Transit: elk hoofdstuk een nieuw begin

Op aanraden van Saskia de Coster lazen we op 21 maart Transit van Rachel Cusk in de boekenclub van de KU Leuven. Het boek zit vol levenslessen en verhalen van gewone mensen die je ontdekt met een bijna akelige en emotionele afstand van het ik-personage. Het boek is het tweede deel van de Feye trilogie, maar kan prima apart gelezen worden.

In Transit volgen we een schrijfster die net in Londen is gaan wonen samen met haar kinderen, al zet ze die al snel af bij hun vader omdat zijzelf met de renovatie van haar nieuwe appartement begint. Doorheen het boek ontdekken we verhalen van gewone mensen die hun emoties op tafel leggen. Hoewel je de schrijfster zelf niet leert kennen, kun je op basis van de ander verhalen erachter komen wie het hoofdpersonage niet is.

Transit - Rachel Cusk - De Bezige Bij
Uitgeverij: De Bezige Bij

In het begin moest ik zelf even wennen aan het perspectief dat Cusk gebruikt om ons in het leven van de schrijfster te zetten. De lezer is niet de bestuurder, maar de passagier in dit verhaal. In het verhaal maak je dan ook kennis met negen personages die elk hun eigen ervaringen met de schrijfster delen. Je ontdekt verdriet en blijdschap op verschillende manieren, maar ervaart ook ongemakkelijkheid.

Rachel Cusk laat haar hoofdpersonage vaak afstandelijk overkomen, al stopt ze er ook goede levenslessen in. Ze heeft een filosofische gedachtegang die menselijk en zelfzeker is. Zo vraagt ze aan een studente schrijfster die over een specifieke kunstenaar wil schrijven of ze wel zo zeker is van haar onderwerp. Zou ze nog steeds over hem willen schrijven als het toeval een andere kunstenaar voor haar had uitgekozen?
Ze laat haar gevoelens dus noch aan haar gesprekspartner noch aan de lezer zien. Hoewel dit voor bepaalde spanning zorgt, komt het soms emotieloos over. De afstand gaat verder, want als haar kinderen aan de telefoon wenen, lijkt ze er heel nuchter mee om te kunnen gaan.

Ook is er sterke symboliek aanwezig in dit verhaal die je ontcijfert als je er verder over nadenkt. Soms moet de lezer het boek gewoon eens laten rusten zodat hij er een nachtje over kan slapen om het te laten bezinken.

Aan de ene kant is het jammer dat we het hoofdpersonage niet beter leren kennen door het verhaal heen. Ze deelt wel enkele ervaringen, maar verder dan dat gaat het niet.

Of ik de twee andere boeken ga lezen, weet ik nog niet, maar in de boekenclub heb ik er wel verder over kunnen nadenken. Het was inspirerend en aangenaam om over hetzelfde boek met verschillende inzichten te kunnen ervaren. Iedereen leest het boek op zijn eigen manier en dat was zo uniek aan de bespreking.

Beton om te bewonderen

Dat beton meer is dan een grijs bouwmateriaal, toont de nieuwe publicatie van Stad en Architectuur. Die heeft de vorm van een kaart waarmee je langs het mooiste beton van Leuven kunt wandelen. De kaart laat je niet alleen nieuwe plekken zien, maar doet je ook anders kijken naar gebouwen waar je elke dag voorbij loopt.

Beton is overal, al zie je dat lang niet altijd. Het materiaal, vaak verscholen achter muren en onder daken, stut vandaag ongeveer elk gebouw waarin we rondlopen. Toch inspireert het alledaagse bouwmateriaal tot allerminst alledaagse experimenten. Ook in Leuven.

Met de nieuwe kaart van Stad en Architectuur, die je gratis kunt afhalen, kun je die betonnen creaties gaan ontdekken. Veertien zorgvuldig uitgekozen projecten tonen dat betonnen bouwwerken lang niet altijd troosteloze woonblokken of bouwvallige bruggen zijn, maar wel ingenieuze constructies of kunstige sculpturen – of beide tegelijk.

Oude brouwerijen

Het oudste betonexperiment op de kaart is De Hoorn. Vandaag huist het pand hippe bedrijfjes en een restaurant, vroeger werd er Stella gebrouwen, in een toen revolutionair (want verticaal) productieproces. Het gebouw uit de jaren 20 verbergt een constructie van betonnen liggers waarvan ingenieurs vandaag nog opgewonden raken (betonnen vierendeelliggers, voor de fijnproevers).

Dat je die constructie vandaag kunt bewonderen, is te danken aan 360 architecten. Het bureau werkte de zuidgevel open met een betonnen raamwerk en zorgde binnen voor indrukwekkende uitsparingen die het erfgoed een nieuwe dimensie geven.

Lees verder onder de foto.

© Filip Dujardin

Nog niet verbouwd – maar wel een omweg waard – zijn de betonnen cilinders even verderop. De silo’s, vroeger ook van Stella Artois, zijn ongewild een landmark geworden aan de noordkant van de stad. Binnenkort zouden ze er wel eens heel anders uit kunnen zien, wanneer XDGA ze gaat verbouwen tot de opvallendste woontoren van Leuven.

Expressief modernisme

Een selectie van betonnen bravoure kan niet om de modernisten heen. In de jaren 70 ontwierp Renaat Braem, waarschijnlijk de grootste modernist van ons land, hoge torens voor Sint-Maartensdal. De woonblokken moesten aan zoveel mogelijk mensen onderdak geven. En dat mocht gezien worden. De torens zijn even berekend als expressief: de futuristische antennemast bepaalt vandaag nog de Leuvense skyline.

