge muzikanten hullen zich haastig in hun zorgvuldig klaargelegde outfitjes en het podium verandert in een eclatant kleurenspektakel. De percussionisten vormen een vrolijk Winnie the Pooh tafereeltje, de trompettisten spelen parmantig hun olijke melodie vanachter een kartonnen kasteeltje, ballonnen worden enthousiast de lucht in geworpen op het ritme van de muziek… Een bisnummer als nooit tevoren. En het applaus achteraf toont aan dat het goed was.

Nog te zien in:

Utrecht -TivoliVredenburg op zaterdag 23 februari, 20:15                                                        Leeuwarden -De Harmonie op zondag 24 februari, 14:30                                                      Amsterdam -Het Concertgebouw op maandag 25 februari, 20:00

 

 

NSO meets Leuven 19-02-2019

© NSO

NSO meets Leuven | NSO | dinsdag 19 februari 2019, 20:00 | LUCA/Campus Lemmens Leuven| €9 studenten en personeel KU Leuven, €12 overige, gratis met cultuurkaart

 

Kerst en welklinkende stemmen, alleluia!

December lijkt nog maar net ingezet en het Vlaamse koorlandschap kleurt alweer vrolijk rood en groen. Men zingt blijmoedig van ‘Christus natus est’ en menig Latijns vers ontspruit aan de al dan niet welklinkende stembanden van zowel oud als jong. Ook de jeugdige leden van het LUK brachten ons gisterenavond, netjes gehuld in hun zwart-blauwe outfitjes, een werkelijk royaal aanbod aan kerstvreugd en vree. De Sint-Jan-de-Doperkerk is tot aan de nok toe gevuld en trotse familieleden rechten opgetogen de rug in een poging hun zingende verwanten zo efficiënt mogelijk in het vizier te krijgen. Make we joy now in this fest! 

Zoals het het Universitair Koor betaamt, komen de leden, al zingend en ordelijk gerangschikt in een ‘tweerijen-formatie’, het podium op. De teerling is geworpen. Dirigent Koen Vits verzoekt het publiek op ludieke wijze alle technologische apparatuur uit te schakelen. (Tevergeefs uiteraard, want net na de pauze zouden de pijnlijke klanken van een ‘catchy’ ringtone op onverbiddelijke wijze doorheen de kerk weerklinken.) Koorleden Elisabeth Tu en Tiny Pagnaer leiden elk werk in aan de hand van een korte, informatieve introductie. Nummer één op het programma: de vierdelige kerstsuite van de Vlaamse Raymond Schroyens: Christal 

Vier oude kerstliederen worden hierbij aaneengeregen in een hedendaagse bewerking voor gemengd koor, zo informeert het programmaboekje ons. De titel is een samentrekking van de woorden ‘Christus (in de) stal’ en onderstreept zo nog een laatste keer het alom bekende thema van het kerstverhaal. Het koor klinkt jeugdig, licht en sprankelend. De stemmen zijn ongeschoold, maar geven blijk van muzikaliteit, gevoel voor intonatie en een aanstekelijke animo. Petje af voor die liefelijke sopraantjes die helder klinken als kristal (vergeef me deze flauwe woordspeling). Hun hoge noten weergalmen soepel en vlekkeloos geïntoneerd tussen de witte pilaren van de volgeladen kerk en dat doen ze net alsof het niets was.  

Het tweede werk brengt ons vier Duitse motetten: een toonzetting van enkele beroemde passages uit de Bijbel door componist Heinz Werner Zimmerman. En dit ondersteund door de olijke ‘walking bass’ van een warm klinkende contrabas. Bassist Mike Delaere wandelt vrolijk van noot naar noot en alweer halen de sopranen de hoge regionen met veel verve. De compositie zelf balanceert onverschrokken tussen de beeldende sferen van verlossende vreugde aan de ene kant en mystieke vervreemding aan de andere. Zwierige ritmes en wijde intervallen staan hier tegenover lange, uitgerekte melodielijnen die zich wrijvend op elkaar opstapelen. Kyrieleis! 

