Stuk Plastic: Een vervuilende maatschappij

Zoiets abstract maar zo boeiend
Zoiets ontspannend maar zo vermoeiend

Het kersverse theaterstuk van campustoneel laat emoties in het rond vliegen.
Sam Rijnders en Elise Linsen creëerden een vernieuwende techniek op de scène.
Zeven briljante acteurs spelen beurtelings iedere rol. Elk personage heeft bepaalde karaktertrekken die gepersonaliseerd werden door elk individu. Ze steken elk personage in hun eigen jasje, soms zelfs letterlijk. Een van de briljante regisseurs, Sam Rijnders, kon zijn lach niet bedwingen. Hij stak heel het publiek mee aan. Ondanks de donkere satire, worden onze lachspieren aan een hevige work-out blootgesteld. Degene die letterlijk wordt blootgesteld, heet Esther. Zij is de huishoudhulp van Michaël en Ulrike. Twee lokale snobs die denken het gemaakt te hebben. Toch kwijnt hun gematigd leventje met de jaren weg.

@Vincentinaki

Het valt op dat de enige rol die standvastig blijft, die van Esther is. Esther is de ongewilde protagonist. Vergist in de gedachte dat ze op haar gemak de vloer kon boenen, wordt ze als een oude knuffel over de grond meegesleurd. Toch ontvangt ze geen knuffels. Ze wordt als een kunstwerk beschouwd. Ze wilt gewoon kuisen. Ze kuist het gezin haar maatschappelijke problemen op. Alle omhooggevallen ‘wannabe’ adelen behandelen Esther als een circusaap. De snobs voelen de grond onder hun voeten wegzakken en beginnen te zweven. De realiteit wordt als een zeepbel weggeblazen. Esther prikt de bubbel kapot. Ze heeft er genoeg van om in een vitrine van hypocrisie haar dagen te spenderen. Ze zal ze wel een lesje leren…

Het laatste greintje opwinding tussen Michaël en Ulrike waait als een zacht briesje de kamer uit. Michaël ziet de storm al aankomen. Hij beslist mee te doen aan artsen zonder grenzen. Onze ‘white savior’ hangt de held uit en zij de vlag. Het stuk zoomt in op de mislukte opvoeding van hun zoon Vincent. Recent is hij als een puber uitgebloeid die zich overal mee moeit. Ulrike identificeert zich als kunstenaar maar eigenlijk brengt ze slappe koffie naar een nog slapper figuur, Haulupa. Het vuur in Haulupa’s ogen wordt gedoofd door zijn eigen hoofd. Hij heeft een burn-out en ZEKER geen depressie. In dit deeltje spotten de regisseurs met het taboe rond mentaal welzijn. Haulupa draagt een masker van ironische perfectie. Op die manier geeft hij niet toe aan zijn eigen tekortkomingen.

Achter de opvatting van kunst wordt een groot vraagteken geplaatst. Kunst is verheven, geschreven naar superioriteit. Sam Rijnders en Elise Linsen pleiten voor een normalisering van kunst. We worden rijk getogen en in de luxe gezogen. Hou de essentie van kunst voor ogen: schoonheid. Word niet verleid door roem, maar blijf het voor de kunst doen; de kern van ons geluk.

Shakespeare is dead, isn’t he?

Shakespeare is dead, isn’t he? Hoewel verschillende intellectuele hoofden hun breinen hierover breken, wordt er in dit adembenemend festival voor nieuwe toneelschrijfkunst, vooral naar de echte auteur gekeken. Het festival vond verspreid plaats over Leuven, een hele week lang. Hier schijnt de spotlight op de helden achter hun levende woorden. Zij worden terecht verlicht en gedicht in lovende kritieken. Ze worden internationaal op de kaart gezet en niet meer belet van nieuwe kansen.

Onderland

Is het mijn mijn?
Nee het is jouw mijn.
Maar als mijn mijn de mijne is, waarom heb jij mijn mijn dan verwoest?
Heb ik jouw mijn verwoest? … Ach ja, hij is toch niet de mijne.

@30CC

Verantwoordelijkheid is het pijnlijke gevolg van een kapitalistische maatschappij. Iedereen is op goud uit. Mensen blijven graven en graven tot de put niet meer dicht te scheppen is. Wel scheppen ze op over de gouden stront waarin ze verzeild zijn geraakt. Dimitri Leue heeft dit stuk prachtig tot leven gebracht door een minimalistische setting neer te zetten. Zijn vertrouwen in de professionele acteurs was te voelen tot in de uithoeken van de zaal. Dit theaterstuk werd gespeeld in de Schouwburg van Leuven op woensdag 23 februari. Een goudmijn is ingestort maar wie is verantwoordelijk? Een psychologische schommel komt tot stand in de speeltuin van volwassenen. “De wereld heeft nood aan een zondebok”. Grappige conversaties wekken deze realistische uitspraak tot leven. Dimitri Leue zag een gouden kans liggen om dit wereldlijk probleem aan te kaarten. Hij heeft ze met twee handen gegrepen.

