Alleen en toch verbonden, samen en toch eenzaam (Artefact 2020)

Alleen-zijn en eenzaamheid zijn niet noodzakelijk synoniemen. We zijn allemaal wel eens alleen en terwijl sommigen zich daarbij ongemakkelijk voelen en liefst omringd worden door veel mensen, koesteren anderen juist die tijd voor zichzelf. Artefact, het jaarlijkse kunstenfestival van het STUK, onderzoekt in de nieuwe editie onder de titel “Alone together” hoe alleen-zijn en eenzaamheid zich tot elkaar verhouden en hoe de (steeds meer digitale) samenleving mee verantwoordelijk is voor de eenzaamheid, maar ook middelen tot verbondenheid aanreikt. Voor de expo selecteerde curator Karen Verschooren 23 binnen- en buitenlandse hedendaagse kunstenaars die via video-installaties, schilderijen, fotoreeksen, dans performances en andere media exploreren welke vormen eenzaamheid kan aannemen. 

Een expo in het STUK is steeds een beleving; al wandelend door de verschillende zalen,  doorkruis je allerlei werelden. Soms kom je zo zelfs terecht in de woonkamer van een van de kunstenaars. Molly Soda laat je binnenwandelen in haar gereconstrueerde leefwereld, waar je omringd wordt door video’s waarop de Puerto Ricaanse kunstenares haar online communicatiegedrag in beeld brengt. Op die filmpjes is te zien hoe Soda, alleen in haar kamer, via sociale media virtueel verbonden is met honderden bekenden en onbekenden. In Me singing stay by Rihanna staat Soda bijvoorbeeld centraal in een mozaïek van video’s waarop meisjes van over de hele wereld hun ziel blootleggen door ‘Stay’ van Rihanna te zingen. Ze doen dat allemaal alleen, maar zijn verbonden door het lied. 

Me singing stay by Rihanna, Molly Soda ©Molly Soda

Je kan dus alleen en toch verbonden zijn, zelfs zonder het te weten. Omgekeerd kan je je ook eenzaam voelen in een groep mensen. Volgens de Japanse kunstenaar Meiro Koizumi is de metro van Tokyo een goed voorbeeld van zo’n plaats waar veel mensen samenkomen, maar iedereen een masker opzet en in zichzelf gekeerd is. Hij huurde twee acteurs in die in snikken moesten uitbarsten en filmde de reacties van de omzittenden. Zou een hevige emotionele uitbarsting hen uit hun cocon kunnen lokken? Dat bleek niet het geval: de passagiers negeerden de acteur, begonnen ongemakkelijk te schuifelen of verlieten de metro, maar boden geen zakdoek of luisterend oor. De hyper-individualistische Japanse samenleving lijkt het vermogen tot empathie af te breken – maar zou het er in België beter aan toe gaan?

Ook de foto-installatie I’m here project van de Japanse Atsushi Watanabe raakt een gevoelige snaar. Hij brengt de levensstijl Hikikomori in beeld, die een extreme sociale afzondering inhoudt. Dat is geen marginaal fenomeen: alleen al in Japan leven meer dan 1,2 miljoen mensen volledig opgesloten in hun huis. Drie jaar lang was ook Watanabe een hikikomori. Op de laatste dag van de opsluiting fotografeerde hij zichzelf en zijn kamer. Daarna begon hij ook de (vaak chaotische) kamers van andere hikikomori’s vast te leggen, die voor een lange tijd hun enige leefwereld zijn. Op die manier wil hij de isolatie doorbreken en het fenomeen meer zichtbaarheid geven. 

I’m here project, Atsushi Watanabe ©Maya Toebat

De expo buigt zich niet alleen over eenzaamheid, maar ook over de nood aan verbondenheid. Mehtap Baydu vatte bijvoorbeeld het project op om met t-shirts van de belangrijke mannen in haar leven – vrienden, collega’s, schoolgenoten, maar ook de eigenaar van de kiosk waar ze vaak winkelt – een cocon om zichzelf te breien. Ze voerde het project in afzondering uit en wil zo tonen dat alleen-zijn ook een positieve ervaring kan zijn, op voorwaarde dat je omringd bent door een warme, veilige cocon van de mensen om je heen.

