Bitterzoete dromen van verre muziekzomers: Eefje de Visser

Met de even intieme als overdonderende concertfilm Bitterzoet vult Eefje de Visser de leegte waarin haar gelijknamige laatste album strandde. En een beetje van die leegte verandert ze – op haar eigen poëtische manier – in net genoeg witruimte om ons te doen uitkijken naar meer.

2020 had hét jaar van Eefje de Visser moeten worden. In januari lanceerde de Nederlandse singer-songwriter haar vierde album Bitterzoet, dat met de ene viersterrenrecensie na de andere meer dan ooit deed uitkijken naar een live tour vol superlatieven. Gelukkig wil het toeval dat ze er al van droomde om een concertfilm te maken voordat you-know-what daar een noodzaak van maakte. En de witte muren van haar Gentse appartement annex studio, met nonchalant neergezette kisten lp’s en piepschuimen sculptuurtjes, ademen overtuigend de sfeer van haar muzikale identiteit.

Online concerten doen me altijd anticiperen op een zekere tristesse. En ik geef het toe, bij Eefje de Visser nog iets meer dan gewoonlijk. Resoneren haar lyrics, die wel vaker vorm geven aan de grijze zone tussen eenzaamheid en geborgenheid, nog wel op dezelfde manier na een jaar isolement? En hoe valt een song zoals De Parade, die gemaakt is voor eindeloze nachtelijke wandelingen in fijn gezelschap, te rijmen met de reflectie van mijn hoofd in mijn computerscherm? Maar mijn twijfels worden al snel weggespoeld door de ongeziene energie en inleving in deze uitvoeringen. Comfortabel switchend tussen piano, gitaar en bas stelt ze niet alleen de Bitterzoet-songs voor met een tienvoud van de kracht die in de albumversies zit, ook enkele kleppers van haar vorige album Nachtlicht passeren de revue. De Fleetwood Mac-vibe van Jong wordt heerlijk aangevuld met een ijl acapella-begin en culmineert in een wervelende synthssolo. Wie een grens wil trekken tussen de folkpop van haar oudere repertoire en de elektronische sound waarnaar ze met de jaren evolueerde, is eraan voor de moeite, alles loopt op een verfrissende manier in elkaar over.

Daarnaast doet Bitterzoet alle eer aan beide delen van de samenstelling concertfilm, want Eefje de Visser haalt alles uit het medium wat eruit te halen is. De zwarte silhouetten van de muzikanten in het witte decor en de talloze close-ups op hun handen zijn een perfecte echo van de ijle synths en dat beetje rauwheid waarmee ze overgoten zijn. Tijdens de meer up-tempo nummers baadt de studio in een schemering met neonlampen op de grond, en met haar achtergrondzangeressen waagt ze zich aan een choreografie van minimalistische handgebaren. Tegelijk worden de ruwe randjes van de muziek allerminst glad gepolijst. Niet alleen is de uitvoering van de nummers veel energieker dan de albumversies, de sprankeltjes interactie tussen de muzikanten en stemmende gitaren tussen de songs door geven het geheel ook een ontwapenende authenticiteit.

Bitterzoet is een pareltje dat je terug katapulteert naar warme zomeravonden, tipsy op een terras met een warme wind die over je schouders blaast. Of net vooruit, naar het verwachtingsvolle geroezemoes van een live concert waarvoor deze songs gemaakt zijn. Voorlopig blijft het bij met roodgelakte nagels op blote voeten over je tapijt dansen, net zoals Eefje. De melancholie die me na de aftiteling overvalt, neem ik er met plezier bij.

De concertfilm Bitterzoet kan je hier streamen op Dalton, het online filmplatform van Cinema ZED.

De Patrick: Man zkt. hamer

Wanneer Patricks vader en tevens eigenaar van een nudistencamping plotseling sterft, valt alle verantwoordelijkheid op hem. Patrick is echter niet geïnteresseerd in het runnen van de camping. Het enige waar hij om geeft is het terugvinden van zijn recent verdwenen hamer. Zit u alvast op het puntje van uw stoel?

In alle eerlijkheid klinkt “naakte man hopeloos op zoek naar hamer” niet per se als een plot waar je als kijker anderhalf uur in wil vertoeven. Toch is tragikomedie De Patrick de absolute winnaar van de Ensors 2021 binnen haar categorie. De film van Tim Mielants, die eerder al internationaal furore maakte met het regisseren van kwaliteitsseries zoals Peaky Blinders en Legion, sleept maar liefst zeven van haar dertien nominaties in de wacht. 

De eigenzinnigheid van deze film, die koppig weigert in een hokje geplaatst te worden, is ongetwijfeld voor een groot deel verantwoordelijk voor dit succes. De Patrick draait immers om veel meer dan de zoektocht naar een hamer, die in feite slechts als kapstok functioneert waar universele thema’s zoals rouwen, de eigenaardigheden van de mens en zelfacceptatie aan opgehangen worden. Ook de zin van het leven wordt in vraag gesteld: van jongs af aan wordt ons aangeleerd dat je iets moet zijn in het leven en dat je alleen gelukkig kan zijn als je ambitieus bent. Maar wat als je geen ambitie hebt? Wat als je, net zoals Patrick, afstand neemt van de samenleving en perfect gelukkig bent door onbeschaamd jezelf te zijn? 

