JazzUUR KULTUUR: Leuven Jazz Festival

Het drie-urig UUR KULTUUR van deze maand werd vertolkt door vier heel anders uitziende pareltjes van de jazzscène van vandaag. Cinema Paradisio, Antoine-Pierre, Fred Hersch en een blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout klonken samen als het prachtige openingsconcert van het Leuven Jazz Festival dit jaar. Muzikale weken als de deze maken je verlangen naar een zomer vol live muziek zo mogelijk nog groter. Maar hoewel het gemis van de sfeer en tastbare vrijheid van de muzikanten blijft, moest een online alternatief niet onderdoen. Het innemende gebouw van de stadsschouwburg en mysterieuze verlichting schept een sfeer van intimiteit die je de hele avond bevangt. Vier verschillende optredens, vier verschillende reizen: het openingsconcert van Leuven jazz was er één om spontaan van te moeten glimlachen, zo’n glimlach die je nog een paar dagen met je meedraagt.

De lange, veelzijdige reis die deze avond is, begint met Cinema Paradisio. Het Belgische trio met Kurt Van Herck (sax), Eric Thielemans (drums) en Willem Heylen (gitaar) werkte voor hun nieuwste album samen met toetsenist Jozef Dumoulin en nodigt hem ook voor dit concert uit als gastpianist. De keuze voor Dumoulin levert prachtige creaties op die je elke keer weer op de juiste momenten weten verrassen. Als je je ogen sluit zou je je op zee kunnen wanen, meegenomen door de golvende pianoklanken en de warme saxofoonklank als de zon op je huid. De muzikanten hebben elk zo’n eigen geluid, zo’n andere, mooie rol in het geheel, dat het samenspel je elke keer in een andere soort sfeer brengt. De ene keer gaat je aandacht voluit naar de rijke kleuren van de elektrische gitaar, daarna kan je enkel nog luisteren naar de meeslepende ritmes van de drummer. Maar allemaal nemen ze je mee over de golven, allemaal laten ze je proeven van hun vrijheid enerzijds en de rust anderzijds.

© Bache Jespers

Van atmosferische klanken naar een ijzersterke beat. De concertfilm schrikt niet van een abrupte stijlwissel, want het volgende concert in de rij wordt verzorgd door Antoine-Pierre. De creatieve drummer en bandleader van Urbex heeft nu ook een soloproject (VAAGUE) opgestart waarin hij zich helemaal laat gaan met een uitgebreide drumkit, elektronische soundscapes en fragmenten uit bekende speeches. De veelheid aan geluiden en in elkaar gewoven ritmes en klanken doen je vol ongeloof en bewondering naar de jonge drummer kijken, maar laten je tegelijkertijd meteen zin krijgen om te dansen. Antoine-Pierre vermengt zijn virtuositeit probleemloos met aanstekelijke grooves. Voor mensen als hem kan je een nieuw genre uitvinden, al zal dat waarschijnlijk nog altijd tekort doen aan de veelzijdigheid en creativiteit van zijn muziek. Zo is er een geluidsfragment dat hij gebruikt waarin een interviewer met een frans accent vraagt: ‘Yout pretend that you play modern jazz?’. Antoine-pierre laat duidelijk merken dat hij niet van hokjes houdt en vooral zijn eigen, vernieuwende stem het woord wil geven.

“Legendarische jazztrio’s bij de vleet natuurlijk maar dat van Paul Motian, Joe Lovano en Bill Frisell blijft tot de verbeelding spreken. Om zich te wagen aan hun repertoire en aanpak moet je van goeden huize zijn en vooral voldoende persoonlijkheid hebben. Geen probleem wat dit trio betreft.” (Jazzenzo over Cinema Paradisio)