Al even expressief – en niet minder onbesproken – zijn de brutalistische gebouwen uit die periode, zoals Alma 3 en het Erasmushuis. Het brutalisme leverde de karakterkoppen van de naoorlogse architectuur. Het onafgewerkte beton (béton brut) verbergt een intrigerende schoonheid – al zie je dat niet meteen.

Hoewel ze er oorspronkelijk moeten hebben uitgezien als vreemde ruimteschepen in een park, worden hun harde karaktertrekken vandaag verzacht door de natuur. Het beton van Alma 3 verweert steeds meer en klimplanten overwoekeren de trappen van het Erasmushuis. Het zijn de toekomstige ruïnes van grote dromen.

Natuurlijk beton

Ook recente projecten onderzoeken de grens tussen beton en natuur. De kaart leidt je bijvoorbeeld langs het Sluispark, waar OKRA betonnen stroken door het grasveld trok. Het beton, dat een stuk boven het maaiveld uitkomt, fungeert als fietspad of als bank en geeft een podium aan het alledaagse leven.

In park Belle-Vue bouwde Binst een flatgebouw dat de relatie met het park aangaat door zijn vorm en kleur over te nemen. Dat levert een intelligente mise en abyme op, die niet alleen op een grondplan maar ook in het echt in het oog springt.

Lees verder onder de foto.

© Anja Van Eetveld

Het hoofdkwartier van DMOA onderzoekt de relatie tot de natuur in het beton zelf, dat ruw en manueel is aangestampt. Het effect is knap: vanop een afstand lijken de muren uit natuursteen gehouwen. Het gebouw verbergt trouwens nog een bijzondere spielerei, die ik hier niet zal verklappen. Loop er maar eens langs, dan hoor je het wel.

Betonnen beeldhouwwerken

De beste vondsten van de redacteurs zijn twee trappen. Op het terras van M staat een trap die op z’n kant is gezet. Met die eenvoudige ingreep transformeerde Hannes Van Severen een alledaagse trap – het is zo’n trap die je op elke werf ziet liggen – tot een beeldhouwwerk. Wie ernaar kijkt ziet geen trap meer, maar een lichaam, een danser verwrongen in een zijwaartse beweging.

Een al even onopvallende trap vormt het basiselement van de vluchtkoker van het rectoraat. Om een hoge vluchtcapaciteit te realiseren, vlochten LAVA en Bogdan & Van Broeck verschillende betonnen trappen in elkaar. Dat bleek niet alleen een slimme technische oplossing, het leverde ook een verbluffende ruimtelijke sculptuur op waarin je kunt blijven rondlopen. Als de deuren van het rectoraat weer openstaan, moet je dat zeker eens doen (ook het uitzicht over de stad loont de moeite).

Maar de mooiste betonsculptuur van Leuven heeft de selectie niet gehaald. Dus hier nog mijn tip: ga – zodra het weer kan – naar een voorstelling in het STUK en bewonder de betonnen wanden van de Soetezaal. De architecten van Neutelings Riedijk gaven het beton de vorm van een wapperend gordijn, bevroren in de tijd. De wand laat zien dat beton over de mogelijkheden van marmer beschikt.

Als gegoten | Stad en Architectuur | De digitale versie vind je hier, de geprinte versie kun je gratis bestellen of afhalen bij Visit Leuven (Naamsestraat 3).

Bitterzoete dromen van verre muziekzomers: Eefje de Visser

Met de even intieme als overdonderende concertfilm Bitterzoet vult Eefje de Visser de leegte waarin haar gelijknamige laatste album strandde. En een beetje van die leegte verandert ze – op haar eigen poëtische manier – in net genoeg witruimte om ons te doen uitkijken naar meer.

2020 had hét jaar van Eefje de Visser moeten worden. In januari lanceerde de Nederlandse singer-songwriter haar vierde album Bitterzoet, dat met de ene viersterrenrecensie na de andere meer dan ooit deed uitkijken naar een live tour vol superlatieven. Gelukkig wil het toeval dat ze er al van droomde om een concertfilm te maken voordat you-know-what daar een noodzaak van maakte. En de witte muren van haar Gentse appartement annex studio, met nonchalant neergezette kisten lp’s en piepschuimen sculptuurtjes, ademen overtuigend de sfeer van haar muzikale identiteit.

Online concerten doen me altijd anticiperen op een zekere tristesse. En ik geef het toe, bij Eefje de Visser nog iets meer dan gewoonlijk. Resoneren haar lyrics, die wel vaker vorm geven aan de grijze zone tussen eenzaamheid en geborgenheid, nog wel op dezelfde manier na een jaar isolement? En hoe valt een song zoals De Parade, die gemaakt is voor eindeloze nachtelijke wandelingen in fijn gezelschap, te rijmen met de reflectie van mijn hoofd in mijn computerscherm? Maar mijn twijfels worden al snel weggespoeld door de ongeziene energie en inleving in deze uitvoeringen. Comfortabel switchend tussen piano, gitaar en bas stelt ze niet alleen de Bitterzoet-songs voor met een tienvoud van de kracht die in de albumversies zit, ook enkele kleppers van haar vorige album Nachtlicht passeren de revue. De Fleetwood Mac-vibe van Jong wordt heerlijk aangevuld met een ijl acapella-begin en culmineert in een wervelende synthssolo. Wie een grens wil trekken tussen de folkpop van haar oudere repertoire en de elektronische sound waarnaar ze met de jaren evolueerde, is eraan voor de moeite, alles loopt op een verfrissende manier in elkaar over.

