GEZOCHT: Cultuurlovers (m/v/x) met een scherpe pen!

Ben je dol op muziek, dans, beeldende kunst, film, theater, literatuur (of dat alles tegelijk)? Sta je na een concert, performance, boek of expo te popelen om je oordeel met anderen te delen? Heb je een scherpe pen die je liefst nog wat zou aanslijpen?

CLUB KULTUUR is onze cultuurblog voor en door studenten met een cultuurkaart. Je leest er tips, recensies, voorbeschouwingen en interviews met grote en iets minder grote namen.

Heb jij goesting om volgend seizoen ons team te versterken? In ruil voor je mening krijg je gratis tickets. Ook kan je deelnemen aan een reeks workshops waarin je feedback op je werk krijgt.

Lijkt jou dat wat? Stuur voor 3 oktober twee korte stukjes (max. 400 woorden) naar cultuur@kuleuven.be. In het eerste bespreek je een concert, performance, boek of tentoonstelling naar keuze. In het tweede maak je ons warm en leg je uit wat kunst en cultuur voor jou betekenen. Voeg tot slot je cv toe zodat we weten wie je bent en wat je studeert.

Expo Overlap: The no man’s land between art and science

BAC ART LAB: vroeger het instituut voor bacteriologie, vandaag het prachtige gebouw dat een thuis biedt aan heel wat kunstenaars uit verschillende disciplines van de KU Leuven. Ook de reizende Expo Overlap mag zich nog tot 30 juni nestelen in het goedbewaarde erfgoed en presenteert vijftien ontmoetingen tussen kunst en wetenschap. De met gele steentjes betegelde gevel en het overvloedige zonlicht dat zich binnen de exporuimtes vestigt vormt in combinatie met de geschiedenis van het instituut voor bacteriologie dus de ideale ruimte voor deze interdisciplinaire tentoonsteling. Een ideaal neutraal terrein dus. Een niemandsland waar iedereen thuiskomt.

De expo is een selectie uit de vele werken die in het boek ‘Opverlap: The no man’s land between art and science’ zijn opgenomen. Dat zijn er 52 op precies te zijn, aangevuld met 12 essays. Niet toevallig zijn dit respectievelijk het aantal weken en maanden in één jaar: het boek vormt als het ware een kalender die op elke dag, elke week, elk seizoen zorgt voor een ontmoeting tussen kunst en wetenschap, een vakoverschreidend project dat inspireert en verwondert.

Het eerste werk dat je ziet is dat van Ugo Dehaes en zal je misschien nog het langste bijblijven, al is het dan maar in je dromen. Deze onvoorspelbare, lichtgevende, octopusachtige tentakel stelt een dansende stalaciet voor. “Stalactieten bewegen niet, maar zijn wel gevormd door beweging.” Zo wil de vindingrijke choreograaf zijn stempel drukken op de lange geschiedenis van beweging en ook schijnbaar vaste objecten choreograferen en doen danse., dit steeds met een grote fascinatie voor wetenschap. De zoektocht naar het analytische van kunst en de esthetische kracht van wetenschap vormt ook de hele verdere expo: schoonheid wordt gevonden in de twijfel, het willen weten en het samenbrengen van twee paden die feitelijk hetzelfde eindpunt willen bekomen.

Doorheen de verschillende oude, witbehangen gangen staat er af en toe een deur voor je open die je uitnodigend aankijkt. Achter één van die deuren vind je het werk van kunstenares Katelijne De Corte. Zij vroeg aan microbiologe Sarah Lebeer of en herinnering tastbaar gemaakt kon worden. En zo ja, hoe dan? De jeans die in de kleine, witte ruimte ligt heeft een gat ter hoogte van de dijen. Het stuk waarop haar geliefde voor het laatst op haar schoot lag en stierf, laat nu ook in de marineblauwe broek een leegte achter.

Onbedoeld bevond Katelijne zich met haar vraag op het terrein van de nieuwste inzichten in de microbiologie. Uit onderzoek blijkt namelijk dat mensen een voortdurende uitwisseling van bacteriële organismen onderhoudt met elkaar en haar omgeving. “Hoe groter de nabijheid, hoe groter de uitwisseling van materiaal. Het DNA dat bij deze uitwisselingen betrokken is, kan soms zelfs nog geruime tijd aanwezig blijven.” Deze uitwisselingen zouden met andere woorden dus een uitgangspunt kunnen vormen om een soort tastbaar geheugen te verwerven, om herinnering opnieuw aan te raken. De symboliek in dit kunstwerk doet zwijgen en toont ongefilterd onze kwetsbaarheid als mensen, ons eeuwige verlangen naar wat voorbij is en nooit meer zal komen. Eén van de krachtigste werken uit de tentoonstelling.