Ronde tafel over vertalingen

Vertalen maar niet ‘hertalen’. Niet letterlijk maar figuurlijk. Niet figuren overpennen maar ze eerst aan de context laten wennen. De eerste ronde tafel van het festival was die van professionele theatervertalers. Het vond plaats op woensdag 23 februari in Opek te Leuven. Een ‘vrouwenvak’ vol deadlines maar de line mag niet dead zijn. Iedere lijn, iedere regel moet leven. Ieder woord moet overkomen alsof het in de originele taal geschreven was. Een inspirerend gesprek van de ene vertaler naar de andere. Tips werden gedeeld, advies werd gegeven en ervaringen verteld. Iedereen stelde zich open, zelfs het publiek. Vragen over onder andere hun schrijfmethode werden uitgebreid beantwoordt. Één gouden regel waar geen discussie mogelijk was, is ‘altijd hardop lezen’. Op die manier voel je of je woorden tot leven komen. Wat de tekst zelf betreft, is de sfeer en de bedoeling van de auteur bewaren, essentieel. Emoties en gedachtes moeten natuurlijk overkomen en niet ‘vertaald zijn’. Hoewel het een eerlijk gesprek was over een moeilijk veld van expertise, overtuigde hun passie voor theater de hele ronde tafel.

Scenische lezingen

Drie nieuwe theaterstukken werden op woensdag 23 februari in Opek te Leuven voor de leeuwen gegooid; die van Vera Molina, DE HOE en Stijn Devillé.
De opzet van deze geënsceneerde lezingen was aangenaam om naar te kijken. Vijf acteurs lazen theatraal enkele scènes per theaterstuk voor. Hierna volgde een kort interview met de auteur van het theaterstuk in kwestie. Dit is de ideale manier om een nieuwsgierig publiek warm te maken voor kwalitatieve voorstellingen.

Toen eindelijk alles lukte

@UiTinVlaanderen

Maarten Westra Hoekzema zijn leven was een puinhoop. Hij dronk, snoof en beloofde zichzelf het ooit te maken als cabaretier. Zijn voorstelling was een ode aan zijn mislukte pogingen. Hij wilde op een humoristische manier zelfspot drijven met zijn oude zelf. Op chronologische wijze begon hij bij zijn jeugd, tot de dag van vandaag. Helaas werden de pointes niet altijd behaald. Zo liet hij het publiek op zijn honger zitten.

Over de tong, over de lippen

Shakespaere is een genie en een geniepige dode vent die zijn leven heeft bestemd aan te gecompliceerde drama’s waarin iedereen toch zal sterven, net zoals zijn belachelijke dialogen. Met deze openhartige dialoog van Sara Vertongen werd het startschot gegeven. Deze literaire soirée composée vond plaats in de Schouwburg van Leuven op 22 november. Bekende theaterauteurs staken voordracht niet alleen in een nieuw jasje, maar in een goednieuwe garderobe. Een verrijkende variatie met onderwerpen zoals naïviteit, fruitperserij of zelfs vader-dochter relatie lagen op tafel. Genres verzoenden, aansluitend met de diversiteit van de auteurs die stuk voor stuk hun verhaal uitten. Ook puur met taal werd een prachtig verhaal verteld door Dounia Mohammed. Een soirée om niet nee tegen te zeggen maar om je hart open te leggen voor de passie en talent van deze mensen.

@30CC

Ronde tafel: beginnen als theaterauteur

De laatste ronde tafel op vrijdag 25 november in Opek nodigde professionele theaterauteurs uit. De moeilijke vragen werden open en bloot op de ronde tafel gelegd. Is er financiële haalbaarheid? Zijn er veel werkmogelijkheden? Kun je met een eigen tekst bij een gezelschap aan gaan kloppen? Veel theaterstudenten bevolkten het publiek, nieuwsgierig naar deze antwoorden. Hoewel iedereen zijn individuele ervaring deelde, was er toch ruimte voor een open groepsconversatie en een hoopvol gesprek.

Met onder andere deze activiteiten en nog vele anderen, kwam het festival op zaterdag 26 februari ten einde. Theaterauteurs kregen eindelijk de aandacht en het respect die ze verdienden. Door de organisatie van Het Nieuwstedelijk in samenwerking met hun partners, werd het een creatieve week om nooit te vergeten.

