Daughters of the witches you couldn’t burn

Een kleurrijke canon van activistische teksten die tot leven komt in de monden van een even kleurrijke groep jongeren. Passing the Bechdel Test van fABULEUS en Jan Martens balanceert tussen de puurheid van een toneelrepetitie in mijn middelbare school en de vurigheid van een open mic night in een queer café. Het resultaat is meer dan overtuigend. Als hommage aan revolutionaire stemmen, maar vooral als seismograaf van de grilligheid waarmee je ontdekt wie je bent.

De titel Passing the Bechdel Test leest als een manifest. De test in kwestie ontstond als uit de hand gelopen grap van cartooniste Alison Bechdel, om de teleurstellende representatie van vrouwen in fictie aan te kaarten. In een van haar graphic novels verzucht een meisje dat ze enkel nog tijd wil investeren in films waarin twee vrouwelijke personages bij hun naam genoemd worden én met elkaar spreken over iets anders dan een man. Een extreem lage standaard, waaraan alsnog maar liefst 43 procent van de films niet voldoet. Waar ga je dan als tiener op zoek naar rolmodellen, als elk geloofwaardig script ontbreekt?

Nog moeilijker wordt het als je geaardheid en/of genderidentiteit afwijkt van de norm, en in de bestaande scripts niet eens aan bod komt. De culturele iconen waarin je jezelf kan herkennen zijn dan zo goed als onvindbaar. De ideale aanleiding voor fABULEUS en choreograaf Jan Martens om queer jongeren van vandaag rechtstreeks te laten kennismaken met hun pioniers. Ze zochten en vonden 13 tieners die zichzelf herkenden in de thematiek en lieten hen aan de slag gaan met een canon van feministische, LGBTQ-activistische en antiracistische essays, speeches en TED-talks. Van pioniers zoals Virginia Woolf en Audre Lorde tot hedendaagse iconen zoals Rebecca Solnit en Maggie Nelson. Een mooie selectie, zij het dat ze pas écht eclectisch was geweest met wat meer aandacht voor online activisme zoals generatie Z het kent.

Als op een klasfoto – compleet met wankele klapstoeltjes – zitten ze op een rij en citeren ze non-stop uit dat tekstmateriaal. Soms puberaal onvolmaakt, soms ontroerend matuur, maar altijd met voelbaar respect voor hun eigenheid. Ze dragen hun vertrouwde kleren, zetten hun dictielessen even aan de kant en er is geen theatertechnicus in zicht om de muziek en video’s op te starten. Je wil bijna schreeuwen dat ze het Word-document waarin ze zinnetje per zinnetje al typend zichzelf introduceren godverdomme eens opslaan. Theater gereduceerd tot zijn absolute nulpunt, zo lijkt het. 

Of toch niet? Op elke oprechte getuigenis volgt wel een ironische kwinkslag (“ik ben 8 maanden zwanger!”) die meteen doorprikt hoe je in je hoofd een bepaald beeld creëerde van elke performer op basis van hun uitspraken. Je voelt jezelf bijna een voyeur door die autobiografische blik, want eerder dan individuen zijn ze vooral schakels in één gemeenschappelijk verhaal van vechten en jezelf blootgeven. Dat constante spel met zijn en niet zijn bereikt een hoogtepunt in een knap re-enactment van een lezing van fotografe Catherine Opie. Elk om de beurt vertellen ze over haar portretten van de queer community van Los Angeles alsof ze zelf achter de camera stonden. 

Dat we de voorstelling twee jaar na première zien, geeft het geheel een interessante extra dimensie. De speech van Kamala Harris in de zaak-Kavanaugh die zo’n prominente plek inneemt in de voorstelling? Aged very well. En zijn ze nog wel dezelfde onzekere jongeren? Ongetwijfeld hebben ze een enorm groeiproces doorlopen in vergelijking met hoe ze twee jaar geleden op het podium stonden, en dat idee is even hartverwarmend als de voorstelling zelf.