Het idee van een cocon komt ook terug in het werk van Annette Messager. Zij creëerde de wandsculptuur Sleeping Heart, een hartvormige slaapzak met twee reikende handen, die deel uitmaakt van de reeks Sleeping Songs, waarin ze sculpturen maakt met slaapzakken, dekbedden en jassen. Sleeping heart stelt een cocon van de liefde, vriendschap voor, maar toont hoe verbondenheid nooit een volledig samenvallen is: de twee slaapzakken vormen samen een hart maar blijven op zichzelf bestaan en ook de twee handen raken elkaar maar net. Daarmee draagt Messager geen pessimistische boodschap uit; ze wil juist tonen hoe mensen zelfstandige individuen zijn die toch een grote warmte voor elkaar kunnen voelen. 

Sleeping Heart, Annette Messager ©Maya Toebat

Deze kunstwerken zijn nog maar een greep uit de diverse en prikkelende expo, die het actuele en herkenbare thema van alleen-zijn onder handen neemt. Artefact weet ook dit jaar hedendaagse kunst en maatschappelijke uitdagingen te verbinden en betrekt je via beelden, geluiden, sculpturen, tekeningen en veel meer in de vaak zeer persoonlijke en kwetsbare kunstwerken. De expo is helemaal gratis dus als je langs het STUK passeert, is het zeker de moeite waard om eens een kijkje te nemen. Toch is een diepgaander bezoek, bijvoorbeeld via een gratis rondleiding (waarvoor je je hier kan inschrijven), ook een absolute aanrader. De tentoonstelling maakt bovendien deel uit van het groter kunstenfestival Artefact, waarbij tal van concerten, films, lezingen, workshops en zelfs een kunstroute doorheen de stad het alleen- en samenzijn in vraag stellen. 

Artefact Expo 2020: Alone together // STUK (Naamsestraat 96, 3000 Leuven) // 13/02 tot en met 01/03 // gratis 

Meer info over de evenementen tijdens het Artefact kunstfestival vind je via deze link

Lang zal de kortfilm leven: onze tips voor het 25ste Kortfilmfestival

Het Kortfilmfestival blaast dit jaar 25 kaarsjes uit en viert dat met een pittig programma van 100 kortfilms op een week tijd, zowel Vlaamse toppers als een verrassende internationale selectie. Voor moeilijke beslissers zijn de compilaties waaruit het schema is opgebouwd alvast een godsgeschenk: in elk programmablok waarvoor je een ticket koopt, krijg je 5 tot 10 films te zien – sowieso waar voor je geld dus. Zie je zelfs dan door het bos de bomen niet meer? CLUB KULTUUR helpt je  op weg in de strijd met de embarras du choix.

Decor wordt film: het debuut van Rinus Van de Velde

Wie Rinus Van de Velde zegt, zegt muurbrede houtskooltekeningen met raadselachtige citaten. Aan zijn doordachte composities gaat heel wat geëxperimenteer met kartonnen modellen en fotografische ontdekkingstochten vooraf. Die making of had voor Van de Velde zoveel potentieel als volwaardig filmdecor dat de stap van het canvas naar het witte doek snel gemaakt was. Zijn kartonnen universum wordt van achter de schermen tevoorschijn gehaald in zijn eerste kortfilm The Villagers. Wil je Van de Velde zelf aan het woord horen? Woensdagavond komt hij langs voor een nabespreking bij de compilatie Alternative Realities 1, waar je ook werk ziet van een heleboel andere makers die spelen met de grenzen tussen fictie en realiteitEn als bonus kan je het overstroomde huis uit het decor bewonderen op het binnenplein van het STUK. 

