Hoeveel niet-Westerse schrijvers heb jij in je boekenkast staan?

Annelies Verbeke steekt taalgrenzen over en nodigt in het kader van ‘Druk in Leuven’ en UUR KULTUUR vier internationale schrijvers uit. Fatena Al-Ghorra leest één van haar gedichten voor, Ali Bader en Sulaiman Addonia presenteren een deeltje uit hun veelgeprezen romans en Aleksandr Skorobagatov leest een hartverscheurende brief aan zijn overleden zoon voor. Daarna gaan ze in gesprek: over moedertaal, literatuur en over migratie. Al is gesprek misschien een te groot woord.

De mistroostige sanseveria’s en pastelroze zetels staan klaar. Echt internationaal voelt het décor niet aan, maar schijn bedriegt, want vreemde talen zullen ons over enkele ogenblikken de wereld doen ontdekken. “Hoeveel niet-Westerse schrijvers heb jij in je boekenkast staan?” Het lijkt alsof ik de enige in de zaal ben die dat aantal op één hand kan tellen. Tijdens een filmpje van internationale studenten die boekentips uitwisselen op het einde van de voorstelling, passeren namen de revue van wie ik me niet kan inbeelden uit welk werelddeel ze komen. Ik ben nieuwsgierig. Niet naar “The Great Gatsby”. Niet naar “Oriëntalism”. Wel naar de onbekende parels die er ongetwijfeld tussen zitten.

Na een prachtige muzikale inleiding van een Syrische violist, luisteren we naar Annelies Verbeke. Met een Engels waaruit blijkt dat zij hier niet de internationale gast is, leidt ze haar vier genodigden in. Fatena Al-Ghorra, een palestijnse dichteres, die naast haar voordracht ook een Palestijnse groet zal zingen voor ons; Ali Bader, een Irakeese romanschrijver; Sulaiman Addonia, Brits-Eritrees-Ethiopische auteur en Aleksandr Skorobogatov, een Russische schrijver.

Vier fragmenten worden voorgelezen: stuk voor stuk in hun moedertaal, de Engelse vertaling wordt tegelijkertijd geprojecteerd op een zwart scherm. Het ontroert. Het is soms moeilijk te volgen, maar vaak net aangenaam verrassend wanneer je merkt dat talen toch ook weer niet zoveel van elkaar verschillen. Wanneer je woordjes leert herkennen na een tijd, wanneer je merkt dat de kloof tussen ons toch ook maar over enkele letters gaat. Een gevoel van verbondenheid maakt zich van ons meester.

© Jimmy Kets

De teksten gaan over meisjes die Marx lezen in het Duits, of was het nu Arabisch? Over dat de taal waarin het geschreven of gezegd is er eigenlijk niet zo toe doet. Het gaat over prostituees, over lichaamstaal, over een moedertaal en hoe die mee reist met haar moeder. Hoe die mee verdwijnt met haar moeder. Over hoe je je moedertaal kan kwijtraken en daar niet eens zo verdrietig om bent. Het gaat ook over een zoon.

Het meest aangrijpende moment is ongetwijfeld wanneer Skorobogatov zijn brief voorleest aan zijn zoon. “Voor de eerste keer in het Russisch”, bekent hij. Aleksandr’s zoon werd zo’n twintig jaar geleden vermoord in Rusland, tien jaar nadat hij voor het laatst zijn vader had gezien. “Straks kom ik terug en gaan we naar de dierentuin”, had Skorobogatov hem nog gezegd. Tien jaar later zou hij pas terug naar Rusland keren, dit keer om hem te begraven. Hij leest het zacht voor, je voelt dat hij zijn best doet niet te huilen.

De discussie na de voorgelezen teksten is slechts van korte duur. “Hoe is het om als auteur in een ander land te wonen? Wat betekent meertaligheid voor hen en voor hun werk?”, veel antwoorden krijgen we niet, een gesprek is het ook niet echt. Na wat promotie voor hun eigen projecten en boeken krijgen we er gelukkig wel een uitgebreid nieuw verlanglijstje aan boeken bij. Elke auteur spreekt over een niet-Nederlandstalig boek dat hun leven veranderd heeft en zo eindigt ‘Annelies Verbeke invites’ toch nog in veel schoonheid, passie voor literatuur en aangrijpende verhalen.

Annelies Verbeke invites was het UUR KULTUUR van mei, gratis met cultuurkaart.

TIP x 5! Hoe je de lente kan vieren en vullen met cultuur!

Maart is al enkele dagen bezig en de zon laat zich zien: niets beter dan deze maand te vullen met cultuur! Hier vind je vijf culturele tips voor komende maand.

1. OPENINGSAVOND IFTF

Op dinsdag 8 maart valt de openingsavond van IFTF. Dit Interfacultair Theaterfestival is een initiatief van LOKO Cultuur in samenwerking met de KU Leuven, 30CC en Opendoek. Op 8 maart krijgt je in de Minnepoort zes teasers te zien van alle zes de voorstellingen die deelnemen aan deze editie, namelijk van aMUZEment, Babylon, Historia, Medica, VRG en Wina. Deze Leuvense kringen zullen je komende maanden trakteren op hun theaterstukken. Aansluitend kan je hier komen genieten van een hapje en een drankje!

