Het leven, een pauzeknop: waarom je de gratis expo ‘Look at us now’ niet mag missen

Welke rol speelt technologie in ons overdonderende dagelijkse leven? Is ze een overprikkelende tijdbom die ons leven overneemt, of net het laatste redmiddel om de planeet te redden? Met Look At Us Now serveert STUK een intrigerende selectie hedendaagse kunst, die het keurslijf van de anderhalvemeterexpo niet ziet als een obstakel, maar als een witruimte waaruit iets moois kan ontstaan. En die soms aanvoelt als een mokerslag, soms als een meditatieve cocon, maar het vaakst als iets aangenaams ertussenin.

© Joeri Thiry / STUK

Ik wandel de trappen van het STUK op, de zon schijnt op de vertrouwde puddinggele tegeltjes. Een aangenaam lentebriesje waait me tegemoet, samen met het geluid van stemmende strijkers. In sommige geluiden voelt het alsof je thuiskomt, en dat doe ik in die lawine van do-, sol-, re-, la- en mi-snaren. Maar wat ik hoor zijn geen van muzikanten van vlees en bloed, maar een video-installatie van Trevor Paglen, waarin een strijkkwartet Debussy’s String Quartet in G Minor inoefent. Bovenop de beelden springen allerlei kadertjes en cirkeldiagrammetjes heen en weer. Het is het denkwerk van AI-algoritmes, die de muzikanten en alles rondom hen proberen te herleiden tot objecten die ze herkennen – nee, sukkel, een muziekstaander is geen fietswiel. En dan wordt het stil en verdwijnen de hokjes en cijfertjes uit beeld. De muzikanten barsten in lachen uit wanneer een altvioliste de tel kwijtraakt, de camera zoekt close-ups van hun gezichten, er verandert iets in de ruimte.
Ik slik. Hoewel het werk dateert uit 2018, komt het bij me binnen als een zoektocht naar de essentie van cultuur, wanneer die opgesloten zit achter beeldschermen en de live-ervaring nog nooit zo ver weg heeft gevoeld. Alsof dit – excusez le mot – kutjaar de snaren van mijn emoties heeft doen springen, en ik er nieuwe moet aanspannen en zachtjes bijstemmen, voorzichtig zoekend.

Look At Us Now is een meer dan geslaagde poging om de gevoelige snaren die kunst bij ons raakt weer bij te stemmen. In de marge van AND&, een stadsfestival rond innovatie, pakt STUK uit met wat lijkt op een lightversie van het Artefact Festival: een tentoonstelling die onze condition humaine fileert met een eigenzinnige selectie van hedendaagse kunstenaars die goochelen met video’s, soundscapes en artificiële intelligentie. Deze keer is de centrale vraag wat de gevolgen van die innovatie kunnen inhouden, en valt de keuze op kunstenaars die “het directe, expliciete pad vermijden en ervoor kiezen te intrigeren, te bevragen of misschien zelfs te verleiden”. Het klinkt als een abstracte en misschien wel té ambitieuze thematiek, maar de toegankelijke en gevarieerde invulling houdt het resultaat mooi in balans.

Hoe snel dat verleiden omslaat in complexe vragen over kwesties zoals het klimaat en onze toekomstvisies, wordt bijvoorbeeld heel tastbaar in het Stadspark. Daar is niet alleen de enorme, kruipende opblaasfiguur van Amanda Parer een verplichte halte tijdens je stadswandelingen, maar ook de installatie Clams (2019) van Marco Barotti. Het lijkt een deken van plastic schelpen langs de vijver, waaruit een schril gegalm weerklinkt dat een koppig duet aangaat met de eenden. Maar in werkelijkheid staan de schelpen in verbinding met een systeem dat de watervervuiling in de Vaartkom registreert, en die transponeert tot geluidseffecten. Dezelfde dubbelzinnigheid ervaar je in het indrukwekkende National Apavilion of Then and Now van Haroon Mirza. In de white cube van de STUK-studio staat een black box van geluidsdicht schuim, waarin je je even kan terugtrekken in het hier en nu. Maar na een minuut voel je vooral onbehaaglijkheid. Hebben we het in ons drukke bestaan afgeleerd om om te gaan met zo’n leegte? En hoe triest is het dat zo’n drastische oplossing überhaupt nodig is om rust te vinden?

Het tentoonstellingconcept doet misschien aan als een zoethoudertje in afwachting van betere tijden zonder ontsmettingsgel en reservatieslots, maar is dat allesbehalve. Het minieme aantal werken eigent zich volledige expozalen toe en waaiert uit over drie locaties. Zo ontstaat er een ongeziene ademruimte die je nodig hebt om te mijmeren over het thema, en die je bij traditionelere tentoonstellingen al snel kwijtraakt. Bovendien creëert die less is more-filosofie ook het ideale decor voor monumentale werken. Zoals een installatie waarin de Zwitserse geluidskunstenaar Zimoun 168 enorme kartonnen dozen op elkaar stapelde, op elke doos een klein hamertje bevestigde en vanuit de optelsom van die repetitieve slagjes een hypnotiserend geruis creëert. Wanneer kan je zo’n overdonderende microkosmos ooit nog volledig voor jou alleen hebben?