She’s her(e)

Genen. Gen-en. Alsof het ‘niksen’ betekent. In feite bepaalt het alles: wie we zijn. Auteur, columnist en moeder Dalilla Hermans onderzoekt in haar eerste theaterstuk ‘Her(e)’ de pijn die zwarte vrouwen in België meedragen, maar ook de onvoorwaardelijke vreugde die tussen hen leeft. Actrice Abigail Abraham vertelt hun verhaal. Altijd onverbloemd. Altijd bij de keel grijpend.

Het is vijftien februari in het Wagehuys in Leuven. Ook hier gaat de tijd immers vooruit, al zou je je na de voorstelling kunnen afvragen of mensen dit wel weten. Of ze wel weten dat ze erin mee mogen gaan. Misschien weten ze het wel, maar verzetten ze er zich koppig tegen, dat kan ook. In ieder geval zijn er een 150 tal mensen die vanavond bewust de confrontatie opzoeken. Gelukkig maar.

 ©Harmony Benegusenga

We zien onszelf immers in grote, voornamelijk rechthoekige, spiegels met oude, goudkleurige omkaderingen. De figuurlijke spiegels volgen pas later. Zwarte actrice Abigail Abraham kijkt verveeld toe naar het witte publiek, met haar huid als onbewerkte boetseerklei, liggend in een azuurblauwe zetel die zich laat bedekken door een deken dat doet denken aan vers geperste appelsienen in de zomer. In haar monoloog vraagt Abigail ons iets meer kleurenblind te zijn, maar de prachtige, symbolische contrasten in het decor benadrukken hoe gevoelig we voor kleur zijn.

Bosklasse, maar dan inclusief

Het zachte gezang op de achtergrond gaat over in geprojecteerde beelden van een lachende en dansende groep zwarte vrouwen. Eenendertig om precies te zijn. Dalila Hermans nodigde deze artiesten, actrices en activisten 24 uur uit in Villa Hellebosch om het te hebben over hun ervaringen als zwarte vrouwen in een witte wereld. Overal bekeken, nergens gezien.

De beelden, die nu het hele decor overmeesteren, trekken ons eerst mee in hun vreugdevol verhaal. Ook een dag na Valentijn mag liefde de overhand nemen. De vrouwen halen zichtbaar veel geluk uit de verbinding met elkaar en Abigail glimlacht luidop en vraagt zich af of het mag, zo dansen. ‘Natuurlijk mag dat niet!’, beantwoordt ze zichzelf. De sfeer slaat om en de pijn die deze vrouwen elk moment met zich meedragen, wordt op een pakkende manier steeds zichtbaarder gemaakt.

Don’t tell me I’m magic

‘Don’t tell me I’m magic if that’s all you’re willing to do’. Even later vraagt de actrice ons bijna wanhopig door een megafoon om niet meer aan haar afrohaar te zitten, onze zongebruinde huid na een vakantie niet te vergelijken met de hare en al zeker niet te denken dat we haar na onze reis naar Afrika begrijpen. ‘Luister dan!’. Ze zegt het drie keer, het publiek blijft stil. En wit. Abigail slaagt er op meesterlijke wijze in om met haar mimiek en intonatie een verhaal op zich, naast de tekst te creëren. De kwaadheid is bijna tastbaar en ze laat ons voelen dat dit geen monoloog is, maar een dialoog met ons, met de samenleving. ‘Waar zijn jullie?’

Her(e) speelt op een onverwachte manier ook met het licht in de zaal. Spots waar de zwarte vrouw niet in wil staan, verlichten haar desondanks. Haar aanwezigheid is een statement. Ook na de activistische scène met de megafoon volgt verdriet, maar een spot die gericht blijft op de megafoon toont dat haar strijd niet gedaan is. Ondanks haar onmacht moet ze blijven uitleggen waarom ook zij mens is, waarom ook zij geluk verdient. Ook hier nog, ook vandaag nog.

De aanhoudende danser wint

In de geprojecteerde filmfragmenten van het weekend in de villa verklaren haast alle vrouwen dat ze zich verbonden voelen door de trauma’s die ze stuk voor stuk hebben meegemaakt. De gebeurtenissen mogen dan wel anders geweest zijn, de pijn was het niet. Het verlangen naar de verbinding en hun lange zoektocht naar herkenbare verhalen doen ons beseffen dat er ook nog vandaag een grote eenzaamheid gepaard kan gaan met een gekleurde huid. Moeten we walgen van ons eigen, witte spiegelbeeld dat daar zo prominent in het decor aanwezig is? Vast niet. Maar Her(e) maakt ons wel (nog eens) duidelijk dat we moeten luisteren, en samenleven. Echt samenleven, zonder onderscheid.

