Een unicum: Spice Girls in STUK. SNAP XL van fABULEUS en Talitha De Decker

Talitha De Decker, die enkele jaren geleden afstudeerde aan Fontys Hogeschool voor de Kunsten, ontwikkelde samen met fABULEUS de dansvoorstelling SNAP XL, gebaseerd op haar eindwerk van in 2014, dat toen SNAP werd gedoopt. Zoals het de projecten van fABULEUS betaamt, staat er heel wat jong geweld op het podium.

clara hermans SNAPDe veertien jonge dansers tussen 14 en 21 jaar moeten zelf hun decor opbouwen. Op een appelblauwzeegroen podium staan er ramen in verschillende felle kleuren. Die ramen worden doorheen de voorstelling verplaatst of opgehangen aan magneten en een enkele keer zelfs geknuffeld.

Met  om ter hoogst opgetrokken sokken dansen ze een choreografie met veel symmetrie en geometrische figuren. De dansstijlen zelf zijn vrij divers, van ongedefinieerde feestbewegingen tot tutting (een vorm van hiphop waarbij enkel armen n handen gebruikt worden) en worden dikwijls synchroon uitgevoerd door de groep. Zoveel harmonie is echt een plezier om naar te kijken. clara hermans SNAP 3
Wat de muziek betreft, vertrok Talitha vanuit de guilty pleasure van velen: popmuziek uit de jaren ’90 (denk aan aanstekelijke muziek zoals die van Spice Girls). De muziek is welbekend, de danspassen wisselen af tussen herkenbaar en origineel. Kleine elementen uit een beweging worden uitvergroot en vervolgens gebruikt als basis om mee te variëren. Talitha vertrouwde STUK toe dat één van de thema’s constructie en deconstructie is. Het startpunt is een afgewerkte beweging die dan uit elkaar getrokken wordt om iets nieuws te maken. clara hermans 5Dit proces resulteert meer dan eens in humor: voor de allereerste keer hoorde ik mensen in het publiek luidop lachen tijdens een dansvoorstelling. Hoewel deze jongeren op een leeftijd zijn waar schaamte soms een obstakel kan zijn om zich echt uit te kunnen leven, zijn deze dansers nooit gegeneerd. Niet dat ze een reden hebben om zich te schamen, integendeel.

clara hermans SNAP 4
In de cultuur van hedendaagse dans die vandaag heerst, is het een opluchting om een groep dansers te zien die zichzelf niet zo serieus neemt. Hits uit de jaren ’90 gebruiken is misschien een ‘gemakkelijke’ manier van entertainen, maar daar is niets mis mee. Het is een voorstelling over plezier, feest en groepsgevoel, en dat zijn de aspecten die na het verlaten van de zaal bijblijven. Voor de rest worden er geen diepzinnige filosofieën aan de voorstelling toegeschreven: de nadruk ligt op dansen in en met een groep.

Foto’s: Clara Hermans

Wat? SNAP XL / Wie? fABULEUS in samenwerking met Talitha De Decker & 7 Limburgse cultuurcentra / Wanneer? Donderdag 19, vrijdag 20 en zaterdag 21 april / Waar? STUK / Prijs? 14EUR, 10EUR met cultuurkaart

 

 

Advertenties

Een kaleidoscoop van melancholie: Vocem Flentium stelt debuut-cd TRIDUÜM voor

Zaterdag 7 april was een grote dag voor polyfonie-koor Vocem Flentium. Het koor, dat sinds 2014 actief is, stelde namelijk haar debuut-cd Triduüm voor aan het grote publiek. Als volslagen leek in het genre zakte ik af naar de Begijnhofkerk om die belangrijke stap in het nalatenschap van het koor mee te maken. Liturgische gezangen uit de vijftiende en zestiende eeuw vormen het leeuwendeel van de avond, hoog tijd om mijn beste Latijn nog eens af te stoffen dus.

Het is die avond vrij rustig in het begijnhof. Onder een schemerende hemel begeef ik mij naar de Sint-Jan-de-Doper-kerk, die er zoals steeds imposant bijligt, zo van buitenaf bekeken. Voor de performance begint worden we eerst nog uitgenodigd voor een korte proloog door koorleider Arnout Malfliet. Hij geeft duiding bij de composities die we die avond te horen zouden krijgen, en hoewel de chronologische en culturele context interessant is, gingen de technische details van de polyfonische samenstelling mijn pet te boven. Hierna kregen we nog een “film” van om en bij de 30 seconden te zien, gerelateerd aan de cd. Afsluitend kwam een koorlid ons nog vertellen dat binnen de polyfonie het individu nutteloos is, en dat het enkel de synergie van de stemmen de “ik” in het koor kan overstijgen, een mooie filosofie die de rest van de avond zeker relevant bleef.