De openingsavond is gratis. Meer info: https://www.facebook.com/events/318920826947696

2. Nr. 10

Nr. 10 is de maandelijkse ‘Bring-A-Friend film’ van Cinema ZED; op vertoon van je studentenkaart van ZED kan je voor deze specifieke film gratis iemand meenemen met een 1+1 ticket. Voor maart is dit Nr. 10 van Alex van Warmerdam: zijn tiende (en ook duurste) film. Wanneer de vierjarige Günther (Tom Dewispelaere) gevonden wordt in een Duits bos, krijgt hij opvang in een pleeggezin. Veertig jaar later leeft hij een redelijk normaal leven, totdat zijn bestaan en zijn kennis over wie hij is grondig door elkaar worden geschut. Alex van Warmerdam maakte met Nr. 10 een typische ‘van Warmerdam-film’; een film dat even mysterieus als komisch en absurd is. Een thriller en zwarte komedie tegelijk, gespeeld door een topcast uit zowel België, Nederland als Duitsland.

7 euro i.p.v 9,5 euro met cultuurkaart of 1+1 gratis met een ZED Studentenkaart.
Meer info: https://www.cinemazed.be/nl/film/nr-10

3. UUR KULTUUR: ALL EYES ON OPEK

Natuurlijk is ook komend UUR KULTUUR absoluut niet te missen! Op 16 maart zijn alle ogen op OPEK gericht, met niet alleen een dansvoorstelling van fABULEUS en een theater/audio-voorstelling van Adriaan Van Aken (Het nieuwstedelijk) maar ook theater van en door van LUCA-studenten Rob Van der Auwera en Tuur Van Boxem, een workshop hedendaagse dans, een jamsessie en zelfs een literaire speeddate! Voor elk wat wils dus, in OPEK!

Gratis met een cultuurkaart. 15 euro voor een standaardticket. Meer info: https://www.kuleuven.be/cultuur/uurkultuur/20220316_alleyesonopek

4. LEUVEN JAZZ

Van 10 tot 20 maart versiert Leuven Jazz de stad. Het festival valt te beluisteren met straffe concerten in de Schouwburg, te bekijken in Cinema ZED met onder andere een Coltraine-documentaire en een fictiefilm over Billie Holiday en te beleven op verschillende gratis huiskamerconcerten op de slotzondag. De Amerikaanse toppianist Fred Hersch is dit jaar artist in residence en studenten van de LUCA jazz-opleiding bieden op verschillende dagen een repertoire aan rond een icoon of thema uit de jazz-geschiedenis.

2 euro korting op alle prijzen met je cultuurkaart! Meer info  https://www.leuvenjazz.be/nl

5. HOOR – DE LUYSTERAVONDEN

Tot slot kan je de komende 5 zondagavonden de wondere wereld van audio en audioverhalen ontdekken! Elke zondagavond presenteert Het nieuwstedelijk samen met podcastnetwerk Luyster sterk audiowerk tijdens Hoor-luysteravonden. Kom tussen 6 maart en 3 april samen luisteren naar mooie en begeesterende audioverhalen in OPEK.

Gratis duotickets zijn te winnen via KU Leuven Cultuur. Korting met je cultuurkaart. Meer info: https://www.30cc.be/nl/programma/item/hoor—de-luysteravonden-van-het-nieuwstedelijk

She’s her(e)

Genen. Gen-en. Alsof het ‘niksen’ betekent. In feite bepaalt het alles: wie we zijn. Auteur, columnist en moeder Dalilla Hermans onderzoekt in haar eerste theaterstuk ‘Her(e)’ de pijn die zwarte vrouwen in België meedragen, maar ook de onvoorwaardelijke vreugde die tussen hen leeft. Actrice Abigail Abraham vertelt hun verhaal. Altijd onverbloemd. Altijd bij de keel grijpend.

Het is vijftien februari in het Wagehuys in Leuven. Ook hier gaat de tijd immers vooruit, al zou je je na de voorstelling kunnen afvragen of mensen dit wel weten. Of ze wel weten dat ze erin mee mogen gaan. Misschien weten ze het wel, maar verzetten ze er zich koppig tegen, dat kan ook. In ieder geval zijn er een 150 tal mensen die vanavond bewust de confrontatie opzoeken. Gelukkig maar.

 ©Harmony Benegusenga

We zien onszelf immers in grote, voornamelijk rechthoekige, spiegels met oude, goudkleurige omkaderingen. De figuurlijke spiegels volgen pas later. Zwarte actrice Abigail Abraham kijkt verveeld toe naar het witte publiek, met haar huid als onbewerkte boetseerklei, liggend in een azuurblauwe zetel die zich laat bedekken door een deken dat doet denken aan vers geperste appelsienen in de zomer. In haar monoloog vraagt Abigail ons iets meer kleurenblind te zijn, maar de prachtige, symbolische contrasten in het decor benadrukken hoe gevoelig we voor kleur zijn.

Bosklasse, maar dan inclusief

Het zachte gezang op de achtergrond gaat over in geprojecteerde beelden van een lachende en dansende groep zwarte vrouwen. Eenendertig om precies te zijn. Dalila Hermans nodigde deze artiesten, actrices en activisten 24 uur uit in Villa Hellebosch om het te hebben over hun ervaringen als zwarte vrouwen in een witte wereld. Overal bekeken, nergens gezien.

De beelden, die nu het hele decor overmeesteren, trekken ons eerst mee in hun vreugdevol verhaal. Ook een dag na Valentijn mag liefde de overhand nemen. De vrouwen halen zichtbaar veel geluk uit de verbinding met elkaar en Abigail glimlacht luidop en vraagt zich af of het mag, zo dansen. ‘Natuurlijk mag dat niet!’, beantwoordt ze zichzelf. De sfeer slaat om en de pijn die deze vrouwen elk moment met zich meedragen, wordt op een pakkende manier steeds zichtbaarder gemaakt.

