Eclectica – Gwen Cresens kwartet

Het is zaterdag 17 oktober. De lichten zijn nog aan, de schouwburg ruikt naar handgel en een zekere voorzichtigheid en voelbaar ongemak hangt na al die maanden nog steeds tussen de mensen. Niet tussen de muzikanten, want hoewel ik vooral met mijn ogen dicht van het concert zat te genieten, zag ik wel degelijk de alleszeggende glimlach en hoe fijn zowel artiest als publiek het vonden om terug in een concertzaal te zijn. Wat een speciale wereld eigenlijk. En wat een mooie avond in die speciale wereld gisteren: Eclectica, het nieuwe album van het Gwen Cresens kwartet, verbindt genres en culturen, werkelijkheid en dromen.

Het licht in de schouwburg dooft zachtjes. De accordeon klinkt en Italiaanse filmmuziek van Morricone haalt ons meteen uit de onaangename realiteit. Het Gwen Cresens kwartet doet ons een heel concert lang zweven tussen verre en minder verre oorden, tussen kracht en dynamiek en daartegenover de sereniteit van een breekbaar samenspel tussen accordeon en piano. Van Italiaanse cinema naar een Bachprelude tot bij het repertoire van Duke Ellington: de vier muzikanten klinken nu als opzwepende bigband, dan als Argentijns tango-ensemble dat het ons moeilijk maakt om stil te blijven zitten. En soms ook niet. Soms ontroeren ze, meer dan Italiaanse cinema, meer dan zonsondergangen in de zomer.

Wereldreis

Misschien brengt de muziek zoals Gwen Cresens ze ziet ons ook wel een stukje dichter bij de wereld en haar mogelijkheid tot verbinden. Terwijl onze samenleving zich steeds meer lijkt te individualiseren, botsen we toch ook op een onmiskenbare samenhang van relaties en afhankelijkheden waaraan we niet kunnen ontsnappen. De muzikanten van het Gwen Cresens kwartet willen hier niet van weglopen, ze willen ons samenbrengen en laten zien hoe mooi en verrijkend die samenkomst ook kan zijn. Van Brazillië tot Argentinië, van klassieke muziek tot jazz en alles wat daar tussen, boven, onder en naast ligt: Eclectica neemt ons mee op wereldreis, als wereldburgers, proevend van alles waarover kunst en cultuur ons kan laten verwonderen.

Nieuwe perceptie op klassiekers

Regisseur Louis Malle schreef ooit dat de realiteit overal hetzelfde is, dat reizen zelfs iets absurd zou zijn. Maar realiteit is niet als anders in de schouwburg op zaterdagavonden: muziek laat die realiteitsgrenzen vervagen en maakt ruimte voor ontroering en verrassing. De fijne reis die deze avond was liet dat zien door de variëteit aan klassieke en niet-zo-klassieke stukken, allemaal op een unieke manier gebracht, allemaal Gwen Cresens kwartet.

De werkelijkheid kan zoveel mooier zijn door andere ogen (en oren). Zeker als die oren van Gwen Cresens (accordeon), Bart Van Caenegem (piano), Janos Bruneel (Contrabas) en Matthias De Waele (drums) zijn. De controle, creativiteit, levendige dynamieken en organische interactie van deze muzikanten maken het Gwen Cresens kwartet een pareltje door alle (genre)grenzen heen om te ontdekken, herontdekken of gewoon om dag in dag uit naar te blijven luisteren en van te genieten.

accordeon Gwen Cresens / piano Bart Van Caenegem / contrabas Janos Bruneel / drums Matthias De Waele / © Georges Tonia Briquet

Met een cultuurkaart geniet je van 20% korting op alle voorstellingen in 30CC.

Interview over de liefde met cabaretkoppel Grof Geschud

Hij komt uit het Vlaamse Zoersel, zij uit het Nederlandse Dinxperlo. Lander Severins (23) en Myrthe van Velden (24) leerden elkaar in 2014 kennen tijdens hun cabaretopleiding in ’s-Hertogenbosch in Nederland. Sinds 2019 treden ze op als het cabaretduo Grof Geschud. Een interview over hun debuutvoorstelling LIJMEN, maar vooral over hun liefde voor elkaar.

Lander en Myrthe tijdens hun voorstelling LIJMEN.
© Jaap Reedijk

Jullie debuutvoorstelling LIJMEN gaat over de liefde in al haar geuren en kleuren, van jonge tot oude liefde. Hoe zijn jullie op dit onderwerp gekomen?

Myrthe: ‘Dat was een beetje via onze regisseur, Raf Walschaerts (Kommil Foo). We hadden Raf gevraagd om regisseur te zijn voor onze afstudeervoorstelling. Toen hij ons materiaal bekeek, zei hij dat in al onze teksten onze liefde zit. Dat verbaasde ons. “Nee, het gaat gewoon over een oud koppel”, zeiden we. Maar Raf was zeker. “Dit gaat wel over jullie, het is jullie liefde die ervan afstraalt”, zei hij.’