Nu zou dit studentikoze kerstconcert niet hetzelfde zijn geweest zonder enkele pittige negro spirituals. Wade in the Water is een verborgen boodschap voor vluchtende slaven en Go Tell It on The Mountain een aansporing tot het luid aankondigen van de geboorte van Jezus. Koen Vits verrast het publiek met twee dappere solo’s, die hij stoutmoedig en vol vuur op het podium brengt. Aan enthousiasme geen gebrek! 

Na de pauze valt mij vooral het vierdelige werk van Francis Poulenc op. De Quatre motets pour le temps de Noël zijn allesbehalve simpel. Het werk vergt, vooral voor de sopranen, een buitengewone subtiliteit en beheersing van de stem. De componist laat de hoogste vrouwenstem met een driedubbele piano inzetten op een hoge fa en noteert daarbij het extra verzoek: ‘Bien lié et bien doux’. Een lastige opgave, maar het LUK zou het LUK niet zijn indien het zo’n uitdaging lafhartig uit de weg ging.  

Na Poulencs muzikale perikelen volgt een zucht van ontlading. Componist Erik Vinken arrangeerde twee overbekende kerstliederen, waarvan één speciaal voor het LUK zelf, en de opgewekte klanken van Away in a Manger en Sleigh Ride luiden het einde van het concert in. Het bisnummer wenst ons goedmoedig ‘a merry Christmas’ en het publiek antwoordt (terecht!) met een denderend applaus. Tussen het geschal van klappende handen en juichende moeders in valt mijn blik plotsklaps op het donkerbruine doek dat zich onheilspellend, als het zwaard van Damocles, boven de hoofden van de LUK-leden bevindt. Een stervende Jezus hangt spierwit aan het fatale kruis, benen gevouwen, armen vol smart boven zich uit, en blij verrast door deze onmiskenbare paradox, baan ik me voldaan een weg naar de receptie. Make we joy!

LUK Make We Joy 11-12-2018

Make we joy | LUK | dinsdag 11 december 2018, 20:30 | Sint-Jan-de-Doperkerk | niet-studenten: €10; studenten: €5; Cultuurkaart: €4

Opera, lied en symfonie combineren in één concert: dat doe je zo!

Afgelopen donderdag beklom menig muziekminnaar dapper de steile hellingen van de Lemmensberg. Vol goede hoop, want 30CC had hen én wereldvermaarde muzikanten én werkelijk heerlijke muziek beloofd. De titel van het concert luidt kort en krachtig: ‘Vier letzte Lieder’. En mijn lichtjes maniakale, door muziek geobsedeerde hart maakt dat typische, kleine sprongetje van intens enthousiasme, eigen aan het onwankelbare fanatisme van een doorgewinterd melomaan. Dat Strauss’ laatste liederen ook nu nog tot de verbeelding spreken, is een vaststaand feit. De vraag is enkel of ook deze uitvoering dat doet.

Vergis u niet: in tegenstelling tot wat de titel van het programma doet vermoeden, gaf deze avond ons veel meer dan enkel en alleen deze ‘Vier letzte Lieder’ van de toen 84-jarige Strauss. Ons Belgisch Nationaal Orkest brengt zijn publiek allereerst enkele korte, louter instrumentale passages uit Richard Wagners befaamde ‘Götterdämmerung’. In deze krachtige extracten uit het vierde en tevens laatste deel van de 15 uur durende operacyclus ‘der Ring des Nibelungen’ schildert het 96-koppig orkest een levendig landschap vol fantasie en beeldende kleuren. De Japanse dirigent ‘Kazushi Ono’ slaat het stokje vol kennis van zaken en met zijn hevig trillende rechterhand vraagt hij het orkest om meer intensiteit. Zo krullen de treurende melodieën van Siegfrieds ‘Tod und Trauermusik’ zich om zijn wegdromende luisteraar om daarna te worden opgevolgd door een opwindend klankenpalet van een bewogen tocht naar de Rijn. De laatste noten van Siegfrieds ‘Rheinfahrt’ hebben geklonken en het publiek antwoordt met een bevestigend applaus. De avond belooft veel goeds.