De expo gaat door. De omvang van het aantal mogelijkheden die een samenwerking tussen het analytische en het esthetische kunnen voortbrengen wordt duidelijker per werk dat u bekijkt. Pijlen van gekleurde plakband brengen u langs kandelaars met meerdere gezichten, kleine en grote eieren en ongebakken rivierkleivissen. Die laatsten liggen nu nog mooi te wezen op het gele zand, maar zullen weldra terug vrijgelaten worden in urbane wateren, waar ze opnieuw versmelten met het water, een project van Karel Verhoeven.

Gedurende de hele reis door het gebouw valt het zonlicht haast perfect op de vele werken, als spotlights die ze elk appart doen oplichten, zo ook in de laatste zaal. Een verzameling van de laatste werken doet u van links naar rechts en weer terug bewegen. Elk kunstwerk wekt evenveel nieuwsgierigheid op, elk project doet je glimlachen vanwege de vindingrijkheid en de spanning tussen zowel de gelaagde symboliek en het soms kinderlijke, ongedwongen uiterlijk van de werken. Deze expo roept vragen op, geeft ook enkele antwoorden, maar laat je vooral achter met het gevoel dat er nog zoveel meer mogelijk is. Opnieuw begint alles bij ontmoetingen, bij een aanraking, een zoektocht naar elkaar.

De gratis Expo Overlap is nog te zien tot 30 juni in BAC ART LAB in Leuven en is daarna nog te bezichtigen in Brussel, Gent en Hasselt. Deelnemende kunstenaars zijn Nicolas Baeyens, Ann Bessemans, Louis De Cordier / Cosco, Katelijne De Corte, Ugo Dehaes, Annelys de Vet, Kasper De Vos, Lodewijk Heylen, Robbert&Frank Frank&Robbert, Athar Jaber, Christina Stuhlberger, Kevin Trappeniers, Karel Verhoeven, Karen Vermeren, Dirk Zoete.

GEZOCHT: Cultuurlovers (m/v/x) met een scherpe pen!

Ben je dol op muziek, film, theater, dans, literatuur, beeldende kunst (of dat alles tegelijk)? Sta je na een concert, performance, boek of expo te popelen om je oordeel met anderen te delen? Heb je een scherpe pen die je liefst nog wat zou aanslijpen?

CLUB KULTUUR is onze cultuurblog voor en door studenten met een cultuurkaart. Je leest er tips, recensies, voorbeschouwingen en interviews met grote en iets minder grote namen.

Heb jij goesting om volgend seizoen ons team te versterken? In ruil voor je mening krijg je gratis tickets. Ook kan je deelnemen aan een reeks workshops waarin je feedback op je werk krijgt.

Lijkt jou dat wat? Stuur voor 4 juli twee korte stukjes (max. 400 woorden) naar cultuur@kuleuven.be. In het eerste bespreek je een concert, performance, boek of tentoonstelling naar keuze. In het tweede maak je ons warm en leg je uit wat kunst en cultuur voor jou betekenen. Voeg tot slot je cv toe zodat we weten wie je bent en wat je studeert.

Het leven, een pauzeknop: waarom je de gratis expo ‘Look at us now’ niet mag missen

Welke rol speelt technologie in ons overdonderende dagelijkse leven? Is ze een overprikkelende tijdbom die ons leven overneemt, of net het laatste redmiddel om de planeet te redden? Met Look At Us Now serveert STUK een intrigerende selectie hedendaagse kunst, die het keurslijf van de anderhalvemeterexpo niet ziet als een obstakel, maar als een witruimte waaruit iets moois kan ontstaan. En die soms aanvoelt als een mokerslag, soms als een meditatieve cocon, maar het vaakst als iets aangenaams ertussenin.

© Joeri Thiry / STUK

Ik wandel de trappen van het STUK op, de zon schijnt op de vertrouwde puddinggele tegeltjes. Een aangenaam lentebriesje waait me tegemoet, samen met het geluid van stemmende strijkers. In sommige geluiden voelt het alsof je thuiskomt, en dat doe ik in die lawine van do-, sol-, re-, la- en mi-snaren. Maar wat ik hoor zijn geen van muzikanten van vlees en bloed, maar een video-installatie van Trevor Paglen, waarin een strijkkwartet Debussy’s String Quartet in G Minor inoefent. Bovenop de beelden springen allerlei kadertjes en cirkeldiagrammetjes heen en weer. Het is het denkwerk van AI-algoritmes, die de muzikanten en alles rondom hen proberen te herleiden tot objecten die ze herkennen – nee, sukkel, een muziekstaander is geen fietswiel. En dan wordt het stil en verdwijnen de hokjes en cijfertjes uit beeld. De muzikanten barsten in lachen uit wanneer een altvioliste de tel kwijtraakt, de camera zoekt close-ups van hun gezichten, er verandert iets in de ruimte.
Ik slik. Hoewel het werk dateert uit 2018, komt het bij me binnen als een zoektocht naar de essentie van cultuur, wanneer die opgesloten zit achter beeldschermen en de live-ervaring nog nooit zo ver weg heeft gevoeld. Alsof dit – excusez le mot – kutjaar de snaren van mijn emoties heeft doen springen, en ik er nieuwe moet aanspannen en zachtjes bijstemmen, voorzichtig zoekend.

