TIP: Zo hoorde je hout nog nooit

Als je dacht de meest fascinerende percussie al gehoord te hebben tijdens het BK tafeldrummen in het STUK, think again! Dinsdag ontdek je in het Lemmensinstituut slagwerk zoals je het nog nooit gezien of gehoord hebt.

In Trails of Timber gaat het verbluffende ensemble Slagwerk Den Haag op zoek naar de unieke klank van hout. Beginnen doen ze bij de boomstam zelf, waaruit alle instrumenten gemaakt zijn die je tijdens de rest van het concert zal zien. Op het programma staan stukken voor stokken, blokken en maar liefst zes (!) marimba’s.

Niet alleen de instrumenten zijn uniek. De pioniers van de minimal music, onder hen John Cage en Steve Reich, ondernamen vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw een zoektocht naar muziek in haar puurste vorm. Mathematische ritmes en zuivere klank, even mooi als bedwelmend.

Minimal art? En toch, een spektakel wordt het. Voor het oor én voor het oog. De percussionisten van Slagwerk Den Haag staan garant voor muzikaal avontuur. Het concert van dinsdag kan wel eens het meest verbluffende worden uit de hele Novecento-reeks.

Wat? Trails of Timber, de klank van hout – Slagwerk Den Haag // Wanneer? Dinsdag 11 oktober 2016, 20u // Waar? Lemmensinstituut // Info & tickets klik hier

Advertenties

De nieuwe soundtrack voor ‘The Curious Case of Benjamin Button’?

Op 21 september 2015 startte KU Leuven het prille academiejaar met een verkwikkend openingsconcert georganiseerd door Festival 20/21. Tijdens de inleiding beloofde dirigent Reinbert de Leeuw ons een intense avond terwijl hij – doordrongen van een oeverloze passie – zijn visie op componist Leoš Janáček (1854-1928) afvuurde. Rondom mij zaten duidelijk kenners van het genre en Janáček’s vinnige stijl. Voor geïnteresseerde enthousiastelingen en muziekfanaten bekijk zeker het programma van novecento (21/09 – 28/10) en transit (23/10 – 25/10).

Lees verder

Zwarte engelen en hemelse uitvoerders // 16 oktober 2014

quartet-lab

quartet-lab

Op donderdag zestien oktober stond met het alom geprezen quartet-lab het meest gehypet concert van het Festival van Vlaanderen op het programma. Reeds wekenlang sierden de profielfoto’s van Pekka Kuusisto, Patricia Kopatchinskaja, Lilli Maijala en Pieter Wispelwey het Leuvense straatbeeld. De PR-strategie van het festival had duidelijk zijn vruchten afgeworpen want het concert kende een ongeziene opkomst, die zelfs het ensemble Oxalys in 2012 voor Das lied vond der Erde niet gerealiseerd kreeg. Ik had dan ook torenhoge verwachtingen toen ik donderdagavond in het centraal auditorium van Gasthuisberg plaatsnam.

Het concert werd opgevat als een muzikale reis door de tijd, waarbij geopend werd met het Strijkkwartet nr. 4, opus 18 van Ludwig Van Beethoven. De keuze voor het vierde strijkkwartet is enigszins vreemd te noemen. Het werk past enerzijds niet echt in de filosofie van het festival, dat focust op werken uit de twintigste eeuw, maar is daarnaast ook één van Beethovens minder bekende werken. Hoewel dit werk voor de “overwegend conservatieve luisteraars” (zoals mijn collega van Klassiek Centraal het verwoordde) ongetwijfeld een aangename opener van de avond zal geweest zijn, was het voor ondergetekende eerder een noodzakelijke aanloop naar het échte werk. Zeker aangezien eerste violiste Kopatchinskaja, die nochtans de hemel ingeprezen wordt door de internationale muziekpers, niet altijd even zuiver haar partij afwerkte.