Lander: ‘We zijn dat dan veel meer gaan onderzoeken, waardoor het opeens veel te privé werd, als een soort van therapietheater. (lacht) Uiteindelijk hebben we van dat persoonlijke wel iets universeels kunnen maken. We zijn eigenlijk begonnen vanuit een fascinatie voor oude liefdes. Hoe oude mensen naar liefde kijken, maar ook angst hebben om alleen achter te blijven. Zo ging het dan per ongeluk over onze eigen liefde, over onze angsten en verlangens. En hoe die soms wel en niet stroken met elkaar.’

Wat strookt dan bijvoorbeeld soms niet?

Myrthe: ‘Waar we achter zijn gekomen is dat Lander en ik een heel ander hechtingspatroon hebben. Dat was vooral in het begin van onze relatie. We zijn nu drie en half jaar samen. Ik ben iemand die als ze eenmaal beetheeft niet meer loslaat. Lander is iemand die heel graag wil, maar wegduwt als het te dichtbij komt. Dat constant afstoten en aantrekken was best onhandig.’

Lander en ik hebben een heel ander hechtingspatroon. Ik laat niet meer los eens ik beetheb, terwijl hij dan net wegduwt.

Aardappel in envelop

Zorgt het samen werken als koppel nooit voor wrevel?

In koor: ‘O jawel!’

Myrthe: ‘We waren eerst een duo en dat ging super goed. Toen werden we ook een koppel en dat is erg zoeken geweest. Wanneer houd je op met werken en wanneer ben je weer een koppel? Dat was moeilijk, maar ik heb het gevoel dat we elkaar daar steeds beter in leren kennen.’

Lander: ‘Drie jaar geleden hadden we op een avond tussen verschillende voorstellingen echt vlammende ruzie. We stonden in een line-up om vier keer een kwartier te spelen voor een publiek dat van plaats wisselt. Tussen die wissels waren we ruzie aan het maken. We kwamen toen langs verschillende kanten het podium op. Vanuit de coulisses wierpen we elkaar kwade blikken toe. Eens de voorstellingen waren gespeeld, was het wel weer helemaal oké.’ (lacht)

Wat is het gekste dat jullie al voor elkaar gedaan hebben?

Lander: ‘Myrthe was ooit voor een maand naar Zuid-Afrika en toen heb ik de zolder van mijn ouders verbouwd tot een appartement. We waren toen eigenlijk net uit elkaar. Het was een soort ultieme poging om haar terug te winnen.’

Myrthe: ‘Alles wat ik nu ga zeggen, kan daar niet tegenop! Ik heb nog nooit echt iets geks gedaan voor Lander, denk ik. Ik heb wel een keer een aardappel in een envelop gestopt en daar ‘potato’ opgeschreven. Lander dacht natuurlijk dat hij een cadeautje kreeg. Helaas.’ (lacht)

Eerst waren we een duo en dan een koppel. Dat is erg zoeken geweest.

Eeuwige liefde

In jullie voorstelling hebben jullie het over de sleur die in een relatie kan sluipen. Is dat iets waar jullie zelf ook bang voor zijn?

Myrthe: ‘Ik niet per se, maar het is wel een angst die je bij veel mensen hoort. Dus ik denk dat we daar heel erg mee hebben gespeeld. Het mag niet vanzelfsprekend worden. Dat is wel een angst die er heerst, denk ik.’

Lander: ‘De voorstelling draait inderdaad rond die vraag. Dat was bij ons allebei wel een thema. Bij mij was het vooral de angst van “O dit is liefde, ik vind het fantastisch, maar ditzelfde voor de komende zestig jaar? Dat is wel heftig.” Dat gaat voor mij altijd een belangrijk thema blijven.’

Geloven jullie dan in eeuwige liefde? Jonge mensen lijken daar steeds minder in te geloven.

Myrthe: ‘Ik vind het geweldig, terugkomend op oude koppels, om die mensen gelukkig te zien. Lander en ik kunnen gewoon huilen van twee oude mensen samen op een bankje te zien zitten. Dat is zo mooi. Dus ik geloof wel dat het bestaat, maar je moet veel geluk hebben en er ook hard voor werken.’

Lander: ‘Ik denk dat het beeld waar Myrthe het over heeft er net voor zorgt dat onze generatie en die van onze ouders zo weinig geloven in eeuwige liefde. Ik denk dat wat wij nu bijvoorbeeld met elkaar delen dichter aanleunt tegen wat eeuwige liefde zou kunnen worden genoemd. Vroeger was liefde meer gebaseerd op wederzijds respect dan op wat de generatie van onze ouders ervan heeft gemaakt, denk ik. Voor die generatie ontpopte liefde zich tot een onvoorwaardelijk bonzend hart. Terwijl ik denk dat liefde eerder iets is als: Ik verbouw nu al een week de badkamer. Myrthe leest al een week een boek. ’s Avond om zes uur zeggen we tegen elkaar “Hebben wij elkaar eigenlijk al gekust vandaag?” Het is net die vanzelfsprekendheid zonder dat je ze voor lief neemt.’