De titel Look At Us Now leest als een bevel. Toch ambieert de expo geen definitieve handleiding bij het leven te zijn, eerder een pauzeknop om in te drukken wanneer het in deze hectische tijden even te veel wordt. Je kan de imperatief invullen zoals je het zelf wil, kritisch over hoe het verder moet met onze samenleving, of net optimistisch. Ik hou het alvast bij het hier en nu, heel eenvoudig: ga die tentoonstelling bekijken, nu.

Look at us Now – van dinsdag 20 april tot zondag 25 april – STUK (Naamsestraat), KADOC-kapel (Vlamingenstraat) en Stadspark

Gratis toegang, maar reserveren is verplicht via de STUK-website.

“Hey, you can be my girlfriend outside for two minutes”: Angela Washko over games, feminisme en pick-up artists

“Hey, you can be my girlfriend outside for two minutes”: het lijkt misschien een misplaatst grapje, maar het is wel degelijk één van de pick-up lines die bekende verleidingscoaches aanraden aan mannen om vrouwen te versieren. Angela Washko wil bruggen bouwen tussen deze vertegenwoordigers van de ‘manosphere’ en het hedendaags feminisme. Ze gaat op zoek naar nieuwe fora om te discussiëren over feminisme, gendergelijkheid en de scheefgetrokken machtsstructuren in de media. In de expo ‘A point of view’ verzamelt ze vier eerdere werken van haar, alle vier mediakunst, alle vier even sterke eye-openers.

Het is vrijdagavond. Onze levens laten zich niet langer leiden door een dodelijk virus en je hebt afgesproken met een goede vriendin in een café om de hoek. Je arriveert, maar ze blijkt wat later te zijn. Om de tijd te doden ga je alvast aan de bar zitten en bestel je een drankje. Je kijkt terug richting de tafeltjes in het café om je vriendin te zoeken, maar je kan maar moeilijk iets zien: ‘several men are blocking your view’. Het is de startsituatie van The Game: The Game.

Beeld uit ‘The Game: The Game’

Het café lijkt deze avond décor te spelen voor een workshop ‘vrouwen verleiden’ en je wordt door verschillende mannen aangesproken. Prachtig dreigende muziek van Xiu Xiu begeleidt je in The Game:The Game doorheen intense conversaties met zes cassanovas die jou graag mee naar huis willen nemen: een flatterende, toch vermoeiende gedachte. Je hebt telkens een aantal antwoordmogelijkheden, op die manier kan je zelf het spel sturen en vooral merken hoe hardnekkig deze mannen zijn in het ‘verleiden’ en hoe weinig er eigenlijk naar je replieken wordt geluisterd. Het zijn dan ook niet voor niets technieken en pick-up lines van bekende pick-up artists als Roosh V, die onder andere beweert dat ‘all human resistance can be broken down with enough pressure’. ‘The Game:The Game’ biedt de speler de mogelijkheid om de verschillende verleidingstechnieken te verkennen en om aan te voelen hoe het is om op die manier benaderd te worden, wat voor de ene persoon (lees: man) al verrassender kan zijn dan voor de andere.

Toch wil Washko de pick-up artiesten niet per se in een slecht daglicht brengen, ze wil vooral het perspectief van vrouwen in dergelijke situaties tonen en hen ook helpen dit soort strategieën beter te kunnen identificeren. “Ik denk dat het heel goed mogelijk is om empathisch te zijn tegenover mannen die deze ideeën aantrekkelijk en nuttig vinden voor het opbouwen van vertrouwen om vrouwen te benaderen en te ontmoeten … en toch kritisch te zijn tegen die pick-up artiesten’, aldus Washko.

 © Illias Teirlinck

Naast deze feministische game kan je bij ‘A point of view’ ook terecht voor de videoreeks ‘Heroines with Baggage’. Deze montage van gamescènes is een grappige, maar ook zeer rake illustratie van de karakterisering van de vaak zwakke en onderdanige vrouwelijke personages in videogames. Je ziet een verzameling van geanimeerde vrouwen die uitbarsten in emotionaliteit, angstig zijn, sterven of hun mannelijke tegenspelers om hulp vragen omdat ze te zwak zijn: stereotyperingen die ook vandaag soms nog pijnlijk zichtbaar zijn in media en maatschappij.

Ook in de game ‘World of Warcraft’ kwam de Amerikaanse artieste vaak vrouwonvriendelijke, homofobe, racistische en discriminerende taal tegen. In ‘The Council on Gender Sensitivity and Behavioral Awareness in World of Warcraft’ gaat Waschko als personage in gesprek met andere spelers over hedendaags feminisme, de behandeling van vrouwen in het spel, inclusiviteit en verworven rechten. The Councel was een manier om een veilige plaats te creëren voor spelers die zich buitengesloten of beledigd voelden en heeft ook als doel om andere spelers zich hier bewust van te maken. Op de geprojecteerde beelden zie je dat de gesprekpartners vaak zelf niet weten hoe hard deze stereotypen en beledegingen doorsijpelen in hun gedrag. Het onderdrukkende gedrag is dan misschien ook te wijten structurele ontwerpbeslissingen van het spel, eerder dan aan slechte bedoelingen van hun spelers: iets waar Wascko zich tegen wil verzetten.