Here Beeld2 Web
©Manoe Sunkwa

Eindigen doet Her(e) opnieuw al dansend. Na wat vertwijfelend schoenwitsel op haar hand uit te proberen, laat Abigail horen dat ze weet wie ze is en er ook trots op is. De eivormige, rieten mand die de actrice al de hele voorstelling achter zich sleurt, neemt ze nu zelfzeker vast. Ze herrijst als zonnekind, als zondagskind, als dochter van haar voorouders en als voorbeeld voor de toekomstige generatie zwarte vrouwen in België. Zij is hier. Zie haar. Zij is hier.

De manier waarop Her(e) omgaat met het feit dat onze genen in zoveel opzichten onze levens determineren klinkt aangrijpend, liefdevol, kritisch, begripvol, maar vooral strijdvaardig: ‘silence is violence‘, bevestigt iemand uit het publiek achteraf. De evenwichtige afwisseling tussen filmprojecties, tekst en zang kan gezien worden als een poging om de boodschap op alle mogelijke manieren duidelijk te maken. Een zeer geslaagde poging, wat mij betreft. Een viering van de zwarte vrouw, een ode aan de kleurenblindheid.

‘Vrede, liefde & vrijheid’; het verdraaide verdrag van Versailles.

De première van ‘Vrede, liefde & vrijheid’ vond plaats langs de fonkelende mijnschachten in C-Mine. Niet alleen Genk kreeg het privilege te genieten van dit cultuurspektakel, ook o.a. hartje Leuven mag mee de vooroorlogse sfeer opsnuiven in de volgende shows. Alsnog is er weinig gerecenseerd over Het Nieuwstedelijks pageborgen kindje van Stijn Devillé. Maar hoewel dit smaakvolle theaterstuk meer dan genoeg gekruid was, grijp ik toch mijn kans om mijn ongezouten mening te spuien.

De melodische monologen zetten de toon voor dit zwaar stuk. Gewichtige en luchtige dialogen tussen de drie protagonisten wisselden zich af. Er ontstond vuurwerk tussen een doemdenkende econoom (een fantastische Michaël Pas), een gediscrimineerde president (Prince K. Appiah) en een gefaalde ballerina (Clara Cleymans). Mensen die zich zogezegd achter de schermen verstopten in het grote plaatje van een wereldwijd conflict. Toch zijn het geen figuranten, maar relevante figuren.

Charles D.B. King vocht voor de vrijheid van zijn land Liberia dat gewurgd werd door de klauwen het onverschillige Europa. Zelfs als president bleef hij ongehoord. Omdat hij veroordeeld werd om zijn huidskleur, werd de kleur uit zijn vooruitstrevende mening gezogen. Ook maakte Devillé het fenomeen vrijheid tastbaarder in de laatste scène. Keynes gooide de frustraties uit zijn furieus lijf door hoogstaande documenten door de zaal te slingeren. Zijn accurate prospectie werd namelijk niet gehoord. De zwangere, bankroete Lydia viel hem in rede. Ze had geen land meer, geen geld en geen man. Enkel een ongewenst kind. Dit contrast geeft expliciet weer hoe allesomvattend vrijheid is. Die specifieke vrijheid die uiteindelijk naar liefde leidt…

Opnieuw slaagde de auteur -zoals bij ‘Hitler is dood’ (2009)- erin om het decor minimalistisch te houden. Zo werd er een harmonieus contrast gevormd tussen de soberheid van de omgeving en de complexiteit van de ritmische tekst. Toch viel één decorstuk op. De acteurs verplaatsten spiegels voor hun aangrijpende monoloog om zo hun point de vu te representeren. Natuurlijk werd er intelligent geknipoogd naar de spiegelzaal in het paleis van Versailles, dé plaats waar het zich allemaal afspeelde. Tegen het einde van de voorstelling bleven de spiegels staan. Op die manier smolten de visies van de protagonisten samen.

Stijn Devillé creëerde de illusie dat elke toeschouwer een pientere historicus voorstelde, hoewel hij overrompeld werd door informatie. Dat deed hij door bekende verhalen over de oorlog in zijn voorstelling te verwerken. Eveneens werd 4e wand genadeloos gesloopt door talrijke verwijzingen naar de hedendaagse maatschappij. Zo bleef het publiek aan zijn lippen hangen.