Is de overdaad van redelijk abstracte citaten na een tijdje niet too much om te blijven volgen, in een performance die een dikke twee uur duurt? Misschien. Maar het weerspiegelt de gulzigheid waarmee jongeren hun identiteit ontdekken, alsof je per ongeluk de autoplay hebt laten aanstaan bij een eindeloze stroom coming-outvideo’s. En hun activisme zou niet meer hetzelfde zijn in een voorgesneden kant-en-klaarversie. Het mag je bewust maken van je onvermogen om alles te bevatten, tegen het ongemakkelijke aanschurken, huiswerk meegeven. Wat ook letterlijk gebeurt: wanneer je de zaal verlaat, krijg je een folder met alle teksten en performances waaruit de gebruikte citaten ontsproten zijn.

Passing the Bechdel test is een goudeerlijke, begeesterde en hoopgevende bloemlezing met het hart op de tong én op de juiste plaats. Je wordt ondergedompeld in een utopie die in al haar directheid initieel misschien wat koudwatervrees inboezemt. Maar eens je er even in hebt mogen rondzwemmen, wil je er nooit meer uit.

Voorlaatste reprise van Passing the Bechdel Test (fABULEUS & Jan Martens). Gezien op vrijdag 23 oktober in OPEK.

Largo Desolato: de verantwoordelijkheid van een politiek dissident

Met Largo Desolato zet Campustoneel een stuk op het toneel over de persoonlijke impact van politieke dissidentie. De anderhalf uur durende voorstelling focust op professor Leopold Netelmans, die een controversieel essay heeft gepubliceerd en daardoor onder constante schrik leeft dat de politieke machthebbers hem elk moment zouden kunnen aanhouden. Leopold leeft als een paranoïde kluizenaar teruggetrokken in zijn woning, waar hij door verschillende stemmen de verantwoordelijkheid van verzetsleider in de schoot geworpen krijgt.

Afbeeldingsresultaat voor largo desolato campustoneel

© Campustoneel

De Tsjechische schrijver (en latere president) Václav Havel schreef dit semi-autobiografische stuk in 1984 kort na zijn vrijlating uit de gevangenis. Het weerspiegelt de moeilijke politieke situatie van het door de Sovjet-Russen gecontroleerde Tsjechoslowakije en de hoop op een vrijere politieke meningsuiting. Ook Havel schreef een kritische tekst tegen de machthebbers in het communistische Tsjechoslowakije. In de loop van het stuk krijg je bovendien voortdurend het gevoel alsof je in de wereld van die andere beroemde Tsjechische schrijver, Franz Kafka, vastzit. De aanhoudingsscène lijkt dan ook rechtstreeks uit Het proces te komen, met een gelijkaardige onzekerheid tussen arrestatie en vrijheid. Wat het essay concreet aanklaagde of tegen welke schenen werden getrapt, blijft in de loop van het verhaal onduidelijk.

Paranoia, onzekerheid en existentiële twijfel zijn de overheersende gevoelens bij het stuk. Je wordt er ook meteen ingeworpen: Leopold loopt gehaast en vertwijfeld het podium op met als doel zijn fles rum. De hoofdrolspeler, Jonas De Leeuw, zet een knappe ononderbroken (!) vertolking van een vertwijfeld personage neer dat ten onder gaat aan de verantwoordelijkheid die hem van alle kanten wordt opgedrongen. Anderhalf uur geven alle acteurs het beste van zichzelf en weten op overtuigende manier de radeloosheid en hoop op politieke vrijheid neer te zetten. Hoewel het stuk zeer zeker concreet over de communistische onderdrukking van politieke stemmen voor glasnost gaat, lijkt in deze tijden van immer toenemend populisme en polarisatie deze wereld in een niet al te verre toekomst weer een mogelijkheid.

Toch maakt het stuk van Leopold geen held die strijdt voor zijn idealen of voor het volk, maar krijgt het persoonlijke verhaal van een kritische geest alle ruimte. Dit maakt het stuk dan ook zo anders dan vele andere verzetsverhalen: geen grote held, maar een gewone man waarop alle hoop op politieke vrijheid wordt gevestigd, maar die verantwoordelijkheid verstikt hem. Dat verstikkende gevoel ervaart hij echter niet alleen naar de buitenwereld toe, maar ook in zijn relatie met Lucy. Leopold lijkt zich er niet op toe te kunnen leggen en probeert zich los te maken van alle verwachtingen.

