JazzUUR KULTUUR: Leuven Jazz Festival

Het drie-urig UUR KULTUUR van deze maand werd vertolkt door vier heel anders uitziende pareltjes van de jazzscène van vandaag. Cinema Paradisio, Antoine-Pierre, Fred Hersch en een blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout klonken samen als het prachtige openingsconcert van het Leuven Jazz Festival dit jaar. Muzikale weken als de deze maken je verlangen naar een zomer vol live muziek zo mogelijk nog groter. Maar hoewel het gemis van de sfeer en tastbare vrijheid van de muzikanten blijft, moest een online alternatief niet onderdoen. Het innemende gebouw van de stadsschouwburg en mysterieuze verlichting schept een sfeer van intimiteit die je de hele avond bevangt. Vier verschillende optredens, vier verschillende reizen: het openingsconcert van Leuven jazz was er één om spontaan van te moeten glimlachen, zo’n glimlach die je nog een paar dagen met je meedraagt.

De lange, veelzijdige reis die deze avond is, begint met Cinema Paradisio. Het Belgische trio met Kurt Van Herck (sax), Eric Thielemans (drums) en Willem Heylen (gitaar) werkte voor hun nieuwste album samen met toetsenist Jozef Dumoulin en nodigt hem ook voor dit concert uit als gastpianist. De keuze voor Dumoulin levert prachtige creaties op die je elke keer weer op de juiste momenten weten verrassen. Als je je ogen sluit zou je je op zee kunnen wanen, meegenomen door de golvende pianoklanken en de warme saxofoonklank als de zon op je huid. De muzikanten hebben elk zo’n eigen geluid, zo’n andere, mooie rol in het geheel, dat het samenspel je elke keer in een andere soort sfeer brengt. De ene keer gaat je aandacht voluit naar de rijke kleuren van de elektrische gitaar, daarna kan je enkel nog luisteren naar de meeslepende ritmes van de drummer. Maar allemaal nemen ze je mee over de golven, allemaal laten ze je proeven van hun vrijheid enerzijds en de rust anderzijds.

© Bache Jespers

Van atmosferische klanken naar een ijzersterke beat. De concertfilm schrikt niet van een abrupte stijlwissel, want het volgende concert in de rij wordt verzorgd door Antoine-Pierre. De creatieve drummer en bandleader van Urbex heeft nu ook een soloproject (VAAGUE) opgestart waarin hij zich helemaal laat gaan met een uitgebreide drumkit, elektronische soundscapes en fragmenten uit bekende speeches. De veelheid aan geluiden en in elkaar gewoven ritmes en klanken doen je vol ongeloof en bewondering naar de jonge drummer kijken, maar laten je tegelijkertijd meteen zin krijgen om te dansen. Antoine-Pierre vermengt zijn virtuositeit probleemloos met aanstekelijke grooves. Voor mensen als hem kan je een nieuw genre uitvinden, al zal dat waarschijnlijk nog altijd tekort doen aan de veelzijdigheid en creativiteit van zijn muziek. Zo is er een geluidsfragment dat hij gebruikt waarin een interviewer met een frans accent vraagt: ‘Yout pretend that you play modern jazz?’. Antoine-pierre laat duidelijk merken dat hij niet van hokjes houdt en vooral zijn eigen, vernieuwende stem het woord wil geven.

“Legendarische jazztrio’s bij de vleet natuurlijk maar dat van Paul Motian, Joe Lovano en Bill Frisell blijft tot de verbeelding spreken. Om zich te wagen aan hun repertoire en aanpak moet je van goeden huize zijn en vooral voldoende persoonlijkheid hebben. Geen probleem wat dit trio betreft.” (Jazzenzo over Cinema Paradisio)

De derde muzikant valt een beetje uit het rijtje. Met zijn oudere leeftijd, repertoire vol standards en zijn Amerikaanse roots is Fred Hersch de uitzondering en meteen ook de buitenlandse headliner op Leuven Jazz dit jaar. Verschillende standards passeren de revue, maar ook nieuwe composities voor zijn album ‘Songs from home’ komen aan bod, allemaal in de typische, gekende stijl van Fred Hersh natuurlijk. Van ballads als ‘This is Always’ tot bekende Strayhorn composities als ‘Upper Manhattan Medical Group’ : allemaal worden ze bekeken vanuit zijn innovatieve, virtuoze bril. Gedurende 70 minuten laat hij het beste van zichzelf horen en dompelt hij je helemaal onder in zijn poëtische speelstijl. Een aangenaam ‘thuiskomen’ tussen de meer experimentele andere groepen van deze avond.

© Tracey Yarad (Soapbox Gallery)

Als kers op de taart is er tot slot nog de blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout. Twee kersen dus, allebei vrouwelijk, allebei meesterlijke improvisators. De twee artiesten ontmoetten elkaar voor het eerst op het podium, maar je zou denken dat ze elkaar lang geleden al ontmoet hebben ergens in een heel andere, mystieke wereld waarin ze beiden vaak rondlopen als ze onze wereld even kwijt willen. De combinatie van de twee unieke persoonlijkheden en de sferische, clair-obscure-achtige verlichting maken het een magisch optreden. De volle tromboneklanken van Nabou Claerhout passen enorm goed bij de soundscapes en fragiele zang van Lynn Cassiers. Laten we hopen dat deze blind date zal zorgen voor meer dates, liefst veel meer.