De expo laat je daarna niet zomaar achter met deze eerder ludieke pogingen tot bewustmaking. Als je nog niet met je neus op de harde feiten gebotst was, dan zal dat wel gebeuren in het slotwerk van de tentoonstelling. In een twee uur durend interview gaat Wascko in gesprek met Roosh V: ‘de meest beruchte vrouwenhater van het internet’ en pick-up artist, al wil hij zichzelf niet zo noemen. Roosh V is immers meer dan dat, hij is een échte ‘man’: een mannelijke, heteroseksuele, normale man. In 2015 had hij al veertien boeken geschreven over hoe je vrouwen zo snel mogelijk in bed kan krijgen. V moet het niet zo hebben van feministen, of ‘mannenhaters’, en heeft dan ook een heel andere visie op gendergelijkheid dan Washko. Toch schrikt deze radicale visie haar niet af: ze zoekt naar gelijkenissen en compromissen en stelt zich erg bemiddelend op gedurende het hele gesprek, haar geduld en begrip is bewonderingswaardig. Dit ondanks de soms onmogelijke houding van Roosh V, die vooral duidelijk wil maken dat vrouwen maar beter geen stemrecht hadden en dat de wereld de verkeerde kant op gaat met haar Westerse ideeën van ‘gelijkheid’. Een gesprek over ‘dubbele standaarden’, biologisch determinisme en homofobie.

De dominante rode neon verlichting en een muur vol beelden en zinnen uit de game dompelen de bezoeker onder in een totaalbeleving. De vele video installaties maken het echter niet altijd makkelijk om deze volledig te beleven. Door de coronamaatregelen moet je soms best lang wachten voor je een video kan zien en kan het misschien vervelend zijn dat je maar kleine fragmenten kan bekijken van de juist zo boeiende video’s. Toch is ‘A point of View’ een echte aanrader. De thema’s die aan bod komen zijn confronterend, maar daarom juist een heel nodige bewustmaking en goede aanzet om erover te praten: if a conversation is hard, it’s probably the one worth having.

A point of View is nog tot 25/4 te zien in het STUK in Leuven, gratis met cultuurkaart

Tender Men – Koen De Preter

“Tederheid is discreet, niet-analytisch en tolerant, tedere bewegingen zijn gericht op zacht aanraken en zacht koesteren.” Zo omschrijft psycholoog Nico Frijda het thema van het nieuwste stuk van Koen De Preter. ‘Tender Men’ gaat over de schoonheid en het ongeremde van een aanraking, over de misverstanden die ze oproepen en over het opzoeken en verbreken van grenzen in genderrolpatronen.

Spots verlichten de dansvloer, een verwachtingsvolle stilte maakt zich van ons meester. Het is dinsdagavond 20 oktober in het STUK en mensen zijn haast vergeten hoe het voelt om aangeraakt te worden. Iedereen zit hier om te kijken hoe dat er nu weer uitziet, affectie, intimiteit. Tussen mannen weliswaar. Want hoe ziet dat er eigenlijk uit? Hoe ziet het er uit om onze ongeschreven regels rond gender, en de daarbij horende lichaamshoudingen, overboord te gooien en zich gewoonweg te bewegen als ‘mens’?

De eerste blikken zijn naar ons, het publiek, gericht. Ik kijk terug en onze ogen raken elkaar. De dansers verkleinen de afstand in de zaal en laten ons toe om hen aan te kijken, te aanschouwen hoe zij circulerende bewegingen maken, elk losstaand van elkaar, elk in hun eigen identiteit. En dan is er die eerste aanraking, er speelt een soort verwondering waarin we ons allemaal kunnen terugvinden. Aftastend zoeken ze hoe ze elkaar kunnen aanraken en of dat wel aanvaard wordt. Afzonderlijk gaan ze verder in hun eigen bewegingen, hun eigen lichaamstaal en vinden elkaar dan terug in een kus. Kussen waar geen romantiek mee samenhangt, enkel het verlangen naar bevestiging, naar een vertrouwensband die verdergaat dan stereotype interpretaties.

“Ik wil de voorstelling laten graven naar wat mannen kan binden en straffe beelden creëren. Ik wil een publiek laten stilstaan bij hoe ze naar mannelijkheid kijken en tegenkleuren aanbieden: verwarren en boeien, treiteren en triggeren. ‘Tender Men’ wordt een voorstelling over ambiguïteit, over het herevalueren van non-seksuele aanraking, over hoe mannen met elkaar om zouden kunnen gaan in een wereld zonder homofobie.” – Koen De Preter

De gehele choreografie uit zich in een wisselwerking tussen sociaal aanvaarde aanrakingen tussen mannen, en een sensualiteit die dat nog lang niet is. De dansers ontdekken en voelen. Ze knuffelen, houden vreugdevol elkaars handen vast en tonen hun emoties. Totdat ze lijken te beseffen dat dat niet kan, omdat anderen kijken. Ze beginnen elkaar op de schouders te kloppen en gaan over tot aanrakingen die wel genormaliseerd zijn: elkaar vastnemen bij de schouders zoals bij sportwedstrijden, spelend en trekkend als kinderen, dansend als ‘La Dance’ van Matisse. Stoerheid en tederheid wisselen elkaar af. En soms komen ze samen, versmelten ze in elkaar. Elke beweging wordt evenwaardig, elke aanraking wordt mannelijk.

De kritiek op genderstereotypen en verwachtingen komt nog meer tot uiting wanneer De Preter ook objecten die buiten het lichaam staan betrekt in het stuk. De dansers wassen zich en trekken andere kleren aan: misschien om hun ‘zonden’ weg te wassen, misschien om de blikken van de buitenwereld van zich af te zetten en hun nieuwe zelf te laten zien. Ook de sterke belichting met een zaklamp werkt intrigerend: één voor één worden de gezichten van de dansers onderzoekend belicht, alsof ze in een verhoor zitten. Maar wat hebben ze misdaan? Wat is er nog fout en wat wordt al aanvaard door onze samenleving?

