LUK en USO uit de startblokken // 5 & 6 november 2014

Op woensdag vijf november begonnen twee van de universitaire ensembles aan hun concertjaar op Belgische bodem. Niet alleen het Universitair Symfonisch Orkest, maar ook het Leuvens Universitair Koor hadden dan een concert ingepland. Gelukkig voor deze recensent deed het USO hun concert op zes november nog eens over en kon ik dus zonder overlappingen op woensdag afzakken naar de grote aula van het Maria-Theresia College voor het concert van het LUK.

In het kader van het project 1000 voices for peace had het LUK hun collega’s uit Amsterdam uitgenodigd. Een zeldzame samenwerking waarvan je zou verwachten dat ze wel wat volk trekt. Jammer genoeg was de grote aula bedroevend leeg. Desondanks opende het LUK met hun nieuwe dirigent Koen Vits vol enthousiasme het concert. Om de België-Nederlandrivaliteit te bewaren was het deel voor de pauze voorbehouden voor de Leuvenaars terwijl na de pauze voornamelijk het Studentenkoor Amsterdam aan bod kwam. Het LUK, dat duidelijk in de meerderheid was vergastte ons op een gevarieerd programma. Hoogtepunten waren Beati Quorum Via van Sir Charles Villiers Stanford, waarbij een muzikaal spel tussen de mannelijke en de vrouwelijke helft van het koor gespeeld werd, en het Ave Maria van Anton Bruckner. Early one Morning bleek een aangename afwisseling na het zwaardere programma en kwam op het perfecte moment, net voor de twee stevige werken van Mendelssohn. Petje af voor debutant Vits die bij zijn zangers, zeker op dynamisch vlak, het onderste uit de kan wist te halen.

Na de pauze was het de beurt aan het SKA. Hoewel de Nederlanders in de minderheid waren moesten ze zeker niet onderdoen voor het LUK. Met verve walsten ze door hun repertoire dat rangeerde van meesterlijke klassiekers zoals Richte Mich, Gott van Felix Mendelssohn tot moderne toppers zoals Go, Lovely Rose van Eric Whitacre. Afsluiten deed het SKA met twee Negrospirituals. Zeer amusant, dat zeker, maar na het stevigere repertoire dat het koor daarvoor gebracht had, wist het publiek duidelijk niet goed of ze nu ook zelf mee mochten swingen. Gelukkig staken de leden van het LUK een handje bij om de aanwezigen mee te krijgen. Het was een mooie voorbode voor de laatste twee werken van de avond. Daarbij verbroederden het LUK en het SKA pas volledig en brachten ze Notre Père van Duruflé en An Irish Blessing met de twee koren samen. Afzonderlijk waren ze al geweldig, maar de verbroedering bracht het beste in beide koren naar voren.

De volgende dag was het de beurt aan het Universitair Symfonisch Orkest. Ook zij hadden een vriendje uitgenodigd, maar daarover verder meer. Met de ouverture uit La Forza del Destino opende het USO de avond. Een relatief veilige keuze om de avond mee te beginnen maar daarom niet minder wervelend uitgevoerd. Daarna volgde het Hoornconcerto van Richard Strauss. Met een redelijke dosis humor stelde de presentator (die trouwens heel het concert zeer professioneel aan elkaar gepraat heeft) de solist, Anthony Devriendt voor. De eerste hoornist van het Nationaal orkest van België startte zijn solodeel echter niet volledig oplettend en miste zich al in de allereerste drieklank. Gelukkig stond Devriendt stevig in zijn schoenen en herpakte hij zich daarna. Zowel het USO als de solist groeiden in het stuk en sloten het eerste deel geweldig af.

Na de pauze stond de tweede symfonie van Johannes Brahms nog op het programma. Brahms mag dan niet meteen mijn favoriete componist zijn (understatement van de eeuw), toch wist het USO mij danig te entertainen. Zeker vanaf het derde deel, waarin Brahms begint de spelen met de metriek had het orkest mijn aandacht gegrepen om ze niet meer los te laten tot na het bisnummer Pomp and Circumstance.

Beide universitaire ensembles zijn sterk aan hun concertjaar begonnen en hopelijk kunnen ze dit niveau de rest van het jaar aanhouden. Ook de andere universitaire ensembles kan je binnenkort in actie zien. De eerste kans krijg je op zestien november wanneer het UHO de finalewerken voor compositiewedstrijd VLAMO brengt.

Reisconcert USO // 7 november 2013

Wat: Reisconcert van het Universitair Symfonisch Orkest
Waar: Pieter de Someraula

Vroeger was ik sceptisch als de aula PDS weer afgeladen vol zat voor het USO-concert. ‘Natuurlijk,’ dacht ik, ‘want iedereen komt hier voor de gratis receptie!’ In de voorbije vier jaar heb ik mijn mening danig bijgesteld. Het USO levert kwaliteit, een aangename sfeer, een interessant programma en als dát je nog niet kan bekoren, heb je nog altijd die schattige Edmond Saveniers die vooraan alles in goede banen leidt. Held.

De avond begon ontspannend, met een Cubaanse Ouverture van George Gershwin. Je weet wel, dat is die man die jazz binnenbracht in de klassieke muziek, met onder andere Rhapsody in Blue. Zoals de presentatrice het omschreef; denk dat je op een zonovergoten terrasje zit met een frisse cuba libre, een Cubaanse sigaar, rumba op de achtergrond en enkele schaars gekleden binken en babs. Het was zwoel, ritmisch en dansbaar – perfect om mee te beginnen.

Voor het tweede stuk haalden ze hun special guest op het podium. Hans De Vos speelde de niet te onderschatten solopartij in het Vioolconcerto in D mineur van Jean Sibelius. Virtuoze viooltrekjes, een verrassend tweede deel dat tussen zachtaardige, hoopvolle en donkere dreigende passages wisselde, een glansrol voor het orkest, dat soms nijdig haar plaats in de spotlights kwam opeisen, … het was zoals het hoorde. De Vos klonk jammer genoeg soms een beetje flauwtjes en mocht gerust wat steviger in de snaar spelen, zeker tijdens de frisse cadenza in het eerste deel.

Bovenop al dit moois moest het moment suprême nog komen. Het USO had ook de Achtste Symfonie van Shostakovich getackled. Of wel, een poging gedaan tot. Deze symfonie moet zowel de ellende als de overwinning van de Tweede Wereldoorlog verklanken, én het persoonlijke verzet van Shostakovich tegen de dictatuur van Stalin. Dit is niet zomaar een symfonie, dit is een emotional trainwreck. De vijf delen zijn een afwisseling van donder en bliksem, misplaatste hoempapa-walsjes, onheilspellende ondertonen, schelle koperblazers en slechts op het einde een kleine schijn van hoop. Een boeiende compositie dus, maar het orkest was niet altijd gelijk en afgewerkt. Voor een orkest dat kwaliteit zo hoog in het vaandel draagt, was het concert nog iets te vroeg om dit programma te berde te brengen. Ik wou dat ik het resultaat kon horen, mochten ze er twee ipv één maand aan gewerkt hebben.

Niettemin, een fijne avond met een boeiend programma. Nimrod uit de Enigma Variations van Elgar was een fijn bisnummer, en de Leffe ging er achteraf ook vlot binnen…