Focus op modern klassiek: drie hedendaagse interpretaties van een klassiek instrument

Het openingsnummer van Brian Eno’s Music for Airports (1978) kon nagenoeg betere introductie zijn voor een avond gewijd aan moderne klassieke muziek.

De Canadees Jean-Michel Blais presenteerde als eerste van de drie acts zijn tweede studioalbum Dans Ma Main (2018) in de Schouwburg. Naast de vertrouwde piano maakte hij ook gebruik van samples en loops, die hij manipuleerde via twee midi-controllers, aangestuurd door Ableton. Igloo was hier een treffend voorbeeld van: Blais liet zich hier naar eigen zeggen voor inspireren door de hevige sneeuwval in Quebec. Het nummer alterneerde  tussen weemoedige pianomelodieën, stuwende bassen en etherische samples.

Zijn liefde voor de bioloog en televisiemaker David Attenborough liet hij ook niet onopgemerkt. De Canadese pianist had een stuk uit een interview  gesampled waarin de Brit antwoordde op de vraag of hij al dan niet gelooft in God. Hiervoor verwees hij naar termieten, dieren ‘die ook niet kunnen zien’. Hoewel hij diens toestemming niet had, bracht Blais toch de volledige versie van het nummer Blind, inclusief de sample van Attenborough.

Het titelnummer Dans Ma Main was een ode aan boegbeeld John Cage, die het concept van ‘prepared piano’ mee vormgaf: voor deze techniek legt de muzikant iets op de snaren van de piano, gaande van huishoudelijke objecten tot zijn of haar eigen vingers. Ook hier maakte Blais gebruik van strijkers via zijn midi-controllers om een ‘larger than life’ gevoel op te wekken.

In het tweede luik stelde pianist Wouter Dewit zijn tweede album Here (2019) voor, bijgestaan door een drummer, die tevens de elektronica aanwendde en occasioneel basgitaar speelde, een violiste en zijn producer, die de cellopartijen zong. In deze eerder ongewone opstelling stond het pianospel van Dewit nog steeds centraal, maar de juxtapositie tussen de analoge elektronica en de snerende zang- en vioolpartijen voorzag de langgerekte composities van een unieke klankkleur.

De Nederlandse harpist Remy van Kesteren mocht de avond afsluiten met zijn solo performance, waarmee hij zijn sublieme album Shadows (2019) voorstelde. Ondersteund door psychedelische visuals en robuuste elektronica blies hij oude klassieke composities nieuw leven in met een sterke meditatieve boventoon. Zijn cover van Radiohead’s breekbare Daydreaming van A Moon Shaped Pool (2016) was eerder gewaagd, aangezien het arrangement voor één instrument de schoonheid van het meerledige nummer tevergeefs reduceerde. Tot slot toonde van Kesteren zich met het slaapliedje waarmee hij zich een laatste maal tot zijn publiek wendde, zich compositorisch wederom van zijn sterkste kant.

Met deze editie van Focus op modern klassiek voorzag 30CC een podium voor drie hedendaagse interpretaties van een klassiek instrument.

Focus op modern klassiek in de Schouwburg op zaterdag 30 november.

 

Catrin Finch & Seckou Keita: een symbiose van de klassieke traditie en West-Afrikaanse ritmes

Mundus Trio mocht de openingsact voor deze avond in de Schouwburg op zich nemen. Het gezelschap bracht een symbiose van de verschillende muzikale tradities waar de  drie leden schatplichtig aan zijn, wat zich tevens toonde in de bezetting: Osama Abdulrasol speelde qanun, oftewel hakkebord, Sjahin During percussie en Lode Vercampt cello.

Het trio opende met een solopartij voor Abdulrasol, waarmee hij het publiek vertrouwd maakte met het instrument uit het vroegere Mesopotamië. Uitgesponnen arpeggio’s en de nasaal klinkende halve tonen die zorgen voor de typerende oosterse toets kenmerkten de ouverture. Nadat de Irakees gedurende enkele minuten zijn virtuositeit tentoon had gesteld, vielen During en Vercampt hem bij.

Aanvankelijk schaarde de cellist zich achter een louter begeleidende rol, maar naarmate de nummers vorderden, etaleerde de Nederlander in toenemende mate zijn muzikaliteit, waarbij hij zelfs sporadisch de eerste partij op zich nam. Zo ontsprong er gedurende de improvisatie een levendige dialoog tussen Vercampt en Abdulrasol, waar During met zijn percussie diepgang aan gaf.