Daarnaast doet Bitterzoet alle eer aan beide delen van de samenstelling concertfilm, want Eefje de Visser haalt alles uit het medium wat eruit te halen is. De zwarte silhouetten van de muzikanten in het witte decor en de talloze close-ups op hun handen zijn een perfecte echo van de ijle synths en dat beetje rauwheid waarmee ze overgoten zijn. Tijdens de meer up-tempo nummers baadt de studio in een schemering met neonlampen op de grond, en met haar achtergrondzangeressen waagt ze zich aan een choreografie van minimalistische handgebaren. Tegelijk worden de ruwe randjes van de muziek allerminst glad gepolijst. Niet alleen is de uitvoering van de nummers veel energieker dan de albumversies, de sprankeltjes interactie tussen de muzikanten en stemmende gitaren tussen de songs door geven het geheel ook een ontwapenende authenticiteit.

Bitterzoet is een pareltje dat je terug katapulteert naar warme zomeravonden, tipsy op een terras met een warme wind die over je schouders blaast. Of net vooruit, naar het verwachtingsvolle geroezemoes van een live concert waarvoor deze songs gemaakt zijn. Voorlopig blijft het bij met roodgelakte nagels op blote voeten over je tapijt dansen, net zoals Eefje. De melancholie die me na de aftiteling overvalt, neem ik er met plezier bij.

De concertfilm Bitterzoet kan je hier streamen op Dalton, het online filmplatform van Cinema ZED.

Georgië, waar Vrouwen al Millennialang de Hoofdrol spelen

Recensie: Jason en het Gulden Vlies van Apollonius van Rhodos en De Ridder in het Pantervel van Shota Rustaveli

Een beetje historische context, omdat dingen weten fijn is

Een klein landje genesteld tussen de Noordelijk en Zuidelijke Kaukasus, op een kruispunt van niet alleen grote culturele machten, die van Rusland, Turkije en Iran, maar ook de overgang tussen Europa en Azië. In deze turbulente buurt is ondanks alles het gastvrije Georgië al duizenden jaren een verborgen parel. 

Drievuldigheidskerk van Gergeti

Ten tijde van het Griekse Rijk verkenden dappere zeevaarders de Mediterrane wateren. Toen stond Georgië bekend als Colchis, en huisde het de koningin-tovenares Medea.

Medea

Het is de derde eeuw voor Christus, Alexander de Grote is net dood, zijn rijk verbrokkeld, en in Alexandrië besluit de lokale bibliothecaris van dienst, Apollonius van Rhodos, één van de belangrijkste epische werken van de klassieke periode te schrijven; Jason en het Gulden Vlies, ook wel gekend als de Argonautica.

Na een lange en gevaarlijke tocht meren de vijftig Griekse helden aan in Colchis, daarheen gestuurd door een wrede koning, die hen de opdracht geeft het Gulden Vlies te bemachtigen, maar eigenlijk hoopt dat hun leider Jason daar de dood vindt. Aangekomen blijkt de plaatselijke koning niet erg gastvrij, en hij weigert het Gulden Vlies zomaar af te staan. Hij bedenkt een onmogelijk taak, waarna als volbracht zij huiswaarts mogen wederkeren met de prijs. 

Met moed in de schoenen betreuren de helden hun bitter lot, wanneer de machtige Medea, koningin en tovenares, hen tot hulp schiet. Met haar kruiden en magische dranken tovert zij Jason om tot een bronzen man, onschendbaar en ontrefbaar. Zo verslaat hij de vuur blazende stieren en bevecht hij de uit de grond ontsproten legers van de koning. Later beklimt Medea met hem de hoge noordelijke bergen, waar een eeuwenoude draak waakt over het Gulden Vlies. Met haar blik dwingt zij het woeste beest tot slapen, zodat Jason in haar schaduw kan vluchten met het Vlies.

Medea, van Frederick Sandys

Het 2300 jaar oude werk leest niet erg vlot, maar het is een schat aan culturele en geschiedkundige informatie, vergelijkbaar met de Homerische werken. Het leert ons over één van de meest interessante vrouwelijke figuren van de klassieke mythologie.

Nog wat historiek, maar hopelijk niet te veel

De twaalfde eeuw was voor Georgië de Gouden Eeuw. Het rijk was groter dan ooit en cultuur bereikte eveneens een hoogtepunt. Aan het roer van deze periode stond niemand minder dan Koningin Tamar. Zij wordt geprezen in eigentijdse kronieken door klerken en schrijvers die, soms impliciet, maar vaak ook expliciet, hun hart verloren hadden aan Tamar. Naar hun zeggen schonk ze haar rijkdom aan de armen, liet ze weeshuizen bouwen voor de door oorlog ouderlozen en bestrafte ze schuldigen op humane wijze, ‘geen zweepslagen werden toebedeeld zolang Tamar regeerde.’

Nadat ze haar eerste echtgenoot, een wodka drinkende Rus, buiten stampte, huwde ze haar jeugdliefde David. Eén van haar vele (ongelukkige) liefhebbers was Shota Rustaveli, die niet zijn liefde aan haar kon wijden, en in plaats daarvan het belangrijkste Georgische boek voor haar schreef. Al eeuwenlang wordt per traditie dit werk bij de bruiloft aan de verloofde geschonken, om haar een sterke vrouw als voorbeeldfiguur te geven.