“Mais la tendresse est un mot qui s’applique infiniment plus aux hommes, parce que la tendresse est un jeu égalitaire, entre deux pôles qui sont à égalité. Un homme qui n’est pas tendre, c’est pas un homme.” – Jacques Brel

‘Tender Men’ zet aan tot nadenken. Moeten we in een post-corona tijd naar een samenleving met meer aanrakingen? Kan tederheid ook gezocht worden in formelere of niet-romantische relaties en kan het bovendien misschien een gedeeltelijke oplossing zijn voor toenemende psychische problemen (bij jongeren)? En vooral: kan intimiteit losgekoppeld worden van romantiek en seksualiteit bij mannen? Hoe zacht mogen mannen zijn zonder aan mannelijkheid in te boeten?

Choreografie en concept: Koen De Preter/ dans en choreografie: Souleymane Sanogo, Po-Nien Wang, Benoît Nieto Duran, Johhan Rosenberg/ licht: Fudetani Ryoya/ dramaturgisch advies: Nienke Reehorst/ kostuums: Atelier Marie Dries/ zakelijke productieleiding: Lenneke Rasschaert/ techniek: Eva Dermul/ geluidsmontage: Koen De Preter/ fotografie: Stanislav Dobak/ spreiding: Vincent Company

Met een cultuurkaart krijg je allerlei kortingen op voorstellingen in het STUK. ‘Tender Men’ loopt nog tot eind april in verschillende cultuurcentra over heel Vlaanderen.

UUR KULTUUR TAKEOFF

Donderdag 8 oktober zette UUR KULTUUR het academiejaar in met een ruim aanbod aan coronaproof ‘cultuurparcours’ in het STUK. Onder andere Flying Horseman, (kort)films, een virtuoze jongleer-act en robots zijn de revue gepasseerd. 

Forced Labor: Arena – Een bewogen toekomst?

Artificiële intelligentie ontmoet dans.  Een kijkje in de toekomst of dead on arrival? Maak in ‘Forced Labor: Arena’ kennis met de futuristische hersenspinsels van choreograaf Ugo Dehaes.

Er heerste een sceptische, doch lichtjes uitgelaten stemming toen de deuren van deze tentoonstelling open zwierden. AI en dans? Zal AI ooit in staat zijn tot het begrijpen en voltooien van deze zowel fysiek als emotioneel complexe manier van zelfexpressie? Ugo Dehaes experimenteert alvast met het idee en stelt zichzelf de vraag of ook de culturele sector volledig weggecijferd kan worden door AI.

Wie iets kent van het leerproces van AI, weet dat AI zichzelf zaken aanleert aan de hand van data input. Ook AI die zichzelf leert dansen, vormt hier geen uitzondering op. Als bezoeker van ‘Forced Labour: Arena’ doet je menselijke visie op dans dienst als data input van deze acht robots. 

Bij het betreden van de zaal wordt het al snel duidelijk dat niet elke robot op dezelfde manier data verzamelt. Terwijl de ene robot leert aan de hand van menselijke affirmatie, danst de andere door rechtstreekse menselijke manipulatie. 

Daarnaast valt het ook op dat de robots er verschillende ‘dansstijlen’ op nahouden. Zo lijkt de ene robot al organischer te bewegen dan de andere. Deze illusie wordt deels mogelijk gemaakt doordat bepaalde robots niet meer te identificeren zijn als een louter stuk technologie. Op dit vlak steken twee modellen er met kop en schouders bovenuit. ‘Mob’ en ‘dead animal’ voelen zowel meer herkenbaar als meer buitenaards aan. Beide modellen zijn aangekleed, de ene in textiel, de andere in een verschrompelde siliconen huid. 

‘Mob’ ©Marie-Maxine Gieskens

Vooraleer ik aan dit experiment begon, was ik er van overtuigd dat AI nooit de mens kon vervangen in artistieke processen, maar de juiste aankleding maakt het idee van een artistieke symbiose tussen robot en mens een pak aannemelijker. Deze robots blijven voorlopig nog volledig afhankelijk van menselijke input en komen vooral zeer onwennig over, maar wie weet spreken we daar over enkele jaren alweer anders over.

Forced Labor: Arena’ is alvast een aanrader voor iedereen die kickt op AI, interactieve kunst, experimentele dans en ethische vraagstukken!

UURKULTUUR: TAKEOFF – Forced Labor: Arena door Ugo Dehaes – STUK – 8 oktober 2020 – gratis voor cultuurkaarthouders.

Am I really free?

Bij het betreden van de expozaal wordt je aandacht meteen gegrepen door een bigger than life gevecht tussen arend en drone. ‘Aquila non capit muscas’ werkt zo innemend dat je pas achteraf beseft hoe vreemd het is om een arend en drone op extreem gedetailleerde wijze te zien vechten. Het is de repitieve kinderstem ergens in de verte die je aandacht uiteindelijk doet afzwakken van het spektakel. Am I really free? Am I really free?…

Aquila non capit muscas’ © Mircea Cantor

De kracht van Mircea Cantor, de multidisciplinaire artiest achter deze tentoonstelling, ligt in de tegenstellingen die zijn beelden tot leven brengen. Drone versus Arend. Technologie versus natuur. Transparante plexiplaten versus verblindende zonnestralen. Doorlating versus weerkaatsing. Kinderlijke onschuld versus existentiële vraag. Ook als je de achterliggende boodschappen van de kortfilms niet kent, nestelen de beelden zich in je geheugen. De eenvoud van de beelden – let op technische eenvoud is ver te zoeken – werkt hypnotiserend en speelt op verrassende wijze in op je zintuigen. Je lijkt als het ware de kortfilms zelf te beleven. Je vliegt mee, voelt zand, gras en de warmte van de zon op je huid. Op deze manier lijkt Cantors werk in te spelen op fundamentele menselijke gevoeligheden. Cantors visie levert – zoals curator Karen Verschooren zelf beaamde – iconisch beeldmateriaal op.

