I Am Greta

Heeft Greta Thunberg nog een inleiding nodig? De Zweedse klimaatactiviste begon haar strijd tegen de opwarming van de aarde in 2018 voor het Zweeds parlement met haar actie ‘Skolstrejk för klimatet’ en heeft nu, twee jaar later, ook een documentaire op haar naam staan. ‘I Am Greta’ laat een krachtig beeld achter over een vrouw die niet bang is om te vechten waar ze voor staat en haar woorden niet zomaar in het luchtledige laat.

I Am Greta poster

‘I Am Greta’, zo luidt de filmtitel, maar wie is Greta Thunberg nu echt? Filmmaker Nathan Grossman geeft ons een kijk in het privéleven en de moeizame weg naar een echt luisterend oor voor de jonge klimaatactiviste. De film begint met een terugblik waarin Greta vertelt hoe erg haar leven op een surrealistische film begint te lijken, eentje waarvan het plot ongelofelijk onwaarschijnlijk is. Hoewel ze er alles aan doet om gehoord te worden en de verschrikkelijke feiten over de klimaatopwarming te laten binnendringen bij politici, lijken alle machthebbenden rond haar maar een rol te spelen en enkel bezig te zijn met hun imago. Het contrast tussen de wil van de jongeren die protesteren in klimaatmarsen op vrijdag en de slechts passieve houding die ze teweegbrengen bij politici laat zich met momenten hartverscheurend blijken in de documentaire.

De beelden met haar vader maken de film nog het meest menselijk. Wanneer Greta zelfs weigert te eten omdat ze verder wil protesteren, wordt nog maar eens duidelijk hoe sterk de klimaatproblematiek haar leven beïnvloedt en hoe hard ze er zich voor inzet. De rol die haar vader inneemt is bijzonder mooi en hartverwarmend, maar ook dubbel: begrijpt hij echt de omvang van het probleem, of wil hij vooral dat Greta gelukkig is?

In het laatste deel van de documentaire zien we hoe haar zeilreis naar New York verloopt. We zien hoe er achter de sterke speeches in klimaattoppen ook iemand schuilt die zich afvraagt hoe het nu verder moet en waarom er zoveel verantwoordelijkheid op haar rust. Greta wil eigenlijk helemaal niet populair of het gezicht van deze protestmarsen zijn, ze wil vooral dat er grote, structurele veranderingen komen in het beleid van rijke landen om zo het tij nog te kunnen keren. De grote druk en noodzaak van haar werk wordt haar soms dan ook te veel.

Greta Thunberg en co betogen opnieuw voor klimaat
© Belga Image

Hoewel de filmfragmenten een sterk geheel vormen, is het toch een wat tegenstrijdig concept om een film over haar te maken, zonder het écht te hebben over klimaatopwarming, ontbossing, kernenergie, … Door de focus te leggen op Greta’s eigen leven, is deze film misschien wel een gemiste kans om de doorsnee bioscoopbezoeker, maar dan vooral ook politici, nog een keer wakker te schudden en met gematigde, kritische argumenten een wake-upcall te zijn die het beleid ten goede komt. Want hoewel de klimaatcrisis zeer urgent is, schrikken te extreme standpunten en verwijten misschien eerder af dan dat ze positieve politieke beslissingen in de hand werken.

Toch eindigt ‘I Am Greta’ met een hoopgevende voetnoot: we kunnen wel degelijk nog iets doen aan alle klimaat- en milieuproblemen. Er kan nog een oplossing komen als grote bedrijven en rijke landen zich meer bewust worden van het probleem, of misschien wel gewoon als we allemaal een beetje Asperger hadden.

‘I Am Greta’ is nog tot 15/11 te zien in Cinema Zed / Alle films in Cinema Zed zijn te bezoeken voor zeven euro met een cultuurkaart.

Een man, een vrouw, een typemachine en heel veel dromen: Martin Eden

Ambitie lijkt op overmoed, ze zijn rap te verwarren. Als Ploegsteert van Het Zesde Metaal een melodramatische Napolitaanse classic was, zou het prima passen in de soundtrack van Martin Eden. Pietro Marcello katapulteerde Jack Londons roman naar een ongedefinieerde buitenwijk van Napels, in een al even ongedefinieerde tijdsgeest. Het resultaat is een overweldigend en ambitieus epos dat zijn geheimen niet makkelijk prijsgeeft, maar je wel aan het denken zet: welke prijs wil je betalen om je dromen waar te maken?