De derde muzikant valt een beetje uit het rijtje. Met zijn oudere leeftijd, repertoire vol standards en zijn Amerikaanse roots is Fred Hersch de uitzondering en meteen ook de buitenlandse headliner op Leuven Jazz dit jaar. Verschillende standards passeren de revue, maar ook nieuwe composities voor zijn album ‘Songs from home’ komen aan bod, allemaal in de typische, gekende stijl van Fred Hersh natuurlijk. Van ballads als ‘This is Always’ tot bekende Strayhorn composities als ‘Upper Manhattan Medical Group’ : allemaal worden ze bekeken vanuit zijn innovatieve, virtuoze bril. Gedurende 70 minuten laat hij het beste van zichzelf horen en dompelt hij je helemaal onder in zijn poëtische speelstijl. Een aangenaam ‘thuiskomen’ tussen de meer experimentele andere groepen van deze avond.

© Tracey Yarad (Soapbox Gallery)

Als kers op de taart is er tot slot nog de blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout. Twee kersen dus, allebei vrouwelijk, allebei meesterlijke improvisators. De twee artiesten ontmoetten elkaar voor het eerst op het podium, maar je zou denken dat ze elkaar lang geleden al ontmoet hebben ergens in een heel andere, mystieke wereld waarin ze beiden vaak rondlopen als ze onze wereld even kwijt willen. De combinatie van de twee unieke persoonlijkheden en de sferische, clair-obscure-achtige verlichting maken het een magisch optreden. De volle tromboneklanken van Nabou Claerhout passen enorm goed bij de soundscapes en fragiele zang van Lynn Cassiers. Laten we hopen dat deze blind date zal zorgen voor meer dates, liefst veel meer.

Leuven Jazz Festival: 19 t.e.m. 28 maart op verschillende (online) locaties in Leuven, gratis te beluisteren met cultuurkaart.

Bitterzoete dromen van verre muziekzomers: Eefje de Visser

Met de even intieme als overdonderende concertfilm Bitterzoet vult Eefje de Visser de leegte waarin haar gelijknamige laatste album strandde. En een beetje van die leegte verandert ze – op haar eigen poëtische manier – in net genoeg witruimte om ons te doen uitkijken naar meer.

2020 had hét jaar van Eefje de Visser moeten worden. In januari lanceerde de Nederlandse singer-songwriter haar vierde album Bitterzoet, dat met de ene viersterrenrecensie na de andere meer dan ooit deed uitkijken naar een live tour vol superlatieven. Gelukkig wil het toeval dat ze er al van droomde om een concertfilm te maken voordat you-know-what daar een noodzaak van maakte. En de witte muren van haar Gentse appartement annex studio, met nonchalant neergezette kisten lp’s en piepschuimen sculptuurtjes, ademen overtuigend de sfeer van haar muzikale identiteit.

Online concerten doen me altijd anticiperen op een zekere tristesse. En ik geef het toe, bij Eefje de Visser nog iets meer dan gewoonlijk. Resoneren haar lyrics, die wel vaker vorm geven aan de grijze zone tussen eenzaamheid en geborgenheid, nog wel op dezelfde manier na een jaar isolement? En hoe valt een song zoals De Parade, die gemaakt is voor eindeloze nachtelijke wandelingen in fijn gezelschap, te rijmen met de reflectie van mijn hoofd in mijn computerscherm? Maar mijn twijfels worden al snel weggespoeld door de ongeziene energie en inleving in deze uitvoeringen. Comfortabel switchend tussen piano, gitaar en bas stelt ze niet alleen de Bitterzoet-songs voor met een tienvoud van de kracht die in de albumversies zit, ook enkele kleppers van haar vorige album Nachtlicht passeren de revue. De Fleetwood Mac-vibe van Jong wordt heerlijk aangevuld met een ijl acapella-begin en culmineert in een wervelende synthssolo. Wie een grens wil trekken tussen de folkpop van haar oudere repertoire en de elektronische sound waarnaar ze met de jaren evolueerde, is eraan voor de moeite, alles loopt op een verfrissende manier in elkaar over.