Georgië rond 1200

Tinatin

Kroonprinses Tinatin, zo verbluffend en stralend mooi dat zelfs de zon bij haar aanzicht verbleekt, stuurt haar minnaar Avtandil de wereld in, op zoek naar de mysterieuze Ridder in het Pantervel (tevens de titel van het werk), die haar vader, de koning, onrust bezorgt. Na vele avonturen in Arabische woestijnen, Iraanse bergen en Indische steden komt aan het licht dat de gezochte ridder, Tariel, een verstoten Indische prins is, al jaren op zoek naar zijn verloren liefde. 

Avtandil herkent de brandende hartstocht bij zijn gezworen broeder, en besluit hem koste wat kost te helpen. Samen trekken zij ten strijde tegen de gefantaseerde Kaj demonen, waarna lang verloren geliefden herenigen.

Tariel herenigt met zijn geliefde, Nestan-Darejan

Dit middeleeuwse gedicht van grootse proporties onderscheidt zich van zijn tijd, dankzij de vooruitdenkende sfeer waarin het geschreven werd. De humanistische schrijver viert liefde en vriendschap als hoogste menselijke waarden, maar wijdt daarnaast ook aandacht aan filosofische, politieke en religieuze vragen. 

Besproken werken: Jason en het Gulden Vlies van Apollonius van Rhodos en De Ridder in het Pantervel van Shota Rustaveli

Het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen ~ ga ouderwets knutselen en fleur uw kot op!

Auteurs: Amber de Leener en Judith Leferink

Woensdagavond 24 februari, donderdagavond 25 februari (Engels) en woensdagavond 3 maart organiseerde de dienst KU Leuven Cultuur (UUR KULTUUR) een Origami workshop. Tijdens de eerste avond, tussen 20.30 en 21.30 uur, waren ongeveer 30 studenten samen aan het knutselen en ondanks het gebrek aan interactie was het best gezellig om anderen te zien knippen en plakken via zoom. Iedereen ontving de week voor aanvang een pakketje thuis met een informatieblad, 18 papieren in 6 kleuren, een lijmstift en draad. Zelf te verzorgen: een lat, schaar en potlood.

20.30 uur: klaar voor de workshop!

Via een zoomlink (zie onderaan dit artikel) schakelen we om 20.30 uur in, waar we de instructie stap-voor-stap uitgelegd krijgen in combinatie met Els die tegelijkertijd voordoet wat je moet doen. ‘Het is jammer dat je niet met elkaar kunt kletsen tijdens deze workshop’, stelt zij, maar verder is het best vermakelijk om ‘samen’ te knippen en te plakken, en ‘samen’ uit te zoeken wat er fout gaat.

  20.40 uur: de eerste mislukt altijd…?

Na eerst een eigenwijze poging om te knutselen zonder lat, blijkt secuur werken toch een vereiste. En ook het behouden van een brede plakstrook is een tip die ik bij de tweede poging ter harte nam. Na een paar keer oefenen vlotte het steeds beter en in een mum van tijd had ik een prachtige slinger hangen.

21.30 uur: het resultaat! Uiteindelijk staat het best gezellig, zo’n slinger op kot.

De Patrick: Man zkt. hamer

Wanneer Patricks vader en tevens eigenaar van een nudistencamping plotseling sterft, valt alle verantwoordelijkheid op hem. Patrick is echter niet geïnteresseerd in het runnen van de camping. Het enige waar hij om geeft is het terugvinden van zijn recent verdwenen hamer. Zit u alvast op het puntje van uw stoel?

In alle eerlijkheid klinkt “naakte man hopeloos op zoek naar hamer” niet per se als een plot waar je als kijker anderhalf uur in wil vertoeven. Toch is tragikomedie De Patrick de absolute winnaar van de Ensors 2021 binnen haar categorie. De film van Tim Mielants, die eerder al internationaal furore maakte met het regisseren van kwaliteitsseries zoals Peaky Blinders en Legion, sleept maar liefst zeven van haar dertien nominaties in de wacht. 

De eigenzinnigheid van deze film, die koppig weigert in een hokje geplaatst te worden, is ongetwijfeld voor een groot deel verantwoordelijk voor dit succes. De Patrick draait immers om veel meer dan de zoektocht naar een hamer, die in feite slechts als kapstok functioneert waar universele thema’s zoals rouwen, de eigenaardigheden van de mens en zelfacceptatie aan opgehangen worden. Ook de zin van het leven wordt in vraag gesteld: van jongs af aan wordt ons aangeleerd dat je iets moet zijn in het leven en dat je alleen gelukkig kan zijn als je ambitieus bent. Maar wat als je geen ambitie hebt? Wat als je, net zoals Patrick, afstand neemt van de samenleving en perfect gelukkig bent door onbeschaamd jezelf te zijn? 

Een simpele speurtocht groeit snel uit tot een existentiële queeste, gekaderd binnen een herfstig landschap en absurdistische sfeer die doen denken aan Yorgos Lanthimos’ The Lobster. Als kijker word je overmand door een zekere tristesse die met momenten voor een benauwd, bijna onbehaaglijk gevoel zorgt.

Deze zwaarte wordt afgewisseld met subtiele visuele humor: in de achtergrond van Patricks atelier verschijnt langzaam maar zeker een rij aan confituurpotten – geschenkjes van één van de vrouwelijke campinggangers in ruil voor zijn bewezen diensten (lees: seks). Ook de prestatie die Kevin Janssens neerzet als zwijgzame eenzaat die vaak niet door lijkt te hebben wat er rond hem aan het gebeuren is, doet de mondhoeken soms krullen. Hij geeft Patrick een zekere naïviteit en kinderlijke onverschilligheid die ontwapenend werken. 

