Hoeveel niet-Westerse schrijvers heb jij in je boekenkast staan?

Annelies Verbeke steekt taalgrenzen over en nodigt in het kader van ‘Druk in Leuven’ en UUR KULTUUR vier internationale schrijvers uit. Fatena Al-Ghorra leest één van haar gedichten voor, Ali Bader en Sulaiman Addonia presenteren een deeltje uit hun veelgeprezen romans en Aleksandr Skorobagatov leest een hartverscheurende brief aan zijn overleden zoon voor. Daarna gaan ze in gesprek: over moedertaal, literatuur en over migratie. Al is gesprek misschien een te groot woord.

De mistroostige sanseveria’s en pastelroze zetels staan klaar. Echt internationaal voelt het décor niet aan, maar schijn bedriegt, want vreemde talen zullen ons over enkele ogenblikken de wereld doen ontdekken. “Hoeveel niet-Westerse schrijvers heb jij in je boekenkast staan?” Het lijkt alsof ik de enige in de zaal ben die dat aantal op één hand kan tellen. Tijdens een filmpje van internationale studenten die boekentips uitwisselen op het einde van de voorstelling, passeren namen de revue van wie ik me niet kan inbeelden uit welk werelddeel ze komen. Ik ben nieuwsgierig. Niet naar “The Great Gatsby”. Niet naar “Oriëntalism”. Wel naar de onbekende parels die er ongetwijfeld tussen zitten.

Na een prachtige muzikale inleiding van een Syrische violist, luisteren we naar Annelies Verbeke. Met een Engels waaruit blijkt dat zij hier niet de internationale gast is, leidt ze haar vier genodigden in. Fatena Al-Ghorra, een palestijnse dichteres, die naast haar voordracht ook een Palestijnse groet zal zingen voor ons; Ali Bader, een Irakeese romanschrijver; Sulaiman Addonia, Brits-Eritrees-Ethiopische auteur en Aleksandr Skorobogatov, een Russische schrijver.

Vier fragmenten worden voorgelezen: stuk voor stuk in hun moedertaal, de Engelse vertaling wordt tegelijkertijd geprojecteerd op een zwart scherm. Het ontroert. Het is soms moeilijk te volgen, maar vaak net aangenaam verrassend wanneer je merkt dat talen toch ook weer niet zoveel van elkaar verschillen. Wanneer je woordjes leert herkennen na een tijd, wanneer je merkt dat de kloof tussen ons toch ook maar over enkele letters gaat. Een gevoel van verbondenheid maakt zich van ons meester.

© Jimmy Kets

De teksten gaan over meisjes die Marx lezen in het Duits, of was het nu Arabisch? Over dat de taal waarin het geschreven of gezegd is er eigenlijk niet zo toe doet. Het gaat over prostituees, over lichaamstaal, over een moedertaal en hoe die mee reist met haar moeder. Hoe die mee verdwijnt met haar moeder. Over hoe je je moedertaal kan kwijtraken en daar niet eens zo verdrietig om bent. Het gaat ook over een zoon.

Het meest aangrijpende moment is ongetwijfeld wanneer Skorobogatov zijn brief voorleest aan zijn zoon. “Voor de eerste keer in het Russisch”, bekent hij. Aleksandr’s zoon werd zo’n twintig jaar geleden vermoord in Rusland, tien jaar nadat hij voor het laatst zijn vader had gezien. “Straks kom ik terug en gaan we naar de dierentuin”, had Skorobogatov hem nog gezegd. Tien jaar later zou hij pas terug naar Rusland keren, dit keer om hem te begraven. Hij leest het zacht voor, je voelt dat hij zijn best doet niet te huilen.

De discussie na de voorgelezen teksten is slechts van korte duur. “Hoe is het om als auteur in een ander land te wonen? Wat betekent meertaligheid voor hen en voor hun werk?”, veel antwoorden krijgen we niet, een gesprek is het ook niet echt. Na wat promotie voor hun eigen projecten en boeken krijgen we er gelukkig wel een uitgebreid nieuw verlanglijstje aan boeken bij. Elke auteur spreekt over een niet-Nederlandstalig boek dat hun leven veranderd heeft en zo eindigt ‘Annelies Verbeke invites’ toch nog in veel schoonheid, passie voor literatuur en aangrijpende verhalen.

Annelies Verbeke invites was het UUR KULTUUR van mei, gratis met cultuurkaart.

Sommige meisjes willen naar Europa

Sommige meisjes willen wenen in witte tranen. Sommige meisjes weten niet beter. Slam Poet Lisette Ma Neza vertelde erover in de intieme sfeer die het Wagehuys oproept. ‘L’Europe Noire’: over haar reis door zwart Europa, over haar beleving als zwarte vrouw in Europa, over haar identiteit als Afro-Europeaan. Een meeslepende vertelling, met ‘Afropean‘ van Johny Pitts als reisgids, gebracht door gedichten, muziek en dans.

Ma Neza begint bij haar kindertijd. Begeleid door zachte, smooth jazz pianoklanken wordt ze aangemoedigd om verder te gaan met haar verhaal. Als klein meisje aan de hand van een mama die heimwee heeft. Als klein meisje dat geboren is in een land waar ze niet altijd thuis is. Haar Rwandese familie wist het, zij niet. Zij wou haar mama troosten, maar wist toen nog niet dat Rwandese moeders ontroostbaar zijn. Vandaag wordt ze omringd door een decor van goudkleurige kooien – of zijn het huizen – en beeldende kunst die whitewashing moet representeren. Het is een wat ongelukkig verhaal om spontaan bij te glimlachen, maar je kan niet anders door de zorgvuldig uitgekozen tweeklanken en ingenieuze woordencombinaties die de dichteres moeiteloos aan elkaar breit.

Ook het thema van oorlog komt aan bod. Deze keer ook in Europa. ‘Gio, dans een gebed’, vraagt ze de onbewogen beweger. Het ziet eruit als een omhelzing en ondertussen vult de warme stem van Ma Neza in de vorm van een blues het lege gevoel van onzekerheid in je buik. Een goedgekozen moment van bezinning, een geslaagde oproep tot samenhorigheid.