Een best of the best of in 3 episodes

Van het RITCS naar Palm Springs

Bij een jubileumeditie horen herinneringen. Maandag-, dinsdag- en woensdagavond kan je genieten van een selectie van de beste creaties die ooit op het scherm van Cinema ZED te zien waren, uit respectievelijk de periodes 1995-2003, 2004-2013 en 2014-2018. Heel wat filmmakers hebben hun carrière te danken aan het Kortfilmfestival, zoals Michael R. Roskam. In 2004 won hij de publieksprijs met Carlo, 12 minuten vol knullige Limburgers en vlammende auto’s – zowaar een mini-Rundskop waarbij gevoelige kijkers niet hoeven weg te kijken. De recentste ereplaats op de wall of fame gaat naar Provence van Kato De Boeck, een afstudeerproject aan het RITCS dat meteen goed was voor een Ensor en een publieksprijs op het Film Fest Gent. Een elfjarig meisje, haar broer en de Franse zon, meer is er niet nodig voor een poëtisch stukje coming-of-age dat smaakt naar meer.

Focus op animatie

Liefhebbers van de betere animatiefilm komen dankzij het programma AnimaZED al aan hun trekken in Cinema ZED. Ook het programma van Kortfilmfestival biedt heel wat moois in maar liefst twee compilaties die volledig in het teken staan van animatie. Eli is het resultaat van de strijd tussen Amerikaans regisseur Nate Milton en zijn innerlijke demonen: zijn eigen ervaringen met een bipolaire stoornis verwerkt hij in het verhaal over een psychiatrisch patiënt die zijn hulpverleners verbluft met wonderlijke theorieën over de kosmos. Voor mensen die bij het minste hoofdpijntje hun toevlucht zoeken tot dokter Google – geef toe, we’ve all been there – is het Belgische Sous le cartilage des côtes een fijne wake-up call. Fans van dystopische drama’s zoals The Lobster kunnen dan weer genieten van het Frans-Portugese Entre Sombras, dat je meesleept naar een universum waarin mensen die zich niet over durven te geven aan de liefde hun hart bij een bank kunnen inruilen.

Gastland: Griekenland

Gerelateerde afbeelding

Dat de Griekse cultuur uit meer bestaat dan blokken marmer, maakt het Kortfilmfestival meer dan duidelijk door de bloeiende filmindustrie van het land in de kijker te zetten. Een van de artists in focus is Konstantina Kotzamani, die met haar magisch realisme de ene prestigieuze prijs na de andere binnenrijft. Fans van Yorgos Lanthimos kijken waarschijnlijk uit naar Nimic, de nieuwste creatie van de regisseur van The Favourite en The Killing of a Sacred Deer. De ontmoeting tussen een cellist en een onbekende vrouw op de metro belooft alvast heel wat surrealistische beelden en muzikale suspense. Meer bizarre ontmoetingen vind je in The distance between us and the sky, waarin een ontmoeting tussen twee mannen aan een verlaten tankstation uitmondt in een filosofische conversatie over wat ons van de sterren scheidt.

25ste Kortfilmfestival Leuven, in STUK van zaterdag 30 november t.e.m. zaterdag 7 december. Het volledige programma vind je hier. Kortingen voor cultuurkaarthouders. 

Vluchten van Syrië naar het podium

Zet negen Syrische jongeren, voor de burgeroorlog gevlucht, voor een Vlaams publiek en laat hen hun gevoelens bij de oorlog, de vlucht en aankomst in dit vreemde land uitdrukken met de enige communicatiemiddelen die ze in dit tijdelijke moment hebben: lichaamstaal, stemtimbre, spandoeken. Dat is wat regisseur Mokhallad Rasem (Toneelhuis) en doctoraal onderzoeker Sofie de Smet (KU Leuven, UGent) in hun theatervoorstelling “Tijdelijk” doen, die op 20 november in het kader van UUR KULTUUR te zien was. Samen gaan ze op zoek naar wat die aankomst op deze “kust van hoop” voor hen betekend heeft, wat ze ervoor hebben moeten opofferen en achterlaten. Zoekend naar een nieuw begin vragen ze bescheiden om aanvaarding en empathie in het land dat voor hen vervreemdend werkt, niet meer, niet minder.

