EPOS: gezellig schuifelen tussen filmmuziek en improvisatietheater

In het kader van hun lenteconcerten presenteerde het Arenbergorkest onder leiding van dirigent Roel Willems een programma waarbij filmmuziek centraal stond. Improvisatiegroep Preparee reeg de muziekstukken aan elkaar met een ludieke act over geiten, een pantoffelheld en een Duitse zeppelin.

De avond ving aan met de muziek van Star Trek Into Darkness (2013) van de Amerikaanse componist Michael Giacchino, dat gekweld werd door een ietwat rommelig begin. Hierna leek het collectief van een negentigtal muzikanten elkaar meer te vinden en Willems hield zijn muzikanten voor de resterende avond strak in het gelid. Vervolgens destilleerden de acteurs van Preparee de bouwstenen voor hun verhaal uit de input van het publiek, wat resulteerde in een fictieve futuristische setting in de Verenigde Staten, waar de stedelijke centra opgedeeld zijn in verschillende secties en iedereen een persoonlijke vliegmachine bezit. De pantoffelheld Norbert heeft zich nog nooit buiten de stad gewaagd, vult zijn dagen met geiten voederen en bloemen plukken, en worstelt, hoe kan het ook anders, met vliegangst en een zwak voor zijn trouwe gezellin Femke.

Na deze introductie vervolgde het Arenbergorkest met de Bacchanale: Samson and Delilah (1877) van de Franse musicus Camille Saint-Saëns. In de eerste maten voerde de hobo de toon, gevolgd door het gejaagde thema van de strijkers, dat hierna gedubbeld werd door het volledige orkest. Het ensemble vervolgde met het tweede en derde deel van de Capriccio Espagnol (1887) van de Russische componist Rimsky Korsakoff. Deze vijfledige suite heeft als inspiratiebron enkele levendige Spaanse volksmelodieën, wat het muzikale collectief voortreffelijk overbracht naar het publiek. Ondertussen naderden donkere wolken richting Norbert: de antagonist met een zwaar Duits accent en zijn assistente hebben vanuit hun zeppelin een plan gesmeed om de omgeving te verwoesten en er een nieuwe stad te bouwen. Hiervoor vernietigden zij alle bloemen en eigenden zich alle geiten toe, wat aan de hoofdrolspeler geenszins onopgemerkt voorbijging.

Het laatste werk voor de pauze ging ontegensprekelijk met de meeste aandacht lopen: de ouverture van Leichte Kavallerie (1866) van de hand van de Oostenrijkse uitvoerder en componist Franz von Suppé in een Disneyversie. Begeleid door de projectie van oude Mickey Mouse sketches, pastiche koperblazers en knutselig slagwerk toonde het Arenbergorkest zich van haar meest komische kant.

Na de onderbreking hervatte het muzikale collectief met het ingetogen Freischütz Ouverture (1820) van Carl Maria von Weber, dat sterk contrasteerde met het daarop volgende Two Towers van Lord of the Rings (2002) van Howard Shore. Preparee intervenieerde wederom met enkele kluchtige dialogen tussen Norbert, Femke en hun tegenspelers, om tot slot te besluiten met de aloude boodschap dat angsten te overwinnen zijn mits er bevestiging van de liefde in het vooruitzicht staat. Het Arenbergorkest sloot af met de grandioze opvoering van The Curse of the Black Pearl (2003) van Klaus Badelt, wat de overwinning van de pantoffelheld ironisch genoeg nog uitvergrootte.

Lenteconcerten van Arenbergorkest in PDS op 12/05 en 13/05. 

https://arenbergorkest.be/nl/

 

Samen naar Rusland met ‘Den Beer heeft mij gezien’

Sien Eggers, Sofie Palmers en Jessa Wildemeersch zette maandagavond een leuke prestatie neer in de schouwburg van Leuven. Deze drie actrices, die al eerder samenwerkten voor L’etude (nu slaat de chaos toe) wilden een stuk maken over ‘De Drie Zusters’ van Tsjechov.

Het trio wou het stuk zelf echter niet spelen, want Sien Eggers is echt wel te oud om een zus te spelen zegt ze zelf. Eerder gingen ze op zoek naar de drie zusters. Ze trokken naar Rusland om zich te verdiepen in het hedendaags Rusland en in wat er zou gebeurd zijn mochten de drie zusters wél naar Moskou zijn gegaan.

– Koen Broos

We zien op het podium een fraaie opstelling van doorschijnende doeken en hier en daar een bed, een tafel, wat stoelen, … De drie actrices komen op in zijde broeken. Ze zijn net toegekomen in Sint-Petersburg en starten met hun reis. Het podium blijkt al snel een ‘lelijke Airbnb’ te zijn waarvan het dopje van het bad zelfs ontbreekt. De drie zitten samen om te plannen wat ze zullen doen.

