JazzUUR KULTUUR: Leuven Jazz Festival

Het drie-urig UUR KULTUUR van deze maand werd vertolkt door vier heel anders uitziende pareltjes van de jazzscène van vandaag. Cinema Paradisio, Antoine-Pierre, Fred Hersch en een blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout klonken samen als het prachtige openingsconcert van het Leuven Jazz Festival dit jaar. Muzikale weken als de deze maken je verlangen naar een zomer vol live muziek zo mogelijk nog groter. Maar hoewel het gemis van de sfeer en tastbare vrijheid van de muzikanten blijft, moest een online alternatief niet onderdoen. Het innemende gebouw van de stadsschouwburg en mysterieuze verlichting schept een sfeer van intimiteit die je de hele avond bevangt. Vier verschillende optredens, vier verschillende reizen: het openingsconcert van Leuven jazz was er één om spontaan van te moeten glimlachen, zo’n glimlach die je nog een paar dagen met je meedraagt.

De lange, veelzijdige reis die deze avond is, begint met Cinema Paradisio. Het Belgische trio met Kurt Van Herck (sax), Eric Thielemans (drums) en Willem Heylen (gitaar) werkte voor hun nieuwste album samen met toetsenist Jozef Dumoulin en nodigt hem ook voor dit concert uit als gastpianist. De keuze voor Dumoulin levert prachtige creaties op die je elke keer weer op de juiste momenten weten verrassen. Als je je ogen sluit zou je je op zee kunnen wanen, meegenomen door de golvende pianoklanken en de warme saxofoonklank als de zon op je huid. De muzikanten hebben elk zo’n eigen geluid, zo’n andere, mooie rol in het geheel, dat het samenspel je elke keer in een andere soort sfeer brengt. De ene keer gaat je aandacht voluit naar de rijke kleuren van de elektrische gitaar, daarna kan je enkel nog luisteren naar de meeslepende ritmes van de drummer. Maar allemaal nemen ze je mee over de golven, allemaal laten ze je proeven van hun vrijheid enerzijds en de rust anderzijds.

© Bache Jespers

Van atmosferische klanken naar een ijzersterke beat. De concertfilm schrikt niet van een abrupte stijlwissel, want het volgende concert in de rij wordt verzorgd door Antoine-Pierre. De creatieve drummer en bandleader van Urbex heeft nu ook een soloproject (VAAGUE) opgestart waarin hij zich helemaal laat gaan met een uitgebreide drumkit, elektronische soundscapes en fragmenten uit bekende speeches. De veelheid aan geluiden en in elkaar gewoven ritmes en klanken doen je vol ongeloof en bewondering naar de jonge drummer kijken, maar laten je tegelijkertijd meteen zin krijgen om te dansen. Antoine-Pierre vermengt zijn virtuositeit probleemloos met aanstekelijke grooves. Voor mensen als hem kan je een nieuw genre uitvinden, al zal dat waarschijnlijk nog altijd tekort doen aan de veelzijdigheid en creativiteit van zijn muziek. Zo is er een geluidsfragment dat hij gebruikt waarin een interviewer met een frans accent vraagt: ‘Yout pretend that you play modern jazz?’. Antoine-pierre laat duidelijk merken dat hij niet van hokjes houdt en vooral zijn eigen, vernieuwende stem het woord wil geven.

“Legendarische jazztrio’s bij de vleet natuurlijk maar dat van Paul Motian, Joe Lovano en Bill Frisell blijft tot de verbeelding spreken. Om zich te wagen aan hun repertoire en aanpak moet je van goeden huize zijn en vooral voldoende persoonlijkheid hebben. Geen probleem wat dit trio betreft.” (Jazzenzo over Cinema Paradisio)

De derde muzikant valt een beetje uit het rijtje. Met zijn oudere leeftijd, repertoire vol standards en zijn Amerikaanse roots is Fred Hersch de uitzondering en meteen ook de buitenlandse headliner op Leuven Jazz dit jaar. Verschillende standards passeren de revue, maar ook nieuwe composities voor zijn album ‘Songs from home’ komen aan bod, allemaal in de typische, gekende stijl van Fred Hersh natuurlijk. Van ballads als ‘This is Always’ tot bekende Strayhorn composities als ‘Upper Manhattan Medical Group’ : allemaal worden ze bekeken vanuit zijn innovatieve, virtuoze bril. Gedurende 70 minuten laat hij het beste van zichzelf horen en dompelt hij je helemaal onder in zijn poëtische speelstijl. Een aangenaam ‘thuiskomen’ tussen de meer experimentele andere groepen van deze avond.