© Melanie Musisi

De steeds stralende dichteres vertelt verder over hoe haar reis van een zoektocht overging naar een vindtocht. Het gaat over vluchten en niet weten waarvoor, over zichzelf proberen verbleken en hoe ze dan verbleekte. Lisette Ma Neza staat daarbij steeds tussen haar muzikanten en danser. Hun verhalen worden verteld, hun stem wordt geïntegreerd in de vertelling.

Op een aandoenlijke manier vraagt Ma Neza ook voortdurend om te dansen wat niet dansbaar lijkt en te spelen wat niet speelbaar lijkt. ‘Gio, dans dat iemand zo mooi is als een koe’ is de inleiding voor haar gedicht ‘Koetjes en kalfjes, een ode aan de Nederlandse taal’. Een prachtig gevonden zinspeling op vrouwen die koeien krijgen als bruidsschat in Afrika en de daartegenover wansmakelijke connotatie waar een vrouw een koe noemen hier in België toe leidt.

De voorstelling eindigt in majeur. Ma Neza wisselt de dans en poëzie opnieuw af met zang en hoewel ze niet altijd op toon zingt, kan je het haar onmogelijk kwalijk nemen door het plezier dat ze uitstraalt en het gevoel van geborgenheid die haar glimlach je geeft. De eindboodschap van connectie en samenkomen straalt immers boven alles uit. Als je nog niet verliefd bent geworden door haar woordentovenarij, dan zal je het wel worden door haar uitnodiging om aan tafel te komen zitten. De tafel in haar hart waar stoelen staan voor zij die er zijn en zij die niet meer zijn. Kom, kom dan.

L’Europe Noire: twee maart 2022 in 30CC Wagehuys met Lisette Ma Neza (woord en zang), Vernon Chatlein (percussie), Neil Akenzua (piano), Giovanni Pisas (dans), Absa Sissoko (kunstenaar). Korting met cultuurkaart.





 

Cherkaoui en de onzichtbare lijnen waarvan de medianen ons allemaal raken

Met zijn conceptuele en multiculturele voorstellling, 3S, presteert Sidi Larbi Cherkaoui, Vlaams-Marokaanse danser en choreograaf, wederom. Naast drie gracieuze solodansen uitgevoerd door Nicola Leahey, Kazutomi “Tsuki” Kozuki en Jean Michel Sinisterra Munoz, voorziet Cherkaoui een heerlijke cocktail van muziek en beeld. Stuk voor stuk brengen de dansers een eigen vertelling gelinkt met een apart thema.

Cherkaoui toont het perspectief van het afgezonderde individu: eenzaam maar staan toch onvermijdelijk verbonden met de wereld. Verschillende talen en culturen treffen elkaar aan in dans en muziek. Onzichtbare lijnen in de verschillende thema’s tussen diverse culturen confronteren zware onderwerpen. Zo vormen ze een verhaallijn die ons allemaal raakt.

Fotograaf Tom Herbots

Na een korte intro van een scala aan beelden van filmmaakster Sabine Groenewegen, bijt danser Kazutomi Kozuki de spits af. Gecombineerd met tekst en muziek onder leiding van zangeressen en muzikanten Ghalia Benali, Patrizia Bovi en Tsubasa Hori, beeldt Kozuki de individuele als collectieve trauma’s uit over een nucleaire ramp in Japan. Al dansend met masker, gaf Kozuki blijk van een indrukwekkend uithoudingsvermogen.

De tweede danser, Jean Michel Sinisterra Munoz, vertoont de verhaallijn waarbij de allerjongsten tijdens de guerrillaoorlog in Colombia als strijders ingezet werden. Hijzelf danst met geweren en raketten en confronteert de toeschouwer met het extreme geweld tijdens de oorlog. De individuele, verschillende zangstemmen zingen harmonieus samen; een perfecte complementariteit die leidt tot een oorgasme.

De voorstelling eindigt met het verhaal over de wandaden van multinationals op de bossen van Australische aboriginals. Danseres Nicola Leahey leeft zich uit op de teksten van dichteres Alice Eather. Sierlijk en vlot danst ze de ene pirouette na de andere en verbluft ons met haar meesterlijke grondwerk.

Bij iedere solodans behoorden de toepasselijke beelden en tekst die je in de intro zag. In combinatie met de muzikanten raakte Cherkaoui’s werk ons meermaals tot in het diepe van de menselijke eenzaamheid en verdriet. In het programmaboekje stelden ze ons de vraag of de beelden van Groenewegen als portalen die elementen uit de buitenwereld naar het podium werden overgebracht, of eerder andersom?

Fotograaf Filip Van Roe

3S voorstelling is nog te zien in 30CC te Leuven op 2 maart 2022 om 20u. Studenten met cultuurkaart krijgen 50% korting op alle concerten.

Shakespeare is dead, isn’t he?

Shakespeare is dead, isn’t he? Hoewel verschillende intellectuele hoofden hun breinen hierover breken, wordt er in dit adembenemend festival voor nieuwe toneelschrijfkunst, vooral naar de echte auteur gekeken. Het festival vond verspreid plaats over Leuven, een hele week lang. Hier schijnt de spotlight op de helden achter hun levende woorden. Zij worden terecht verlicht en gedicht in lovende kritieken. Ze worden internationaal op de kaart gezet en niet meer belet van nieuwe kansen.

Onderland

Is het mijn mijn?
Nee het is jouw mijn.
Maar als mijn mijn de mijne is, waarom heb jij mijn mijn dan verwoest?
Heb ik jouw mijn verwoest? … Ach ja, hij is toch niet de mijne.

@30CC

Verantwoordelijkheid is het pijnlijke gevolg van een kapitalistische maatschappij. Iedereen is op goud uit. Mensen blijven graven en graven tot de put niet meer dicht te scheppen is. Wel scheppen ze op over de gouden stront waarin ze verzeild zijn geraakt. Dimitri Leue heeft dit stuk prachtig tot leven gebracht door een minimalistische setting neer te zetten. Zijn vertrouwen in de professionele acteurs was te voelen tot in de uithoeken van de zaal. Dit theaterstuk werd gespeeld in de Schouwburg van Leuven op woensdag 23 februari. Een goudmijn is ingestort maar wie is verantwoordelijk? Een psychologische schommel komt tot stand in de speeltuin van volwassenen. “De wereld heeft nood aan een zondebok”. Grappige conversaties wekken deze realistische uitspraak tot leven. Dimitri Leue zag een gouden kans liggen om dit wereldlijk probleem aan te kaarten. Hij heeft ze met twee handen gegrepen.

