Le vieux port de Marseille: filmische klassieke muziek door piano en klarinet (24/02)

Klarinettist Peter Merckx en pianist Geert Callaert brachten een programma waarin het gedeelde filmische karakter van de werken centraal stond. Zij openden met Première Rhapsodie (1909) van Debussy, gecomponeerd voor solo klarinet met pianobegeleiding. Hiermee stelde Merckx zijn virtuositeit dan ook voor het eerst tentoon, zo balanceerde hij moeiteloos tussen schelle, hoge tonen en zachte, melodische lijnen. Hoewel Callaert hierbij een begeleidende rol speelde, benutte hij alle gelegenheid om zijn voortreffelijke techniek te illustreren. Deze tendens trok hij door naar Une page d’ephéméride (2005), een solostuk voor piano van Pierre Boulez. Technische vaardigheden, dissonantie en subtiele impressionistische klankvelden wisselden elkaar in snel tempo af, waarmee de pianist de aandacht van het publiek wist vast te houden. Voor Le vieux port de Marseille (1998) van Luc Van Hove, waar het concert tevens haar naam aan ontleende, verscheen Merckx weer ten tonele. De componist schreef het werk als begeleiding voor filmbeelden van de oude haven van Marseille (1929) van de Hongaarse cineast Laszlo Moholy-Nagy, die Callaert ook liet afspelen achteraan het podium.

Het tweede deel van de opvoering begon met het meest intieme werk. Spiegel im Spiegel (1978) van de Estse componist Arvo Pärt bracht rust in een intens programma waarbij de uitvoerders virtuositeit en contrapuntiek vooropstelden. Merckx vertolkte met zijn basklarinet voortreffelijk de oorspronkelijke resonerende viool, terwijl Callaert de minimalistische pianobegeleiding telkens weer bedachtzaam nieuw leven inblies. De integriteit van deze tien minuten durende wondermooie compositie vond sublieme weerklank in deze bezetting van piano en klarinet. Tot slot eindigde het duo met Kid Auto Races in Venice (2019), een eigen werk van Callaert, evenals begeleid door filmbeelden van Charlie Chaplin.

Le vieux port de Marseille in 30CC op 24/02.

https://www.30cc.be/nl/programma/item/le-vieux-port-de-marseille

 

 

 

 

Advertenties

Het Nederlands Studentenorkest kwam, zag en overwon

Het nieuwe semester lijkt nog maar goed en wel ingezet en de Leuvense cultuurkaarthouder kan zich alweer vol genoegen in de handen wrijven met een gratis concert. En niet zomaar een! De nieuwsbrief van KU Leuven Cultuur belooft ons -ik citeer- ‘de 103 beste student-muzikanten van Nederland’. Daarbovenop pronkt glorieus -in drukletters weliswaar- de belofte tot een gratis receptie achteraf. ‘Onweerstaanbaar’, besluit ik en ik neem linea recta mijn agenda bij de hand. Een erg goede keuze, zo zal later blijken.

Overwinnen gaat niet vanzelf, daar gaat hard werk aan vooraf. 

Als thema voor hun zevenenzestigste concertreeks koos het Nederlands Studentenorkest de triomfantelijke titel Overwin. Erg toepasselijk in een programma dat wordt getekend door de veelzeggende werken van componisten als Hawar Tawfiq, Sergej Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj. Die eerste kan u misschien -naast de namen van twee Russische compositiereuzen in de wereld van de muziek- wat minder bekend voorkomen. Toch slaagt ook deze componist erin zich te bewijzen in een werk dat op erg treffende wijze het eerdergenoemde thema representeert.