Leuven Jazz Festival: 19 t.e.m. 28 maart op verschillende (online) locaties in Leuven, gratis te beluisteren met cultuurkaart.

“Hey, you can be my girlfriend outside for two minutes”: Angela Washko over games, feminisme en pick-up artists

“Hey, you can be my girlfriend outside for two minutes”: het lijkt misschien een misplaatst grapje, maar het is wel degelijk één van de pick-up lines die bekende verleidingscoaches aanraden aan mannen om vrouwen te versieren. Angela Washko wil bruggen bouwen tussen deze vertegenwoordigers van de ‘manosphere’ en het hedendaags feminisme. Ze gaat op zoek naar nieuwe fora om te discussiëren over feminisme, gendergelijkheid en de scheefgetrokken machtsstructuren in de media. In de expo ‘A point of view’ verzamelt ze vier eerdere werken van haar, alle vier mediakunst, alle vier even sterke eye-openers.

Het is vrijdagavond. Onze levens laten zich niet langer leiden door een dodelijk virus en je hebt afgesproken met een goede vriendin in een café om de hoek. Je arriveert, maar ze blijkt wat later te zijn. Om de tijd te doden ga je alvast aan de bar zitten en bestel je een drankje. Je kijkt terug richting de tafeltjes in het café om je vriendin te zoeken, maar je kan maar moeilijk iets zien: ‘several men are blocking your view’. Het is de startsituatie van The Game: The Game.

Beeld uit ‘The Game: The Game’

Het café lijkt deze avond décor te spelen voor een workshop ‘vrouwen verleiden’ en je wordt door verschillende mannen aangesproken. Prachtig dreigende muziek van Xiu Xiu begeleidt je in The Game:The Game doorheen intense conversaties met zes cassanovas die jou graag mee naar huis willen nemen: een flatterende, toch vermoeiende gedachte. Je hebt telkens een aantal antwoordmogelijkheden, op die manier kan je zelf het spel sturen en vooral merken hoe hardnekkig deze mannen zijn in het ‘verleiden’ en hoe weinig er eigenlijk naar je replieken wordt geluisterd. Het zijn dan ook niet voor niets technieken en pick-up lines van bekende pick-up artists als Roosh V, die onder andere beweert dat ‘all human resistance can be broken down with enough pressure’. ‘The Game:The Game’ biedt de speler de mogelijkheid om de verschillende verleidingstechnieken te verkennen en om aan te voelen hoe het is om op die manier benaderd te worden, wat voor de ene persoon (lees: man) al verrassender kan zijn dan voor de andere.

Toch wil Washko de pick-up artiesten niet per se in een slecht daglicht brengen, ze wil vooral het perspectief van vrouwen in dergelijke situaties tonen en hen ook helpen dit soort strategieën beter te kunnen identificeren. “Ik denk dat het heel goed mogelijk is om empathisch te zijn tegenover mannen die deze ideeën aantrekkelijk en nuttig vinden voor het opbouwen van vertrouwen om vrouwen te benaderen en te ontmoeten … en toch kritisch te zijn tegen die pick-up artiesten’, aldus Washko.

 © Illias Teirlinck

Naast deze feministische game kan je bij ‘A point of view’ ook terecht voor de videoreeks ‘Heroines with Baggage’. Deze montage van gamescènes is een grappige, maar ook zeer rake illustratie van de karakterisering van de vaak zwakke en onderdanige vrouwelijke personages in videogames. Je ziet een verzameling van geanimeerde vrouwen die uitbarsten in emotionaliteit, angstig zijn, sterven of hun mannelijke tegenspelers om hulp vragen omdat ze te zwak zijn: stereotyperingen die ook vandaag soms nog pijnlijk zichtbaar zijn in media en maatschappij.

Ook in de game ‘World of Warcraft’ kwam de Amerikaanse artieste vaak vrouwonvriendelijke, homofobe, racistische en discriminerende taal tegen. In ‘The Council on Gender Sensitivity and Behavioral Awareness in World of Warcraft’ gaat Waschko als personage in gesprek met andere spelers over hedendaags feminisme, de behandeling van vrouwen in het spel, inclusiviteit en verworven rechten. The Councel was een manier om een veilige plaats te creëren voor spelers die zich buitengesloten of beledigd voelden en heeft ook als doel om andere spelers zich hier bewust van te maken. Op de geprojecteerde beelden zie je dat de gesprekpartners vaak zelf niet weten hoe hard deze stereotypen en beledegingen doorsijpelen in hun gedrag. Het onderdrukkende gedrag is dan misschien ook te wijten structurele ontwerpbeslissingen van het spel, eerder dan aan slechte bedoelingen van hun spelers: iets waar Wascko zich tegen wil verzetten.