Ronde tafel over vertalingen

Vertalen maar niet ‘hertalen’. Niet letterlijk maar figuurlijk. Niet figuren overpennen maar ze eerst aan de context laten wennen. De eerste ronde tafel van het festival was die van professionele theatervertalers. Het vond plaats op woensdag 23 februari in Opek te Leuven. Een ‘vrouwenvak’ vol deadlines maar de line mag niet dead zijn. Iedere lijn, iedere regel moet leven. Ieder woord moet overkomen alsof het in de originele taal geschreven was. Een inspirerend gesprek van de ene vertaler naar de andere. Tips werden gedeeld, advies werd gegeven en ervaringen verteld. Iedereen stelde zich open, zelfs het publiek. Vragen over onder andere hun schrijfmethode werden uitgebreid beantwoordt. Één gouden regel waar geen discussie mogelijk was, is ‘altijd hardop lezen’. Op die manier voel je of je woorden tot leven komen. Wat de tekst zelf betreft, is de sfeer en de bedoeling van de auteur bewaren, essentieel. Emoties en gedachtes moeten natuurlijk overkomen en niet ‘vertaald zijn’. Hoewel het een eerlijk gesprek was over een moeilijk veld van expertise, overtuigde hun passie voor theater de hele ronde tafel.

Scenische lezingen

Drie nieuwe theaterstukken werden op woensdag 23 februari in Opek te Leuven voor de leeuwen gegooid; die van Vera Molina, DE HOE en Stijn Devillé.
De opzet van deze geënsceneerde lezingen was aangenaam om naar te kijken. Vijf acteurs lazen theatraal enkele scènes per theaterstuk voor. Hierna volgde een kort interview met de auteur van het theaterstuk in kwestie. Dit is de ideale manier om een nieuwsgierig publiek warm te maken voor kwalitatieve voorstellingen.

Toen eindelijk alles lukte

@UiTinVlaanderen

Maarten Westra Hoekzema zijn leven was een puinhoop. Hij dronk, snoof en beloofde zichzelf het ooit te maken als cabaretier. Zijn voorstelling was een ode aan zijn mislukte pogingen. Hij wilde op een humoristische manier zelfspot drijven met zijn oude zelf. Op chronologische wijze begon hij bij zijn jeugd, tot de dag van vandaag. Helaas werden de pointes niet altijd behaald. Zo liet hij het publiek op zijn honger zitten.

Over de tong, over de lippen

Shakespaere is een genie en een geniepige dode vent die zijn leven heeft bestemd aan te gecompliceerde drama’s waarin iedereen toch zal sterven, net zoals zijn belachelijke dialogen. Met deze openhartige dialoog van Sara Vertongen werd het startschot gegeven. Deze literaire soirée composée vond plaats in de Schouwburg van Leuven op 22 november. Bekende theaterauteurs staken voordracht niet alleen in een nieuw jasje, maar in een goednieuwe garderobe. Een verrijkende variatie met onderwerpen zoals naïviteit, fruitperserij of zelfs vader-dochter relatie lagen op tafel. Genres verzoenden, aansluitend met de diversiteit van de auteurs die stuk voor stuk hun verhaal uitten. Ook puur met taal werd een prachtig verhaal verteld door Dounia Mohammed. Een soirée om niet nee tegen te zeggen maar om je hart open te leggen voor de passie en talent van deze mensen.

@30CC

Ronde tafel: beginnen als theaterauteur

De laatste ronde tafel op vrijdag 25 november in Opek nodigde professionele theaterauteurs uit. De moeilijke vragen werden open en bloot op de ronde tafel gelegd. Is er financiële haalbaarheid? Zijn er veel werkmogelijkheden? Kun je met een eigen tekst bij een gezelschap aan gaan kloppen? Veel theaterstudenten bevolkten het publiek, nieuwsgierig naar deze antwoorden. Hoewel iedereen zijn individuele ervaring deelde, was er toch ruimte voor een open groepsconversatie en een hoopvol gesprek.

Met onder andere deze activiteiten en nog vele anderen, kwam het festival op zaterdag 26 februari ten einde. Theaterauteurs kregen eindelijk de aandacht en het respect die ze verdienden. Door de organisatie van Het Nieuwstedelijk in samenwerking met hun partners, werd het een creatieve week om nooit te vergeten.

She’s her(e)

Genen. Gen-en. Alsof het ‘niksen’ betekent. In feite bepaalt het alles: wie we zijn. Auteur, columnist en moeder Dalilla Hermans onderzoekt in haar eerste theaterstuk ‘Her(e)’ de pijn die zwarte vrouwen in België meedragen, maar ook de onvoorwaardelijke vreugde die tussen hen leeft. Actrice Abigail Abraham vertelt hun verhaal. Altijd onverbloemd. Altijd bij de keel grijpend.

Het is vijftien februari in het Wagehuys in Leuven. Ook hier gaat de tijd immers vooruit, al zou je je na de voorstelling kunnen afvragen of mensen dit wel weten. Of ze wel weten dat ze erin mee mogen gaan. Misschien weten ze het wel, maar verzetten ze er zich koppig tegen, dat kan ook. In ieder geval zijn er een 150 tal mensen die vanavond bewust de confrontatie opzoeken. Gelukkig maar.

 ©Harmony Benegusenga

We zien onszelf immers in grote, voornamelijk rechthoekige, spiegels met oude, goudkleurige omkaderingen. De figuurlijke spiegels volgen pas later. Zwarte actrice Abigail Abraham kijkt verveeld toe naar het witte publiek, met haar huid als onbewerkte boetseerklei, liggend in een azuurblauwe zetel die zich laat bedekken door een deken dat doet denken aan vers geperste appelsienen in de zomer. In haar monoloog vraagt Abigail ons iets meer kleurenblind te zijn, maar de prachtige, symbolische contrasten in het decor benadrukken hoe gevoelig we voor kleur zijn.