Na de pauze begaven Catrin Finch en Seckou Keita zich op het podium. De samenwerking tussen deze twee muzikanten gaat terug tot zeven jaar geleden, wanneer Keita Toumani Diabate kwam vervangen voor enkele geplande concerten. Deze haakte af wegens de politieke instabiliteit in Mali.

In 2014 bracht het duo hun debuutalbum Clychau Dibon uit dat ze twee jaar later presenteerden in een uitverkochte Predikherenkerk in Leuven. Donderdagavond stelden de harpiste en koraspeler in de Schouwburg hun tweede album Soar (2018) voor.

Finch en Keita brachten een symbiose van de klassieke traditie en Afrikaanse ritmes die een enorme vitaliteit uitstraalde. Deze culturele vermenging spiegelt zich ook af in de tracklist. Clarach verwijst naar Welshe visarenden die de overtocht maken naar West-Afrika om daar te overwinteren en nadien terugkeren. Terenga Bah is een morfeem van ‘gastvrijheid’ in het Wolof, een van de voertalen in Senegal, en ‘groot’ in Mandinka, een andere West-Afrikaanse taal. In dit nummer zong Keita tevens voor de eerste keer, die met zijn innemende stem de kora- en harppartijen aandikte.

1677 refereert aan het beginjaar van de Franse kolonisatie van West-Afrika, een herinnering die Keita indachtig wilde houden. Bach to Baisso is dan weer het resultaat van een poging om de Senegalees Bach te laten spelen op de kora. ‘We made our own thing out of it’, zo verduidelijkte Finch, en daar is het duo voortreffelijk in geslaagd.

Catrin Finch & Seckou Keita in de Schouwburg op donderdag 7 november.

Elsewhere in de Zwartzusterkapel: Adriaan de Roover en Mary Lattimore

Met Elsewhere programmeert het STUK in samenwerking met 30CC muziekvertoningen op historische locaties in Leuven. De eer voor deze twaalfde editie in de barokke Zwartzusterkapel viel te beurt aan Adriaan de Roover en Mary Lattimore.

13 Angels Standing Guard Round the Side of your Bed van Silver Mt. Zion dat uit de speakers klonk voor de aanvang van de avond, kon nagenoeg geen beter momentum creëren voor beide muzikanten.

De Roover, tevens ex-frontman van Oaktree, stelde in de Zwartzusterkapel zijn solo debuutalbum Leaves voor. Met field recordings en onverhoedse ruis construeerde de Antwerpenaar behoedzaam een lappendeken van fragmentarische soundscapes, wat menigmaal deed denken aan Substrata (1997) of The Hilvarenbeek Recordings (2018) van Biosphere.

Gaandeweg incorporeerde de Roover meer en meer soorten geluidseffecten, zoals schaarse pianomelodieën, vocale samples en galmende echo’s. Na enkele nummers trad een drummer hem bij die zijn elektronica van de nodige slagkracht voorzag. Met stuwende beats en diepe bassen begaf het duo zich meer op het terrein van elektronische artiesten zoals Andy Stott.

Het contrast met de performance van Lattimore kon haast niet groter zijn. Alle noten in de hogere regionen klonken pijnlijk schel, die door de talloze loops en echo’s nodeloos lang bleven doorklinken. Ondanks dat de harpiste zich liet inspireren door persoonlijke anekdotes en herinneringen voor haar composities, hadden al haar nummers quasi dezelfde opbouw.

Hoewel harp een van de meest meditatieve en tot de verbeelding sprekende instrumenten is, wat met looping en soundeffecten op papier een feilloze combinatie vormt, wist Lattimore niet te overtuigen.

Elsewhere in de Zwartzusterkapel met Adriaan de Roover en Mary Lattimore op dinsdag  5 november. 

 

Tinariwen is Tinariwen, en laten we daar blij om zijn

Schuchter, maar met een zekere nieuwsgierigheid wandelden de zeven leden van Tinariwen het podium op. Gehuld in lange gewaden, een vreemde taal sprekend.          Tot de verbeelding spraken ze zonder meer, zelfs van een nagenoeg vol Depot. Iets meer dan anderhalf uur borduurden ze actief verder op dit gevoel van verwondering met slechts enkele onderbrekingen, zoals het charmante ‘ça va’? en ‘dank-u-wel’, bediend met wenkende pretoogjes.

