The sound of silence? 14 keer gratis geluidskunst tijdens Hear Here

Een zwembad met 70 porseleinen schaaltjes in de KADOC-kapel, een virtuele bijenzwerm in de serres van de Kruidtuin en een ingepakte torenklok in het Stadspark? Je kan ze nog tot 6 juni allemaal spotten tijdens Hear Here. Voor het eerste grote geluidskunstfestival van STUK veroverden veertien kunstenaars tien stilteplekken in de stad met fascinerende installaties. Waarbij je je oren én ogen de kost geeft, en een tegengif vindt voor de wirwar aan prikkels die ons leven overspoelt.

Bizar maar waar: de absolute wereldtop in geluidskunst vind je in ons kleine België. Nergens in Europa zoeken en vinden zo veel kunstenaars een stem die ergens tussen beeldende kunstinstallaties en muziekperformance in zweeft. Toch blijven ze in de meeste cultuurhuizen relatief ver weg uit de schijnwerpers, maar niet in STUK. Het kunstencentrum maakte vorig jaar tijdens de korte showcase Emerging Sound al een balans op van audiovisuele installatiekunst van eigen bodem, en opent dit jaar alle registers met een volwaardig festival: het tentoonstellingsparcours Hear Here.

Lees verder

Een absurde antropologie van ‘adulting’: Spare Time Work

Wat als je op de dag dat je volwassen wordt niet wordt gewekt door je alarm, maar door een vrouw met kortpittig kapsel en gestreept mantelpakje die zichzelf Adulthood noemt? En je meesleept naar een crash course volwassenheid met als voornaamste ingrediënten golftermen, grotesk handgeschud en aperol spritz? Dat scenario wekt performancecollectief buren tot leven in hun nieuwste voorstelling Spare Time Work, een explosieve musical-die-zichzelf-geen-musical-wil-noemen over onze ingewikkelde relatie met arbeid. Waarbij je komt voor de catchy songs en de gevatte humor, maar naar huis gaat met heel wat vragen over gender, prestatiedruk en onze vooroordelen over creatieve beroepen.

Wanneer ik de zaal binnenkom, openbaart zich op de scène een mozaïek van geometrische vormen. Het lijkt wel een woning uit The Sims, maar dan zonder zwembad waaruit iemand het trapje heeft weggehaald. En met objecten die tegelijk herkenbaar en onherkenbaar zijn, in kleurenschema’s op een oncomfortabele middenweg tussen pastelkleurig mierzoet en identiteitsloos grijs. Die minimalistische non-space draagt de uitgesproken signatuur van buren-bezielsters Melissa Mabesoone en Oshin Albrecht, die beiden zijn opgeleid als beeldend kunstenaar. In hun eerdere werk mixten ze die beelden steeds vaker met tekst, muziek en referenties naar popcultuur, tot ze ook echt het podium gingen opzoeken.

Voor hun nieuwe creatie Spare Time Work, die in première ging op het PLAYGROUND-festival in STUK, dompelen ze zichzelf onder in het thema vrije tijd vs. arbeid. Met slechts twee performers geven ze in een energieke pingpong van muziek, dialoog en dans constant vorm aan nieuwe personages. Er is de tegenstelling tussen jong en oud, maar ook die tussen poetsvrouw, kantoorbaan en creatieve freelancer. Soms worden die spanningen opgedreven in megalomane musicalacts, zoals een cynische lovesong voor een computer – millennialhumor à la Bo Burnham die soms helaas een beetje op de oppervlakte blijft. Soms ligt de kracht dan weer net in de ingetogenheid, in de krachtige tableaux vivants op de scène. Ik kreeg een krop in de keel van een scène waarin twee personages naast elkaar in bed dezelfde slaperige stuiptrekkingen maken, de ene al poetsend, de andere op een computer tokkelend.

Lees verder

Modderstroom van metamorfoses

Een Sumerische oppergodin in een witte jurk, zeven onstuimige jonge dansers, en een beeldhouwer met een hoop klei, haren en rode verf. Met die ingrediënten boetseert Wim Vandekeybus een totaalkunstwerk van dans, sculptuurperformance, soundscapes en video in zijn recentste voorstelling Hands do not touch your precious Me. Het resultaat is een fascinerende danse macabre die heen en weer slingert tussen levenslustig en grimmig, maar vooral een feest is voor al je zintuigen.

Het succesverhaal van Precious Me begon toen de Spaans-Brusselse componiste Charo Calvo choreograaf Wim Vandekeybus introduceerde tot een oeroude mythe waarin een vrouwelijk personage een heen-en-terugticket krijgt richting onderwereld. Niet Orpheus en Eurydice, maar een 1500 jaar oudere, matriarchale voorloper ervan: de Sumerische mythe over de liefdesgodin Inanna (hier vertolkt door Lieve Meeussen). Ze daalt af naar de onderwereld om haar evil twin, de godin Ereshkigal, van de troon te stoten. Voor die laatste rol ging Vandekeybus aankloppen bij de Franse beeldhouwer-performancekunstenaar Olivier De Sagazan, die de hele voorstelling lang vooraan op het podium aan de slag is met een homp klei. De Me uit de titel refereert naar zeven waarden en talenten die de mens tot mens maken. Die muzen avant la lettre worden vertolkt door zeven jonge dansers met alle mogelijke huidskleuren en genderexpressies, die rond Meeussen en De Sagazan heen zwermen als kleurrijke parels in een kaleidoscoop.