Daar komt dan gezwind de Duitse sopraan ‘Christiane Oelze’ het podium op. Het programmaboekje had ons, in een kort portret, een hele waslijst aan prestaties en internationale samenwerkingen voorgeschoteld en vol bewondering zie ik toe hoe zij op elegante wijze en vol grandeur haar plaats voor het orkest inneemt. In enkele van haar opnames had ik een waarlijk betoverende stem gehoord, zuiver en heerlijk beladen met expressieve intentie. De verwachtingen waren hoog, maar als ik erg eerlijk ben, moet ik tot mijn spijt toegeven dat zij uiteindelijk toch niet helemaal werden ingelost. Allereerst lijkt de stem de leidende zanglijn niet voldoende te kunnen dragen boven het orkest. De instrumenten klinken veel te luid, missen op heel veel momenten die ‘o zo mooie’ nuances en subtiliteit die mij erg nauw aan het hart liggen in deze liederen. Daarbovenop dreigt Oelze soms te vervallen in een lichtjes theatrale en bijna artificiële fysieke expressiviteit, die eerder een zangtechnisch dan een interpretatiegericht doel lijken na te streven. Desondanks moet ik wel toegeven dat de zangeres dit repertoire nog steeds vol energie en overgave aan ons presenteert. Ze is en blijft volstrekt getalenteerd. Maar of ik haar graag hoor in ietwat zwaardere liederen als deze, schuif ik liever af op mijn ellenlange lijstje van prangende levensvragen.

De subtiliteit en nuance die ik in de ‘Vier letzte Lieder’ zo had gemist, werden mij dubbel en dik teruggegeven in Shostakovich’ 6de symfonie. In een compositie van dertig minuten trachtte de componist ‘de stemmingen van de lente, vreugde en jeugd’ over te brengen (dixit Shostakovich zelf). Ik hoorde de ijle trillingen van glinsterend ochtenddauw, een bijna kinderlijk spel van energetische klanken tussen de verschillende instrumenten van het orkest en die aanstekelijk dansante puls van de lichte percussie die me onverbiddelijk dwong het ritme met m’n rechterhand op m’n bovenbeen mee te tikken. Of het publiek tevreden was, lijkt achteraf gezien misschien een ietwat overbodige vraag. Het roept verrukt van ‘bravo’, stampt met de voeten op de grond (op een iets elegantere wijze dan Kabouter Plop weliswaar) en slaat geestdriftig de handen tegen elkaar.

Ik begeef me in allerijl richting de schoolse cafetaria van het muziekinstituut waar de toeschouwer gezellig zijn nieuw verworven impressies van afgelopen concert, met een glas bier in de hand, op een rijtje zet. De gevallen steken hebben we ondertussen, in onze selectieve amnesie, door de vingers gezien en in een voldane tevredenheid hopen we innig dat deze liederen niet de laatste zullen zijn.

image-3

© Kazushi Ono

Vier letzte Lieder | 30CC | donderdag 22 november 2018, 20:00 | LUCA/Campus Lemmens Leuven |€22, -20% met Cultuurkaart

Reisconcerten USO: ode aan de Leuvense jeugd!

Brief aan de misnoegde zestigplusser die ik vorige week op de bus ontmoette en die me met belerende vinger uitvoerig vertelde over de intellectuele onkunde en perversiteit van de Leuvense jeugd. Beste mevrouw, u hebt het mis. Onze generatie is er immers niet enkel een van grenzeloos drankgebruik en losbandig hedonisme. Nee, het is er ook een van razendsnelle vioolpassages, heldhaftig trompetgeschal en donderende percussie. Het Universitair Symfonisch Orkest doet de Pieter De Someraula daveren op zijn grondvesten en het overwegend jonge publiek beloont zijn muzikale leeftijdsgenoten met een waar salvo van hevig enthousiasme.