Tinariwen is een los collectief van Toearegmuzikanten uit de Sahararegio in het noorden van Mali gevormd in de jaren 1970. Met een gitaar-gedreven stijl met lyrische ghost-notes, voorzien van de typerende Noord-Afrikaanse meerstemmige zang en in tegentijd spelende percussie schrijven zij zich op het eerste gezicht in de muzikale traditie van Noord- en West-Afrika in. Tinariwen is echter veel meer dan dat.

Voor velen bestaat de schoonheid van muziek uit het creëren van een gevoel van herkenbaarheid. Sommige bands kunnen dit zelfs aan de hand van een taal die haar publiek niet machtig is, gewoon door te zijn.

Tinariwen is Tinariwen en laten we daar blij om zijn.

Tinariwen in het Depot op 27 oktober.

Finishing touch: Saariaho & Sibelius

Op vrijdagavond trok Festival 20-21 voor de laatste keer alle registers open met een slotconcert in het Lemmens. Ter ere van haar 25ste verjaardag bracht het Antwerpse symfonisch orkest met symfonieën van Saariaho en Sibelius een volledig Fins programma.

Dirigent Osmo Vänskä, wereldwijd erkend als een autoriteit op het gebied van Scandinavische symfonische muziek, gidste het orkest feilloos doorheen de twee werken. In Aile du songe (2001) van Kaija Saariaho nam fluitiste Edit Van Dyck de solopartij voor haar rekening. Hierbij balanceerde zij tussen diverse kleurschakeringen enerzijds en lyrische vertolkingen en korte, scherpe tonen anderzijds. Geplukte vioolpassages, vibrafoons die de melodie deden weerklinken in de hogere regionen en doordringende paukenslagen voorzagen het op dissonantie gestoelde werk van al de nodige klankkleuren. Hoewel Aile du songe dateert van aan het begin van de 21ste eeuw, echoden Stockhausen en Messiaen doorheen het werk.

Hierna volgde de majestueuze Vijfde symfonie in Eb (1915) van Jean Sibelius. De componist schreef dit werk op vraag van de toenmalige Finse regering om de 50ste verjaardag van het land te vieren, wat zich vooral naar het einde van de compositie toe duidelijk manifesteert. Hiervoor voegden koperblazers zich bij het ensemble, die de verheven melodie aandikten en zich vooral in het laatste deel lieten gelden bij de nagenoeg nooit eindigende opeenvolging van crescendo’s.

Slechts iets minder dan een uur hadden Vänskä, Van Dyck en het Antwerpse symfonisch orkest nodig om de Finse symfonische muziek krachtdadig te laten weerklinken.

Saariaho & Sibelius op vrijdag 25 oktober in het Lemmens in het kader van Festival 20-21.

EPOS: gezellig schuifelen tussen filmmuziek en improvisatietheater

In het kader van hun lenteconcerten presenteerde het Arenbergorkest onder leiding van dirigent Roel Willems een programma waarbij filmmuziek centraal stond. Improvisatiegroep Preparee reeg de muziekstukken aan elkaar met een ludieke act over geiten, een pantoffelheld en een Duitse zeppelin.

De avond ving aan met de muziek van Star Trek Into Darkness (2013) van de Amerikaanse componist Michael Giacchino, dat gekweld werd door een ietwat rommelig begin. Hierna leek het collectief van een negentigtal muzikanten elkaar meer te vinden en Willems hield zijn muzikanten voor de resterende avond strak in het gelid. Vervolgens destilleerden de acteurs van Preparee de bouwstenen voor hun verhaal uit de input van het publiek, wat resulteerde in een fictieve futuristische setting in de Verenigde Staten, waar de stedelijke centra opgedeeld zijn in verschillende secties en iedereen een persoonlijke vliegmachine bezit. De pantoffelheld Norbert heeft zich nog nooit buiten de stad gewaagd, vult zijn dagen met geiten voederen en bloemen plukken, en worstelt, hoe kan het ook anders, met vliegangst en een zwak voor zijn trouwe gezellin Femke.

Na deze introductie vervolgde het Arenbergorkest met de Bacchanale: Samson and Delilah (1877) van de Franse musicus Camille Saint-Saëns. In de eerste maten voerde de hobo de toon, gevolgd door het gejaagde thema van de strijkers, dat hierna gedubbeld werd door het volledige orkest. Het ensemble vervolgde met het tweede en derde deel van de Capriccio Espagnol (1887) van de Russische componist Rimsky Korsakoff. Deze vijfledige suite heeft als inspiratiebron enkele levendige Spaanse volksmelodieën, wat het muzikale collectief voortreffelijk overbracht naar het publiek. Ondertussen naderden donkere wolken richting Norbert: de antagonist met een zwaar Duits accent en zijn assistente hebben vanuit hun zeppelin een plan gesmeed om de omgeving te verwoesten en er een nieuwe stad te bouwen. Hiervoor vernietigden zij alle bloemen en eigenden zich alle geiten toe, wat aan de hoofdrolspeler geenszins onopgemerkt voorbijging.