Gelukkig werd de ietwat valse start snel vergeten. De Three Madrigals van Tsjechisch componist Bohuslav Martinů werden gespeeld door het Finse duo Kuusisto/Maijala en vormden een eerste orgelpunt van de avond. Op de uitvoering van beide musici viel weinig tot niets aan te merken. Het Poco allegro werd met een ongelofelijke virtuositeit en aan een verschroeiend tempo afgewerkt wat de luisteraars met open mond deed nadenken over wat er ons in het Allegro nog te wachten stond. Toch was het vooral de aanstekelijkheid van violist Pekka Kuusisto en de chemie tussen beide uitvoerders die ervoor zorgde dat de toeschouwers een memorabele uitvoering van het werk van Martinů te horen kregen. Onder daverend applaus verlieten beide Finnen het podium om zich voor te bereiden op het slotwerk van de avond.

Voor het echter zo ver was, kregen we na de pauze eerst nog de andere helft van het kwartet te horen. Pieter Wispelwey, die eerder al voor het openingsconcert naar Leuven afgezakt was, bracht samen met Patricia Kopatchinskaja de Sonate voor viool en cello van Maurice Ravel. Een mooi voorproefje voor het slotconcert met deFilharmonie waar de Bolero en La Valse van dezelfde componist gebracht zullen worden. De Sonate voor viool en cello was de twee strijkers op het lijf geschreven, aangezien ze beiden voornamelijk als solisten bekend zijn. In het Allegro krijgen de twee uitvoerders namelijk twee zeer uiteenlopende partijen en lijken ze vaak eerder naast elkaar, dan wel met elkaar te spelen. In de daaropvolgende delen: Très Vif, Lent en Vif, avec entrain groeien de twee steeds dichter naar elkaar toe, waardoor Wispelwey en Kopatchinskaja als volwaardig duo het stuk afwerkten. De meer ingetogen speelstijl van de Moldavische kwam het werk ook ten goede. Door haar passionele bewegingen binnen de perken te houden, kregen we een veel zuiverdere uitvoering te horen. De missers bij Beethoven waren bij deze vergeten en vergeven.

Het hoogtepunt van de avond kwam er met Black Angels van de Amerikaan George Crumb. De avant-gardecomponist staat bekend om zijn onorthodoxe benadering van het concept “strijkkwartet” en ook in dit werk werd quartet-lab uit de klassieke opstelling met twee violen, een altviool en een cello gehaald. De twee gongs en tafels met gevulde wijnglazen, die al heel het concert als voorbode op het podium stonden, werden tijdens Black Angels ingezet naast de vier strijkers. Niet alleen de uitbereiding van het instrumentarium van het kwartet, maar ook de verschillende speeltechnieken die het viertal hanteerde, hulden het centraal auditorium in een mysterieuze en zelfs lugubere sfeer. Het contrast met de impressionistische Ravel kon haast niet groter zijn. De uitvoering zelf was tevens van een ongeziene kwaliteit. Vooral Pekka Kuusisto leefde zich volledig in wanneer hij onheilspellend mocht beginnen tellen. Het kippenvel stond meermaals op mijn armen wanneer de uitvoerders met hun gevulde wijnglazen etherische klanken de aula instuurden en het kwartet toonde dat het niet alleen met hun eigen instrument maar ook met de vele uitstapjes geen enkel probleem had. De vier uitvoerders waren met dit werk hun status als solist verloren en toonden dat ze met z’n vieren een geweldig kwartet hebben opgericht. Ik hoop dat we hen in de toekomst nog dikwijls in de Belgische concertzalen mogen verwachten.