Net terug van hun Ierse concertreis brengt het USO ons een driedelig, uitsluitend Russisch programma. Componist: Pyotr Ilyich Tchaikovsky. Een uitdaging, zo vertelt een van de orkestleden mij achteraf. Maar daar laat men zo goed als niets van merken. Dirigent Edmond Saveniers begroet het publiek met van die hartverwarmende pretoogjes vol trots. Hij heft zijn spitse dirigeerstokje in één vloeiende armbeweging de lucht in en de strijkers hullen zich vol vertrouwen in de mijmerende melodie van Tchaikovsky’s ‘1812 Ouverture’.

De componist zelf was echter niet zo’n fan van dit werk. Hij verwierp het rigoureus en vol zelfkritiek omwille van het simpele feit dat hij het te ‘lawaaierig’ vond. Maar laat dat wat hij op afkeurende wijze bekritiseert nu net datgene zijn wat dit jeugdige orkest de kans geeft op glorieuze wijze te schitteren. De kopers blazen parmantig de pompeuze melodieën van de Marseillaise uit hun blinkende instrumenten, de strijkers wagen zich onrustig in hun donkerste regionen en die ene cellist toont zich van zijn meest polyvalente kant. Daar neemt hij plotsklaps een bulderend kanon in de hand waarmee hij treffender wijs de klanken van een 19de-eeuws slagveld imiteert. En alsof dat nog niet genoeg is, zal de contrabassist later ook nog de celesta blijken te bespelen. Pluim op jullie hoed, beste strijkers!

Het tweede stuk ‘De Storm’ dropt ons opnieuw in een muzikaal landschap vol onrust en nakend gevaar. Tchaikovsky brengt ons hier geen kanonnen, noch de grandeur van het Franse volkslied. Wel een boze geest en een ontluikende liefde. Ligt het aan mij of dreigt het orkest af en toe zijn puls te verliezen. Sommige ritmes plegen nu en dan wat aarzelend, ietwat wanordelijk, te klinken. Maar ach, wat is een studentenorkest zonder zijn kleine imperfecties. Sta mij hierbij toe ook een ode te brengen aan de olijke cellist wiens strijkstok in het laatste werk ongelukkigerwijs op de grond klettert, net op een moment waarop je zelfs een speld had kunnen horen vallen. Ode aan dat gezicht vol schaamte dat ongewild een geamuseerd gegniffel in de aula ontketent.

Wie, tot slot, bij het vorige stuk (onterecht) even was ingedommeld, opent nu glimlachend de ogen, want het Universitair Orkest sluit de avond af met een heus feest der herkenning: de Notenkraker Suite! Vrolijke pizzicato’s, fleurige walsen en liefelijke celesta’s. Kortom: een mooie finale!

Dat het enthousiasme van de Leuvense jeugd tijdens dit concert iets te maken had met de gratis Leffe aan het einde ervan, zal ik niet ontkennen, liefste misnoegde zestigplusser. Maar Tchaikovsky’s muziek ontlokte het daverende applaus des te meer. Ode dus, aan deze Leuvense jeugd. Ode ook aan dirigent Edmond Saveniers. En niet te vergeten: ode aan de componist!

Reisconcerten 2018 | USO | donderdag 8 en vrijdag 9 november 2018, 20:00 | Aula Pieter De Somer | niet-studenten: €10; studenten/ -18j: €5; cultuurkaart: €4

Reisconcerten USO 8-11-2018

©USO

Die Schöne Müllerin: fantastisch feest der tragiek!

Festival 20/21 trakteerde muziekminnend Leuven, afgelopen donderdag, op een alom bekende bundel Duitse liederen, die, net als hun componist, amper nog weg te denken zijn uit de geschiedenis van de muziek. We horen het klaaglijke gejammer van een jonge molenaar die zich hulpeloos in de netten van een onbeantwoorde liefde verstrikt. De onderliggende idee is die van het romantische ‘Wandern’, een gedachte die, zo vertelt filosoof/musicoloog Pieter Bergé, ook nu nog dikwijls in onze muziek weerklinkt. Met deze voorkennis nestel ik me in het schril piepende aulastoeltje, oog en oor aandachtig op het podium gericht. De eerste klanken van Schuberts ‘Die Schöne Müllerin’ vullen dartelend de zaal en in een verrukte tevredenheid zag ik dat het goed was.