Don’t tell me I’m magic

‘Don’t tell me I’m magic if that’s all you’re willing to do’. Even later vraagt de actrice ons bijna wanhopig door een megafoon om niet meer aan haar afrohaar te zitten, onze zongebruinde huid na een vakantie niet te vergelijken met de hare en al zeker niet te denken dat we haar na onze reis naar Afrika begrijpen. ‘Luister dan!’. Ze zegt het drie keer, het publiek blijft stil. En wit. Abigail slaagt er op meesterlijke wijze in om met haar mimiek en intonatie een verhaal op zich, naast de tekst te creëren. De kwaadheid is bijna tastbaar en ze laat ons voelen dat dit geen monoloog is, maar een dialoog met ons, met de samenleving. ‘Waar zijn jullie?’

Her(e) speelt op een onverwachte manier ook met het licht in de zaal. Spots waar de zwarte vrouw niet in wil staan, verlichten haar desondanks. Haar aanwezigheid is een statement. Ook na de activistische scène met de megafoon volgt verdriet, maar een spot die gericht blijft op de megafoon toont dat haar strijd niet gedaan is. Ondanks haar onmacht moet ze blijven uitleggen waarom ook zij mens is, waarom ook zij geluk verdient. Ook hier nog, ook vandaag nog.

De aanhoudende danser wint

In de geprojecteerde filmfragmenten van het weekend in de villa verklaren haast alle vrouwen dat ze zich verbonden voelen door de trauma’s die ze stuk voor stuk hebben meegemaakt. De gebeurtenissen mogen dan wel anders geweest zijn, de pijn was het niet. Het verlangen naar de verbinding en hun lange zoektocht naar herkenbare verhalen doen ons beseffen dat er ook nog vandaag een grote eenzaamheid gepaard kan gaan met een gekleurde huid. Moeten we walgen van ons eigen, witte spiegelbeeld dat daar zo prominent in het decor aanwezig is? Vast niet. Maar Her(e) maakt ons wel (nog eens) duidelijk dat we moeten luisteren, en samenleven. Echt samenleven, zonder onderscheid.

Here Beeld2 Web
©Manoe Sunkwa

Eindigen doet Her(e) opnieuw al dansend. Na wat vertwijfelend schoenwitsel op haar hand uit te proberen, laat Abigail horen dat ze weet wie ze is en er ook trots op is. De eivormige, rieten mand die de actrice al de hele voorstelling achter zich sleurt, neemt ze nu zelfzeker vast. Ze herrijst als zonnekind, als zondagskind, als dochter van haar voorouders en als voorbeeld voor de toekomstige generatie zwarte vrouwen in België. Zij is hier. Zie haar. Zij is hier.

De manier waarop Her(e) omgaat met het feit dat onze genen in zoveel opzichten onze levens determineren klinkt aangrijpend, liefdevol, kritisch, begripvol, maar vooral strijdvaardig: ‘silence is violence‘, bevestigt iemand uit het publiek achteraf. De evenwichtige afwisseling tussen filmprojecties, tekst en zang kan gezien worden als een poging om de boodschap op alle mogelijke manieren duidelijk te maken. Een zeer geslaagde poging, wat mij betreft. Een viering van de zwarte vrouw, een ode aan de kleurenblindheid.

“Hitler is dead, I repeat, Adolf Hitler is dead”

“Mensen moeten in staat zijn
Een verschil te maken
Tussen goed en kwaad
Ook
Als ze helemaal alleen zijn
Niemand nog kunnen vertrouwen
Als ze op niks anders kunnnen terugvallen
Dan hun eigen oordeel”

© Boumediene Belbachir

Stijn Devillé herneemt 12 jaar na datum zijn stuk Hitler is Dood. Met een bijna identieke cast waagt hij er zich eraan een beklijvende brok geschiedenis tot leven te brengen. In dit geval niet de oorlog zelf, maar van wat er na een oorlog moet gebeuren. Van een complete puinhoop waaruit een poing tot gerechtigheid wordt geïmproviseerd. Dat waren de Nurenbergprocessen, die plaatsvonden tussen november 1945 en oktober 1946 in de gelijknamige stad. Oktober 2021 telde de 75ste verjaardag van het einde van dit historisch proces, eveneens de reden voor de herneming van het stuk.

Als God stierf in de loopgraven deed hij dat ook in de concentratiekampen; de gruwel die Hitler en zijn trouwste gezanten achterlaten na hun vlucht in de dood is ongezien. Maar dan. Hoe berecht je een van de grootste genocides van de geschiedenis? Hoe kan je als overwinnaar objectief schuld en onschuld van elkaar scheiden? Hoe baken je het verschil af tussen individuele en collectieve verantwoordelijkheid? Een uitmuntende cast rijgt deze grote vraagstukken op sublieme manier aan elkaar. Een ijzersterke Tom Van Bauwel speelt Göring – Hitler’s tweede hand – met een overweldigende menselijkheid en flair waardoor het kwaad toch een behappelijk gezicht krijgt. Ook Pieter Gernard staat vlekkeloos als de jonge aanklager Dodd West en Warre Borgmans geeft twee heel verschillende rollen adem zoals alleen hij het kan. Het kleine vleugje romatiek in het stuk blijft (gelukkig) op de achtergrond en neemt niet te veel focus weg van de centrale vraagstukken en de beklaagdenbank waarop nazikopstukken (vertolkt door onder meer Jos Geens, Dirk Buyse en Kris Cuppens) hun vonnis afwachten.