Daarnaast doet Bitterzoet alle eer aan beide delen van de samenstelling concertfilm, want Eefje de Visser haalt alles uit het medium wat eruit te halen is. De zwarte silhouetten van de muzikanten in het witte decor en de talloze close-ups op hun handen zijn een perfecte echo van de ijle synths en dat beetje rauwheid waarmee ze overgoten zijn. Tijdens de meer up-tempo nummers baadt de studio in een schemering met neonlampen op de grond, en met haar achtergrondzangeressen waagt ze zich aan een choreografie van minimalistische handgebaren. Tegelijk worden de ruwe randjes van de muziek allerminst glad gepolijst. Niet alleen is de uitvoering van de nummers veel energieker dan de albumversies, de sprankeltjes interactie tussen de muzikanten en stemmende gitaren tussen de songs door geven het geheel ook een ontwapenende authenticiteit.

Bitterzoet is een pareltje dat je terug katapulteert naar warme zomeravonden, tipsy op een terras met een warme wind die over je schouders blaast. Of net vooruit, naar het verwachtingsvolle geroezemoes van een live concert waarvoor deze songs gemaakt zijn. Voorlopig blijft het bij met roodgelakte nagels op blote voeten over je tapijt dansen, net zoals Eefje. De melancholie die me na de aftiteling overvalt, neem ik er met plezier bij.

De concertfilm Bitterzoet kan je hier streamen op Dalton, het online filmplatform van Cinema ZED.

De Negende Symfonie zoals Beethoven haar ‘hoorde’

Bijna 200 jaar na de eerste uitvoering speelde het Beethovenorkest Le Concert Olympique woensdag de nieuwe Urtext-editie van de beroemde Negende Symfonie. LUCA Campus Lemmens was de uitverkoren setting voor deze wereldpremière. Onder leiding van dirigent Jan Caeyers bracht het orkest samen met het Octopus Symfonisch koor en vier solisten een straffe uitvoering van deze nieuwe versie.

Dit jaar is het 250 jaar geleden dat componist Ludwig van Beethoven werd geboren in de Duitse stad Bonn. Le Concert Olympique kreeg van het Beethoven Haus in Bonn en de uitgeverij Breitkopf & Härtel de eer om als eerste de Urtext-editie van Beethovens Negende Symfonie te spelen. Beethoven voerde de Symfonie voor het eerst op in 1824, maar doorheen de jaren is hij blijven werken aan de partituur. Op basis van verscheidene bronnen is er nu een wetenschappelijke ‘oer-editie’ gemaakt die de oorspronkelijke versie van de componist zo precies mogelijk benadert.

Tijdens het vierde en laatste deel treden de solisten en het koor in actie. © Le Concert Olympique

De violen zetten het concert vinnig en niet te vrolijk in – zoals de naam van dit eerste deel ‘Allegro ma non troppo, un poco maestoso’ ook aangeeft –en gaan in dialoog met de hoorns. Dirigent Jan Caeyers staat van de eerste minuut als in trance zijn orkest te begeleiden. Het concert barst echt los in het tweede deel waarin woedende crescendo’s touwtrekken met lieflijke passages, waarin het plukken van de vioolsnaren de hoofdrol speelt.

In het derde deel voel je hoe Beethoven met deze symfonie het classicisme inwisselde voor de romantiek. Ierse soliste Claudia Boyle, die de sopraanstem op zich nam, verwoordde het gevoel dat deel doet opborrelen als volgt: “It is very hard not to get emotional in it. It makes you reflect. It brings you somewhere else. It transcends everything. That is the beauty of good music. It transports you.” Het orkest slaagt erin om je mee te nemen op die trage en lyrische reis.

De bariton Andre Morsch zet het thema ‘Ode an die Freude’ vol trots in tijdens het vierde en laatste deel: “O Freunde, nicht diese Töne!” Het koor en de solisten zijn perfect afgestemd op het orkest. De koorfinale zorgt voor kippenvel en een weggepinkte traan in het publiek. Le Concert Olympique verwende met een krachtige versie van de Negende Symfonie zoals Beethoven haar – hoogstwaarschijnlijk – ook echt zelf wilde horen.