© Tracey Yarad (Soapbox Gallery)

Als kers op de taart is er tot slot nog de blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout. Twee kersen dus, allebei vrouwelijk, allebei meesterlijke improvisators. De twee artiesten ontmoetten elkaar voor het eerst op het podium, maar je zou denken dat ze elkaar lang geleden al ontmoet hebben ergens in een heel andere, mystieke wereld waarin ze beiden vaak rondlopen als ze onze wereld even kwijt willen. De combinatie van de twee unieke persoonlijkheden en de sferische, clair-obscure-achtige verlichting maken het een magisch optreden. De volle tromboneklanken van Nabou Claerhout passen enorm goed bij de soundscapes en fragiele zang van Lynn Cassiers. Laten we hopen dat deze blind date zal zorgen voor meer dates, liefst veel meer.

Leuven Jazz Festival: 19 t.e.m. 28 maart op verschillende (online) locaties in Leuven, gratis te beluisteren met cultuurkaart.

Interview over de liefde met cabaretkoppel Grof Geschud

Hij komt uit het Vlaamse Zoersel, zij uit het Nederlandse Dinxperlo. Lander Severins (23) en Myrthe van Velden (24) leerden elkaar in 2014 kennen tijdens hun cabaretopleiding in ’s-Hertogenbosch in Nederland. Sinds 2019 treden ze op als het cabaretduo Grof Geschud. Een interview over hun debuutvoorstelling LIJMEN, maar vooral over hun liefde voor elkaar.

Lander en Myrthe tijdens hun voorstelling LIJMEN.
© Jaap Reedijk

Jullie debuutvoorstelling LIJMEN gaat over de liefde in al haar geuren en kleuren, van jonge tot oude liefde. Hoe zijn jullie op dit onderwerp gekomen?

Myrthe: ‘Dat was een beetje via onze regisseur, Raf Walschaerts (Kommil Foo). We hadden Raf gevraagd om regisseur te zijn voor onze afstudeervoorstelling. Toen hij ons materiaal bekeek, zei hij dat in al onze teksten onze liefde zit. Dat verbaasde ons. “Nee, het gaat gewoon over een oud koppel”, zeiden we. Maar Raf was zeker. “Dit gaat wel over jullie, het is jullie liefde die ervan afstraalt”, zei hij.’

Lander: ‘We zijn dat dan veel meer gaan onderzoeken, waardoor het opeens veel te privé werd, als een soort van therapietheater. (lacht) Uiteindelijk hebben we van dat persoonlijke wel iets universeels kunnen maken. We zijn eigenlijk begonnen vanuit een fascinatie voor oude liefdes. Hoe oude mensen naar liefde kijken, maar ook angst hebben om alleen achter te blijven. Zo ging het dan per ongeluk over onze eigen liefde, over onze angsten en verlangens. En hoe die soms wel en niet stroken met elkaar.’

Wat strookt dan bijvoorbeeld soms niet?

Myrthe: ‘Waar we achter zijn gekomen is dat Lander en ik een heel ander hechtingspatroon hebben. Dat was vooral in het begin van onze relatie. We zijn nu drie en half jaar samen. Ik ben iemand die als ze eenmaal beetheeft niet meer loslaat. Lander is iemand die heel graag wil, maar wegduwt als het te dichtbij komt. Dat constant afstoten en aantrekken was best onhandig.’

Lander en ik hebben een heel ander hechtingspatroon. Ik laat niet meer los eens ik beetheb, terwijl hij dan net wegduwt.

Aardappel in envelop

Zorgt het samen werken als koppel nooit voor wrevel?

In koor: ‘O jawel!’

Myrthe: ‘We waren eerst een duo en dat ging super goed. Toen werden we ook een koppel en dat is erg zoeken geweest. Wanneer houd je op met werken en wanneer ben je weer een koppel? Dat was moeilijk, maar ik heb het gevoel dat we elkaar daar steeds beter in leren kennen.’

Lander: ‘Drie jaar geleden hadden we op een avond tussen verschillende voorstellingen echt vlammende ruzie. We stonden in een line-up om vier keer een kwartier te spelen voor een publiek dat van plaats wisselt. Tussen die wissels waren we ruzie aan het maken. We kwamen toen langs verschillende kanten het podium op. Vanuit de coulisses wierpen we elkaar kwade blikken toe. Eens de voorstellingen waren gespeeld, was het wel weer helemaal oké.’ (lacht)

Wat is het gekste dat jullie al voor elkaar gedaan hebben?