Dat Vandekeybus een briljant beelddenker is, blijkt uit de fotogenieke constellaties van dansers die elkaar aan een razend tempo opvolgen, knap ondersteund door de hypnotiserende soundtrack van Charo Calvo. Er passeren taferelen de revue die doen denken aan reliëfs uit Romeinse triomfbogen, maar evengoed aan de rondedans van Matisse of de gesluierde kus van Magritte. Net wanneer je denkt dat die lawine van beelden al intrigerend genoeg is, haalt Vandekeybus nieuwe visuele middelen tevoorschijn uit zijn trukendoos. Een houten paneel dat eerst nog een zwart gat op de scène was, bombardeert zich plots tot een scherm. Daarop projecteren de performers livebeelden van een camera die ze op het podium aan elkaar doorgeven, om elkaar instagramstory-gewijs in beeld te brengen. De hoop klei van De Sagazan vermengt zich met rode verf, een bos haren, en smeert zich stap voor stap uit over alle dansers, totdat zelfs een onverwacht vuurtje zijn entree maakt. Elk moment waarop de versnelling plots hoger wordt geschakeld, doorbreekt wanden op het podium waarvan je niet eens wist dat ze bestonden.

Bovendien is de klei een interessante sleutel tot een heleboel contradicties. Het materiaal wordt gretig ingezet om de verschillen tussen elk mens op de scène te doen vervagen. Een scène waarin een hele rij dansers zichzelf als het ware verstikt met klei op hun gezicht, grijpt het meest naar de keel. Maar uit de aarde ontspruiten vooral nieuwe individuen: de kleicreaties van De Sagazan knipogen zowel naar het half-menselijke-half-dierlijke fantasiebeeld van de centaur als naar drag-make-up. Je kan het lezen zoals je wil: als een nederige reminder dat ieder van ons op een dag tot stof zal wederkeren, of als ode aan ons grenzeloze recht op zelfexpressie.

Door de overdaad aan thema’s die de Inanna-mythe aanreikt, raakt mijn hoofd bij momenten even verstopt met filosofische reflecties als de doucheputjes in de 30CC-backstage met slijk, waarschijnlijk. Maar wanneer ik er dieper over nadenk, betekent dat allerminst dat de thematiek verzandt in de verpakking. Precious Me is geen hapklaar manifest van onze condition humaine, maar eerder een prikkelende koortsdroom waarna je je nog probeert vast te grijpen aan flarden van gedachtengangen, als je uitgezweet en uitgeslapen wakker wordt. Met een nuchter hoofd begin je je allerlei vragen te stellen. Is het verschil tussen goed en kwaad wel zo zwart-wit als we denken? Is het soms gerechtvaardigd om geweld te gebruiken? Zijn we wel gemaakt om te moeten leven met autoriteit? Al bij al blijf je achter met een louterend, hoopvol beeld van wat generaties mensen met elkaar verbindt, dat na een hectisch coronajaar even je vertrouwen in de samenleving weet te herstellen. En aantoont dat het meer dan oké is om onderweg – pun intended – maar wat aan te modderen.

Hands do not touch your precious Me was op maandag 11 en dinsdag 12 oktober te zien in 30CC. De volledige speellijst vind je hier.

TakeOff UUR KULTUUR: een knallende start

KU Leuven wist afgelopen woensdag met haar TakeOff in het STUK het nieuwe academie- én cultuurjaar veelbelovend in te zetten. Een avond die cultuurkaarthouders en geïnteresseerden wist te trakteren op een veelzijdig en – om al te anticiperen op het komende stadsfestival – knallend cultureel aanbod. Uw Club Kultuur bloggers bieden een greep uit het aanbod.

Granvat / Bert & Stijn Cools – Come on Feet // MUZIEK EN DANS

Come on feet, een getalenteerd gezelschap, zette een fenomenale dansvoorstelling neer. Onder leiding van choreograaf Quan Bui Ngoc werd een vernieuwend briesje van footwork en house over het publiek geblazen. Improvisatie wordt als kernwoord vertaald naar een explosie van verschillende dansstijlen.

De meest complexe bewegingen gingen voor deze professionele dansers vlot door de beentjes. De voorstelling begint met een inleiding van de live-band. Bert en Stijn Cools gaven met hun ‘electronic dance music’ een vliegende start aan dit spektakel. Ritmisch was de muziek even expressief en chaotisch als de kleurrijke kleding van de dansers. In contrast hiermee stonden hun kalme bewegingen. Een oase van passie en kunst. Een prachtige ballade van een danser zelf, blies het publiek drie rijen naar achteren. De vrede in zijn stem was vergelijkbaar met de zee. Kalm, maar als hij uithaalt, werd een golf van emoties op ons afgegoten. Plots staat iedereen blootvoets even terug met de voeten op de grond. Een realisatiemoment na een drukke en expressieve dans.

De bewegingen waren tegenstrijdig: zo coherent maar toch individueel, zo expressief maar ook minimalistisch. De soepele bewegingen bestaan uit vele details maar tegelijkertijd zijn ze geïmproviseerd. Het onvermijdelijke contrast dat de dansers hier hebben neergezet, laat de kijker een levend deel uitmaken van een kunst in hogere sferen.  

© Rob Stevens

Sweet thing (2020) // FILM

‘Sweet Thing’, een esthetisch hoogstandje van regisseur Alexandre Rockwell vulde al snel het grote scherm. Emotioneel zwaar met een ontladend effect. Een meeslepend verhaal dat door poëtische filmtechnieken geniaal tot zijn recht komt.

In deze zwart-wit film representeert de hoofdrolspeelster een tienermeisje dat voor haar papa en klein broertje zorgt. Haar naam is Billie, vernoemd naar de tijdloze zangeres Billie Holiday. Wanneer ze in haar hoofd een conversatie voert met haar grote idool, wordt dat uitzonderlijk momentje van geluk in vage kleuren uitgezonden. Billie’s leven is grijs en grauw, maar haar fantasie bevat kleur, liefde en vrede. Hoewel hun vader een problematisch alcoholprobleem heeft, is de kijker getuige van een wederzijdse liefdesband tussen vader en kinderen.

