Lang zal de kortfilm leven: onze tips voor het 25ste Kortfilmfestival

Het Kortfilmfestival blaast dit jaar 25 kaarsjes uit en viert dat met een pittig programma van 100 kortfilms op een week tijd, zowel Vlaamse toppers als een verrassende internationale selectie. Voor moeilijke beslissers zijn de compilaties waaruit het schema is opgebouwd alvast een godsgeschenk: in elk programmablok waarvoor je een ticket koopt, krijg je 5 tot 10 films te zien – sowieso waar voor je geld dus. Zie je zelfs dan door het bos de bomen niet meer? CLUB KULTUUR helpt je  op weg in de strijd met de embarras du choix.

Decor wordt film: het debuut van Rinus Van de Velde

Wie Rinus Van de Velde zegt, zegt muurbrede houtskooltekeningen met raadselachtige citaten. Aan zijn doordachte composities gaat heel wat geëxperimenteer met kartonnen modellen en fotografische ontdekkingstochten vooraf. Die making of had voor Van de Velde zoveel potentieel als volwaardig filmdecor dat de stap van het canvas naar het witte doek snel gemaakt was. Zijn kartonnen universum wordt van achter de schermen tevoorschijn gehaald in zijn eerste kortfilm The Villagers. Wil je Van de Velde zelf aan het woord horen? Woensdagavond komt hij langs voor een nabespreking bij de compilatie Alternative Realities 1, waar je ook werk ziet van een heleboel andere makers die spelen met de grenzen tussen fictie en realiteitEn als bonus kan je het overstroomde huis uit het decor bewonderen op het binnenplein van het STUK. 

Een best of the best of in 3 episodes

Van het RITCS naar Palm Springs

Bij een jubileumeditie horen herinneringen. Maandag-, dinsdag- en woensdagavond kan je genieten van een selectie van de beste creaties die ooit op het scherm van Cinema ZED te zien waren, uit respectievelijk de periodes 1995-2003, 2004-2013 en 2014-2018. Heel wat filmmakers hebben hun carrière te danken aan het Kortfilmfestival, zoals Michael R. Roskam. In 2004 won hij de publieksprijs met Carlo, 12 minuten vol knullige Limburgers en vlammende auto’s – zowaar een mini-Rundskop waarbij gevoelige kijkers niet hoeven weg te kijken. De recentste ereplaats op de wall of fame gaat naar Provence van Kato De Boeck, een afstudeerproject aan het RITCS dat meteen goed was voor een Ensor en een publieksprijs op het Film Fest Gent. Een elfjarig meisje, haar broer en de Franse zon, meer is er niet nodig voor een poëtisch stukje coming-of-age dat smaakt naar meer.

Focus op animatie

Liefhebbers van de betere animatiefilm komen dankzij het programma AnimaZED al aan hun trekken in Cinema ZED. Ook het programma van Kortfilmfestival biedt heel wat moois in maar liefst twee compilaties die volledig in het teken staan van animatie. Eli is het resultaat van de strijd tussen Amerikaans regisseur Nate Milton en zijn innerlijke demonen: zijn eigen ervaringen met een bipolaire stoornis verwerkt hij in het verhaal over een psychiatrisch patiënt die zijn hulpverleners verbluft met wonderlijke theorieën over de kosmos. Voor mensen die bij het minste hoofdpijntje hun toevlucht zoeken tot dokter Google – geef toe, we’ve all been there – is het Belgische Sous le cartilage des côtes een fijne wake-up call. Fans van dystopische drama’s zoals The Lobster kunnen dan weer genieten van het Frans-Portugese Entre Sombras, dat je meesleept naar een universum waarin mensen die zich niet over durven te geven aan de liefde hun hart bij een bank kunnen inruilen.