Lander: ‘Myrthe was ooit voor een maand naar Zuid-Afrika en toen heb ik de zolder van mijn ouders verbouwd tot een appartement. We waren toen eigenlijk net uit elkaar. Het was een soort ultieme poging om haar terug te winnen.’

Myrthe: ‘Alles wat ik nu ga zeggen, kan daar niet tegenop! Ik heb nog nooit echt iets geks gedaan voor Lander, denk ik. Ik heb wel een keer een aardappel in een envelop gestopt en daar ‘potato’ opgeschreven. Lander dacht natuurlijk dat hij een cadeautje kreeg. Helaas.’ (lacht)

Eerst waren we een duo en dan een koppel. Dat is erg zoeken geweest.

Eeuwige liefde

In jullie voorstelling hebben jullie het over de sleur die in een relatie kan sluipen. Is dat iets waar jullie zelf ook bang voor zijn?

Myrthe: ‘Ik niet per se, maar het is wel een angst die je bij veel mensen hoort. Dus ik denk dat we daar heel erg mee hebben gespeeld. Het mag niet vanzelfsprekend worden. Dat is wel een angst die er heerst, denk ik.’

Lander: ‘De voorstelling draait inderdaad rond die vraag. Dat was bij ons allebei wel een thema. Bij mij was het vooral de angst van “O dit is liefde, ik vind het fantastisch, maar ditzelfde voor de komende zestig jaar? Dat is wel heftig.” Dat gaat voor mij altijd een belangrijk thema blijven.’

Geloven jullie dan in eeuwige liefde? Jonge mensen lijken daar steeds minder in te geloven.

Myrthe: ‘Ik vind het geweldig, terugkomend op oude koppels, om die mensen gelukkig te zien. Lander en ik kunnen gewoon huilen van twee oude mensen samen op een bankje te zien zitten. Dat is zo mooi. Dus ik geloof wel dat het bestaat, maar je moet veel geluk hebben en er ook hard voor werken.’

Lander: ‘Ik denk dat het beeld waar Myrthe het over heeft er net voor zorgt dat onze generatie en die van onze ouders zo weinig geloven in eeuwige liefde. Ik denk dat wat wij nu bijvoorbeeld met elkaar delen dichter aanleunt tegen wat eeuwige liefde zou kunnen worden genoemd. Vroeger was liefde meer gebaseerd op wederzijds respect dan op wat de generatie van onze ouders ervan heeft gemaakt, denk ik. Voor die generatie ontpopte liefde zich tot een onvoorwaardelijk bonzend hart. Terwijl ik denk dat liefde eerder iets is als: Ik verbouw nu al een week de badkamer. Myrthe leest al een week een boek. ’s Avond om zes uur zeggen we tegen elkaar “Hebben wij elkaar eigenlijk al gekust vandaag?” Het is net die vanzelfsprekendheid zonder dat je ze voor lief neemt.’

Door het coronavirus zijn alle voorstellingen van Grof Geschud in Nederland en Vlaanderen uitgesteld. Ook de voorstelling van 17 maart in 30CC/Wagehuys werd uitgesteld. De voorstelling is ondertussen verplaatst naar woensdag 9 december 2020. Lander en Myrthe zitten momenteel zeker niet stil. Op hun YouTubekanaal vind je hun reeks “Taboox” over jongeren en taboes terug. Binnenkort verschijnen er ook vlogs.

Voorstelling LIJMEN van Grof Geschud: 9 december 2020 | Korting voor Cultuurkaarthouders

Minimal music, maximal beauty: het maximale uit minimalistische muziek

Onder leiding van dirigent Dirk van Moortsel bracht Young Belgian Strings, een strijkorkest samengesteld uit studenten van verschillende Belgische conservatoria, een programma dat nagenoeg de gehele geschiedenis van de minimalistische muziek besloeg. In de Schouwburg werden zij bijgestaan door pianist Julien Libeer en violist Lorenzo Gatto.