Door het coronavirus zijn alle voorstellingen van Grof Geschud in Nederland en Vlaanderen uitgesteld. Ook de voorstelling van 17 maart in 30CC/Wagehuys werd uitgesteld. De voorstelling is ondertussen verplaatst naar woensdag 9 december 2020. Lander en Myrthe zitten momenteel zeker niet stil. Op hun YouTubekanaal vind je hun reeks “Taboox” over jongeren en taboes terug. Binnenkort verschijnen er ook vlogs.

Voorstelling LIJMEN van Grof Geschud: 9 december 2020 | Korting voor Cultuurkaarthouders

Interview met Ish Ait Hamou: ‘Angst is de diesel van heel wat maatschappijen’

Op 24 oktober vond in La Conserve ‘Een avond met Ish Ait Hamou’ plaats, georganiseerd door 30CC en Leuven Leest. Die avond stelde Ish zijn vierde en nieuwste boek ‘Het moois dat we delen’ voor aan een groep Leuvense lezers. In dit boek beschrijft de voormalige danser en choreograaf het hedendaagse Vlaanderen zoals hij dat nu ziet, getekend door angst en verdeeldheid. ‘Mijn verhaal is er in eerste instantie om vandaag te documenteren, voor ons allemaal die nu in het heden zijn.’

  © Selina de Maeyer

Tijdens je boekvoorstelling in La Conserve zei je dat je met ‘Het moois dat we delen’ een schets hebt willen maken van de Vlaamse samenleving. Hoe heb je dat aangepakt?

‘Ik denk dat ik de voorbije vier jaar heel aandachtig ben geweest of dat heb ik alvast geprobeerd.  Ik heb geprobeerd om heel goed te luisteren naar verschillende mensen, vanuit verschillende invalshoeken. Hoe dat hele idee van samenleving en samen leven in elkaar zit en hoe we elkaar toenaderen. Zeker in momenten van problemen. We kunnen steeds twee verschillende richtingen inslaan om een probleem op te lossen. We kunnen aan zelfreflectie doen om te zien welke bijdrage wij hebben tot een situatie en daar dan mee aan de slag gaan. Of we kunnen besluiten dat het altijd de fout is van de ander. De afgelopen vier à vijf jaar merkte ik dat vanuit politiek, vanuit media, vanuit wij als mensen vaak werd gekozen om fouten door te schuiven en dus  niet de route van zelfreflectie op te gaan. En voilà, die vaststelling, die vaak teleurstellend was op belangrijke momenten, maakte deel uit van de tijdsgeest die ik wilde gebruiken in mijn boek.’

Angstig Vlaanderen

Het boek gaat over de ontmoeting tussen Soumia, een Vlaams meisje met Marokkaanse afkomst,en de “oude Vlaming” Luc. Soumia wordt vaak verweten dat ze niet dankbaar is voor haar leven in Vlaanderen. Zelf heb je ook een Marokkaanse achtergrond, is dat een ervaring die je met haar deelt?

‘Ik heb die passage twee jaar geleden geschreven, denk ik. Een maand geleden was Nadia Sminate, Vlaams Parlementslid van de N-VA, te gast bij De Afspraak. Ze zat aan tafel met de advocaat van een Syriëstrijder. Die advocaat was een Vlaming met Marokkaanse afkomst. En ze zegt tegen hem: “Kijk, mensen zoals jij en ik zouden dankbaar moeten zijn dat we hier zijn.” Op sociale media bevestigden ook heel wat mensen Sminates visie. Dus in termen van tijdsgeest zit mijn verhaal er bonk op.’

Dus de uitslagen van de verkiezingen van 26 mei hebben je eigenlijk niet verrast?

Absoluut niet. Die dag schreef ik op Facebook “If you’ve been surprised, you haven’t been paying attention”.’

Angst is ook een belangrijk thema in het boek. Houdt angst Vlaanderen in zijn greep?

‘Ja, al een tijdje en niet alleen Vlaanderen. Ik denk dat angst momenteel de diesel is van heel wat maatschappijen. En van politieke krachten. We gebruiken angst vaak om mensen te overtuigen van iets waar ze het misschien niet helemaal mee eens zijn, of mee zouden zijn in tijden van rust en vrede. Angst is een soort van middel geworden. Nochtans is het een heel natuurlijke emotie en het mag en moet er zijn, maar met mate natuurlijk. Alles wat er is, kan je voor het goede of slechte gebruiken. Het is daarom teleurstellend dat het vaak wordt gebruikt voor slechte doeleinden. Of wat ik zou beschouwen als slechte doeleinden.’

En wat zijn dan voor jou die slechte doeleinden?

(denkt even na) ‘Kloven proberen te creëren tussen mensen. Er is één samenleving, of er zou er één moeten zijn, en we zouden daar allemaal een rol in moeten hebben. En een bijdrage aan kunnen en moeten geven. Maar ons tegen elkaar uitspelen leidt nooit naar een goede of gezonde toekomst. In mijn ogen wordt dat vaak gebruikt om mensen te onderdrukken.’  

Rol als auteur

Hoop je met je boek mensen meer bewust te maken van de maatschappij waarin we leven?