30443339_1232320866870691_418970211434102784_o

Opnames TRIDUUM, Vocem Flentium © Wout Biesmans

Hierna werden we de kerk binnengeleid. Het gigantische gebouw was zeer subtiel verlicht, net genoeg om me een weg te kunnen banen naar de plaatsen. De opstelling van de “stage” was tevens bijzonder: In het midden van de kerk zagen we een cirkel van 8 statieven rond een negenarmige kandelaar, en het publiek kon in de volledige 360 graden errond plaatsnemen. Wanneer iedereen eenmaal zit wordt het aangenaam stil. De voetstappen van de koorleden die hun plaatsen innemen galmen heerlijk doorheen de gigantische ruimte, en het is op dit punt dat ik besef dat er nergens audio-apparatuur te bespeuren valt. De avond steunt op de kracht van de stemmen van de leden en de akoestiek van het huis van God, net zoals het geval was toen deze stukken geschreven werden.

Zonder al te veel uitleg zetten zes van de acht stemmen het eerste nummer in, Asperges me, “Besprenkel mij” vrij vertaald, en meteen bevinden we ons in een andere wereld. Het valt mij uiterst moeilijk om een optreden als dit vanuit kritische hoek te benaderen, vooral door mijn onkunde in het vakgebied, maar tevens omdat alles aan de voorstelling zo atmosferisch sterk in elkaar steekt, dat het simpelweg niet fijn is om dat te doen. Zoals we eerder al hoorden van het koorlid dat ons toesprak, was het niet de bedoeling om stemmen te kunnen ontwaren, maar vormden alle stemmen samen als het ware één instrument. Negen composities kregen we te horen, die het verhaal vertelden van de drie dagen voor Pasen, met alle drama en melancholie die ermee gepaard gaat. En hoewel ik praktisch niets van de tekst meehad, maakten de stemmen het gemakkelijk om de opeenvolging van emoties en ingrijpende gebeurtenissen te volgen.

30531091_1232320620204049_8718454702284472320_o

Opnames TRIDUUM, Vocem Flentium © Wout Biesmans

Als ik heel eerlijk moet zijn was de avond voor mij meer een belevenis dan een optreden. De gezangen bleven duidelijk binnen dezelfde thematiek, maar werden nooit saai of eentonig. Wel leek het voor mij één groot geheel te vormen, dat mij van begin tot einde in een bijna spirituele trance vasthield. De korte pauzes tussen de aktes in, waarin telkens één van de kaarsen op de kandelaar gedoofd werd, lieten ons even bezinnen over wat we net hoorden, maar nooit lang genoeg om de sfeer te doorbreken. Voor het slotstuk gingen alle lichten in de zaal uit, en waren het enkel de leeslampjes van de zangers die voor illuminatie zorgden in de enorme zaal. Donkerder en luguberder kon het praktisch niet worden, en dat kwam de atmosfeer alleen maar ten goede.

Nadat de lichten terug aangingen bevonden we ons weer in de echte wereld, maar het spreken bleef bij de meesten nog even achter. Om dan op zo’n spektakel het label “cd-release” te kleven lijkt het tekort te doen, en ik vraag me af of een digitale opname de ervaring van het live, akoestisch in een kerk mee te maken kan benaderen. Maar één ding is zeker: als ik niet zo verwend was door streamingplatformen en goedkope digitale media stond het plaatje sowieso te pronken in mijn hypothetische cd-kast. Als jij wel zo’n ervaring kan gebruiken en je er de tijd en moeite voor overhebt kan je ze volgende week nog meemaken in Rijmenam, of kan je toch gewoon de cd kopen!

CD-Release Concert Triduüm Leuven| Zaterdag 7 april ’18| 15 euro (10 met studentenkaart)

 

Ongehoord krachtig

Vorige week speelde het Universitair Harmonieorkest zijn jaarlijkse aulaconcerten. Op het programma twee ongehoorde composities, die voor het eerst werden uitgevoerd. Voor het UHO is ongehoord ook oorverdovend. Oorverdovend sterk.