Lees hier ook het interview met dirigent Jan Caeyers.

Le Concert Olympique, Beethoven: Symfonie nr. 9 | LUCA Campus Lemmens | Woensdag 11 maart 2020

RAMAN. in het Depot: stuwende bluesrock met een frontman van formaat

Naar goede gewoonte biedt het Leuvense muziekhuis ook dit seizoen weer jonge groepen een podium aan onder de noemer Depot Café. Deze maandagavond viel die eer te beurt aan het Gentse powertrio RAMAN., met hun debuut, Birth of Joy (2019), nog warm onder de arm.

De stuwende bluesrock van het muzikale gezelschap rijmde feilloos met de melancholische teksten van frontman Simon Raman en toont  daarmee aan dat deze traditie nog lang niet uitgeput is. Moeiteloos wisselde de zanger zijn soulvolle falsetto af met bluesy gitaarsolo’s, zoals op het weemoedige ‘Without Whiskey’. De drummer en bassist stemden hun begeleiding hier voortreffelijk op af, waardoor het trio muzikaal zeer dynamisch overkwam.

Na een sterke set van iets meer dan een uur toonde RAMAN. dat zij meer is dan louter een bluesrockband met een psychedelische ode aan Jimi Hendrix’ ‘Who Knows’. Wat wel vaststaat voor de Gentse groep, is een mooie toekomst in het vooruitzicht.

RAMAN. in het Depot Café op 27/02. 

Verteerd door verdriet, terend op vechtlust: Cleo in Cinema ZED

‘Doorspelen… forte, forte!’ Cleo neemt de woorden van haar pianoleraar ter harte en beslaat met nieuwe begeestering de toetsen van het instrument dat haar het nauwst aan het hart ligt: de piano. Met een doorzettingsvermogen dat het oeuvre van Rachmaninov maar ook het lot van haar eist vliegt het meisje als een wervelwind doorheen de nieuwe film van regisseuse Eva Cools, ‘Cleo’ genaamd. Met haar debuut, dat door lovende kritieken ontvangen werd, vertelt Cools hoe een jonge vrouw in wording zich staande houdt nadat het leven de touwtjes waarmee het haar op de wereld heeft gezet meedogenloos doorknipt. 

Anna Franziska Jäger – dochter van Anne Teresa De Keersmaeker, wiens Rosas in april gratis speelt tijdens UUR KULTUUR (meer info hier) – neemt, vijf jaar na haar verschijning in My Queen Karo, opnieuw een rol van formaat op zich. Ze vertolkt de vrijgevochten Cleo, een 17-jarige plantrekker die na het plotse overlijden van haar ouders elke godvergeten dag dat de zon opkomt in haar eentje moet trotseren. 

Het is met ingehouden adem afwachten hoe Cools dit delicate topic naar de cinema vertaalt, maar Cleo is allesbehalve een tearjerker: met het handje van haar kleine broertje in de hare en het warme nest van haar Bobonne als vangnet, neemt Cleo opnieuw deel aan het leven. Niet met schuifelende passen maar met roekeloze sprongen, een nonchalant fuck-you-gehalte en een ‘je m’en fous’ om U tegen te zeggen.

Maar Cleo is meer dan een – bij gebrek aan een betere beschrijving – wijf met ballen: Cools wordt geprezen om haar talent de vrouwelijke veelzijdigheid met diepgang weer te geven, en met reden. Haar Cleo is zowel de trieste regenplas als de storm, zowel het boze meisje als de dame die ze slechts op zeldzame ogenblikken durft worden, en zowel haar verleden als haar toekomst. En hoewel stortvloed na stortvloed haar – letterlijk en figuurlijk – overrompelt, blijft Cleo intuïtief zoeken naar warmte en er in haar hunkeren blindelings op rekenen dat ze die krijgt. ‘Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point’ – een zin om in het achterhoofd te houden.