Look At Us Now is een meer dan geslaagde poging om de gevoelige snaren die kunst bij ons raakt weer bij te stemmen. In de marge van AND&, een stadsfestival rond innovatie, pakt STUK uit met wat lijkt op een lightversie van het Artefact Festival: een tentoonstelling die onze condition humaine fileert met een eigenzinnige selectie van hedendaagse kunstenaars die goochelen met video’s, soundscapes en artificiële intelligentie. Deze keer is de centrale vraag wat de gevolgen van die innovatie kunnen inhouden, en valt de keuze op kunstenaars die “het directe, expliciete pad vermijden en ervoor kiezen te intrigeren, te bevragen of misschien zelfs te verleiden”. Het klinkt als een abstracte en misschien wel té ambitieuze thematiek, maar de toegankelijke en gevarieerde invulling houdt het resultaat mooi in balans.

Hoe snel dat verleiden omslaat in complexe vragen over kwesties zoals het klimaat en onze toekomstvisies, wordt bijvoorbeeld heel tastbaar in het Stadspark. Daar is niet alleen de enorme, kruipende opblaasfiguur van Amanda Parer een verplichte halte tijdens je stadswandelingen, maar ook de installatie Clams (2019) van Marco Barotti. Het lijkt een deken van plastic schelpen langs de vijver, waaruit een schril gegalm weerklinkt dat een koppig duet aangaat met de eenden. Maar in werkelijkheid staan de schelpen in verbinding met een systeem dat de watervervuiling in de Vaartkom registreert, en die transponeert tot geluidseffecten. Dezelfde dubbelzinnigheid ervaar je in het indrukwekkende National Apavilion of Then and Now van Haroon Mirza. In de white cube van de STUK-studio staat een black box van geluidsdicht schuim, waarin je je even kan terugtrekken in het hier en nu. Maar na een minuut voel je vooral onbehaaglijkheid. Hebben we het in ons drukke bestaan afgeleerd om om te gaan met zo’n leegte? En hoe triest is het dat zo’n drastische oplossing überhaupt nodig is om rust te vinden?

Het tentoonstellingconcept doet misschien aan als een zoethoudertje in afwachting van betere tijden zonder ontsmettingsgel en reservatieslots, maar is dat allesbehalve. Het minieme aantal werken eigent zich volledige expozalen toe en waaiert uit over drie locaties. Zo ontstaat er een ongeziene ademruimte die je nodig hebt om te mijmeren over het thema, en die je bij traditionelere tentoonstellingen al snel kwijtraakt. Bovendien creëert die less is more-filosofie ook het ideale decor voor monumentale werken. Zoals een installatie waarin de Zwitserse geluidskunstenaar Zimoun 168 enorme kartonnen dozen op elkaar stapelde, op elke doos een klein hamertje bevestigde en vanuit de optelsom van die repetitieve slagjes een hypnotiserend geruis creëert. Wanneer kan je zo’n overdonderende microkosmos ooit nog volledig voor jou alleen hebben?

De titel Look At Us Now leest als een bevel. Toch ambieert de expo geen definitieve handleiding bij het leven te zijn, eerder een pauzeknop om in te drukken wanneer het in deze hectische tijden even te veel wordt. Je kan de imperatief invullen zoals je het zelf wil, kritisch over hoe het verder moet met onze samenleving, of net optimistisch. Ik hou het alvast bij het hier en nu, heel eenvoudig: ga die tentoonstelling bekijken, nu.

Look at us Now – van dinsdag 20 april tot zondag 25 april – STUK (Naamsestraat), KADOC-kapel (Vlamingenstraat) en Stadspark

Gratis toegang, maar reserveren is verplicht via de STUK-website.

‘I keep trying to make language my own, but it’s never truly mine’

Ik sta op een uitkijktoren in Gent. Het is half zeven ’s ochtends en ik ben hier voor de zon. Wanneer ik merk dat de zon zich een uur later nog niet wil laten zien en de spottende wolken me teveel worden ga ik naar beneden. Ik wandel in het park en kom even later een speeltuin tegen, nostalgie maakt zich van mij meester. Ik besluit er toch maar op te gaan, heel even dan, en merk dat ik te groot ben. De ruimte die mijn lichaam inneemt is te veel. De ruimte waar ik me in bevind komt op mij af en ik voel dat ik hier niet pas. Ik voel. Is dit hoe het voelt om jezelf ergens niet thuis te voelen, ook al heeft het de vorm van een thuis? Is dit hoe het voelt om van kleur te zijn in een witte samenleving? In drie online postkoloniale gesprekken (We Object) spreken telkens twee gasten over een voorwerp dat de koloniale erfenis voor hen weerspiegelt. Ik keek naar een prachtig, intiem gesprek tussen Lisette Ma Neza en Loucka Fiagan.