‘Vrede, liefde & vrijheid’ zal 18/10 en 19/10 om 20:00 uur in OPEK (Leuven) verschijnen. Ook in december kan er nog genoten worden van de voorstelling te Leuven. Er wordt voor de Cultuurkaarthouders natuurlijk ook korting voorzien. Naast Leuven zijn er nog een tal van andere steden waar dit theaterstuk bezocht kan worden zoals Hasselt, Torhout en Aarschot.

Daughters of the witches you couldn’t burn

Een kleurrijke canon van activistische teksten die tot leven komt in de monden van een even kleurrijke groep jongeren. Passing the Bechdel Test van fABULEUS en Jan Martens balanceert tussen de puurheid van een toneelrepetitie in mijn middelbare school en de vurigheid van een open mic night in een queer café. Het resultaat is meer dan overtuigend. Als hommage aan revolutionaire stemmen, maar vooral als seismograaf van de grilligheid waarmee je ontdekt wie je bent.

De titel Passing the Bechdel Test leest als een manifest. De test in kwestie ontstond als uit de hand gelopen grap van cartooniste Alison Bechdel, om de teleurstellende representatie van vrouwen in fictie aan te kaarten. In een van haar graphic novels verzucht een meisje dat ze enkel nog tijd wil investeren in films waarin twee vrouwelijke personages bij hun naam genoemd worden én met elkaar spreken over iets anders dan een man. Een extreem lage standaard, waaraan alsnog maar liefst 43 procent van de films niet voldoet. Waar ga je dan als tiener op zoek naar rolmodellen, als elk geloofwaardig script ontbreekt?

Nog moeilijker wordt het als je geaardheid en/of genderidentiteit afwijkt van de norm, en in de bestaande scripts niet eens aan bod komt. De culturele iconen waarin je jezelf kan herkennen zijn dan zo goed als onvindbaar. De ideale aanleiding voor fABULEUS en choreograaf Jan Martens om queer jongeren van vandaag rechtstreeks te laten kennismaken met hun pioniers. Ze zochten en vonden 13 tieners die zichzelf herkenden in de thematiek en lieten hen aan de slag gaan met een canon van feministische, LGBTQ-activistische en antiracistische essays, speeches en TED-talks. Van pioniers zoals Virginia Woolf en Audre Lorde tot hedendaagse iconen zoals Rebecca Solnit en Maggie Nelson. Een mooie selectie, zij het dat ze pas écht eclectisch was geweest met wat meer aandacht voor online activisme zoals generatie Z het kent.

Als op een klasfoto – compleet met wankele klapstoeltjes – zitten ze op een rij en citeren ze non-stop uit dat tekstmateriaal. Soms puberaal onvolmaakt, soms ontroerend matuur, maar altijd met voelbaar respect voor hun eigenheid. Ze dragen hun vertrouwde kleren, zetten hun dictielessen even aan de kant en er is geen theatertechnicus in zicht om de muziek en video’s op te starten. Je wil bijna schreeuwen dat ze het Word-document waarin ze zinnetje per zinnetje al typend zichzelf introduceren godverdomme eens opslaan. Theater gereduceerd tot zijn absolute nulpunt, zo lijkt het. 

Of toch niet? Op elke oprechte getuigenis volgt wel een ironische kwinkslag (“ik ben 8 maanden zwanger!”) die meteen doorprikt hoe je in je hoofd een bepaald beeld creëerde van elke performer op basis van hun uitspraken. Je voelt jezelf bijna een voyeur door die autobiografische blik, want eerder dan individuen zijn ze vooral schakels in één gemeenschappelijk verhaal van vechten en jezelf blootgeven. Dat constante spel met zijn en niet zijn bereikt een hoogtepunt in een knap re-enactment van een lezing van fotografe Catherine Opie. Elk om de beurt vertellen ze over haar portretten van de queer community van Los Angeles alsof ze zelf achter de camera stonden. 

Dat we de voorstelling twee jaar na première zien, geeft het geheel een interessante extra dimensie. De speech van Kamala Harris in de zaak-Kavanaugh die zo’n prominente plek inneemt in de voorstelling? Aged very well. En zijn ze nog wel dezelfde onzekere jongeren? Ongetwijfeld hebben ze een enorm groeiproces doorlopen in vergelijking met hoe ze twee jaar geleden op het podium stonden, en dat idee is even hartverwarmend als de voorstelling zelf.