De expo laat je daarna niet zomaar achter met deze eerder ludieke pogingen tot bewustmaking. Als je nog niet met je neus op de harde feiten gebotst was, dan zal dat wel gebeuren in het slotwerk van de tentoonstelling. In een twee uur durend interview gaat Wascko in gesprek met Roosh V: ‘de meest beruchte vrouwenhater van het internet’ en pick-up artist, al wil hij zichzelf niet zo noemen. Roosh V is immers meer dan dat, hij is een échte ‘man’: een mannelijke, heteroseksuele, normale man. In 2015 had hij al veertien boeken geschreven over hoe je vrouwen zo snel mogelijk in bed kan krijgen. V moet het niet zo hebben van feministen, of ‘mannenhaters’, en heeft dan ook een heel andere visie op gendergelijkheid dan Washko. Toch schrikt deze radicale visie haar niet af: ze zoekt naar gelijkenissen en compromissen en stelt zich erg bemiddelend op gedurende het hele gesprek, haar geduld en begrip is bewonderingswaardig. Dit ondanks de soms onmogelijke houding van Roosh V, die vooral duidelijk wil maken dat vrouwen maar beter geen stemrecht hadden en dat de wereld de verkeerde kant op gaat met haar Westerse ideeën van ‘gelijkheid’. Een gesprek over ‘dubbele standaarden’, biologisch determinisme en homofobie.

De dominante rode neon verlichting en een muur vol beelden en zinnen uit de game dompelen de bezoeker onder in een totaalbeleving. De vele video installaties maken het echter niet altijd makkelijk om deze volledig te beleven. Door de coronamaatregelen moet je soms best lang wachten voor je een video kan zien en kan het misschien vervelend zijn dat je maar kleine fragmenten kan bekijken van de juist zo boeiende video’s. Toch is ‘A point of View’ een echte aanrader. De thema’s die aan bod komen zijn confronterend, maar daarom juist een heel nodige bewustmaking en goede aanzet om erover te praten: if a conversation is hard, it’s probably the one worth having.

A point of View is nog tot 25/4 te zien in het STUK in Leuven, gratis met cultuurkaart

UUR KULTUUR: er zit meer in een Geel Hesje dan je denkt

Of liever: er zit meer achter zo’n geel hesje dan je denkt. Het nieuwstedelijk neemt ons in de voorstelling Geel Hesje mee naar de burgerprotesten van de Gilets Jaunes in Luik van zo’n twee jaar terug. We leren het verhaal kennen van voor- én tegenstanders en zo levert Het nieuwstedelijk een interessante kijk op de mens in opstand. Een ode aan de anarchie, een waarschuwing ertegen of iets ertussenin? We ontdekten het virtueel samen tijdens het UUR KULTUUR op woensdag 9 december.

Samen naar het theater gaan is helaas nog niet mogelijk. En live theater aan zich is zo 2019. De theaterfanaten onder ons hebben het dan ook lang met online opnames van oudere voorstellingen moeten stellen. Maar toen kwam Het nieuwstedelijk met hun livestream van Geel Hesje. Een livestream als the best of both worlds; helemaal corona-proof (want je moet zelfs uw zetel niet uit), terwijl er toch live wordt gespeeld. In een lege zaal welteverstaan, waar je doorheen één van de vijf camera’s soms een blik van opvangt. Het blijft een apart zicht in deze aparte tijden, in de eerste plaats voor de acteurs zelf. Technisch verliep het niet altijd even vlot, toch brachten ze met overtuiging de Gilets Jaunes tot in onze huiskamers.

In Geel Hesje maken we kennis met vier personages die in een soort netwerk narratief ongewild met elkaar verbonden raken. Ze leiden allen verschillende levens en hebben verschillende overtuigingen, toch raken ze door een samenloop van omstandigheden met elkaar verzeild en moeten ze leren naar elkaar te luisteren en elkaar te vertrouwen. Al is dat gezien die omstandigheden niet zo simpel. We bevinden ons op de Gilets Jaunes protesten in Luik, waar de sfeer extra grillig wordt wanneer een vrachtwagenchauffeur met haar veertigtonner per ongeluk één van de demonstranten overrijdt en vluchtmisdrijf pleegt, nadat de demonstrant in kwestie op haar motorkap was geklommen en met een moersleutel de voorruit insloeg. Meteen wordt duidelijk dat in dit verhaal (wat overigens echt gebeurd is) vriend en vijand maar moeilijk uit elkaar te halen zijn. De achtervolging wordt ingezet door twee andere demonstranten en de drie stranden uiteindelijk samen op een parking ergens in een buitenwijk. De situatie krijgt de vorm van een ware mexican standoff, want de Politie contacteren betekent ook jezelf opgeven. In zo’n situatie is er niet langer sprake van winnaars of verliezers.