Twee zwarte spots werpen bij binnenkomst een warm licht op de elegante romp van een pianoforte. Gedurende één luttele seconde kan ik het niet laten een kleine angst te voelen voor de komende klank van het historische instrument. Schuberts liederen worden vandaag de dag zo vaak uitgevoerd op een hedendaags klavier dat we bijna zouden vergeten dat het type piano dat we nu kennen toentertijd helemaal nog niet bestond! Toch zeg ik u: ‘niet getreurd’, want zoals mijn kleine angstjes vaak ongegrond en irreëel blijken te zijn, was dat ook nu weer het geval. Antwerps pianist (of noemen we hem beter organist, dirigent, zanger…?) Jos van Immerseel bespeelt het instrument met een sierlijke precisie. De klank is teder en warm en ik waan me terstond in een knus verlichte, 19de-eeuwse huiskamer.

Neem daar nu nog bij dat de Duitse bariton Thomas E. Bauer Schuberts tragische melodieën met een absoluut feilloos begrip van zowel stilistiek als emotionele gelaagdheid de zaal in stuurt. Het is die innige integriteit, zo schitterend en zo eigen aan deze meeslepende cyclus liederen, die ik, in een vlaag van verrukkelijke herkenning, in Bauers interpretatie terugvind. Niets is nodeloos grotesk, noch op goedkope wijze sentimenteel (wee de onwetende zanger die meent dat de melancholie van een triest lied zich het best manifesteert in een brede waaier aan vorstelijke handgebaren en een buitensporig werkende nervus facialis) en een reeks warme baritonklanken kronkelen zich zuchtend een weg doorheen ‘der Wanderers’ lijden.

‘Gute Ruh, gute Ruh, tu die Augen zu! Wandrer, du müder, du bist zu Haus.‘

Zo eindigt de molenaar, na een lijdensweg van 20 beroerende liederen, zijn eindeloze ‘wandelen‘. Hij legt zich te rusten in het vredig schommelende beekje, dat hem doorheen de cyclus als een soort metgezel gezelschap had gehouden, en daar vindt hij dan uiteindelijk de dood. Ach, wat een fantastisch feest der tragiek! Schubert wikkelt deze jammerlijke fataliteit niet in wat we allen op het eerste zicht hadden verwacht: de sombere melancholie van een toonaard in mineur. Nee, deze dood is er eerder een van een bevrijdend slapen en op de wiegende klanken van ‘Des Baches Wiegenlied’ in mi groot sust het beekje de molenaar gemoedelijk tot rust.

Dat ‘Die Schöne Müllerin’ ook vandaag nog relevant en herkenbaar is, was ook direct de reden voor Festival 20/21 Vlaams componist ‘Daan Janssens’ uit te dagen tot het componeren van een hedendaagse reflectie op dit werk. In die zin stond dit liedrecital eigenlijk eerder ‘in functie van’ dan dat het echt bedoeld was om als afzonderlijk concert te komen beluisteren, het festival heet niet voor niets 20/21. Met veel spijt moet ik toegeven dat ik de uitvoering van Janssens’ adaptie door omstandigheden heb moeten missen. Maar dat ik geen hedendaagse reflectie nodig had om ook Schuberts oorspronkelijke versie ontzettend te kunnen smaken, bleek des te meer een voldongen feit.

Die Schöne Müllerin -De filosofie van het wandelen 1- | Festival 20/21 | donderdag 18 oktober 2018, 20:30 | Grote Aula Maria Theresia College | €25, -50% met Cultuurkaart

Dubbelproject Die Schöne Müllerin

©Festival 20/21