Verteerd door verdriet, terend op vechtlust: Cleo in Cinema ZED

‘Doorspelen… forte, forte!’ Cleo neemt de woorden van haar pianoleraar ter harte en beslaat met nieuwe begeestering de toetsen van het instrument dat haar het nauwst aan het hart ligt: de piano. Met een doorzettingsvermogen dat het oeuvre van Rachmaninov maar ook het lot van haar eist vliegt het meisje als een wervelwind doorheen de nieuwe film van regisseuse Eva Cools, ‘Cleo’ genaamd. Met haar debuut, dat door lovende kritieken ontvangen werd, vertelt Cools hoe een jonge vrouw in wording zich staande houdt nadat het leven de touwtjes waarmee het haar op de wereld heeft gezet meedogenloos doorknipt. 

Anna Franziska Jäger – dochter van Anne Teresa De Keersmaeker, wiens Rosas in april gratis speelt tijdens UUR KULTUUR (meer info hier) – neemt, vijf jaar na haar verschijning in My Queen Karo, opnieuw een rol van formaat op zich. Ze vertolkt de vrijgevochten Cleo, een 17-jarige plantrekker die na het plotse overlijden van haar ouders elke godvergeten dag dat de zon opkomt in haar eentje moet trotseren. 

Het is met ingehouden adem afwachten hoe Cools dit delicate topic naar de cinema vertaalt, maar Cleo is allesbehalve een tearjerker: met het handje van haar kleine broertje in de hare en het warme nest van haar Bobonne als vangnet, neemt Cleo opnieuw deel aan het leven. Niet met schuifelende passen maar met roekeloze sprongen, een nonchalant fuck-you-gehalte en een ‘je m’en fous’ om U tegen te zeggen.

Maar Cleo is meer dan een – bij gebrek aan een betere beschrijving – wijf met ballen: Cools wordt geprezen om haar talent de vrouwelijke veelzijdigheid met diepgang weer te geven, en met reden. Haar Cleo is zowel de trieste regenplas als de storm, zowel het boze meisje als de dame die ze slechts op zeldzame ogenblikken durft worden, en zowel haar verleden als haar toekomst. En hoewel stortvloed na stortvloed haar – letterlijk en figuurlijk – overrompelt, blijft Cleo intuïtief zoeken naar warmte en er in haar hunkeren blindelings op rekenen dat ze die krijgt. ‘Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point’ – een zin om in het achterhoofd te houden.

Wanneer Cleo zich naar goede gewoonte in het bruisende nachtleven van Brussel stort komt ze op een woelige nacht terecht bij Leos, een gelaten figuur in wie ze een merkwaardige bondgenoot vindt. Getekend door hun verleden doen de twee een dans waarvan de choreografie continu onderhevig is aan verandering en de oprechtheid voortdurend fluctueert. Leos en Cleo tonen zich zowel waardige partners als tegenstanders, een strijd waarvan het onmogelijk vertellen is wie er nu juist aan de winnende hand is, en ploeteren voort met elk hun eigen drijfveer – en de overeenkomstige facades die ze daarvoor op moeten zetten. 

Cleo draait om een vertrouwen dat afwisselend geschonken en weer beschadigd wordt, een dynamiek die zich zowel tussen de personages onderling afspeelt als tussen hen en het publiek dat de film bekijkt. De knappe acteerprestaties in Cleo tegen de achtergrond van het genadeloze, doch eeuwig charmante Brussel zorgen ervoor dat Cools’ film op de juiste momenten weet te ontroeren zowel als op het verkeerde been weet te zetten, en daarmee onverwacht zijn publiek uitdaagt.

Tegen de opzwepende soundtrack van Rachmaninov, die even dramatisch is als Cleo’s favoriete kleur rood en een even pertinente plaats inneemt in de film, baant Cleo zich een weg doorheen haar verdriet. In een opmerkelijk samenspel van beeld en geluid neemt de kleur van de passie namelijk de bovenhand, telkens wanneer er muziek in het spel is; op de muren van het muzieklokaal waar Cleo repeteert bijvoorbeeld, of in de concertzeteltjes wanneer ze optreedt; in de rode gloed wanneer ze gaat clubben en de rode kledingstukken die ze slechts af en toe achterwege laat. 