De mogelijkheid tot sympathie voor het hoofdpersonage eindigt echter hier. Patrick blijft gedurende de film vrij vlak. We komen niets over hem als persoon te weten en krijgen geen enkele vorm van gelaagdheid, verklaring of achtergrondinformatie mee. Waar Patrick aan kleur ontbreekt, wekken excentrieke nevenpersonages die strijden om een zekere hiërarchie op de camping wél interesse op. In het bijzonder Pierre Bokma, de zogenaamde Marlon Brando van de Lage Landen, intrigeert als Herman, een manipulatieve Nederlander met een eigen agenda. 

Tijdens het kijken kan er u naast de 17 kg extra Kevin Janssens tenslotte nòg een klein detail opvallen: iedereen is naakt. In tegenstelling tot andere films, is de blootheid deze keer niet functioneel. Er is geen seksuele connotatie, geen onderliggende betekenis. De film gaat dan ook niet over de nudistencamping, maar over mensen die toevallig op een nudistencamping zitten. De naaktheid is in dit geval een kostuum zoals een ander. Na enkele minuten valt het al niet meer op en wordt het duidelijk dat dit niet het meest interessante aspect aan de film is.

Wil je zelf ontdekken wat voor vlees De Patrick in de kuip heeft, neem dan snel eens een kijkje op https://www.dalton.be

“Hey, you can be my girlfriend outside for two minutes”: Angela Washko over games, feminisme en pick-up artists

“Hey, you can be my girlfriend outside for two minutes”: het lijkt misschien een misplaatst grapje, maar het is wel degelijk één van de pick-up lines die bekende verleidingscoaches aanraden aan mannen om vrouwen te versieren. Angela Washko wil bruggen bouwen tussen deze vertegenwoordigers van de ‘manosphere’ en het hedendaags feminisme. Ze gaat op zoek naar nieuwe fora om te discussiëren over feminisme, gendergelijkheid en de scheefgetrokken machtsstructuren in de media. In de expo ‘A point of view’ verzamelt ze vier eerdere werken van haar, alle vier mediakunst, alle vier even sterke eye-openers.

Het is vrijdagavond. Onze levens laten zich niet langer leiden door een dodelijk virus en je hebt afgesproken met een goede vriendin in een café om de hoek. Je arriveert, maar ze blijkt wat later te zijn. Om de tijd te doden ga je alvast aan de bar zitten en bestel je een drankje. Je kijkt terug richting de tafeltjes in het café om je vriendin te zoeken, maar je kan maar moeilijk iets zien: ‘several men are blocking your view’. Het is de startsituatie van The Game: The Game.

Beeld uit ‘The Game: The Game’

Het café lijkt deze avond décor te spelen voor een workshop ‘vrouwen verleiden’ en je wordt door verschillende mannen aangesproken. Prachtig dreigende muziek van Xiu Xiu begeleidt je in The Game:The Game doorheen intense conversaties met zes cassanovas die jou graag mee naar huis willen nemen: een flatterende, toch vermoeiende gedachte. Je hebt telkens een aantal antwoordmogelijkheden, op die manier kan je zelf het spel sturen en vooral merken hoe hardnekkig deze mannen zijn in het ‘verleiden’ en hoe weinig er eigenlijk naar je replieken wordt geluisterd. Het zijn dan ook niet voor niets technieken en pick-up lines van bekende pick-up artists als Roosh V, die onder andere beweert dat ‘all human resistance can be broken down with enough pressure’. ‘The Game:The Game’ biedt de speler de mogelijkheid om de verschillende verleidingstechnieken te verkennen en om aan te voelen hoe het is om op die manier benaderd te worden, wat voor de ene persoon (lees: man) al verrassender kan zijn dan voor de andere.

Toch wil Washko de pick-up artiesten niet per se in een slecht daglicht brengen, ze wil vooral het perspectief van vrouwen in dergelijke situaties tonen en hen ook helpen dit soort strategieën beter te kunnen identificeren. “Ik denk dat het heel goed mogelijk is om empathisch te zijn tegenover mannen die deze ideeën aantrekkelijk en nuttig vinden voor het opbouwen van vertrouwen om vrouwen te benaderen en te ontmoeten … en toch kritisch te zijn tegen die pick-up artiesten’, aldus Washko.

 © Illias Teirlinck

Naast deze feministische game kan je bij ‘A point of view’ ook terecht voor de videoreeks ‘Heroines with Baggage’. Deze montage van gamescènes is een grappige, maar ook zeer rake illustratie van de karakterisering van de vaak zwakke en onderdanige vrouwelijke personages in videogames. Je ziet een verzameling van geanimeerde vrouwen die uitbarsten in emotionaliteit, angstig zijn, sterven of hun mannelijke tegenspelers om hulp vragen omdat ze te zwak zijn: stereotyperingen die ook vandaag soms nog pijnlijk zichtbaar zijn in media en maatschappij.