Lisette Ma Neza is een Nederlandse dichteres die niemand onbewogen laat met haar poëtische, maar actuele teksten. Ze zingt, schrijft columns, maakt films en slaat met woorden tijdens haar verbluffende slam poetry. Maar bovenal heeft ze een immens mooie stem, een immens sterke mening die ze graag komt vertellen, met poëzie natuurlijk. Enkele maanden geleden was ze nog te gast bij de ‘Sekte van Saskia’ (Behoud de begeerte) waar ze een beklijvende stilte achterliet met haar tekst over (wit) feminisme. Nu gaat ze in gesprek over (post)kolonialisme met Loucka Fiagan, een Brusselse audiovisuele kunstenaar. Fiagan is onder andere mede oprichter van het collectief wedontknwyet. Aan de hand van video, tekst, muziek en dans onderzoeken ze onze moderne samenleving en hoe begrippen als mentale ziektes, anders zijn en identiteit daarin hun plaats hebben.

©Miles Fishler

‘Are we there yet?’. Dit is de vraag waar ‘Being imposed upon’, een boek waar ook Lisette Ma Neza een bijdrage voor heeft geschreven, een antwoord op wil zoeken. ‘Nee!’ is het duidelijke antwoord van Beurschouwburg directeur en schrijfster van het boek Melat Gebeyaw Nigussie, ‘maar we moeten blijven strijden en alles in vraag blijven stellen’. Ook de gesprekken van ‘We Object’ dragen mooi bij aan deze zoektocht, aan de lange, maar noodzakelijke strijd. De gasten nemen telkens een voorwerp mee dat hen doet denken aan de koloniale erfenis rondom hen. Ik denk dat eender welk voorwerp wel van toepassing zou geweest zijn, maar kunstenaars zouden kunstenaars niet zijn als ze er geen mooie symboliek aan zouden toevoegen.

Hoewel niet afgesproken hebben zowel Lisette als Loucka een voorwerp gelinkt aan taal. Waar Lisette kiest voor boeken met verhalen en poëzie in de talen die ze spreekt, heeft Loucka een foto meegenomen van zijn overgrootvader, een man die er een levenswerk van heeft gemakt om van het Ewi, een gesproken taal, een geschreven taal te maken om te vermijden dat het zou verdwijnen door kolonisatie. Er is muziek, voorgelezen gedichten en vooral heel veel liefde voor taal in hun conversatie. En toch, een taal die nooit de hunne zal zijn, een taal waarin er steeds een accent schuilgaat dat je verraadt, een witte taal om tegen gekleurde vrienden te spreken.

Er wordt hard geluisterd, met veel begrip en nog meer herkenning. We Object is een gesprek over het ontstaan van een passie voor taal, het zich eigen maken van een ruimte die soms niet de jouwe lijkt en over keuzes die niet de jouwe zijn.

De drie gesprekken zijn gratis te (her)bekijken op de website van de Beurschouwburg. ‘We Object’ is een samenwerking van DE//COLONIZE Leuven (een groep masterstudenten Culturele Studies aan KU Leuven), Commissie Cultuur KU Leuven, DeBuren, Black History Month, Black Achievement Month en Beursschouwburg.

Transit: elk hoofdstuk een nieuw begin

Op aanraden van Saskia de Coster lazen we op 21 maart Transit van Rachel Cusk in de boekenclub van de KU Leuven. Het boek zit vol levenslessen en verhalen van gewone mensen die je ontdekt met een bijna akelige en emotionele afstand van het ik-personage. Het boek is het tweede deel van de Feye trilogie, maar kan prima apart gelezen worden.

In Transit volgen we een schrijfster die net in Londen is gaan wonen samen met haar kinderen, al zet ze die al snel af bij hun vader omdat zijzelf met de renovatie van haar nieuwe appartement begint. Doorheen het boek ontdekken we verhalen van gewone mensen die hun emoties op tafel leggen. Hoewel je de schrijfster zelf niet leert kennen, kun je op basis van de ander verhalen erachter komen wie het hoofdpersonage niet is.

Transit - Rachel Cusk - De Bezige Bij
Uitgeverij: De Bezige Bij

In het begin moest ik zelf even wennen aan het perspectief dat Cusk gebruikt om ons in het leven van de schrijfster te zetten. De lezer is niet de bestuurder, maar de passagier in dit verhaal. In het verhaal maak je dan ook kennis met negen personages die elk hun eigen ervaringen met de schrijfster delen. Je ontdekt verdriet en blijdschap op verschillende manieren, maar ervaart ook ongemakkelijkheid.