Gastland: Griekenland

Gerelateerde afbeelding

Dat de Griekse cultuur uit meer bestaat dan blokken marmer, maakt het Kortfilmfestival meer dan duidelijk door de bloeiende filmindustrie van het land in de kijker te zetten. Een van de artists in focus is Konstantina Kotzamani, die met haar magisch realisme de ene prestigieuze prijs na de andere binnenrijft. Fans van Yorgos Lanthimos kijken waarschijnlijk uit naar Nimic, de nieuwste creatie van de regisseur van The Favourite en The Killing of a Sacred Deer. De ontmoeting tussen een cellist en een onbekende vrouw op de metro belooft alvast heel wat surrealistische beelden en muzikale suspense. Meer bizarre ontmoetingen vind je in The distance between us and the sky, waarin een ontmoeting tussen twee mannen aan een verlaten tankstation uitmondt in een filosofische conversatie over wat ons van de sterren scheidt.

25ste Kortfilmfestival Leuven, in STUK van zaterdag 30 november t.e.m. zaterdag 7 december. Het volledige programma vind je hier. Kortingen voor cultuurkaarthouders. 

Elsewhere in de Zwartzusterkapel: Adriaan de Roover en Mary Lattimore

Met Elsewhere programmeert het STUK in samenwerking met 30CC muziekvertoningen op historische locaties in Leuven. De eer voor deze twaalfde editie in de barokke Zwartzusterkapel viel te beurt aan Adriaan de Roover en Mary Lattimore.

13 Angels Standing Guard Round the Side of your Bed van Silver Mt. Zion dat uit de speakers klonk voor de aanvang van de avond, kon nagenoeg geen beter momentum creëren voor beide muzikanten.

De Roover, tevens ex-frontman van Oaktree, stelde in de Zwartzusterkapel zijn solo debuutalbum Leaves voor. Met field recordings en onverhoedse ruis construeerde de Antwerpenaar behoedzaam een lappendeken van fragmentarische soundscapes, wat menigmaal deed denken aan Substrata (1997) of The Hilvarenbeek Recordings (2018) van Biosphere.

Gaandeweg incorporeerde de Roover meer en meer soorten geluidseffecten, zoals schaarse pianomelodieën, vocale samples en galmende echo’s. Na enkele nummers trad een drummer hem bij die zijn elektronica van de nodige slagkracht voorzag. Met stuwende beats en diepe bassen begaf het duo zich meer op het terrein van elektronische artiesten zoals Andy Stott.

Het contrast met de performance van Lattimore kon haast niet groter zijn. Alle noten in de hogere regionen klonken pijnlijk schel, die door de talloze loops en echo’s nodeloos lang bleven doorklinken. Ondanks dat de harpiste zich liet inspireren door persoonlijke anekdotes en herinneringen voor haar composities, hadden al haar nummers quasi dezelfde opbouw.

Hoewel harp een van de meest meditatieve en tot de verbeelding sprekende instrumenten is, wat met looping en soundeffecten op papier een feilloze combinatie vormt, wist Lattimore niet te overtuigen.

Elsewhere in de Zwartzusterkapel met Adriaan de Roover en Mary Lattimore op dinsdag  5 november. 

 

Door een roze bril

Zwarte humor door een roze bril, CampusToneel bewijst dat het kan. Rechercheurs Frank en Eddie werken samen met hun stagiair Freddie aan de zaak Blank. Ze hebben alledrie het charisma van een schotelvod, maar moeten wel een moordmysterie oplossen. Dat moorverhaal is quasi bijzaak in het theaterstuk dat CampusToneel brengt. Het echte drama huist in de vrouw des huizes: Adel Blank.

54798781_2184750598237720_7512982464629833728_o

© Jules Peremans

Abel Blank is een kakmadam die het een beetje hoog in haar bol heeft. Ze behandelt de mensen van wie ze houdt als huisslaafjes omdat ze zelf een assepoesterverleden heeft. Haar huisgenoten hebben één gemeenschappelijk doel: geduldig wachten tot mevrouw sterft en ervandoor gaan met de erfenis. Dat blijkt moeilijker dan gedacht voor een gebroken familie, waarvan iedereen aan het stockholmsyndroom[1] lijdt.