Lachen met de dood van Christus // 22 september 2014

Wie? Pieter Wispelwey en het Nieuw Ensemble o.l.v. Jurjen Hempel
Wat? Openingsconcert Novecento
Waar? Aula Pieter De Somer

Traditiegetrouw trapt het festival van Vlaanderen zijn concertreeks Novecento af op de eerste dag van het academiejaar. Ook dit jaar hadden de togati hun lange gewaden nog maar net gewisseld voor hun beste kostuum of aula Pieter De Somer liep opnieuw vol voor het concert met het Nieuw Ensemble en cellist Pieter Wispelwey. Het programma was opgesteld met het oog op de vijfhonderdste verjaardag van ons aller favoriete anatoom Andreas Vesalius die gedurende het hele academiejaar in de bloemetjes gezet zal worden.

Wispelwey kreeg de eer om met de Suite voor cello nr. 3 van Benjamin Britten het concert te openen. In het pikdonker en onder een beleefd applaus trad de Nederlandse cellist naar voren. Enerzijds was dat applaus wat jammer want zo ging een deel van het effect natuurlijk al verloren, maar anderzijds zit dat nu eenmaal in onze klassieke muziekcultuur ingebed. Typisch voor deze derde cellosuite zijn de verwijzingen naar het oeuvre van Johann Sebastian Bach. De aandachtige luisteraar merkte waarschijnlijk de citaten uit de Six suites for unaccompanied cello op, maar daarnaast wekt Britten, net als Bach, vaak de indruk dat er meerde cellisten aan het spelen zijn. Wispelwey toonde zich op alle vlakken meester van zijn instrument en deed het publiek met momenten twijfelen of er niet enkele van zijn collega’s stiekem in de coulissen meespeelden. Enig puntje van kritiek: De ingetogen cellosuite kwam niet volledig tot haar recht in de gigantische aula, maar voor een openingsconcert kan je natuurlijk moeilijk anders.

Daarna volgde Vesalii Icones van Peter Maxwell Davies. Ook een Brit en ook uit de twintigste eeuw maar daar houdt de vergelijking wel op. Hoewel de compositie gezien haar thematiek een logische keuze was, was ze dat op muzikaal vlak zeker niet. In zijn werk combineert Maxwell Davies namelijk op een briljante manier de 20ste-eeuwse toonspraak met invloeden uit het Gregoriaans, de jazz en (jawel) zelfs de popmuziek en voegt daar een stevige dosis humor aan toe. Zeker dat humoristische aspect bleek een zeer aparte belevenis te zijn, waar later op de avond nog menig gesprek over gevoerd werd.

Geruggesteund door een videokunstwerk van Peter Missotten, dat de liturgische context linkte aan de anatomische prenten van Vesalius, gidste het Nieuw Ensemble ons dus door de veertien delen van de kruisweg. Leuk idee die video maar echt een meerwaarde vond ik het nu ook niet bieden. In de eerste delen had de atonaliteit nog de bovenhand maar naarmate we dichter bij de dood van Christus kwamen kregen we steeds meer tonale invloeden te horen. Bij het laatste deel, The Resurrection – Antichrist, vroeg ik me zelfs af of ik niet per ongeluk het Depot was binnengewandeld. Daarnaast realiseerde het ensemble met behulp van een hoop onorthodoxe instrumenten (alles van een typemachine tot een blaasbalg  passeerde de revue) het humoristische aspect van de compositie en brachten ze de zaal meermaals luidop aan het lachen. Zelf behielden de leden van het ensemble een uitgestreken gezicht tot de laatste noot waarna ze breed lachend het slotapplaus meer dan terecht in ontvangst namen.

De overige Novecentoconcerten vinden plaats op 29 september en 1, 8, 14, 16 en 23 oktober. Tickets bestellen kan op de website van het Festival van Vlaanderen. Met je cultuurkaart krijg je bovendien maar liefst 50% korting op losse tickets en zelfs 60% bij aankoop van de NOVECENTOpas.

Passie, pizzicato en paarden in een piano // 23 september 2013

23 september – Hermes Ensemble olv Ed Spanjaard, met soliste Carmen Fernandez – Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant – Novecento

De opening van het academiejaar ging niet enkel gepaard met de stoet der togati, veel infosessies en een hoopje bedremmelde eerstejaars, ook het Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant zette haar Novecentoseizoen in. Het eerste van de zeven concerten was een zuiders getinte opeenvolging van passionele, weemoedige werken die de muziekgeschiedenis in Spanje mee vormgaven.