Rachel Cusk laat haar hoofdpersonage vaak afstandelijk overkomen, al stopt ze er ook goede levenslessen in. Ze heeft een filosofische gedachtegang die menselijk en zelfzeker is. Zo vraagt ze aan een studente schrijfster die over een specifieke kunstenaar wil schrijven of ze wel zo zeker is van haar onderwerp. Zou ze nog steeds over hem willen schrijven als het toeval een andere kunstenaar voor haar had uitgekozen?
Ze laat haar gevoelens dus noch aan haar gesprekspartner noch aan de lezer zien. Hoewel dit voor bepaalde spanning zorgt, komt het soms emotieloos over. De afstand gaat verder, want als haar kinderen aan de telefoon wenen, lijkt ze er heel nuchter mee om te kunnen gaan.

Ook is er sterke symboliek aanwezig in dit verhaal die je ontcijfert als je er verder over nadenkt. Soms moet de lezer het boek gewoon eens laten rusten zodat hij er een nachtje over kan slapen om het te laten bezinken.

Aan de ene kant is het jammer dat we het hoofdpersonage niet beter leren kennen door het verhaal heen. Ze deelt wel enkele ervaringen, maar verder dan dat gaat het niet.

Of ik de twee andere boeken ga lezen, weet ik nog niet, maar in de boekenclub heb ik er wel verder over kunnen nadenken. Het was inspirerend en aangenaam om over hetzelfde boek met verschillende inzichten te kunnen ervaren. Iedereen leest het boek op zijn eigen manier en dat was zo uniek aan de bespreking.

JazzUUR KULTUUR: Leuven Jazz Festival

Het drie-urig UUR KULTUUR van deze maand werd vertolkt door vier heel anders uitziende pareltjes van de jazzscène van vandaag. Cinema Paradisio, Antoine-Pierre, Fred Hersch en een blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout klonken samen als het prachtige openingsconcert van het Leuven Jazz Festival dit jaar. Muzikale weken als de deze maken je verlangen naar een zomer vol live muziek zo mogelijk nog groter. Maar hoewel het gemis van de sfeer en tastbare vrijheid van de muzikanten blijft, moest een online alternatief niet onderdoen. Het innemende gebouw van de stadsschouwburg en mysterieuze verlichting schept een sfeer van intimiteit die je de hele avond bevangt. Vier verschillende optredens, vier verschillende reizen: het openingsconcert van Leuven jazz was er één om spontaan van te moeten glimlachen, zo’n glimlach die je nog een paar dagen met je meedraagt.

De lange, veelzijdige reis die deze avond is, begint met Cinema Paradisio. Het Belgische trio met Kurt Van Herck (sax), Eric Thielemans (drums) en Willem Heylen (gitaar) werkte voor hun nieuwste album samen met toetsenist Jozef Dumoulin en nodigt hem ook voor dit concert uit als gastpianist. De keuze voor Dumoulin levert prachtige creaties op die je elke keer weer op de juiste momenten weten verrassen. Als je je ogen sluit zou je je op zee kunnen wanen, meegenomen door de golvende pianoklanken en de warme saxofoonklank als de zon op je huid. De muzikanten hebben elk zo’n eigen geluid, zo’n andere, mooie rol in het geheel, dat het samenspel je elke keer in een andere soort sfeer brengt. De ene keer gaat je aandacht voluit naar de rijke kleuren van de elektrische gitaar, daarna kan je enkel nog luisteren naar de meeslepende ritmes van de drummer. Maar allemaal nemen ze je mee over de golven, allemaal laten ze je proeven van hun vrijheid enerzijds en de rust anderzijds.

© Bache Jespers

Van atmosferische klanken naar een ijzersterke beat. De concertfilm schrikt niet van een abrupte stijlwissel, want het volgende concert in de rij wordt verzorgd door Antoine-Pierre. De creatieve drummer en bandleader van Urbex heeft nu ook een soloproject (VAAGUE) opgestart waarin hij zich helemaal laat gaan met een uitgebreide drumkit, elektronische soundscapes en fragmenten uit bekende speeches. De veelheid aan geluiden en in elkaar gewoven ritmes en klanken doen je vol ongeloof en bewondering naar de jonge drummer kijken, maar laten je tegelijkertijd meteen zin krijgen om te dansen. Antoine-Pierre vermengt zijn virtuositeit probleemloos met aanstekelijke grooves. Voor mensen als hem kan je een nieuw genre uitvinden, al zal dat waarschijnlijk nog altijd tekort doen aan de veelzijdigheid en creativiteit van zijn muziek. Zo is er een geluidsfragment dat hij gebruikt waarin een interviewer met een frans accent vraagt: ‘Yout pretend that you play modern jazz?’. Antoine-pierre laat duidelijk merken dat hij niet van hokjes houdt en vooral zijn eigen, vernieuwende stem het woord wil geven.