Wat het stuk naast de interessante thematiek en de bijzondere acteerprestaties nog zo uniek maakt, is de locatie en de aandacht voor de scenografie. Het stuk wordt in het Anatomisch Theater gespeeld en is zeer zeker ook bewust een manier om dit vergeten stuk Leuvens universiteitserfgoed opnieuw in de spotlight te stellen. Het achthoekige gebouw leent zich tot een unieke opstelling: met het speelveld in het midden doet dit politieke schouwspel denken aan het leedvermaak in een amfitheater. Bovendien is professor Netelmans niet alleen omsloten door de fictieve ruimte van zijn woonst, maar ook door het publiek, dat van hem misschien ook het heldendom vanuit het klassieke theater verwacht. De soundscape van Bert Aernouts voegt hier nog een extra dimensie aan toe en geeft aan het geheel een onheilspellende sfeer.

Largo Desolato is een beklijvend stuk in een prachtige locatie. De regisseurs Sam Rijnders en Kenneth Schenning zijn erin geslaagd om de radeloosheid en hoop van politiek verzet op het podium te ensceneren. Dat de existentiële twijfel bij momenten zelfs komisch wordt, doet niets af aan de de diepmenselijke kracht van het stuk.

‘Largo Desolato’ van Campustoneel / verschillende data tussen 22 april en 4 mei / 5€ voor cultuurkaarthouders, 6€ voor studenten en 9€ voor niet-studenten / Anatomisch Theater, Minderbroederstraat 50 / voor meer info, klik hier

Vluchten van Syrië naar het podium

Zet negen Syrische jongeren, voor de burgeroorlog gevlucht, voor een Vlaams publiek en laat hen hun gevoelens bij de oorlog, de vlucht en aankomst in dit vreemde land uitdrukken met de enige communicatiemiddelen die ze in dit tijdelijke moment hebben: lichaamstaal, stemtimbre, spandoeken. Dat is wat regisseur Mokhallad Rasem (Toneelhuis) en doctoraal onderzoeker Sofie de Smet (KU Leuven, UGent) in hun theatervoorstelling “Tijdelijk” doen, die op 20 november in het kader van UUR KULTUUR te zien was. Samen gaan ze op zoek naar wat die aankomst op deze “kust van hoop” voor hen betekend heeft, wat ze ervoor hebben moeten opofferen en achterlaten. Zoekend naar een nieuw begin vragen ze bescheiden om aanvaarding en empathie in het land dat voor hen vervreemdend werkt, niet meer, niet minder.

© Toneelhuis

Wie een eloquent en narratief toneelstuk, een—zeg maar—Shakespeare-tekst over vluchtelingen, verwacht had, was eraan voor de moeite. Rasem staat bekend om zijn fragmentarische theaterstukken, die de lineaire narrativiteit openbreken en opgebouwd zijn uit associatief aan elkaar vasthangende scènes. In dit geval was het ook uit pure noodzaak: in dit tijdelijke heden zijn deze jongeren nog niet helemaal klaar om een monofoon, lineair, Nederlandstalig toneelstuk op te voeren. Bovendien zou het verraad plegen aan de diversiteit en complexiteit van elk individueel verhaal. Het toneelstuk is bijgevolg niet eloquent, niet narratief, niet coherent, niet monofoon, en daarin zit juist de kracht. “Een stem geven” aan dé vluchteling zit er niet in. In plaats daarvan draagt Rasem betekenissen over aan de hand van non-narratieve elementen. Naast de spandoeken, gaat alle aandacht naar de fysicaliteit van de lichaamstaal van de acteur. De regisseur gaat hiermee naar de kern van wat theater is en wat theater kan doen: betekenis overbrengen niet met woord of met beeld, maar met fysieke bewegingen. Het is de fysicaliteit, het lichamelijke aspect, maar ook de intonatie in de stem van het anders onverstaanbare Arabisch, die de emoties het best overbrengen. Het laat Rasem ook toe om voortreffelijk de polyfonie aan ervaringen weer te geven. Elke acteur staat als individu op het podium, met een eigen verhaal en geschiedenis, maar staat verbonden met de andere acteurs door het gemeenschappelijke verhaal van hun gedwongen vlucht uit hun vaderland.