Uit angst een keuze te maken, raken de drie aan de praat. Al loopt dat aanvankelijk niet erg vlot -wat geen wonder is- aangezien twee van de drie elkaar met pepperspray te lijf gaan en gretig elkaars gsm’s kapot trappen. Maar gaandeweg krijgen ze begrip voor elkaar en elkaars situatie. Misschien blijken ze toch niet zo verschillend als eerst gedacht. Ze zien zichzelf weerspiegeld in elkaars geldproblemen en de tevergeefse pogingen om voor hun dierbaren te kunnen zorgen. Dat de éne kiest voor protest terwijl de andere kiest om te blijven werken, is niets meer en niets minder dan een keuze. Maar hoeveel keuzevrijheid hebben we werkelijk, wanneer zowel de werkenden als de demonstranten uiteindelijk hetzelfde noodlot ervaren?

De situatie raakt nog gecompliceerder wanneer een agent –niet ontoevallig de zoon van één van de demonstranten- op het toneel verschijnt. Ook hij geeft zijn kijk op de situatie. Ook hij wint het begrip van de anderen én van de kijker. Hun verhaal eindigt met de komst van een heel politiecorps. Uiteindelijk heeft iedereen verloren.

In Geel Hesje geeft Het nieuwstedelijk de gele hesjes een gezicht, een verhaal en verheft hen zo tot meer dan anarchistische helden of brokkenmakers. Maar ook de tegenpartij en hun verhaal wordt niet vergeten, want het leven is niet onder te verdelen in zwart of wit. Ergens zijn we allemaal een geel hesje en ergens ook niet.

UUR KULTUUR: Geel Hesje (livestream) van Het nieuwstedelijk. Gespeeld en live uitgezonden op woensdag 9 december 2020 om 20u15. Gratis voor cultuurkaarthouders.

Stuiteren door niemandsland: Man Strikes Back op TakeOff UUR KULTUUR

Een jongleur tegenover een drummer, twee grijze pionnen in een abstract landschap als een omgevallen blokkendoos. Wat begint als licht verteerbaar spierballengerol voor jong en oud, ontvouwt zich tot een entertainende én ontroerende multimediale timelapse van de strijd tussen mens en technologie. Om écht meer vragen dan antwoorden op te roepen blijkt die frontlinie al iets te fel platgetreden, maar verfrissend is Post uit Hessdalens performance “door mens en robot, voor mens en robot vanaf 6 jaar” absoluut.

Een oorverdovende knal op het drumstel en een spot op het gezicht van jongleur Stijn Grupping, die een balletje laat vallen op het schuine zijvlak van een van de driehoekige blokken op de scène. Het ding stuitert naar een andere driehoek, en wat volgt is een kettingbotsing van steeds sneller bliksemende ballen, aangedreven door de beats van drummer Frederik Meulyzer. Dan een versnelling hoger, met meer ballen, lichtgevende ballen, drums die oplossen tot vloeiende synths. De basisingrediënten van een avond met Post uit Hessdalen zijn onmogelijk in één genrehokje te plaatsen, en ambiëren dat ook allerminst. En dat recept werkt. Hoewel de leeftijd van het STUK-publiek op donderdagavond aanzienlijk hoger ligt dan de eigenlijke doelgroep van circusperformances, doet elke variatie op het thema menig toeschouwer mee promoveren tot een soort stuiterbal, gehoorzaam meeknikkend met zijn ogen achter de balletjes aan. Verrassing en voorspelbaarheid liggen hier – op een goede manier – dicht bij elkaar.

Tussen het rood-wit en paars-geel van de spots op alle ballen en driehoeken – en het schaduwspel van die vormen op elkaar – waan je je haast in een Kandinsky of Rodchenko. Het is ook in die tijdsgeest, en het bijbehorende blindelings vertrouwen in technologische vooruitgang, dat Post uit Hessdalen de mosterd haalde. Precies honderd jaar geleden schreef de Tsjechische auteur Karel Çapek het toneelstuk R.U.R., een dystopische Frankensteinfantasie waarin de vijand voor het eerst de naam ‘robot’ kreeg. Die dualiteit tussen mens en machine – en het constante vervagen daarvan – is een hapklare rode draad door de performance, die nadrukkelijk komt bovendrijven wanneer de blokken volwaardige robots blijken. Ze kunnen niet alleen zonder helpende hand van de jongleur rondjes draaien op het podium, ze verdrijven de artiesten ook letterlijk naar de marge. Terwijl die nog zo hard terugslaan met de mechanische precisie waarmee ze op elkaar zijn ingespeeld. En wat zijn de zeldzame stiltes tussen de scènes in? Imperfecties om te koesteren, of eerder stiltes voor de storm?

Springlevend is het technologiethema absoluut, in tijden waarin algoritmes ons leven beheersen van surveillancestaten tot datingapps. Het treedt in de voetsporen van talloze hedendaagse installatie- en performancekunstenaars, en voor generatie TikTok is het allerminst onvertaalbaar naar kindertaal. Maar om nog origineel te zijn vraagt het wel om een concreet aanknopingspunt, en die uitdaging lijkt Post uit Hessdalen eerder te schuwen dan te omarmen. Over welke mensen en welke robots hebben we het precies? En wat zeggen ze over ons leven vandaag?