© Toneelhuis

Wie een eloquent en narratief toneelstuk, een—zeg maar—Shakespeare-tekst over vluchtelingen, verwacht had, was eraan voor de moeite. Rasem staat bekend om zijn fragmentarische theaterstukken, die de lineaire narrativiteit openbreken en opgebouwd zijn uit associatief aan elkaar vasthangende scènes. In dit geval was het ook uit pure noodzaak: in dit tijdelijke heden zijn deze jongeren nog niet helemaal klaar om een monofoon, lineair, Nederlandstalig toneelstuk op te voeren. Bovendien zou het verraad plegen aan de diversiteit en complexiteit van elk individueel verhaal. Het toneelstuk is bijgevolg niet eloquent, niet narratief, niet coherent, niet monofoon, en daarin zit juist de kracht. “Een stem geven” aan dé vluchteling zit er niet in. In plaats daarvan draagt Rasem betekenissen over aan de hand van non-narratieve elementen. Naast de spandoeken, gaat alle aandacht naar de fysicaliteit van de lichaamstaal van de acteur. De regisseur gaat hiermee naar de kern van wat theater is en wat theater kan doen: betekenis overbrengen niet met woord of met beeld, maar met fysieke bewegingen. Het is de fysicaliteit, het lichamelijke aspect, maar ook de intonatie in de stem van het anders onverstaanbare Arabisch, die de emoties het best overbrengen. Het laat Rasem ook toe om voortreffelijk de polyfonie aan ervaringen weer te geven. Elke acteur staat als individu op het podium, met een eigen verhaal en geschiedenis, maar staat verbonden met de andere acteurs door het gemeenschappelijke verhaal van hun gedwongen vlucht uit hun vaderland.

Een weerkerend element is het spandoek, dat hen toelaat om op verbale manier met het publiek te communiceren. De spandoeken herinneren uiteraard aan de protesten van de Arabische Lente, maar dienen ook als communicatiemiddel. Zo bevatten ze associaties die ze maakten met hun vaderland en hun vlucht. Associatie en improvisatie kenmerken het toneelstuk. Heel wat scènes zijn ontstaan uit plotse improvisaties en variaties op hetzelfde gegeven.

Het stuk is opgebouwd uit vier grote delen, die elk een andere aanpak hebben. In het eerste deel is het een litanie aan emoties en associaties, geschilderd op spandoeken. Vervolgens zien we een heleboel tableaux vivants, snapshots uit het leven van een Syrische vluchteling, soms treurig en angstaanjagend, dan weer vrolijk en hilarisch. Interessant was de scène waarin elke acteur de rol van de machthebbende krijgt. Van zodra hij of zij een kroon op krijgt, mag hij of zij de anderen (en soms ook het publiek) commanderen. Alleen de laatste wil zijn macht niet gebruiken, of liever gezegd ‘misbruiken’. Ten slotte ontstaat er een soort van talentenjacht, waarin de acteurs het beste van zichzelf geven, hun one minute of fame, soms met hilarische gevolgen.

Niet onbelangrijk is de functie van het onderzoek van Sofie de Smet. Zij doet onderzoek naar hoe theater kan helpen bij het verwerken van een trauma. Dat dit theaterstuk aan de negen acteurs een fijne ontmoetingsplaats bood en plaats voor zelfontplooiing, zelfaanvaarding en zelfvertrouwen, dat spatte ervan af.

Het stuk is een mooie ode aan de complexiteit van gevoelens in een complex verhaal. De rauwe eerlijkheid en de onverbloemde naaktheid van de acteurs maken van het stuk een kwetsbaar onderzoek naar een nieuw begin in een vreemd continent. Zij zijn niet verslagen door de oorlog of de vlucht, maar zwaar getroffen door het onrecht dat hen van hun vaderland heeft weggescheurd en hen naar onbekende oorden dwong. Tijdelijk is hun situatie moeilijk, maar mits aanvaarding en empathie, laten deze jongeren zeker nog van zich horen.