Een simpele speurtocht groeit snel uit tot een existentiële queeste, gekaderd binnen een herfstig landschap en absurdistische sfeer die doen denken aan Yorgos Lanthimos’ The Lobster. Als kijker word je overmand door een zekere tristesse die met momenten voor een benauwd, bijna onbehaaglijk gevoel zorgt.

Deze zwaarte wordt afgewisseld met subtiele visuele humor: in de achtergrond van Patricks atelier verschijnt langzaam maar zeker een rij aan confituurpotten – geschenkjes van één van de vrouwelijke campinggangers in ruil voor zijn bewezen diensten (lees: seks). Ook de prestatie die Kevin Janssens neerzet als zwijgzame eenzaat die vaak niet door lijkt te hebben wat er rond hem aan het gebeuren is, doet de mondhoeken soms krullen. Hij geeft Patrick een zekere naïviteit en kinderlijke onverschilligheid die ontwapenend werken. 

De mogelijkheid tot sympathie voor het hoofdpersonage eindigt echter hier. Patrick blijft gedurende de film vrij vlak. We komen niets over hem als persoon te weten en krijgen geen enkele vorm van gelaagdheid, verklaring of achtergrondinformatie mee. Waar Patrick aan kleur ontbreekt, wekken excentrieke nevenpersonages die strijden om een zekere hiërarchie op de camping wél interesse op. In het bijzonder Pierre Bokma, de zogenaamde Marlon Brando van de Lage Landen, intrigeert als Herman, een manipulatieve Nederlander met een eigen agenda. 

Tijdens het kijken kan er u naast de 17 kg extra Kevin Janssens tenslotte nòg een klein detail opvallen: iedereen is naakt. In tegenstelling tot andere films, is de blootheid deze keer niet functioneel. Er is geen seksuele connotatie, geen onderliggende betekenis. De film gaat dan ook niet over de nudistencamping, maar over mensen die toevallig op een nudistencamping zitten. De naaktheid is in dit geval een kostuum zoals een ander. Na enkele minuten valt het al niet meer op en wordt het duidelijk dat dit niet het meest interessante aspect aan de film is.

Wil je zelf ontdekken wat voor vlees De Patrick in de kuip heeft, neem dan snel eens een kijkje op https://www.dalton.be

BELLADONNA OF SADNESS

OORSPRONG

Als ambitieus spektakel verscheen Belladonna of Sadness in 1973 op het Japanse doek. Maar al snel bleek de film verbonden met een onheilspellend karma. Wegblijvend commercieel succes leidde tot het faillissement van Studio Mushi, waarna het werk al snel kennis maakte met de vergetelheid. Bijna veertig jaar later werden de oorspronkelijke filmrollen in België gerestaureerd, voor een heruitgave in 2014. Dit project van The CineFamily was even noodlottig, en in 2017 sloot de cinematheque definitief haar deuren. Hoe verloopt het verhaal van deze fascinerende en schijnbaar vervaarlijke film? Waar ligt zijn oorsprong en wat is zijn boodschap?

Eén antwoord zou natuurlijk kunnen luiden: “Japan, 1973, Mushi Production, Eiichi Yamamoto.” Daar halen we al veel uit. We leren dat de film gemaakt werd door de studio van Osamu Tezuka, onder toezien van regisseur Eiichi Yamamoto, ook bekend dankzij Astroboy (1963) en Kimba the White Lion (1965). Een product van ogenschijnlijk onstopbare groei.

STIJL

Een ander begin toont een wit scherm waarop al snel een wereld wordt getekend. Kleuren worden toegevoegd, maar met een zekere willekeur, soms blijven ze weg, zelden hebben ze de juiste tint. Het beeld trekt van rechts naar links, en de enkele lijn groeit en kronkelt, van eenvoudige horizon tot middeleeuws landschap.

Een zangstem leidt het verhaal in. Jean en Jeanne willen huwen, maar de baron eist zijn recht op de eerste nacht. Getraumatiseerd door haar verkrachting spant Jeanne samen met de duivel in de hoop ooit vergelding te krijgen. Als heks maakt ze gebruik van bloemen om de mensen te bedwelmen. Zo vinden ze geluk, al is het maar voor even. Ze stelt de dorpelingen ook in staat te vrijen zonder daarna door zwangerschap gebonden te worden. Het mag echter niet baten uiteindelijk zal ze als heks en ketter in vlammen opgaan.

KLEUR

Jeanne ontmoet de duivel als duimgroot figuur, dansend als een vlam of rookpluim. Naarmate ze meer van zichzelf opoffert, haar lichaam, hart en tot slot ziel, groeit hij van kinderlijke gestalte tot hij met zijn schaduw het hele dorp zwart kleurt. Deze laatste stap, wanneer Jeanne uiteindelijk haar ziel overhandigt en ze haar unie met de duivel consumeert, wordt visueel begeleidt door een overweldigende en hallucinante maalstroom van elkaar snel opvolgende, kleurrijke beelden, abstracte, geabstraheerde en herkenbare figuren, vormen, mensen en dieren. De kijker wordt meegevoerd in deze waanvoorstelling en van de wereld afgesloten door een chaotische en geïmproviseerde sessie die doet denken aan Pink Floyd’s Astronomy Domine.