Ik wil mensen raken met personages en onderwerpen die mij dierbaar zijn. Het is mijn bedoeling om over onderwerpen te spreken waar we het al jaren over hebben, maar soms op de minst constructieve manier. Maar wat ik vooral wil doen, is hopelijk de ruimte en veiligheid geven om empathie te hebben voor alle personages.’

Vind je dat ook jouw rol als auteur?

Soms wel en soms niet. Ik heb momenten dat ik bezig ben met verhalen die weinig maatschappelijke kritiek naar voren brengen. Maar ik wil groeien naar iemand die daar ook meer mee bezig is. Het is een rol die ik wel zou willen spelen.’

Literatuur en cultuur in het algemeen kunnen dus volgens jou ogen openen. Hoe sta je tegenover de besparingen die zijn aangekondigd binnen de cultuursector?

Zoals de meesten die bezig zijn in ons vak, denk ik. Ik voel verontwaardiging. Het is ook een paradox: enerzijds heel luid het belang van cultuur in ons land aankaarten en dan tegelijkertijd zo besparen. En dat is dan ook weer het niet au serieux nemen van kunstenaars, wat al lange tijd gebeurt. Niet  het belang en de bijdrage inzien van wat kunst kan doen, mag doen en ook moet doen. Ik denk dat er wel goed over werd nagedacht. Als je kijkt naar wie de grootste klappen gaan krijgen, dat zijn de kleinere instituten, en die kleinere instituten zijn vaak de eerste stap voor heel wat kunstenaars. En vooral ook voor kunstenaars die van alle soorten minderheden komen. Dat is hun eerste deur, die kunnen niet van waar zij zijn meteen naar die grote instellingen gaan, die moeten opbouwen. En het zijn die kleine trappen die je afbreekt, waardoor ze misschien nooit een groter publiek kunnen bereiken met verhalen die heel belangrijk zijn. Misschien heb ik het verkeerd, maar ik heb het gevoel dat er wel een agenda achter zit.’

Hoopvolle toekomst?

De titel van het boek ‘Het moois dat we delen’ staat voor het idee dat we elkaar moeten leren vergeven en met elkaar moeten leren leven. Is dat de toekomst die je voor ogen hebt?

‘Het is de toekomst waar ik aan wil werken. Ik weet niet of het zo zal worden, maar ik wil er wel aan werken, al ben ik ook geprikkeld door heel wat negativiteit. Maar er zijn nu ook heel wat positieve verhalen, mooie verhalen en mensen die verbinden. Dat zijn mensen die een heel andere levensvisie hebben of die op een positieve manier kunnen omgaan met negativiteit. Dus ik blijf hoopvol uiteraard.’

‘Weet je, enige vorm van hoop is een stap vooruit. En om een stap vooruit te kunnen zetten, moet je ook eerlijk durven zijn. Je kan niet opbouwen naar iets moois,  naar iets hoopvols, naar een lichtpuntje, als je niet hebt vastgesteld waar je echt staat. Als je weet waar je staat, is het makkelijker om een stap naar een richting toe te zetten. En ik denk dat dat een begin naar hoop is.’

Op zondag 16 februari 2020 organiseren 30CC, Leuven Leest en Ish Ait Hamou ‘De Grootste Leesclub’. Iedereen is welkom om in de Leuvense Stadsschouwburg van 20-21.30u samen met Ish en alle andere aanwezigen te praten over het boek ‘Het moois dat we delen’. Meer info en tickets vind je via https://www.facebook.com/events/2608187269239862/

Een avond met Ish Ait Hamou | Literatuur | La Conserve | 30CC & Leuven Leest | 24 oktober 2019 | https://www.30cc.be/nl/programma/item/een-avond-met-ish-ait-hamou

Focus op modern klassiek: drie hedendaagse interpretaties van een klassiek instrument

Het openingsnummer van Brian Eno’s Music for Airports (1978) kon nagenoeg betere introductie zijn voor een avond gewijd aan moderne klassieke muziek.

De Canadees Jean-Michel Blais presenteerde als eerste van de drie acts zijn tweede studioalbum Dans Ma Main (2018) in de Schouwburg. Naast de vertrouwde piano maakte hij ook gebruik van samples en loops, die hij manipuleerde via twee midi-controllers, aangestuurd door Ableton. Igloo was hier een treffend voorbeeld van: Blais liet zich hier naar eigen zeggen voor inspireren door de hevige sneeuwval in Quebec. Het nummer alterneerde  tussen weemoedige pianomelodieën, stuwende bassen en etherische samples.

Zijn liefde voor de bioloog en televisiemaker David Attenborough liet hij ook niet onopgemerkt. De Canadese pianist had een stuk uit een interview  gesampled waarin de Brit antwoordde op de vraag of hij al dan niet gelooft in God. Hiervoor verwees hij naar termieten, dieren ‘die ook niet kunnen zien’. Hoewel hij diens toestemming niet had, bracht Blais toch de volledige versie van het nummer Blind, inclusief de sample van Attenborough.