Lees verder

Verteerd door verdriet, terend op vechtlust: Cleo in Cinema ZED

‘Doorspelen… forte, forte!’ Cleo neemt de woorden van haar pianoleraar ter harte en beslaat met nieuwe begeestering de toetsen van het instrument dat haar het nauwst aan het hart ligt: de piano. Met een doorzettingsvermogen dat het oeuvre van Rachmaninov maar ook het lot van haar eist vliegt het meisje als een wervelwind doorheen de nieuwe film van regisseuse Eva Cools, ‘Cleo’ genaamd. Met haar debuut, dat door lovende kritieken ontvangen werd, vertelt Cools hoe een jonge vrouw in wording zich staande houdt nadat het leven de touwtjes waarmee het haar op de wereld heeft gezet meedogenloos doorknipt. 

Anna Franziska Jäger – dochter van Anne Teresa De Keersmaeker, wiens Rosas in april gratis speelt tijdens UUR KULTUUR (meer info hier) – neemt, vijf jaar na haar verschijning in My Queen Karo, opnieuw een rol van formaat op zich. Ze vertolkt de vrijgevochten Cleo, een 17-jarige plantrekker die na het plotse overlijden van haar ouders elke godvergeten dag dat de zon opkomt in haar eentje moet trotseren. 

Het is met ingehouden adem afwachten hoe Cools dit delicate topic naar de cinema vertaalt, maar Cleo is allesbehalve een tearjerker: met het handje van haar kleine broertje in de hare en het warme nest van haar Bobonne als vangnet, neemt Cleo opnieuw deel aan het leven. Niet met schuifelende passen maar met roekeloze sprongen, een nonchalant fuck-you-gehalte en een ‘je m’en fous’ om U tegen te zeggen.

Maar Cleo is meer dan een – bij gebrek aan een betere beschrijving – wijf met ballen: Cools wordt geprezen om haar talent de vrouwelijke veelzijdigheid met diepgang weer te geven, en met reden. Haar Cleo is zowel de trieste regenplas als de storm, zowel het boze meisje als de dame die ze slechts op zeldzame ogenblikken durft worden, en zowel haar verleden als haar toekomst. En hoewel stortvloed na stortvloed haar – letterlijk en figuurlijk – overrompelt, blijft Cleo intuïtief zoeken naar warmte en er in haar hunkeren blindelings op rekenen dat ze die krijgt. ‘Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point’ – een zin om in het achterhoofd te houden.

Wanneer Cleo zich naar goede gewoonte in het bruisende nachtleven van Brussel stort komt ze op een woelige nacht terecht bij Leos, een gelaten figuur in wie ze een merkwaardige bondgenoot vindt. Getekend door hun verleden doen de twee een dans waarvan de choreografie continu onderhevig is aan verandering en de oprechtheid voortdurend fluctueert. Leos en Cleo tonen zich zowel waardige partners als tegenstanders, een strijd waarvan het onmogelijk vertellen is wie er nu juist aan de winnende hand is, en ploeteren voort met elk hun eigen drijfveer – en de overeenkomstige facades die ze daarvoor op moeten zetten. 

Cleo draait om een vertrouwen dat afwisselend geschonken en weer beschadigd wordt, een dynamiek die zich zowel tussen de personages onderling afspeelt als tussen hen en het publiek dat de film bekijkt. De knappe acteerprestaties in Cleo tegen de achtergrond van het genadeloze, doch eeuwig charmante Brussel zorgen ervoor dat Cools’ film op de juiste momenten weet te ontroeren zowel als op het verkeerde been weet te zetten, en daarmee onverwacht zijn publiek uitdaagt.

Tegen de opzwepende soundtrack van Rachmaninov, die even dramatisch is als Cleo’s favoriete kleur rood en een even pertinente plaats inneemt in de film, baant Cleo zich een weg doorheen haar verdriet. In een opmerkelijk samenspel van beeld en geluid neemt de kleur van de passie namelijk de bovenhand, telkens wanneer er muziek in het spel is; op de muren van het muzieklokaal waar Cleo repeteert bijvoorbeeld, of in de concertzeteltjes wanneer ze optreedt; in de rode gloed wanneer ze gaat clubben en de rode kledingstukken die ze slechts af en toe achterwege laat. 

Cleo: over hoe de menselijke geest, soms tegen wil en dank, een ijzersterk, veerkrachtig fenomeen is. Over hoe muziek het onmogelijke mogelijk maakt, stukjes tot leven kan brengen van mensen die we niet meer in onze armen kunnen sluiten en ons onszelf kan doen verliezen op momenten waarop het leven ons dat niet meer toelaat. Over zorg dragen voor jezelf en voor elkaar, en hoe dat op verschillende manieren, maar ook vanuit verschillende motieven ingevuld kan worden. Maar vooral over een onverschrokken jonge vrouw, die haar stekels opzet en je tegelijk smeekt deze te ontwijken om haar te proberen omarmen – om je weer van haar af te slaan wanneer je te dicht bij het breekbare komt.