Een ander belangrijk punt van symboliek speelt in Jeanne’s haar, dat bijna een eigen leven leidt doorheen de film. Geen twee opeenvolgende scènes draagt het haar dezelfde tint. Zelden is het eenvoudig blond. Veel liever toont het zich als versterking van Jeanne’s gevoelens. Na haar nacht in het kasteel is het een dof paars, gegrepen door duivelse lust kleurt het fel oranje, en wanneer ze als heks vertoeft in haar naar eigen hand geschapen aardse paradijs presenteert het zich als vrolijk roze.

Zo gebruiken Eiichi en zijn team vorm, formaat en kleur om de inhoud van Belladonna te benadrukken. De vrijheid van animatie stelt ze in staat de realiteit achterwege te laten en onbeteugeld te zoeken naar waarheid en kunst. Nu rest er nog de vraag wat er hen toe dreef een film als deze te maken.

DE JAREN ZESTIG

PINK FILM

Studio Mushi publiceerde de film in ‘73, maar eigenlijk is hij veel ouderBelladonna of Sadness groeide uit de maatschappelijke processen van de jaren zestig en was, hoe uniek ook, voor een groot deel een product van zijn tijd. Zo valt niet te ontkennen dat het werk behoort tot het ‘pink film’ genre, dat de kop opstak na de grote cinematische successen van de jaren zestig. Het was een tijd van groei en bloei voor Japan, toen het land in ‘64 optimaal gebruik maakte van zijn tweede kans met de Olympische Spelen in Tokio. 

In de jaren zeventig begonnen cinemacijfers echter terug te lopen, aangezien de televisie aan populariteit won. Omdat sex sells, begon de industrie steeds frequenter gebruik te maken van erotiek om kijkers te blijven lokken. Regisseurs putten ook inspiratie uit literaire figuren als Seventeen (1961), uit het gelijknamige boek van Kenzaburo Oë. Personages gekenmerkt door impotentie, voyeurisme en seksueel geweld wonnen steeds meer aan populariteit. Flesh Market (1962) van Satoru Kobayashi startte een trend die niet te stoppen viel en zou uitdraaien op de Pinky Violence (1972-76) reeks van Toei.

Ook Belladonna behoort tot een reeks, de film sluit de trilogie van Animerama af, voorafgegaan door A Thousand and One Nights (1969) en Cleopatra (1970), de twee films die als eerste naaktheid en seks vertoonden in de wereld van Japanse animatie. De drie werken werden ontvangen zonder commercieel succes en leidden tot het faillissement van de studio.

KOE NAKI KOE NO KAI

Na een eerste golf van feminisme kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog, ervaarde het land een tweede golf rond deze periode. Kobayashi Tomi, die zichzelf beschreef als het soort persoon dat bij ontevredenheid over de maatschappij eerder “thuis bleef zitten, steeds meer en meer geïrriteerd wordend”, besloot het heft in eigen handen te nemen. Met hulp van anderen richtte ze de protestgroep ‘Koe Naki Koe no Kai’ op, zij waren de stemmen van de stemlozen.

Het idee dat diegenen die zwegen tevreden waren, zat dwars, en daarom besloten veel Japanse vrouwen voor het eerst hun stem te verheffen. Onder hen vocht Mitsu Tanaka (zie afbeelding) fervent voor vrouwenrechten. Ze organiseerde protesten, schreef artikelen en pamfletten en stichtte de eerste vrouwenopvang van Japan. Samen met Misako Enoki pleitte ze voor de legalisatie van de anticonceptiepil. Een thema dat ook aan bod komt in Belladonna.

PROTEST

Ook van groot belang in Belladonna is de kwestie van vrijheid, meer bepaald de normalisatie van hallucinogeen druggebruik en vrije seksualiteit, zaken die de Stille Oceaan kwamen overgewaaid vanuit Woodstock en de (Amerikaanse) hippiebeweging. Maar ook binnen Japan was de film een reactie tegen de popularisatie van conformisme en opoffering, die ook binnen de filmindustrie al vanaf de jaren vijftig een terugkeer maakten. Zo prezen Beyond the Clouds, van Miyoji Ieki, en The Sacrifice of the Human Torpedoes, van Shue Matsubayashi, de kamikazepiloten van Wereldoorlog Twee.

EUROPESE VERLICHTING

IN VUUR EN VLAM

Als we echter de wortels van dit verhaal blijven blootleggen, en dat doen we, dan ontdekken we het werk La Sorcière (1862) van Jules Michelet, de historicus die als eerste de term ‘Renaissance’ opperde, als breuk met de middeleeuwen. Zijn historisch essay bespreekt de heksenjachten van de zestiende eeuw, wanneer tussen veertig- en tachtigduizend vrouwen hun einde ontmoetten, bestempeld als heks.

Als verlichtingsschrijver kent Michelet dat gebeuren toe aan de onderdrukking van het feodaal systeem en de Katholieke kerk. Hij sympathiseert met het lijden van de burgers en verklaart dat men vluchtte in geheime religies en rituelen. De kerk, die voordien, tot de tiende eeuw, het geloof in heksen verbood, veranderde later zijn kijk. Hernieuwde wetenschappelijke kennis, met de aanvang van de Renaissance, wekte achterdocht voor de beoefenaars van alchemie en andere niet vertrouwde praktijken. Heksen werden niet alleen als bestaand bestempeld, ze werden als handlangers van Satan gezien, en dus zonder meer te verdelgen.