Dit semester vormt ‘Am I really free’ de uitgelezen kans om jezelf te verdiepen in de wereld van kortfilms! 

UURKULTUUR: TAKEOFF – Am I really free? door Mircea Cantor – STUK – Curator: Karen Verschooren – van 7 oktober tot en met 13 december 2020 – Gratis zonder reservatie.

Stuiteren door niemandsland: Man Strikes Back op TakeOff UUR KULTUUR

Een jongleur tegenover een drummer, twee grijze pionnen in een abstract landschap als een omgevallen blokkendoos. Wat begint als licht verteerbaar spierballengerol voor jong en oud, ontvouwt zich tot een entertainende én ontroerende multimediale timelapse van de strijd tussen mens en technologie. Om écht meer vragen dan antwoorden op te roepen blijkt die frontlinie al iets te fel platgetreden, maar verfrissend is Post uit Hessdalens performance “door mens en robot, voor mens en robot vanaf 6 jaar” absoluut.

Een oorverdovende knal op het drumstel en een spot op het gezicht van jongleur Stijn Grupping, die een balletje laat vallen op het schuine zijvlak van een van de driehoekige blokken op de scène. Het ding stuitert naar een andere driehoek, en wat volgt is een kettingbotsing van steeds sneller bliksemende ballen, aangedreven door de beats van drummer Frederik Meulyzer. Dan een versnelling hoger, met meer ballen, lichtgevende ballen, drums die oplossen tot vloeiende synths. De basisingrediënten van een avond met Post uit Hessdalen zijn onmogelijk in één genrehokje te plaatsen, en ambiëren dat ook allerminst. En dat recept werkt. Hoewel de leeftijd van het STUK-publiek op donderdagavond aanzienlijk hoger ligt dan de eigenlijke doelgroep van circusperformances, doet elke variatie op het thema menig toeschouwer mee promoveren tot een soort stuiterbal, gehoorzaam meeknikkend met zijn ogen achter de balletjes aan. Verrassing en voorspelbaarheid liggen hier – op een goede manier – dicht bij elkaar.

Tussen het rood-wit en paars-geel van de spots op alle ballen en driehoeken – en het schaduwspel van die vormen op elkaar – waan je je haast in een Kandinsky of Rodchenko. Het is ook in die tijdsgeest, en het bijbehorende blindelings vertrouwen in technologische vooruitgang, dat Post uit Hessdalen de mosterd haalde. Precies honderd jaar geleden schreef de Tsjechische auteur Karel Çapek het toneelstuk R.U.R., een dystopische Frankensteinfantasie waarin de vijand voor het eerst de naam ‘robot’ kreeg. Die dualiteit tussen mens en machine – en het constante vervagen daarvan – is een hapklare rode draad door de performance, die nadrukkelijk komt bovendrijven wanneer de blokken volwaardige robots blijken. Ze kunnen niet alleen zonder helpende hand van de jongleur rondjes draaien op het podium, ze verdrijven de artiesten ook letterlijk naar de marge. Terwijl die nog zo hard terugslaan met de mechanische precisie waarmee ze op elkaar zijn ingespeeld. En wat zijn de zeldzame stiltes tussen de scènes in? Imperfecties om te koesteren, of eerder stiltes voor de storm?

Springlevend is het technologiethema absoluut, in tijden waarin algoritmes ons leven beheersen van surveillancestaten tot datingapps. Het treedt in de voetsporen van talloze hedendaagse installatie- en performancekunstenaars, en voor generatie TikTok is het allerminst onvertaalbaar naar kindertaal. Maar om nog origineel te zijn vraagt het wel om een concreet aanknopingspunt, en die uitdaging lijkt Post uit Hessdalen eerder te schuwen dan te omarmen. Over welke mensen en welke robots hebben we het precies? En wat zeggen ze over ons leven vandaag?

Na de robotdans lijkt Man strikes back rustig naar een open einde te kabbelen. Totdat een van de robots enkele seconden voor de finale black-out nog naar de keel grijpt met een weeïge, neuriënde schreeuw, onmiskenbaar menselijk. Als een soort tegenpool van de autotune in popsongs, misschien wel het irritantste voorbeeld van hoe een machine het van de mens overneemt.

Of is die laatste emotionele stuiptrekking net de zwakte van Man strikes back? Alsof de belofte van de titel opeens te nadrukkelijk op de voorgrond treedt en de mens definieert als terugvechtende underdog, in plaats van alle labels even los te laten. Niet meteen nodig bij een voorstelling die drijft op de ambiguïteit waarmee mens en robot elkaar ten dans vragen, af en toe elkaars vaarwater betreden en elkaar naar een hoger niveau tillen. En die wat de vorm betreft al een uiterst fascinerende zintuiglijke rollercoaster is.