Is de overdaad van redelijk abstracte citaten na een tijdje niet too much om te blijven volgen, in een performance die een dikke twee uur duurt? Misschien. Maar het weerspiegelt de gulzigheid waarmee jongeren hun identiteit ontdekken, alsof je per ongeluk de autoplay hebt laten aanstaan bij een eindeloze stroom coming-outvideo’s. En hun activisme zou niet meer hetzelfde zijn in een voorgesneden kant-en-klaarversie. Het mag je bewust maken van je onvermogen om alles te bevatten, tegen het ongemakkelijke aanschurken, huiswerk meegeven. Wat ook letterlijk gebeurt: wanneer je de zaal verlaat, krijg je een folder met alle teksten en performances waaruit de gebruikte citaten ontsproten zijn.

Passing the Bechdel test is een goudeerlijke, begeesterde en hoopgevende bloemlezing met het hart op de tong én op de juiste plaats. Je wordt ondergedompeld in een utopie die in al haar directheid initieel misschien wat koudwatervrees inboezemt. Maar eens je er even in hebt mogen rondzwemmen, wil je er nooit meer uit.

Voorlaatste reprise van Passing the Bechdel Test (fABULEUS & Jan Martens). Gezien op vrijdag 23 oktober in OPEK.

Largo Desolato: de verantwoordelijkheid van een politiek dissident

Met Largo Desolato zet Campustoneel een stuk op het toneel over de persoonlijke impact van politieke dissidentie. De anderhalf uur durende voorstelling focust op professor Leopold Netelmans, die een controversieel essay heeft gepubliceerd en daardoor onder constante schrik leeft dat de politieke machthebbers hem elk moment zouden kunnen aanhouden. Leopold leeft als een paranoïde kluizenaar teruggetrokken in zijn woning, waar hij door verschillende stemmen de verantwoordelijkheid van verzetsleider in de schoot geworpen krijgt.

Afbeeldingsresultaat voor largo desolato campustoneel

© Campustoneel

De Tsjechische schrijver (en latere president) Václav Havel schreef dit semi-autobiografische stuk in 1984 kort na zijn vrijlating uit de gevangenis. Het weerspiegelt de moeilijke politieke situatie van het door de Sovjet-Russen gecontroleerde Tsjechoslowakije en de hoop op een vrijere politieke meningsuiting. Ook Havel schreef een kritische tekst tegen de machthebbers in het communistische Tsjechoslowakije. In de loop van het stuk krijg je bovendien voortdurend het gevoel alsof je in de wereld van die andere beroemde Tsjechische schrijver, Franz Kafka, vastzit. De aanhoudingsscène lijkt dan ook rechtstreeks uit Het proces te komen, met een gelijkaardige onzekerheid tussen arrestatie en vrijheid. Wat het essay concreet aanklaagde of tegen welke schenen werden getrapt, blijft in de loop van het verhaal onduidelijk.

Paranoia, onzekerheid en existentiële twijfel zijn de overheersende gevoelens bij het stuk. Je wordt er ook meteen ingeworpen: Leopold loopt gehaast en vertwijfeld het podium op met als doel zijn fles rum. De hoofdrolspeler, Jonas De Leeuw, zet een knappe ononderbroken (!) vertolking van een vertwijfeld personage neer dat ten onder gaat aan de verantwoordelijkheid die hem van alle kanten wordt opgedrongen. Anderhalf uur geven alle acteurs het beste van zichzelf en weten op overtuigende manier de radeloosheid en hoop op politieke vrijheid neer te zetten. Hoewel het stuk zeer zeker concreet over de communistische onderdrukking van politieke stemmen voor glasnost gaat, lijkt in deze tijden van immer toenemend populisme en polarisatie deze wereld in een niet al te verre toekomst weer een mogelijkheid.

Toch maakt het stuk van Leopold geen held die strijdt voor zijn idealen of voor het volk, maar krijgt het persoonlijke verhaal van een kritische geest alle ruimte. Dit maakt het stuk dan ook zo anders dan vele andere verzetsverhalen: geen grote held, maar een gewone man waarop alle hoop op politieke vrijheid wordt gevestigd, maar die verantwoordelijkheid verstikt hem. Dat verstikkende gevoel ervaart hij echter niet alleen naar de buitenwereld toe, maar ook in zijn relatie met Lucy. Leopold lijkt zich er niet op toe te kunnen leggen en probeert zich los te maken van alle verwachtingen.