Tom Van Bauwel als Hermann Göring © Boumediene Belbachir

De enscenering van het stuk toont bovendien hoe subtiele ingrepen op scène hun vruchten afwerpen. Het is mooi hoe de vele stapels papier in de rechtzaal allemaal blanco blijken te zijn, hoe de acteurs getypte zinnen aflezen en randnotities nemen op lege pagina’s. Om haast te zeggen: hier zijn geen woorden voor. Probeer wat hier gebeurd is, maar eens onder te brengen in welomlijnde en bevatbare zinnen, aanklachten en strafmaten. Ook de keuze om een deel van de toeschouwers met een koptelefoon op scène laten zitten, is een slimme verwijzing naar oud beeldmateriaal waarin dezelfde opstelling te zien is.

Dat het een hoog staaltje aan muziektheater is, bewijst ook de allesomvattende soundscape van het stuk, tegelijk één van de krachtige handelsmerken van Het nieuwstedelijk. Spel en klank vormen samen een overtuigende compositie waardoor de voorstelling gekenmerkt wordt door een geniale muzikaliteit. Het publiek is getuige van een naadloze en haast onzichtbare, maar toch zeer bewuste samenwerking tussen muzikant en acteur. Het muzikantentrio op scène vormt de subtiele ruggesteun van het stuk die net dat laagje extra volume geeft aan zowel de personages als hun stiltes en die drie uur doet aanvoelen als te weinig.

Het is geen wonder dat Stijn Devillé met dit stuk de Toneelschrijfprijs in 2009 won. Hij slaagde erin een voldragen theaterstuk te maken dat een indringende evenwel genuanceerde blik werpt op oorlog, moraliteit en verantwoordelijkheid. Een stuk dat zowel de taal van de overwinnaar als de verliezer spreekt met haast dichterlijke kunde. Hitler is dead, I repeat, Adolf Hitler is dead is monumentaal muziektheater voor de ziel, het oog én het oor.

Zaterdag 4 december 2021 staat deze voorstelling voor de laatste keer op de planken in de Stadsschouwburg in Leuven. Ga lastminute en neem je studentenkaart mee; zo weet je misschien nog lastminute tickets te bemachtigen met 50% korting!

Modderstroom van metamorfoses

Een Sumerische oppergodin in een witte jurk, zeven onstuimige jonge dansers, en een beeldhouwer met een hoop klei, haren en rode verf. Met die ingrediënten boetseert Wim Vandekeybus een totaalkunstwerk van dans, sculptuurperformance, soundscapes en video in zijn recentste voorstelling Hands do not touch your precious Me. Het resultaat is een fascinerende danse macabre die heen en weer slingert tussen levenslustig en grimmig, maar vooral een feest is voor al je zintuigen.

Het succesverhaal van Precious Me begon toen de Spaans-Brusselse componiste Charo Calvo choreograaf Wim Vandekeybus introduceerde tot een oeroude mythe waarin een vrouwelijk personage een heen-en-terugticket krijgt richting onderwereld. Niet Orpheus en Eurydice, maar een 1500 jaar oudere, matriarchale voorloper ervan: de Sumerische mythe over de liefdesgodin Inanna (hier vertolkt door Lieve Meeussen). Ze daalt af naar de onderwereld om haar evil twin, de godin Ereshkigal, van de troon te stoten. Voor die laatste rol ging Vandekeybus aankloppen bij de Franse beeldhouwer-performancekunstenaar Olivier De Sagazan, die de hele voorstelling lang vooraan op het podium aan de slag is met een homp klei. De Me uit de titel refereert naar zeven waarden en talenten die de mens tot mens maken. Die muzen avant la lettre worden vertolkt door zeven jonge dansers met alle mogelijke huidskleuren en genderexpressies, die rond Meeussen en De Sagazan heen zwermen als kleurrijke parels in een kaleidoscoop.

Dat Vandekeybus een briljant beelddenker is, blijkt uit de fotogenieke constellaties van dansers die elkaar aan een razend tempo opvolgen, knap ondersteund door de hypnotiserende soundtrack van Charo Calvo. Er passeren taferelen de revue die doen denken aan reliëfs uit Romeinse triomfbogen, maar evengoed aan de rondedans van Matisse of de gesluierde kus van Magritte. Net wanneer je denkt dat die lawine van beelden al intrigerend genoeg is, haalt Vandekeybus nieuwe visuele middelen tevoorschijn uit zijn trukendoos. Een houten paneel dat eerst nog een zwart gat op de scène was, bombardeert zich plots tot een scherm. Daarop projecteren de performers livebeelden van een camera die ze op het podium aan elkaar doorgeven, om elkaar instagramstory-gewijs in beeld te brengen. De hoop klei van De Sagazan vermengt zich met rode verf, een bos haren, en smeert zich stap voor stap uit over alle dansers, totdat zelfs een onverwacht vuurtje zijn entree maakt. Elk moment waarop de versnelling plots hoger wordt geschakeld, doorbreekt wanden op het podium waarvan je niet eens wist dat ze bestonden.

Bovendien is de klei een interessante sleutel tot een heleboel contradicties. Het materiaal wordt gretig ingezet om de verschillen tussen elk mens op de scène te doen vervagen. Een scène waarin een hele rij dansers zichzelf als het ware verstikt met klei op hun gezicht, grijpt het meest naar de keel. Maar uit de aarde ontspruiten vooral nieuwe individuen: de kleicreaties van De Sagazan knipogen zowel naar het half-menselijke-half-dierlijke fantasiebeeld van de centaur als naar drag-make-up. Je kan het lezen zoals je wil: als een nederige reminder dat ieder van ons op een dag tot stof zal wederkeren, of als ode aan ons grenzeloze recht op zelfexpressie.