Alleen en toch verbonden, samen en toch eenzaam (Artefact 2020)

Alleen-zijn en eenzaamheid zijn niet noodzakelijk synoniemen. We zijn allemaal wel eens alleen en terwijl sommigen zich daarbij ongemakkelijk voelen en liefst omringd worden door veel mensen, koesteren anderen juist die tijd voor zichzelf. Artefact, het jaarlijkse kunstenfestival van het STUK, onderzoekt in de nieuwe editie onder de titel “Alone together” hoe alleen-zijn en eenzaamheid zich tot elkaar verhouden en hoe de (steeds meer digitale) samenleving mee verantwoordelijk is voor de eenzaamheid, maar ook middelen tot verbondenheid aanreikt. Voor de expo selecteerde curator Karen Verschooren 23 binnen- en buitenlandse hedendaagse kunstenaars die via video-installaties, schilderijen, fotoreeksen, dans performances en andere media exploreren welke vormen eenzaamheid kan aannemen. 

Een expo in het STUK is steeds een beleving; al wandelend door de verschillende zalen,  doorkruis je allerlei werelden. Soms kom je zo zelfs terecht in de woonkamer van een van de kunstenaars. Molly Soda laat je binnenwandelen in haar gereconstrueerde leefwereld, waar je omringd wordt door video’s waarop de Puerto Ricaanse kunstenares haar online communicatiegedrag in beeld brengt. Op die filmpjes is te zien hoe Soda, alleen in haar kamer, via sociale media virtueel verbonden is met honderden bekenden en onbekenden. In Me singing stay by Rihanna staat Soda bijvoorbeeld centraal in een mozaïek van video’s waarop meisjes van over de hele wereld hun ziel blootleggen door ‘Stay’ van Rihanna te zingen. Ze doen dat allemaal alleen, maar zijn verbonden door het lied. 

Me singing stay by Rihanna, Molly Soda ©Molly Soda

Je kan dus alleen en toch verbonden zijn, zelfs zonder het te weten. Omgekeerd kan je je ook eenzaam voelen in een groep mensen. Volgens de Japanse kunstenaar Meiro Koizumi is de metro van Tokyo een goed voorbeeld van zo’n plaats waar veel mensen samenkomen, maar iedereen een masker opzet en in zichzelf gekeerd is. Hij huurde twee acteurs in die in snikken moesten uitbarsten en filmde de reacties van de omzittenden. Zou een hevige emotionele uitbarsting hen uit hun cocon kunnen lokken? Dat bleek niet het geval: de passagiers negeerden de acteur, begonnen ongemakkelijk te schuifelen of verlieten de metro, maar boden geen zakdoek of luisterend oor. De hyper-individualistische Japanse samenleving lijkt het vermogen tot empathie af te breken – maar zou het er in België beter aan toe gaan?

Ook de foto-installatie I’m here project van de Japanse Atsushi Watanabe raakt een gevoelige snaar. Hij brengt de levensstijl Hikikomori in beeld, die een extreme sociale afzondering inhoudt. Dat is geen marginaal fenomeen: alleen al in Japan leven meer dan 1,2 miljoen mensen volledig opgesloten in hun huis. Drie jaar lang was ook Watanabe een hikikomori. Op de laatste dag van de opsluiting fotografeerde hij zichzelf en zijn kamer. Daarna begon hij ook de (vaak chaotische) kamers van andere hikikomori’s vast te leggen, die voor een lange tijd hun enige leefwereld zijn. Op die manier wil hij de isolatie doorbreken en het fenomeen meer zichtbaarheid geven. 

I’m here project, Atsushi Watanabe ©Maya Toebat

De expo buigt zich niet alleen over eenzaamheid, maar ook over de nood aan verbondenheid. Mehtap Baydu vatte bijvoorbeeld het project op om met t-shirts van de belangrijke mannen in haar leven – vrienden, collega’s, schoolgenoten, maar ook de eigenaar van de kiosk waar ze vaak winkelt – een cocon om zichzelf te breien. Ze voerde het project in afzondering uit en wil zo tonen dat alleen-zijn ook een positieve ervaring kan zijn, op voorwaarde dat je omringd bent door een warme, veilige cocon van de mensen om je heen.

Het idee van een cocon komt ook terug in het werk van Annette Messager. Zij creëerde de wandsculptuur Sleeping Heart, een hartvormige slaapzak met twee reikende handen, die deel uitmaakt van de reeks Sleeping Songs, waarin ze sculpturen maakt met slaapzakken, dekbedden en jassen. Sleeping heart stelt een cocon van de liefde, vriendschap voor, maar toont hoe verbondenheid nooit een volledig samenvallen is: de twee slaapzakken vormen samen een hart maar blijven op zichzelf bestaan en ook de twee handen raken elkaar maar net. Daarmee draagt Messager geen pessimistische boodschap uit; ze wil juist tonen hoe mensen zelfstandige individuen zijn die toch een grote warmte voor elkaar kunnen voelen. 