Wat het stuk naast de interessante thematiek en de bijzondere acteerprestaties nog zo uniek maakt, is de locatie en de aandacht voor de scenografie. Het stuk wordt in het Anatomisch Theater gespeeld en is zeer zeker ook bewust een manier om dit vergeten stuk Leuvens universiteitserfgoed opnieuw in de spotlight te stellen. Het achthoekige gebouw leent zich tot een unieke opstelling: met het speelveld in het midden doet dit politieke schouwspel denken aan het leedvermaak in een amfitheater. Bovendien is professor Netelmans niet alleen omsloten door de fictieve ruimte van zijn woonst, maar ook door het publiek, dat van hem misschien ook het heldendom vanuit het klassieke theater verwacht. De soundscape van Bert Aernouts voegt hier nog een extra dimensie aan toe en geeft aan het geheel een onheilspellende sfeer.

Largo Desolato is een beklijvend stuk in een prachtige locatie. De regisseurs Sam Rijnders en Kenneth Schenning zijn erin geslaagd om de radeloosheid en hoop van politiek verzet op het podium te ensceneren. Dat de existentiële twijfel bij momenten zelfs komisch wordt, doet niets af aan de de diepmenselijke kracht van het stuk.

‘Largo Desolato’ van Campustoneel / verschillende data tussen 22 april en 4 mei / 5€ voor cultuurkaarthouders, 6€ voor studenten en 9€ voor niet-studenten / Anatomisch Theater, Minderbroederstraat 50 / voor meer info, klik hier

Vluchten van Syrië naar het podium

Zet negen Syrische jongeren, voor de burgeroorlog gevlucht, voor een Vlaams publiek en laat hen hun gevoelens bij de oorlog, de vlucht en aankomst in dit vreemde land uitdrukken met de enige communicatiemiddelen die ze in dit tijdelijke moment hebben: lichaamstaal, stemtimbre, spandoeken. Dat is wat regisseur Mokhallad Rasem (Toneelhuis) en doctoraal onderzoeker Sofie de Smet (KU Leuven, UGent) in hun theatervoorstelling “Tijdelijk” doen, die op 20 november in het kader van UUR KULTUUR te zien was. Samen gaan ze op zoek naar wat die aankomst op deze “kust van hoop” voor hen betekend heeft, wat ze ervoor hebben moeten opofferen en achterlaten. Zoekend naar een nieuw begin vragen ze bescheiden om aanvaarding en empathie in het land dat voor hen vervreemdend werkt, niet meer, niet minder.

© Toneelhuis

Wie een eloquent en narratief toneelstuk, een—zeg maar—Shakespeare-tekst over vluchtelingen, verwacht had, was eraan voor de moeite. Rasem staat bekend om zijn fragmentarische theaterstukken, die de lineaire narrativiteit openbreken en opgebouwd zijn uit associatief aan elkaar vasthangende scènes. In dit geval was het ook uit pure noodzaak: in dit tijdelijke heden zijn deze jongeren nog niet helemaal klaar om een monofoon, lineair, Nederlandstalig toneelstuk op te voeren. Bovendien zou het verraad plegen aan de diversiteit en complexiteit van elk individueel verhaal. Het toneelstuk is bijgevolg niet eloquent, niet narratief, niet coherent, niet monofoon, en daarin zit juist de kracht. “Een stem geven” aan dé vluchteling zit er niet in. In plaats daarvan draagt Rasem betekenissen over aan de hand van non-narratieve elementen. Naast de spandoeken, gaat alle aandacht naar de fysicaliteit van de lichaamstaal van de acteur. De regisseur gaat hiermee naar de kern van wat theater is en wat theater kan doen: betekenis overbrengen niet met woord of met beeld, maar met fysieke bewegingen. Het is de fysicaliteit, het lichamelijke aspect, maar ook de intonatie in de stem van het anders onverstaanbare Arabisch, die de emoties het best overbrengen. Het laat Rasem ook toe om voortreffelijk de polyfonie aan ervaringen weer te geven. Elke acteur staat als individu op het podium, met een eigen verhaal en geschiedenis, maar staat verbonden met de andere acteurs door het gemeenschappelijke verhaal van hun gedwongen vlucht uit hun vaderland.

Een weerkerend element is het spandoek, dat hen toelaat om op verbale manier met het publiek te communiceren. De spandoeken herinneren uiteraard aan de protesten van de Arabische Lente, maar dienen ook als communicatiemiddel. Zo bevatten ze associaties die ze maakten met hun vaderland en hun vlucht. Associatie en improvisatie kenmerken het toneelstuk. Heel wat scènes zijn ontstaan uit plotse improvisaties en variaties op hetzelfde gegeven.