Cleo: over hoe de menselijke geest, soms tegen wil en dank, een ijzersterk, veerkrachtig fenomeen is. Over hoe muziek het onmogelijke mogelijk maakt, stukjes tot leven kan brengen van mensen die we niet meer in onze armen kunnen sluiten en ons onszelf kan doen verliezen op momenten waarop het leven ons dat niet meer toelaat. Over zorg dragen voor jezelf en voor elkaar, en hoe dat op verschillende manieren, maar ook vanuit verschillende motieven ingevuld kan worden. Maar vooral over een onverschrokken jonge vrouw, die haar stekels opzet en je tegelijk smeekt deze te ontwijken om haar te proberen omarmen – om je weer van haar af te slaan wanneer je te dicht bij het breekbare komt.

Cleo speelt nog tot en met maandag 27 januari in de PIAS-reeks van Cinema Zed, tickets en meer info vind je hier. Niet te vergeten: cultuurkaarthouders genieten de wel zeer voordelige prijs van slechts €6 per toegangsticket! 

Laudate: jubileumconcert LUK in de overtreffende trap

Laudate, wees geprezen, LUK! Wat een overdonderende muziekpracht! Je kan de loftuitingen over het jubileumconcert van het LUK alleen maar in de overtreffende trap schrijven, zo bijzonder indrukwekkend was het concert in de Sint-Jan-de-Doperkerk op donderdag 16 mei 2019. Voor het jubileumconcert én het laatste concert onder leiding van dirigent Koen Vits, nodigde het LUK een orkestensemble uit met leden van het Brusselse conservatorium en het Leuvense Lemmensinstituut. Samen voerden zij voornamelijk werk van Jules Van Nuffel op, maar ook van William Henry Harris, Guy Weitz, Arnold Bax en de speciaal voor dit concert zelfgemaakte LUK-hymne. Zoals gebruikelijk straalde de performance een ongeziene professionaliteit en kwaliteit uit met een overweldigende passie als resultaat. Het stemmen van de instrumenten begint, het koor komt de gang van de kerk opgewandeld, het concert kan beginnen: sit back, relax and enjoy!

cof

© Inge Clerens

Centraal in de avond stond het werk van de Belgische priester-componist Jules Van Nuffel, de favoriet van dirigent Koen Vits. Van Nuffel is misschien geen household name, zijn werk is echter al meerdere keren door het LUK opgevoerd. Deze vernieuwer bracht met mondjesmaat modernistische effecten in de kerkmuziek, die sinds de motu proprio uit 1903 van paus Pius X terugkeerde naar de gregoriaanse en polyfone roots. Het zijn echter deze vernieuwende kleurrijke akkoorden van het impressionisme of de harde effecten van het expressionisme die het werk van Van Nuffel zijn subtiele veelzijdigheid geven. Met aandacht voor details en een muzikale integratie van de betekenis van de Bijbelse teksten—zo gaat de toon naar omhoog wanneer er over een berg wordt gesproken—maken de muziek van Van Nuffel een paradijs voor het oor.

Het eerste werk, Statuit ei Dominus, overdondert met zijn epische en stemmige geheel, terwijl het rebellerende Super flumina Babylonis een zachtere, maar weemoedige totaliteit representeert. De laatste van de twee was in 1916 een gewaagde tekst over onderdrukking tegen de Duitse bezetting. In vergelijking met Van Nuffels muziek vallen de werken van de andere componisten geboren in 1883, William Henry Harris, Arnold Bax en Guy Weitz, een beetje in het niet, maar toch weet het LUK ze met passie over te brengen. Bovendien verdient de orkestrale ondersteuning onder leiding van concertmeester Ebert Rens een bijzondere vernoeming. Het LUK, weten we van alle vorige opvoeringen, kan best alleen de kerk vullen met krachtige muziek, maar samen met het orkest wordt het niveau nog een tikkeltje hoger opgetild. Wanneer zij samen in harmonie spelen en zingen, word je bijna letterlijk van je stoel geblazen.