Het laatste werk voor de pauze ging ontegensprekelijk met de meeste aandacht lopen: de ouverture van Leichte Kavallerie (1866) van de hand van de Oostenrijkse uitvoerder en componist Franz von Suppé in een Disneyversie. Begeleid door de projectie van oude Mickey Mouse sketches, pastiche koperblazers en knutselig slagwerk toonde het Arenbergorkest zich van haar meest komische kant.

Na de onderbreking hervatte het muzikale collectief met het ingetogen Freischütz Ouverture (1820) van Carl Maria von Weber, dat sterk contrasteerde met het daarop volgende Two Towers van Lord of the Rings (2002) van Howard Shore. Preparee intervenieerde wederom met enkele kluchtige dialogen tussen Norbert, Femke en hun tegenspelers, om tot slot te besluiten met de aloude boodschap dat angsten te overwinnen zijn mits er bevestiging van de liefde in het vooruitzicht staat. Het Arenbergorkest sloot af met de grandioze opvoering van The Curse of the Black Pearl (2003) van Klaus Badelt, wat de overwinning van de pantoffelheld ironisch genoeg nog uitvergrootte.

Lenteconcerten van Arenbergorkest in PDS op 12/05 en 13/05. 

https://arenbergorkest.be/nl/

 

UHO since 1979: Bernstein, Lord of the Rings en Bigbandjazz

Het Universitair Harmonieorkest speelde op woensdagavond één van hun befaamde aulaconcerten. Naar aanleiding van hun veertigste verjaardag vulde de Pieter De Somer aula zich gestaag, tot een 90-tal muzikanten plaatsnam en dirigent Erwin Scheltjens opkwam. Het eerste stuk waarmee de harmonie aanving was Candide (1956), een bewerking van een operette door Leonard Bernstein. Het opgewekte thema nam het publiek terstond mee op sleeptouw, waarmee de toon voor de avond gezet was.

Hierna volgde het tweede deel van Belkis, Regina di Saba (1995) van Yoshihiro Kimura, wat echter wat in de schaduw van het voorgaande werk bleef hangen. Oud-voorzitsters Lise Claes, Sophie Tersago en Jana Vastiau namen de presentatie voor hun rekening en blikten onder meer terug op hun meest gekoesterde herinneringen aan het harmonieorkest, zoals de UHO-reizen naar Italië, Polen en Denemarken, maar ook muzikanten die hun instrumenten kwijt waren en instrumenten die hun muzikanten kwijt waren.

Het corpus en tevens het ontegensprekelijke hoogtepunt van de avond betrof de orkestmuziek van Johan De Meij voor de epische saga van Lord of the Rings, begeleid door zandkunstenares Colette Dedyn. In vijf delen bewoog het orkest zich door de wereld van Gandalf, Bilbo Baggins, Frodo, marcherende Orks, draken en sprookjesachtige bossen, die zowel het UHO als de zandkunstenares fenomenaal vertolkten. De combinatie van de epische orkestmuziek, met onder meer statige snare-drums, gonzende percussie, fluitende houtblazers en majestueuze koperblazers, met de levendige en spraakmakende taferelen die Dedyn in en uit zand vervaardigde, is dan ook lovenswaardig. Niet alleen begeleidde zij de verschillende passages voortreffelijk, zij deed dit tevens op het ritme van de muziek.

Hierna vervolgde het UHO met Night Party Music (2013) van Eduard de Boer, waarbij klassieke muziek ontspoorde in zelfverzekerde bigbandjazz. De componist schreef op vraag van een Duitse wedstrijd voor harmonieorkesten een kort jazz-achtig werk, een opzet waarin hij, evenals de harmonie, meer dan geslaagd is.

Tot slot besloot het orkest de avond met Tarantella (1992), het laatste deel van de vierde symfonie van Alfred Reed. De componist liet zich hiervoor inspireren door de gelijknamige traditionele Italiaanse dans, waarvan het opzwepende ritme en de aanstekelijke melodie deden denken aan volksmuziek uit de Balkan. Tout court, een ideale afsluiter.

 UHO in de PDS op 03/04.