De belangrijkste basisbehoefte van een kind, is de permissie om kind te zijn’, zo klinkt wel de essentie van ‘Sweet thing’. Dit wordt gevisualiseerd doordat de kinderen inbreken in een ravissante villa. Opvallend hier is dat ze niks stelen maar gewoon plezier maken. Eten wordt uit de koelkast verslonden, rijke kleding wordt gedragen als een model op de rode loper… Deze neerzetting beaamt de sterkte van Rockwell. Hoewel het stereotiepe plot niet heel vernieuwend blijkt, barst de film van symboliek en gevoel. De filmtechnieken zijn eveneens een genot voor het oog. Dramatische close-ups laten emoties genadeloos vloeien langs het publiek. Het doel van de film is bereikt: filosoferend over klein geluk verlaat de kijker de cinema en wordt stevig met de voeten op de grond geplaatst. Een prachtige realisatie.

DOLLY BING BING // PERFORMANCE

A glamorous alien popstar’; zo omschrijft performancekunstenaar en zangeres DOLLY BING BING zichzelf. De performance die ze neerzette – middenin een cirkel gevormd door het publiek – had ook iets bovennatuurlijk. Haar engelachtige en zuivere stem weet je diep mee te zuigen in elektronische en zweverige melodieën – die soms in sterk contrast staan met de intense en hardere lyrics. Het was lijf tegen lijf, een hypnotiserende show waarin je maar niet genoeg krijgt van hoe lichamen zo kunnen versmelten met muziek, licht en elkaar. DOLLY BING BING weet samen met twee dansers beweging, seksualiteit, queerness en muziek gracieus samen te brengen in één uitdagende en biologerende performance.

© Bart Heleven

DTM Funk // DJ

Take-Off UUR KULTUUR werd afgesloten door de immer overtuigende DTM Funk die op meesterlijke wijze soul en groove, oud en nieuw aan elkaar mixt. Een perfecte uitgeleide voor een spektakel van een avond.

Tekst: Jasmien Van de Beek en Celine Verhaest

Anne Teresa De Keersmaeker/ Rosas – Fase, four movements to the music of Steve Reich

Een minimalistische, postmodernistische dansvoorstelling. Dat klinkt u waarschijnlijk heel complex en duur in de oren, maar het tegendeel is waar. ‘Fase, four movements to the music of Steve Reich’ is enkel en alleen moeilijk door zijn eenvoud, want misschien is dat juist wat slecht te begrijpen is voor ons: ongedwongen, haast kinderlijke eenvoud. Want hoewel minimalisme ertoe aanzet om te minderen, en ons ervan bewust maakt dat wij allemaal beter wat minder zouden consumeren of wat minder zouden moeten spreken, laat ‘Fase’ mij vooral achter met een gevoel dat we allemaal wat meer zouden moeten dansen. Anne Teresa De Keersmaeker laat ons in vier bewegingen zien hoe we dat heel mooi kunnen doen.

De Keersmaeker brak al in 1982 door met haar tijdloze voorstelling ‘Fase, four movements to the music of Steve Reich’ en weet ons na al die jaren nog steeds te bekoren met haar prachtige samenwerking tussen choreografie en muziek. De bewegingen zijn simpel, alledaags en haast kinderlijk, maar de krachtige uitvoering staat daarmee in fel contrast. De kleine, tot in het oneindige herhaalde muziekcellen van Steve Reich delen de tijd in, de bewegingen de ruimte. Alles is één herhalend geheel, één trance die je nog dagenlang achterna volgt.

De eerste fase begint sober. Golvende pianomuziek legt zich als een rustige zee onder de zwaaiende en draaiende bewegingen van de twee danseressen. Eerst synchroon, later komen ze bijna ongemerkt tot een aanraking. De twee vrouwen zijn gekleed in een witte jurk, witte sokken, witte schoenen en hun witte melkhuid gaat haast over in het witte doek achter hen, waar zich nog drie schaduwen bevinden. Een schaduw per danseres en één van hen samen. Twee vrouwen, drie schaduwen. De bewegingen zijn zacht en als je goed kijkt zelfs vrolijk, want ze lachen. Het dansen lijkt zo plezierig en zo ver weg van onze dagelijkse bewegingen, alsof we vergeten zijn hoe onefficiëntie voelt, hoe schoonheid ook in herhaling kan liggen, soms anderhalf uur lang.

© Anne Van Aerschot

‘Come out’ is de tweede, elektronisch klinkende, fase van de voorstelling. De twee danseressen bewegen nu niet langs een horizontale lijn, maar hun bewegingen vertrekken vanuit eenzelfde punt. De donkeroranje café-lampen boven hun stoelen contrasteren met het eerst zo heldere witte licht en laten ons kennismaken met een nieuw licht op minimalistische dans. De bewegingen zijn deze keer krachtiger, onverwachter en zowel fysiek als emotioneel heftiger. Deze keer niet synchroon, maar in een soort canon volgen de energetische bewegingen elkaar op. De sporadische, uitbundige glimlach en het oogcontact van de danseressen breekt met de kracht die de bewegingen uitstralen en maakt het gehele beeld nog menselijker. Dit is wat we nodig hadden, denk ik. Dit is waar het publiek zo stil mogelijk naar hoopte. Samen naast elkaar zitten, samen kijken naar mensen die elkaar soms bijna aanraken en daar zoveel plezier uithalen. Alsof het terug de eerste keer is, alsof we terug mens mogen zijn.