“Legendarische jazztrio’s bij de vleet natuurlijk maar dat van Paul Motian, Joe Lovano en Bill Frisell blijft tot de verbeelding spreken. Om zich te wagen aan hun repertoire en aanpak moet je van goeden huize zijn en vooral voldoende persoonlijkheid hebben. Geen probleem wat dit trio betreft.” (Jazzenzo over Cinema Paradisio)

De derde muzikant valt een beetje uit het rijtje. Met zijn oudere leeftijd, repertoire vol standards en zijn Amerikaanse roots is Fred Hersch de uitzondering en meteen ook de buitenlandse headliner op Leuven Jazz dit jaar. Verschillende standards passeren de revue, maar ook nieuwe composities voor zijn album ‘Songs from home’ komen aan bod, allemaal in de typische, gekende stijl van Fred Hersh natuurlijk. Van ballads als ‘This is Always’ tot bekende Strayhorn composities als ‘Upper Manhattan Medical Group’ : allemaal worden ze bekeken vanuit zijn innovatieve, virtuoze bril. Gedurende 70 minuten laat hij het beste van zichzelf horen en dompelt hij je helemaal onder in zijn poëtische speelstijl. Een aangenaam ‘thuiskomen’ tussen de meer experimentele andere groepen van deze avond.

© Tracey Yarad (Soapbox Gallery)

Als kers op de taart is er tot slot nog de blinddate tussen Lynn Cassiers en Nabou Claerhout. Twee kersen dus, allebei vrouwelijk, allebei meesterlijke improvisators. De twee artiesten ontmoetten elkaar voor het eerst op het podium, maar je zou denken dat ze elkaar lang geleden al ontmoet hebben ergens in een heel andere, mystieke wereld waarin ze beiden vaak rondlopen als ze onze wereld even kwijt willen. De combinatie van de twee unieke persoonlijkheden en de sferische, clair-obscure-achtige verlichting maken het een magisch optreden. De volle tromboneklanken van Nabou Claerhout passen enorm goed bij de soundscapes en fragiele zang van Lynn Cassiers. Laten we hopen dat deze blind date zal zorgen voor meer dates, liefst veel meer.

Leuven Jazz Festival: 19 t.e.m. 28 maart op verschillende (online) locaties in Leuven, gratis te beluisteren met cultuurkaart.

Beton om te bewonderen

Dat beton meer is dan een grijs bouwmateriaal, toont de nieuwe publicatie van Stad en Architectuur. Die heeft de vorm van een kaart waarmee je langs het mooiste beton van Leuven kunt wandelen. De kaart laat je niet alleen nieuwe plekken zien, maar doet je ook anders kijken naar gebouwen waar je elke dag voorbij loopt.

Beton is overal, al zie je dat lang niet altijd. Het materiaal, vaak verscholen achter muren en onder daken, stut vandaag ongeveer elk gebouw waarin we rondlopen. Toch inspireert het alledaagse bouwmateriaal tot allerminst alledaagse experimenten. Ook in Leuven.

Met de nieuwe kaart van Stad en Architectuur, die je gratis kunt afhalen, kun je die betonnen creaties gaan ontdekken. Veertien zorgvuldig uitgekozen projecten tonen dat betonnen bouwwerken lang niet altijd troosteloze woonblokken of bouwvallige bruggen zijn, maar wel ingenieuze constructies of kunstige sculpturen – of beide tegelijk.

Oude brouwerijen

Het oudste betonexperiment op de kaart is De Hoorn. Vandaag huist het pand hippe bedrijfjes en een restaurant, vroeger werd er Stella gebrouwen, in een toen revolutionair (want verticaal) productieproces. Het gebouw uit de jaren 20 verbergt een constructie van betonnen liggers waarvan ingenieurs vandaag nog opgewonden raken (betonnen vierendeelliggers, voor de fijnproevers).

Dat je die constructie vandaag kunt bewonderen, is te danken aan 360 architecten. Het bureau werkte de zuidgevel open met een betonnen raamwerk en zorgde binnen voor indrukwekkende uitsparingen die het erfgoed een nieuwe dimensie geven.

Lees verder onder de foto.

© Filip Dujardin

Nog niet verbouwd – maar wel een omweg waard – zijn de betonnen cilinders even verderop. De silo’s, vroeger ook van Stella Artois, zijn ongewild een landmark geworden aan de noordkant van de stad. Binnenkort zouden ze er wel eens heel anders uit kunnen zien, wanneer XDGA ze gaat verbouwen tot de opvallendste woontoren van Leuven.