Na de robotdans lijkt Man strikes back rustig naar een open einde te kabbelen. Totdat een van de robots enkele seconden voor de finale black-out nog naar de keel grijpt met een weeïge, neuriënde schreeuw, onmiskenbaar menselijk. Als een soort tegenpool van de autotune in popsongs, misschien wel het irritantste voorbeeld van hoe een machine het van de mens overneemt.

Of is die laatste emotionele stuiptrekking net de zwakte van Man strikes back? Alsof de belofte van de titel opeens te nadrukkelijk op de voorgrond treedt en de mens definieert als terugvechtende underdog, in plaats van alle labels even los te laten. Niet meteen nodig bij een voorstelling die drijft op de ambiguïteit waarmee mens en robot elkaar ten dans vragen, af en toe elkaars vaarwater betreden en elkaar naar een hoger niveau tillen. En die wat de vorm betreft al een uiterst fascinerende zintuiglijke rollercoaster is.

Dansen op violen tijdens UUR KULTUUR

Een strijkorkest in Het Depot, dat komt je niet iedere week tegen. Strings in de house met het Ataneres ensemble was echter allesbehalve een klassiek vioolconcert. Afgelopen dinsdag zorgde UUR KULTUUR voor een ontmoeting tussen de klassieke wereld en die van de housemuziek; twee genres die mijlenver uiteen lijken te liggen, maar verrassend goed combineren. 

Met maar liefst vijftien violisten, twee cellisten en een contrabasist palmt het Ataneres ensemble, onder leiding van Wim Spaepen, het podium in. Zij zijn echter niet alleen. Deze productie was niet mogelijk geweest zonder ‘laptopist’ Jimmy Quintens van ¡MODULAR¡ en pianist Frederik Martens, die zoals dirigenten een centrale plaats tussen de strijkers innemen. Met deze samenwerking gaan de muzikanten de uitdaging aan om twee heel verschillende muziekgenres te verenigen tot een harmonieus geheel. Ze improviseren op bestaande nummers van componisten, zoals Olafur Arnalds, Arvo Pärt en Philip Glass, maar ook van techno- en houseartiesten Plastikman of DJ Food. Dat zorgt voor een uiteenlopende show, waarin soms de beats overheersen, dan weer de violen de overhand nemen, en die vooral meevoert wanneer er een perfecte balans tussen de twee ontstaat.

De zoektocht naar de raakvlakken tussen strings en house levert filmische, minimalistische muziek op. In ‘Requiem For A Dream’ van Clint Mansell uit zich dat in een dreigende sfeer waarbij de snelle vioolklanken de spanning verhogen. Daarop voortbordurend zorgt ‘Fratres’ van Arvo Pärt voor een goede afwisseling tussen snelle, opzwepende vioolmuziek en de kracht van zware beats en akkoorden. ‘Breathe this air’ van Jon Hopkins begint vervolgens heel licht en sober. In dit nummer krijgen de strijkers een lange solo, die ondersteund wordt door een lage basklank. Dan komt de synthesizer erbij en ontstaat er een samenwerking tussen de beats, strijkers en synthesizertoetsen; drie verschillende klankkleuren die een minimalistische, maar tegelijkertijd zeer krachtige soundscape neerzetten en je in trance brengen. 

Strings in the house brengt ook meer uptempo nummers voor de aanwezige house- en technofans. De ritmische beats van ‘Go’van Moby maken de schouders en heupen los. Dat is ook het geval voor de muziek die ontstaat uit een combinatie van de nummers ‘Darkness’ van Craig, Tristano, Roth en ‘Spastik’ en ‘Pannikattack’ van Plastikman. Daarin werken de zware dreunende beats en de lichte pizzicatospel van de violen goed samen. De akoestische en elektronische korte, ritmische klanken versterken elkaar en geven elkaar diepgang. Ook in ‘Girl/Boy Song’ van Alex Twin kan DJ Jimmy Quintens zich uitleven. Zijn plezier, samen met dat van de strijkers die lichtjes mee wiegen, geeft zin om te dansen en zo slaagt hij erin house- en techno-onbekenden, zoals mezelf, zijn wereld binnen te trekken. Dit veelzijdige en onvoorspelbare nummer van Twin kan symbool staan voor het hele concert: soms luid en snel, dan weer met een reeks beats die afgevuurd worden, waarna melodieuze synthesizerklanken als belletjes voor lichtheid zorgen. 

In het laatste nummer, ‘American Beauty’ van Thomas Newman, begint de synthesizer zijn verhaal te vertellen, gedragen door de lange vioolklanken op de achtergrond. Geleidelijk aan worden de strijkers luider, komen er beats bij en vormen de verschillende stijlen een geheel. De muzikanten slagen in hun opzet: ze slaan een brug tussen klassieke en elektronische muziek, en brengen een veelzijdigheid aan muziekstijlen, van dromerige filmmuziek tot de snelle beats van een dj-set. Soms is de brug nog wat instabiel en blijven de twee stijlen naast elkaar staan, maar dat vergeet je al snel op die paar momenten dat de oversteek wel gemaakt wordt en de verschillende instrumenten, in hun eigenheid, helemaal blenden.