De avond ving aan en eindigde met twee enigszins oppervlakkige werken van de alom bekende Ludovico Einaudi, respectievelijk Primavera en I giorni. Daarna volgde het wondermooie liturgische en weemoedige Fratres van de Estse componist Arvo Pärt. De virtuoze contemplatie van Gatto zette onmiddellijk de toon voor de gehele uitvoering. De allerhoogste, bijna snijdende, vioollijnen werden op onberispelijke wijze vertolkt, waarbij het evenwicht tussen de solopassages van de eerste violist en de begeleiding van het orkest geen moment aan de aandacht ontsnapte.

Ook hedendaagse componisten binnen de minimalistische traditie werden gehuldigd, zo bracht Libeer een ingetogen vertolking van Said and Done van het Duitse wûnderkind Nils Frahm, waarbij de pianist schatplichtig bleef aan de originele uitvoering zonder daarbij improvisatie te schuwen.

Hierna trad Young Belgian Strings weer op de voorgrond met twee composities van Max Richter, met name Berlin by overnight en November. De violen die hoogste partijen voor hun rekening namen, deden ogenblikkelijk denken aan de buitenaardse klankkleur van een Ondes Martenot.

Fyrsta uit Living Room Songs (2011) van de Iislandse componist Olafur Arnalds leidde tot een volgende culminatie, waarbij Libeer het voortouw nam. Geleidelijk aan deed Gatto zijn intrede en naar het einde toe werd de melodie aangedikt door het volledige orkest. Fyrsta ging nagenoeg direct over in Echorus van Philip Glass, waarbij tegentijden en melodie op een schitterende manier verweven geraakten met elkaar.

Gedurende 75 minuten richtte Young Belgian Strings, bijgestaan door Libeer en Gatto, zich moeiteloos tot alle uithoeken van de minimalistische traditie om er vervolgens het maximale uit te putten. Keer op keer toonde het muzikale gezelschap zich bij machte om de emotionaliteit van de composities over te dragen naar het publiek.

Minimal music, maximal beauty in de Schouwburg op 07/03.

Focus op modern klassiek: drie hedendaagse interpretaties van een klassiek instrument

Het openingsnummer van Brian Eno’s Music for Airports (1978) kon nagenoeg betere introductie zijn voor een avond gewijd aan moderne klassieke muziek.

De Canadees Jean-Michel Blais presenteerde als eerste van de drie acts zijn tweede studioalbum Dans Ma Main (2018) in de Schouwburg. Naast de vertrouwde piano maakte hij ook gebruik van samples en loops, die hij manipuleerde via twee midi-controllers, aangestuurd door Ableton. Igloo was hier een treffend voorbeeld van: Blais liet zich hier naar eigen zeggen voor inspireren door de hevige sneeuwval in Quebec. Het nummer alterneerde  tussen weemoedige pianomelodieën, stuwende bassen en etherische samples.

Zijn liefde voor de bioloog en televisiemaker David Attenborough liet hij ook niet onopgemerkt. De Canadese pianist had een stuk uit een interview  gesampled waarin de Brit antwoordde op de vraag of hij al dan niet gelooft in God. Hiervoor verwees hij naar termieten, dieren ‘die ook niet kunnen zien’. Hoewel hij diens toestemming niet had, bracht Blais toch de volledige versie van het nummer Blind, inclusief de sample van Attenborough.

Het titelnummer Dans Ma Main was een ode aan boegbeeld John Cage, die het concept van ‘prepared piano’ mee vormgaf: voor deze techniek legt de muzikant iets op de snaren van de piano, gaande van huishoudelijke objecten tot zijn of haar eigen vingers. Ook hier maakte Blais gebruik van strijkers via zijn midi-controllers om een ‘larger than life’ gevoel op te wekken.

In het tweede luik stelde pianist Wouter Dewit zijn tweede album Here (2019) voor, bijgestaan door een drummer, die tevens de elektronica aanwendde en occasioneel basgitaar speelde, een violiste en zijn producer, die de cellopartijen zong. In deze eerder ongewone opstelling stond het pianospel van Dewit nog steeds centraal, maar de juxtapositie tussen de analoge elektronica en de snerende zang- en vioolpartijen voorzag de langgerekte composities van een unieke klankkleur.

De Nederlandse harpist Remy van Kesteren mocht de avond afsluiten met zijn solo performance, waarmee hij zijn sublieme album Shadows (2019) voorstelde. Ondersteund door psychedelische visuals en robuuste elektronica blies hij oude klassieke composities nieuw leven in met een sterke meditatieve boventoon. Zijn cover van Radiohead’s breekbare Daydreaming van A Moon Shaped Pool (2016) was eerder gewaagd, aangezien het arrangement voor één instrument de schoonheid van het meerledige nummer tevergeefs reduceerde. Tot slot toonde van Kesteren zich met het slaapliedje waarmee hij zich een laatste maal tot zijn publiek wendde, zich compositorisch wederom van zijn sterkste kant.