Expressief modernisme

Een selectie van betonnen bravoure kan niet om de modernisten heen. In de jaren 70 ontwierp Renaat Braem, waarschijnlijk de grootste modernist van ons land, hoge torens voor Sint-Maartensdal. De woonblokken moesten aan zoveel mogelijk mensen onderdak geven. En dat mocht gezien worden. De torens zijn even berekend als expressief: de futuristische antennemast bepaalt vandaag nog de Leuvense skyline.

Al even expressief – en niet minder onbesproken – zijn de brutalistische gebouwen uit die periode, zoals Alma 3 en het Erasmushuis. Het brutalisme leverde de karakterkoppen van de naoorlogse architectuur. Het onafgewerkte beton (béton brut) verbergt een intrigerende schoonheid – al zie je dat niet meteen.

Hoewel ze er oorspronkelijk moeten hebben uitgezien als vreemde ruimteschepen in een park, worden hun harde karaktertrekken vandaag verzacht door de natuur. Het beton van Alma 3 verweert steeds meer en klimplanten overwoekeren de trappen van het Erasmushuis. Het zijn de toekomstige ruïnes van grote dromen.

Natuurlijk beton

Ook recente projecten onderzoeken de grens tussen beton en natuur. De kaart leidt je bijvoorbeeld langs het Sluispark, waar OKRA betonnen stroken door het grasveld trok. Het beton, dat een stuk boven het maaiveld uitkomt, fungeert als fietspad of als bank en geeft een podium aan het alledaagse leven.

In park Belle-Vue bouwde Binst een flatgebouw dat de relatie met het park aangaat door zijn vorm en kleur over te nemen. Dat levert een intelligente mise en abyme op, die niet alleen op een grondplan maar ook in het echt in het oog springt.

Lees verder onder de foto.

© Anja Van Eetveld

Het hoofdkwartier van DMOA onderzoekt de relatie tot de natuur in het beton zelf, dat ruw en manueel is aangestampt. Het effect is knap: vanop een afstand lijken de muren uit natuursteen gehouwen. Het gebouw verbergt trouwens nog een bijzondere spielerei, die ik hier niet zal verklappen. Loop er maar eens langs, dan hoor je het wel.

Betonnen beeldhouwwerken

De beste vondsten van de redacteurs zijn twee trappen. Op het terras van M staat een trap die op z’n kant is gezet. Met die eenvoudige ingreep transformeerde Hannes Van Severen een alledaagse trap – het is zo’n trap die je op elke werf ziet liggen – tot een beeldhouwwerk. Wie ernaar kijkt ziet geen trap meer, maar een lichaam, een danser verwrongen in een zijwaartse beweging.

Een al even onopvallende trap vormt het basiselement van de vluchtkoker van het rectoraat. Om een hoge vluchtcapaciteit te realiseren, vlochten LAVA en Bogdan & Van Broeck verschillende betonnen trappen in elkaar. Dat bleek niet alleen een slimme technische oplossing, het leverde ook een verbluffende ruimtelijke sculptuur op waarin je kunt blijven rondlopen. Als de deuren van het rectoraat weer openstaan, moet je dat zeker eens doen (ook het uitzicht over de stad loont de moeite).

Maar de mooiste betonsculptuur van Leuven heeft de selectie niet gehaald. Dus hier nog mijn tip: ga – zodra het weer kan – naar een voorstelling in het STUK en bewonder de betonnen wanden van de Soetezaal. De architecten van Neutelings Riedijk gaven het beton de vorm van een wapperend gordijn, bevroren in de tijd. De wand laat zien dat beton over de mogelijkheden van marmer beschikt.

Als gegoten | Stad en Architectuur | De digitale versie vind je hier, de geprinte versie kun je gratis bestellen of afhalen bij Visit Leuven (Naamsestraat 3).

Bitterzoete dromen van verre muziekzomers: Eefje de Visser

Met de even intieme als overdonderende concertfilm Bitterzoet vult Eefje de Visser de leegte waarin haar gelijknamige laatste album strandde. En een beetje van die leegte verandert ze – op haar eigen poëtische manier – in net genoeg witruimte om ons te doen uitkijken naar meer.

2020 had hét jaar van Eefje de Visser moeten worden. In januari lanceerde de Nederlandse singer-songwriter haar vierde album Bitterzoet, dat met de ene viersterrenrecensie na de andere meer dan ooit deed uitkijken naar een live tour vol superlatieven. Gelukkig wil het toeval dat ze er al van droomde om een concertfilm te maken voordat you-know-what daar een noodzaak van maakte. En de witte muren van haar Gentse appartement annex studio, met nonchalant neergezette kisten lp’s en piepschuimen sculptuurtjes, ademen overtuigend de sfeer van haar muzikale identiteit.