Een weerkerend element is het spandoek, dat hen toelaat om op verbale manier met het publiek te communiceren. De spandoeken herinneren uiteraard aan de protesten van de Arabische Lente, maar dienen ook als communicatiemiddel. Zo bevatten ze associaties die ze maakten met hun vaderland en hun vlucht. Associatie en improvisatie kenmerken het toneelstuk. Heel wat scènes zijn ontstaan uit plotse improvisaties en variaties op hetzelfde gegeven.

Het stuk is opgebouwd uit vier grote delen, die elk een andere aanpak hebben. In het eerste deel is het een litanie aan emoties en associaties, geschilderd op spandoeken. Vervolgens zien we een heleboel tableaux vivants, snapshots uit het leven van een Syrische vluchteling, soms treurig en angstaanjagend, dan weer vrolijk en hilarisch. Interessant was de scène waarin elke acteur de rol van de machthebbende krijgt. Van zodra hij of zij een kroon op krijgt, mag hij of zij de anderen (en soms ook het publiek) commanderen. Alleen de laatste wil zijn macht niet gebruiken, of liever gezegd ‘misbruiken’. Ten slotte ontstaat er een soort van talentenjacht, waarin de acteurs het beste van zichzelf geven, hun one minute of fame, soms met hilarische gevolgen.

Niet onbelangrijk is de functie van het onderzoek van Sofie de Smet. Zij doet onderzoek naar hoe theater kan helpen bij het verwerken van een trauma. Dat dit theaterstuk aan de negen acteurs een fijne ontmoetingsplaats bood en plaats voor zelfontplooiing, zelfaanvaarding en zelfvertrouwen, dat spatte ervan af.

Het stuk is een mooie ode aan de complexiteit van gevoelens in een complex verhaal. De rauwe eerlijkheid en de onverbloemde naaktheid van de acteurs maken van het stuk een kwetsbaar onderzoek naar een nieuw begin in een vreemd continent. Zij zijn niet verslagen door de oorlog of de vlucht, maar zwaar getroffen door het onrecht dat hen van hun vaderland heeft weggescheurd en hen naar onbekende oorden dwong. Tijdelijk is hun situatie moeilijk, maar mits aanvaarding en empathie, laten deze jongeren zeker nog van zich horen.

UUR KULTUUR: “Tijdelijk”, een productie van Toneelhuis, regie en assistentie door Mokhallad Rasem en Sofie de Smet / dinsdag 20 november om 21u in de Soetezaal van het STUK / gratis met cultuurkaart / meer info, klik hier

fABULEUS brengt politiek, liefde, geschiedenis én jong geweld samen

17553504_1296968017059032_2884559162988287500_n

MERLIJN OF HET BARRE LAND

Woensdagavond liep de grote zaal van Opek behoorlijk vol voor de première van Merlijn of het barre land, de nieuwste voorstelling van jongerengezelschap fABULEUS. 2 muzikanten en 14 jonge spelers stonden samen op de scène om een vernieuwende versie te brengen van het beroemde verhaal van Koning Arthur en zijn Ronde Tafel. Vertrekkend vanuit Merlijn oder Das wüste Land (1978-1980) van Tankred Dorst (een stuk dat 12 à 15 uur zou duren om het volledig op te voeren) slaagden Dirk De Lathauwer en Astrid Ogiers erin om 14 jongeren tussen de 13 en 22 jaar oud én de dromerige klanken van Hydrogen Sea het stuk te laten dragen.