De vioolfase die daarop volgt is gevisualiseerd door de prachtige solodans van Yuika Hashimoto. Voor deze derde fase wordt de ruimte ingedeeld in een grote cirkel, de derde geometrische vorm. Het ronde vlak doet denken aan een balzaal en de cirkeldansen die daarin plaatsvinden. De bewegingen strekken zich voornamelijk uit over de rand van het ronde licht en lijken de grenzen tussen licht en donker te verkennen. Soms nodigt de danseres zichzelf uit in het midden van de cirkel, soms volgen haast zwemmende bewegingen elkaar op aan de uiterste rand ervan. Maar steeds zit er een soort lichtheid in haar dansen, een soort verwondering die ons meeneemt naar een kindertijd die we niet kennen.

Ten slotte sluit de voorstelling af met een kortere fase ‘clapping music’. Opnieuw komen de twee danseressen op een horizontale lijn het podium op. De verschillende tijdsintervallen waarin ze de geschokte bewegingen uitvoeren hebben haast een komisch effect. De twee handklappatronen van de muziek worden elk vertolkt door een danseres en verschuiven zich zowel in de ruimte als in de tijd/muziek. Zoals in alle delen van de voostelling zijn de bewegingen zo ongedwongen, harmonieus en gewoonweg heel mooi om naar te kijken.

Nog voor ik de Soetezaal van het STUK binnenwandelde donderdagavond, stond er op een rechtermuur de vraag geschreven of we ons nog konden herinneren wanneer de laatste keer was dat we niets deden, en hoe dat voelde. Ik weet gelukkig nog wanneer dat was. Ik weet gelukkig ook nog dat dat haast even vrij en onbezonnen aanvoelde als naar deze dansvoorstelling te gaan kijken.

Fase, four movements to the music of Steve Reich, danseressen: Yuika Hashimoto & Laura Maria Poletti, wo 29 & do 30 sep, vr 1 & za 2 oktober in STUK (Soetezaal), korting met cultuurkaart.

Het leven, een pauzeknop: waarom je de gratis expo ‘Look at us now’ niet mag missen

Welke rol speelt technologie in ons overdonderende dagelijkse leven? Is ze een overprikkelende tijdbom die ons leven overneemt, of net het laatste redmiddel om de planeet te redden? Met Look At Us Now serveert STUK een intrigerende selectie hedendaagse kunst, die het keurslijf van de anderhalvemeterexpo niet ziet als een obstakel, maar als een witruimte waaruit iets moois kan ontstaan. En die soms aanvoelt als een mokerslag, soms als een meditatieve cocon, maar het vaakst als iets aangenaams ertussenin.

© Joeri Thiry / STUK

Ik wandel de trappen van het STUK op, de zon schijnt op de vertrouwde puddinggele tegeltjes. Een aangenaam lentebriesje waait me tegemoet, samen met het geluid van stemmende strijkers. In sommige geluiden voelt het alsof je thuiskomt, en dat doe ik in die lawine van do-, sol-, re-, la- en mi-snaren. Maar wat ik hoor zijn geen van muzikanten van vlees en bloed, maar een video-installatie van Trevor Paglen, waarin een strijkkwartet Debussy’s String Quartet in G Minor inoefent. Bovenop de beelden springen allerlei kadertjes en cirkeldiagrammetjes heen en weer. Het is het denkwerk van AI-algoritmes, die de muzikanten en alles rondom hen proberen te herleiden tot objecten die ze herkennen – nee, sukkel, een muziekstaander is geen fietswiel. En dan wordt het stil en verdwijnen de hokjes en cijfertjes uit beeld. De muzikanten barsten in lachen uit wanneer een altvioliste de tel kwijtraakt, de camera zoekt close-ups van hun gezichten, er verandert iets in de ruimte.
Ik slik. Hoewel het werk dateert uit 2018, komt het bij me binnen als een zoektocht naar de essentie van cultuur, wanneer die opgesloten zit achter beeldschermen en de live-ervaring nog nooit zo ver weg heeft gevoeld. Alsof dit – excusez le mot – kutjaar de snaren van mijn emoties heeft doen springen, en ik er nieuwe moet aanspannen en zachtjes bijstemmen, voorzichtig zoekend.

Look At Us Now is een meer dan geslaagde poging om de gevoelige snaren die kunst bij ons raakt weer bij te stemmen. In de marge van AND&, een stadsfestival rond innovatie, pakt STUK uit met wat lijkt op een lightversie van het Artefact Festival: een tentoonstelling die onze condition humaine fileert met een eigenzinnige selectie van hedendaagse kunstenaars die goochelen met video’s, soundscapes en artificiële intelligentie. Deze keer is de centrale vraag wat de gevolgen van die innovatie kunnen inhouden, en valt de keuze op kunstenaars die “het directe, expliciete pad vermijden en ervoor kiezen te intrigeren, te bevragen of misschien zelfs te verleiden”. Het klinkt als een abstracte en misschien wel té ambitieuze thematiek, maar de toegankelijke en gevarieerde invulling houdt het resultaat mooi in balans.

Hoe snel dat verleiden omslaat in complexe vragen over kwesties zoals het klimaat en onze toekomstvisies, wordt bijvoorbeeld heel tastbaar in het Stadspark. Daar is niet alleen de enorme, kruipende opblaasfiguur van Amanda Parer een verplichte halte tijdens je stadswandelingen, maar ook de installatie Clams (2019) van Marco Barotti. Het lijkt een deken van plastic schelpen langs de vijver, waaruit een schril gegalm weerklinkt dat een koppig duet aangaat met de eenden. Maar in werkelijkheid staan de schelpen in verbinding met een systeem dat de watervervuiling in de Vaartkom registreert, en die transponeert tot geluidseffecten. Dezelfde dubbelzinnigheid ervaar je in het indrukwekkende National Apavilion of Then and Now van Haroon Mirza. In de white cube van de STUK-studio staat een black box van geluidsdicht schuim, waarin je je even kan terugtrekken in het hier en nu. Maar na een minuut voel je vooral onbehaaglijkheid. Hebben we het in ons drukke bestaan afgeleerd om om te gaan met zo’n leegte? En hoe triest is het dat zo’n drastische oplossing überhaupt nodig is om rust te vinden?