Wanneer Cleo zich naar goede gewoonte in het bruisende nachtleven van Brussel stort komt ze op een woelige nacht terecht bij Leos, een gelaten figuur in wie ze een merkwaardige bondgenoot vindt. Getekend door hun verleden doen de twee een dans waarvan de choreografie continu onderhevig is aan verandering en de oprechtheid voortdurend fluctueert. Leos en Cleo tonen zich zowel waardige partners als tegenstanders, een strijd waarvan het onmogelijk vertellen is wie er nu juist aan de winnende hand is, en ploeteren voort met elk hun eigen drijfveer – en de overeenkomstige facades die ze daarvoor op moeten zetten. 

Cleo draait om een vertrouwen dat afwisselend geschonken en weer beschadigd wordt, een dynamiek die zich zowel tussen de personages onderling afspeelt als tussen hen en het publiek dat de film bekijkt. De knappe acteerprestaties in Cleo tegen de achtergrond van het genadeloze, doch eeuwig charmante Brussel zorgen ervoor dat Cools’ film op de juiste momenten weet te ontroeren zowel als op het verkeerde been weet te zetten, en daarmee onverwacht zijn publiek uitdaagt.

Tegen de opzwepende soundtrack van Rachmaninov, die even dramatisch is als Cleo’s favoriete kleur rood en een even pertinente plaats inneemt in de film, baant Cleo zich een weg doorheen haar verdriet. In een opmerkelijk samenspel van beeld en geluid neemt de kleur van de passie namelijk de bovenhand, telkens wanneer er muziek in het spel is; op de muren van het muzieklokaal waar Cleo repeteert bijvoorbeeld, of in de concertzeteltjes wanneer ze optreedt; in de rode gloed wanneer ze gaat clubben en de rode kledingstukken die ze slechts af en toe achterwege laat. 

Cleo: over hoe de menselijke geest, soms tegen wil en dank, een ijzersterk, veerkrachtig fenomeen is. Over hoe muziek het onmogelijke mogelijk maakt, stukjes tot leven kan brengen van mensen die we niet meer in onze armen kunnen sluiten en ons onszelf kan doen verliezen op momenten waarop het leven ons dat niet meer toelaat. Over zorg dragen voor jezelf en voor elkaar, en hoe dat op verschillende manieren, maar ook vanuit verschillende motieven ingevuld kan worden. Maar vooral over een onverschrokken jonge vrouw, die haar stekels opzet en je tegelijk smeekt deze te ontwijken om haar te proberen omarmen – om je weer van haar af te slaan wanneer je te dicht bij het breekbare komt.

Cleo speelt nog tot en met maandag 27 januari in de PIAS-reeks van Cinema Zed, tickets en meer info vind je hier. Niet te vergeten: cultuurkaarthouders genieten de wel zeer voordelige prijs van slechts €6 per toegangsticket! 

Laudate: jubileumconcert LUK in de overtreffende trap

Laudate, wees geprezen, LUK! Wat een overdonderende muziekpracht! Je kan de loftuitingen over het jubileumconcert van het LUK alleen maar in de overtreffende trap schrijven, zo bijzonder indrukwekkend was het concert in de Sint-Jan-de-Doperkerk op donderdag 16 mei 2019. Voor het jubileumconcert én het laatste concert onder leiding van dirigent Koen Vits, nodigde het LUK een orkestensemble uit met leden van het Brusselse conservatorium en het Leuvense Lemmensinstituut. Samen voerden zij voornamelijk werk van Jules Van Nuffel op, maar ook van William Henry Harris, Guy Weitz, Arnold Bax en de speciaal voor dit concert zelfgemaakte LUK-hymne. Zoals gebruikelijk straalde de performance een ongeziene professionaliteit en kwaliteit uit met een overweldigende passie als resultaat. Het stemmen van de instrumenten begint, het koor komt de gang van de kerk opgewandeld, het concert kan beginnen: sit back, relax and enjoy!