Arthur, de zoon van Uther Pendragon en Ygraine, wordt bij zijn geboorte door Merlijn meegenomen en ondergebracht bij een edelman. Uther Pendragon, voormalig heerser van Brittannië, sterft, waardoor er grote onrust onstaat in het rijk. Daarom plaatst Merlijn het zwaard Excalibur in een steen en wie het zwaard eruit kan halen, wordt de nieuwe koning van Brittannië. Wanneer Arthur als schildknaap het zwaard van Sir Kay (zijn adoptiebroer) vergeet en dit moet gaan halen, komt hij het rotsblok met Excalibur tegen en haalt het zwaard zonder enige moeite uit de steen. Arthur wordt koning, trouwt met Guinevere en richt de Ronde Tafel op, waar ridders aan plaatsnemen met een geloof in gelijkheid en zicht op een betere wereld. Eén van die ridders is Lancelot. Wanneer hij verliefd wordt op Guinevere, verschijnt Mordred (de buitenechtelijke zoon van Arthur) aan het hof. Hij zal Guineveres ontrouw veroordelen en mee aan de oorzaak staan van de val van het rijk van koning Arthur.

Lees verder

Verdwazing als ultieme doel in Het Gelukzalige

“Stoel, kapstok, aquarium.” Het Gelukzalige mag dan wel ontstellend zonderling theater zijn, de eenvoud waarmee een van de personages het compacte universum uiteenzet, is in zekere zin geruststellend. In de nieuwe absurde voorstelling van het Nederlandse gezelschap De Mexicaanse Hond en de mannen van het Vlaamse Olympique Dramatique is identificatie met de bizarre figuren zo onmogelijk, dat je naar het stuk gaat kijken alsof het zich onder een stolp afspeelt. Net die afstand maakt Het Gelukzalige tot uniek en bevrijdend theater.

Ben van Duin 2

(c) Ben van Duin

Lees verder

Zigeunerfeest in de Dijledrek – Troje van Maarten Ketels

Het nieuwstedelijk is aan zijn laatste première van het seizoen toe. Het Leuvense huis geeft het slotwoord aan de jonge theatermaker en acteur Maarten Ketels, die zijn podium vond in de oude stookhal van Stella Artois in de Vaartkom. De bouwval is de scène voor Troje, een zoektocht naar vrijheid en een wereld zonder een bedorven vleesindustrie. Of gewoon naar een wereld zonder kak.

Ellen Haesevoets 2

(c) Ellen Haesevoets

Het publiek wandelt benieuwd de vervallen hal binnen. Een muzikant in maatpak speelt viool en een levenloos paard – opgezet, namaak of van Trojaanse afkomst, de toeschouwers breken hun hoofd erover – hangt dreigend aan een ketting enkele meters boven de grond. Aan de ingang van de ruimte staat een antieke rode woonwagen te blinken, het symbolische Trojaanse paard in de voorstelling. Ketels zit met zijn twee trouwe viervoeters en een jachtgeweer voor zich uit te staren. Het publiek wordt van dekentjes en koptelefoons voorzien en meteen worden de frisse wind en het Leuvens avondgeruis ingeruild voor de zonderlinge zigeunerwereld.

Maarten Ketels integreerde in de Leuvense Roma-gemeenschap met zijn 19e-eeuwse zigeunerwoonwagen als Trojaans paard, op zoek naar zijn ideale zelf, weg van het verdriet en de wanorde in onze hedendaagse samenleving. In Troje doet hij verslag van zijn vier maanden durende verblijf op het Leuvense zigeunerterrein, waar meisjes van zes leren autorijden en donkere Mercedessen koning van de weg zijn. Ketels gaat in gesprek met de stemmen in zijn hoofd, die zich druk maken over de afgave van PCB’s uit dunne plastieken bekertjes, en met de kleurrijke bewoners van Circus Maximus, het woonwagenpark van de zigeunergemeenschap. We ontmoeten Shrek, De Rozijn en enkele zigeunerkinderen, allemaal meesterlijk vertolkt door Ketels zelf in een kluchtig Frans.