UURKULTUUR: Strings in the house Ataneres ensemble met Jimmy Quintens en Frederik Martens –  Het Depot – 03.03.2020 – Gratis voor cultuurkaarthouders

UUR KULTUUR met Stijn Devillé: Als twee verloren regendruppels

Een man en een vrouw verliezen hun dochter. Een stom ongeval. Het overkwam theatermaker Stijn Devillé en zijn vrouw Els Theunis net niet. In Gesprek met de regen zet Devillé die bijna-doodervaring van zijn dochter om in een zielenroerselende voorstelling. Met je cultuurkaart kon je Gesprek met de regen vorige week tijdens UUR KULTUUR gratis gaan bewonderen.

Tom Van Bauwel en Sara Vertongen © Katrijn Van Giel

Stijn Devillé van Het nieuwstedelijk is gekend voor politieke thrillers als Hitler is dood en de trilogie Hebzucht, Angst, Hoop. Met Gesprek met de regen brengt hij voor het eerst een persoonlijk verhaal. Devillé vond zijn dochter zo’n tien jaar geleden bewusteloos onderaan de trap. Even leek het einde nabij, maar de toen zesjarige Lena kwam de val te boven.

Acteurs Tom Van Bauwel en Sara Vertongen vertalen op ontroerende wijze het verlies waar Devillé voor vreesde. Het rouwend paar Adam en Nikki vlucht enkele maanden na de dood van hun dochter Hanna naar Singapore. Terwijl Nikki zich stort op haar nieuwe job als CEO, dwaalt haar man doelloos door de metropool. In de warme moessonregens vindt hij troost.

Adams monoloog meandert in een dialoog met de regen, zijn dochter. Hanna’s stem weerklinkt uit het niets en haar antwoorden regenen letterlijk neer op het podium. PAPA. WIJ. SAMEN. De woorden worden geprint door de regenprinter die de KU Leuven voor Het nieuwstedelijk ontwierp. De woorden verdwijnen even snel als ze verschijnen. Een gladde houvast die je moet leren loslaten. Verbazend mooi is het hoe een machine je een krop in de keel kan geven.

Als twee verloren regendruppels op een raam proberen Adam en zijn vrouw elkaar terug te vinden. Ze lijken echter steeds verder van elkaar te vloeien. Van Bauwel en Vertongen zijn één met hun personages. Het intense verdriet door een verloren kind bekruipt je tot op je theaterstoel.

Gesprek met de regen ⃒ Het nieuwstedelijk ⃒ OPEK ⃒ UUR KULTUUR | Gratis met cultuurkaart ⃒ Woensdag 19 februari 2020 ⃒ https://www.kuleuven.be/cultuur/uurkultuur/20200219_gesprekmetderegen

Aan de slag met eigen talent tijdens UUR KULTUUR

Acteren, musiceren, illustreren, dansen – tijdens UUR KULTUUR: Make your move keek je voor een keer niet vanuit de zaal toe naar andermans talent, maar stak je zelf de handen uit de mouwen. In samenwerking met Wisper werden er afgelopen woensdag tal van workshops aangeboden. Ik waagde me aan een initiatie hedendaagse dans. 

Het is even zoeken naar de locatie van de avond, de verborgen STELPLAATS, maar eens dat je er bent, opent zich een bruisende creatieve hub. STELPLAATS is de thuis van een zeefdrukatelier, fietsenmaker, nachtclub, skatepark, sportclub, repetitieruimte, polyvalente zaal en nog veel meer. Zoals de naam al doet uitschijnen, bevonden zich hier vroeger de oude stelplaatsen van De Lijn. Zelfs de oude carwash is nog aanwezig, zij het omgebouwd tot een sporthal. Daar trokken we naartoe voor de workshop hedendaagse dans. 

De zaal bood veel ruimte voor het bescheiden groepje dansers. Dat kwam goed uit want in hedendaagse dans is het net belangrijk om je bewust te zijn van de ruimte rondom je en die te leren invullen. Ter opwarming begonnen we ons te verplaatsen door de hal, al wandelend, draaiend, rollend. Daarna volgden enkele technische oefeningen en we sloten af met een kleine choreografie. Het is niet simpel om in slechts één les de veelzijdigheid van hedendaagse dans te tonen. Toch slaagde Wisper erin om ons te laten ervaren dat hedendaagse dans veel meer inhoudt dan een choreografie onder de knie krijgen. Je leert ook om je lichaam bewust te gebruiken in relatie tot de ruimte en in interactie met de andere dansers. 

Wil je zelf eens proeven van hedendaagse dans of wil je hier graag in verdergaan? Dan kan je vanaf dinsdag 12 november bij Wisper terecht. Dan beginnen de lessenreeksen ‘proeven van de hedendaagse dans’ (voor beginners) en ‘Hedendaagse danstechniek: partnerwerk’ (voor degenen met al meer ervaring). Wisper biedt daarnaast nog vele andere artistieke cursussen aan in beeld, dans, foto, literatuur, muziek en theater, dus neemt zeker eens een kijkje op de website. De lessen acteren en afro-house zijn jammer genoeg al volzet, maar je kan vanop de wachtlijst altijd nog een plaatsje proberen te bemachtigen.   