Cleo speelt nog tot en met maandag 27 januari in de PIAS-reeks van Cinema Zed, tickets en meer info vind je hier. Niet te vergeten: cultuurkaarthouders genieten de wel zeer voordelige prijs van slechts €6 per toegangsticket! 

‘Retourne-toi’: Orpheus en Eurydice nemen geen afscheid maar begroeten elkaar wederom in Portrait de la Jeune Fille en Feu

Wat schreeuwt er meer ‘ode aan de vrouw’ dan een kostuumfilm die uitsluitend focust op vrouwelijke verhoudingen, waarvan de maker als eerste vrouwelijke regisseur op het filmfestival te Cannes de Queer Palm award in de wacht weet te slepen? Het antwoord hoeven we gelukkig niet ver te zoeken: we vinden het in de maand December draaiend in de knusse zalen van Cinema ZED in onder andere de PIAS-reeks. Daar gooit Franse regisseuse Céline Sciamma immers hoge ogen met haar ‘Portrait de la Jeune Fille en Feu’, een historisch drama dat verrassend hedendaags aanvoelt en op kabbelende wijze de woeste natuur van niet alleen het prachtige Bretagne maar ook de vrouw in beeld brengt.

Hoewel de titel allicht anders doet vermoeden, wordt de kijker van Portrait de la Jeune Fille en Feu vanaf het prille begin blootgesteld aan het portret van niet een jong meisje, maar aan dat van hoofdpersonage Marianne (Noémi Merlant), een zelfbewuste schilderes met een nuchtere aanpak die we ontmoeten wanneer ze voor een keertje niet zelf achter de schildersezel staat, maar model zit voor haar leerlingen. Een door haar studenten vanonder het stof gehaald schilderij duwt de lerares kopje onder in overpeinzingen waarin ze terugblikt op haar kortstondig verblijf in Bretagne, om onder valse voorwendselen en in het grootste geheim het portret te schilderen van de koele Heloïse (Adèle Haenel) die, in een verzet tegen haar nakende huwelijk, halsstarrig weigert te poseren. Bijgestaan door het timide dienstmeisje Sophie (Luàna Bajrami) laten de twee zich voorzichtig vallen in een aftastende romance, die niet alleen hun leven voorgoed verandert maar ook de basis vormt voor een bijzondere band tussen de drie jonge vrouwen.

Marianne en Heloïse zoeken langzaam maar zeker toenadering tot elkaar onder de beschermende vleugels van Orpheus en Eurydice, wier mythische liefdesverhaal de meisjes in de ban houdt en vertelt hoe de zanger Orpheus zijn geliefde voorgoed verloor aan de onderwereld doordat hij de drang niet kon weerstaan naar haar om te kijken. Het is in deze context dat Marianne de beschouwing naar voren schuift die de hele film lijkt te bewegen, namelijk dat de perfectie van een moment slechts bestaat in en dankzij haar vluchtigheid, en dat echte kunst datgene bewaren kan wat in de realiteit onverbiddelijk verloren gaat. Volgens Marianne’s interpretatie draaide Orpheus zich niet om in een verliefde opwelling, maar vanuit zijn hoedanigheid als kunstenaar, kiezend voor de onbezoedelde herinnering aan Eurydice bovenal. De sterk aangehaalde spanningsboog tussen vergankelijkheid en continuïteit voelt aan als brandend actueel (no pun intended), niet alleen in de film maar ook in onze huidige maatschappij, niet alleen in de liefde maar ook in de overlevering van kunst door de eeuwen heen (yes, minister Jambon, I am looking at you).  

Maar wat Portrait de la Jeune Fille en Feu werkelijk bijzonder maakt is de ongeëvenaarde performativiteit waarmee ze deze thematiek naar het grote scherm weet te vertalen: daar waar Marianne aandacht heeft voor de handen van haar model, hebben wij oog voor die van Marianne en wanen we ons vaak zo dichtbij het canvas dat we haast de houtskool kunnen ruiken waarmee ze schetst of de olieverf waarmee ze verft. We kijken niet louter mee over de schouders, maar beschilderen met eigen ogen het witte doek. Een met kippenvel bezaaide borstkas die op- en neer deint, de schelp van een oor dat door babyhaartjes wordt omgrensd of de de kromming van een hals: een schat aan close-ups eisen van de toeschouwer niet alleen zijn onverdeelde aandacht, maar doen kijken met de pasgeboren verwondering van iemand die gedachteloos verliefd wordt, wiens lens evenmin ruimte laat voor enig anders dan het voorwerp van zijn affectie.