Na de pauze brengt het LUK hulde aan Koen Vits, de vijftiende dirigent van het koor sinds zijn oprichting. Het LUK is altijd wel voor een grapje te vinden en ook deze keer zit het concert vol met inside jokes, zoals de mastodont van een dirigeerstok of de selfie met orkest en koor. Dat Koen Vits niet alleen dirigent is, maar ook componist, konden we horen in het speciaal voor dit jubileumconcert gemaakte LUK-hymne. De tekst van Cyril Masai, één van de leden van het koor, brengt hulde aan het LUK als niet zomaar een universitair ensemble, maar bovendien een gezellige studentenvereniging die het ook is.

Na het klassiekere werk van Guy Weitz en de heldere en scherpe noten van Arnold Bax, is het tijd voor het meesterwerk van Van Nuffel: het Te deum. Dit bevrijdings-te deum werd geschreven door Van Nuffel op het einde van de Tweede Wereldoorlog met het vooruitzicht op de bevrijding van het Duitse juk. Terwijl de heiligenbeelden in de kerk meekijken, komen de engelenstemmen van het LUK tot volle bloei in de ‘sanctus, sanctus, sanctus’ in het midden van het stuk. Dit lange en epische werk combineert alle krachten die Van Nuffel, het LUK en het orkestensemble konden brengen en was een prachtige afsluiter van een mooi jubileumconcert.

Een oorverdovend applaus, de nodige traantjes bij Koen Vits en een staande ovatie sluiten de avond in schoonheid af. Laudate vos, LUK, het is jullie weer gelukt om een massa volk met religieuze koormuziek te ontroeren!

Laudate – Jubileumconcert 50 jaar Leuvens Universitair Koor / donderdag 16 mei 2019 om 20u30 / Sint-Jan-de-Doperkerk, Groot Begijnhof, Leuven / korting met cultuurkaart

Bigband meets Symphony: USO goes jazz

Onder het juk van een druilerige motregen haastte ik me afgelopen donderdagavond gezwind richting Gasthuisberg. Het podium van het centraal auditorium bleek er een voorbode van een wel erg speciale bezetting: Bigband meets Symphony. Op het programma pronkt, naast de alom bekende naam van Amerikaans componist George Gershwin, ook die van Vlaams jazztrompettist en componist Bert Joris. Een ietwat minder bekend terrein voor het Leuvense studentenorkest, zo zeggen ze zelf. Waar ze bij vorige concerten eerder het klassieke repertoire bij de hand namen, dwingt de combinatie met de VRT Bigband hen nu om zich moedig in de zwoele regionen van de jazz te wagen. En ook dat doen ze alweer met ontzettend veel verve.

 An American in Paris

In An American in Paris wandel je als luisteraar goedgemutst door de straten van het 20ste-eeuwse Parijs. Het werk is een woelige rollercoaster waarin een bont lappendeken aan verschillende klankschilderingen je soepel van het ene rumoerige stadstafereel naar het andere brengt. Op bijna tekenfilmachtige wijze neemt het ritme van de muziek je mee in zijn stevige tred op de stoep van een stad die maar niet lijkt te zwijgen. Toeterende taxi’s schallen dwingend door het orkest heen, rustige passages worden abrupt onderbroken door bruuske, spitse ritmiek… Kortom: een levensechte representatie van een grootstad zoals we die ook nu nog kennen.

Het USO slaagt er dan ook erg goed in de bedrijvige sfeer van deze muziek overtuigend over te brengen. Met een jeugdige energie en zwierig enthousiasme tokkelen, strijken en blazen de jonge muzikanten verwoed op hun instrumenten. In de spitse, ritmische passages plegen ze soms wat aan strakheid te verliezen, maar dit gaat zeker niet ten koste van hun algemene muzikale spitsvondigheid. Het totaalplaatje is en blijft uitermate animerend en sfeervol en dirigent Edmond Saveniers swingt er hevig op los.