Een komische bende met elk een eigen karaktertje, besluit om de stad in te trekken en met ‘de Rus’ te gaan praten. Jessa, de enthousiaste en plannende; Sofie, de iets pessimistischere die het allemaal wat druk vindt en Sien, die uiteindelijk gewoon niets liever wilt dan een bad en wat terrasjes, tonen ons hun verhaal in Sint-Petersburg.

Het stuk bevat een hele boel komische aspecten en we zien weer hoe grappig Sien Eggers wel niet kan zijn. Anderzijds zit het esthetisch heel mooi in elkaar door het gebruik van zelfgemaakte videobeelden geprojecteerd op de doeken. De creativiteit qua decor toont zich mooi in de projectie van saunabeelden achter troebele glazen (als van een sauna). Bij het opengaan van de deuren komen de actrices dan in hun badhanddoek gehuld op het bankje zitten.

Het is vanaf de badhanddoekscène dat het stuk meer vorm krijgt, dat de drie vrouwen één voor één een crisis krijgen over het drukke leven, over de onbepaaldheid, over het tijdverdrijf, … Ze tonen ons hoe ze op zoek gaan naar de drie zusters, die ze echt niet willen spelen, maar hoe ze meer en meer (onuitgesproken) de zusters in zichzelf vinden. Hoe meer ze streven naar het ‘niet-eindigen als de drie zusters’, hoe sneller ze toch in de rollen tuimelen. Het stuk leek dan ook lang nergens specifiek over te gaan en zag er wat rommelig uit, wat het uiteindelijk net zo typisch ‘de drie zusters’ maakte.

– Koen Broos

We zagen een komische doch inhoudsvolle prestatie van ‘de drie collega’s’ of ‘de drie vriendinnen’ met als hoogtepunt een uitbarsting van Jessa waarbij ze op stelten gaat lopen en doordraait als een gekke Russische vrouw met een hoed van bont en een grote hoepelrok. Misschien hadden we liever nog wat meer van deze ‘door het dolle heen’ scènes gezien, maar misschien had dat aan de ‘moment suprême’ ook wat afgedaan…

In ieder geval is hun doel geslaagd: ze reizen naar Moskou en we zagen de drie zusters in een hedendaagse Russische grootstad, al was het maar Sint-Petersburg.

11/03/2019 – Sien Eggers, Sofie Palmers en Jessa Wildemeersch – Den beer heeft mij gezien – Schouwburg 30cc

Liefdesverklaring (voor altijd): theater tot de tweede macht

‘U zult zich geërgerd voelen als u niet aangesproken wilt worden.’

Het is een speciaal soort paniek die uitgaat van het niet willen aangesproken worden tijdens een theatervoorstelling. Mensen beginnen te kuchen, blikken worden afgewend naar alle hoeken van de zaal buiten het podium en er wordt zenuwachtig heen en weer geschoven. Toch, it’s a feeling we love to hate. Dat gold ook voor mij, gezeten op rij K, zetel 1 (jawel, de zetel net naast het gangpad).

liefdesverklaring affiche

Lees verder

Motel melancholie in ‘BUKO’ door Abattoir Fermé

Hete lucht, het is avond in Los Angeles en hij ruikt naar zweet en wijn. Het neonlicht aan de overkant van de straat flikkert terwijl hij zijn sigaret dooft. En dan dit:

the illusion is that you are simplyreading this poem.
the reality is that this is
more than a
poem.
this is a beggar’s knife.
this is a tulip.
this is a soldier marchingthrough Madrid.
this is you on yourdeath bed.
this is Li Po laughingunderground.
this is not a god-damned
poem.
this is a horse asleep.
a butterfly in your brain.
this is the devil’s
circus.
you are not reading this
on a page.
the page is reading
you.
feel it?
it’s like a cobra. it’s a hungry eagle circling the room. Lees verder

Intrigerend en spraakmakend: Poquelin II

Dinsdag zagen we een speciale setting in de schouwburg van 30CC. Met de woorden ‘geef haar maar de VIP-behandeling’ werd ik naar het podium begeleid en nam ik samen met wat andere verdwaalde zielen plaats naast de acteurs. tg STAN weet het publiek te boeien en slaagt er in de zaal uitbundig te laten lachen, twee uur en een half lang.

In Poquelin II worden twee stukken van Molière op scène gezet. In 2003 tourde theatergezelschap STAN met een voorstelling die de naam Poquelin droeg. Nu, 15 jaar later brengen zij het zelfde concept, maar met andere stukken en andere acteurs. In samenwerking met theaterhuizen als Toneelhuis en NTGent brengen zij: L’avare, een stuk over hebzucht, gierigheid en macht; en Le Bourgeois Gentilhomme dat ons met de neus op de idiotie van de rijke burger en de adel wil duwen.