De consistentie waarmee deze close-ups één enkel aangezicht centraal plaatsen maakt doorheen het verloop van de film plaats voor een verandering die dermate gelijkloopt met de plotlijn dat ze hem bijna lijkt te dirigeren: Een hevig in de kijker gezette Marianne maakt Heloïse gaandeweg deelgenote van niet alleen haar hart, maar ook het beeld dat aan ons wordt getoond. De ontluikende dualiteit levert prachtige scenes op, en voorziet ons van een fascinerend, symmetrisch schouwspel waarin zowel complementaire als tegengestelde helften van eenzelfde entiteit elkaar ontmoeten: de zelfbewuste, warme gloed van Heloïse en het engelachtige van de frisse Marianne complimenteren elkaar als hemel en hel, jong en rijp, water en vuur en boven- en onderwereld. In deze zee van heterogeniteit is het de ontroerende homogeniteit in de relatie die het licht vangt, een élan waarop de film moeiteloos verdergaat in haar benadrukken van gelijkheid door het etaleren van diversiteit.  

Opvallende afwezige in de prent daarentegen, in scherp contrast met de overvloed aan beeldtaal maar daarom niet minder sprekend, is een begeleidende soundtrack. Maar less is more, zoals ze zeggen, en in Portrait de la Jeune Fille en Feu voelt dit ontbreken meer dan ooit aan als een toevoegen. Het ruisen van de zee, het voorzichtige tokkelen van de regen op het dak tot het onstuimige gutsen ervan, een stokkende adem of het knisperen van het haardvuur: de intimistische sfeer waarmee de film dweept kan alleen maar baten bij de uitdrukkelijkheid waarmee dergelijke omgevingsgeluiden tot hun recht komen, en wordt dan ook zelden onderbroken. Wanneer dit wel gebeurt vormt een opmerkelijk staaltje begeesterende a capella-muziek het klapstuk – eentje dat, badend in de gloed van een ongetemd kampvuur, vrouwen over klassen, generaties en alle andere mogelijke verschillen heen onlosmakelijk verbindt. 

En als we dan toch een minpuntje aan moeten kaarten: Sciamma’s grootste bondgenoot, de tijd waarvan ze ernaar streeft steeds meer te kopen, is meteen ook haar grootste vijand. Want hoezeer een diepgaande kruisbestuiving tussen sterke vrouwen en een viering van queer love ons ook doet verheugen in onze stoel, je moet er het geduld voor kunnen opbrengen. Liefhebbers van langgerekte, geladen momenten die vatbaar zijn voor interpretatie en herinterpretatie zullen hun hart kunnen ophalen, anderen zullen zich ongetwijfeld storen aan een tempo dat ze alleen maar als tergend langzaam en misschien zelfs monotoon kunnen bestempelen.  

Het rustige tempo van de film mag dan wel dreigen te verhinderen dat sommige kijkers – in navolging van Heloïse – spontaan in vuur en vlam ontsteken, de knappe acteerprestaties in Portrait de la Jeune Fille en Feu gecombineerd met een meeslepende plot en betekenisvolle cinematografie creëeren op z’n minst vonkjes die je zacht smeulend in de cinemazetel achterlaten. Hoewel de tijd die Marianne en Héloïse met elkaar kunnen doorbrengen dun gezaaid is wordt ze lang getrokken, in een ode aan hoe een fractie van een seconde een eeuwigheid kan lijken te duren en toch nog steeds te kort kan zijn. Portrait de la Jeune Fille en Feu fluistert, spreekt en schreeuwt, in alle mogelijke talen en zonder daarvoor van haar acteurs een woord over de lippen te vragen. 

Portrait de la Jeune Fille en Feu zal in de maand december opnieuw te bekijken zijn in de PIAS-reeks in Cinema ZED. Exacte vertoningsdata- en uren volgen dra, dus hou vooral deze pagina in het snotje! 

(Uiteraard betalen cultuurkaarthouders een voordelige €6 per ticket)

Filmtip: Boy Erased in Cinema ZED op 12 en 19 november

‘Gay conversion therapy plan’: de concrete inhoud van het fenomeen doet net zo wansmakelijk aan als de term ongetwijfeld in de mond ligt. Gebaseerd op de gelijknamige autobiografische memoires van Amerikaans LGBT-activist Garrard Conley schuift de film ‘Boy Erased’ de onwaarschijnlijkheid naar voren waarmee fundamentalistische bekeringsprogramma’s tot op de dag van vandaag nog steeds jongeren proberen te ‘genezen’ van wat zonder pardon bestempeld wordt als niet alleen een psychische stoornis, maar ook de ultieme doodzonde: homoseksualiteit.