Bosklasse, maar dan inclusief

Het zachte gezang op de achtergrond gaat over in geprojecteerde beelden van een lachende en dansende groep zwarte vrouwen. Eenendertig om precies te zijn. Dalila Hermans nodigde deze artiesten, actrices en activisten 24 uur uit in Villa Hellebosch om het te hebben over hun ervaringen als zwarte vrouwen in een witte wereld. Overal bekeken, nergens gezien.

De beelden, die nu het hele decor overmeesteren, trekken ons eerst mee in hun vreugdevol verhaal. Ook een dag na Valentijn mag liefde de overhand nemen. De vrouwen halen zichtbaar veel geluk uit de verbinding met elkaar en Abigail glimlacht luidop en vraagt zich af of het mag, zo dansen. ‘Natuurlijk mag dat niet!’, beantwoordt ze zichzelf. De sfeer slaat om en de pijn die deze vrouwen elk moment met zich meedragen, wordt op een pakkende manier steeds zichtbaarder gemaakt.

Don’t tell me I’m magic

‘Don’t tell me I’m magic if that’s all you’re willing to do’. Even later vraagt de actrice ons bijna wanhopig door een megafoon om niet meer aan haar afrohaar te zitten, onze zongebruinde huid na een vakantie niet te vergelijken met de hare en al zeker niet te denken dat we haar na onze reis naar Afrika begrijpen. ‘Luister dan!’. Ze zegt het drie keer, het publiek blijft stil. En wit. Abigail slaagt er op meesterlijke wijze in om met haar mimiek en intonatie een verhaal op zich, naast de tekst te creëren. De kwaadheid is bijna tastbaar en ze laat ons voelen dat dit geen monoloog is, maar een dialoog met ons, met de samenleving. ‘Waar zijn jullie?’

Her(e) speelt op een onverwachte manier ook met het licht in de zaal. Spots waar de zwarte vrouw niet in wil staan, verlichten haar desondanks. Haar aanwezigheid is een statement. Ook na de activistische scène met de megafoon volgt verdriet, maar een spot die gericht blijft op de megafoon toont dat haar strijd niet gedaan is. Ondanks haar onmacht moet ze blijven uitleggen waarom ook zij mens is, waarom ook zij geluk verdient. Ook hier nog, ook vandaag nog.

De aanhoudende danser wint

In de geprojecteerde filmfragmenten van het weekend in de villa verklaren haast alle vrouwen dat ze zich verbonden voelen door de trauma’s die ze stuk voor stuk hebben meegemaakt. De gebeurtenissen mogen dan wel anders geweest zijn, de pijn was het niet. Het verlangen naar de verbinding en hun lange zoektocht naar herkenbare verhalen doen ons beseffen dat er ook nog vandaag een grote eenzaamheid gepaard kan gaan met een gekleurde huid. Moeten we walgen van ons eigen, witte spiegelbeeld dat daar zo prominent in het decor aanwezig is? Vast niet. Maar Her(e) maakt ons wel (nog eens) duidelijk dat we moeten luisteren, en samenleven. Echt samenleven, zonder onderscheid.

Here Beeld2 Web
©Manoe Sunkwa

Eindigen doet Her(e) opnieuw al dansend. Na wat vertwijfelend schoenwitsel op haar hand uit te proberen, laat Abigail horen dat ze weet wie ze is en er ook trots op is. De eivormige, rieten mand die de actrice al de hele voorstelling achter zich sleurt, neemt ze nu zelfzeker vast. Ze herrijst als zonnekind, als zondagskind, als dochter van haar voorouders en als voorbeeld voor de toekomstige generatie zwarte vrouwen in België. Zij is hier. Zie haar. Zij is hier.

De manier waarop Her(e) omgaat met het feit dat onze genen in zoveel opzichten onze levens determineren klinkt aangrijpend, liefdevol, kritisch, begripvol, maar vooral strijdvaardig: ‘silence is violence‘, bevestigt iemand uit het publiek achteraf. De evenwichtige afwisseling tussen filmprojecties, tekst en zang kan gezien worden als een poging om de boodschap op alle mogelijke manieren duidelijk te maken. Een zeer geslaagde poging, wat mij betreft. Een viering van de zwarte vrouw, een ode aan de kleurenblindheid.

Modderstroom van metamorfoses

Een Sumerische oppergodin in een witte jurk, zeven onstuimige jonge dansers, en een beeldhouwer met een hoop klei, haren en rode verf. Met die ingrediënten boetseert Wim Vandekeybus een totaalkunstwerk van dans, sculptuurperformance, soundscapes en video in zijn recentste voorstelling Hands do not touch your precious Me. Het resultaat is een fascinerende danse macabre die heen en weer slingert tussen levenslustig en grimmig, maar vooral een feest is voor al je zintuigen.

Het succesverhaal van Precious Me begon toen de Spaans-Brusselse componiste Charo Calvo choreograaf Wim Vandekeybus introduceerde tot een oeroude mythe waarin een vrouwelijk personage een heen-en-terugticket krijgt richting onderwereld. Niet Orpheus en Eurydice, maar een 1500 jaar oudere, matriarchale voorloper ervan: de Sumerische mythe over de liefdesgodin Inanna (hier vertolkt door Lieve Meeussen). Ze daalt af naar de onderwereld om haar evil twin, de godin Ereshkigal, van de troon te stoten. Voor die laatste rol ging Vandekeybus aankloppen bij de Franse beeldhouwer-performancekunstenaar Olivier De Sagazan, die de hele voorstelling lang vooraan op het podium aan de slag is met een homp klei. De Me uit de titel refereert naar zeven waarden en talenten die de mens tot mens maken. Die muzen avant la lettre worden vertolkt door zeven jonge dansers met alle mogelijke huidskleuren en genderexpressies, die rond Meeussen en De Sagazan heen zwermen als kleurrijke parels in een kaleidoscoop.