JAPANSE VERTALING

Belladonna brengt deze problematiek naar het twintigste eeuwse Japan. De film vecht seksisme aan en pleit tegen de onderdrukking van de staat. Halverwege de speeltijd kijkt de Eiichi naar oorlog vanuit het perspectief van de vrouw, die alleen achterblijft, zonder echtgenoot, zonder zoon(s), zonder broer(s), evenzeer als slachtoffer.

Na de verbranding van Jeanne kijkt een menigte verdwaasde, woeste, teleurgestelde … vrouwen toe, en één voor één transformeren hun gezichten, totdat ze allemaal eindigen met dat van Jeanne. Symbolisch laat de film ons weten dat hoewel onze heldin verbrand werd, haar gedachtegoed, dat waar ze voor stond, zal overleven.

Tot slot, na het slot, toont de epiloog ons La Liberté guidant la peuple (1830), waar de vrijheid, voorgesteld als vrouw, met ontbloot bovenlijf, wordt geprezen. De ondertiteling vertelt het verhaal van de Franse vrouwen die mee op de barricades vochten voor hun rechten tijdens de Revolutie.

CONCLUSIE

En zo bereikt Belladonna of Sadness het onmogelijke. De film groeit als het ware uit honderden jaren geschiedenis, terwijl hij stilistisch en inhoudelijk breekt met zijn voorgangers en als revolutionair werk uitblinkt. Met de kracht, sfeer en stijl van een hallucinogene trip vertelt het werk ons een verhaal van vrijheid en feminisme. Zonder meer het bekijken waard.

Een man, een vrouw, een typemachine en heel veel dromen: Martin Eden

Ambitie lijkt op overmoed, ze zijn rap te verwarren. Als Ploegsteert van Het Zesde Metaal een melodramatische Napolitaanse classic was, zou het prima passen in de soundtrack van Martin Eden. Pietro Marcello katapulteerde Jack Londons roman naar een ongedefinieerde buitenwijk van Napels, in een al even ongedefinieerde tijdsgeest. Het resultaat is een overweldigend en ambitieus epos dat zijn geheimen niet makkelijk prijsgeeft, maar je wel aan het denken zet: welke prijs wil je betalen om je dromen waar te maken?

Lees verder

Verteerd door verdriet, terend op vechtlust: Cleo in Cinema ZED

‘Doorspelen… forte, forte!’ Cleo neemt de woorden van haar pianoleraar ter harte en beslaat met nieuwe begeestering de toetsen van het instrument dat haar het nauwst aan het hart ligt: de piano. Met een doorzettingsvermogen dat het oeuvre van Rachmaninov maar ook het lot van haar eist vliegt het meisje als een wervelwind doorheen de nieuwe film van regisseuse Eva Cools, ‘Cleo’ genaamd. Met haar debuut, dat door lovende kritieken ontvangen werd, vertelt Cools hoe een jonge vrouw in wording zich staande houdt nadat het leven de touwtjes waarmee het haar op de wereld heeft gezet meedogenloos doorknipt. 

Anna Franziska Jäger – dochter van Anne Teresa De Keersmaeker, wiens Rosas in april gratis speelt tijdens UUR KULTUUR (meer info hier) – neemt, vijf jaar na haar verschijning in My Queen Karo, opnieuw een rol van formaat op zich. Ze vertolkt de vrijgevochten Cleo, een 17-jarige plantrekker die na het plotse overlijden van haar ouders elke godvergeten dag dat de zon opkomt in haar eentje moet trotseren. 

Het is met ingehouden adem afwachten hoe Cools dit delicate topic naar de cinema vertaalt, maar Cleo is allesbehalve een tearjerker: met het handje van haar kleine broertje in de hare en het warme nest van haar Bobonne als vangnet, neemt Cleo opnieuw deel aan het leven. Niet met schuifelende passen maar met roekeloze sprongen, een nonchalant fuck-you-gehalte en een ‘je m’en fous’ om U tegen te zeggen.

Maar Cleo is meer dan een – bij gebrek aan een betere beschrijving – wijf met ballen: Cools wordt geprezen om haar talent de vrouwelijke veelzijdigheid met diepgang weer te geven, en met reden. Haar Cleo is zowel de trieste regenplas als de storm, zowel het boze meisje als de dame die ze slechts op zeldzame ogenblikken durft worden, en zowel haar verleden als haar toekomst. En hoewel stortvloed na stortvloed haar – letterlijk en figuurlijk – overrompelt, blijft Cleo intuïtief zoeken naar warmte en er in haar hunkeren blindelings op rekenen dat ze die krijgt. ‘Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point’ – een zin om in het achterhoofd te houden.

Wanneer Cleo zich naar goede gewoonte in het bruisende nachtleven van Brussel stort komt ze op een woelige nacht terecht bij Leos, een gelaten figuur in wie ze een merkwaardige bondgenoot vindt. Getekend door hun verleden doen de twee een dans waarvan de choreografie continu onderhevig is aan verandering en de oprechtheid voortdurend fluctueert. Leos en Cleo tonen zich zowel waardige partners als tegenstanders, een strijd waarvan het onmogelijk vertellen is wie er nu juist aan de winnende hand is, en ploeteren voort met elk hun eigen drijfveer – en de overeenkomstige facades die ze daarvoor op moeten zetten. 