Ook in de game ‘World of Warcraft’ kwam de Amerikaanse artieste vaak vrouwonvriendelijke, homofobe, racistische en discriminerende taal tegen. In ‘The Council on Gender Sensitivity and Behavioral Awareness in World of Warcraft’ gaat Waschko als personage in gesprek met andere spelers over hedendaags feminisme, de behandeling van vrouwen in het spel, inclusiviteit en verworven rechten. The Councel was een manier om een veilige plaats te creëren voor spelers die zich buitengesloten of beledigd voelden en heeft ook als doel om andere spelers zich hier bewust van te maken. Op de geprojecteerde beelden zie je dat de gesprekpartners vaak zelf niet weten hoe hard deze stereotypen en beledegingen doorsijpelen in hun gedrag. Het onderdrukkende gedrag is dan misschien ook te wijten structurele ontwerpbeslissingen van het spel, eerder dan aan slechte bedoelingen van hun spelers: iets waar Wascko zich tegen wil verzetten.

De expo laat je daarna niet zomaar achter met deze eerder ludieke pogingen tot bewustmaking. Als je nog niet met je neus op de harde feiten gebotst was, dan zal dat wel gebeuren in het slotwerk van de tentoonstelling. In een twee uur durend interview gaat Wascko in gesprek met Roosh V: ‘de meest beruchte vrouwenhater van het internet’ en pick-up artist, al wil hij zichzelf niet zo noemen. Roosh V is immers meer dan dat, hij is een échte ‘man’: een mannelijke, heteroseksuele, normale man. In 2015 had hij al veertien boeken geschreven over hoe je vrouwen zo snel mogelijk in bed kan krijgen. V moet het niet zo hebben van feministen, of ‘mannenhaters’, en heeft dan ook een heel andere visie op gendergelijkheid dan Washko. Toch schrikt deze radicale visie haar niet af: ze zoekt naar gelijkenissen en compromissen en stelt zich erg bemiddelend op gedurende het hele gesprek, haar geduld en begrip is bewonderingswaardig. Dit ondanks de soms onmogelijke houding van Roosh V, die vooral duidelijk wil maken dat vrouwen maar beter geen stemrecht hadden en dat de wereld de verkeerde kant op gaat met haar Westerse ideeën van ‘gelijkheid’. Een gesprek over ‘dubbele standaarden’, biologisch determinisme en homofobie.

De dominante rode neon verlichting en een muur vol beelden en zinnen uit de game dompelen de bezoeker onder in een totaalbeleving. De vele video installaties maken het echter niet altijd makkelijk om deze volledig te beleven. Door de coronamaatregelen moet je soms best lang wachten voor je een video kan zien en kan het misschien vervelend zijn dat je maar kleine fragmenten kan bekijken van de juist zo boeiende video’s. Toch is ‘A point of View’ een echte aanrader. De thema’s die aan bod komen zijn confronterend, maar daarom juist een heel nodige bewustmaking en goede aanzet om erover te praten: if a conversation is hard, it’s probably the one worth having.

A point of View is nog tot 25/4 te zien in het STUK in Leuven, gratis met cultuurkaart

OPROEP: Hang het uit! Kotentocht langs kunstige ruiten en vensterbanken

Huidhonger is één ding, maar de honger naar cultuur in onze geliefde studentenstad is zowaar nog groter in tijden van corona! Daarom doen wij, vanuit CLUB KULtuur, een oproep naar iedereen die in Leuven vastberaden op kot blijft tijdens deze crisis:

Ben je iets of wat artistiek? Heeft de pandemie met zijn bijhorende milde lockdowns je creatieve brein gestimuleerd? Zou je jouw werk eens willen tentoonstellen (anoniem of mét naam)? Dan is dit je kans!

Etaleer je eigen creaties (en dat kan echt alles zijn: van een fotoprint of raamtekening tot een installatie of beeldhouwwerk) aan de ruit van je kot. Maak het zo groots of zo klein als je zelf wilt, maar laat het ons wel weten. Vul volgend formulier in en laat ons via die weg weten wat je waar hebt geëtaleerd:

https://forms.gle/2UQD6D5X52EQhiTi8

Wij voorzien dan een interactieve kaart en stippelen een weg uit, en delen deze met de Leuvense studenten. Op die manier fleuren we de stad op, krijgt iedereen de kans om zijn drang naar cultuur een beetje te stillen en ontdekken we jong talent.

PS: Ideaal stel je jouw kunstwerk op de gelijkvloers aan de straatkant tentoon. Als je eigen kot geen ruit heeft aan de voorkant op de gelijkvloers kan je een kotgenoot of buur vragen of je jouw werk aan zijn of haar ruit mag ophangen/installeren, of je laat je creatieve brein los en zorgt ervoor dat je werk hoe dan ook zichtbaar is op straat.

Met de steun van dienst Cultuur KU Leuven

BELLADONNA OF SADNESS

OORSPRONG

Als ambitieus spektakel verscheen Belladonna of Sadness in 1973 op het Japanse doek. Maar al snel bleek de film verbonden met een onheilspellend karma. Wegblijvend commercieel succes leidde tot het faillissement van Studio Mushi, waarna het werk al snel kennis maakte met de vergetelheid. Bijna veertig jaar later werden de oorspronkelijke filmrollen in België gerestaureerd, voor een heruitgave in 2014. Dit project van The CineFamily was even noodlottig, en in 2017 sloot de cinematheque definitief haar deuren. Hoe verloopt het verhaal van deze fascinerende en schijnbaar vervaarlijke film? Waar ligt zijn oorsprong en wat is zijn boodschap?

Eén antwoord zou natuurlijk kunnen luiden: “Japan, 1973, Mushi Production, Eiichi Yamamoto.” Daar halen we al veel uit. We leren dat de film gemaakt werd door de studio van Osamu Tezuka, onder toezien van regisseur Eiichi Yamamoto, ook bekend dankzij Astroboy (1963) en Kimba the White Lion (1965). Een product van ogenschijnlijk onstopbare groei.