cof

© Inge Clerens

Centraal in de avond stond het werk van de Belgische priester-componist Jules Van Nuffel, de favoriet van dirigent Koen Vits. Van Nuffel is misschien geen household name, zijn werk is echter al meerdere keren door het LUK opgevoerd. Deze vernieuwer bracht met mondjesmaat modernistische effecten in de kerkmuziek, die sinds de motu proprio uit 1903 van paus Pius X terugkeerde naar de gregoriaanse en polyfone roots. Het zijn echter deze vernieuwende kleurrijke akkoorden van het impressionisme of de harde effecten van het expressionisme die het werk van Van Nuffel zijn subtiele veelzijdigheid geven. Met aandacht voor details en een muzikale integratie van de betekenis van de Bijbelse teksten—zo gaat de toon naar omhoog wanneer er over een berg wordt gesproken—maken de muziek van Van Nuffel een paradijs voor het oor.

Het eerste werk, Statuit ei Dominus, overdondert met zijn epische en stemmige geheel, terwijl het rebellerende Super flumina Babylonis een zachtere, maar weemoedige totaliteit representeert. De laatste van de twee was in 1916 een gewaagde tekst over onderdrukking tegen de Duitse bezetting. In vergelijking met Van Nuffels muziek vallen de werken van de andere componisten geboren in 1883, William Henry Harris, Arnold Bax en Guy Weitz, een beetje in het niet, maar toch weet het LUK ze met passie over te brengen. Bovendien verdient de orkestrale ondersteuning onder leiding van concertmeester Ebert Rens een bijzondere vernoeming. Het LUK, weten we van alle vorige opvoeringen, kan best alleen de kerk vullen met krachtige muziek, maar samen met het orkest wordt het niveau nog een tikkeltje hoger opgetild. Wanneer zij samen in harmonie spelen en zingen, word je bijna letterlijk van je stoel geblazen.

Na de pauze brengt het LUK hulde aan Koen Vits, de vijftiende dirigent van het koor sinds zijn oprichting. Het LUK is altijd wel voor een grapje te vinden en ook deze keer zit het concert vol met inside jokes, zoals de mastodont van een dirigeerstok of de selfie met orkest en koor. Dat Koen Vits niet alleen dirigent is, maar ook componist, konden we horen in het speciaal voor dit jubileumconcert gemaakte LUK-hymne. De tekst van Cyril Masai, één van de leden van het koor, brengt hulde aan het LUK als niet zomaar een universitair ensemble, maar bovendien een gezellige studentenvereniging die het ook is.

Na het klassiekere werk van Guy Weitz en de heldere en scherpe noten van Arnold Bax, is het tijd voor het meesterwerk van Van Nuffel: het Te deum. Dit bevrijdings-te deum werd geschreven door Van Nuffel op het einde van de Tweede Wereldoorlog met het vooruitzicht op de bevrijding van het Duitse juk. Terwijl de heiligenbeelden in de kerk meekijken, komen de engelenstemmen van het LUK tot volle bloei in de ‘sanctus, sanctus, sanctus’ in het midden van het stuk. Dit lange en epische werk combineert alle krachten die Van Nuffel, het LUK en het orkestensemble konden brengen en was een prachtige afsluiter van een mooi jubileumconcert.

Een oorverdovend applaus, de nodige traantjes bij Koen Vits en een staande ovatie sluiten de avond in schoonheid af. Laudate vos, LUK, het is jullie weer gelukt om een massa volk met religieuze koormuziek te ontroeren!

Laudate – Jubileumconcert 50 jaar Leuvens Universitair Koor / donderdag 16 mei 2019 om 20u30 / Sint-Jan-de-Doperkerk, Groot Begijnhof, Leuven / korting met cultuurkaart

Bigband meets Symphony: USO goes jazz

Onder het juk van een druilerige motregen haastte ik me afgelopen donderdagavond gezwind richting Gasthuisberg. Het podium van het centraal auditorium bleek er een voorbode van een wel erg speciale bezetting: Bigband meets Symphony. Op het programma pronkt, naast de alom bekende naam van Amerikaans componist George Gershwin, ook die van Vlaams jazztrompettist en componist Bert Joris. Een ietwat minder bekend terrein voor het Leuvense studentenorkest, zo zeggen ze zelf. Waar ze bij vorige concerten eerder het klassieke repertoire bij de hand namen, dwingt de combinatie met de VRT Bigband hen nu om zich moedig in de zwoele regionen van de jazz te wagen. En ook dat doen ze alweer met ontzettend veel verve.