Hoofdzaken tot details reduceren en de achtergrond tot hoofdpersonage maken: het is weinigen gegeven. Regisseurs Lindsy Desmet en Flavie Lindemans zijn er wonderwel in geslaagd. Het roze barbiehuis van de familie Blank en de blauw-oranje arm der wet stralen meer leven uit dan de personages zelf. Het spannendste waar de Adel en haar gevolg zich mee bezig houden zijn: snorren passen en oefenen op het gebruik van de bel. Elke acteur slaagt erin om de dagdagelijkse sleur om te toveren tot een groot drama. Adel Blank  is een ode aan de theatraliteit. Los erover en daarom geniaal grappig.

654fe115320d78e8f83beeb88f7560be-54518179_1110714549101527_7546536853680160768_n

© Jules Peremans

Campustoneel speelt Adel Blank| 20-24 maart 2019 | STUK Verbeeckzaal | 5 euro voor cultuurkaarthouders|  Meer info of interesse in andere voorstellingen?  Klik hier voor de website

 

[1] Meer weten? Het stockholmsyndroom is het psychologisch verschijnsel dat soms optreedt tijdens een gijzeling. Het verschijnsel houdt in dat de gegijzelde sympathie voor de gijzelnemer krijgt.

Een tentoonstelling die (je) beweegt #Artefact19

Ik fiets de Naamsestraat af, laat de pedalen los, kijk omhoog en laat de regen op mijn gezicht vallen. Ik denk: jammer dat de zon niet meer schijnt. Maar ik denk ook: dankjewel Artefact om in deze harde tijden van bezuinigingen in de culturele sector en onder het gewicht van de allesoverheersende eis dat ‘kunst relevant moet zijn voor de huidige samenleving’ deze tentoonstelling te maken. Het is lang geleden dat ik nog zo enthousiast geweest ben over een expositie. Waarom? Omdat Artefact nog maar eens zo goed in zijn missie slaagt: een prikkelende, vernieuwende tentoonstelling bieden over een brandend actueel thema zonder te vervallen in een politiserend discours, waardoor je STUK verlaat met een bredere horizon en een nog bredere glimlach. Een mens zou voor minder eens de pedalen loslaten.

foto-opening-web-©-Joeri-Thiry-STUK-57© Joeri Thiry

De Expositie

Het thema van dit jaar is het gevaarlijk gemediatiseerd concept ‘migratie’. Maar, wat je te zien krijgt in de zalen van STUK staat ver af van de alarmerende beelden die de media ons voorschotelen. Eerder dan te focussen op deze vaak negatieve interpretatie en de bevolkingsgroepen die ermee geassocieerd worden, trekt Artefact het begrip helemaal open. Dit wordt meteen duidelijk door de tekst van stanley brouwn (ja, weldegelijk zonder hoofdletters), die de expositie inleidt:

Walk during a few moments very consciously

in a certain direction;

simultaneously an infinite number

of living creatures in the universe

are moving in an infinite number of directions

Lees verder

Mika Taanila bewijst in ‘The End’ dat kunst ook gewoon lekker moraliserend mag zijn

Een donkere exporuimte, drie beeldschermen, enkele zitzakken en een dreigend geluid zijn de eerste elementen waar je als bezoeker mee geconfronteerd wordt in de tentoonstelling The End van de Finse kunstenaar Mika Taanila. “In zijn werk combineert Taanila bestaande materialen en verhalen in een reflectie op de menselijke toestand in de huidige samenleving”, zo weet het bezoekersblaadje ons te vertellen.

Ik laat me in de zitzakken ploffen. Er verschijnen projecties op de schermen. Het is een snelmontage van beelden. We maken kennis met het leven in Eurajoka, een klein dorp met 6000 inwoners in het westen van Finland. Wie de idyllische natuurbeelden ziet, zou nooit geloven dat de voornaamste attracties in dit dorp sinds de jaren ’70 twee kernreactoren zijn. Een derde kernreactor is op komst, al zou die in 2009 eigenlijk al af geweest moeten zijn, maar de constructie ervan liep vertraging op. Taanila bracht in deze vijftien minuten durende video-installatie de constructie ervan in beeld. Natuurtaferelen worden afgewisseld met beelden van het schijnbaar rustig boerenleventje in het dorp, scènes van mannen in overalls die radiatie-metingen uitvoeren en arbeiders die de kernreactor bouwen. In fast-forward lijken de piepkleine arbeiders wel een hardwerkende mierenkolonie. Beseffen ze wat ze werkelijk doen? Of zijn het gewoon werkers die bevelen opvolgen en daarna zelf opgegeten dreigen te worden?