Barazah (opdrachtcompositie)

Hawar Tawfiqs levensverhaal is er een van eindeloos doorzetten. Als 16-jarige, Koerdische vluchteling kwam hij in 1998 in Nederland terecht. Daar bleef zijn muzikale talent niet lang onopgemerkt, zo informeert het programmaboekje ons. Dankzij een lerares in het opvangcentrum waar hij toentertijd verbleef, komt hij in contact met het conservatorium in Tilburg. De jonge muzikant grijpt deze kans met beide handen en ontpopt zich tot een waar virtuoos. Doorzettingsvermogen en muzikale aanleg leiden tot een masterdiploma viool en compositie en de cum laudes stapelen zich op als een echo van Tawfiqs onmiskenbare talent. Geen wonder dus dat juist deze componist gevraagd wordt een werk te schrijven in een thema dat ontegensprekelijk de triomf van wilskracht en moed symboliseert.

Deze opdrachtcompositie is dan ook een duidelijke verwijzing naar Tawfiqs eigen verhaal. Barazah is de naam van een opmerkelijke plant die er, ondanks de barre omstandigheden van zijn plek hoog in de bergen, toch in slaagt zich te ontpoppen tot een uiterst voedzame groente. De onverbiddelijke levenslust die we zowel in het leven van de componist als in het standvastige groeien van de plant kunnen terugvinden, weerklinkt spits en vol energie in een kleurrijk tapijt vol levendige klanken. De jonge muzikanten van het NSO wagen zich dapper in het muzikale spel van Tawfiqs daverende werk en zijn muziek sleurt ons mee in een uiterst beeldende wereld van druk dialogerende instrumenten. Het Nederlands studentenorkest toont zich hierbij al onmiddellijk van een erg hoog niveau.  De noten lijken hen bijna foutloos in de vingers te zitten en doorheen het hele stuk klinkt de overtuigende kracht van een zelfzekere knowhow. De teerling is geworpen.

Prokofjev en Sjostakovitsj

Voor Prokofjevs eerste vioolconcerto deed het ambitieuze studentenorkest beroep op de Russische topvioliste Maria Milstein. Zij speelde absoluut feilloos en vol expressie die o zo zalige, lang uitgerekte melodieën van de vioolsolo’s in het eerste en derde deel. In het tweede gaan snelle vingers razend tekeer in een staaltje pure virtuositeit. Terwijl ik verrukt wegdroom op de melodieuze klanken van Milsteins instrument, merkt een vriendin/violiste naast mij streng op dat het orkest soms wat vals pleegt te klinken. Maar goed, de heerlijkheid van de muziek is en blijft wat ze is en wanneer het hele orkest op volle kracht hun melodieën doen weerklinken in een waar salvo van muzikale intensiteit, word ik overrompeld door innige ontroering. Lang leve Prokofjev!

Sjostakovitsj’ Leningrad symfonie biedt het orkest dan weer de perfecte gelegenheid tot een heuse comeback.  Enkele jonge leden schitteren in korte solo’s voor onder andere fluit, klarinet, fagot en hobo en elke solist geeft blijk van afwerking en technische knowhow. Het geheel getuigt van een meeslepende overtuigingskracht en in de zachte passages merk ik tevreden het heerlijke resultaat van fijnzinnige subtiliteit en nauwkeurige beheersing. Een ideale afsluiter als je het mij vraagt.

Nu zou een studentenorkest natuurlijk geen studentenorkest zijn zonder de bekoorlijke melodieën van een jolig bisnummer. De jonge muzikanten hullen zich haastig in hun zorgvuldig klaargelegde outfitjes en het podium verandert in een eclatant kleurenspektakel. De percussionisten vormen een vrolijk Winnie the Pooh tafereeltje, de trompettisten spelen parmantig hun olijke melodie vanachter een kartonnen kasteeltje, ballonnen worden enthousiast de lucht in geworpen op het ritme van de muziek… Een bisnummer als nooit tevoren. En het applaus achteraf toont aan dat het goed was.