Het titelnummer Dans Ma Main was een ode aan boegbeeld John Cage, die het concept van ‘prepared piano’ mee vormgaf: voor deze techniek legt de muzikant iets op de snaren van de piano, gaande van huishoudelijke objecten tot zijn of haar eigen vingers. Ook hier maakte Blais gebruik van strijkers via zijn midi-controllers om een ‘larger than life’ gevoel op te wekken.

In het tweede luik stelde pianist Wouter Dewit zijn tweede album Here (2019) voor, bijgestaan door een drummer, die tevens de elektronica aanwendde en occasioneel basgitaar speelde, een violiste en zijn producer, die de cellopartijen zong. In deze eerder ongewone opstelling stond het pianospel van Dewit nog steeds centraal, maar de juxtapositie tussen de analoge elektronica en de snerende zang- en vioolpartijen voorzag de langgerekte composities van een unieke klankkleur.

De Nederlandse harpist Remy van Kesteren mocht de avond afsluiten met zijn solo performance, waarmee hij zijn sublieme album Shadows (2019) voorstelde. Ondersteund door psychedelische visuals en robuuste elektronica blies hij oude klassieke composities nieuw leven in met een sterke meditatieve boventoon. Zijn cover van Radiohead’s breekbare Daydreaming van A Moon Shaped Pool (2016) was eerder gewaagd, aangezien het arrangement voor één instrument de schoonheid van het meerledige nummer tevergeefs reduceerde. Tot slot toonde van Kesteren zich met het slaapliedje waarmee hij zich een laatste maal tot zijn publiek wendde, zich compositorisch wederom van zijn sterkste kant.

Met deze editie van Focus op modern klassiek voorzag 30CC een podium voor drie hedendaagse interpretaties van een klassiek instrument.

Focus op modern klassiek in de Schouwburg op zaterdag 30 november.

 

Triple M: afgewogen minimalisme met een imaginaire daadkracht

Dinsdagavond wijde 30CC met Triple M aan de hedendaagse klassieke muziek. Onder leiding van Erik Desimpelaere vertolkte het Ataneres Ensemble composities van de grootmeesters van het minimalisme zoals Philip Glass, Arvo Pärt en Max Richter. Videografe Karen  De Meyer coöpereerde aan de hand van audiovisueel materiaal waarmee zij terugblikte op de twintigste eeuw. Zo passeerden onder meer fragmenten over eerste maandstonden, tuperware, consumentisme en oorlogsbeelden, maar ook Mickey Mouse, waarmee associaties met muzikale acts die gebruikmaken van cinematografie zoals Boards of Canada, Godspeed You Black Emperor en de eigenste Max Richter nooit veraf waren.

Het vijftienkoppige Ataneres Ensemble opende met Gnossienne 1 (1893), een pianocompositie van Erik Satie. Met het vrije tempo dat het stuk kenmerkt leek het geen vanzelfsprekende intro, maar de strijkersarrangementen deden de Franse componist alle eer aan. Hierna volgde een al even grote uitdaging met een herwerking van Philip Glass’ Company (1983), muziek die hij schreef voor de gelijknamige novelle van de Ierse schrijver Samuel Beckett. Vervolgens brachten zij interpretaties van Karl Jenkins’ Palladio (1995), Otatiga en Timeless van Koen De Wolf en Elegia en Drive van Piet Swerts. Het magnum opus van de avond was echter zonder meer On the nature of daylight (2004) van het Duitse wonderkind Max Richter. De eerste viool vertolkte de trage melodielijn op een ingetogen, maar beheerste manier, waarbij de veertien andere strijkers collectief de uitgesponnen harmonie uitdroegen. Zes minuten balanceren tussen weemoed, melancholie en aangrijpende schoonheid, werkelijk prachtig.

Interpretaties van Arvo Pärts Summa (1977) en Fratres (1977), de eerstgenoemde compositie is geschreven voor een koorbezetting en de laatstgenoemde in zijn vermaarde Tintinnabulistijl, moesten nauwelijks onderdoen en getuigden eveneens van de imaginaire daadkracht die het Ataneres Ensemble hier aan de dag legde. Tot slot bleek de eerste Gymnopedie (1888) van Satie de ideale afsluiter voor deze wondermooie ode aan de minimalistische canon binnen de klassieke muziek.

Triple M in de Stadsschouwburg op 26/03. 

https://www.30cc.be/nl/programma/item/triple-m

Double Bill: Conservatorium Antwerpen ft. Jakob Bro & LUCA Bigband ft. Jesse van Ruller: twee bescheiden odes aan een levendige traditie

30CC voorzag op vrijdagavond een voorstelling met een dubbel programma in het kader van Leuven Jazz. De Deense gitarist Jakob Bro schaarde voor deze gelegenheid een tienkoppige band achter zich, waarmee hij het hele podium wist te vullen. Twee drummers, twee contrabassisten, een gitarist, een pianist, een sound-architect, een harmonicaspeler, een tenorsaxofonist, een baritonsaxofonist, Bro zelf en zes woordenkunstenaars brachten herwerkingen van composities die het resultaat waren van enkele vruchtbare repetities.