Ze passen maar net op het podium van de PDS, de 101 muzikanten van het UHO. En die enorme groep brengt veel volk op de been, zo blijkt, want het UHO vult met gemak twee keer de hele PDS met een laaiend enthousiast publiek.

Dat enthousiasme is er niet voor niets. Vanaf de eerste noot weten we al: het UHO is een krachtige machine. Als het voltallige orkest forte speelt, zullen we het geweten hebben. In de ouverture, maar ook in de twee wereldpremières is het duidelijk: met hun tutti-passages krijgen ze het publiek moeiteloos mee.

Twee trombones

Een ouverture en twee wereldpremières dus, twee werken die de repetitieruimte van het UHO nog niet hebben verlaten. Voor de eerste wereldpremière (Two-Bone Concerto van Johan De Meij) hebben ze twee trombonisten van het orkest van De Munt opgetrommeld (Jan Smets en Bram Fournier). Twee professionele musici met de hete adem van het UHO in hun nek, dat kan alleen maar vuur geven.

Eén trombone, laat staan twee, hoor je zelden alleen. Het is ook best gek, muzikanten die normaal gezien achteraan in het orkest achter een pupiter verscholen zitten, hier vooraan te zien spelen. Ergens merk je dat ook: geboren performers zijn het niet. Ze spelen hun partij briljant, tot in de puntjes afgewerkt, maar de choreografie, die duidelijk deel uitmaakt van het werk, doet het geheel wat verslappen.

Toch is het een goede vondst, twee trombones voor een harmonieorkest te zetten. De klanken mengen fantastisch en de compositie zet het UHO ertoe aan nu en dan echt alle registers open te trekken. Onverwachte combinaties van instrumentengroepen maken van het stuk een kleurrijk geheel. Soms zelfs ondersteund door een beat (trouwens: wat een slagwerksolo’s!).

UHO-Awards

Kracht staat soms tegenover finesse, maar dat is bij het UHO niet het geval. Toegegeven, als het eens hapert, dan is het in de sololijnen, wanneer één of maar enkele muzikanten het van het leger koper en hout moeten overnemen. Maar toch, ook wanneer het stiller wordt, blijft de UHO-machine draaien, geolied en gestroomlijnd, zonder één keer stil te vallen.

Twee presentatoren, echte radiostemmen, delen ondertussen de UHO-Awards uit. Tussen de werken door krijgen we zo een interessante en vermakelijke blik achter de schermen van het orkest. De grappen die daarbij horen, zorgen bij muzikanten én publiek voor heel wat hilariteit.

Maar het tweede ongehoorde werk, Symphonie KRKA van Bart Picqueur, dat uit vier delen bestaat, hadden we het liefst in één keer gehoord. Onderbroken door de presentatie is het moeilijk het hele werk te vatten. Dat de compositie sowieso al fragmentarisch is opgebouwd, helpt ook niet. Vanuit een aaneenschakeling van interessante ideetjes is het moeilijk één lijn te ontwaren.

In het laatste werk volgt climax na climax, maar ook anticlimax na anticlimax. De stille passages zijn prachtig en poëtisch, maar telkens weer moet daarna de UHO-machine weer op gang getrokken worden. En dan wil het wél eens stilvallen.

Toch staat het UHO sterker dan ooit. Twee ongehoorde werken op het programma zetten, is een gewaagde keuze. Door een krachtig en tot in de puntjes afgewerkt programma te spelen, verdedigen ze die keuze met verve. Het moet gezegd: wie het UHO nog niet had gehoord (en ook wie ze wel al had gehoord), wist niet wat hij hoorde. Het was een ongehoorde uitvoering. Ongehoord goed.

 

ONGEHOORD. | Universitair Harmonieorkest Leuven | woensdag 28 en vrijdag 30 maart 2018 | Aula Pieter de Somer

Rosas verrast nogmaals

Anne Theresa De Keersmaeker zorgt nog maar eens voor volle zalen. Het succes van haar choreografieën lijkt nog lang niet op zijn einde te komen, want de kaartenverkoop van Mitten wir im Leben sind ging zo hard dat ze noodgedwongen een extra voorstelling inlasten. Zelfs Koningin Mathilde maakte er een avond voor vrij.