De alom geprezen adaptatie van regisseur en acteur Joel Edgerton – die trouwens zelf de rol van spilfiguur Victor Sykes voor zijn rekening neemt – volgt het reilen en zeilen van de adolescent Marshall Eamons, die het als zoon van uitgerekend een fanatiek Christelijk predikant steeds moeilijker krijgt zijn geaardheid de kop in te drukken en uiteindelijk, in een impulsieve eerlijkheid kenmerkend voor zijn weinig standvastig karakter, ophoest zich aangetrokken te voelen tot mannen. 

Dit helse doemscenario vereist uiteraard de grootste omzichtigheid en mondt al gauw uit in het absurde tafereel waarin seksuele voorkeur opeens niet alleen als een symptoom behandeld mag worden, maar dit schijnbaar ook met betrokkenheid van de hele parochie en omstreken gebeuren moet. In een verwoede poging zijn verdorven ziel uit de klauwen van de duivel te redden wordt Marshall in allerijl in het bekeringsprogramma ‘Love in Action’ ingeschreven, waar het onwankelbare Christelijke geloof als optimale houvast wordt aangegrepen om praktijken goed te praten waarvan je als toeschouwer oprecht niet weet of je er eens goed mee moet lachen, of dat het huilen je nader staat. 

Wanneer de therapie, met een doortastendheid die de verbeelding van de moderne tijdsgeest tart, alarmerende gelijkenissen begint te vertonen met de gemiddelde duiveluitdrijving dringt de bedenking zich op dat, als dit is hoe de verlossing eruit moet zien, het in de krochten van de hel bij nader inzien misschien toch niet zo slecht vertoeven is. Ons hoofdpersonage incasseert zijn lot als een gewond vogeltje, probeert met een achterhaalde naïviteit de hoop van zijn ouders te delen dat hij werkelijk transformeren kan en dwingt zich in een keurslijf waarvan hij miskent dat het hem steeds meer reduceert tot een huichelachtige schim van zichzelf. Want met een beetje geluk sluit zijn omgeving deze versie wel onvoorwaardelijk in de armen.

Lucas Hedges, die je misschien nog zal kennen van zijn verrassend gelijkaardige rol in de film ‘Ladybird’, weet met zijn vertolking een zekere geremdheid en passiviteit aan te spreken die zowel beroeren als naar Marshall’s ware leitmotif doen gissen. En als dit niet genoeg is om je naar de cinemazaal te lokken, kom dan voor de performance van de ever-so-charming Nicole Kidman, die een schitterende moederfiguur neerzet wiens geamuseerde luchthartigheid en bekommernis schijnen als een lichtpuntje in de duisternis, waardoor het voornamelijk zij is die écht de show steelt.   

Boy Erased zuigt je mee in de spiraal van een ontmoedigende, mistroostige realiteit die je niet anders kan dan lijdzaam ondergaan, over hoe blinde onwilligheid te veranderen hardnekkig de strijd aangaat met de schrijnende onmògelijkheid dat te doen.

‘Boy Erased’ speelt nog in Cinema Zed op dinsdag 12 november (20h) en op dinsdag 19 november (17h30)

Tickets kopen doe je hier, cultuurkaarthouders genieten het voordeeltarief van slechts 6 euro!

“First Man”: Neil Armstrongs kosmische eenzaamheid

Een Amerikaanse film van Hollywood-regisseur Damien Chazelle (Whiplash, La La Land) over de maanlanding? Je zou denken dat de film een grote, bombastische, barokke viering van het Amerikaanse heldendom zou worden. Toch was er vooraf in conservatief Amerikaanse kringen veel ophef over het feit dat Chazelle ervoor koos om zijn patriottisme niet op bombastische wijze vorm te geven. Zo krijgen we geen scène waarin Neil Armstrong en Buzz Aldrin de vlag op de maan zetten. Chazelle is erin geslaagd om van Neil Armstrong een knuffelheld te maken en van de grote Amerikaanse verwezenlijking een persoonlijke, innerlijke reis. De gebeurtenis is in wezen patriottisch, maar de film is genuanceerder dan de doorsnee-Hollywoodfilm.