De spoken word-passages zinspeelden op associaties over optische illusies van het straatbeeld, wie ziet en wie gezien wordt, evenals grootmoeders en existentiële metafysica. Gedoseerd gitaarwerk, impressionistisch geïnspireerde pianobegeleiding, een noemenswaardige dialectiek tussen de ritmesectie  en de sporadische sound-effects begeleidden deze poëtische recitaties. De  instrumentalisten durfden zeker ook het voortouw nemen, zo deden meerdere vurige saxofoonsolo’s denken aan grootheden zoals Kamasi Washington & Shabaka Hutchings, terwijl de drummers de indruk wekten dat Sons of Kemet’s Your queen is a reptile (2018) nooit veraf was als inspiratiebron. Daarnaast resoneerden de kosmische composities en de bandformatie het werk van Sun Ra. Bro’s minimalistische composities, afgewisseld met free jazz-escapades en spoken word-intermezzo’s hebben voortreffelijk de toon gezet voor het eerste deel van de avond.

Na de pauze bracht de LUCA bigband onder leiding van Frank Vaganée een waardig eerbetoon aan de Amerikaanse componist en pianist Billy Strayhorn, waarbij de Nederlandse gitarist Jesse van Ruller in de schijnwerpers stond. Zijn virtuoze gitaarspel werd prachtig ondersteund door het blazersensemble, dat tevens op de voorgrond durfde treden met memorabele trompet- en trombonesolo’s. In deze bezetting kwamen interpretaties van bekende jazzstandards zoals In a sentimental mood en afsluiter Satin Doll dan ook voortreffelijk tot hun recht.

Twee bescheiden odes aan een levendige traditie.

Vrijdag 22/03 in de Schouwburg in het kader van LEUVEN JAZZ.

https://www.30cc.be/nl/programma/item/double-bill-luca-bigband-ft-jesse-van-ruller-nl—conservatorium-antwerpen-ft-jakob-bro-dk

 

100 jaar Bernstein: feest!

De Amerikaanse en wereldvermaarde componist (of zeg ik beter dirigent, pianist, pedagoog…) Leonard Bernstein zou vorig jaar precies honderd jaar geworden zijn. En dát wil 30CC niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Op hun programma vinden we betrekkelijk veel Amerikaans repertoire. Zo werd ik vorige week nog helemaal meegezogen in het verhaal en de muziek van Bernsteins Trouble in Tahiti, waarin enkele zangstudenten van het Lemmensinstituut mateloos schitterden. Ook vanavond getuigde de uitvoering van een bijzonder hoog niveau. Sopraan Hanne Roos glanst in een repertoire dat haar op het lijf geschreven lijkt en pianist Jeroen D’hoe hult Roos’ stem in een walm van kleurrijke akkoorden.

I hate music! Knal! Die eerste noot is meteen raak. Kortgerokt en met een rode bloem in het haar komt Hanne Roos flamboyant het podium opgewandeld. I hate music, but I like to sing. Het publiek gniffelt geamuseerd. Op het podium staat niets meer dan louter een houten kruk en een klein tuintafeltje met bijpassende stoel. Met deze beperkte hoeveelheid attributen zal de Belgische sopraan haar publiek een dik uur lang weten te fascineren en de zangeres laat onze aandacht geen seconde los. De hoge noten glijden moeiteloos de zaal in en onthullen de zoete klank van een prachtig timbre. Ik snak naar meer.

Niet alleen Bernstein passeert in dit Amerikaanse recital de revue. Na I Hate Music! Komen ook collega’s zoals Jerome Kern, George Gershwin, Stephen Sondheim en nog enkele anderen aan bod. Doorheen elk lied toont Roos een onfeilbaar begrip van stijl en de daarbij horende expressie. Haar vertolking is erg dynamisch en presenteert de emotie van de muziek zowel in de kleur van haar stem als in de energieke schwung van haar bewegingen. Zangtechnisch laat ze het beste van zichzelf zien in de overbekende, maar uitdagende aria Glitter and be Gay. En ook hier slaagt ze erin met haar stem elke emotionele nuance van de melodie onverbiddelijk bloot te leggen.

De absolute klassieker America uit Bernsteins West Side Story kon me dan weer ietwat minder bekoren. Hoewel de energie en de intentie van het lied bij Roos zonder twijfel goed zat, leek het geheel toch wat aan afwerking te missen. Somewhere klonk me dan weer net iets te pop. Desondanks getuigen alle andere liederen en aria’s stuk voor stuk van een ideale balans tussen een klassieke techniek en een die dan eerder bij musical past. Precies zoals het moet in dit repertoire.

Een uur later lijkt Roos’ stem nog steeds niet uitgeput. De hoogtes blijven even sprankelend en de performance even meeslepend. Na een enthousiast applaus is er zelfs nog wat plaats voor een bisnummer en het publiek roept enthousiast van bravo. ‘Dat was niveau’, klinkt het achteraf instemmend in de gangen van de Leuvense schouwburg.