Nog te zien in:

Utrecht -TivoliVredenburg op zaterdag 23 februari, 20:15                                                        Leeuwarden -De Harmonie op zondag 24 februari, 14:30                                                      Amsterdam -Het Concertgebouw op maandag 25 februari, 20:00

 

 

NSO meets Leuven 19-02-2019

© NSO

NSO meets Leuven | NSO | dinsdag 19 februari 2019, 20:00 | LUCA/Campus Lemmens Leuven| €9 studenten en personeel KU Leuven, €12 overige, gratis met cultuurkaart

 

Impresiones Intimas (27/01): intieme impressies op een druilerige zondagmorgen

Maarten Vandenbemden en Saskia Van Herzeele hebben elkaar leren kennen aan het conservatorium van Brussel en vormen samen Duo Adentro, een veeleer ongewone bezetting van klassiek gitaar en piano. De klankkleuren die hun berekende arrangementen en afgewogen herwerkingen van Ravel, Piazolla en Debussy voortbrachten, huldigden het Parijs van de vroege twintigste eeuw, waar het impressionisme hoogtij vierde.

Een uitverkocht Wagehuys getuigde van de breed gedragen belangstelling voor re-interpretaties van het oeuvre van het Franse impressionisme. Het duo opende met Pavane pour une infante défunte (1899), een van de vroegste werken van Maurice Ravel, waar gitaar en piano elkaar vonden in een dialoog van vraag-en-antwoord. Vandenbemden en Van Herzeele vervolgden met Ma Mère l’Oye (1908-1910), een reeks van vijf stukken voor quatre-mains, die zij vakkundig herwerkten voor gitaar en piano. Met name de passages Laideronette, Impératrice des Pagodes en Les entretiens de la Belle et de la Bête resulteerden in een eerste hoogtepunt: het speelse karakter van deze muziek, vergezeld van de nodige glissando’s, wist het duo voortreffelijk te vertolken. Nadien passeerde Adios Nonino (1959) van Piazolla, een tango die de Spaanse bandoneonist schreef naar aanleiding van het overlijden van zijn vader. Stilistisch gezien kon een dergelijke herwerking de nodige risico’s met zich meebrengen, maar wederom sloeg Duo Adentro meesterlijk in haar opzet, zo brachten hun instrumenten de passie en hartstocht die uitgingen van het nummer zonder meer over naar het publiek.

De grootste ontdekking van de ochtend was mogelijk Impresiones Intimas (1911) van de Catalaanse componist Frederico Mompau, waar het aperitiefconcert tevens haar naam aan ontleende. Een intermezzo van enige toelichting door Vandenbemden leerde dat zijn oeuvre ook voor het tweetal een ware gewaarwording was. Tot slot zorgde Petite Suite (1888-1889) van Claude Debussy voor de ware apotheose: de gitarist leidde elk onderdeel van de suite in met enkele regels uit een sprookje, waarmee hij het dromerige en kinderlijke karakter van de muziek voortreffelijk tegemoetkwam. Achtereenvolgens sloeg Duo Adentro zij zich meesterlijk door de vier delen: En bateau, Cortège, Menuet en Ballet. Inspirerende herwerkingen van een impressionant oeuvre.

30CC-Wagehuys

https://www.30cc.be/nl/programma/item/impresiones-intimas

 

 

 

Reisconcerten USO: ode aan de Leuvense jeugd!

Brief aan de misnoegde zestigplusser die ik vorige week op de bus ontmoette en die me met belerende vinger uitvoerig vertelde over de intellectuele onkunde en perversiteit van de Leuvense jeugd. Beste mevrouw, u hebt het mis. Onze generatie is er immers niet enkel een van grenzeloos drankgebruik en losbandig hedonisme. Nee, het is er ook een van razendsnelle vioolpassages, heldhaftig trompetgeschal en donderende percussie. Het Universitair Symfonisch Orkest doet de Pieter De Someraula daveren op zijn grondvesten en het overwegend jonge publiek beloont zijn muzikale leeftijdsgenoten met een waar salvo van hevig enthousiasme.