29570848_2039211176342512_1178693297487933703_n

Anne Van Aerschot

Op de dansvloer zijn mandalagewijs cirkels getekend, als inspiratie voor de al dan niet gesprongen pirouettes in de choreografie. De snijpunten van die cirkels vormen dan weer de hoeken van gekleurde sterren. De cirkels van krijt en sterren van verschillende groottes vormen het meest drukke aspect van het decor, dat voor de rest naar traditie sober gehouden is.

rosas-mitten-wir-im-leben-sindbach6cellosuiten-c-anne-van-aerschot-mittenannevanaerschot---22jpg

Anne Van Aerschot

De Cellosuites van Bach zijn het vertrekpunt van de voorstelling en worden in dit geval uitgevoerd door Jean-Guihen Queyras. De live muziek van een beroemde virtuoos is natuurlijk een immense meerwaarde. Om dat zoveel mogelijk in de verf te zetten, krijgt hij een plaats in het midden van het podium, tussen de dansers. Deze originele opstelling zorgt af en toe wel voor wat stress bij het publiek als er weer eens een been gevaarlijk dicht in de buurt van cello en muzikant komt.

Vier dansers krijgen hun ‘eigen’ suite, De Keersmaeker daarentegen zet het ene stuk mee in gang, bij het andere valt ze in. Op de muziek van de laatste suite dansen ze in groep. Choreografie en muziek stemmen harmonisch overeen: een accent in de muziek gaat altijd gepaard met een onverwachte beweging van het hoofd of een extra draai.

Haar uitverkochte zalen bewijzen dat ze de noden van haar toeschouwers goed kent: ze biedt een hedendaagse  dansvoorstelling aan die meer is dan enkel dat. Anne Theresa De Keersmaeker brengt Bach naar het heden en naar de moderniteit. Twee jaar geleden deed ze iets vergelijkbaars, toen ze een andere Duitse legende tot bij haar publiek bracht met een choreografie gebaseerd op Die Weise von Liebe und Tod des Cornets Christoph Rilke. Het is dus niet de eerste keer dat ze twee kunstvormen combineert en zelfs gelijk gewicht geeft. In dit geval interpreteert ze wereldberoemde muziek die al ontelbare keren uitgevoerd is en brengt haar opnieuw onder de mensen.

anne van aerschotAnne Van Aerschot

Wie? Rosas / Wat? Mitten wir im Leben sind / Wanneer? dinsdag 27 maart tot vrijdag 30 maart 2018 / Waar? 30CC/Schouwburg / Hoeveel? Vanaf €26 of vanaf €22 met reductie

Wat den mensche aldermeest tot conste verweckt

Het Landjuweel anno 2018

Het beloofde een historisch moment te worden: op 22 maart 2018 vond te Leuven het eerste moderne Landjuweel plaats sinds 1561. Voor de onconstigen onder ons: het Landjuweel is het Brabantse songfestival van zijn tijd. Na een 456-jarige pauze blijft de essentie ongewijzigd: dichters strijden voor de eer van hun stad met als enige wapen, het woord. Geen glitterpakjes en vrouwen met baarden, maar poetryslam avant-la-lettre. De arena van dienst is Aula Vesalius, waar vier taal-en letterkundekringen het tegen elkaar opnemen: het Antwerpse Lingua, LWK uit Brussel, Filologica uit Gent en ten slotte de Leuvense trots, Babylon. De technische mankementen dreigen de avond in het hokje van ‘povere studentikoze bedoeling’ te duwen. Gelukkig kan de schoonheid van het woord veel goedmaken. Het Landjuweel anno 2018 is een glanzend pareltje dat alle potentieel heeft om in de toekomst uit te groeien tot een vaste waarde.

22520204_1589918737738839_6795277509882613713_o

Een herexamen Vroegmoderne Nederlandse letterkunde kan soms vreemde bijwerkingen hebben.  Zo ook voor Bastiaan De Groote, KU Leuvenstudent taal-en letterkunde. Zichzelf verdiepend in de wereld van de Rederijkers, vindt hij zijn eigen presidiumfunctie bij de studentenkring Babylon uit en zou samen met Anna De Wolf en Ella D’Hoe in 2018 de grootste poëziewedstrijd van weleer nieuw leven inblazen. Het moderne Landjuweel was geboren. Het lijkt een naïef idee en dat is het ook. Maar naïef is geen scheldwoord. Naïef in de puurste betekenis: oprecht en onschuldig en in dit geval ook geniaal.