Het tentoonstellingconcept doet misschien aan als een zoethoudertje in afwachting van betere tijden zonder ontsmettingsgel en reservatieslots, maar is dat allesbehalve. Het minieme aantal werken eigent zich volledige expozalen toe en waaiert uit over drie locaties. Zo ontstaat er een ongeziene ademruimte die je nodig hebt om te mijmeren over het thema, en die je bij traditionelere tentoonstellingen al snel kwijtraakt. Bovendien creëert die less is more-filosofie ook het ideale decor voor monumentale werken. Zoals een installatie waarin de Zwitserse geluidskunstenaar Zimoun 168 enorme kartonnen dozen op elkaar stapelde, op elke doos een klein hamertje bevestigde en vanuit de optelsom van die repetitieve slagjes een hypnotiserend geruis creëert. Wanneer kan je zo’n overdonderende microkosmos ooit nog volledig voor jou alleen hebben?

De titel Look At Us Now leest als een bevel. Toch ambieert de expo geen definitieve handleiding bij het leven te zijn, eerder een pauzeknop om in te drukken wanneer het in deze hectische tijden even te veel wordt. Je kan de imperatief invullen zoals je het zelf wil, kritisch over hoe het verder moet met onze samenleving, of net optimistisch. Ik hou het alvast bij het hier en nu, heel eenvoudig: ga die tentoonstelling bekijken, nu.

Look at us Now – van dinsdag 20 april tot zondag 25 april – STUK (Naamsestraat), KADOC-kapel (Vlamingenstraat) en Stadspark

Gratis toegang, maar reserveren is verplicht via de STUK-website.

“Hey, you can be my girlfriend outside for two minutes”: Angela Washko over games, feminisme en pick-up artists

“Hey, you can be my girlfriend outside for two minutes”: het lijkt misschien een misplaatst grapje, maar het is wel degelijk één van de pick-up lines die bekende verleidingscoaches aanraden aan mannen om vrouwen te versieren. Angela Washko wil bruggen bouwen tussen deze vertegenwoordigers van de ‘manosphere’ en het hedendaags feminisme. Ze gaat op zoek naar nieuwe fora om te discussiëren over feminisme, gendergelijkheid en de scheefgetrokken machtsstructuren in de media. In de expo ‘A point of view’ verzamelt ze vier eerdere werken van haar, alle vier mediakunst, alle vier even sterke eye-openers.

Het is vrijdagavond. Onze levens laten zich niet langer leiden door een dodelijk virus en je hebt afgesproken met een goede vriendin in een café om de hoek. Je arriveert, maar ze blijkt wat later te zijn. Om de tijd te doden ga je alvast aan de bar zitten en bestel je een drankje. Je kijkt terug richting de tafeltjes in het café om je vriendin te zoeken, maar je kan maar moeilijk iets zien: ‘several men are blocking your view’. Het is de startsituatie van The Game: The Game.

Beeld uit ‘The Game: The Game’

Het café lijkt deze avond décor te spelen voor een workshop ‘vrouwen verleiden’ en je wordt door verschillende mannen aangesproken. Prachtig dreigende muziek van Xiu Xiu begeleidt je in The Game:The Game doorheen intense conversaties met zes cassanovas die jou graag mee naar huis willen nemen: een flatterende, toch vermoeiende gedachte. Je hebt telkens een aantal antwoordmogelijkheden, op die manier kan je zelf het spel sturen en vooral merken hoe hardnekkig deze mannen zijn in het ‘verleiden’ en hoe weinig er eigenlijk naar je replieken wordt geluisterd. Het zijn dan ook niet voor niets technieken en pick-up lines van bekende pick-up artists als Roosh V, die onder andere beweert dat ‘all human resistance can be broken down with enough pressure’. ‘The Game:The Game’ biedt de speler de mogelijkheid om de verschillende verleidingstechnieken te verkennen en om aan te voelen hoe het is om op die manier benaderd te worden, wat voor de ene persoon (lees: man) al verrassender kan zijn dan voor de andere.

Toch wil Washko de pick-up artiesten niet per se in een slecht daglicht brengen, ze wil vooral het perspectief van vrouwen in dergelijke situaties tonen en hen ook helpen dit soort strategieën beter te kunnen identificeren. “Ik denk dat het heel goed mogelijk is om empathisch te zijn tegenover mannen die deze ideeën aantrekkelijk en nuttig vinden voor het opbouwen van vertrouwen om vrouwen te benaderen en te ontmoeten … en toch kritisch te zijn tegen die pick-up artiesten’, aldus Washko.

 © Illias Teirlinck

Naast deze feministische game kan je bij ‘A point of view’ ook terecht voor de videoreeks ‘Heroines with Baggage’. Deze montage van gamescènes is een grappige, maar ook zeer rake illustratie van de karakterisering van de vaak zwakke en onderdanige vrouwelijke personages in videogames. Je ziet een verzameling van geanimeerde vrouwen die uitbarsten in emotionaliteit, angstig zijn, sterven of hun mannelijke tegenspelers om hulp vragen omdat ze te zwak zijn: stereotyperingen die ook vandaag soms nog pijnlijk zichtbaar zijn in media en maatschappij.