STIJL

Een ander begin toont een wit scherm waarop al snel een wereld wordt getekend. Kleuren worden toegevoegd, maar met een zekere willekeur, soms blijven ze weg, zelden hebben ze de juiste tint. Het beeld trekt van rechts naar links, en de enkele lijn groeit en kronkelt, van eenvoudige horizon tot middeleeuws landschap.

Een zangstem leidt het verhaal in. Jean en Jeanne willen huwen, maar de baron eist zijn recht op de eerste nacht. Getraumatiseerd door haar verkrachting spant Jeanne samen met de duivel in de hoop ooit vergelding te krijgen. Als heks maakt ze gebruik van bloemen om de mensen te bedwelmen. Zo vinden ze geluk, al is het maar voor even. Ze stelt de dorpelingen ook in staat te vrijen zonder daarna door zwangerschap gebonden te worden. Het mag echter niet baten uiteindelijk zal ze als heks en ketter in vlammen opgaan.

KLEUR

Jeanne ontmoet de duivel als duimgroot figuur, dansend als een vlam of rookpluim. Naarmate ze meer van zichzelf opoffert, haar lichaam, hart en tot slot ziel, groeit hij van kinderlijke gestalte tot hij met zijn schaduw het hele dorp zwart kleurt. Deze laatste stap, wanneer Jeanne uiteindelijk haar ziel overhandigt en ze haar unie met de duivel consumeert, wordt visueel begeleidt door een overweldigende en hallucinante maalstroom van elkaar snel opvolgende, kleurrijke beelden, abstracte, geabstraheerde en herkenbare figuren, vormen, mensen en dieren. De kijker wordt meegevoerd in deze waanvoorstelling en van de wereld afgesloten door een chaotische en geïmproviseerde sessie die doet denken aan Pink Floyd’s Astronomy Domine.

Een ander belangrijk punt van symboliek speelt in Jeanne’s haar, dat bijna een eigen leven leidt doorheen de film. Geen twee opeenvolgende scènes draagt het haar dezelfde tint. Zelden is het eenvoudig blond. Veel liever toont het zich als versterking van Jeanne’s gevoelens. Na haar nacht in het kasteel is het een dof paars, gegrepen door duivelse lust kleurt het fel oranje, en wanneer ze als heks vertoeft in haar naar eigen hand geschapen aardse paradijs presenteert het zich als vrolijk roze.

Zo gebruiken Eiichi en zijn team vorm, formaat en kleur om de inhoud van Belladonna te benadrukken. De vrijheid van animatie stelt ze in staat de realiteit achterwege te laten en onbeteugeld te zoeken naar waarheid en kunst. Nu rest er nog de vraag wat er hen toe dreef een film als deze te maken.

DE JAREN ZESTIG

PINK FILM

Studio Mushi publiceerde de film in ‘73, maar eigenlijk is hij veel ouderBelladonna of Sadness groeide uit de maatschappelijke processen van de jaren zestig en was, hoe uniek ook, voor een groot deel een product van zijn tijd. Zo valt niet te ontkennen dat het werk behoort tot het ‘pink film’ genre, dat de kop opstak na de grote cinematische successen van de jaren zestig. Het was een tijd van groei en bloei voor Japan, toen het land in ‘64 optimaal gebruik maakte van zijn tweede kans met de Olympische Spelen in Tokio. 

In de jaren zeventig begonnen cinemacijfers echter terug te lopen, aangezien de televisie aan populariteit won. Omdat sex sells, begon de industrie steeds frequenter gebruik te maken van erotiek om kijkers te blijven lokken. Regisseurs putten ook inspiratie uit literaire figuren als Seventeen (1961), uit het gelijknamige boek van Kenzaburo Oë. Personages gekenmerkt door impotentie, voyeurisme en seksueel geweld wonnen steeds meer aan populariteit. Flesh Market (1962) van Satoru Kobayashi startte een trend die niet te stoppen viel en zou uitdraaien op de Pinky Violence (1972-76) reeks van Toei.

Ook Belladonna behoort tot een reeks, de film sluit de trilogie van Animerama af, voorafgegaan door A Thousand and One Nights (1969) en Cleopatra (1970), de twee films die als eerste naaktheid en seks vertoonden in de wereld van Japanse animatie. De drie werken werden ontvangen zonder commercieel succes en leidden tot het faillissement van de studio.

KOE NAKI KOE NO KAI

Na een eerste golf van feminisme kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog, ervaarde het land een tweede golf rond deze periode. Kobayashi Tomi, die zichzelf beschreef als het soort persoon dat bij ontevredenheid over de maatschappij eerder “thuis bleef zitten, steeds meer en meer geïrriteerd wordend”, besloot het heft in eigen handen te nemen. Met hulp van anderen richtte ze de protestgroep ‘Koe Naki Koe no Kai’ op, zij waren de stemmen van de stemlozen.

Het idee dat diegenen die zwegen tevreden waren, zat dwars, en daarom besloten veel Japanse vrouwen voor het eerst hun stem te verheffen. Onder hen vocht Mitsu Tanaka (zie afbeelding) fervent voor vrouwenrechten. Ze organiseerde protesten, schreef artikelen en pamfletten en stichtte de eerste vrouwenopvang van Japan. Samen met Misako Enoki pleitte ze voor de legalisatie van de anticonceptiepil. Een thema dat ook aan bod komt in Belladonna.