De avond in een goed gevulde Vesaliusaula begon jammer genoeg niet zo geniaal. De drie organisatoren heten het publiek hartelijk welkom en verzekeren dat de vakspecialisten van dienst, Professor Meeus (Universiteit Antwerpen) en zijn Leuvense collega professor Van Vaeck, de inleiding ‘kort’ zullen houden, ‘heel kort’.  Die bleek eerder lang, heel lang. Professor Meeus neemt zijn taak heel serieus en geeft een half uurtje les over de Rederijkers en het Landjuweel. Professor Van Vaeck weet de boel gelukkig te redden. Hij is er, naar eigen zeggen, in geslaagd zich te installeren aan de ‘kortste toog ter wereld’ (zie receptietafel op het podium) en vraagt zich herhaaldelijk af waar zijn drank blijft.  Maar goed, we zouden bijna vergeten dat er ook nog poëzie aan bod komt. Het begrip ‘landjuweel’ verdient zeker en vast wat extra uitleg, maar er zijn grenzen. Uitgerekend op een welsprekendheidswedstrijd is dat een beetje pijnlijk dat de inleiding dubbel zoveel tijd in beslag neemt als de effectieve performances.

Het is Antwerpen die de spits afbijt. Silke Wossmann verklaart de poëzie haar liefde en wordt daarbij ondersteund door een piano en danseres. Fijn, maar niet noodzakelijk. Alleen zij en haar tekst zijn sterk genoeg om overeind te blijven.

O zoete poëzie
Dans met mij
mediteer mij, zo suggestief als jouw lippen
Langswaar je verzen me op de schouder tikken
Mij zachtjes likken
[…]
– Silke Wossmann

Brussel doet iets met rozen. Ook hier is het thema der thema’s, liefde. Emilia De Feyter Janina De Greef, Maren Vanhouche en Anthony Manu bezingen elk op hun eigen manier de liefde in al haar facetten. Een totaalplaatje dat klopt.

[…]
met knus gekende woorden
heb ik je lief
de
ontdekt en ondergaan
– Emilia De Feyter

Leuven heeft beroep gedaan op een jurist. Als u dacht dat de homo universalis uitgestorven was, dan stel ik u voor aan Kobe Penninckx de tekstschrijver van dienst. Zijn prachtige woordbaby heeft hij in het volste vertrouwen uit handen gegeven aan drie ‘nihilisten’, Kaat Bastiaens, Yannis Tate en Noa Rousseau.

[..]
Dat wij och god
Nihilisten zouden zijn

’t Zijn zelf vadsige pony’s
– Kobe Penninckx

22 Maart is een beladen dag. Oorlog en miserie vormen dan ook de rode draad in het gedicht van Gent. Twee jaar na de aanslagen in Brussel zet Lize De Ryck een krachtige performance neer. Met stijl dans en spreek ze de woorden van tekstschrijver, Youness Iken, aan elkaar.

[…]
Hoera!
Het is al 2 jaar geleden hé, weten jullie het?
Die aanslagen in Brussel!
En we staan er nog altijd!
Er is nog altijd…niets…veranderd.
– Youness Iken

Het moment van de avond zou uiteraard duidelijk maken welke stad Het Landjuweel 2018 wint. De publieksprijs is voor Antwerpen en de Juryprijs gaat naar gaststad Leuven. Terecht: Antwerpen was tekstueel sterk en Leuven  bracht een totaalplaatje dat klopt tot in het kleinste detail.

Het Landjuweel 2018 werd een mooie avond met mooie woorden. Niet alleen de vier steden, maar ook dichter Mustafa Kör brachten eigen werk, waar ze trots op mogen zijn. Jammer van de gebrekkige techniek. Een powerpointpresentatie die voortdurend verspringt, expliciete regieaanwijzingen van de artiesten tijdens hun act en verkeerde belichting, kunnen gemist worden op de editie van 2019. Toch verdient de organisatie een pluim voor wat ze gerealiseerd hebben. Beste Landjuweel, welkom terug. Het was mij een waar genoegen. Tot volgend jaar.