Cleo draait om een vertrouwen dat afwisselend geschonken en weer beschadigd wordt, een dynamiek die zich zowel tussen de personages onderling afspeelt als tussen hen en het publiek dat de film bekijkt. De knappe acteerprestaties in Cleo tegen de achtergrond van het genadeloze, doch eeuwig charmante Brussel zorgen ervoor dat Cools’ film op de juiste momenten weet te ontroeren zowel als op het verkeerde been weet te zetten, en daarmee onverwacht zijn publiek uitdaagt.

Tegen de opzwepende soundtrack van Rachmaninov, die even dramatisch is als Cleo’s favoriete kleur rood en een even pertinente plaats inneemt in de film, baant Cleo zich een weg doorheen haar verdriet. In een opmerkelijk samenspel van beeld en geluid neemt de kleur van de passie namelijk de bovenhand, telkens wanneer er muziek in het spel is; op de muren van het muzieklokaal waar Cleo repeteert bijvoorbeeld, of in de concertzeteltjes wanneer ze optreedt; in de rode gloed wanneer ze gaat clubben en de rode kledingstukken die ze slechts af en toe achterwege laat. 

Cleo: over hoe de menselijke geest, soms tegen wil en dank, een ijzersterk, veerkrachtig fenomeen is. Over hoe muziek het onmogelijke mogelijk maakt, stukjes tot leven kan brengen van mensen die we niet meer in onze armen kunnen sluiten en ons onszelf kan doen verliezen op momenten waarop het leven ons dat niet meer toelaat. Over zorg dragen voor jezelf en voor elkaar, en hoe dat op verschillende manieren, maar ook vanuit verschillende motieven ingevuld kan worden. Maar vooral over een onverschrokken jonge vrouw, die haar stekels opzet en je tegelijk smeekt deze te ontwijken om haar te proberen omarmen – om je weer van haar af te slaan wanneer je te dicht bij het breekbare komt.

Cleo speelt nog tot en met maandag 27 januari in de PIAS-reeks van Cinema Zed, tickets en meer info vind je hier. Niet te vergeten: cultuurkaarthouders genieten de wel zeer voordelige prijs van slechts €6 per toegangsticket! 

Lang zal de kortfilm leven: onze tips voor het 25ste Kortfilmfestival

Het Kortfilmfestival blaast dit jaar 25 kaarsjes uit en viert dat met een pittig programma van 100 kortfilms op een week tijd, zowel Vlaamse toppers als een verrassende internationale selectie. Voor moeilijke beslissers zijn de compilaties waaruit het schema is opgebouwd alvast een godsgeschenk: in elk programmablok waarvoor je een ticket koopt, krijg je 5 tot 10 films te zien – sowieso waar voor je geld dus. Zie je zelfs dan door het bos de bomen niet meer? CLUB KULTUUR helpt je  op weg in de strijd met de embarras du choix.

Decor wordt film: het debuut van Rinus Van de Velde

Wie Rinus Van de Velde zegt, zegt muurbrede houtskooltekeningen met raadselachtige citaten. Aan zijn doordachte composities gaat heel wat geëxperimenteer met kartonnen modellen en fotografische ontdekkingstochten vooraf. Die making of had voor Van de Velde zoveel potentieel als volwaardig filmdecor dat de stap van het canvas naar het witte doek snel gemaakt was. Zijn kartonnen universum wordt van achter de schermen tevoorschijn gehaald in zijn eerste kortfilm The Villagers. Wil je Van de Velde zelf aan het woord horen? Woensdagavond komt hij langs voor een nabespreking bij de compilatie Alternative Realities 1, waar je ook werk ziet van een heleboel andere makers die spelen met de grenzen tussen fictie en realiteitEn als bonus kan je het overstroomde huis uit het decor bewonderen op het binnenplein van het STUK. 

Een best of the best of in 3 episodes

Van het RITCS naar Palm Springs

Bij een jubileumeditie horen herinneringen. Maandag-, dinsdag- en woensdagavond kan je genieten van een selectie van de beste creaties die ooit op het scherm van Cinema ZED te zien waren, uit respectievelijk de periodes 1995-2003, 2004-2013 en 2014-2018. Heel wat filmmakers hebben hun carrière te danken aan het Kortfilmfestival, zoals Michael R. Roskam. In 2004 won hij de publieksprijs met Carlo, 12 minuten vol knullige Limburgers en vlammende auto’s – zowaar een mini-Rundskop waarbij gevoelige kijkers niet hoeven weg te kijken. De recentste ereplaats op de wall of fame gaat naar Provence van Kato De Boeck, een afstudeerproject aan het RITCS dat meteen goed was voor een Ensor en een publieksprijs op het Film Fest Gent. Een elfjarig meisje, haar broer en de Franse zon, meer is er niet nodig voor een poëtisch stukje coming-of-age dat smaakt naar meer.

Focus op animatie

Liefhebbers van de betere animatiefilm komen dankzij het programma AnimaZED al aan hun trekken in Cinema ZED. Ook het programma van Kortfilmfestival biedt heel wat moois in maar liefst twee compilaties die volledig in het teken staan van animatie. Eli is het resultaat van de strijd tussen Amerikaans regisseur Nate Milton en zijn innerlijke demonen: zijn eigen ervaringen met een bipolaire stoornis verwerkt hij in het verhaal over een psychiatrisch patiënt die zijn hulpverleners verbluft met wonderlijke theorieën over de kosmos. Voor mensen die bij het minste hoofdpijntje hun toevlucht zoeken tot dokter Google – geef toe, we’ve all been there – is het Belgische Sous le cartilage des côtes een fijne wake-up call. Fans van dystopische drama’s zoals The Lobster kunnen dan weer genieten van het Frans-Portugese Entre Sombras, dat je meesleept naar een universum waarin mensen die zich niet over durven te geven aan de liefde hun hart bij een bank kunnen inruilen.