Molière leefde in het 17e eeuwse Parijs en toch kennen en appreciëren we zijn werk de dag van vandaag nog even hard als Louis XIV dat in die tijd deed. De satirische komedies laten duidelijk nog steeds een volle zaal schaterlachen om een afspiegeling van hun eigen slechte kantjes. Zelden zagen we zo een overdreven theater dat niet aan kwaliteit moet inboeten. De doorgedreven idiotie maakte het spel grootser en interessanter.

L’avare mag de spits afbijten. Willy Thomas vertolkt de rol van de rijke, maar oh zo gierige vader. Zijn zoon en dochter willen beide trouwen, maar dan blijkt dat zoon en vader met dezelfde vrouw willen trouwen. De dochter wilt de dienaar van de vader, maar die is niet rijk genoeg voor de vader… U kent het verhaal wel (of niet): we kijken naar een klucht. De karakters zijn groots, net als de mimiek, de kostuums specifiek en opvallend en men denkt niet eens aan een vierde wand. In Poquelin II wordt er naar waanzin gestreefd.

_VDE7259_11.jpg

Een aardig stukje Belgische trots (Warhaus – Beaches voor de fans) splitst muzikaal de avond in twee. De doeken gaan omhoog en acteurs nemen een nieuw personage aan (of meer dan één) voor Le Bourgeois Gentilhomme. Net als in het eerste deel dragen de acteurs absurde outfits: vodden en sportbroeken, te gekke combinaties met als toppunt de felblauwe kneeboots waar Kuno Bakker als man van adel mee op het toneel verschijnt. De klucht wordt sterker in dit tweede deel en de waanzin wordt bereikt.

Het volledige spel speelt zich af op en rond een houten podium niet groter dan een paar vierkante meters. Dit vormde het speelvlak voor 7 acteurs en zelfs nog meer personages. Met een open theater en een publiek dat zich langs alle kanten van het podium bevond had Poquelin II weinig te verbergen voor zijn toeschouwers. Het soms wel clowneske gebeuren drukt samen met de volledige setting de stempel op het absurde. Molière waakte dinsdag vanuit zijn graf over tg STAN.

Dinsdag 21/11/2017 – Poquelin II – tg STAN – 30CC

I used to love to look at the ocean but now I don’t care if I ever see it again / Joke Emmers & Daan Van Bendegem

Eind jaren dertig vond in Amerika ‘de grote depressie’ plaats. Een beurscrash met als direct gevolg een bankencrisis en internationale schuldencrisissen. Zo wat de grootste economische depressie van de twintigste eeuw. In deze tijd werden dansmarathons georganiseerd waarbij de armeren van de samenleving op de dansvloer dansten tot men niet meer kon rechtstaan. De rijken waren het publiek. Het ging niet om de kwaliteit van het dansen maar wel om het uithoudingsvermogen. Soms werd er tot drie maanden lang gedanst, met om de twee uur tien minuten pauze. Een uitputtingsslag die de arme bevolking aanging om door middel van sponsoring wat geld in het laatje te krijgen. Een ferm, misschien zelfs bijna walgelijk, concept dat theatermakers en acteurs Joke Emmers (°1990, België) en Daan Van Bendegem (°1993, Nederland) nu, 75 jaar later, opnieuw aangaan in I used to love to look at the ocean but now I don’t care if I ever see it again.

Lees verder

Kortfilmfestival 2016 was lachen, filosoferen, choqueren en wenkbrauwen fronsen

Het Internationaal Kortfilmfestival Leuven (IKL) 2016 bezorgde de filmliefhebber in één week tijd alle soorten emoties. Niet alleen waren we getuige van de beste kortfilms, maar ook van de grappigste, diepzinnigste, vreemdste en meest louche. En dat alles in één week tijd. Veel credits gaan natuurlijk uit naar al deze films, maar toch ook naar de toporganisatie achter het festival. Het STUK werd van 3 tot 10 december helemaal ingepalmd door de wereld van de kortfilm en een leek als ik heeft hier enorm van genoten. Bedankt, regisseurs en acteurs, bedankt IKL. Hieronder een algemeen verslag, inclusief mijn interview met regisseur Leander Hanssen.

facebook_header
Lees verder

TIP: De Sprekende Ezels in café Libertad

sprekendeezelsMet zijn bruine kroegachtige charmes en studentvriendelijke drankprijzen heeft café Libertad eigenlijk geen extra trekpleisters meer nodig om zijn tafeltjes en barkrukken te vullen op een maandagavond. Toch wordt het café op 10 oktober omgetoverd tot een klein cultureel centrum.