 An American in Paris

In An American in Paris wandel je als luisteraar goedgemutst door de straten van het 20ste-eeuwse Parijs. Het werk is een woelige rollercoaster waarin een bont lappendeken aan verschillende klankschilderingen je soepel van het ene rumoerige stadstafereel naar het andere brengt. Op bijna tekenfilmachtige wijze neemt het ritme van de muziek je mee in zijn stevige tred op de stoep van een stad die maar niet lijkt te zwijgen. Toeterende taxi’s schallen dwingend door het orkest heen, rustige passages worden abrupt onderbroken door bruuske, spitse ritmiek… Kortom: een levensechte representatie van een grootstad zoals we die ook nu nog kennen.

Het USO slaagt er dan ook erg goed in de bedrijvige sfeer van deze muziek overtuigend over te brengen. Met een jeugdige energie en zwierig enthousiasme tokkelen, strijken en blazen de jonge muzikanten verwoed op hun instrumenten. In de spitse, ritmische passages plegen ze soms wat aan strakheid te verliezen, maar dit gaat zeker niet ten koste van hun algemene muzikale spitsvondigheid. Het totaalplaatje is en blijft uitermate animerend en sfeervol en dirigent Edmond Saveniers swingt er hevig op los.

Walkin’ Tiptoe

Net voor de pauze maakt het orkest plaats voor de VRT Bigband, een jazzorkest louter bestaande uit personeelsleden van de VRT. Dirigent Dree Peremans komt met knalwitte sneakers gestaag het podium opgewandeld terwijl de leden van de band, in volle concentratie, hun eerste korte, ritmische motiefje uit hun instrumenten blazen. Vanaf de eerste seconde is ook deze muziek uiterst sfeervol. De muzikanten stralen een ongelooflijke knowhow en gezonde zelfzekerheid uit. Hun bijna constante ritmische strakheid en bewonderenswaardig gevoel voor timing doen Joris’ compositie zonder twijfel eer aan. Neem daar nu nog enkele zwoele trombone- en trompetsolo’s bij en het resultaat is een bedwelmend en meeslepend geheel.

Bigband meets Symphony

Na de pauze ontmoeten de bigband en het symfonieorkest elkaar nu écht. In Anna zet een jonge trompettist van het USO een slepende, melancholische melodie in. De piano breekt treurig enkele korte akkoordjes en het lijkt wel of de weemoed van het druilerige weer langzaamaan binnensloop. Wanneer ietsje later het orkest en de bigband zich samenvoegen en Peremans zich opnieuw bewijst in een sensuele solo merkte ik tevreden op dat de bezetting, die eerder ongewoon en bizar had geleken, toch doeltreffend het tegendeel bewees. Net hetzelfde voor Joris’ tweede werk Dangerous Liaison. Symfonieorkest en bigband gaan er hand in hand en samen creëren ze onophoudelijk een kleurrijk klankentapijt. Ook het bisnummer is er eentje van Bert Joris. Alone at last. Een erg toepasselijke titel voor een slot als je het mij vraagt.