Walkin’ Tiptoe

Net voor de pauze maakt het orkest plaats voor de VRT Bigband, een jazzorkest louter bestaande uit personeelsleden van de VRT. Dirigent Dree Peremans komt met knalwitte sneakers gestaag het podium opgewandeld terwijl de leden van de band, in volle concentratie, hun eerste korte, ritmische motiefje uit hun instrumenten blazen. Vanaf de eerste seconde is ook deze muziek uiterst sfeervol. De muzikanten stralen een ongelooflijke knowhow en gezonde zelfzekerheid uit. Hun bijna constante ritmische strakheid en bewonderenswaardig gevoel voor timing doen Joris’ compositie zonder twijfel eer aan. Neem daar nu nog enkele zwoele trombone- en trompetsolo’s bij en het resultaat is een bedwelmend en meeslepend geheel.

Bigband meets Symphony

Na de pauze ontmoeten de bigband en het symfonieorkest elkaar nu écht. In Anna zet een jonge trompettist van het USO een slepende, melancholische melodie in. De piano breekt treurig enkele korte akkoordjes en het lijkt wel of de weemoed van het druilerige weer langzaamaan binnensloop. Wanneer ietsje later het orkest en de bigband zich samenvoegen en Peremans zich opnieuw bewijst in een sensuele solo merkte ik tevreden op dat de bezetting, die eerder ongewoon en bizar had geleken, toch doeltreffend het tegendeel bewees. Net hetzelfde voor Joris’ tweede werk Dangerous Liaison. Symfonieorkest en bigband gaan er hand in hand en samen creëren ze onophoudelijk een kleurrijk klankentapijt. Ook het bisnummer is er eentje van Bert Joris. Alone at last. Een erg toepasselijke titel voor een slot als je het mij vraagt.

Bigband meets Symphony 25-04-2019

©VRT Bigband

Bigband meets Symphony | USO | donderdag 25 en vrijdag 26 april 2019, 20:30 | Centraal Auditorium Gasthuisberg | niet-studenten: €10; studenten/ -18j: €5; cultuurkaart: €4

INTERVIEW: Jaguar Jaguar

Smijt 3 leden van Lohaus en elk 1 van Soldier’s Heart en Tamino bij elkaar en je krijgt Jaguar Jaguar. Hoewel ze liever niet zo geïntroduceerd worden. Sorry daarvoor. Hoe dan ook scoorden ze een heuse hit met ‘So Long‘, as we speak al 160.865 hits op Spotify! Wetende dat de band slechts 9 maanden op de rails staat is dat haast ongezien voor een Vlaamse groep. Het leek voorlopig dus nog geen lastige bevalling te zijn voor het zes(!)koppige Jaguar Jaguar, maar wij waren wel eens benieuwd hoe ze terugkijken op de laatste maanden en wat er nog in het verschiet ligt.

Persfoto Jaguar Jaguar - HQkopie

Lees verder

100 jaar Bernstein: feest!

De Amerikaanse en wereldvermaarde componist (of zeg ik beter dirigent, pianist, pedagoog…) Leonard Bernstein zou vorig jaar precies honderd jaar geworden zijn. En dát wil 30CC niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Op hun programma vinden we betrekkelijk veel Amerikaans repertoire. Zo werd ik vorige week nog helemaal meegezogen in het verhaal en de muziek van Bernsteins Trouble in Tahiti, waarin enkele zangstudenten van het Lemmensinstituut mateloos schitterden. Ook vanavond getuigde de uitvoering van een bijzonder hoog niveau. Sopraan Hanne Roos glanst in een repertoire dat haar op het lijf geschreven lijkt en pianist Jeroen D’hoe hult Roos’ stem in een walm van kleurrijke akkoorden.