Dat Vandekeybus een briljant beelddenker is, blijkt uit de fotogenieke constellaties van dansers die elkaar aan een razend tempo opvolgen, knap ondersteund door de hypnotiserende soundtrack van Charo Calvo. Er passeren taferelen de revue die doen denken aan reliëfs uit Romeinse triomfbogen, maar evengoed aan de rondedans van Matisse of de gesluierde kus van Magritte. Net wanneer je denkt dat die lawine van beelden al intrigerend genoeg is, haalt Vandekeybus nieuwe visuele middelen tevoorschijn uit zijn trukendoos. Een houten paneel dat eerst nog een zwart gat op de scène was, bombardeert zich plots tot een scherm. Daarop projecteren de performers livebeelden van een camera die ze op het podium aan elkaar doorgeven, om elkaar instagramstory-gewijs in beeld te brengen. De hoop klei van De Sagazan vermengt zich met rode verf, een bos haren, en smeert zich stap voor stap uit over alle dansers, totdat zelfs een onverwacht vuurtje zijn entree maakt. Elk moment waarop de versnelling plots hoger wordt geschakeld, doorbreekt wanden op het podium waarvan je niet eens wist dat ze bestonden.

Bovendien is de klei een interessante sleutel tot een heleboel contradicties. Het materiaal wordt gretig ingezet om de verschillen tussen elk mens op de scène te doen vervagen. Een scène waarin een hele rij dansers zichzelf als het ware verstikt met klei op hun gezicht, grijpt het meest naar de keel. Maar uit de aarde ontspruiten vooral nieuwe individuen: de kleicreaties van De Sagazan knipogen zowel naar het half-menselijke-half-dierlijke fantasiebeeld van de centaur als naar drag-make-up. Je kan het lezen zoals je wil: als een nederige reminder dat ieder van ons op een dag tot stof zal wederkeren, of als ode aan ons grenzeloze recht op zelfexpressie.

Door de overdaad aan thema’s die de Inanna-mythe aanreikt, raakt mijn hoofd bij momenten even verstopt met filosofische reflecties als de doucheputjes in de 30CC-backstage met slijk, waarschijnlijk. Maar wanneer ik er dieper over nadenk, betekent dat allerminst dat de thematiek verzandt in de verpakking. Precious Me is geen hapklaar manifest van onze condition humaine, maar eerder een prikkelende koortsdroom waarna je je nog probeert vast te grijpen aan flarden van gedachtengangen, als je uitgezweet en uitgeslapen wakker wordt. Met een nuchter hoofd begin je je allerlei vragen te stellen. Is het verschil tussen goed en kwaad wel zo zwart-wit als we denken? Is het soms gerechtvaardigd om geweld te gebruiken? Zijn we wel gemaakt om te moeten leven met autoriteit? Al bij al blijf je achter met een louterend, hoopvol beeld van wat generaties mensen met elkaar verbindt, dat na een hectisch coronajaar even je vertrouwen in de samenleving weet te herstellen. En aantoont dat het meer dan oké is om onderweg – pun intended – maar wat aan te modderen.

Hands do not touch your precious Me was op maandag 11 en dinsdag 12 oktober te zien in 30CC. De volledige speellijst vind je hier.

Eclectica – Gwen Cresens kwartet

Het is zaterdag 17 oktober. De lichten zijn nog aan, de schouwburg ruikt naar handgel en een zekere voorzichtigheid en voelbaar ongemak hangt na al die maanden nog steeds tussen de mensen. Niet tussen de muzikanten, want hoewel ik vooral met mijn ogen dicht van het concert zat te genieten, zag ik wel degelijk de alleszeggende glimlach en hoe fijn zowel artiest als publiek het vonden om terug in een concertzaal te zijn. Wat een speciale wereld eigenlijk. En wat een mooie avond in die speciale wereld gisteren: Eclectica, het nieuwe album van het Gwen Cresens kwartet, verbindt genres en culturen, werkelijkheid en dromen.

Het licht in de schouwburg dooft zachtjes. De accordeon klinkt en Italiaanse filmmuziek van Morricone haalt ons meteen uit de onaangename realiteit. Het Gwen Cresens kwartet doet ons een heel concert lang zweven tussen verre en minder verre oorden, tussen kracht en dynamiek en daartegenover de sereniteit van een breekbaar samenspel tussen accordeon en piano. Van Italiaanse cinema naar een Bachprelude tot bij het repertoire van Duke Ellington: de vier muzikanten klinken nu als opzwepende bigband, dan als Argentijns tango-ensemble dat het ons moeilijk maakt om stil te blijven zitten. En soms ook niet. Soms ontroeren ze, meer dan Italiaanse cinema, meer dan zonsondergangen in de zomer.

Wereldreis

Misschien brengt de muziek zoals Gwen Cresens ze ziet ons ook wel een stukje dichter bij de wereld en haar mogelijkheid tot verbinden. Terwijl onze samenleving zich steeds meer lijkt te individualiseren, botsen we toch ook op een onmiskenbare samenhang van relaties en afhankelijkheden waaraan we niet kunnen ontsnappen. De muzikanten van het Gwen Cresens kwartet willen hier niet van weglopen, ze willen ons samenbrengen en laten zien hoe mooi en verrijkend die samenkomst ook kan zijn. Van Brazillië tot Argentinië, van klassieke muziek tot jazz en alles wat daar tussen, boven, onder en naast ligt: Eclectica neemt ons mee op wereldreis, als wereldburgers, proevend van alles waarover kunst en cultuur ons kan laten verwonderen.

Nieuwe perceptie op klassiekers

Regisseur Louis Malle schreef ooit dat de realiteit overal hetzelfde is, dat reizen zelfs iets absurd zou zijn. Maar realiteit is niet als anders in de schouwburg op zaterdagavonden: muziek laat die realiteitsgrenzen vervagen en maakt ruimte voor ontroering en verrassing. De fijne reis die deze avond was liet dat zien door de variëteit aan klassieke en niet-zo-klassieke stukken, allemaal op een unieke manier gebracht, allemaal Gwen Cresens kwartet.

De werkelijkheid kan zoveel mooier zijn door andere ogen (en oren). Zeker als die oren van Gwen Cresens (accordeon), Bart Van Caenegem (piano), Janos Bruneel (Contrabas) en Matthias De Waele (drums) zijn. De controle, creativiteit, levendige dynamieken en organische interactie van deze muzikanten maken het Gwen Cresens kwartet een pareltje door alle (genre)grenzen heen om te ontdekken, herontdekken of gewoon om dag in dag uit naar te blijven luisteren en van te genieten.

accordeon Gwen Cresens / piano Bart Van Caenegem / contrabas Janos Bruneel / drums Matthias De Waele / © Georges Tonia Briquet

Met een cultuurkaart geniet je van 20% korting op alle voorstellingen in 30CC.