Broadway meets Bernstein 14-03-2019.jpg

©30CC

Broadway meets Bernstein | 30CC | woensdag 13 maart 2019, 20:00 | Schouwburg Leuven| €16 (rang 1), €14 (rang 2), 20% korting met cultuurkaart

Le vieux port de Marseille: filmische klassieke muziek door piano en klarinet (24/02)

Klarinettist Peter Merckx en pianist Geert Callaert brachten een programma waarin het gedeelde filmische karakter van de werken centraal stond. Zij openden met Première Rhapsodie (1909) van Debussy, gecomponeerd voor solo klarinet met pianobegeleiding. Hiermee stelde Merckx zijn virtuositeit dan ook voor het eerst tentoon, zo balanceerde hij moeiteloos tussen schelle, hoge tonen en zachte, melodische lijnen. Hoewel Callaert hierbij een begeleidende rol speelde, benutte hij alle gelegenheid om zijn voortreffelijke techniek te illustreren. Deze tendens trok hij door naar Une page d’ephéméride (2005), een solostuk voor piano van Pierre Boulez. Technische vaardigheden, dissonantie en subtiele impressionistische klankvelden wisselden elkaar in snel tempo af, waarmee de pianist de aandacht van het publiek wist vast te houden. Voor Le vieux port de Marseille (1998) van Luc Van Hove, waar het concert tevens haar naam aan ontleende, verscheen Merckx weer ten tonele. De componist schreef het werk als begeleiding voor filmbeelden van de oude haven van Marseille (1929) van de Hongaarse cineast Laszlo Moholy-Nagy, die Callaert ook liet afspelen achteraan het podium.

Het tweede deel van de opvoering begon met het meest intieme werk. Spiegel im Spiegel (1978) van de Estse componist Arvo Pärt bracht rust in een intens programma waarbij de uitvoerders virtuositeit en contrapuntiek vooropstelden. Merckx vertolkte met zijn basklarinet voortreffelijk de oorspronkelijke resonerende viool, terwijl Callaert de minimalistische pianobegeleiding telkens weer bedachtzaam nieuw leven inblies. De integriteit van deze tien minuten durende wondermooie compositie vond sublieme weerklank in deze bezetting van piano en klarinet. Tot slot eindigde het duo met Kid Auto Races in Venice (2019), een eigen werk van Callaert, evenals begeleid door filmbeelden van Charlie Chaplin.

Le vieux port de Marseille in 30CC op 24/02.

https://www.30cc.be/nl/programma/item/le-vieux-port-de-marseille

 

 

 

 

Impresiones Intimas (27/01): intieme impressies op een druilerige zondagmorgen

Maarten Vandenbemden en Saskia Van Herzeele hebben elkaar leren kennen aan het conservatorium van Brussel en vormen samen Duo Adentro, een veeleer ongewone bezetting van klassiek gitaar en piano. De klankkleuren die hun berekende arrangementen en afgewogen herwerkingen van Ravel, Piazolla en Debussy voortbrachten, huldigden het Parijs van de vroege twintigste eeuw, waar het impressionisme hoogtij vierde.

Een uitverkocht Wagehuys getuigde van de breed gedragen belangstelling voor re-interpretaties van het oeuvre van het Franse impressionisme. Het duo opende met Pavane pour une infante défunte (1899), een van de vroegste werken van Maurice Ravel, waar gitaar en piano elkaar vonden in een dialoog van vraag-en-antwoord. Vandenbemden en Van Herzeele vervolgden met Ma Mère l’Oye (1908-1910), een reeks van vijf stukken voor quatre-mains, die zij vakkundig herwerkten voor gitaar en piano. Met name de passages Laideronette, Impératrice des Pagodes en Les entretiens de la Belle et de la Bête resulteerden in een eerste hoogtepunt: het speelse karakter van deze muziek, vergezeld van de nodige glissando’s, wist het duo voortreffelijk te vertolken. Nadien passeerde Adios Nonino (1959) van Piazolla, een tango die de Spaanse bandoneonist schreef naar aanleiding van het overlijden van zijn vader. Stilistisch gezien kon een dergelijke herwerking de nodige risico’s met zich meebrengen, maar wederom sloeg Duo Adentro meesterlijk in haar opzet, zo brachten hun instrumenten de passie en hartstocht die uitgingen van het nummer zonder meer over naar het publiek.

De grootste ontdekking van de ochtend was mogelijk Impresiones Intimas (1911) van de Catalaanse componist Frederico Mompau, waar het aperitiefconcert tevens haar naam aan ontleende. Een intermezzo van enige toelichting door Vandenbemden leerde dat zijn oeuvre ook voor het tweetal een ware gewaarwording was. Tot slot zorgde Petite Suite (1888-1889) van Claude Debussy voor de ware apotheose: de gitarist leidde elk onderdeel van de suite in met enkele regels uit een sprookje, waarmee hij het dromerige en kinderlijke karakter van de muziek voortreffelijk tegemoetkwam. Achtereenvolgens sloeg Duo Adentro zij zich meesterlijk door de vier delen: En bateau, Cortège, Menuet en Ballet. Inspirerende herwerkingen van een impressionant oeuvre.