Het Festival van Vlaanderen Vlaams-Brabant selecteerde drie van de belangrijkste Spaanse componisten om een afgeladen volle Pieter de Someraula mee te verrassen. De eerste was Martin Matalon, die met Las Siete Vidas de un Gato muziek voorzag bij Un Chien Andalous, een zwart-wit film van Salvador Dalí. Duistere beelden – met opengesneden ogen, dode paarden in een piano en okselhaarmonden – werden op het publiek losgelaten. Ik kreeg er zelf kop nog staart aan, de muziek lag me gelukkig beter. Jazzinvloeden werden afgewisseld met een duidelijk Spaans karakter, hoewel Matalon bij de première veel kritiek kreeg omdat hij zijn roots verloochend zou hebben. Las Siete Vidas de un Gato was nochtans een coherent werk waarin instrumenten in bijzondere combinaties gebruikt werden om nieuwe klankkleuren te verkrijgen, en de virtuositeit van de muzikanten duidelijk werd. Zulke snelle en ingewikkelde ritmes zijn geen sinecure om volledig samen te krijgen.

Veel toegankelijker was El Jueves Santo a Medianoche van Joaquín Turina. Zes strijkers met een pianist als ruggengraat zorgden voor een weemoedige en sensuele klank, recht uit het Zuiden. Zowel de zachte genegenheid als de vurige passie van het Spaanse volk sijpelden door. Het daagde minder uit dan Matalons werk, maar het publiek was razend enthousiast. Bij mij vloog het meteen in mijn klassieke Spotifylijst.

Zoals we vaak ons sappig stuk vlees tot het laatste bewaren op ons bord, had Novecento ons het hoogtepunt bewaard tot op het einde van de avond. Het volledige ensemble betrad het podium, en cantaora Carmen Fernandez werd ten tonele geroepen. Manuel de Falla’s El Amor Brujo is een suite, zeg maar, uit twaalf delen, over een zigeunermeisje dat ’s nachts bezoekjes krijgt van de geest van haar jaloerse overleden ex-geliefde. Na veel mysterieuze rituelen slaagt ze erin hem af te schudden. Carmen Fernandez vertolkte deze rol zonder probleem. Haar bijzondere, traditioneel Spaanse manier van zingen heeft niet iedereen bekoord, maar zonder twijfel gefascineerd. Mijn buurman begon zonder gêne mee te neuriën, en ik dacht: “Dit zit goed!” De wanhoop drong vanaf haar eerste noot door, en ze kon zelf ook niet stilzitten in de instrumentale delen. Toen ze even later van haar stoel sprong en enkele flamencostapjes te berde bracht, klopte het plaatje helemaal.

Het Hermes Ensemble was een aangename verrassing. Ondanks de (slechts) vijftien leden, hadden ze bij momenten orkestallures. Of dat aan een indrukwekkend samenspel, een subtiele maar stevige leiding van Ed Spanjaard of uitstekende componisten lag, is me niet helemaal duidelijk. Een combinatie van de drie lijkt me goed mogelijk.

Een enthousiast applaus, enkele luide bravo’s en een bisnummer later bleek mijn buurman nog altijd te neuriën. Achteraf begon ik te denken dat het misschien een ademhalingsprobleem was…

Volgende Novecentoconcerten zijn nog op 1, 7, 9, 14, 22 en 29 oktober. Tickets kan je bestellen via DEZE LINK. Studenten met de Cultuurkaart van de KU Leuven krijgen 50% korting op losse kaarten en nog een extra korting bij aankoop van het studentenabonnement.

P.S. Als jij ook wil meewerken aan deze blog, vergeet niet dat je je kandidaat kan stellen tot 29 september! Meer info HIER.