Gastland: Griekenland

Gerelateerde afbeelding

Dat de Griekse cultuur uit meer bestaat dan blokken marmer, maakt het Kortfilmfestival meer dan duidelijk door de bloeiende filmindustrie van het land in de kijker te zetten. Een van de artists in focus is Konstantina Kotzamani, die met haar magisch realisme de ene prestigieuze prijs na de andere binnenrijft. Fans van Yorgos Lanthimos kijken waarschijnlijk uit naar Nimic, de nieuwste creatie van de regisseur van The Favourite en The Killing of a Sacred Deer. De ontmoeting tussen een cellist en een onbekende vrouw op de metro belooft alvast heel wat surrealistische beelden en muzikale suspense. Meer bizarre ontmoetingen vind je in The distance between us and the sky, waarin een ontmoeting tussen twee mannen aan een verlaten tankstation uitmondt in een filosofische conversatie over wat ons van de sterren scheidt.

25ste Kortfilmfestival Leuven, in STUK van zaterdag 30 november t.e.m. zaterdag 7 december. Het volledige programma vind je hier. Kortingen voor cultuurkaarthouders. 

‘Retourne-toi’: Orpheus en Eurydice nemen geen afscheid maar begroeten elkaar wederom in Portrait de la Jeune Fille en Feu

Wat schreeuwt er meer ‘ode aan de vrouw’ dan een kostuumfilm die uitsluitend focust op vrouwelijke verhoudingen, waarvan de maker als eerste vrouwelijke regisseur op het filmfestival te Cannes de Queer Palm award in de wacht weet te slepen? Het antwoord hoeven we gelukkig niet ver te zoeken: we vinden het in de maand December draaiend in de knusse zalen van Cinema ZED in onder andere de PIAS-reeks. Daar gooit Franse regisseuse Céline Sciamma immers hoge ogen met haar ‘Portrait de la Jeune Fille en Feu’, een historisch drama dat verrassend hedendaags aanvoelt en op kabbelende wijze de woeste natuur van niet alleen het prachtige Bretagne maar ook de vrouw in beeld brengt.

Hoewel de titel allicht anders doet vermoeden, wordt de kijker van Portrait de la Jeune Fille en Feu vanaf het prille begin blootgesteld aan het portret van niet een jong meisje, maar aan dat van hoofdpersonage Marianne (Noémi Merlant), een zelfbewuste schilderes met een nuchtere aanpak die we ontmoeten wanneer ze voor een keertje niet zelf achter de schildersezel staat, maar model zit voor haar leerlingen. Een door haar studenten vanonder het stof gehaald schilderij duwt de lerares kopje onder in overpeinzingen waarin ze terugblikt op haar kortstondig verblijf in Bretagne, om onder valse voorwendselen en in het grootste geheim het portret te schilderen van de koele Heloïse (Adèle Haenel) die, in een verzet tegen haar nakende huwelijk, halsstarrig weigert te poseren. Bijgestaan door het timide dienstmeisje Sophie (Luàna Bajrami) laten de twee zich voorzichtig vallen in een aftastende romance, die niet alleen hun leven voorgoed verandert maar ook de basis vormt voor een bijzondere band tussen de drie jonge vrouwen.

Marianne en Heloïse zoeken langzaam maar zeker toenadering tot elkaar onder de beschermende vleugels van Orpheus en Eurydice, wier mythische liefdesverhaal de meisjes in de ban houdt en vertelt hoe de zanger Orpheus zijn geliefde voorgoed verloor aan de onderwereld doordat hij de drang niet kon weerstaan naar haar om te kijken. Het is in deze context dat Marianne de beschouwing naar voren schuift die de hele film lijkt te bewegen, namelijk dat de perfectie van een moment slechts bestaat in en dankzij haar vluchtigheid, en dat echte kunst datgene bewaren kan wat in de realiteit onverbiddelijk verloren gaat. Volgens Marianne’s interpretatie draaide Orpheus zich niet om in een verliefde opwelling, maar vanuit zijn hoedanigheid als kunstenaar, kiezend voor de onbezoedelde herinnering aan Eurydice bovenal. De sterk aangehaalde spanningsboog tussen vergankelijkheid en continuïteit voelt aan als brandend actueel (no pun intended), niet alleen in de film maar ook in onze huidige maatschappij, niet alleen in de liefde maar ook in de overlevering van kunst door de eeuwen heen (yes, minister Jambon, I am looking at you).  

Maar wat Portrait de la Jeune Fille en Feu werkelijk bijzonder maakt is de ongeëvenaarde performativiteit waarmee ze deze thematiek naar het grote scherm weet te vertalen: daar waar Marianne aandacht heeft voor de handen van haar model, hebben wij oog voor die van Marianne en wanen we ons vaak zo dichtbij het canvas dat we haast de houtskool kunnen ruiken waarmee ze schetst of de olieverf waarmee ze verft. We kijken niet louter mee over de schouders, maar beschilderen met eigen ogen het witte doek. Een met kippenvel bezaaide borstkas die op- en neer deint, de schelp van een oor dat door babyhaartjes wordt omgrensd of de de kromming van een hals: een schat aan close-ups eisen van de toeschouwer niet alleen zijn onverdeelde aandacht, maar doen kijken met de pasgeboren verwondering van iemand die gedachteloos verliefd wordt, wiens lens evenmin ruimte laat voor enig anders dan het voorwerp van zijn affectie.

