Opera, lied en symfonie combineren in één concert: dat doe je zo!

Afgelopen donderdag beklom menig muziekminnaar dapper de steile hellingen van de Lemmensberg. Vol goede hoop, want 30CC had hen én wereldvermaarde muzikanten én werkelijk heerlijke muziek beloofd. De titel van het concert luidt kort en krachtig: ‘Vier letzte Lieder’. En mijn lichtjes maniakale, door muziek geobsedeerde hart maakt dat typische, kleine sprongetje van intens enthousiasme, eigen aan het onwankelbare fanatisme van een doorgewinterd melomaan. Dat Strauss’ laatste liederen ook nu nog tot de verbeelding spreken, is een vaststaand feit. De vraag is enkel of ook deze uitvoering dat doet.

Vergis u niet: in tegenstelling tot wat de titel van het programma doet vermoeden, gaf deze avond ons veel meer dan enkel en alleen deze ‘Vier letzte Lieder’ van de toen 84-jarige Strauss. Ons Belgisch Nationaal Orkest brengt zijn publiek allereerst enkele korte, louter instrumentale passages uit Richard Wagners befaamde ‘Götterdämmerung’. In deze krachtige extracten uit het vierde en tevens laatste deel van de 15 uur durende operacyclus ‘der Ring des Nibelungen’ schildert het 96-koppig orkest een levendig landschap vol fantasie en beeldende kleuren. De Japanse dirigent ‘Kazushi Ono’ slaat het stokje vol kennis van zaken en met zijn hevig trillende rechterhand vraagt hij het orkest om meer intensiteit. Zo krullen de treurende melodieën van Siegfrieds ‘Tod und Trauermusik’ zich om zijn wegdromende luisteraar om daarna te worden opgevolgd door een opwindend klankenpalet van een bewogen tocht naar de Rijn. De laatste noten van Siegfrieds ‘Rheinfahrt’ hebben geklonken en het publiek antwoordt met een bevestigend applaus. De avond belooft veel goeds.

Daar komt dan gezwind de Duitse sopraan ‘Christiane Oelze’ het podium op. Het programmaboekje had ons, in een kort portret, een hele waslijst aan prestaties en internationale samenwerkingen voorgeschoteld en vol bewondering zie ik toe hoe zij op elegante wijze en vol grandeur haar plaats voor het orkest inneemt. In enkele van haar opnames had ik een waarlijk betoverende stem gehoord, zuiver en heerlijk beladen met expressieve intentie. De verwachtingen waren hoog, maar als ik erg eerlijk ben, moet ik tot mijn spijt toegeven dat zij uiteindelijk toch niet helemaal werden ingelost. Allereerst lijkt de stem de leidende zanglijn niet voldoende te kunnen dragen boven het orkest. De instrumenten klinken veel te luid, missen op heel veel momenten die ‘o zo mooie’ nuances en subtiliteit die mij erg nauw aan het hart liggen in deze liederen. Daarbovenop dreigt Oelze soms te vervallen in een lichtjes theatrale en bijna artificiële fysieke expressiviteit, die eerder een zangtechnisch dan een interpretatiegericht doel lijken na te streven. Desondanks moet ik wel toegeven dat de zangeres dit repertoire nog steeds vol energie en overgave aan ons presenteert. Ze is en blijft volstrekt getalenteerd. Maar of ik haar graag hoor in ietwat zwaardere liederen als deze, schuif ik liever af op mijn ellenlange lijstje van prangende levensvragen.

De subtiliteit en nuance die ik in de ‘Vier letzte Lieder’ zo had gemist, werden mij dubbel en dik teruggegeven in Shostakovich’ 6de symfonie. In een compositie van dertig minuten trachtte de componist ‘de stemmingen van de lente, vreugde en jeugd’ over te brengen (dixit Shostakovich zelf). Ik hoorde de ijle trillingen van glinsterend ochtenddauw, een bijna kinderlijk spel van energetische klanken tussen de verschillende instrumenten van het orkest en die aanstekelijk dansante puls van de lichte percussie die me onverbiddelijk dwong het ritme met m’n rechterhand op m’n bovenbeen mee te tikken. Of het publiek tevreden was, lijkt achteraf gezien misschien een ietwat overbodige vraag. Het roept verrukt van ‘bravo’, stampt met de voeten op de grond (op een iets elegantere wijze dan Kabouter Plop weliswaar) en slaat geestdriftig de handen tegen elkaar.