Interview over de liefde met cabaretkoppel Grof Geschud

Hij komt uit het Vlaamse Zoersel, zij uit het Nederlandse Dinxperlo. Lander Severins (23) en Myrthe van Velden (24) leerden elkaar in 2014 kennen tijdens hun cabaretopleiding in ’s-Hertogenbosch in Nederland. Sinds 2019 treden ze op als het cabaretduo Grof Geschud. Een interview over hun debuutvoorstelling LIJMEN, maar vooral over hun liefde voor elkaar.

Lander en Myrthe tijdens hun voorstelling LIJMEN.
© Jaap Reedijk

Jullie debuutvoorstelling LIJMEN gaat over de liefde in al haar geuren en kleuren, van jonge tot oude liefde. Hoe zijn jullie op dit onderwerp gekomen?

Myrthe: ‘Dat was een beetje via onze regisseur, Raf Walschaerts (Kommil Foo). We hadden Raf gevraagd om regisseur te zijn voor onze afstudeervoorstelling. Toen hij ons materiaal bekeek, zei hij dat in al onze teksten onze liefde zit. Dat verbaasde ons. “Nee, het gaat gewoon over een oud koppel”, zeiden we. Maar Raf was zeker. “Dit gaat wel over jullie, het is jullie liefde die ervan afstraalt”, zei hij.’

Lander: ‘We zijn dat dan veel meer gaan onderzoeken, waardoor het opeens veel te privé werd, als een soort van therapietheater. (lacht) Uiteindelijk hebben we van dat persoonlijke wel iets universeels kunnen maken. We zijn eigenlijk begonnen vanuit een fascinatie voor oude liefdes. Hoe oude mensen naar liefde kijken, maar ook angst hebben om alleen achter te blijven. Zo ging het dan per ongeluk over onze eigen liefde, over onze angsten en verlangens. En hoe die soms wel en niet stroken met elkaar.’

Wat strookt dan bijvoorbeeld soms niet?

Myrthe: ‘Waar we achter zijn gekomen is dat Lander en ik een heel ander hechtingspatroon hebben. Dat was vooral in het begin van onze relatie. We zijn nu drie en half jaar samen. Ik ben iemand die als ze eenmaal beetheeft niet meer loslaat. Lander is iemand die heel graag wil, maar wegduwt als het te dichtbij komt. Dat constant afstoten en aantrekken was best onhandig.’

Lander en ik hebben een heel ander hechtingspatroon. Ik laat niet meer los eens ik beetheb, terwijl hij dan net wegduwt.

Aardappel in envelop

Zorgt het samen werken als koppel nooit voor wrevel?

In koor: ‘O jawel!’

Myrthe: ‘We waren eerst een duo en dat ging super goed. Toen werden we ook een koppel en dat is erg zoeken geweest. Wanneer houd je op met werken en wanneer ben je weer een koppel? Dat was moeilijk, maar ik heb het gevoel dat we elkaar daar steeds beter in leren kennen.’

Lander: ‘Drie jaar geleden hadden we op een avond tussen verschillende voorstellingen echt vlammende ruzie. We stonden in een line-up om vier keer een kwartier te spelen voor een publiek dat van plaats wisselt. Tussen die wissels waren we ruzie aan het maken. We kwamen toen langs verschillende kanten het podium op. Vanuit de coulisses wierpen we elkaar kwade blikken toe. Eens de voorstellingen waren gespeeld, was het wel weer helemaal oké.’ (lacht)

Wat is het gekste dat jullie al voor elkaar gedaan hebben?

Lander: ‘Myrthe was ooit voor een maand naar Zuid-Afrika en toen heb ik de zolder van mijn ouders verbouwd tot een appartement. We waren toen eigenlijk net uit elkaar. Het was een soort ultieme poging om haar terug te winnen.’

Myrthe: ‘Alles wat ik nu ga zeggen, kan daar niet tegenop! Ik heb nog nooit echt iets geks gedaan voor Lander, denk ik. Ik heb wel een keer een aardappel in een envelop gestopt en daar ‘potato’ opgeschreven. Lander dacht natuurlijk dat hij een cadeautje kreeg. Helaas.’ (lacht)

Eerst waren we een duo en dan een koppel. Dat is erg zoeken geweest.

Eeuwige liefde

In jullie voorstelling hebben jullie het over de sleur die in een relatie kan sluipen. Is dat iets waar jullie zelf ook bang voor zijn?

Myrthe: ‘Ik niet per se, maar het is wel een angst die je bij veel mensen hoort. Dus ik denk dat we daar heel erg mee hebben gespeeld. Het mag niet vanzelfsprekend worden. Dat is wel een angst die er heerst, denk ik.’

Lander: ‘De voorstelling draait inderdaad rond die vraag. Dat was bij ons allebei wel een thema. Bij mij was het vooral de angst van “O dit is liefde, ik vind het fantastisch, maar ditzelfde voor de komende zestig jaar? Dat is wel heftig.” Dat gaat voor mij altijd een belangrijk thema blijven.’

Geloven jullie dan in eeuwige liefde? Jonge mensen lijken daar steeds minder in te geloven.

Myrthe: ‘Ik vind het geweldig, terugkomend op oude koppels, om die mensen gelukkig te zien. Lander en ik kunnen gewoon huilen van twee oude mensen samen op een bankje te zien zitten. Dat is zo mooi. Dus ik geloof wel dat het bestaat, maar je moet veel geluk hebben en er ook hard voor werken.’