Make your move | Wisper + UUR KULTUUR | 6 november 2019, 19u | STELPLAATS | gratis met Cultuurkaart.

Cursussen Wisper | https://www.wisper.be | Locatie: OPEK | 25% korting op alle cursussen in Leuven met cultuurkaart.

Vluchten van Syrië naar het podium

Zet negen Syrische jongeren, voor de burgeroorlog gevlucht, voor een Vlaams publiek en laat hen hun gevoelens bij de oorlog, de vlucht en aankomst in dit vreemde land uitdrukken met de enige communicatiemiddelen die ze in dit tijdelijke moment hebben: lichaamstaal, stemtimbre, spandoeken. Dat is wat regisseur Mokhallad Rasem (Toneelhuis) en doctoraal onderzoeker Sofie de Smet (KU Leuven, UGent) in hun theatervoorstelling “Tijdelijk” doen, die op 20 november in het kader van UUR KULTUUR te zien was. Samen gaan ze op zoek naar wat die aankomst op deze “kust van hoop” voor hen betekend heeft, wat ze ervoor hebben moeten opofferen en achterlaten. Zoekend naar een nieuw begin vragen ze bescheiden om aanvaarding en empathie in het land dat voor hen vervreemdend werkt, niet meer, niet minder.

© Toneelhuis

Wie een eloquent en narratief toneelstuk, een—zeg maar—Shakespeare-tekst over vluchtelingen, verwacht had, was eraan voor de moeite. Rasem staat bekend om zijn fragmentarische theaterstukken, die de lineaire narrativiteit openbreken en opgebouwd zijn uit associatief aan elkaar vasthangende scènes. In dit geval was het ook uit pure noodzaak: in dit tijdelijke heden zijn deze jongeren nog niet helemaal klaar om een monofoon, lineair, Nederlandstalig toneelstuk op te voeren. Bovendien zou het verraad plegen aan de diversiteit en complexiteit van elk individueel verhaal. Het toneelstuk is bijgevolg niet eloquent, niet narratief, niet coherent, niet monofoon, en daarin zit juist de kracht. “Een stem geven” aan dé vluchteling zit er niet in. In plaats daarvan draagt Rasem betekenissen over aan de hand van non-narratieve elementen. Naast de spandoeken, gaat alle aandacht naar de fysicaliteit van de lichaamstaal van de acteur. De regisseur gaat hiermee naar de kern van wat theater is en wat theater kan doen: betekenis overbrengen niet met woord of met beeld, maar met fysieke bewegingen. Het is de fysicaliteit, het lichamelijke aspect, maar ook de intonatie in de stem van het anders onverstaanbare Arabisch, die de emoties het best overbrengen. Het laat Rasem ook toe om voortreffelijk de polyfonie aan ervaringen weer te geven. Elke acteur staat als individu op het podium, met een eigen verhaal en geschiedenis, maar staat verbonden met de andere acteurs door het gemeenschappelijke verhaal van hun gedwongen vlucht uit hun vaderland.

Een weerkerend element is het spandoek, dat hen toelaat om op verbale manier met het publiek te communiceren. De spandoeken herinneren uiteraard aan de protesten van de Arabische Lente, maar dienen ook als communicatiemiddel. Zo bevatten ze associaties die ze maakten met hun vaderland en hun vlucht. Associatie en improvisatie kenmerken het toneelstuk. Heel wat scènes zijn ontstaan uit plotse improvisaties en variaties op hetzelfde gegeven.

Het stuk is opgebouwd uit vier grote delen, die elk een andere aanpak hebben. In het eerste deel is het een litanie aan emoties en associaties, geschilderd op spandoeken. Vervolgens zien we een heleboel tableaux vivants, snapshots uit het leven van een Syrische vluchteling, soms treurig en angstaanjagend, dan weer vrolijk en hilarisch. Interessant was de scène waarin elke acteur de rol van de machthebbende krijgt. Van zodra hij of zij een kroon op krijgt, mag hij of zij de anderen (en soms ook het publiek) commanderen. Alleen de laatste wil zijn macht niet gebruiken, of liever gezegd ‘misbruiken’. Ten slotte ontstaat er een soort van talentenjacht, waarin de acteurs het beste van zichzelf geven, hun one minute of fame, soms met hilarische gevolgen.

Niet onbelangrijk is de functie van het onderzoek van Sofie de Smet. Zij doet onderzoek naar hoe theater kan helpen bij het verwerken van een trauma. Dat dit theaterstuk aan de negen acteurs een fijne ontmoetingsplaats bood en plaats voor zelfontplooiing, zelfaanvaarding en zelfvertrouwen, dat spatte ervan af.