Door de overdaad aan thema’s die de Inanna-mythe aanreikt, raakt mijn hoofd bij momenten even verstopt met filosofische reflecties als de doucheputjes in de 30CC-backstage met slijk, waarschijnlijk. Maar wanneer ik er dieper over nadenk, betekent dat allerminst dat de thematiek verzandt in de verpakking. Precious Me is geen hapklaar manifest van onze condition humaine, maar eerder een prikkelende koortsdroom waarna je je nog probeert vast te grijpen aan flarden van gedachtengangen, als je uitgezweet en uitgeslapen wakker wordt. Met een nuchter hoofd begin je je allerlei vragen te stellen. Is het verschil tussen goed en kwaad wel zo zwart-wit als we denken? Is het soms gerechtvaardigd om geweld te gebruiken? Zijn we wel gemaakt om te moeten leven met autoriteit? Al bij al blijf je achter met een louterend, hoopvol beeld van wat generaties mensen met elkaar verbindt, dat na een hectisch coronajaar even je vertrouwen in de samenleving weet te herstellen. En aantoont dat het meer dan oké is om onderweg – pun intended – maar wat aan te modderen.

Hands do not touch your precious Me was op maandag 11 en dinsdag 12 oktober te zien in 30CC. De volledige speellijst vind je hier.

JazzUUR KULTUUR: Leuven Jazz Festival

Het drie-urig UUR KULTUUR van deze maand werd vertolkt door vier heel anders uitziende pareltjes van de jazzscène van vandaag. Cinema Paradisio, Antoine-Pierre, Fred Hersch en een blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout klonken samen als het prachtige openingsconcert van het Leuven Jazz Festival dit jaar. Muzikale weken als de deze maken je verlangen naar een zomer vol live muziek zo mogelijk nog groter. Maar hoewel het gemis van de sfeer en tastbare vrijheid van de muzikanten blijft, moest een online alternatief niet onderdoen. Het innemende gebouw van de stadsschouwburg en mysterieuze verlichting schept een sfeer van intimiteit die je de hele avond bevangt. Vier verschillende optredens, vier verschillende reizen: het openingsconcert van Leuven jazz was er één om spontaan van te moeten glimlachen, zo’n glimlach die je nog een paar dagen met je meedraagt.

De lange, veelzijdige reis die deze avond is, begint met Cinema Paradisio. Het Belgische trio met Kurt Van Herck (sax), Eric Thielemans (drums) en Willem Heylen (gitaar) werkte voor hun nieuwste album samen met toetsenist Jozef Dumoulin en nodigt hem ook voor dit concert uit als gastpianist. De keuze voor Dumoulin levert prachtige creaties op die je elke keer weer op de juiste momenten weten verrassen. Als je je ogen sluit zou je je op zee kunnen wanen, meegenomen door de golvende pianoklanken en de warme saxofoonklank als de zon op je huid. De muzikanten hebben elk zo’n eigen geluid, zo’n andere, mooie rol in het geheel, dat het samenspel je elke keer in een andere soort sfeer brengt. De ene keer gaat je aandacht voluit naar de rijke kleuren van de elektrische gitaar, daarna kan je enkel nog luisteren naar de meeslepende ritmes van de drummer. Maar allemaal nemen ze je mee over de golven, allemaal laten ze je proeven van hun vrijheid enerzijds en de rust anderzijds.

© Bache Jespers

Van atmosferische klanken naar een ijzersterke beat. De concertfilm schrikt niet van een abrupte stijlwissel, want het volgende concert in de rij wordt verzorgd door Antoine-Pierre. De creatieve drummer en bandleader van Urbex heeft nu ook een soloproject (VAAGUE) opgestart waarin hij zich helemaal laat gaan met een uitgebreide drumkit, elektronische soundscapes en fragmenten uit bekende speeches. De veelheid aan geluiden en in elkaar gewoven ritmes en klanken doen je vol ongeloof en bewondering naar de jonge drummer kijken, maar laten je tegelijkertijd meteen zin krijgen om te dansen. Antoine-Pierre vermengt zijn virtuositeit probleemloos met aanstekelijke grooves. Voor mensen als hem kan je een nieuw genre uitvinden, al zal dat waarschijnlijk nog altijd tekort doen aan de veelzijdigheid en creativiteit van zijn muziek. Zo is er een geluidsfragment dat hij gebruikt waarin een interviewer met een frans accent vraagt: ‘Yout pretend that you play modern jazz?’. Antoine-pierre laat duidelijk merken dat hij niet van hokjes houdt en vooral zijn eigen, vernieuwende stem het woord wil geven.

“Legendarische jazztrio’s bij de vleet natuurlijk maar dat van Paul Motian, Joe Lovano en Bill Frisell blijft tot de verbeelding spreken. Om zich te wagen aan hun repertoire en aanpak moet je van goeden huize zijn en vooral voldoende persoonlijkheid hebben. Geen probleem wat dit trio betreft.” (Jazzenzo over Cinema Paradisio)

De derde muzikant valt een beetje uit het rijtje. Met zijn oudere leeftijd, repertoire vol standards en zijn Amerikaanse roots is Fred Hersch de uitzondering en meteen ook de buitenlandse headliner op Leuven Jazz dit jaar. Verschillende standards passeren de revue, maar ook nieuwe composities voor zijn album ‘Songs from home’ komen aan bod, allemaal in de typische, gekende stijl van Fred Hersh natuurlijk. Van ballads als ‘This is Always’ tot bekende Strayhorn composities als ‘Upper Manhattan Medical Group’ : allemaal worden ze bekeken vanuit zijn innovatieve, virtuoze bril. Gedurende 70 minuten laat hij het beste van zichzelf horen en dompelt hij je helemaal onder in zijn poëtische speelstijl. Een aangenaam ‘thuiskomen’ tussen de meer experimentele andere groepen van deze avond.