Ik begeef me in allerijl richting de schoolse cafetaria van het muziekinstituut waar de toeschouwer gezellig zijn nieuw verworven impressies van afgelopen concert, met een glas bier in de hand, op een rijtje zet. De gevallen steken hebben we ondertussen, in onze selectieve amnesie, door de vingers gezien en in een voldane tevredenheid hopen we innig dat deze liederen niet de laatste zullen zijn.

image-3

© Kazushi Ono

Vier letzte Lieder | 30CC | donderdag 22 november 2018, 20:00 | LUCA/Campus Lemmens Leuven |€22, -20% met Cultuurkaart

Reisconcert USO // 7 november 2013

Wat: Reisconcert van het Universitair Symfonisch Orkest
Waar: Pieter de Someraula

Vroeger was ik sceptisch als de aula PDS weer afgeladen vol zat voor het USO-concert. ‘Natuurlijk,’ dacht ik, ‘want iedereen komt hier voor de gratis receptie!’ In de voorbije vier jaar heb ik mijn mening danig bijgesteld. Het USO levert kwaliteit, een aangename sfeer, een interessant programma en als dát je nog niet kan bekoren, heb je nog altijd die schattige Edmond Saveniers die vooraan alles in goede banen leidt. Held.

De avond begon ontspannend, met een Cubaanse Ouverture van George Gershwin. Je weet wel, dat is die man die jazz binnenbracht in de klassieke muziek, met onder andere Rhapsody in Blue. Zoals de presentatrice het omschreef; denk dat je op een zonovergoten terrasje zit met een frisse cuba libre, een Cubaanse sigaar, rumba op de achtergrond en enkele schaars gekleden binken en babs. Het was zwoel, ritmisch en dansbaar – perfect om mee te beginnen.

Voor het tweede stuk haalden ze hun special guest op het podium. Hans De Vos speelde de niet te onderschatten solopartij in het Vioolconcerto in D mineur van Jean Sibelius. Virtuoze viooltrekjes, een verrassend tweede deel dat tussen zachtaardige, hoopvolle en donkere dreigende passages wisselde, een glansrol voor het orkest, dat soms nijdig haar plaats in de spotlights kwam opeisen, … het was zoals het hoorde. De Vos klonk jammer genoeg soms een beetje flauwtjes en mocht gerust wat steviger in de snaar spelen, zeker tijdens de frisse cadenza in het eerste deel.

Bovenop al dit moois moest het moment suprême nog komen. Het USO had ook de Achtste Symfonie van Shostakovich getackled. Of wel, een poging gedaan tot. Deze symfonie moet zowel de ellende als de overwinning van de Tweede Wereldoorlog verklanken, én het persoonlijke verzet van Shostakovich tegen de dictatuur van Stalin. Dit is niet zomaar een symfonie, dit is een emotional trainwreck. De vijf delen zijn een afwisseling van donder en bliksem, misplaatste hoempapa-walsjes, onheilspellende ondertonen, schelle koperblazers en slechts op het einde een kleine schijn van hoop. Een boeiende compositie dus, maar het orkest was niet altijd gelijk en afgewerkt. Voor een orkest dat kwaliteit zo hoog in het vaandel draagt, was het concert nog iets te vroeg om dit programma te berde te brengen. Ik wou dat ik het resultaat kon horen, mochten ze er twee ipv één maand aan gewerkt hebben.

Niettemin, een fijne avond met een boeiend programma. Nimrod uit de Enigma Variations van Elgar was een fijn bisnummer, en de Leffe ging er achteraf ook vlot binnen…