Het stuk is opgebouwd uit vier grote delen, die elk een andere aanpak hebben. In het eerste deel is het een litanie aan emoties en associaties, geschilderd op spandoeken. Vervolgens zien we een heleboel tableaux vivants, snapshots uit het leven van een Syrische vluchteling, soms treurig en angstaanjagend, dan weer vrolijk en hilarisch. Interessant was de scène waarin elke acteur de rol van de machthebbende krijgt. Van zodra hij of zij een kroon op krijgt, mag hij of zij de anderen (en soms ook het publiek) commanderen. Alleen de laatste wil zijn macht niet gebruiken, of liever gezegd ‘misbruiken’. Ten slotte ontstaat er een soort van talentenjacht, waarin de acteurs het beste van zichzelf geven, hun one minute of fame, soms met hilarische gevolgen.

Niet onbelangrijk is de functie van het onderzoek van Sofie de Smet. Zij doet onderzoek naar hoe theater kan helpen bij het verwerken van een trauma. Dat dit theaterstuk aan de negen acteurs een fijne ontmoetingsplaats bood en plaats voor zelfontplooiing, zelfaanvaarding en zelfvertrouwen, dat spatte ervan af.

Het stuk is een mooie ode aan de complexiteit van gevoelens in een complex verhaal. De rauwe eerlijkheid en de onverbloemde naaktheid van de acteurs maken van het stuk een kwetsbaar onderzoek naar een nieuw begin in een vreemd continent. Zij zijn niet verslagen door de oorlog of de vlucht, maar zwaar getroffen door het onrecht dat hen van hun vaderland heeft weggescheurd en hen naar onbekende oorden dwong. Tijdelijk is hun situatie moeilijk, maar mits aanvaarding en empathie, laten deze jongeren zeker nog van zich horen.

UUR KULTUUR: “Tijdelijk”, een productie van Toneelhuis, regie en assistentie door Mokhallad Rasem en Sofie de Smet / dinsdag 20 november om 21u in de Soetezaal van het STUK / gratis met cultuurkaart / meer info, klik hier

fABULEUS brengt politiek, liefde, geschiedenis én jong geweld samen

17553504_1296968017059032_2884559162988287500_n

MERLIJN OF HET BARRE LAND

Woensdagavond liep de grote zaal van Opek behoorlijk vol voor de première van Merlijn of het barre land, de nieuwste voorstelling van jongerengezelschap fABULEUS. 2 muzikanten en 14 jonge spelers stonden samen op de scène om een vernieuwende versie te brengen van het beroemde verhaal van Koning Arthur en zijn Ronde Tafel. Vertrekkend vanuit Merlijn oder Das wüste Land (1978-1980) van Tankred Dorst (een stuk dat 12 à 15 uur zou duren om het volledig op te voeren) slaagden Dirk De Lathauwer en Astrid Ogiers erin om 14 jongeren tussen de 13 en 22 jaar oud én de dromerige klanken van Hydrogen Sea het stuk te laten dragen.

Arthur, de zoon van Uther Pendragon en Ygraine, wordt bij zijn geboorte door Merlijn meegenomen en ondergebracht bij een edelman. Uther Pendragon, voormalig heerser van Brittannië, sterft, waardoor er grote onrust onstaat in het rijk. Daarom plaatst Merlijn het zwaard Excalibur in een steen en wie het zwaard eruit kan halen, wordt de nieuwe koning van Brittannië. Wanneer Arthur als schildknaap het zwaard van Sir Kay (zijn adoptiebroer) vergeet en dit moet gaan halen, komt hij het rotsblok met Excalibur tegen en haalt het zwaard zonder enige moeite uit de steen. Arthur wordt koning, trouwt met Guinevere en richt de Ronde Tafel op, waar ridders aan plaatsnemen met een geloof in gelijkheid en zicht op een betere wereld. Eén van die ridders is Lancelot. Wanneer hij verliefd wordt op Guinevere, verschijnt Mordred (de buitenechtelijke zoon van Arthur) aan het hof. Hij zal Guineveres ontrouw veroordelen en mee aan de oorzaak staan van de val van het rijk van koning Arthur.

Lees verder

Verdwazing als ultieme doel in Het Gelukzalige

“Stoel, kapstok, aquarium.” Het Gelukzalige mag dan wel ontstellend zonderling theater zijn, de eenvoud waarmee een van de personages het compacte universum uiteenzet, is in zekere zin geruststellend. In de nieuwe absurde voorstelling van het Nederlandse gezelschap De Mexicaanse Hond en de mannen van het Vlaamse Olympique Dramatique is identificatie met de bizarre figuren zo onmogelijk, dat je naar het stuk gaat kijken alsof het zich onder een stolp afspeelt. Net die afstand maakt Het Gelukzalige tot uniek en bevrijdend theater.

Ben van Duin 2

(c) Ben van Duin

Lees verder