Lander: ‘Ik denk dat het beeld waar Myrthe het over heeft er net voor zorgt dat onze generatie en die van onze ouders zo weinig geloven in eeuwige liefde. Ik denk dat wat wij nu bijvoorbeeld met elkaar delen dichter aanleunt tegen wat eeuwige liefde zou kunnen worden genoemd. Vroeger was liefde meer gebaseerd op wederzijds respect dan op wat de generatie van onze ouders ervan heeft gemaakt, denk ik. Voor die generatie ontpopte liefde zich tot een onvoorwaardelijk bonzend hart. Terwijl ik denk dat liefde eerder iets is als: Ik verbouw nu al een week de badkamer. Myrthe leest al een week een boek. ’s Avond om zes uur zeggen we tegen elkaar “Hebben wij elkaar eigenlijk al gekust vandaag?” Het is net die vanzelfsprekendheid zonder dat je ze voor lief neemt.’

Door het coronavirus zijn alle voorstellingen van Grof Geschud in Nederland en Vlaanderen uitgesteld. Ook de voorstelling van 17 maart in 30CC/Wagehuys werd uitgesteld. De voorstelling is ondertussen verplaatst naar woensdag 9 december 2020. Lander en Myrthe zitten momenteel zeker niet stil. Op hun YouTubekanaal vind je hun reeks “Taboox” over jongeren en taboes terug. Binnenkort verschijnen er ook vlogs.

Voorstelling LIJMEN van Grof Geschud: 9 december 2020 | Korting voor Cultuurkaarthouders

Interview met Ish Ait Hamou: ‘Angst is de diesel van heel wat maatschappijen’

Op 24 oktober vond in La Conserve ‘Een avond met Ish Ait Hamou’ plaats, georganiseerd door 30CC en Leuven Leest. Die avond stelde Ish zijn vierde en nieuwste boek ‘Het moois dat we delen’ voor aan een groep Leuvense lezers. In dit boek beschrijft de voormalige danser en choreograaf het hedendaagse Vlaanderen zoals hij dat nu ziet, getekend door angst en verdeeldheid. ‘Mijn verhaal is er in eerste instantie om vandaag te documenteren, voor ons allemaal die nu in het heden zijn.’

  © Selina de Maeyer

Tijdens je boekvoorstelling in La Conserve zei je dat je met ‘Het moois dat we delen’ een schets hebt willen maken van de Vlaamse samenleving. Hoe heb je dat aangepakt?

‘Ik denk dat ik de voorbije vier jaar heel aandachtig ben geweest of dat heb ik alvast geprobeerd.  Ik heb geprobeerd om heel goed te luisteren naar verschillende mensen, vanuit verschillende invalshoeken. Hoe dat hele idee van samenleving en samen leven in elkaar zit en hoe we elkaar toenaderen. Zeker in momenten van problemen. We kunnen steeds twee verschillende richtingen inslaan om een probleem op te lossen. We kunnen aan zelfreflectie doen om te zien welke bijdrage wij hebben tot een situatie en daar dan mee aan de slag gaan. Of we kunnen besluiten dat het altijd de fout is van de ander. De afgelopen vier à vijf jaar merkte ik dat vanuit politiek, vanuit media, vanuit wij als mensen vaak werd gekozen om fouten door te schuiven en dus  niet de route van zelfreflectie op te gaan. En voilà, die vaststelling, die vaak teleurstellend was op belangrijke momenten, maakte deel uit van de tijdsgeest die ik wilde gebruiken in mijn boek.’

Angstig Vlaanderen

Het boek gaat over de ontmoeting tussen Soumia, een Vlaams meisje met Marokkaanse afkomst,en de “oude Vlaming” Luc. Soumia wordt vaak verweten dat ze niet dankbaar is voor haar leven in Vlaanderen. Zelf heb je ook een Marokkaanse achtergrond, is dat een ervaring die je met haar deelt?

‘Ik heb die passage twee jaar geleden geschreven, denk ik. Een maand geleden was Nadia Sminate, Vlaams Parlementslid van de N-VA, te gast bij De Afspraak. Ze zat aan tafel met de advocaat van een Syriëstrijder. Die advocaat was een Vlaming met Marokkaanse afkomst. En ze zegt tegen hem: “Kijk, mensen zoals jij en ik zouden dankbaar moeten zijn dat we hier zijn.” Op sociale media bevestigden ook heel wat mensen Sminates visie. Dus in termen van tijdsgeest zit mijn verhaal er bonk op.’

Dus de uitslagen van de verkiezingen van 26 mei hebben je eigenlijk niet verrast?

Absoluut niet. Die dag schreef ik op Facebook “If you’ve been surprised, you haven’t been paying attention”.’

Angst is ook een belangrijk thema in het boek. Houdt angst Vlaanderen in zijn greep?

‘Ja, al een tijdje en niet alleen Vlaanderen. Ik denk dat angst momenteel de diesel is van heel wat maatschappijen. En van politieke krachten. We gebruiken angst vaak om mensen te overtuigen van iets waar ze het misschien niet helemaal mee eens zijn, of mee zouden zijn in tijden van rust en vrede. Angst is een soort van middel geworden. Nochtans is het een heel natuurlijke emotie en het mag en moet er zijn, maar met mate natuurlijk. Alles wat er is, kan je voor het goede of slechte gebruiken. Het is daarom teleurstellend dat het vaak wordt gebruikt voor slechte doeleinden. Of wat ik zou beschouwen als slechte doeleinden.’

En wat zijn dan voor jou die slechte doeleinden?

(denkt even na) ‘Kloven proberen te creëren tussen mensen. Er is één samenleving, of er zou er één moeten zijn, en we zouden daar allemaal een rol in moeten hebben. En een bijdrage aan kunnen en moeten geven. Maar ons tegen elkaar uitspelen leidt nooit naar een goede of gezonde toekomst. In mijn ogen wordt dat vaak gebruikt om mensen te onderdrukken.’  

Rol als auteur

Hoop je met je boek mensen meer bewust te maken van de maatschappij waarin we leven?

Ik wil mensen raken met personages en onderwerpen die mij dierbaar zijn. Het is mijn bedoeling om over onderwerpen te spreken waar we het al jaren over hebben, maar soms op de minst constructieve manier. Maar wat ik vooral wil doen, is hopelijk de ruimte en veiligheid geven om empathie te hebben voor alle personages.’

Vind je dat ook jouw rol als auteur?

Soms wel en soms niet. Ik heb momenten dat ik bezig ben met verhalen die weinig maatschappelijke kritiek naar voren brengen. Maar ik wil groeien naar iemand die daar ook meer mee bezig is. Het is een rol die ik wel zou willen spelen.’