Net terug van hun Ierse concertreis brengt het USO ons een driedelig, uitsluitend Russisch programma. Componist: Pyotr Ilyich Tchaikovsky. Een uitdaging, zo vertelt een van de orkestleden mij achteraf. Maar daar laat men zo goed als niets van merken. Dirigent Edmond Saveniers begroet het publiek met van die hartverwarmende pretoogjes vol trots. Hij heft zijn spitse dirigeerstokje in één vloeiende armbeweging de lucht in en de strijkers hullen zich vol vertrouwen in de mijmerende melodie van Tchaikovsky’s ‘1812 Ouverture’.

De componist zelf was echter niet zo’n fan van dit werk. Hij verwierp het rigoureus en vol zelfkritiek omwille van het simpele feit dat hij het te ‘lawaaierig’ vond. Maar laat dat wat hij op afkeurende wijze bekritiseert nu net datgene zijn wat dit jeugdige orkest de kans geeft op glorieuze wijze te schitteren. De kopers blazen parmantig de pompeuze melodieën van de Marseillaise uit hun blinkende instrumenten, de strijkers wagen zich onrustig in hun donkerste regionen en die ene cellist toont zich van zijn meest polyvalente kant. Daar neemt hij plotsklaps een bulderend kanon in de hand waarmee hij treffender wijs de klanken van een 19de-eeuws slagveld imiteert. En alsof dat nog niet genoeg is, zal de contrabassist later ook nog de celesta blijken te bespelen. Pluim op jullie hoed, beste strijkers!

Het tweede stuk ‘De Storm’ dropt ons opnieuw in een muzikaal landschap vol onrust en nakend gevaar. Tchaikovsky brengt ons hier geen kanonnen, noch de grandeur van het Franse volkslied. Wel een boze geest en een ontluikende liefde. Ligt het aan mij of dreigt het orkest af en toe zijn puls te verliezen. Sommige ritmes plegen nu en dan wat aarzelend, ietwat wanordelijk, te klinken. Maar ach, wat is een studentenorkest zonder zijn kleine imperfecties. Sta mij hierbij toe ook een ode te brengen aan de olijke cellist wiens strijkstok in het laatste werk ongelukkigerwijs op de grond klettert, net op een moment waarop je zelfs een speld had kunnen horen vallen. Ode aan dat gezicht vol schaamte dat ongewild een geamuseerd gegniffel in de aula ontketent.

Wie, tot slot, bij het vorige stuk (onterecht) even was ingedommeld, opent nu glimlachend de ogen, want het Universitair Orkest sluit de avond af met een heus feest der herkenning: de Notenkraker Suite! Vrolijke pizzicato’s, fleurige walsen en liefelijke celesta’s. Kortom: een mooie finale!

Dat het enthousiasme van de Leuvense jeugd tijdens dit concert iets te maken had met de gratis Leffe aan het einde ervan, zal ik niet ontkennen, liefste misnoegde zestigplusser. Maar Tchaikovsky’s muziek ontlokte het daverende applaus des te meer. Ode dus, aan deze Leuvense jeugd. Ode ook aan dirigent Edmond Saveniers. En niet te vergeten: ode aan de componist!

Reisconcerten 2018 | USO | donderdag 8 en vrijdag 9 november 2018, 20:00 | Aula Pieter De Somer | niet-studenten: €10; studenten/ -18j: €5; cultuurkaart: €4

Reisconcerten USO 8-11-2018

©USO

Focus op modern klassiek: de onmiskenbare relevantie van Philip Glass

Een regenachtige vrijdagavond gewijd aan hedendaagse klassieke muziek, dat klinkt als een voorbestemde combinatie. In de reeks Focus op modern klassiek wierp 30cc al eerder haar licht op moderne componisten en uitvoerders, zo passeerden de prachtige ingetogen pianomuziek van Joep Beving en Echo Collective’s interpretaties van Radiohead’s Amnesiac reeds in de Schouwburg. Ook de minimalistische muziek van Masayoshi Fujita, Lavinia Meijer en Michiel Borstlap pasten onomwonden in dit plaatje.