PROTEST

Ook van groot belang in Belladonna is de kwestie van vrijheid, meer bepaald de normalisatie van hallucinogeen druggebruik en vrije seksualiteit, zaken die de Stille Oceaan kwamen overgewaaid vanuit Woodstock en de (Amerikaanse) hippiebeweging. Maar ook binnen Japan was de film een reactie tegen de popularisatie van conformisme en opoffering, die ook binnen de filmindustrie al vanaf de jaren vijftig een terugkeer maakten. Zo prezen Beyond the Clouds, van Miyoji Ieki, en The Sacrifice of the Human Torpedoes, van Shue Matsubayashi, de kamikazepiloten van Wereldoorlog Twee.

EUROPESE VERLICHTING

IN VUUR EN VLAM

Als we echter de wortels van dit verhaal blijven blootleggen, en dat doen we, dan ontdekken we het werk La Sorcière (1862) van Jules Michelet, de historicus die als eerste de term ‘Renaissance’ opperde, als breuk met de middeleeuwen. Zijn historisch essay bespreekt de heksenjachten van de zestiende eeuw, wanneer tussen veertig- en tachtigduizend vrouwen hun einde ontmoetten, bestempeld als heks.

Als verlichtingsschrijver kent Michelet dat gebeuren toe aan de onderdrukking van het feodaal systeem en de Katholieke kerk. Hij sympathiseert met het lijden van de burgers en verklaart dat men vluchtte in geheime religies en rituelen. De kerk, die voordien, tot de tiende eeuw, het geloof in heksen verbood, veranderde later zijn kijk. Hernieuwde wetenschappelijke kennis, met de aanvang van de Renaissance, wekte achterdocht voor de beoefenaars van alchemie en andere niet vertrouwde praktijken. Heksen werden niet alleen als bestaand bestempeld, ze werden als handlangers van Satan gezien, en dus zonder meer te verdelgen.

JAPANSE VERTALING

Belladonna brengt deze problematiek naar het twintigste eeuwse Japan. De film vecht seksisme aan en pleit tegen de onderdrukking van de staat. Halverwege de speeltijd kijkt de Eiichi naar oorlog vanuit het perspectief van de vrouw, die alleen achterblijft, zonder echtgenoot, zonder zoon(s), zonder broer(s), evenzeer als slachtoffer.

Na de verbranding van Jeanne kijkt een menigte verdwaasde, woeste, teleurgestelde … vrouwen toe, en één voor één transformeren hun gezichten, totdat ze allemaal eindigen met dat van Jeanne. Symbolisch laat de film ons weten dat hoewel onze heldin verbrand werd, haar gedachtegoed, dat waar ze voor stond, zal overleven.

Tot slot, na het slot, toont de epiloog ons La Liberté guidant la peuple (1830), waar de vrijheid, voorgesteld als vrouw, met ontbloot bovenlijf, wordt geprezen. De ondertiteling vertelt het verhaal van de Franse vrouwen die mee op de barricades vochten voor hun rechten tijdens de Revolutie.

CONCLUSIE

En zo bereikt Belladonna of Sadness het onmogelijke. De film groeit als het ware uit honderden jaren geschiedenis, terwijl hij stilistisch en inhoudelijk breekt met zijn voorgangers en als revolutionair werk uitblinkt. Met de kracht, sfeer en stijl van een hallucinogene trip vertelt het werk ons een verhaal van vrijheid en feminisme. Zonder meer het bekijken waard.

The Other Me

Het kortfilmfestival van Leuven ging dit jaar online door en CLUB KULTUUR heeft dit jaar enkele kortfilms kunnen bemachtigen voor de cultuurleerlingen van de KU Leuven. The Other Me is daar één van. De Franse kortfilm is geregisseerd door Théo Clenet, Clara Lorente, Cédric Malet, Alexandre Mazelly, Alexia Oylataguerre, Rémi Portes Narrieu, Grégoire Soghomonian en brengt een prachtig en leuk verhaal over.

Arthur, het hoofdpersonage van de kortfilm, werkt in een groot bedrijf waar hij dag in dag uit zijn baas dient. Zijn schaduw daarentegen wil de wereld ontdekken en dit zorgt ervoor dat Arthur in een andere wereld terecht komt, een wereld waarin hij kan ontspannen en de rust zelve vindt.

Er wordt gebruik gemaakt van prachtige, kleurrijke beelden waarin de kijker zelf lijkt te ontspannen. Het heeft zijn eigen contrast met de grauwe, grijze werkplek waar Arthur het meeste van zijn tijd spendeert waardoor de kijker de sfeer van het verhaal zelf aanvoelt. Arthur lijkt in de andere wereld echt één te zijn met zijn schaduw wat een aangename balans is.

Door het verwerken van muziek en een paar zuchten en lachen van het karakter, krijgt de kortfilm iets internationaals. De makers gebruiken geen woorden waardoor het verhaal krachtiger overkomt omdat het geen specifieke taal naar voren trekt. Iedereen zou zich in Arthur kunnen herkennen en dat is het mooie aan dit verhaal. Het verbaast niemand nog dat we één willen zijn met onze verlangens en ons lichaam. Het einde van het verhaal is dan ook niet onder woorden te brengen.

The Other me is zeker een aanrader om eens tussen het studeren te doen ontspannen. Ook andere kortfilms vind je op de website van de KU Leuven tot het einde van de maand. Neem dus zeker een kijkje op de website: https://www.kuleuven.be/cultuur/uurkultuur/20210118_blokuurkultuur#CTA.