Het stuk is een mooie ode aan de complexiteit van gevoelens in een complex verhaal. De rauwe eerlijkheid en de onverbloemde naaktheid van de acteurs maken van het stuk een kwetsbaar onderzoek naar een nieuw begin in een vreemd continent. Zij zijn niet verslagen door de oorlog of de vlucht, maar zwaar getroffen door het onrecht dat hen van hun vaderland heeft weggescheurd en hen naar onbekende oorden dwong. Tijdelijk is hun situatie moeilijk, maar mits aanvaarding en empathie, laten deze jongeren zeker nog van zich horen.

UUR KULTUUR: “Tijdelijk”, een productie van Toneelhuis, regie en assistentie door Mokhallad Rasem en Sofie de Smet / dinsdag 20 november om 21u in de Soetezaal van het STUK / gratis met cultuurkaart / meer info, klik hier

UUR KULTUUR met een dansende filosoof: Noé Soulier voert Faits et Gestes op

Aan de linkerkant van het podium in de Soetezaal van het STUK staat een klavecimbel. Het gezelschap koos dus op zijn minst gezegd voor een origineel muziekinstrument. De vrouw achter het klavecimbel zit met haar rug naar het publiek toe en geeft met behulp van Johan Jakob Froberger en Bach een extra dimensie aan de voorstelling. De barokke klanken zorgen voor rust bij het publiek en ongetwijfeld ook bij de dansers zelf, omdat ze dan even niet naar hun eigen gehijg moeten luisteren. Toch staat de muziek helemaal niet centraal, of beter gezegd: ze is er de helft van de tijd niet. De dansers begeleiden elkaar dan door middel van het geluid van hun blote voeten op de vloer en af en toe zelfs een krakend gewricht.
com_dans_foto_noe_soulier_faits_et_gestes_web_1_c_chiara_valle_vallominiDe gestes blijven nogal abstract. Als kijker ga je op zoek naar herkenbare uitbeeldingen, en dan begrijp je soms plots dat er zich een onzichtbare voetbal bevindt tussen de vier dansers. Eén van de vijf mensen op het podium roept een ingebeelde vriend (of vijand) op het matje, maar een verhaal is er niet van te maken. Het zou gemakkelijker te begrijpen zijn als er enige vorm van verbale versterking aan te pas kwam.

Moeilijk te volgen, dus, zo af en toe. Het sterkste punt van Faits et gestes is wanneer de dansers zich gezamenlijk op de grond laten vallen, niet voorzichtig maar toch elegant. Vandaaruit voeren ze dan een vaste frase uit, een soort refrein dat doorheen de voorstelling verschillende keren terugkomt. Alle vier de dansers doen hun eigen ding en wanneer ze tegen elkaar opbotsen, volgen ze elkaar in hun bewegingen. Dan bewegen ze zich verrassend synchroon voor een tel of vijf, en gaan dan weer hun eigen weg.noe_soulier_-_faits_et_gestes_c_chiara_valle_vallomini_2

Op het einde van de voorstelling is er één spot die vanuit de coulissen lijkt te komen en zijdelings op het podium schijnt. Het doet denken aan de deur van een gezellig verlichte kamer die openstaat. Een smalle streep podium is verlicht, voor de rest is er niets van het donker te onderscheiden. In die lichtbundel is enkel Noé zelf zichtbaar terwijl hij op de grond ligt. Er is, zoals wel vaker bij hedendaagse dansopvoeringen, geen afgebakende structuur in de vorm van begin-midden-slot. Wanneer het licht plots uitgaat en zo het einde van de voorstelling aangegeven wordt, duurt het even voor het publiek doorheeft dat het voorbij is, en daardoor komt het applaus aarzelend op gang.

Noé Souliers werk komt uit een niche die voor niet-professionelen of leken in het algemeen moeilijk te vatten is. Wie bekender is met de stijl, denkt daar misschien anders over.

Foto’s: Chiara Valle Vallomini
Wat? Faits et Gestes / Wie ? Noé Soulier / Waar ? STUK Soetezaal / Wanneer? Donderdag 26 april 2018 / Hoeveel? €16, met Cultuurkaart €12

“Rol uw matten, ça veut dire quoi?” Tijdreis door de revolutie met Leuven ‘68

Vijftig jaar geleden is het al, de studentenopstand die Leuven teisterde én tegelijkertijd wakker maakte. De meest rebelse episode uit de geschiedenis van onze universiteit kent iedereen wel van “Walen go home”-spandoeken uit geschiedeniscursussen in het middelbaar, maar wordt nu voorzien van tekst en uitleg in de documentaire Leuven ’68. Het resultaat is een frisse kijk op een keerpunt in de Belgische geschiedenis – én op alle verhalen die de straatstenen onder je voeten met zich meedragen.

763

Met Leuven ‘68 zit Fonk vzw (het productiehuis achter de schermen van Cinema ZED) al aan nummer vier van een reeks producties over de interessantste episodes uit de Leuvense geschiedenis, na De brand van Leuven, Leuven autovol & autovrij en De Leuvense scene. De documentaire was de afgelopen maanden al te zien in ZED, maar cultuurkaarthouders kregen afgelopen woensdagavond in aula Vesalius nog een gratis laatste kans. En dat onverwachte UUR KULTUUR-cadeautje werd meer dan geapprecieerd. Lees verder