Ook in de game ‘World of Warcraft’ kwam de Amerikaanse artieste vaak vrouwonvriendelijke, homofobe, racistische en discriminerende taal tegen. In ‘The Council on Gender Sensitivity and Behavioral Awareness in World of Warcraft’ gaat Waschko als personage in gesprek met andere spelers over hedendaags feminisme, de behandeling van vrouwen in het spel, inclusiviteit en verworven rechten. The Councel was een manier om een veilige plaats te creëren voor spelers die zich buitengesloten of beledigd voelden en heeft ook als doel om andere spelers zich hier bewust van te maken. Op de geprojecteerde beelden zie je dat de gesprekpartners vaak zelf niet weten hoe hard deze stereotypen en beledegingen doorsijpelen in hun gedrag. Het onderdrukkende gedrag is dan misschien ook te wijten structurele ontwerpbeslissingen van het spel, eerder dan aan slechte bedoelingen van hun spelers: iets waar Wascko zich tegen wil verzetten.

De expo laat je daarna niet zomaar achter met deze eerder ludieke pogingen tot bewustmaking. Als je nog niet met je neus op de harde feiten gebotst was, dan zal dat wel gebeuren in het slotwerk van de tentoonstelling. In een twee uur durend interview gaat Wascko in gesprek met Roosh V: ‘de meest beruchte vrouwenhater van het internet’ en pick-up artist, al wil hij zichzelf niet zo noemen. Roosh V is immers meer dan dat, hij is een échte ‘man’: een mannelijke, heteroseksuele, normale man. In 2015 had hij al veertien boeken geschreven over hoe je vrouwen zo snel mogelijk in bed kan krijgen. V moet het niet zo hebben van feministen, of ‘mannenhaters’, en heeft dan ook een heel andere visie op gendergelijkheid dan Washko. Toch schrikt deze radicale visie haar niet af: ze zoekt naar gelijkenissen en compromissen en stelt zich erg bemiddelend op gedurende het hele gesprek, haar geduld en begrip is bewonderingswaardig. Dit ondanks de soms onmogelijke houding van Roosh V, die vooral duidelijk wil maken dat vrouwen maar beter geen stemrecht hadden en dat de wereld de verkeerde kant op gaat met haar Westerse ideeën van ‘gelijkheid’. Een gesprek over ‘dubbele standaarden’, biologisch determinisme en homofobie.

De dominante rode neon verlichting en een muur vol beelden en zinnen uit de game dompelen de bezoeker onder in een totaalbeleving. De vele video installaties maken het echter niet altijd makkelijk om deze volledig te beleven. Door de coronamaatregelen moet je soms best lang wachten voor je een video kan zien en kan het misschien vervelend zijn dat je maar kleine fragmenten kan bekijken van de juist zo boeiende video’s. Toch is ‘A point of View’ een echte aanrader. De thema’s die aan bod komen zijn confronterend, maar daarom juist een heel nodige bewustmaking en goede aanzet om erover te praten: if a conversation is hard, it’s probably the one worth having.

A point of View is nog tot 25/4 te zien in het STUK in Leuven, gratis met cultuurkaart

Tender Men – Koen De Preter

“Tederheid is discreet, niet-analytisch en tolerant, tedere bewegingen zijn gericht op zacht aanraken en zacht koesteren.” Zo omschrijft psycholoog Nico Frijda het thema van het nieuwste stuk van Koen De Preter. ‘Tender Men’ gaat over de schoonheid en het ongeremde van een aanraking, over de misverstanden die ze oproepen en over het opzoeken en verbreken van grenzen in genderrolpatronen.

Spots verlichten de dansvloer, een verwachtingsvolle stilte maakt zich van ons meester. Het is dinsdagavond 20 oktober in het STUK en mensen zijn haast vergeten hoe het voelt om aangeraakt te worden. Iedereen zit hier om te kijken hoe dat er nu weer uitziet, affectie, intimiteit. Tussen mannen weliswaar. Want hoe ziet dat er eigenlijk uit? Hoe ziet het er uit om onze ongeschreven regels rond gender, en de daarbij horende lichaamshoudingen, overboord te gooien en zich gewoonweg te bewegen als ‘mens’?

De eerste blikken zijn naar ons, het publiek, gericht. Ik kijk terug en onze ogen raken elkaar. De dansers verkleinen de afstand in de zaal en laten ons toe om hen aan te kijken, te aanschouwen hoe zij circulerende bewegingen maken, elk losstaand van elkaar, elk in hun eigen identiteit. En dan is er die eerste aanraking, er speelt een soort verwondering waarin we ons allemaal kunnen terugvinden. Aftastend zoeken ze hoe ze elkaar kunnen aanraken en of dat wel aanvaard wordt. Afzonderlijk gaan ze verder in hun eigen bewegingen, hun eigen lichaamstaal en vinden elkaar dan terug in een kus. Kussen waar geen romantiek mee samenhangt, enkel het verlangen naar bevestiging, naar een vertrouwensband die verdergaat dan stereotype interpretaties.

“Ik wil de voorstelling laten graven naar wat mannen kan binden en straffe beelden creëren. Ik wil een publiek laten stilstaan bij hoe ze naar mannelijkheid kijken en tegenkleuren aanbieden: verwarren en boeien, treiteren en triggeren. ‘Tender Men’ wordt een voorstelling over ambiguïteit, over het herevalueren van non-seksuele aanraking, over hoe mannen met elkaar om zouden kunnen gaan in een wereld zonder homofobie.” – Koen De Preter

De gehele choreografie uit zich in een wisselwerking tussen sociaal aanvaarde aanrakingen tussen mannen, en een sensualiteit die dat nog lang niet is. De dansers ontdekken en voelen. Ze knuffelen, houden vreugdevol elkaars handen vast en tonen hun emoties. Totdat ze lijken te beseffen dat dat niet kan, omdat anderen kijken. Ze beginnen elkaar op de schouders te kloppen en gaan over tot aanrakingen die wel genormaliseerd zijn: elkaar vastnemen bij de schouders zoals bij sportwedstrijden, spelend en trekkend als kinderen, dansend als ‘La Dance’ van Matisse. Stoerheid en tederheid wisselen elkaar af. En soms komen ze samen, versmelten ze in elkaar. Elke beweging wordt evenwaardig, elke aanraking wordt mannelijk.