© Tracey Yarad (Soapbox Gallery)

Als kers op de taart is er tot slot nog de blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout. Twee kersen dus, allebei vrouwelijk, allebei meesterlijke improvisators. De twee artiesten ontmoetten elkaar voor het eerst op het podium, maar je zou denken dat ze elkaar lang geleden al ontmoet hebben ergens in een heel andere, mystieke wereld waarin ze beiden vaak rondlopen als ze onze wereld even kwijt willen. De combinatie van de twee unieke persoonlijkheden en de sferische, clair-obscure-achtige verlichting maken het een magisch optreden. De volle tromboneklanken van Nabou Claerhout passen enorm goed bij de soundscapes en fragiele zang van Lynn Cassiers. Laten we hopen dat deze blind date zal zorgen voor meer dates, liefst veel meer.

Leuven Jazz Festival: 19 t.e.m. 28 maart op verschillende (online) locaties in Leuven, gratis te beluisteren met cultuurkaart.

Interview over de liefde met cabaretkoppel Grof Geschud

Hij komt uit het Vlaamse Zoersel, zij uit het Nederlandse Dinxperlo. Lander Severins (23) en Myrthe van Velden (24) leerden elkaar in 2014 kennen tijdens hun cabaretopleiding in ’s-Hertogenbosch in Nederland. Sinds 2019 treden ze op als het cabaretduo Grof Geschud. Een interview over hun debuutvoorstelling LIJMEN, maar vooral over hun liefde voor elkaar.

Lander en Myrthe tijdens hun voorstelling LIJMEN.
© Jaap Reedijk

Jullie debuutvoorstelling LIJMEN gaat over de liefde in al haar geuren en kleuren, van jonge tot oude liefde. Hoe zijn jullie op dit onderwerp gekomen?

Myrthe: ‘Dat was een beetje via onze regisseur, Raf Walschaerts (Kommil Foo). We hadden Raf gevraagd om regisseur te zijn voor onze afstudeervoorstelling. Toen hij ons materiaal bekeek, zei hij dat in al onze teksten onze liefde zit. Dat verbaasde ons. “Nee, het gaat gewoon over een oud koppel”, zeiden we. Maar Raf was zeker. “Dit gaat wel over jullie, het is jullie liefde die ervan afstraalt”, zei hij.’

Lander: ‘We zijn dat dan veel meer gaan onderzoeken, waardoor het opeens veel te privé werd, als een soort van therapietheater. (lacht) Uiteindelijk hebben we van dat persoonlijke wel iets universeels kunnen maken. We zijn eigenlijk begonnen vanuit een fascinatie voor oude liefdes. Hoe oude mensen naar liefde kijken, maar ook angst hebben om alleen achter te blijven. Zo ging het dan per ongeluk over onze eigen liefde, over onze angsten en verlangens. En hoe die soms wel en niet stroken met elkaar.’

Wat strookt dan bijvoorbeeld soms niet?

Myrthe: ‘Waar we achter zijn gekomen is dat Lander en ik een heel ander hechtingspatroon hebben. Dat was vooral in het begin van onze relatie. We zijn nu drie en half jaar samen. Ik ben iemand die als ze eenmaal beetheeft niet meer loslaat. Lander is iemand die heel graag wil, maar wegduwt als het te dichtbij komt. Dat constant afstoten en aantrekken was best onhandig.’

Lander en ik hebben een heel ander hechtingspatroon. Ik laat niet meer los eens ik beetheb, terwijl hij dan net wegduwt.

Aardappel in envelop

Zorgt het samen werken als koppel nooit voor wrevel?

In koor: ‘O jawel!’

Myrthe: ‘We waren eerst een duo en dat ging super goed. Toen werden we ook een koppel en dat is erg zoeken geweest. Wanneer houd je op met werken en wanneer ben je weer een koppel? Dat was moeilijk, maar ik heb het gevoel dat we elkaar daar steeds beter in leren kennen.’

Lander: ‘Drie jaar geleden hadden we op een avond tussen verschillende voorstellingen echt vlammende ruzie. We stonden in een line-up om vier keer een kwartier te spelen voor een publiek dat van plaats wisselt. Tussen die wissels waren we ruzie aan het maken. We kwamen toen langs verschillende kanten het podium op. Vanuit de coulisses wierpen we elkaar kwade blikken toe. Eens de voorstellingen waren gespeeld, was het wel weer helemaal oké.’ (lacht)

Wat is het gekste dat jullie al voor elkaar gedaan hebben?

Lander: ‘Myrthe was ooit voor een maand naar Zuid-Afrika en toen heb ik de zolder van mijn ouders verbouwd tot een appartement. We waren toen eigenlijk net uit elkaar. Het was een soort ultieme poging om haar terug te winnen.’

Myrthe: ‘Alles wat ik nu ga zeggen, kan daar niet tegenop! Ik heb nog nooit echt iets geks gedaan voor Lander, denk ik. Ik heb wel een keer een aardappel in een envelop gestopt en daar ‘potato’ opgeschreven. Lander dacht natuurlijk dat hij een cadeautje kreeg. Helaas.’ (lacht)

Eerst waren we een duo en dan een koppel. Dat is erg zoeken geweest.

Eeuwige liefde

In jullie voorstelling hebben jullie het over de sleur die in een relatie kan sluipen. Is dat iets waar jullie zelf ook bang voor zijn?