Ketels’ eerste dagen in zijn nieuwe huis vullen zich met angst voor drugdealers en woede om de kak en Dijlemodder waar zijn honden lustig in rollen en zijn woonwagen in wegzakt. Na een tijdje maakt hij kennis met de Leuvense Roma en blijkt zijn achterdocht onterecht: zijn woonwagen wordt, zoals het een Trojaans paard betaamt, door de bewoners van de burcht de stad binnengereden. Ketels krijgt zakken vol eten aangeboden – donuts, bananen en vooral vele kilo’s spek – en viert Kerstmis op een wild volksfeest met liters bier en uitbundige muziek. De stookhal leent zich perfect voor de scènewissels: het stuk sleept mee, overtuigt en zet met enkele decorstukken vier maanden van afzondering, vertwijfeling, dronken feesten en ontmoetingen neer.

Troje stelt hoogmoedige vragen over vriendschap, de ultieme vorm van vrijheid en het geloof in God of de zwaartekracht, maar balanceert virtuoos tussen die psychologische thema’s en een aanstekelijk je-m’en-foutisme. Ketels is naast een geweldige performer ook een bijzondere theatermaker met een eigen toon en verhaal. De voorstelling vertelt in een gedurfde setting over een verdwaalde krijger, op zoek naar een ongebonden bestaan, die met ingenieuze humor de tragische ondergang van de genetisch gemanipuleerde banaan weet te relativeren.

Wat? Troje – Theater van en door Maarten Ketels // Wanneer? Vrijdag 27 en zaterdag 28 mei om 20 uur en zondag 29 mei om 15 uur // Waar? OPEK Leuven // Prijs? 14,40 euro met je Cultuurkaart // Meer info en tickets: http://www.nieuwstedelijk.be/home/troje

Bekijk hier een reportage van ROB TV over de voorstelling.

TIP: Campustoneel speelt RUR

“De oude Rossum had geen greintje humor. Hij had een kwal met het brein van Socrates kunnen maken. Of een regenworm van wel vijftig meter. Maar de droogstoppel beperkte zich tot een doodnormaal gewerveld dier. Eerst een kunsthond. Dat gemankeerd kalf stierf na een paar dagen. Toch gaf Rossum niet op. Hij stortte zich op de schepping van de mens.”

Gisterenavond ging RUR, de nieuwste productie van het Leuvense Campustoneel, onder enthousiast applaus in première. Met een tekst van de Tsjechische auteur Karel Čapek creëert de ploeg een beroerend staaltje sciencefiction, dat bijna een eeuw na het ontstaan van Čapeks toneelstuk nog steeds een onrustwekkend toekomstbeeld schetst. De spelers verkennen de grenzen tussen robot en mens en laten zien hoe een Utopia met robots als werkkrachten gevaarlijk kan verkeren.

RUR speelt nog tot en met zaterdag 16 april in de Verbeeckzaal in STUK.

Tickets en info:

Murder ballad: liefde gaat steeds fout in het refrein.

 

Van New York tot Brussel gaat liefde steeds fout in het refrein, en iedereen kan de dader zijn: Dat is het uitgangspunt van de rockmusical ‘Murder Ballad’, de nieuwe productie van ProMITHEus, het gezelschap dat vorig jaar zijn debuut maakte met de musical ‘Thrill me’. De tekst van Julia Jordan en songs van Juliana Nash worden voor deze voorstelling in het Nederlands vertaald door regisseur Kristel Lamerichs en Pieter-Jan Martens.

We bevinden ons in een ietwat gure club in het midden van de stad. Sara en Tom zijn smoorverliefd, maar blijken toch niet gemaakt voor elkaar. Hij wordt eigenaar van de club en zij komt Michael tegen, doctor in de poëzie. Hij vindt een leuke flirt in een zangeres en barmeisje, zij trouwt en krijgt een dochter. Maar de verveling slaat toe en Sara gaat Tom weer opzoeken, het begin van een vierhoeksverhouding die zich vroeg of laat wel moet wreken.