De beelden op zich zijn niet echt schokkend, maar het is de combinatie tussen beelden en soundtrack die ervoor zorgt dat ik met een wrang gevoel in mijn lijf als gekluisterd naar het scherm blijf staren. De boodschap die Taanila geprojecteerd op dit moraliserende drieluik wilt meegeven, is duidelijk. Kijk wat wij, de mens, met de aarde en de natuur aanrichten.

The End bestaat uit vier verschillende werken. Twee kortfilms, een fotocollage en een readymade stuk marsepein, maar het zijn vooral de twee films die de tentoonstelling z’n kracht geven. Evenals The Most Electrified Town in Finland (2012), gaat ook Taanila’s meest recente film The Earth Who Fell To Man (2017) over de veranderingen die de mens de aarde en de natuur -ongeoorloofd? – heeft toegebracht. Al mag Taanila niet met alle lof gaan lopen, want in feite is deze kortfilm niets meer dan een collectie beelden van de film The Man Who Fell to Earth (1976), de verfilming van de gelijknamige roman uit 1963. De film gaat over een buitenaards wezen, vertolkt door David Bowie, dat met zijn ruimteschip op de Aarde verongelukt en vervolgens verkleed als mens op zoek gaat naar een manier om water naar zijn planeet te vervoeren. The Man Who Fell to Earth was de visuele uiting van Bowie’s hoop op een betere toekomst, een wereld in Ziggy Stardust’s universum waar nog hoop en liefde heerst, in contrast met onze koude wereld. Taanila heeft bewust elk voorkomen van Bowie uit de film geknipt én de beelden ook nog eens op z’n kop gezet.

Het resultaat is een kortfilm van landschappen, gebouwen, achtergronden, wegen, lucht en aarde ondersteund door een soundtrack van aardbevingen, vallende stenen en aardverschuivingen. De mens valt niet meer op de aarde. Zoals de titel niet zo subtiel aangeeft, is vandaag net andersom.

Mika Taanila kaart in The End op gepaste wijze de ecologieproblematiek aan waar we nu jammer genoeg mee te maken krijgen. Op zich niets nieuws voor Taanila, die reeds sinds de jaren ’90 via zijn kunst kritiek levert op de gebreken van de hedendaagse wetenschap en wereld. De betekenissen in zijn kunstwerken zijn ondubbelzinnig, voor veel persoonlijke interpretatie is zijn werk niet vatbaar. Of dat een plus- of minpunt is van deze toch intrigerende tentoonstelling, kan u best zelf uitmaken.

In The End nodigt Taanila ons uit om door middel van vier verschillende werken door zijn ogen te kijken naar het ecologievraagstuk en bewijst zo dat kunst ook gewoon lekker moraliserend mag zijn. Moraliserend. Niet zo stimulerend. Wel intrigerend. The end.

The-Most-Electr_2Foto: Job Janssen & Jan Adriaans

The End van Mika Taanila. Nog tot 16 december te bezichtigen in STUK. Gratis.

 

Dertien jongeren (v/x) gaan op het podium de strijd aan tegen genderongelijkheid

Vorige week ging ‘Passing the Bechdel Test’ in première, een coproductie van fABULEUS en GRIP in een regie van choreograaf Jan Martens.  Geen dans op de scène echter, maar taal. In een mengelmoes van talen en media en gewapend met citaten, leugens en waarheden staan dertien jongeren (V/X) op de scène. Uw aandacht zullen ze trekken, want ze hebben een boodschap te verkondigen.