De film wordt gedragen door het La La Land-trio Ryan Gosling, Damien Chazelle en Justin Hurwitz. Ryan Gosling vertolkt perfect de ingetogen, sobere en zakelijke Neil Armstrong. We krijgen een antiheld, iemand die de grote woorden schuwt en niet gedreven lijkt door een Amerikaans-nationalistisch gevoel, maar door een gemis, een leegte en een onvermogen om zijn verdriet om  zijn gestorven dochter Karen te verwerken. Chazelle gaat op zoek naar hoe collectieve verlangens en emoties verbonden worden met het zware verdriet van een individuele man, die als verwerking voor zijn rouw aan het aardse bestaan wil ontsnappen.

Een centraal thema in het werk van Damien Chazelle is de ambitie die om offers vraagt. In Chazelles eerste succes, Whiplash, volgen we Andrew Neiman (Miles Teller) die als veelbelovend jazzdrummer tot zijn uiterste limieten gaat. Ook in het met Oscars gelauwerde La La Land volgen we twee geliefden (Emma Stone en Ryan Gosling) wier band door hun respectievelijke carrières onder druk komt te staan. Melancholie is het overheersende gevoel bij dit verlangen naar grootsheid. First Man benadrukt de ongelofelijke financiële, maar voornamelijk menselijke offers die deze ruimtewedloop met de Sovjets eiste. Niet onbelangrijk is de context van de jaren ‘60, die door radio- en tv-berichten in de NASA-bubble doordringen. Zo horen we op de achtergrond de protesten tegen de Vietnamoorlog, zien we een interview met schrijver Kurt Vonnegut en horen we een zwarte Amerikaan zingen: “I can’t pay no doctor bill, but Whitey’s on the moon.” Een eenduidige oorzaak of reden waarom de NASA gewoon doorgaat, ligt niet voor de hand. Het verlangen de Sovjets de loef af te steken, de miljarden dollars aan belastinggeld die erin gepompt zijn en de menselijke offers die ervoor zijn gebracht, leidden tot een meedogenloze machine met als enige doel het bereiken van de maan.

De opmerkelijkste acteerprestatie is die van Claire Foy, die de rol van Neils vrouw Jan (Janet) speelt. Jan is de pragmaticus die een tegengewicht vormt voor de toch wel fallische jongensdromen over raketten en maanreizen. Toen Neil Armstrong bij een oefenmissie van het Gemini-project  in gevaar kwam, stapt ze naar het NASA-hoofdkwartier en zet de missieleiding met hun twee voeten op de grond: “You’re just a bunch of boys making models out of balsa wood.” Haar reactie ondergraaft het gevoel van wetenschappelijke controle.

Damien Chazelle weet deze breekbaarheid visueel scherp te vatten. De miljarden kostende materialen zijn niet de glimmende raketten uit onze science-fictionverbeelding (denk aan Star Trek of Star Wars), maar gemaakt met een bric-à-brac-functionaliteit: de soldeernaden duidelijk zichtbaar, het krassen en schrapen van de metalen platen die met grote bouten aan elkaar zijn vastgemaakt geven de toeschouwer een gevoel van kwetsbaarheid, claustrofobie en unheimlichkeit. Visueel is de film een pareltje. We zien dat Chazelle een rasechte shower is, die met een korte opeenvolging van technisch perfect gemonteerde beelden in nog geen tien minuten na het begin van de film de toeschouwer naar de keel en de zakdoek doet grijpen.

Niet alleen visueel is de film erg sterk, ook auditief. Chazelle benut de kosmische stilte op doordachte wijze. Het is echter grotendeels de muziek van Justin Hurwitz, met wie Chazelle al voor zowel Whiplash als La La Land heeft samengewerkt, die de emotionele diepgang weet op te zoeken. Het harpspel, als leitmotiv verbonden aan Karen, komt geregeld terug in allerlei combinaties. Bovendien geeft de theremin, het geliefkoosde instrument voor soundtracks van science fiction, een ongekende toets van engelachtige buitenaardsheid.

Claire Foy, Ryan Gosling, Damien Chazelle en Justin Hurwitz schilderen een betoverende allegorie voor het persoonlijke verdriet dat een individu in de kosmische eenzaamheid drijft. Als eerste man op de maan is Neil uniek en eenzaam, en dat gevoel van buitengewoonheid beeldt treffend het leed van een introverte vader uit. Bovendien zoekt Chazelle naar het collectieve verlangen naar iets groters, een verlangen dat de mensen in tijden van polarisatie kan verbinden, maar dat tegelijkertijd onze collectieve kosmische eenzaamheid in de onherbergzame ruimte benadrukt. Chazelles innerlijke odyssee mag dan wel ideologisch mager en zichtbaar patriottisch zijn, zijn portret van de eerste maanreiziger is echter audiovisueel sterk, emotioneel diep en complex.