De in Berlijn residerende Japanse vibrafonist opende de avond met een zestal uitgesponnen composities, begeleid door twee cello’s. Zijn Apologues (2015) en Book of Life (2018) zijn uitgebracht op het prestigieuze Erased Tape Records, thuishaven voor onder meer de minimal techno van Kiasmos en discografieën van wünderkind Nils Frahm en de IJslandse componist Olafur Arnalds. Fujita ving aan met een beknopte uitleg over de vibrafoon, aangezien veel mensen niet vertrouwd zijn met dit instrument. Aan elk nummer liet hij een korte uitleg voorafgaan over de betekenis achter de compositie. Titels zoals Snowy Night Tale, Mountain Deer en Misty Avalanche impliceren hoezeer hij zich laat inspireren door de taferelen der natuur.

De verscheidenheid aan klanken die de vibrafonist voortbracht uit zijn instrument was ronduit impressionant: twee of vier mallets, een handdoek, een stuk aluminiumfolie, een celloboog, hij maakte van allerhande triviale voorwerpen gebruik voor zijn klankexperimenten. De cello’s hadden een uitsluitend ondersteunende rol, wat  meermaals aan Max Richter deed denken, maar de herwerkte arrangementen voor twee strijkers dikten de klankkleur van de composities steevast aan. Het hoogtepunt van deze eerste cluster was zonder meer Requiem, waarmee Fujita dan toch aansluiting zocht met de canon van de klassieke muziek.

Klassieke harpiste Lavinia Meijer en jazzpianist Michiel Borstlap lieten zich voor hun passage inspireren door hun gedeelde voorliefde voor het oeuvre van de Amerikaanse componist Philip Glass. Met een losse interpretatie van Einaudi’s Una Mattina, voorzien van een gewichtige improvisatie van Meijer naar het einde toe, wonnen ze het publiek al snel voor zich. Hierna vervolgde Borstlap met het solostuk Faith, een subtiele referentie naar de pianomuziek van Richter en Frahm, verrijkt met een jazzy finale. Vervolgens passeerden het wondermooie The Hours, de titletrack van de gelijknamige film en soundtrack (2002), en Opening, de ouverture van de kamermuziek Glassworks (2005), van grootmeester Philip Glass himself. Meijer nam hierna het voortouw met Eleven Hours, waar de harp onmiskenbaar in de schijnwerper stond. Voortdurend wisselend tussen begeleidende arpeggio’s dan weer solerende intermezzo’s, zo etaleerde de bedreven harpiste haar feilloze muzikaliteit. Als bisnummer bracht zij een gedicht van Leonard Cohen, één van die andere grote iconen uit de recente muziekgeschiedenis, gevolgd door een vertolking van zijn meest bekende nummer, Hallelujah. Een noemenswaardige afsluiter.

Focus op modern klassiek: Philip Glass & more + Masayoshi Fujita in 30cc op 09/11.

Die Schöne Müllerin: fantastisch feest der tragiek!

Festival 20/21 trakteerde muziekminnend Leuven, afgelopen donderdag, op een alom bekende bundel Duitse liederen, die, net als hun componist, amper nog weg te denken zijn uit de geschiedenis van de muziek. We horen het klaaglijke gejammer van een jonge molenaar die zich hulpeloos in de netten van een onbeantwoorde liefde verstrikt. De onderliggende idee is die van het romantische ‘Wandern’, een gedachte die, zo vertelt filosoof/musicoloog Pieter Bergé, ook nu nog dikwijls in onze muziek weerklinkt. Met deze voorkennis nestel ik me in het schril piepende aulastoeltje, oog en oor aandachtig op het podium gericht. De eerste klanken van Schuberts ‘Die Schöne Müllerin’ vullen dartelend de zaal en in een verrukte tevredenheid zag ik dat het goed was.