De kritiek op genderstereotypen en verwachtingen komt nog meer tot uiting wanneer De Preter ook objecten die buiten het lichaam staan betrekt in het stuk. De dansers wassen zich en trekken andere kleren aan: misschien om hun ‘zonden’ weg te wassen, misschien om de blikken van de buitenwereld van zich af te zetten en hun nieuwe zelf te laten zien. Ook de sterke belichting met een zaklamp werkt intrigerend: één voor één worden de gezichten van de dansers onderzoekend belicht, alsof ze in een verhoor zitten. Maar wat hebben ze misdaan? Wat is er nog fout en wat wordt al aanvaard door onze samenleving?

“Mais la tendresse est un mot qui s’applique infiniment plus aux hommes, parce que la tendresse est un jeu égalitaire, entre deux pôles qui sont à égalité. Un homme qui n’est pas tendre, c’est pas un homme.” – Jacques Brel

‘Tender Men’ zet aan tot nadenken. Moeten we in een post-corona tijd naar een samenleving met meer aanrakingen? Kan tederheid ook gezocht worden in formelere of niet-romantische relaties en kan het bovendien misschien een gedeeltelijke oplossing zijn voor toenemende psychische problemen (bij jongeren)? En vooral: kan intimiteit losgekoppeld worden van romantiek en seksualiteit bij mannen? Hoe zacht mogen mannen zijn zonder aan mannelijkheid in te boeten?

Choreografie en concept: Koen De Preter/ dans en choreografie: Souleymane Sanogo, Po-Nien Wang, Benoît Nieto Duran, Johhan Rosenberg/ licht: Fudetani Ryoya/ dramaturgisch advies: Nienke Reehorst/ kostuums: Atelier Marie Dries/ zakelijke productieleiding: Lenneke Rasschaert/ techniek: Eva Dermul/ geluidsmontage: Koen De Preter/ fotografie: Stanislav Dobak/ spreiding: Vincent Company

Met een cultuurkaart krijg je allerlei kortingen op voorstellingen in het STUK. ‘Tender Men’ loopt nog tot eind april in verschillende cultuurcentra over heel Vlaanderen.

UUR KULTUUR TAKEOFF

Donderdag 8 oktober zette UUR KULTUUR het academiejaar in met een ruim aanbod aan coronaproof ‘cultuurparcours’ in het STUK. Onder andere Flying Horseman, (kort)films, een virtuoze jongleer-act en robots zijn de revue gepasseerd. 

Forced Labor: Arena – Een bewogen toekomst?

Artificiële intelligentie ontmoet dans.  Een kijkje in de toekomst of dead on arrival? Maak in ‘Forced Labor: Arena’ kennis met de futuristische hersenspinsels van choreograaf Ugo Dehaes.

Er heerste een sceptische, doch lichtjes uitgelaten stemming toen de deuren van deze tentoonstelling open zwierden. AI en dans? Zal AI ooit in staat zijn tot het begrijpen en voltooien van deze zowel fysiek als emotioneel complexe manier van zelfexpressie? Ugo Dehaes experimenteert alvast met het idee en stelt zichzelf de vraag of ook de culturele sector volledig weggecijferd kan worden door AI.

Wie iets kent van het leerproces van AI, weet dat AI zichzelf zaken aanleert aan de hand van data input. Ook AI die zichzelf leert dansen, vormt hier geen uitzondering op. Als bezoeker van ‘Forced Labour: Arena’ doet je menselijke visie op dans dienst als data input van deze acht robots. 

Bij het betreden van de zaal wordt het al snel duidelijk dat niet elke robot op dezelfde manier data verzamelt. Terwijl de ene robot leert aan de hand van menselijke affirmatie, danst de andere door rechtstreekse menselijke manipulatie. 

Daarnaast valt het ook op dat de robots er verschillende ‘dansstijlen’ op nahouden. Zo lijkt de ene robot al organischer te bewegen dan de andere. Deze illusie wordt deels mogelijk gemaakt doordat bepaalde robots niet meer te identificeren zijn als een louter stuk technologie. Op dit vlak steken twee modellen er met kop en schouders bovenuit. ‘Mob’ en ‘dead animal’ voelen zowel meer herkenbaar als meer buitenaards aan. Beide modellen zijn aangekleed, de ene in textiel, de andere in een verschrompelde siliconen huid. 

‘Mob’ ©Marie-Maxine Gieskens

Vooraleer ik aan dit experiment begon, was ik er van overtuigd dat AI nooit de mens kon vervangen in artistieke processen, maar de juiste aankleding maakt het idee van een artistieke symbiose tussen robot en mens een pak aannemelijker. Deze robots blijven voorlopig nog volledig afhankelijk van menselijke input en komen vooral zeer onwennig over, maar wie weet spreken we daar over enkele jaren alweer anders over.

Forced Labor: Arena’ is alvast een aanrader voor iedereen die kickt op AI, interactieve kunst, experimentele dans en ethische vraagstukken!

UURKULTUUR: TAKEOFF – Forced Labor: Arena door Ugo Dehaes – STUK – 8 oktober 2020 – gratis voor cultuurkaarthouders.

Am I really free?