Myrthe: ‘Ik niet per se, maar het is wel een angst die je bij veel mensen hoort. Dus ik denk dat we daar heel erg mee hebben gespeeld. Het mag niet vanzelfsprekend worden. Dat is wel een angst die er heerst, denk ik.’

Lander: ‘De voorstelling draait inderdaad rond die vraag. Dat was bij ons allebei wel een thema. Bij mij was het vooral de angst van “O dit is liefde, ik vind het fantastisch, maar ditzelfde voor de komende zestig jaar? Dat is wel heftig.” Dat gaat voor mij altijd een belangrijk thema blijven.’

Geloven jullie dan in eeuwige liefde? Jonge mensen lijken daar steeds minder in te geloven.

Myrthe: ‘Ik vind het geweldig, terugkomend op oude koppels, om die mensen gelukkig te zien. Lander en ik kunnen gewoon huilen van twee oude mensen samen op een bankje te zien zitten. Dat is zo mooi. Dus ik geloof wel dat het bestaat, maar je moet veel geluk hebben en er ook hard voor werken.’

Lander: ‘Ik denk dat het beeld waar Myrthe het over heeft er net voor zorgt dat onze generatie en die van onze ouders zo weinig geloven in eeuwige liefde. Ik denk dat wat wij nu bijvoorbeeld met elkaar delen dichter aanleunt tegen wat eeuwige liefde zou kunnen worden genoemd. Vroeger was liefde meer gebaseerd op wederzijds respect dan op wat de generatie van onze ouders ervan heeft gemaakt, denk ik. Voor die generatie ontpopte liefde zich tot een onvoorwaardelijk bonzend hart. Terwijl ik denk dat liefde eerder iets is als: Ik verbouw nu al een week de badkamer. Myrthe leest al een week een boek. ’s Avond om zes uur zeggen we tegen elkaar “Hebben wij elkaar eigenlijk al gekust vandaag?” Het is net die vanzelfsprekendheid zonder dat je ze voor lief neemt.’

Door het coronavirus zijn alle voorstellingen van Grof Geschud in Nederland en Vlaanderen uitgesteld. Ook de voorstelling van 17 maart in 30CC/Wagehuys werd uitgesteld. De voorstelling is ondertussen verplaatst naar woensdag 9 december 2020. Lander en Myrthe zitten momenteel zeker niet stil. Op hun YouTubekanaal vind je hun reeks “Taboox” over jongeren en taboes terug. Binnenkort verschijnen er ook vlogs.

Voorstelling LIJMEN van Grof Geschud: 9 december 2020 | Korting voor Cultuurkaarthouders

Minimal music, maximal beauty: het maximale uit minimalistische muziek

Onder leiding van dirigent Dirk van Moortsel bracht Young Belgian Strings, een strijkorkest samengesteld uit studenten van verschillende Belgische conservatoria, een programma dat nagenoeg de gehele geschiedenis van de minimalistische muziek besloeg. In de Schouwburg werden zij bijgestaan door pianist Julien Libeer en violist Lorenzo Gatto.

De avond ving aan en eindigde met twee enigszins oppervlakkige werken van de alom bekende Ludovico Einaudi, respectievelijk Primavera en I giorni. Daarna volgde het wondermooie liturgische en weemoedige Fratres van de Estse componist Arvo Pärt. De virtuoze contemplatie van Gatto zette onmiddellijk de toon voor de gehele uitvoering. De allerhoogste, bijna snijdende, vioollijnen werden op onberispelijke wijze vertolkt, waarbij het evenwicht tussen de solopassages van de eerste violist en de begeleiding van het orkest geen moment aan de aandacht ontsnapte.

Ook hedendaagse componisten binnen de minimalistische traditie werden gehuldigd, zo bracht Libeer een ingetogen vertolking van Said and Done van het Duitse wûnderkind Nils Frahm, waarbij de pianist schatplichtig bleef aan de originele uitvoering zonder daarbij improvisatie te schuwen.

Hierna trad Young Belgian Strings weer op de voorgrond met twee composities van Max Richter, met name Berlin by overnight en November. De violen die hoogste partijen voor hun rekening namen, deden ogenblikkelijk denken aan de buitenaardse klankkleur van een Ondes Martenot.

Fyrsta uit Living Room Songs (2011) van de Iislandse componist Olafur Arnalds leidde tot een volgende culminatie, waarbij Libeer het voortouw nam. Geleidelijk aan deed Gatto zijn intrede en naar het einde toe werd de melodie aangedikt door het volledige orkest. Fyrsta ging nagenoeg direct over in Echorus van Philip Glass, waarbij tegentijden en melodie op een schitterende manier verweven geraakten met elkaar.

Gedurende 75 minuten richtte Young Belgian Strings, bijgestaan door Libeer en Gatto, zich moeiteloos tot alle uithoeken van de minimalistische traditie om er vervolgens het maximale uit te putten. Keer op keer toonde het muzikale gezelschap zich bij machte om de emotionaliteit van de composities over te dragen naar het publiek.

Minimal music, maximal beauty in de Schouwburg op 07/03.

Focus op modern klassiek: drie hedendaagse interpretaties van een klassiek instrument

Het openingsnummer van Brian Eno’s Music for Airports (1978) kon nagenoeg betere introductie zijn voor een avond gewijd aan moderne klassieke muziek.

De Canadees Jean-Michel Blais presenteerde als eerste van de drie acts zijn tweede studioalbum Dans Ma Main (2018) in de Schouwburg. Naast de vertrouwde piano maakte hij ook gebruik van samples en loops, die hij manipuleerde via twee midi-controllers, aangestuurd door Ableton. Igloo was hier een treffend voorbeeld van: Blais liet zich hier naar eigen zeggen voor inspireren door de hevige sneeuwval in Quebec. Het nummer alterneerde  tussen weemoedige pianomelodieën, stuwende bassen en etherische samples.