Wanneer het publiek de zaal betreedt, is het nachtleven al op gang: vier personages dansen er lustig op los rond een toog vol flessen drank, vier anderen kijken vanop hun barkruk aan de zijkant toe. De vijfkoppige band speelt, toepasselijk, een drinklied. De lichten doven en een dame in een net iets te diep uitgesneden rode jurk en een An-Lemmensachtig kapsel zet de eerste noot in.pieter1
(c) Musicalvibes Lees verder

De hachelijke driehoek van Hedda Gabler

Een verveelde vrouw met een hart van steen en een zwakte voor drama. Een hele schare negentiende-eeuwse auteurs ging in het verleden met dat gegeven aan de slag, zo ook de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen in zijn Hedda Gabler. Regisseur Bart Meuleman bewerkt Ibsens tragedie tot een komisch stukje theater en laat het pathetische drama ver achter zich.

Kurt Van der Elst

(c) Kurt Van der Elst

De scène geeft een beklemmende indruk: hoge betonnen wanden sluiten de personages af van de buitenwereld. Het decor oogt als een strakke moderne villa met zwembad, de thuis van de meedogenloze Hedda, op hoge hakken en in een los mannenhemd, en haar duffe echtgenoot, de naïeve professor Jürgen Tesman. Tesman bezorgde zijn vrouw het huis van haar dromen, maar het blijkt al snel dat Hedda niet te bevredigen valt. Met het ongelukkige huwelijkspaar en de relativerende vriend des huizes rechter Brack creëert Meuleman een driehoek om u tegen te zeggen.

De dodelijk verveelde burgervrouw hult zich ongenadig in leedvermaak en krijgt kleur in de vertolking door Ariane van Vliet. Van Vliet weigert ons een blik in haar hart en hoofd, maar zet een moedige prestatie neer als eersteklas helleveeg. Dat de afloop dramatisch zal zijn en Hedda onverbiddelijk, is al van het begin duidelijk. Van Vliet weet de doorzichtige plot echter toch pit te geven. Wanneer Hedda’s oude liefde Eilert Lövburg, op wie ze ooit nog een revolver richtte, in haar betonnen paleis opduikt, kan ze het niet laten om hem en de bedeesde en tragisch verliefde Thea Elvsted tegen elkaar uit te spelen. Een spel dat rampzalige gevolgen heeft.

De figuren krijgen niet veel bewegingsruimte – af en toe belandt iemand in het zwembad in het midden van de scène – en moeten hun statische spel staande houden in een op een kamerplant na leeg vertrek. Er verschijnen in de loop van de voorstelling enkele glazen sterke drank en een kommetje zoutjes, maar verder moeten de acteurs het zonder attributen stellen. Moeilijk voor de personages, maar hun beperkte vrijheid maakt ons als toeschouwers even nerveus als Hedda zelf. Hetzelfde effect brengt Willy Thomas teweeg als de vakidioot Jurgen Tesman. Thomas speelt groot, met momenten zelfs overdreven theatraal, maar de milde irritatie die hij opwekt, is net wat ons dichter bij Hedda’s wanhoop brengt en het stuk toch wat diepgang geeft.

Meulemans Hedda Gabler is charmant, plezierig en bij momenten heel erg grappig, maar laat Ibsens psychologisch potentieel net te veel links liggen en wordt daardoor een tikkeltje oppervlakkig. De destructieve Hedda wordt als zottin steeds meer in het belachelijke getrokken en verliest naar het einde van het stuk de gelaagdheid die de eerste scènes aankondigen. Meuleman slaagt er desondanks in om met een onverwoestbare klassieker niet in herhaling te vallen. Hij schrapte overbodige personages en investeerde in vermakelijke dialogen. Met een krachtig decor en een scherpe tekst hult Meulemans Hedda zich toch in “een waas van schoonheid”.

Wat? Hedda Gabler // Waar? 30CC – Schouwburg // Wanneer? Dinsdag 8 maart, 20.00 uur // Prijs? 12,60 – 14,40 euro met cultuurkaart

Hedda Gabler speelt op dinsdag 8 maart in Leuven en is nog op reis tot en met 25 maart.

Info en tickets: 
http://www.30cc.be/programma/theater/hedda-gabler.jsp
https://toneelhuis.be/nl/production/hedda-gabler

Een blik achter de schermen: https://vimeo.com/154654743