Met deze editie van Focus op modern klassiek voorzag 30CC een podium voor drie hedendaagse interpretaties van een klassiek instrument.

Focus op modern klassiek in de Schouwburg op zaterdag 30 november.

 

Catrin Finch & Seckou Keita: een symbiose van de klassieke traditie en West-Afrikaanse ritmes

Mundus Trio mocht de openingsact voor deze avond in de Schouwburg op zich nemen. Het gezelschap bracht een symbiose van de verschillende muzikale tradities waar de  drie leden schatplichtig aan zijn, wat zich tevens toonde in de bezetting: Osama Abdulrasol speelde qanun, oftewel hakkebord, Sjahin During percussie en Lode Vercampt cello.

Het trio opende met een solopartij voor Abdulrasol, waarmee hij het publiek vertrouwd maakte met het instrument uit het vroegere Mesopotamië. Uitgesponnen arpeggio’s en de nasaal klinkende halve tonen die zorgen voor de typerende oosterse toets kenmerkten de ouverture. Nadat de Irakees gedurende enkele minuten zijn virtuositeit tentoon had gesteld, vielen During en Vercampt hem bij.

Aanvankelijk schaarde de cellist zich achter een louter begeleidende rol, maar naarmate de nummers vorderden, etaleerde de Nederlander in toenemende mate zijn muzikaliteit, waarbij hij zelfs sporadisch de eerste partij op zich nam. Zo ontsprong er gedurende de improvisatie een levendige dialoog tussen Vercampt en Abdulrasol, waar During met zijn percussie diepgang aan gaf.

Na de pauze begaven Catrin Finch en Seckou Keita zich op het podium. De samenwerking tussen deze twee muzikanten gaat terug tot zeven jaar geleden, wanneer Keita Toumani Diabate kwam vervangen voor enkele geplande concerten. Deze haakte af wegens de politieke instabiliteit in Mali.

In 2014 bracht het duo hun debuutalbum Clychau Dibon uit dat ze twee jaar later presenteerden in een uitverkochte Predikherenkerk in Leuven. Donderdagavond stelden de harpiste en koraspeler in de Schouwburg hun tweede album Soar (2018) voor.

Finch en Keita brachten een symbiose van de klassieke traditie en Afrikaanse ritmes die een enorme vitaliteit uitstraalde. Deze culturele vermenging spiegelt zich ook af in de tracklist. Clarach verwijst naar Welshe visarenden die de overtocht maken naar West-Afrika om daar te overwinteren en nadien terugkeren. Terenga Bah is een morfeem van ‘gastvrijheid’ in het Wolof, een van de voertalen in Senegal, en ‘groot’ in Mandinka, een andere West-Afrikaanse taal. In dit nummer zong Keita tevens voor de eerste keer, die met zijn innemende stem de kora- en harppartijen aandikte.

1677 refereert aan het beginjaar van de Franse kolonisatie van West-Afrika, een herinnering die Keita indachtig wilde houden. Bach to Baisso is dan weer het resultaat van een poging om de Senegalees Bach te laten spelen op de kora. ‘We made our own thing out of it’, zo verduidelijkte Finch, en daar is het duo voortreffelijk in geslaagd.

Catrin Finch & Seckou Keita in de Schouwburg op donderdag 7 november.

Elsewhere in de Zwartzusterkapel: Adriaan de Roover en Mary Lattimore

Met Elsewhere programmeert het STUK in samenwerking met 30CC muziekvertoningen op historische locaties in Leuven. De eer voor deze twaalfde editie in de barokke Zwartzusterkapel viel te beurt aan Adriaan de Roover en Mary Lattimore.

13 Angels Standing Guard Round the Side of your Bed van Silver Mt. Zion dat uit de speakers klonk voor de aanvang van de avond, kon nagenoeg geen beter momentum creëren voor beide muzikanten.

De Roover, tevens ex-frontman van Oaktree, stelde in de Zwartzusterkapel zijn solo debuutalbum Leaves voor. Met field recordings en onverhoedse ruis construeerde de Antwerpenaar behoedzaam een lappendeken van fragmentarische soundscapes, wat menigmaal deed denken aan Substrata (1997) of The Hilvarenbeek Recordings (2018) van Biosphere.