Cinema ZED / nog zeker tot 3 december in de bioscoop / 6 euro Cultuurkaart, 8,50 euro gewoon ticket / tickets en info 

“Rol uw matten, ça veut dire quoi?” Tijdreis door de revolutie met Leuven ‘68

Vijftig jaar geleden is het al, de studentenopstand die Leuven teisterde én tegelijkertijd wakker maakte. De meest rebelse episode uit de geschiedenis van onze universiteit kent iedereen wel van “Walen go home”-spandoeken uit geschiedeniscursussen in het middelbaar, maar wordt nu voorzien van tekst en uitleg in de documentaire Leuven ’68. Het resultaat is een frisse kijk op een keerpunt in de Belgische geschiedenis – én op alle verhalen die de straatstenen onder je voeten met zich meedragen.

763

Met Leuven ‘68 zit Fonk vzw (het productiehuis achter de schermen van Cinema ZED) al aan nummer vier van een reeks producties over de interessantste episodes uit de Leuvense geschiedenis, na De brand van Leuven, Leuven autovol & autovrij en De Leuvense scene. De documentaire was de afgelopen maanden al te zien in ZED, maar cultuurkaarthouders kregen afgelopen woensdagavond in aula Vesalius nog een gratis laatste kans. En dat onverwachte UUR KULTUUR-cadeautje werd meer dan geapprecieerd. Lees verder

Paradijselijke liefdesverklaring aan de liefde: Call Me By Your Name

Kan je anno 2018 nog een goede romantische film maken? Is over de liefde niet stilaan alles al gezegd, loopt elke melige metafoor niet het risico te vervallen in torenhoge clichés die elk vleugje authenticiteit met de grond gelijkmaken? En kunnen we in Tindertijden nog geloven dat je tussen 7 miljard mensen genoeg hebt aan één persoon bij wie alles zo perfect is dat je herleid wordt tot een chaos van de meest betoverende soort? Toch wel. Het bewijs ervoor won net een Oscar voor beste bewerkte scenario en is nu te zien in Cinema ZED: Call Me By Your Name van Luca Guadagnino, naar de gelijknamige roman van André Aciman. Bereid je voor op een verbluffende, zonovergoten roze wolk waardoor je je even weer zeventien voelt.

28516457_741263559413920_8670968003794995538_o

Noord-Italië, 1983. De dromerige, hyperintelligente Elio (Timothée Chalamet) brengt met zijn joodse familie de zomer door tussen de stapels boeken, muziekpartituren en fruitbomen van hun villa (die momenteel trouwens echt te koop staat). Op een dag krijgen ze het gezelschap van Oliver (Armie Hammer), een doctoraatsstudent die met Elio’s vader op de bodem van het Gardameer op schattenjacht gaat naar klassieke beelden – job van je leven: check. Eerst is Elio vrij afstotend tegenover de zelfingenomen Amerikaanse charmes van Oliver, maar al snel ontdekt hij dat hij ondanks de meisjes die voor hem in de rij staan misschien niet zoáls Oliver wil zijn, maar mét hem. En na de nodige obstakels blijkt dat wederzijdser dan hij ooit had durven dromen. Wat volgt, is het verhaal van een verbluffende summer of love, vol fietstochten met bestemming onbekend en dronken nachtelijke zwempartijen. Waarvoor je nog even je ogen sluit tijdens de aftiteling, kwestie van dat ene gevoel zo lang mogelijk vast te houden voor je opnieuw in de maartse buien boven de Naamsestraat wordt losgelaten.

Lees verder

Een ode aan de kwetsbaarheid: Vele hemels boven de zevende

Het was de laatste tijd niet zo gemakkelijk om Griet Op de Beeck te zijn. Haar moedige bekentenis over hoe haar nieuwste boek over incest gebaseerd is op haar eigen kindertijd, stootte zowel op solidariteit als op absolute bagger. En alsof dat nog niet genoeg was, kreeg ze nog eens tientallen mails van boze Helden van het Internet ‘omdat er dt-fouten in haar boek stonden’. Liefste zelfverklaarde traumapsychologen en taaladviseurs, check alsjeblieft eens de definitie van victim blaming, en als je toch bezig bent meteen ook waarom “gij hadt” wel met dt is. Of nog beter: laat Griet met rust en ga in een boekhandel naar keuze even kalmeren bij een paar hoofdstukken van Vele hemels boven de zevende. Al kan je daarvoor sinds vorige week ook gewoon naar de bioscoop, want haar eerste bestseller kreeg net de verfilming die hij meer dan verdient.