UUR KULTUUR: “Tijdelijk”, een productie van Toneelhuis, regie en assistentie door Mokhallad Rasem en Sofie de Smet / dinsdag 20 november om 21u in de Soetezaal van het STUK / gratis met cultuurkaart / meer info, klik hier

UUR KULTUUR met een dansende filosoof: Noé Soulier voert Faits et Gestes op

Aan de linkerkant van het podium in de Soetezaal van het STUK staat een klavecimbel. Het gezelschap koos dus op zijn minst gezegd voor een origineel muziekinstrument. De vrouw achter het klavecimbel zit met haar rug naar het publiek toe en geeft met behulp van Johan Jakob Froberger en Bach een extra dimensie aan de voorstelling. De barokke klanken zorgen voor rust bij het publiek en ongetwijfeld ook bij de dansers zelf, omdat ze dan even niet naar hun eigen gehijg moeten luisteren. Toch staat de muziek helemaal niet centraal, of beter gezegd: ze is er de helft van de tijd niet. De dansers begeleiden elkaar dan door middel van het geluid van hun blote voeten op de vloer en af en toe zelfs een krakend gewricht.
com_dans_foto_noe_soulier_faits_et_gestes_web_1_c_chiara_valle_vallominiDe gestes blijven nogal abstract. Als kijker ga je op zoek naar herkenbare uitbeeldingen, en dan begrijp je soms plots dat er zich een onzichtbare voetbal bevindt tussen de vier dansers. Eén van de vijf mensen op het podium roept een ingebeelde vriend (of vijand) op het matje, maar een verhaal is er niet van te maken. Het zou gemakkelijker te begrijpen zijn als er enige vorm van verbale versterking aan te pas kwam.

Moeilijk te volgen, dus, zo af en toe. Het sterkste punt van Faits et gestes is wanneer de dansers zich gezamenlijk op de grond laten vallen, niet voorzichtig maar toch elegant. Vandaaruit voeren ze dan een vaste frase uit, een soort refrein dat doorheen de voorstelling verschillende keren terugkomt. Alle vier de dansers doen hun eigen ding en wanneer ze tegen elkaar opbotsen, volgen ze elkaar in hun bewegingen. Dan bewegen ze zich verrassend synchroon voor een tel of vijf, en gaan dan weer hun eigen weg.noe_soulier_-_faits_et_gestes_c_chiara_valle_vallomini_2

Op het einde van de voorstelling is er één spot die vanuit de coulissen lijkt te komen en zijdelings op het podium schijnt. Het doet denken aan de deur van een gezellig verlichte kamer die openstaat. Een smalle streep podium is verlicht, voor de rest is er niets van het donker te onderscheiden. In die lichtbundel is enkel Noé zelf zichtbaar terwijl hij op de grond ligt. Er is, zoals wel vaker bij hedendaagse dansopvoeringen, geen afgebakende structuur in de vorm van begin-midden-slot. Wanneer het licht plots uitgaat en zo het einde van de voorstelling aangegeven wordt, duurt het even voor het publiek doorheeft dat het voorbij is, en daardoor komt het applaus aarzelend op gang.

Noé Souliers werk komt uit een niche die voor niet-professionelen of leken in het algemeen moeilijk te vatten is. Wie bekender is met de stijl, denkt daar misschien anders over.

Foto’s: Chiara Valle Vallomini
Wat? Faits et Gestes / Wie ? Noé Soulier / Waar ? STUK Soetezaal / Wanneer? Donderdag 26 april 2018 / Hoeveel? €16, met Cultuurkaart €12

Een unicum: Spice Girls in STUK. SNAP XL van fABULEUS en Talitha De Decker

Talitha De Decker, die enkele jaren geleden afstudeerde aan Fontys Hogeschool voor de Kunsten, ontwikkelde samen met fABULEUS de dansvoorstelling SNAP XL, gebaseerd op haar eindwerk van in 2014, dat toen SNAP werd gedoopt. Zoals het de projecten van fABULEUS betaamt, staat er heel wat jong geweld op het podium.

clara hermans SNAPDe veertien jonge dansers tussen 14 en 21 jaar moeten zelf hun decor opbouwen. Op een appelblauwzeegroen podium staan er ramen in verschillende felle kleuren. Die ramen worden doorheen de voorstelling verplaatst of opgehangen aan magneten en een enkele keer zelfs geknuffeld.