Gaandeweg incorporeerde de Roover meer en meer soorten geluidseffecten, zoals schaarse pianomelodieën, vocale samples en galmende echo’s. Na enkele nummers trad een drummer hem bij die zijn elektronica van de nodige slagkracht voorzag. Met stuwende beats en diepe bassen begaf het duo zich meer op het terrein van elektronische artiesten zoals Andy Stott.

Het contrast met de performance van Lattimore kon haast niet groter zijn. Alle noten in de hogere regionen klonken pijnlijk schel, die door de talloze loops en echo’s nodeloos lang bleven doorklinken. Ondanks dat de harpiste zich liet inspireren door persoonlijke anekdotes en herinneringen voor haar composities, hadden al haar nummers quasi dezelfde opbouw.

Hoewel harp een van de meest meditatieve en tot de verbeelding sprekende instrumenten is, wat met looping en soundeffecten op papier een feilloze combinatie vormt, wist Lattimore niet te overtuigen.

Elsewhere in de Zwartzusterkapel met Adriaan de Roover en Mary Lattimore op dinsdag  5 november. 

 

Triple M: afgewogen minimalisme met een imaginaire daadkracht

Dinsdagavond wijde 30CC met Triple M aan de hedendaagse klassieke muziek. Onder leiding van Erik Desimpelaere vertolkte het Ataneres Ensemble composities van de grootmeesters van het minimalisme zoals Philip Glass, Arvo Pärt en Max Richter. Videografe Karen  De Meyer coöpereerde aan de hand van audiovisueel materiaal waarmee zij terugblikte op de twintigste eeuw. Zo passeerden onder meer fragmenten over eerste maandstonden, tuperware, consumentisme en oorlogsbeelden, maar ook Mickey Mouse, waarmee associaties met muzikale acts die gebruikmaken van cinematografie zoals Boards of Canada, Godspeed You Black Emperor en de eigenste Max Richter nooit veraf waren.

Het vijftienkoppige Ataneres Ensemble opende met Gnossienne 1 (1893), een pianocompositie van Erik Satie. Met het vrije tempo dat het stuk kenmerkt leek het geen vanzelfsprekende intro, maar de strijkersarrangementen deden de Franse componist alle eer aan. Hierna volgde een al even grote uitdaging met een herwerking van Philip Glass’ Company (1983), muziek die hij schreef voor de gelijknamige novelle van de Ierse schrijver Samuel Beckett. Vervolgens brachten zij interpretaties van Karl Jenkins’ Palladio (1995), Otatiga en Timeless van Koen De Wolf en Elegia en Drive van Piet Swerts. Het magnum opus van de avond was echter zonder meer On the nature of daylight (2004) van het Duitse wonderkind Max Richter. De eerste viool vertolkte de trage melodielijn op een ingetogen, maar beheerste manier, waarbij de veertien andere strijkers collectief de uitgesponnen harmonie uitdroegen. Zes minuten balanceren tussen weemoed, melancholie en aangrijpende schoonheid, werkelijk prachtig.

Interpretaties van Arvo Pärts Summa (1977) en Fratres (1977), de eerstgenoemde compositie is geschreven voor een koorbezetting en de laatstgenoemde in zijn vermaarde Tintinnabulistijl, moesten nauwelijks onderdoen en getuigden eveneens van de imaginaire daadkracht die het Ataneres Ensemble hier aan de dag legde. Tot slot bleek de eerste Gymnopedie (1888) van Satie de ideale afsluiter voor deze wondermooie ode aan de minimalistische canon binnen de klassieke muziek.

Triple M in de Stadsschouwburg op 26/03. 

https://www.30cc.be/nl/programma/item/triple-m

Double Bill: Conservatorium Antwerpen ft. Jakob Bro & LUCA Bigband ft. Jesse van Ruller: twee bescheiden odes aan een levendige traditie

30CC voorzag op vrijdagavond een voorstelling met een dubbel programma in het kader van Leuven Jazz. De Deense gitarist Jakob Bro schaarde voor deze gelegenheid een tienkoppige band achter zich, waarmee hij het hele podium wist te vullen. Twee drummers, twee contrabassisten, een gitarist, een pianist, een sound-architect, een harmonicaspeler, een tenorsaxofonist, een baritonsaxofonist, Bro zelf en zes woordenkunstenaars brachten herwerkingen van composities die het resultaat waren van enkele vruchtbare repetities.