Sleeping Heart, Annette Messager ©Maya Toebat

Deze kunstwerken zijn nog maar een greep uit de diverse en prikkelende expo, die het actuele en herkenbare thema van alleen-zijn onder handen neemt. Artefact weet ook dit jaar hedendaagse kunst en maatschappelijke uitdagingen te verbinden en betrekt je via beelden, geluiden, sculpturen, tekeningen en veel meer in de vaak zeer persoonlijke en kwetsbare kunstwerken. De expo is helemaal gratis dus als je langs het STUK passeert, is het zeker de moeite waard om eens een kijkje te nemen. Toch is een diepgaander bezoek, bijvoorbeeld via een gratis rondleiding (waarvoor je je hier kan inschrijven), ook een absolute aanrader. De tentoonstelling maakt bovendien deel uit van het groter kunstenfestival Artefact, waarbij tal van concerten, films, lezingen, workshops en zelfs een kunstroute doorheen de stad het alleen- en samenzijn in vraag stellen. 

Artefact Expo 2020: Alone together // STUK (Naamsestraat 96, 3000 Leuven) // 13/02 tot en met 01/03 // gratis 

Meer info over de evenementen tijdens het Artefact kunstfestival vind je via deze link

Lang zal de kortfilm leven: onze tips voor het 25ste Kortfilmfestival

Het Kortfilmfestival blaast dit jaar 25 kaarsjes uit en viert dat met een pittig programma van 100 kortfilms op een week tijd, zowel Vlaamse toppers als een verrassende internationale selectie. Voor moeilijke beslissers zijn de compilaties waaruit het schema is opgebouwd alvast een godsgeschenk: in elk programmablok waarvoor je een ticket koopt, krijg je 5 tot 10 films te zien – sowieso waar voor je geld dus. Zie je zelfs dan door het bos de bomen niet meer? CLUB KULTUUR helpt je  op weg in de strijd met de embarras du choix.

Decor wordt film: het debuut van Rinus Van de Velde

Wie Rinus Van de Velde zegt, zegt muurbrede houtskooltekeningen met raadselachtige citaten. Aan zijn doordachte composities gaat heel wat geëxperimenteer met kartonnen modellen en fotografische ontdekkingstochten vooraf. Die making of had voor Van de Velde zoveel potentieel als volwaardig filmdecor dat de stap van het canvas naar het witte doek snel gemaakt was. Zijn kartonnen universum wordt van achter de schermen tevoorschijn gehaald in zijn eerste kortfilm The Villagers. Wil je Van de Velde zelf aan het woord horen? Woensdagavond komt hij langs voor een nabespreking bij de compilatie Alternative Realities 1, waar je ook werk ziet van een heleboel andere makers die spelen met de grenzen tussen fictie en realiteitEn als bonus kan je het overstroomde huis uit het decor bewonderen op het binnenplein van het STUK. 

Een best of the best of in 3 episodes

Van het RITCS naar Palm Springs

Bij een jubileumeditie horen herinneringen. Maandag-, dinsdag- en woensdagavond kan je genieten van een selectie van de beste creaties die ooit op het scherm van Cinema ZED te zien waren, uit respectievelijk de periodes 1995-2003, 2004-2013 en 2014-2018. Heel wat filmmakers hebben hun carrière te danken aan het Kortfilmfestival, zoals Michael R. Roskam. In 2004 won hij de publieksprijs met Carlo, 12 minuten vol knullige Limburgers en vlammende auto’s – zowaar een mini-Rundskop waarbij gevoelige kijkers niet hoeven weg te kijken. De recentste ereplaats op de wall of fame gaat naar Provence van Kato De Boeck, een afstudeerproject aan het RITCS dat meteen goed was voor een Ensor en een publieksprijs op het Film Fest Gent. Een elfjarig meisje, haar broer en de Franse zon, meer is er niet nodig voor een poëtisch stukje coming-of-age dat smaakt naar meer.

Focus op animatie

Liefhebbers van de betere animatiefilm komen dankzij het programma AnimaZED al aan hun trekken in Cinema ZED. Ook het programma van Kortfilmfestival biedt heel wat moois in maar liefst twee compilaties die volledig in het teken staan van animatie. Eli is het resultaat van de strijd tussen Amerikaans regisseur Nate Milton en zijn innerlijke demonen: zijn eigen ervaringen met een bipolaire stoornis verwerkt hij in het verhaal over een psychiatrisch patiënt die zijn hulpverleners verbluft met wonderlijke theorieën over de kosmos. Voor mensen die bij het minste hoofdpijntje hun toevlucht zoeken tot dokter Google – geef toe, we’ve all been there – is het Belgische Sous le cartilage des côtes een fijne wake-up call. Fans van dystopische drama’s zoals The Lobster kunnen dan weer genieten van het Frans-Portugese Entre Sombras, dat je meesleept naar een universum waarin mensen die zich niet over durven te geven aan de liefde hun hart bij een bank kunnen inruilen.

Gastland: Griekenland

Gerelateerde afbeelding

Dat de Griekse cultuur uit meer bestaat dan blokken marmer, maakt het Kortfilmfestival meer dan duidelijk door de bloeiende filmindustrie van het land in de kijker te zetten. Een van de artists in focus is Konstantina Kotzamani, die met haar magisch realisme de ene prestigieuze prijs na de andere binnenrijft. Fans van Yorgos Lanthimos kijken waarschijnlijk uit naar Nimic, de nieuwste creatie van de regisseur van The Favourite en The Killing of a Sacred Deer. De ontmoeting tussen een cellist en een onbekende vrouw op de metro belooft alvast heel wat surrealistische beelden en muzikale suspense. Meer bizarre ontmoetingen vind je in The distance between us and the sky, waarin een ontmoeting tussen twee mannen aan een verlaten tankstation uitmondt in een filosofische conversatie over wat ons van de sterren scheidt.