De Sprekende Ezels, die zichzelf beschrijven als een experimenteel laagpodium, nodigen iedereen uit zijn of haar poëtische, komische of stoute schoenen aan te trekken en jullie leuke creaties met de Leuvense toeschouwers te delen. Amateurs of professionals, niemand zal worden uitgelachen (tenzij dat natuurlijk de bedoeling is van je act). Heb je er al altijd van gedroomd je kunsten met je medestudenten te delen maar het nog nooit gedurfd? Schrijf je in op http://www.desprekendeezels.be en wie weet word jij wel de volgende Martijn Teerlinck of Wim Helsen. Niet zoveel moed of zin om zelf op te planken te staan? Je kan ook gewoon komen genieten, lachen en je laten ontroeren met een pintje of wijntje in de hand. Al wat je hoeft te doen is afzakken naar een van de gezelligste cafés in onze favoriete studentenstad.

Man spricht heut nur noch von Clivia // 13 december 2014

Nu de temperaturen al eens onder nul durven zakken en de eerste sneeuw in de Hoge Venen een feit is probeert men op alle mogelijke manieren warm te blijven. Ondanks de aanlokkelijke bekers glühwein op de Leuvense kerstmarkt besloot ik de warmte te gaan opzoeken in de 30CC/Schouwburg tijdens de operette Clivia.

Door andere verplichtingen was ik genoodzaakt om de namiddagvoorstelling te bezoeken. Mijn eerdere ervaring met voorstellingen in de namiddag heeft me geleerd dat de acteurs dan meestal voor een handvol mensen spelen en ik was dus voorbereid op een quasi lege zaal. Mijn verbazing was echter groot toen ik een stampvolle Leuvense schouwburg binnenwandelde. Met twee cactussen aan elke kant van het podium werd de setting al duidelijk nog voor het doek openging en eens dat gebeurde waanden de aanwezigen zich onmiddellijk in de (fictieve) Zuid-Amerikaanse staat Boliguay, waar Dostals werk zich afspeelt. Een pluim voor de artistieke leiding van Axel Everaert. Ik had duidelijk de juiste keuze gemaakt om warm te blijven.

Zoals het een operette betaamt begon ze met een overweldigende ensemblezang. Hier werd al meteen duidelijk dat de Zuid-Amerikaanse setting niet tot enkel het decor beperkt zou blijven. In Dostals muziek zorgden castagnetten voor een typische zuiderse toets en de veel gebruikte tangoritmes maakten het enorm moeilijk om tijdens de operette de benen stil te houden. In deze eerste scene werd meteen de draak gestoken met de Hollywoodcultuur van de jaren ’30. Na het ensemble stelden componist Dostal en Librettist Amberg ons de verschillende personages voor. De bezitterige magnaat Potterton, de eenzame gaucho Juan en uiteraard steractrice Clivia Gray. Stuk voor stuk waren ze grappiger dan hun tegenhangers op het witte doek in Kinepolis enkele honderden meters verderop.

Dankzij hun degelijke acteerprestaties en geweldige gezangen wist het Brussels operette theater mij in de eerste akte enorm te overtuigen. De acteurs gaven met glans karakter aan hun personages zonder daarbij over the top te gaan acteren. Zeker Emils Kivlenieks wist mij in zijn rol als Lelio Down enorm te entertainen en ook Niels Badenhop werkte zich als Kasulke moeiteloos op tot publiekslieveling. Tijdens de pauze keek ik dan ook vol verwachting uit naar de volgende twee aktes.

Na de pauze was de sfeer van de operette drastisch omgeslagen. De filmcrew, die ondertussen Boliguay binnen geraakt was, begaf zich onder de BCBG van de Bolugayse bevolking. De muziek werd serieuzer en bereikte een hoogtepunt tijdens de aria van Clivia. An de Ridder vertolkte het beklijvende Ich bin Verliebt meesterlijk en zorgde mede dankzij deze aria voor een enorm emotionele derde akt. De amoureuze verhouding tussen de steractrice en de Boliguayse president kreeg zo dat extra tikkeltje geloofwaardigheid. Toch draaiden de laatste twee aktes niet enkel om de liefdesperikelen van de hoofpersonages. Op een meesterlijke wijze heeft Dostal de emotionele stukken afgewisseld met meer humoristische gezangen zoals Schon die alten Chinesen. De acteurs slaagden er keer op keer in om ondanks de emotionele geladenheid van de tweede en de derde akte, toch het humoristische aspect niet uit het oog te verliezen.

Uiteraard waren er ook enkele puntjes van kritiek. Zo overstemde het orkest sommige zangers en stond er een stevige portie haar op het Duits van sommige van de acteurs. Deze minpunten wegen echter niet op tegen alle vooraf aangehaalde positieve punten. Het Brussels operettetheater zorgde voor een zeer aangename uitvoering. Ze verdienen dan ook zonder twijfel deze “Fabelhaften Reportage”.