De spoken word-passages zinspeelden op associaties over optische illusies van het straatbeeld, wie ziet en wie gezien wordt, evenals grootmoeders en existentiële metafysica. Gedoseerd gitaarwerk, impressionistisch geïnspireerde pianobegeleiding, een noemenswaardige dialectiek tussen de ritmesectie  en de sporadische sound-effects begeleidden deze poëtische recitaties. De  instrumentalisten durfden zeker ook het voortouw nemen, zo deden meerdere vurige saxofoonsolo’s denken aan grootheden zoals Kamasi Washington & Shabaka Hutchings, terwijl de drummers de indruk wekten dat Sons of Kemet’s Your queen is a reptile (2018) nooit veraf was als inspiratiebron. Daarnaast resoneerden de kosmische composities en de bandformatie het werk van Sun Ra. Bro’s minimalistische composities, afgewisseld met free jazz-escapades en spoken word-intermezzo’s hebben voortreffelijk de toon gezet voor het eerste deel van de avond.

Na de pauze bracht de LUCA bigband onder leiding van Frank Vaganée een waardig eerbetoon aan de Amerikaanse componist en pianist Billy Strayhorn, waarbij de Nederlandse gitarist Jesse van Ruller in de schijnwerpers stond. Zijn virtuoze gitaarspel werd prachtig ondersteund door het blazersensemble, dat tevens op de voorgrond durfde treden met memorabele trompet- en trombonesolo’s. In deze bezetting kwamen interpretaties van bekende jazzstandards zoals In a sentimental mood en afsluiter Satin Doll dan ook voortreffelijk tot hun recht.

Twee bescheiden odes aan een levendige traditie.

Vrijdag 22/03 in de Schouwburg in het kader van LEUVEN JAZZ.

https://www.30cc.be/nl/programma/item/double-bill-luca-bigband-ft-jesse-van-ruller-nl—conservatorium-antwerpen-ft-jakob-bro-dk

 

Samen naar Rusland met ‘Den Beer heeft mij gezien’

Sien Eggers, Sofie Palmers en Jessa Wildemeersch zette maandagavond een leuke prestatie neer in de schouwburg van Leuven. Deze drie actrices, die al eerder samenwerkten voor L’etude (nu slaat de chaos toe) wilden een stuk maken over ‘De Drie Zusters’ van Tsjechov.

Het trio wou het stuk zelf echter niet spelen, want Sien Eggers is echt wel te oud om een zus te spelen zegt ze zelf. Eerder gingen ze op zoek naar de drie zusters. Ze trokken naar Rusland om zich te verdiepen in het hedendaags Rusland en in wat er zou gebeurd zijn mochten de drie zusters wél naar Moskou zijn gegaan.

– Koen Broos

We zien op het podium een fraaie opstelling van doorschijnende doeken en hier en daar een bed, een tafel, wat stoelen, … De drie actrices komen op in zijde broeken. Ze zijn net toegekomen in Sint-Petersburg en starten met hun reis. Het podium blijkt al snel een ‘lelijke Airbnb’ te zijn waarvan het dopje van het bad zelfs ontbreekt. De drie zitten samen om te plannen wat ze zullen doen.

Een komische bende met elk een eigen karaktertje, besluit om de stad in te trekken en met ‘de Rus’ te gaan praten. Jessa, de enthousiaste en plannende; Sofie, de iets pessimistischere die het allemaal wat druk vindt en Sien, die uiteindelijk gewoon niets liever wilt dan een bad en wat terrasjes, tonen ons hun verhaal in Sint-Petersburg.

Het stuk bevat een hele boel komische aspecten en we zien weer hoe grappig Sien Eggers wel niet kan zijn. Anderzijds zit het esthetisch heel mooi in elkaar door het gebruik van zelfgemaakte videobeelden geprojecteerd op de doeken. De creativiteit qua decor toont zich mooi in de projectie van saunabeelden achter troebele glazen (als van een sauna). Bij het opengaan van de deuren komen de actrices dan in hun badhanddoek gehuld op het bankje zitten.

Het is vanaf de badhanddoekscène dat het stuk meer vorm krijgt, dat de drie vrouwen één voor één een crisis krijgen over het drukke leven, over de onbepaaldheid, over het tijdverdrijf, … Ze tonen ons hoe ze op zoek gaan naar de drie zusters, die ze echt niet willen spelen, maar hoe ze meer en meer (onuitgesproken) de zusters in zichzelf vinden. Hoe meer ze streven naar het ‘niet-eindigen als de drie zusters’, hoe sneller ze toch in de rollen tuimelen. Het stuk leek dan ook lang nergens specifiek over te gaan en zag er wat rommelig uit, wat het uiteindelijk net zo typisch ‘de drie zusters’ maakte.