Met  om ter hoogst opgetrokken sokken dansen ze een choreografie met veel symmetrie en geometrische figuren. De dansstijlen zelf zijn vrij divers, van ongedefinieerde feestbewegingen tot tutting (een vorm van hiphop waarbij enkel armen en handen gebruikt worden) en worden dikwijls synchroon uitgevoerd door de groep. Zoveel harmonie is echt een plezier om naar te kijken. clara hermans SNAP 3
Wat de muziek betreft, vertrok Talitha vanuit de guilty pleasure van velen: popmuziek uit de jaren ’90 (denk aan aanstekelijke muziek zoals die van Spice Girls). De muziek is welbekend, de danspassen wisselen af tussen herkenbaar en origineel. Kleine elementen uit een beweging worden uitvergroot en vervolgens gebruikt als basis om mee te variëren. Talitha vertrouwde STUK toe dat één van de thema’s constructie en deconstructie is. Het startpunt is een afgewerkte beweging die dan uit elkaar getrokken wordt om iets nieuws te maken. clara hermans 5Dit proces resulteert meer dan eens in humor: voor de allereerste keer hoorde ik mensen in het publiek luidop lachen tijdens een dansvoorstelling. Hoewel deze jongeren op een leeftijd zijn waar schaamte soms een obstakel kan zijn om zich echt uit te kunnen leven, zijn deze dansers nooit gegeneerd. Niet dat ze een reden hebben om zich te schamen, integendeel.

clara hermans SNAP 4
In de cultuur van hedendaagse dans die vandaag heerst, is het een opluchting om een groep dansers te zien die zichzelf niet zo serieus neemt. Hits uit de jaren ’90 gebruiken is misschien een ‘gemakkelijke’ manier van entertainen, maar daar is niets mis mee. Het is een voorstelling over plezier, feest en groepsgevoel, en dat zijn de aspecten die na het verlaten van de zaal bijblijven. Voor de rest worden er geen diepzinnige filosofieën aan de voorstelling toegeschreven: de nadruk ligt op dansen in en met een groep.

Foto’s: Clara Hermans

Wat? SNAP XL / Wie? fABULEUS in samenwerking met Talitha De Decker & 7 Limburgse cultuurcentra / Wanneer? Donderdag 19, vrijdag 20 en zaterdag 21 april / Waar? STUK / Prijs? 14EUR, 10EUR met cultuurkaart

 

 

fABULEUS/Ugo Dehaes: RATS

Wie al een tijdje in Leuven studeert, heeft misschien de naam fABULEUS wel eens horen vallen. fABULEUS werkt sinds 2015 nauw samen met STUK en is een Leuvens productiehuis waar de focus ligt op de samenwerking tussen jong talent en ervaren dansers.

RATS is de tweede opvoering die Ugo Dehaes maakt voor en met fABULEUS. De eerste, zeer succesvolle voorstelling genaamd GIRLS kwam tot stand in 2013. Deze keer neemt Ugo Dehaes zeven jonge dansers onder de arm en zet hen op het podium samen met Jenna Jalonen, een hedendaagse danseres van Finse afkomst. De rest van de dansers is een stuk jonger dan Jenna, maar aan professionaliteit ontbreekt het hen niet. Ze voelen zich duidelijk op hun gemak voor een publiek, waarschijnlijk dankzij de podiumervaring die ze al opgebouwd hebben op zowel nationale als internationale wedstrijden. Heel de voorstelling lang zoeken contact met elkaar en dagen ze elkaar uit, maar competitiviteit neemt nooit de bovenhand.

Clara Hermans

Foto: Clara Hermans

Aan het begin van de voorstelling ligt het podium vol met drones. Origineel, maar wanneer het verrassingseffect er na enkele minuten af is, wordt het helaas een beetje saai en enerverend, want de het geluid van de drones klinkt als muggengezoem. De voorstelling komt maar traag op gang, maar wanneer dat uiteindelijk gebeurt is de aandacht erbij houden geen enkel probleem dankzij een harmonieus duet tussen Jenna en een drone.