maxresdefault

Wie al eens een roman van Griet Op de Beeck las – en die kans is groot – kent haar succesrecept. De hoofdpersonages zijn standaard een aantal kwetsbare misfits die elk op hun eigen manier worstelen met het leven, en daarbij soms winnen en soms verliezen. Of om het met de woorden van Eva, het hoofdpersonage uit Vele hemels te zeggen: “alle mensen zijn gevoelig, maar sommigen hebben er toch meer last van dan anderen”. Zij hoort ongetwijfeld thuis in de tweede categorie. Ze is op zoek naar de liefde maar vindt alleen gênante online dates, wordt op haar werk diep geraakt door het verhaal van een gedetineerde die ze begeleidt, en haar moeder (een zo hatelijke Viviane De Muynck dat het hilarisch wordt) praat haar het ene complex na het andere aan over haar – absoluut ingebeelde – overgewicht. Haar vader (Herman Gilis) lijdt dan weer onder een opgekropt familiegeheim dat door de ziekte van zijn broer weer naar boven komt, en zus Elsie (Sara De Roo) is bang dat haar saaie huwelijk en haar gevoelens voor een kunstschilder (Koen De Graeve) meer betekenen dan een midlifecrisis.

Klinkt als een zootje ongeregeld van soapwaardig melodrama, maar is het allesbehalve. Wat het boek zo prachtig maakt, is het ontzettend naturelle taalgebruik dat je nog het meest van schoonheid naar een zakdoek doet grijpen. Of een potlood, om een mooie quote te onderstrepen. De grootste kracht van Vele hemels is dan ook hoe trouw de film blijft aan de tekst van de roman, hoe kan het ook anders met Op de Beeck (die in een vorig leven als dramaturg aan de slag was) als scenariste. De vertellerstekst gaat naar Eva’s twaalfjarige nichtje Lou – “is het in het middelbaar de bedoeling om zo hard mogelijk op elkaar te lijken?” – die zo de schijnbaar onverfilmbare ik-vertellingen uit de roman in ere houdt en er door haar eigen onzekere tienerogen een extra dimensie aan toevoegt. Mooi.

Keerzijde van de medaille is wel dat de acteurs er daarom soms niet in slagen om zich de tekst helemaal eigen maken. Vooral Sara De Roo stelt teleur in de rol van Elsie: ze komt erg kunstmatig en ongeloofwaardig over en doet zo ook afbreuk aan haar briljante tegenspelers Koen De Graeve en Brit Van Hoof. Gelukkig weet die laatste dat ruimschoots goed te maken door met een ontwapenende authenticiteit de rol van Eva neer te zetten. Hoe ze achter elke nepglimlach massa’s verborgen wanhoop toont en zelfs bij haar psychiater haar problemen weglacht, drukt je oncomfortabel achterover in je stoel. En dat terwijl haar empathie en puurheid in een andere familie, op een ander moment net haar grootste troef hadden kunnen zijn.

En dan is er nog die andere valkuil van de verfilming: schrijven is schrappen. Voor regisseur Jan Matthys, de man achter In Vlaamse velden en Quiz me quick, was Vele hemels zijn eerste stap in de wereld van de langspeelfilm, en daarmee heeft hij het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Sommige kneepjes van het kleine scherm zijn mee naar het witte doek geslopen: er wordt tv-seriegewijs iets te snel van scène naar scène gesprongen, dus een paar plotwendingen uit het boek opofferen voor wat meer poëzie was geen slecht idee geweest. Maar who cares, deze film wil net zoals het boek niet verbluffen met technische virtuositeit, maar met inhoud. Bereid je voor om serieus geconfronteerd te worden met vragen die zich buiten een cinemazaal al snel verstoppen tussen de alledaagsheid, zeker in tijden waarin kwetsbaarheid steeds meer synoniem lijkt voor zwakte. Hoe hard de manier waarop je naar het leven kijkt afhangt van je familie. Hoe al dan niet vanzelfsprekend geluk kan zijn. En vooral: of je zelf goed genoeg kan aanvoelen wanneer dat niet zo is, zowel bij anderen als bij jezelf.

Of je het boek moet lezen of de film moet bekijken? De Griet Op de Beeck-fan in mij schreeuwt: allebei. Maar ondanks de schoonheidsfoutjes in de regie en het acteerwerk zijn de emoties in de film bijna even authentiek gebleven. Aan jou de keuze dus, zolang je maar genoeg zakdoeken bij de hand houdt. En klaar bent om dagenlang met Spinvis’ reis ver, drink wijn, denk na, lach hard, duik diep, kom terug in je hoofd te zitten. Want alleen al dat is het meer dan waard.

 

(Vele hemels speelt nog tot 5 december in Cinema ZED. Zoals altijd krijg je korting met je cultuurkaart, en de programmatie vind je hier.)