30CC-Wagehuys

https://www.30cc.be/nl/programma/item/impresiones-intimas

 

 

 

Opera, lied en symfonie combineren in één concert: dat doe je zo!

Afgelopen donderdag beklom menig muziekminnaar dapper de steile hellingen van de Lemmensberg. Vol goede hoop, want 30CC had hen én wereldvermaarde muzikanten én werkelijk heerlijke muziek beloofd. De titel van het concert luidt kort en krachtig: ‘Vier letzte Lieder’. En mijn lichtjes maniakale, door muziek geobsedeerde hart maakt dat typische, kleine sprongetje van intens enthousiasme, eigen aan het onwankelbare fanatisme van een doorgewinterd melomaan. Dat Strauss’ laatste liederen ook nu nog tot de verbeelding spreken, is een vaststaand feit. De vraag is enkel of ook deze uitvoering dat doet.

Vergis u niet: in tegenstelling tot wat de titel van het programma doet vermoeden, gaf deze avond ons veel meer dan enkel en alleen deze ‘Vier letzte Lieder’ van de toen 84-jarige Strauss. Ons Belgisch Nationaal Orkest brengt zijn publiek allereerst enkele korte, louter instrumentale passages uit Richard Wagners befaamde ‘Götterdämmerung’. In deze krachtige extracten uit het vierde en tevens laatste deel van de 15 uur durende operacyclus ‘der Ring des Nibelungen’ schildert het 96-koppig orkest een levendig landschap vol fantasie en beeldende kleuren. De Japanse dirigent ‘Kazushi Ono’ slaat het stokje vol kennis van zaken en met zijn hevig trillende rechterhand vraagt hij het orkest om meer intensiteit. Zo krullen de treurende melodieën van Siegfrieds ‘Tod und Trauermusik’ zich om zijn wegdromende luisteraar om daarna te worden opgevolgd door een opwindend klankenpalet van een bewogen tocht naar de Rijn. De laatste noten van Siegfrieds ‘Rheinfahrt’ hebben geklonken en het publiek antwoordt met een bevestigend applaus. De avond belooft veel goeds.

Daar komt dan gezwind de Duitse sopraan ‘Christiane Oelze’ het podium op. Het programmaboekje had ons, in een kort portret, een hele waslijst aan prestaties en internationale samenwerkingen voorgeschoteld en vol bewondering zie ik toe hoe zij op elegante wijze en vol grandeur haar plaats voor het orkest inneemt. In enkele van haar opnames had ik een waarlijk betoverende stem gehoord, zuiver en heerlijk beladen met expressieve intentie. De verwachtingen waren hoog, maar als ik erg eerlijk ben, moet ik tot mijn spijt toegeven dat zij uiteindelijk toch niet helemaal werden ingelost. Allereerst lijkt de stem de leidende zanglijn niet voldoende te kunnen dragen boven het orkest. De instrumenten klinken veel te luid, missen op heel veel momenten die ‘o zo mooie’ nuances en subtiliteit die mij erg nauw aan het hart liggen in deze liederen. Daarbovenop dreigt Oelze soms te vervallen in een lichtjes theatrale en bijna artificiële fysieke expressiviteit, die eerder een zangtechnisch dan een interpretatiegericht doel lijken na te streven. Desondanks moet ik wel toegeven dat de zangeres dit repertoire nog steeds vol energie en overgave aan ons presenteert. Ze is en blijft volstrekt getalenteerd. Maar of ik haar graag hoor in ietwat zwaardere liederen als deze, schuif ik liever af op mijn ellenlange lijstje van prangende levensvragen.

De subtiliteit en nuance die ik in de ‘Vier letzte Lieder’ zo had gemist, werden mij dubbel en dik teruggegeven in Shostakovich’ 6de symfonie. In een compositie van dertig minuten trachtte de componist ‘de stemmingen van de lente, vreugde en jeugd’ over te brengen (dixit Shostakovich zelf). Ik hoorde de ijle trillingen van glinsterend ochtenddauw, een bijna kinderlijk spel van energetische klanken tussen de verschillende instrumenten van het orkest en die aanstekelijk dansante puls van de lichte percussie die me onverbiddelijk dwong het ritme met m’n rechterhand op m’n bovenbeen mee te tikken. Of het publiek tevreden was, lijkt achteraf gezien misschien een ietwat overbodige vraag. Het roept verrukt van ‘bravo’, stampt met de voeten op de grond (op een iets elegantere wijze dan Kabouter Plop weliswaar) en slaat geestdriftig de handen tegen elkaar.

Ik begeef me in allerijl richting de schoolse cafetaria van het muziekinstituut waar de toeschouwer gezellig zijn nieuw verworven impressies van afgelopen concert, met een glas bier in de hand, op een rijtje zet. De gevallen steken hebben we ondertussen, in onze selectieve amnesie, door de vingers gezien en in een voldane tevredenheid hopen we innig dat deze liederen niet de laatste zullen zijn.

image-3

© Kazushi Ono

Vier letzte Lieder | 30CC | donderdag 22 november 2018, 20:00 | LUCA/Campus Lemmens Leuven |€22, -20% met Cultuurkaart