Je vraagt je wellicht af waar de enigmatische titel zijn oorsprong vond. Ugo Dehaes zegt dat hij de opbouw van de productie baseerde op De Rattenvanger van Hamelen. Zo verschijnt Jenna tweemaal op het podium: in het begin, en wanneer zij verdwijnt volgen de drones, die de ratten symboliseren. Later keert ze nog eens terug om ook de kinderen te halen. Behalve de structuur blijft er niet veel van het verhaal over en dat is natuurlijk een bewuste keuze: de dans moet centraal staan.

Clara Hermans 2

Foto: Clara Hermans

Eén van de sleutelwoorden is tegenstelling en dat is meteen te merken aan de hedendaagse stijl van Jenna tegenover de urban dance van de jonge garde. Enkelen van hen laten zien dat ze naast hiphop en breakdance ook thuis zijn in de acrobatie, klassiek ballet en dance hall, om maar enkele voorbeelden te geven. Een gedurfde combinatie misschien, maar wel zeer geslaagd. Zo doet één van de jongens in het midden van zijn hiphopsolo plots enkele pirouettes en fouettés om daarna weer moeiteloos zijn urban choreografie voort te zetten. Het is heel interessant om al die uiteenlopende takken samen te zien vloeien, want het resultaat is niet alleen mooi, maar het maakt ook vrolijk omdat het zo onverwacht is.

fABULEUS is al langer een begrip in Leuven, maar bewijst nog maar eens zijn relevantie. De groep is dynamisch, energiek en getalenteerd. Sommigen van hen dromen stilletjes of wat luider van een professioneel danscarrière, en gelukkig brengt fABULEUS hen daar met iedere kans om op een podium te staan weer een stapje dichterbij. Wie benieuwd is naar de nieuwe generatie van dansers uit de urban en hedendaagse scene (en alles wat daartussen zit) moet zeker eens een voorstelling bijwonen.

Wie? fABULEUS/Ugo Dehaes / Wat? RATS / Wanneer? 23, 24 en 25 november / Prijs? 14EUR, 10EUR met Cultuurkaart

“Is da kunst of mag da weg?” Wat je deze maand niet mag missen in STUK en Museum M

De kalender, thermometer en hoeveelheid deadlines in je agenda wrijven het er elke dag een beetje meer in: het is echt al november. Maar geen betere manier om je opkomende herfstdepressie en uitstelgedrag te vergeten dan even vluchten van de realiteit en je overspoelen met kunst. Deze maand helpen STUK en Museum M je daar graag bij. Enkele tips voor fans van hedendaagse beeldende kunst, van video tot performance en alles ertussenin.

Appendix, aangenaam verrast door Omer Fast

“Is da kunst of mag da weg?” Met die woorden maakte STUK-vrijwilligerscoördinator Margot op Facebook reclame voor de opening van Appendix. De stapel kartonnen dozen en vuilniszakken naast de ingang van de tentoonstelling doet je serieus twijfelen om even het containerpark te bellen, maar – spoiler alert – het maakt effectief deel uit van een kunstwerk. Welkom in het universum van Omer Fast.

Omer wie? Dat was ook mijn reactie toen ik de naam las, maar het is na de metamorfose tot ‘huis voor dans, beeld en geluid’ precies de missie van STUK om relatief onbekende video- en installatiekunst tot bij een breed publiek te brengen, en dat meestal helemaal gratis. Omer Fast is een Israëlisch-Amerikaanse videokunstenaar die zich graag bezighoudt met adaptaties van romans en de grens tussen fictie en realiteit. Zijn werk is onder meer te zien in het Tate Modern, Metropolitan Museum en Centre Pompidou, maar dit is zijn eerste echte solotentoonstelling in België.

omerfast.jpg,1440

Maar ook buiten de films zelf staat elk detail in functie van een groter geheel. Het decor van de tentoonstelling is een akelig realistisch nagebouwd appartement vol verhuisdozen, dat met zijn Ikeameubelen en achtergebleven pizzadozen van iedereen en niemand tegelijk kan zijn (grappig detail: de credits voor kringwinkel Spit aan de ingang). Wat er met de bewoners is gebeurd, laat Fast over aan de fantasie van de bezoekers. Op de tv van de woonkamer kan je kijken naar de film Looking good for God, waarin begrafenisondernemers vertellen over wat hun job zo bijzonder maakt, van de bijna lugubere technische details tot de levensvragen die hen gaan bezighouden. De documentairestijl van de film krijgt echter een surreëel randje wanneer de beelden plaatsmaken voor een kitscherige fotoshoot van kinderen, die gedubd worden door de stem van de begrafenisondernemers. Knap hoe twee even kunstmatige maar totaal tegenovergestelde werelden elkaar zo kruisen. De vervreemding die je erbij ervaart, wordt nog eens versterkt door het halflege appartement om je heen.