Online concerten doen me altijd anticiperen op een zekere tristesse. En ik geef het toe, bij Eefje de Visser nog iets meer dan gewoonlijk. Resoneren haar lyrics, die wel vaker vorm geven aan de grijze zone tussen eenzaamheid en geborgenheid, nog wel op dezelfde manier na een jaar isolement? En hoe valt een song zoals De Parade, die gemaakt is voor eindeloze nachtelijke wandelingen in fijn gezelschap, te rijmen met de reflectie van mijn hoofd in mijn computerscherm? Maar mijn twijfels worden al snel weggespoeld door de ongeziene energie en inleving in deze uitvoeringen. Comfortabel switchend tussen piano, gitaar en bas stelt ze niet alleen de Bitterzoet-songs voor met een tienvoud van de kracht die in de albumversies zit, ook enkele kleppers van haar vorige album Nachtlicht passeren de revue. De Fleetwood Mac-vibe van Jong wordt heerlijk aangevuld met een ijl acapella-begin en culmineert in een wervelende synthssolo. Wie een grens wil trekken tussen de folkpop van haar oudere repertoire en de elektronische sound waarnaar ze met de jaren evolueerde, is eraan voor de moeite, alles loopt op een verfrissende manier in elkaar over.

Daarnaast doet Bitterzoet alle eer aan beide delen van de samenstelling concertfilm, want Eefje de Visser haalt alles uit het medium wat eruit te halen is. De zwarte silhouetten van de muzikanten in het witte decor en de talloze close-ups op hun handen zijn een perfecte echo van de ijle synths en dat beetje rauwheid waarmee ze overgoten zijn. Tijdens de meer up-tempo nummers baadt de studio in een schemering met neonlampen op de grond, en met haar achtergrondzangeressen waagt ze zich aan een choreografie van minimalistische handgebaren. Tegelijk worden de ruwe randjes van de muziek allerminst glad gepolijst. Niet alleen is de uitvoering van de nummers veel energieker dan de albumversies, de sprankeltjes interactie tussen de muzikanten en stemmende gitaren tussen de songs door geven het geheel ook een ontwapenende authenticiteit.

Bitterzoet is een pareltje dat je terug katapulteert naar warme zomeravonden, tipsy op een terras met een warme wind die over je schouders blaast. Of net vooruit, naar het verwachtingsvolle geroezemoes van een live concert waarvoor deze songs gemaakt zijn. Voorlopig blijft het bij met roodgelakte nagels op blote voeten over je tapijt dansen, net zoals Eefje. De melancholie die me na de aftiteling overvalt, neem ik er met plezier bij.

De concertfilm Bitterzoet kan je hier streamen op Dalton, het online filmplatform van Cinema ZED.

TIP: wandelen en nieuwe makers ontdekken op ‘the festival that never happened’

Platform In De Maak organiseert dit weekend een covid-proof alternatief voor hun jaarlijkse podiumkunstenfestival. In deze tijden van fysieke afstand werd ervoor gekozen om een teaser-event te organiseren, namelijk ‘the festival that never happened‘.

The festival that never happened is gemaakt voor en door 27 nieuwe makers. Het probeert verschillende jonge professionelen uit de podiumkunsten samen te brengen, zij het performers, dramaturgen, scenografen, techniekers, regisseurs of grafische vormgevers. Samen streven ze ernaartoe dat dit platform een veilige plaats wordt voor work-in-progress.

In samenspraak met de stad Leuven zullen er 12, 13 en 14 maart op verschillende locaties in de stad audio- of videofragmenten te bekijken en te beluisteren zijn. Op deze manier krijgt het publiek alsnog de mogelijkheid kennis te maken met de nieuwe makers achter het festival. De locaties zijn terug te vinden op een kaart die via deze website gedownload kan worden (vanaf 11/03) of kan worden opgehaald op het startpunt van de route in Kunstencentrum STUK.

Praktisch
12, 13 en 14 maart 2021
vrijdag/zaterdag van 10u tot 20u
zondag van 10u tot 17u

WAAR het historisch stadscentrum van Leuven
WAT een wandeling langs work-in-progress met podcasts, op video opgenomen werken en visuele kunstwerken
PRIJS gratis
GIDS begeleidende podcast en kaart (beschikbaar bij het begin van de wandeling en online)
STARTPUNT Kunstencentrum STUK (Naamsestraat 96, 3000 Leuven)

Het volledige programma en de route komen weldra online.

Contact
festival@platformindemaak.be
https://www.tftnh.com

Partners
STUK, Ultima Vez, KU Leuven, fABULEUS, 30CC, Dag van de Dans, Danspunt, Het Nieuwstedelijk en LUCA Drama.
Met ondersteuning van Stad Leuven en de Vlaamse Overheid.

the festival that never happened