Bigband meets Symphony 25-04-2019

©VRT Bigband

Bigband meets Symphony | USO | donderdag 25 en vrijdag 26 april 2019, 20:30 | Centraal Auditorium Gasthuisberg | niet-studenten: €10; studenten/ -18j: €5; cultuurkaart: €4

INTERVIEW: Jaguar Jaguar

Smijt 3 leden van Lohaus en elk 1 van Soldier’s Heart en Tamino bij elkaar en je krijgt Jaguar Jaguar. Hoewel ze liever niet zo geïntroduceerd worden. Sorry daarvoor. Hoe dan ook scoorden ze een heuse hit met ‘So Long‘, as we speak al 160.865 hits op Spotify! Wetende dat de band slechts 9 maanden op de rails staat is dat haast ongezien voor een Vlaamse groep. Het leek voorlopig dus nog geen lastige bevalling te zijn voor het zes(!)koppige Jaguar Jaguar, maar wij waren wel eens benieuwd hoe ze terugkijken op de laatste maanden en wat er nog in het verschiet ligt.

Persfoto Jaguar Jaguar - HQkopie

Lees verder

100 jaar Bernstein: feest!

De Amerikaanse en wereldvermaarde componist (of zeg ik beter dirigent, pianist, pedagoog…) Leonard Bernstein zou vorig jaar precies honderd jaar geworden zijn. En dát wil 30CC niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Op hun programma vinden we betrekkelijk veel Amerikaans repertoire. Zo werd ik vorige week nog helemaal meegezogen in het verhaal en de muziek van Bernsteins Trouble in Tahiti, waarin enkele zangstudenten van het Lemmensinstituut mateloos schitterden. Ook vanavond getuigde de uitvoering van een bijzonder hoog niveau. Sopraan Hanne Roos glanst in een repertoire dat haar op het lijf geschreven lijkt en pianist Jeroen D’hoe hult Roos’ stem in een walm van kleurrijke akkoorden.

I hate music! Knal! Die eerste noot is meteen raak. Kortgerokt en met een rode bloem in het haar komt Hanne Roos flamboyant het podium opgewandeld. I hate music, but I like to sing. Het publiek gniffelt geamuseerd. Op het podium staat niets meer dan louter een houten kruk en een klein tuintafeltje met bijpassende stoel. Met deze beperkte hoeveelheid attributen zal de Belgische sopraan haar publiek een dik uur lang weten te fascineren en de zangeres laat onze aandacht geen seconde los. De hoge noten glijden moeiteloos de zaal in en onthullen de zoete klank van een prachtig timbre. Ik snak naar meer.

Niet alleen Bernstein passeert in dit Amerikaanse recital de revue. Na I Hate Music! Komen ook collega’s zoals Jerome Kern, George Gershwin, Stephen Sondheim en nog enkele anderen aan bod. Doorheen elk lied toont Roos een onfeilbaar begrip van stijl en de daarbij horende expressie. Haar vertolking is erg dynamisch en presenteert de emotie van de muziek zowel in de kleur van haar stem als in de energieke schwung van haar bewegingen. Zangtechnisch laat ze het beste van zichzelf zien in de overbekende, maar uitdagende aria Glitter and be Gay. En ook hier slaagt ze erin met haar stem elke emotionele nuance van de melodie onverbiddelijk bloot te leggen.

De absolute klassieker America uit Bernsteins West Side Story kon me dan weer ietwat minder bekoren. Hoewel de energie en de intentie van het lied bij Roos zonder twijfel goed zat, leek het geheel toch wat aan afwerking te missen. Somewhere klonk me dan weer net iets te pop. Desondanks getuigen alle andere liederen en aria’s stuk voor stuk van een ideale balans tussen een klassieke techniek en een die dan eerder bij musical past. Precies zoals het moet in dit repertoire.

Een uur later lijkt Roos’ stem nog steeds niet uitgeput. De hoogtes blijven even sprankelend en de performance even meeslepend. Na een enthousiast applaus is er zelfs nog wat plaats voor een bisnummer en het publiek roept enthousiast van bravo. ‘Dat was niveau’, klinkt het achteraf instemmend in de gangen van de Leuvense schouwburg.

Broadway meets Bernstein 14-03-2019.jpg

©30CC

Broadway meets Bernstein | 30CC | woensdag 13 maart 2019, 20:00 | Schouwburg Leuven| €16 (rang 1), €14 (rang 2), 20% korting met cultuurkaart