Twee zwarte spots werpen bij binnenkomst een warm licht op de elegante romp van een pianoforte. Gedurende één luttele seconde kan ik het niet laten een kleine angst te voelen voor de komende klank van het historische instrument. Schuberts liederen worden vandaag de dag zo vaak uitgevoerd op een hedendaags klavier dat we bijna zouden vergeten dat het type piano dat we nu kennen toentertijd helemaal nog niet bestond! Toch zeg ik u: ‘niet getreurd’, want zoals mijn kleine angstjes vaak ongegrond en irreëel blijken te zijn, was dat ook nu weer het geval. Antwerps pianist (of noemen we hem beter organist, dirigent, zanger…?) Jos van Immerseel bespeelt het instrument met een sierlijke precisie. De klank is teder en warm en ik waan me terstond in een knus verlichte, 19de-eeuwse huiskamer.

Neem daar nu nog bij dat de Duitse bariton Thomas E. Bauer Schuberts tragische melodieën met een absoluut feilloos begrip van zowel stilistiek als emotionele gelaagdheid de zaal in stuurt. Het is die innige integriteit, zo schitterend en zo eigen aan deze meeslepende cyclus liederen, die ik, in een vlaag van verrukkelijke herkenning, in Bauers interpretatie terugvind. Niets is nodeloos grotesk, noch op goedkope wijze sentimenteel (wee de onwetende zanger die meent dat de melancholie van een triest lied zich het best manifesteert in een brede waaier aan vorstelijke handgebaren en een buitensporig werkende nervus facialis) en een reeks warme baritonklanken kronkelen zich zuchtend een weg doorheen ‘der Wanderers’ lijden.

‘Gute Ruh, gute Ruh, tu die Augen zu! Wandrer, du müder, du bist zu Haus.‘

Zo eindigt de molenaar, na een lijdensweg van 20 beroerende liederen, zijn eindeloze ‘wandelen‘. Hij legt zich te rusten in het vredig schommelende beekje, dat hem doorheen de cyclus als een soort metgezel gezelschap had gehouden, en daar vindt hij dan uiteindelijk de dood. Ach, wat een fantastisch feest der tragiek! Schubert wikkelt deze jammerlijke fataliteit niet in wat we allen op het eerste zicht hadden verwacht: de sombere melancholie van een toonaard in mineur. Nee, deze dood is er eerder een van een bevrijdend slapen en op de wiegende klanken van ‘Des Baches Wiegenlied’ in mi groot sust het beekje de molenaar gemoedelijk tot rust.

Dat ‘Die Schöne Müllerin’ ook vandaag nog relevant en herkenbaar is, was ook direct de reden voor Festival 20/21 Vlaams componist ‘Daan Janssens’ uit te dagen tot het componeren van een hedendaagse reflectie op dit werk. In die zin stond dit liedrecital eigenlijk eerder ‘in functie van’ dan dat het echt bedoeld was om als afzonderlijk concert te komen beluisteren, het festival heet niet voor niets 20/21. Met veel spijt moet ik toegeven dat ik de uitvoering van Janssens’ adaptie door omstandigheden heb moeten missen. Maar dat ik geen hedendaagse reflectie nodig had om ook Schuberts oorspronkelijke versie ontzettend te kunnen smaken, bleek des te meer een voldongen feit.

Die Schöne Müllerin -De filosofie van het wandelen 1- | Festival 20/21 | donderdag 18 oktober 2018, 20:30 | Grote Aula Maria Theresia College | €25, -50% met Cultuurkaart

Dubbelproject Die Schöne Müllerin

©Festival 20/21

 

 

 

Kippenvel en creativiteit, The Ministry Of Operatic Affairs

85a312fb65-didi-web

De voorbije maand ben ik voor de eerste keer naar een opera geweest. Wat een ervaring! The Ministry of Operatic Affairs is een fris opera ensemble dat naar eigen zeggen ‘opera uit de pluche haalt waar dat nodig blijkt en injecteert een stevige dosis jonge energie, humor en lef, daar waar ‘au sérieux’ de pret dreigt te bederven.‘ En daar zijn ze met hun voorstelling zeker in geslaagd. Lees verder