De consistentie waarmee deze close-ups één enkel aangezicht centraal plaatsen maakt doorheen het verloop van de film plaats voor een verandering die dermate gelijkloopt met de plotlijn dat ze hem bijna lijkt te dirigeren: Een hevig in de kijker gezette Marianne maakt Heloïse gaandeweg deelgenote van niet alleen haar hart, maar ook het beeld dat aan ons wordt getoond. De ontluikende dualiteit levert prachtige scenes op, en voorziet ons van een fascinerend, symmetrisch schouwspel waarin zowel complementaire als tegengestelde helften van eenzelfde entiteit elkaar ontmoeten: de zelfbewuste, warme gloed van Heloïse en het engelachtige van de frisse Marianne complimenteren elkaar als hemel en hel, jong en rijp, water en vuur en boven- en onderwereld. In deze zee van heterogeniteit is het de ontroerende homogeniteit in de relatie die het licht vangt, een élan waarop de film moeiteloos verdergaat in haar benadrukken van gelijkheid door het etaleren van diversiteit.  

Opvallende afwezige in de prent daarentegen, in scherp contrast met de overvloed aan beeldtaal maar daarom niet minder sprekend, is een begeleidende soundtrack. Maar less is more, zoals ze zeggen, en in Portrait de la Jeune Fille en Feu voelt dit ontbreken meer dan ooit aan als een toevoegen. Het ruisen van de zee, het voorzichtige tokkelen van de regen op het dak tot het onstuimige gutsen ervan, een stokkende adem of het knisperen van het haardvuur: de intimistische sfeer waarmee de film dweept kan alleen maar baten bij de uitdrukkelijkheid waarmee dergelijke omgevingsgeluiden tot hun recht komen, en wordt dan ook zelden onderbroken. Wanneer dit wel gebeurt vormt een opmerkelijk staaltje begeesterende a capella-muziek het klapstuk – eentje dat, badend in de gloed van een ongetemd kampvuur, vrouwen over klassen, generaties en alle andere mogelijke verschillen heen onlosmakelijk verbindt. 

En als we dan toch een minpuntje aan moeten kaarten: Sciamma’s grootste bondgenoot, de tijd waarvan ze ernaar streeft steeds meer te kopen, is meteen ook haar grootste vijand. Want hoezeer een diepgaande kruisbestuiving tussen sterke vrouwen en een viering van queer love ons ook doet verheugen in onze stoel, je moet er het geduld voor kunnen opbrengen. Liefhebbers van langgerekte, geladen momenten die vatbaar zijn voor interpretatie en herinterpretatie zullen hun hart kunnen ophalen, anderen zullen zich ongetwijfeld storen aan een tempo dat ze alleen maar als tergend langzaam en misschien zelfs monotoon kunnen bestempelen.  

Het rustige tempo van de film mag dan wel dreigen te verhinderen dat sommige kijkers – in navolging van Heloïse – spontaan in vuur en vlam ontsteken, de knappe acteerprestaties in Portrait de la Jeune Fille en Feu gecombineerd met een meeslepende plot en betekenisvolle cinematografie creëeren op z’n minst vonkjes die je zacht smeulend in de cinemazetel achterlaten. Hoewel de tijd die Marianne en Héloïse met elkaar kunnen doorbrengen dun gezaaid is wordt ze lang getrokken, in een ode aan hoe een fractie van een seconde een eeuwigheid kan lijken te duren en toch nog steeds te kort kan zijn. Portrait de la Jeune Fille en Feu fluistert, spreekt en schreeuwt, in alle mogelijke talen en zonder daarvoor van haar acteurs een woord over de lippen te vragen. 

Portrait de la Jeune Fille en Feu zal in de maand december opnieuw te bekijken zijn in de PIAS-reeks in Cinema ZED. Exacte vertoningsdata- en uren volgen dra, dus hou vooral deze pagina in het snotje! 

(Uiteraard betalen cultuurkaarthouders een voordelige €6 per ticket)

Filmtip: Boy Erased in Cinema ZED op 12 en 19 november

‘Gay conversion therapy plan’: de concrete inhoud van het fenomeen doet net zo wansmakelijk aan als de term ongetwijfeld in de mond ligt. Gebaseerd op de gelijknamige autobiografische memoires van Amerikaans LGBT-activist Garrard Conley schuift de film ‘Boy Erased’ de onwaarschijnlijkheid naar voren waarmee fundamentalistische bekeringsprogramma’s tot op de dag van vandaag nog steeds jongeren proberen te ‘genezen’ van wat zonder pardon bestempeld wordt als niet alleen een psychische stoornis, maar ook de ultieme doodzonde: homoseksualiteit.

De alom geprezen adaptatie van regisseur en acteur Joel Edgerton – die trouwens zelf de rol van spilfiguur Victor Sykes voor zijn rekening neemt – volgt het reilen en zeilen van de adolescent Marshall Eamons, die het als zoon van uitgerekend een fanatiek Christelijk predikant steeds moeilijker krijgt zijn geaardheid de kop in te drukken en uiteindelijk, in een impulsieve eerlijkheid kenmerkend voor zijn weinig standvastig karakter, ophoest zich aangetrokken te voelen tot mannen. 