“What is it like if you are fifteen and you are faced with all the things a girl is supposed to be?” – Ali Smith

Eén voor één komen ze de lege scène op gewandeld. Op de tonen van “You don’t own me” van Lesley Gore staren ze het publiek in. Met dertien zijn ze, tussen de veertien en negentien jaar oud. Sommigen voelen zich vrouw, anderen niet. Gedurende twee uren brengen ze teksten over feminisme, seksualiteit, gender en wat het betekent om al dan niet vrouw te zijn, afgewisseld met persoonlijke anekdotes. Echt acteren is dit niet, de jongeren zijn in de eerste plaats zichzelf, al belichamen ze ook de auteurs en kunstenaars die ze zowaar stoïcijns voordragen.

Een veertienjarige teksten van Mary Wollstonecraft en Virginia Woolf geloofwaardig laten overbrengen, wetende dat de gemiddelde universiteitsstudent al eens moeilijkheden ondervindt de diepgang ervan te begrijpen, is op z’n zachts gezegd bewonderenswaardig. Het is duidelijk dat de jongeren tijdens het repetitieproces en daarbuiten zelf veel gelezen hebben en dat de thema’s hen persoonlijk aanbelangen. Zo krijgen ze voor elkaar wat menig professor vaak niet lukt, de zaal luistert én begrijpt wat ze zeggen.

“The ability to tell your own story is already a victory, already a revolt.” – Rebecca Solnit

Met Passing the Bechdel Test schreef Jan Martens een manifest voor de toekomst. Al werden sommige voorgedragen teksten al een eeuw geleden geschreven, ze blijven bijzonder actueel. Waarom we nog steeds moeten protesteren is een constante onderliggende vraag doorheen de voorstelling. Zoals Virginia Woolf in 1927 zelf zei, zijn er verhalen die iedere generatie opnieuw verteld moeten worden. De jongeren op de scène vormen deze nieuwe generatie. Zij gaan voor algemeen belang opnieuw de confrontatie aan, wat nodig is. Want we hebben de laatste decennia dan wel grote sprongen genomen omtrent LGBTQ-rechten, aanvaarding blijft zelfs in 2018 een prangend probleem, wordt al snel duidelijk.

“I want to thank you for your courage and I want to tell you that I believe you.” – Kamala Harris

De parallellen tussen de verhalen die worden voordragen en de eigen verhalen van de jongeren zijn duidelijk te merken. Zo nu en dan krijgen we zelfs hun eigen versie van de feiten te horen, en dat vraagt moed. Voor je familie en vrienden uit de kast komen lijkt me één ding, daarover vertellen in een bomvolle zaal iets anders. Toch staan ze allen schijnbaar zelfverzekerd op de scène. Deze persoonlijke verhalen en anekdotes dragen de voorstelling niet alleen extra kracht bij, ze zijn ook een welgekomen afwisseling.

Het is een lange voorstelling. Hoewel het nooit gaat vervelen, want daarvoor wordt er op slimme wijze voldoende met vorm en media gespeeld, vergt het interpreteren van de voorgedragen teksten wel wat aandacht. Door de grote hoeveelheid ervan, dreigen sommige teksten vergeten te worden. Niet getreurd echter, want bij afloop krijg je hun  ‘bijbel’ gewoon mee naar huis. Geen verhalen over water en wijn, wel samenvattingen en quotes over de auteurs die werden voorgedragen. Oprecht handig en een leuke tastbare herinnering.

Passing the Bechdel Test is een voorstelling die blijft nazinderen. De woorden van de grondleggers van het feminisme horen uit de mond van een nieuwe generatie, mist zijn impact niet. “In the name of the mother, daughter and the holy cunt”, gaat dat zien.

passing-beeld-804x1200
© Wies Hermans – Fuut

Wie ook graag naar Passing the Bechdel Test gaat kijken, kan daarvoor tot mei 2019 terecht in zowel binnen- als buitenland. Meer info op de websites van fABULEUS en GRIP.

fABULEUS & GRIP // Passing the Bechdel Test // 8 november 2018 // Soetezaal, STUK // €14 (€10 met cultuurkaart)