I hate music! Knal! Die eerste noot is meteen raak. Kortgerokt en met een rode bloem in het haar komt Hanne Roos flamboyant het podium opgewandeld. I hate music, but I like to sing. Het publiek gniffelt geamuseerd. Op het podium staat niets meer dan louter een houten kruk en een klein tuintafeltje met bijpassende stoel. Met deze beperkte hoeveelheid attributen zal de Belgische sopraan haar publiek een dik uur lang weten te fascineren en de zangeres laat onze aandacht geen seconde los. De hoge noten glijden moeiteloos de zaal in en onthullen de zoete klank van een prachtig timbre. Ik snak naar meer.

Niet alleen Bernstein passeert in dit Amerikaanse recital de revue. Na I Hate Music! Komen ook collega’s zoals Jerome Kern, George Gershwin, Stephen Sondheim en nog enkele anderen aan bod. Doorheen elk lied toont Roos een onfeilbaar begrip van stijl en de daarbij horende expressie. Haar vertolking is erg dynamisch en presenteert de emotie van de muziek zowel in de kleur van haar stem als in de energieke schwung van haar bewegingen. Zangtechnisch laat ze het beste van zichzelf zien in de overbekende, maar uitdagende aria Glitter and be Gay. En ook hier slaagt ze erin met haar stem elke emotionele nuance van de melodie onverbiddelijk bloot te leggen.

De absolute klassieker America uit Bernsteins West Side Story kon me dan weer ietwat minder bekoren. Hoewel de energie en de intentie van het lied bij Roos zonder twijfel goed zat, leek het geheel toch wat aan afwerking te missen. Somewhere klonk me dan weer net iets te pop. Desondanks getuigen alle andere liederen en aria’s stuk voor stuk van een ideale balans tussen een klassieke techniek en een die dan eerder bij musical past. Precies zoals het moet in dit repertoire.

Een uur later lijkt Roos’ stem nog steeds niet uitgeput. De hoogtes blijven even sprankelend en de performance even meeslepend. Na een enthousiast applaus is er zelfs nog wat plaats voor een bisnummer en het publiek roept enthousiast van bravo. ‘Dat was niveau’, klinkt het achteraf instemmend in de gangen van de Leuvense schouwburg.

Broadway meets Bernstein 14-03-2019.jpg

©30CC

Broadway meets Bernstein | 30CC | woensdag 13 maart 2019, 20:00 | Schouwburg Leuven| €16 (rang 1), €14 (rang 2), 20% korting met cultuurkaart

Het Nederlands Studentenorkest kwam, zag en overwon

Het nieuwe semester lijkt nog maar goed en wel ingezet en de Leuvense cultuurkaarthouder kan zich alweer vol genoegen in de handen wrijven met een gratis concert. En niet zomaar een! De nieuwsbrief van KU Leuven Cultuur belooft ons -ik citeer- ‘de 103 beste student-muzikanten van Nederland’. Daarbovenop pronkt glorieus -in drukletters weliswaar- de belofte tot een gratis receptie achteraf. ‘Onweerstaanbaar’, besluit ik en ik neem linea recta mijn agenda bij de hand. Een erg goede keuze, zo zal later blijken.

Overwinnen gaat niet vanzelf, daar gaat hard werk aan vooraf. 

Als thema voor hun zevenenzestigste concertreeks koos het Nederlands Studentenorkest de triomfantelijke titel Overwin. Erg toepasselijk in een programma dat wordt getekend door de veelzeggende werken van componisten als Hawar Tawfiq, Sergej Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj. Die eerste kan u misschien -naast de namen van twee Russische compositiereuzen in de wereld van de muziek- wat minder bekend voorkomen. Toch slaagt ook deze componist erin zich te bewijzen in een werk dat op erg treffende wijze het eerdergenoemde thema representeert.

Barazah (opdrachtcompositie)

Hawar Tawfiqs levensverhaal is er een van eindeloos doorzetten. Als 16-jarige, Koerdische vluchteling kwam hij in 1998 in Nederland terecht. Daar bleef zijn muzikale talent niet lang onopgemerkt, zo informeert het programmaboekje ons. Dankzij een lerares in het opvangcentrum waar hij toentertijd verbleef, komt hij in contact met het conservatorium in Tilburg. De jonge muzikant grijpt deze kans met beide handen en ontpopt zich tot een waar virtuoos. Doorzettingsvermogen en muzikale aanleg leiden tot een masterdiploma viool en compositie en de cum laudes stapelen zich op als een echo van Tawfiqs onmiskenbare talent. Geen wonder dus dat juist deze componist gevraagd wordt een werk te schrijven in een thema dat ontegensprekelijk de triomf van wilskracht en moed symboliseert.