Het tweede tentoongestelde werk is August, een 3D-film gebaseerd op het leven van de Duitse fotograaf August Sander. Ook hier lopen verschillende verhalen door elkaar op één scherm: enerzijds zie je de making of van de realistische portretten waarmee Sander beroemd werd, anderzijds hoe hij als blinde en vereenzaamde oude man constant gekweld wordt door herinneringen aan het nazisme. Fast haalt alles uit het 3D-medium wat hij eruit kan halen: je wilt je haast bukken voor de draden waarmee de oude Sander zichzelf de weg wijst door zijn huis en van sommige geluidseffecten spring je echt even omhoog op je stoel. Een mooi eerbetoon van de kunstenaar aan een van zijn inspiratiebronnen.

(Benieuwd naar Appendix? Je kan de tentoonstelling nog tot 13 december gratis bezoeken in de Expozaal van het STUK, alle info vind je hier.)

Kunst in het STUKcafé: Maarten Vanermen

Nieuw in dit cultuurseizoen is de samenwerking tussen STUK en CASCO, een Leuvens initiatief dat ateliers en ondersteuning aanbiedt aan een aantal veelbelovende jonge kunstenaars. Voortaan krijgen zij een voor een de kans om hun werk tentoon te stellen in het STUKcafé. Maarten Vanermen bijt de spits af met een dubbele videoinstallatie van beelden van de lucht boven STUK, “naast het originele beeld van de natuurlijke gradiënt in de lucht zie je het geanalyseerde beeld van diezelfde lucht in de vorm van een digitale gradiënt”. Euh… wát? Het antwoord krijg je gratis bij je volgende pintje in het STUKcafé.

(Van 9 november tot 18 december tijdens de openingsuren van STUKcafé, meer info op de website. Maarten Vanermen opent de expo op 9 november om 19 uur. Interessant: achteraf kan je ook genieten van een rondleiding door Appendix van Omer Fast door de curator en een dj-set van Synik.)

Playground, het beste van wat niet in één hokje past

HomeAl voor de elfde keer slaan STUK en Museum M de handen in elkaar voor Playground Festival. Het programma is een bonte verzameling van kunstenaars uit heel Europa, zolang ze maar verschillende disciplines combineren, van video tot muziek, van tekst tot choreografie. Op beide locaties kan je vier dagen lang terecht voor massa’s interessante performances en installaties. Let op: alles is verspreid over verschillende locaties en voor sommige performances moet je eerst een plaats reserveren, check dus eerst de kalender om je bezoek zo goed mogelijk te plannen.

Een aantal werken zien er alvast erg interessant uit: Dominique Guilliots rondleiding ‘met ruimte voor de verbeelding’ in Museum M, Fabrice Samyns interactieve in- en uitademperformance en Julian Webers Japanse theeceremonie. Helemaal gratis zijn de voorstellingen van Benjamin Seror & The Masks, waarin een muzikaal alter ego van Ludwig Wittgenstein moordzaken uit het Los Angeles van de jaren ’30 oplost. En voor wie in Museum M al ging kijken naar de robots van Cécile B. Evans (met cultuurkaart kan dat gratis!) : de kunstenares geeft tijdens Playground een lezing over haar werk. Of doe eens gek en laat je verrassen door iets willekeurigs uit het programma, succes gegarandeerd.

(Van donderdag 16 t.e.m. zondag 19 november in Museum M en STUK. Korting met cultuurkaart en als je online reserveert, en op vertoon van je M-toegangsticket heb je recht op reductietarief voor de voorstellingen van die dag in STUK. http://www.playgroundfestival.be/nl)