– Koen Broos

We zagen een komische doch inhoudsvolle prestatie van ‘de drie collega’s’ of ‘de drie vriendinnen’ met als hoogtepunt een uitbarsting van Jessa waarbij ze op stelten gaat lopen en doordraait als een gekke Russische vrouw met een hoed van bont en een grote hoepelrok. Misschien hadden we liever nog wat meer van deze ‘door het dolle heen’ scènes gezien, maar misschien had dat aan de ‘moment suprême’ ook wat afgedaan…

In ieder geval is hun doel geslaagd: ze reizen naar Moskou en we zagen de drie zusters in een hedendaagse Russische grootstad, al was het maar Sint-Petersburg.

11/03/2019 – Sien Eggers, Sofie Palmers en Jessa Wildemeersch – Den beer heeft mij gezien – Schouwburg 30cc

100 jaar Bernstein: feest!

De Amerikaanse en wereldvermaarde componist (of zeg ik beter dirigent, pianist, pedagoog…) Leonard Bernstein zou vorig jaar precies honderd jaar geworden zijn. En dát wil 30CC niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Op hun programma vinden we betrekkelijk veel Amerikaans repertoire. Zo werd ik vorige week nog helemaal meegezogen in het verhaal en de muziek van Bernsteins Trouble in Tahiti, waarin enkele zangstudenten van het Lemmensinstituut mateloos schitterden. Ook vanavond getuigde de uitvoering van een bijzonder hoog niveau. Sopraan Hanne Roos glanst in een repertoire dat haar op het lijf geschreven lijkt en pianist Jeroen D’hoe hult Roos’ stem in een walm van kleurrijke akkoorden.

I hate music! Knal! Die eerste noot is meteen raak. Kortgerokt en met een rode bloem in het haar komt Hanne Roos flamboyant het podium opgewandeld. I hate music, but I like to sing. Het publiek gniffelt geamuseerd. Op het podium staat niets meer dan louter een houten kruk en een klein tuintafeltje met bijpassende stoel. Met deze beperkte hoeveelheid attributen zal de Belgische sopraan haar publiek een dik uur lang weten te fascineren en de zangeres laat onze aandacht geen seconde los. De hoge noten glijden moeiteloos de zaal in en onthullen de zoete klank van een prachtig timbre. Ik snak naar meer.

Niet alleen Bernstein passeert in dit Amerikaanse recital de revue. Na I Hate Music! Komen ook collega’s zoals Jerome Kern, George Gershwin, Stephen Sondheim en nog enkele anderen aan bod. Doorheen elk lied toont Roos een onfeilbaar begrip van stijl en de daarbij horende expressie. Haar vertolking is erg dynamisch en presenteert de emotie van de muziek zowel in de kleur van haar stem als in de energieke schwung van haar bewegingen. Zangtechnisch laat ze het beste van zichzelf zien in de overbekende, maar uitdagende aria Glitter and be Gay. En ook hier slaagt ze erin met haar stem elke emotionele nuance van de melodie onverbiddelijk bloot te leggen.

De absolute klassieker America uit Bernsteins West Side Story kon me dan weer ietwat minder bekoren. Hoewel de energie en de intentie van het lied bij Roos zonder twijfel goed zat, leek het geheel toch wat aan afwerking te missen. Somewhere klonk me dan weer net iets te pop. Desondanks getuigen alle andere liederen en aria’s stuk voor stuk van een ideale balans tussen een klassieke techniek en een die dan eerder bij musical past. Precies zoals het moet in dit repertoire.

Een uur later lijkt Roos’ stem nog steeds niet uitgeput. De hoogtes blijven even sprankelend en de performance even meeslepend. Na een enthousiast applaus is er zelfs nog wat plaats voor een bisnummer en het publiek roept enthousiast van bravo. ‘Dat was niveau’, klinkt het achteraf instemmend in de gangen van de Leuvense schouwburg.

Broadway meets Bernstein 14-03-2019.jpg

©30CC

Broadway meets Bernstein | 30CC | woensdag 13 maart 2019, 20:00 | Schouwburg Leuven| €16 (rang 1), €14 (rang 2), 20% korting met cultuurkaart