Deze opdrachtcompositie is dan ook een duidelijke verwijzing naar Tawfiqs eigen verhaal. Barazah is de naam van een opmerkelijke plant die er, ondanks de barre omstandigheden van zijn plek hoog in de bergen, toch in slaagt zich te ontpoppen tot een uiterst voedzame groente. De onverbiddelijke levenslust die we zowel in het leven van de componist als in het standvastige groeien van de plant kunnen terugvinden, weerklinkt spits en vol energie in een kleurrijk tapijt vol levendige klanken. De jonge muzikanten van het NSO wagen zich dapper in het muzikale spel van Tawfiqs daverende werk en zijn muziek sleurt ons mee in een uiterst beeldende wereld van druk dialogerende instrumenten. Het Nederlands studentenorkest toont zich hierbij al onmiddellijk van een erg hoog niveau.  De noten lijken hen bijna foutloos in de vingers te zitten en doorheen het hele stuk klinkt de overtuigende kracht van een zelfzekere knowhow. De teerling is geworpen.

Prokofjev en Sjostakovitsj

Voor Prokofjevs eerste vioolconcerto deed het ambitieuze studentenorkest beroep op de Russische topvioliste Maria Milstein. Zij speelde absoluut feilloos en vol expressie die o zo zalige, lang uitgerekte melodieën van de vioolsolo’s in het eerste en derde deel. In het tweede gaan snelle vingers razend tekeer in een staaltje pure virtuositeit. Terwijl ik verrukt wegdroom op de melodieuze klanken van Milsteins instrument, merkt een vriendin/violiste naast mij streng op dat het orkest soms wat vals pleegt te klinken. Maar goed, de heerlijkheid van de muziek is en blijft wat ze is en wanneer het hele orkest op volle kracht hun melodieën doen weerklinken in een waar salvo van muzikale intensiteit, word ik overrompeld door innige ontroering. Lang leve Prokofjev!

Sjostakovitsj’ Leningrad symfonie biedt het orkest dan weer de perfecte gelegenheid tot een heuse comeback.  Enkele jonge leden schitteren in korte solo’s voor onder andere fluit, klarinet, fagot en hobo en elke solist geeft blijk van afwerking en technische knowhow. Het geheel getuigt van een meeslepende overtuigingskracht en in de zachte passages merk ik tevreden het heerlijke resultaat van fijnzinnige subtiliteit en nauwkeurige beheersing. Een ideale afsluiter als je het mij vraagt.

Nu zou een studentenorkest natuurlijk geen studentenorkest zijn zonder de bekoorlijke melodieën van een jolig bisnummer. De jonge muzikanten hullen zich haastig in hun zorgvuldig klaargelegde outfitjes en het podium verandert in een eclatant kleurenspektakel. De percussionisten vormen een vrolijk Winnie the Pooh tafereeltje, de trompettisten spelen parmantig hun olijke melodie vanachter een kartonnen kasteeltje, ballonnen worden enthousiast de lucht in geworpen op het ritme van de muziek… Een bisnummer als nooit tevoren. En het applaus achteraf toont aan dat het goed was.

Nog te zien in:

Utrecht -TivoliVredenburg op zaterdag 23 februari, 20:15                                                        Leeuwarden -De Harmonie op zondag 24 februari, 14:30                                                      Amsterdam -Het Concertgebouw op maandag 25 februari, 20:00

 

 

NSO meets Leuven 19-02-2019

© NSO

NSO meets Leuven | NSO | dinsdag 19 februari 2019, 20:00 | LUCA/Campus Lemmens Leuven| €9 studenten en personeel KU Leuven, €12 overige, gratis met cultuurkaart