Bij het betreden van de expozaal wordt je aandacht meteen gegrepen door een bigger than life gevecht tussen arend en drone. ‘Aquila non capit muscas’ werkt zo innemend dat je pas achteraf beseft hoe vreemd het is om een arend en drone op extreem gedetailleerde wijze te zien vechten. Het is de repitieve kinderstem ergens in de verte die je aandacht uiteindelijk doet afzwakken van het spektakel. Am I really free? Am I really free?…

Aquila non capit muscas’ © Mircea Cantor

De kracht van Mircea Cantor, de multidisciplinaire artiest achter deze tentoonstelling, ligt in de tegenstellingen die zijn beelden tot leven brengen. Drone versus Arend. Technologie versus natuur. Transparante plexiplaten versus verblindende zonnestralen. Doorlating versus weerkaatsing. Kinderlijke onschuld versus existentiële vraag. Ook als je de achterliggende boodschappen van de kortfilms niet kent, nestelen de beelden zich in je geheugen. De eenvoud van de beelden – let op technische eenvoud is ver te zoeken – werkt hypnotiserend en speelt op verrassende wijze in op je zintuigen. Je lijkt als het ware de kortfilms zelf te beleven. Je vliegt mee, voelt zand, gras en de warmte van de zon op je huid. Op deze manier lijkt Cantors werk in te spelen op fundamentele menselijke gevoeligheden. Cantors visie levert – zoals curator Karen Verschooren zelf beaamde – iconisch beeldmateriaal op.

Dit semester vormt ‘Am I really free’ de uitgelezen kans om jezelf te verdiepen in de wereld van kortfilms! 

UURKULTUUR: TAKEOFF – Am I really free? door Mircea Cantor – STUK – Curator: Karen Verschooren – van 7 oktober tot en met 13 december 2020 – Gratis zonder reservatie.

Stuiteren door niemandsland: Man Strikes Back op TakeOff UUR KULTUUR

Een jongleur tegenover een drummer, twee grijze pionnen in een abstract landschap als een omgevallen blokkendoos. Wat begint als licht verteerbaar spierballengerol voor jong en oud, ontvouwt zich tot een entertainende én ontroerende multimediale timelapse van de strijd tussen mens en technologie. Om écht meer vragen dan antwoorden op te roepen blijkt die frontlinie al iets te fel platgetreden, maar verfrissend is Post uit Hessdalens performance “door mens en robot, voor mens en robot vanaf 6 jaar” absoluut.

Een oorverdovende knal op het drumstel en een spot op het gezicht van jongleur Stijn Grupping, die een balletje laat vallen op het schuine zijvlak van een van de driehoekige blokken op de scène. Het ding stuitert naar een andere driehoek, en wat volgt is een kettingbotsing van steeds sneller bliksemende ballen, aangedreven door de beats van drummer Frederik Meulyzer. Dan een versnelling hoger, met meer ballen, lichtgevende ballen, drums die oplossen tot vloeiende synths. De basisingrediënten van een avond met Post uit Hessdalen zijn onmogelijk in één genrehokje te plaatsen, en ambiëren dat ook allerminst. En dat recept werkt. Hoewel de leeftijd van het STUK-publiek op donderdagavond aanzienlijk hoger ligt dan de eigenlijke doelgroep van circusperformances, doet elke variatie op het thema menig toeschouwer mee promoveren tot een soort stuiterbal, gehoorzaam meeknikkend met zijn ogen achter de balletjes aan. Verrassing en voorspelbaarheid liggen hier – op een goede manier – dicht bij elkaar.

Tussen het rood-wit en paars-geel van de spots op alle ballen en driehoeken – en het schaduwspel van die vormen op elkaar – waan je je haast in een Kandinsky of Rodchenko. Het is ook in die tijdsgeest, en het bijbehorende blindelings vertrouwen in technologische vooruitgang, dat Post uit Hessdalen de mosterd haalde. Precies honderd jaar geleden schreef de Tsjechische auteur Karel Çapek het toneelstuk R.U.R., een dystopische Frankensteinfantasie waarin de vijand voor het eerst de naam ‘robot’ kreeg. Die dualiteit tussen mens en machine – en het constante vervagen daarvan – is een hapklare rode draad door de performance, die nadrukkelijk komt bovendrijven wanneer de blokken volwaardige robots blijken. Ze kunnen niet alleen zonder helpende hand van de jongleur rondjes draaien op het podium, ze verdrijven de artiesten ook letterlijk naar de marge. Terwijl die nog zo hard terugslaan met de mechanische precisie waarmee ze op elkaar zijn ingespeeld. En wat zijn de zeldzame stiltes tussen de scènes in? Imperfecties om te koesteren, of eerder stiltes voor de storm?

Springlevend is het technologiethema absoluut, in tijden waarin algoritmes ons leven beheersen van surveillancestaten tot datingapps. Het treedt in de voetsporen van talloze hedendaagse installatie- en performancekunstenaars, en voor generatie TikTok is het allerminst onvertaalbaar naar kindertaal. Maar om nog origineel te zijn vraagt het wel om een concreet aanknopingspunt, en die uitdaging lijkt Post uit Hessdalen eerder te schuwen dan te omarmen. Over welke mensen en welke robots hebben we het precies? En wat zeggen ze over ons leven vandaag?

Na de robotdans lijkt Man strikes back rustig naar een open einde te kabbelen. Totdat een van de robots enkele seconden voor de finale black-out nog naar de keel grijpt met een weeïge, neuriënde schreeuw, onmiskenbaar menselijk. Als een soort tegenpool van de autotune in popsongs, misschien wel het irritantste voorbeeld van hoe een machine het van de mens overneemt.

Of is die laatste emotionele stuiptrekking net de zwakte van Man strikes back? Alsof de belofte van de titel opeens te nadrukkelijk op de voorgrond treedt en de mens definieert als terugvechtende underdog, in plaats van alle labels even los te laten. Niet meteen nodig bij een voorstelling die drijft op de ambiguïteit waarmee mens en robot elkaar ten dans vragen, af en toe elkaars vaarwater betreden en elkaar naar een hoger niveau tillen. En die wat de vorm betreft al een uiterst fascinerende zintuiglijke rollercoaster is.