Rhetoric-enthroned-invitation-antwerp-landjuweel-1561.jpg

HET LANDJUWEEL| 22 maart 2018 | Aula Vesalius | 2 euro|  Meer info? Klik hier voor de facebookpagina

 

 

UUR KULTUUR: Jazz in de kerk als soundtrack bij de hemelvaart

Rock Werchter meets Yoga meets God. Dat waren de eerste indrukken die bij me opkwamen toen ik afgelopen woensdag tijdens UUR KULTUUR de Predikherenkerk binnenstapte. Aan de ingang kreeg ik een fleece dekentje overhandigd en als een van de eerste rolde ik mijn matras uit vooraan in de kerk. Het Werchter gevoel kwam door de enkele campingstoelen en de opstelling van het orkest, dat voor een interessant contrast zorgde met het orgel waaronder deze ingericht was. De yoga vibe kan herleid worden tot de grote hoeveelheid matjes (en ook misschien een beetje door de jongen voor mij die de zonnegroet aan het uitoefenen was). En dan is er nog God, wiens aanwezigheid in mijn overpeinzingen volledig toegeschreven kan worden aan de indrukwekkende setting van de kerk, met de ruimte rond het orgel overgoten met dieprood en donkerblauw licht.

IMG_9930

Rond 22u lag de zaal aardig vol en waren alle aanwezigen klaar voor wat geafficheerd werd als een ‘ligconcert jazz’. Ik ging liggen en al kijkend naar de kruisgewelven van de Predikherenkerk werd me al snel duidelijk dat dit een soort jazz was waardoor Louis Armstrong en Duke Ellington hun wenkbrauwen zouden optrekken. Vvolk bracht met het nieuwe deel van hun album Book of Air immers eerder psychedelische muziek in de stijl van de Interludes van Alt J, waarin desalniettemin de jazzinvloeden (en –achtergronden van sommige artiesten) toch nog merkbaar waren. De muziek begon heel minimalistisch met slechts enkele variaties op dezelfde toon, een soort mantra die echode tussen de zuilen. Na enkele minuten ontwikkelde zich uit deze enkele toon een symfonie die gekenmerkt werd door heel subtiele veranderingen. Door deze repetitieve tonen zorgden voor een sacrale stilte in de kerk, en een luide gedachtestroom in de hoofden van de luisteraars.

IMG_9934

In de omschrijving op hun website stelt Vvolk het album Book of Air als volgt voor:

“As a listener you experience one sound, one cloud, one texture, with slow moving details within. While getting deeper in the sound of vvolk, the perception of time fades. It is astonishing how improvised music can create such a timeless, and calming experience for the listener. This timelessness clearly has an effect on the physical body. After a concert of ‘vvolk’ you will leave with an altered body state.” (bron: http://granvat.com/projects/bookofair/)

Of ik de Predikherenkerk in een ‘altered body state’ verliet, kan ik niet zeggen. Wel staat vast dat het tijdens deze unieke ervaring inderdaad moeilijk was aan de specifieke tijd en ruimte vast te houden en niet weg te dwalen in een labyrint van gedachten (of dromen). Voornamelijk de setting droeg bij tot deze out-of-body experience en gaf het bovendien een religieuze twist.

Kortom, combinatie van onder andere de muziek, de (akoestiek van) kerk, het lantaarnlicht dat door de grote ramen gefilterd werd en het neerliggen zorgde voor een meer dan geslaagde muzikale en transcendente ervaring.

WAT: Ligconcert i.h.k.v. Leuven Jazz waarin vvolk het nieuwe deel van hun album Book of Air voorstelt// WAAR: 30CC/Predikherenkerk, Onze-Lieve-Vrouwstraat, 3000 Leuven //WANNEER: woensdag 21 maart om 19u30 en 22u// HOEVEEL: gratis met je cultuurkaart, anders 12 euro

“Rol uw matten, ça veut dire quoi?” Tijdreis door de revolutie met Leuven ‘68

Vijftig jaar geleden is het al, de studentenopstand die Leuven teisterde én tegelijkertijd wakker maakte. De meest rebelse episode uit de geschiedenis van onze universiteit kent iedereen wel van “Walen go home”-spandoeken uit geschiedeniscursussen in het middelbaar, maar wordt nu voorzien van tekst en uitleg in de documentaire Leuven ’68. Het resultaat is een frisse kijk op een keerpunt in de Belgische geschiedenis – én op alle verhalen die de straatstenen onder je voeten met zich meedragen.

763

Met Leuven ‘68 zit Fonk vzw (het productiehuis achter de schermen van Cinema ZED) al aan nummer vier van een reeks producties over de interessantste episodes uit de Leuvense geschiedenis, na De brand van Leuven, Leuven autovol & autovrij en De Leuvense scene. De documentaire was de afgelopen maanden al te zien in ZED, maar cultuurkaarthouders kregen afgelopen woensdagavond in aula Vesalius nog een gratis laatste kans. En dat onverwachte UUR KULTUUR-cadeautje werd meer dan geapprecieerd. Lees verder