Zijn liefde voor de bioloog en televisiemaker David Attenborough liet hij ook niet onopgemerkt. De Canadese pianist had een stuk uit een interview  gesampled waarin de Brit antwoordde op de vraag of hij al dan niet gelooft in God. Hiervoor verwees hij naar termieten, dieren ‘die ook niet kunnen zien’. Hoewel hij diens toestemming niet had, bracht Blais toch de volledige versie van het nummer Blind, inclusief de sample van Attenborough.

Het titelnummer Dans Ma Main was een ode aan boegbeeld John Cage, die het concept van ‘prepared piano’ mee vormgaf: voor deze techniek legt de muzikant iets op de snaren van de piano, gaande van huishoudelijke objecten tot zijn of haar eigen vingers. Ook hier maakte Blais gebruik van strijkers via zijn midi-controllers om een ‘larger than life’ gevoel op te wekken.

In het tweede luik stelde pianist Wouter Dewit zijn tweede album Here (2019) voor, bijgestaan door een drummer, die tevens de elektronica aanwendde en occasioneel basgitaar speelde, een violiste en zijn producer, die de cellopartijen zong. In deze eerder ongewone opstelling stond het pianospel van Dewit nog steeds centraal, maar de juxtapositie tussen de analoge elektronica en de snerende zang- en vioolpartijen voorzag de langgerekte composities van een unieke klankkleur.

De Nederlandse harpist Remy van Kesteren mocht de avond afsluiten met zijn solo performance, waarmee hij zijn sublieme album Shadows (2019) voorstelde. Ondersteund door psychedelische visuals en robuuste elektronica blies hij oude klassieke composities nieuw leven in met een sterke meditatieve boventoon. Zijn cover van Radiohead’s breekbare Daydreaming van A Moon Shaped Pool (2016) was eerder gewaagd, aangezien het arrangement voor één instrument de schoonheid van het meerledige nummer tevergeefs reduceerde. Tot slot toonde van Kesteren zich met het slaapliedje waarmee hij zich een laatste maal tot zijn publiek wendde, zich compositorisch wederom van zijn sterkste kant.

Met deze editie van Focus op modern klassiek voorzag 30CC een podium voor drie hedendaagse interpretaties van een klassiek instrument.

Focus op modern klassiek in de Schouwburg op zaterdag 30 november.

 

Catrin Finch & Seckou Keita: een symbiose van de klassieke traditie en West-Afrikaanse ritmes

Mundus Trio mocht de openingsact voor deze avond in de Schouwburg op zich nemen. Het gezelschap bracht een symbiose van de verschillende muzikale tradities waar de  drie leden schatplichtig aan zijn, wat zich tevens toonde in de bezetting: Osama Abdulrasol speelde qanun, oftewel hakkebord, Sjahin During percussie en Lode Vercampt cello.

Het trio opende met een solopartij voor Abdulrasol, waarmee hij het publiek vertrouwd maakte met het instrument uit het vroegere Mesopotamië. Uitgesponnen arpeggio’s en de nasaal klinkende halve tonen die zorgen voor de typerende oosterse toets kenmerkten de ouverture. Nadat de Irakees gedurende enkele minuten zijn virtuositeit tentoon had gesteld, vielen During en Vercampt hem bij.

Aanvankelijk schaarde de cellist zich achter een louter begeleidende rol, maar naarmate de nummers vorderden, etaleerde de Nederlander in toenemende mate zijn muzikaliteit, waarbij hij zelfs sporadisch de eerste partij op zich nam. Zo ontsprong er gedurende de improvisatie een levendige dialoog tussen Vercampt en Abdulrasol, waar During met zijn percussie diepgang aan gaf.

Na de pauze begaven Catrin Finch en Seckou Keita zich op het podium. De samenwerking tussen deze twee muzikanten gaat terug tot zeven jaar geleden, wanneer Keita Toumani Diabate kwam vervangen voor enkele geplande concerten. Deze haakte af wegens de politieke instabiliteit in Mali.

In 2014 bracht het duo hun debuutalbum Clychau Dibon uit dat ze twee jaar later presenteerden in een uitverkochte Predikherenkerk in Leuven. Donderdagavond stelden de harpiste en koraspeler in de Schouwburg hun tweede album Soar (2018) voor.

Finch en Keita brachten een symbiose van de klassieke traditie en Afrikaanse ritmes die een enorme vitaliteit uitstraalde. Deze culturele vermenging spiegelt zich ook af in de tracklist. Clarach verwijst naar Welshe visarenden die de overtocht maken naar West-Afrika om daar te overwinteren en nadien terugkeren. Terenga Bah is een morfeem van ‘gastvrijheid’ in het Wolof, een van de voertalen in Senegal, en ‘groot’ in Mandinka, een andere West-Afrikaanse taal. In dit nummer zong Keita tevens voor de eerste keer, die met zijn innemende stem de kora- en harppartijen aandikte.

1677 refereert aan het beginjaar van de Franse kolonisatie van West-Afrika, een herinnering die Keita indachtig wilde houden. Bach to Baisso is dan weer het resultaat van een poging om de Senegalees Bach te laten spelen op de kora. ‘We made our own thing out of it’, zo verduidelijkte Finch, en daar is het duo voortreffelijk in geslaagd.

Catrin Finch & Seckou Keita in de Schouwburg op donderdag 7 november.