Literatuur en cultuur in het algemeen kunnen dus volgens jou ogen openen. Hoe sta je tegenover de besparingen die zijn aangekondigd binnen de cultuursector?

Zoals de meesten die bezig zijn in ons vak, denk ik. Ik voel verontwaardiging. Het is ook een paradox: enerzijds heel luid het belang van cultuur in ons land aankaarten en dan tegelijkertijd zo besparen. En dat is dan ook weer het niet au serieux nemen van kunstenaars, wat al lange tijd gebeurt. Niet  het belang en de bijdrage inzien van wat kunst kan doen, mag doen en ook moet doen. Ik denk dat er wel goed over werd nagedacht. Als je kijkt naar wie de grootste klappen gaan krijgen, dat zijn de kleinere instituten, en die kleinere instituten zijn vaak de eerste stap voor heel wat kunstenaars. En vooral ook voor kunstenaars die van alle soorten minderheden komen. Dat is hun eerste deur, die kunnen niet van waar zij zijn meteen naar die grote instellingen gaan, die moeten opbouwen. En het zijn die kleine trappen die je afbreekt, waardoor ze misschien nooit een groter publiek kunnen bereiken met verhalen die heel belangrijk zijn. Misschien heb ik het verkeerd, maar ik heb het gevoel dat er wel een agenda achter zit.’

Hoopvolle toekomst?

De titel van het boek ‘Het moois dat we delen’ staat voor het idee dat we elkaar moeten leren vergeven en met elkaar moeten leren leven. Is dat de toekomst die je voor ogen hebt?

‘Het is de toekomst waar ik aan wil werken. Ik weet niet of het zo zal worden, maar ik wil er wel aan werken, al ben ik ook geprikkeld door heel wat negativiteit. Maar er zijn nu ook heel wat positieve verhalen, mooie verhalen en mensen die verbinden. Dat zijn mensen die een heel andere levensvisie hebben of die op een positieve manier kunnen omgaan met negativiteit. Dus ik blijf hoopvol uiteraard.’

‘Weet je, enige vorm van hoop is een stap vooruit. En om een stap vooruit te kunnen zetten, moet je ook eerlijk durven zijn. Je kan niet opbouwen naar iets moois,  naar iets hoopvols, naar een lichtpuntje, als je niet hebt vastgesteld waar je echt staat. Als je weet waar je staat, is het makkelijker om een stap naar een richting toe te zetten. En ik denk dat dat een begin naar hoop is.’

Op zondag 16 februari 2020 organiseren 30CC, Leuven Leest en Ish Ait Hamou ‘De Grootste Leesclub’. Iedereen is welkom om in de Leuvense Stadsschouwburg van 20-21.30u samen met Ish en alle andere aanwezigen te praten over het boek ‘Het moois dat we delen’. Meer info en tickets vind je via https://www.facebook.com/events/2608187269239862/

Een avond met Ish Ait Hamou | Literatuur | La Conserve | 30CC & Leuven Leest | 24 oktober 2019 | https://www.30cc.be/nl/programma/item/een-avond-met-ish-ait-hamou

Focus op modern klassiek: drie hedendaagse interpretaties van een klassiek instrument

Het openingsnummer van Brian Eno’s Music for Airports (1978) kon nagenoeg betere introductie zijn voor een avond gewijd aan moderne klassieke muziek.

De Canadees Jean-Michel Blais presenteerde als eerste van de drie acts zijn tweede studioalbum Dans Ma Main (2018) in de Schouwburg. Naast de vertrouwde piano maakte hij ook gebruik van samples en loops, die hij manipuleerde via twee midi-controllers, aangestuurd door Ableton. Igloo was hier een treffend voorbeeld van: Blais liet zich hier naar eigen zeggen voor inspireren door de hevige sneeuwval in Quebec. Het nummer alterneerde  tussen weemoedige pianomelodieën, stuwende bassen en etherische samples.

Zijn liefde voor de bioloog en televisiemaker David Attenborough liet hij ook niet onopgemerkt. De Canadese pianist had een stuk uit een interview  gesampled waarin de Brit antwoordde op de vraag of hij al dan niet gelooft in God. Hiervoor verwees hij naar termieten, dieren ‘die ook niet kunnen zien’. Hoewel hij diens toestemming niet had, bracht Blais toch de volledige versie van het nummer Blind, inclusief de sample van Attenborough.

Het titelnummer Dans Ma Main was een ode aan boegbeeld John Cage, die het concept van ‘prepared piano’ mee vormgaf: voor deze techniek legt de muzikant iets op de snaren van de piano, gaande van huishoudelijke objecten tot zijn of haar eigen vingers. Ook hier maakte Blais gebruik van strijkers via zijn midi-controllers om een ‘larger than life’ gevoel op te wekken.

In het tweede luik stelde pianist Wouter Dewit zijn tweede album Here (2019) voor, bijgestaan door een drummer, die tevens de elektronica aanwendde en occasioneel basgitaar speelde, een violiste en zijn producer, die de cellopartijen zong. In deze eerder ongewone opstelling stond het pianospel van Dewit nog steeds centraal, maar de juxtapositie tussen de analoge elektronica en de snerende zang- en vioolpartijen voorzag de langgerekte composities van een unieke klankkleur.

De Nederlandse harpist Remy van Kesteren mocht de avond afsluiten met zijn solo performance, waarmee hij zijn sublieme album Shadows (2019) voorstelde. Ondersteund door psychedelische visuals en robuuste elektronica blies hij oude klassieke composities nieuw leven in met een sterke meditatieve boventoon. Zijn cover van Radiohead’s breekbare Daydreaming van A Moon Shaped Pool (2016) was eerder gewaagd, aangezien het arrangement voor één instrument de schoonheid van het meerledige nummer tevergeefs reduceerde. Tot slot toonde van Kesteren zich met het slaapliedje waarmee hij zich een laatste maal tot zijn publiek wendde, zich compositorisch wederom van zijn sterkste kant.

Met deze editie van Focus op modern klassiek voorzag 30CC een podium voor drie hedendaagse interpretaties van een klassiek instrument.

Focus op modern klassiek in de Schouwburg op zaterdag 30 november.