25ste Kortfilmfestival Leuven, in STUK van zaterdag 30 november t.e.m. zaterdag 7 december. Het volledige programma vind je hier. Kortingen voor cultuurkaarthouders. 

Vluchten van Syrië naar het podium

Zet negen Syrische jongeren, voor de burgeroorlog gevlucht, voor een Vlaams publiek en laat hen hun gevoelens bij de oorlog, de vlucht en aankomst in dit vreemde land uitdrukken met de enige communicatiemiddelen die ze in dit tijdelijke moment hebben: lichaamstaal, stemtimbre, spandoeken. Dat is wat regisseur Mokhallad Rasem (Toneelhuis) en doctoraal onderzoeker Sofie de Smet (KU Leuven, UGent) in hun theatervoorstelling “Tijdelijk” doen, die op 20 november in het kader van UUR KULTUUR te zien was. Samen gaan ze op zoek naar wat die aankomst op deze “kust van hoop” voor hen betekend heeft, wat ze ervoor hebben moeten opofferen en achterlaten. Zoekend naar een nieuw begin vragen ze bescheiden om aanvaarding en empathie in het land dat voor hen vervreemdend werkt, niet meer, niet minder.

© Toneelhuis

Wie een eloquent en narratief toneelstuk, een—zeg maar—Shakespeare-tekst over vluchtelingen, verwacht had, was eraan voor de moeite. Rasem staat bekend om zijn fragmentarische theaterstukken, die de lineaire narrativiteit openbreken en opgebouwd zijn uit associatief aan elkaar vasthangende scènes. In dit geval was het ook uit pure noodzaak: in dit tijdelijke heden zijn deze jongeren nog niet helemaal klaar om een monofoon, lineair, Nederlandstalig toneelstuk op te voeren. Bovendien zou het verraad plegen aan de diversiteit en complexiteit van elk individueel verhaal. Het toneelstuk is bijgevolg niet eloquent, niet narratief, niet coherent, niet monofoon, en daarin zit juist de kracht. “Een stem geven” aan dé vluchteling zit er niet in. In plaats daarvan draagt Rasem betekenissen over aan de hand van non-narratieve elementen. Naast de spandoeken, gaat alle aandacht naar de fysicaliteit van de lichaamstaal van de acteur. De regisseur gaat hiermee naar de kern van wat theater is en wat theater kan doen: betekenis overbrengen niet met woord of met beeld, maar met fysieke bewegingen. Het is de fysicaliteit, het lichamelijke aspect, maar ook de intonatie in de stem van het anders onverstaanbare Arabisch, die de emoties het best overbrengen. Het laat Rasem ook toe om voortreffelijk de polyfonie aan ervaringen weer te geven. Elke acteur staat als individu op het podium, met een eigen verhaal en geschiedenis, maar staat verbonden met de andere acteurs door het gemeenschappelijke verhaal van hun gedwongen vlucht uit hun vaderland.

Een weerkerend element is het spandoek, dat hen toelaat om op verbale manier met het publiek te communiceren. De spandoeken herinneren uiteraard aan de protesten van de Arabische Lente, maar dienen ook als communicatiemiddel. Zo bevatten ze associaties die ze maakten met hun vaderland en hun vlucht. Associatie en improvisatie kenmerken het toneelstuk. Heel wat scènes zijn ontstaan uit plotse improvisaties en variaties op hetzelfde gegeven.

Het stuk is opgebouwd uit vier grote delen, die elk een andere aanpak hebben. In het eerste deel is het een litanie aan emoties en associaties, geschilderd op spandoeken. Vervolgens zien we een heleboel tableaux vivants, snapshots uit het leven van een Syrische vluchteling, soms treurig en angstaanjagend, dan weer vrolijk en hilarisch. Interessant was de scène waarin elke acteur de rol van de machthebbende krijgt. Van zodra hij of zij een kroon op krijgt, mag hij of zij de anderen (en soms ook het publiek) commanderen. Alleen de laatste wil zijn macht niet gebruiken, of liever gezegd ‘misbruiken’. Ten slotte ontstaat er een soort van talentenjacht, waarin de acteurs het beste van zichzelf geven, hun one minute of fame, soms met hilarische gevolgen.

Niet onbelangrijk is de functie van het onderzoek van Sofie de Smet. Zij doet onderzoek naar hoe theater kan helpen bij het verwerken van een trauma. Dat dit theaterstuk aan de negen acteurs een fijne ontmoetingsplaats bood en plaats voor zelfontplooiing, zelfaanvaarding en zelfvertrouwen, dat spatte ervan af.

Het stuk is een mooie ode aan de complexiteit van gevoelens in een complex verhaal. De rauwe eerlijkheid en de onverbloemde naaktheid van de acteurs maken van het stuk een kwetsbaar onderzoek naar een nieuw begin in een vreemd continent. Zij zijn niet verslagen door de oorlog of de vlucht, maar zwaar getroffen door het onrecht dat hen van hun vaderland heeft weggescheurd en hen naar onbekende oorden dwong. Tijdelijk is hun situatie moeilijk, maar mits aanvaarding en empathie, laten deze jongeren zeker nog van zich horen.

UUR KULTUUR: “Tijdelijk”, een productie van Toneelhuis, regie en assistentie door Mokhallad Rasem en Sofie de Smet / dinsdag 20 november om 21u in de Soetezaal van het STUK / gratis met cultuurkaart / meer info, klik hier