Dit helse doemscenario vereist uiteraard de grootste omzichtigheid en mondt al gauw uit in het absurde tafereel waarin seksuele voorkeur opeens niet alleen als een symptoom behandeld mag worden, maar dit schijnbaar ook met betrokkenheid van de hele parochie en omstreken gebeuren moet. In een verwoede poging zijn verdorven ziel uit de klauwen van de duivel te redden wordt Marshall in allerijl in het bekeringsprogramma ‘Love in Action’ ingeschreven, waar het onwankelbare Christelijke geloof als optimale houvast wordt aangegrepen om praktijken goed te praten waarvan je als toeschouwer oprecht niet weet of je er eens goed mee moet lachen, of dat het huilen je nader staat. 

Wanneer de therapie, met een doortastendheid die de verbeelding van de moderne tijdsgeest tart, alarmerende gelijkenissen begint te vertonen met de gemiddelde duiveluitdrijving dringt de bedenking zich op dat, als dit is hoe de verlossing eruit moet zien, het in de krochten van de hel bij nader inzien misschien toch niet zo slecht vertoeven is. Ons hoofdpersonage incasseert zijn lot als een gewond vogeltje, probeert met een achterhaalde naïviteit de hoop van zijn ouders te delen dat hij werkelijk transformeren kan en dwingt zich in een keurslijf waarvan hij miskent dat het hem steeds meer reduceert tot een huichelachtige schim van zichzelf. Want met een beetje geluk sluit zijn omgeving deze versie wel onvoorwaardelijk in de armen.

Lucas Hedges, die je misschien nog zal kennen van zijn verrassend gelijkaardige rol in de film ‘Ladybird’, weet met zijn vertolking een zekere geremdheid en passiviteit aan te spreken die zowel beroeren als naar Marshall’s ware leitmotif doen gissen. En als dit niet genoeg is om je naar de cinemazaal te lokken, kom dan voor de performance van de ever-so-charming Nicole Kidman, die een schitterende moederfiguur neerzet wiens geamuseerde luchthartigheid en bekommernis schijnen als een lichtpuntje in de duisternis, waardoor het voornamelijk zij is die écht de show steelt.   

Boy Erased zuigt je mee in de spiraal van een ontmoedigende, mistroostige realiteit die je niet anders kan dan lijdzaam ondergaan, over hoe blinde onwilligheid te veranderen hardnekkig de strijd aangaat met de schrijnende onmògelijkheid dat te doen.

‘Boy Erased’ speelt nog in Cinema Zed op dinsdag 12 november (20h) en op dinsdag 19 november (17h30)

Tickets kopen doe je hier, cultuurkaarthouders genieten het voordeeltarief van slechts 6 euro!

Roma: pure menselijke tragedie, maar o zo prachtige cinema

Het stedelijke Mexico aan het begin van de jaren 1970: dit vormt het decor voor de laatste film van de Mexicaanse regisseur Alfonso Cuaron. Cleo is de inwonende meid van een doktersfamilie in Mexico stad die er het huishouden draaiende houdt. De afwezige vader Antonio en de onbeholpen moeder Sofia besteden de zorg voor hun vier kinderen uit aan de nanny. In de weinige vrije tijd die zij heeft, begint zij een kortstondige romance met Fermin, de neef van haar vriendin die zich de Martial Arts probeert eigen te maken. Wanneer zij hem echter opbiecht dat zij niet ongesteld is geworden en denkt dat zij zwanger is, maakt hij zich terstond uit de voeten, waarna zij alleen achterblijft. Antonio heeft eveneens zijn vrouw en kinderen verlaten onder het voorwendsel dat hij onderzoek gaat verrichten in Quebec. Hun gedeelde verdriet en verlatenheid brengen de twee vrouwen dichter bij elkaar, hoewel het verschil in stand met momenten pijnlijk duidelijk blijft, bijvoorbeeld wanneer de grootmoeder de zwangere dienstmeid laat opnemen in het ziekenhuis en haar leeftijd niet weet te vertellen, evenals wie haar familie is en waar en wanneer zij geboren is.

De symboliek die Cuaron meermaals hanteert doet denken aan de Duitse cineast Fritz Lang. Wanneer Cleo na afloop van de cinemavoorstelling beseft dat Fermin haar verlaten heeft, zet zij zich neer op de grond voor twee straatverkopers. De leuze die zij herhaaldelijk reciteren zoals bij een mantra weerspiegelt de chaotische gemoedstoestand van de jonge vrouw. Verder zijn de opeenvolging van stille shots die de verlatenheid van de woning benadrukken en de eindscène waarbij Cleo de trap oploopt onmiskenbare referenties aan M (1931) van Lang.

Desalniettemin ontleent het verhaal haar waarachtigheid aan de culturele, sociale en politieke inbedding in het Mexico van de vroege jaren 1970. Discussies in de auto over de Beatles en Creedence Clearwater Revival, aangrijpende beelden van sluikende armoede en een doodgeboorte, maar ook uitlopers van de studentenprotesten van 1968 en een verwijzing naar de toenmalige president Luis Echeverria verheffen Roma van een pure menselijke tragedie tot werkelijk prachtige zwart-wit-cinema.

Roma in CinemaZED

http://www.cinemazed.be/film/roma-0