“Tonight, I hope my heart will reach yours”: UUR KULTUUR met Ricardo Ribeiro

Het laatste UUR KULTUUR van dit jaar zit er alweer op. Deze woensdag mocht Ricardo Ribeiro, de zogenaamde “Pavarotti van de fado”, een dik uur onze gevoelige snaren beroeren. In een licht benevelde Schouwburg bezong hij met passie en geweld zowel zijn als onze diepste emoties en verlangens. Zoveel was immers zeker: hoewel het merendeel van het publiek hoogstwaarschijnlijk geen woord begreep van de Portugese smartlappen, kon elke noot tot diep vanbinnen gevoeld worden.

23596102_1518751761494024_965737363739246592_n

Fado betekent zoveel als “het lot” in het Portugees. De teksten van de nummers laten dan ook snel blijken waar die benaming vandaan komt. Emotioneel leed, pijnlijke beslissingen en barre omstandigheden maken het merendeel van de onderwerpen genre uit. Het lege gevoel dat zo’n constante staat van tristesse veroorzaakt zorgt voor een verlangen naar iets onbekend, een ontbrekend iets dat een leven terug “heel” kan maken. Dat verlangen, in het Portugees “saudade”, is het uitgangspunt van fado. En dat gevoel zit doorvlochten in niet alleen de teksten, maar ook de muziek.

De show op die bewuste avond wacht niet lang om de zware stemming erin te brengen. De driekoppige instrumentale band (bestaande uit een gewone gitaar, een basgitaar, en een guitarra portuguesa) speelt een sombere melodie, die even aansleept voordat Ricardo zelf uit de coulissen naar de microfoon stapt. Eerder las ik dat fado een genre was dat geboren werd uit kleine performances in cafés en bars, en meteen was duidelijk dat een stem als die van Ricardo genoeg was om zelfs de rumoerigste keet stil te krijgen. Het was onmogelijk om ook maar even de aandacht te verliezen als de man zong, hij greep de aandacht onverbiddelijk vast met elke toon die hij aansloeg. Met zijn emotionele klaagzang complementeert hij perfect de melancholische gitaarharmoniëen, en brengt hij de hele zaal in een donkere, in weemoed verzonken sfeer.

Wanneer het volgende nummer begint, ben ik even met verstomming geslagen. Weg zijn de lang aangehouden mineur-akkoorden en trieste, trage bas. In hun plaats hoorden we snelle, opgewekte arpeggio’s en melige harmonietjes, die niet zouden misstaan als achtergrondmuziek voor een gezellig dagje op een Mediterraans strand. Wanneer Ricardo’s stem ditmaal invalt verandert de toon wel enigszins: in plaats van zorgeloze euforie voelen we eerder een moment van rust in een vermoeiend bestaan. Hoewel de nummers met een meer uniform deprimerende toon mij meer aanstonden, was de combinatie van Ricardo’s getormenteerde stemgeluid met de meer opzwepende melodieën een zeer fascinerend fenomeen, waarvan ik niet zou denken dat het zou werken als ik het niet gehoord had.

Na deze toch wel zeer verschillende nummers legt Ricardo ons uit dat we net de twee belangrijkste facetten van de fado te horen kregen. Aan de ene kant horen we tonen van verslagenheid, het verlies van verlangen en de acceptatie van een onbegeerlijk lot. Het andere gezicht van de fado is er een van hoop op verlossing, beschrijvingen van dromen die een betere toekomst voorspellen. Uiteindelijk voegt hij nog toe, met uiterst betekenisvolle bijklank: “Tonight, I hope my heart will reach yours”. Dat is immers waarvoor hij hier is; aangezien zijn woorden ons niet kunnen bereiken, laat hij zijn stem onze harten beroeren.

Het is echter dat tweedelig karakter dat het concert parten speelde die avond. Want hoewel elk nummer even aandoenlijk als het laatste bleek, en Ricardo ons keer op keer verbijsterde wanneer zijn stem weergaloze dieptes en volumes bereikte, was het een weinig gevariëerde avond. Het was steeds duidelijk in welke van de twee emotionele toestanden een nummer zich bevond, maar verder dan dat was er weinig dat de liedjes differentieerde. Op zich zeker geen uiterst impactvolle misser, maar het gaf wel wat de indruk dat de Portugees een niet al te brede artistieke reikwijdte had. Of dit nu aan de artiest of aan de aard van het genre ligt, laat ik in het midden.

23416502_196614837550707_5885854432620445696_n

Ondanks de donkere toon van de muziek zagen we op het podium vooral warmte. Tussen nummers door ontving Ricardo met een brede glimlach en oprechte dankbaarheid elk applaus, en deelde hij af en toe een opmerking met zijn bandleden, hetgeen op momenten zelfs tot schaterlachen aanzette. In een van de nummers start de basgitarist met een solo, waarop Ricardo zich achter de gefocuste muzikant zet en hem ogenschijnlijk motiverende woorden toeroept, tot het amusement van de toekijkende bandleden en het publiek.

Wanneer de show ten einde is bedankt de totaal onvermoeibare zanger ons om bij ons gespeeld te mogen hebben. Iedereen begrijpt dat de man nog een bisnummer in zich heeft, ondanks dat hij reeds een vol uur de longen uit zijn lijf gezongen had. Dat nummer, dat toevallig ook een van de meer unieke nummers van de avond bleek, kreeg dan ook een applaus dat vergezeld ging van wat gejuich, een zeldzaam gegeven op zo’n ingetogen avond. Ik vertrok uit de Schouwburg vol introspectieve bedenkingen, en ik denk dat ik niet de enige was die de teksten, waarvan ik de taal niet kon vatten, invulde met mijn eigen gevoelens en ervaringen. Op de één of andere manier denk ik dan ook dat dat exact is wat de fado van ons verwacht, maar hey, what do I know?

Ricardo Ribeiro @ 30CC/Schouwburg| woensdag 6 december ’17 | 18 euro (gratis met Cultuurkaart)

 

Advertenties

Een openhartige Gilles Coulier tijdens UUR KULTUUR op het Internationaal Kortfilmfestival

Dinsdagavond werd Gilles Coulier uitgenodigd voor de zogenaamde mastertalk van het 23ste Internationaal Kortfilmfestival Leuven. Om het met Paul Jambers zijn woorden te zeggen: wie is Gilles Coulier? Wat doet hij? Wat drijft hem? Het publiek kreeg een antwoord op al deze vragen tijdens een interview van ongeveer een uur waarna men de drie kortfilms en twee videoclips toonde die door Gilles werden geregisseerd. (Tip: Lees zeker door tot het einde voor een exclusieve teaser)

Aan het begin van het interview wordt al meteen afgesproken dat er zo weinig mogelijk over Cargo gesproken zal worden (de eerste langspeelfilm van Gilles Coulier die nog enkele weken draait in de cinemazalen). Wel vertelt Gilles dat de film tot nu toe ongeveer zo’n 50 000 bezoekers lokte, een mooi aantal voor een eerste film en, voegt hij eraan toe, momenteel meer dan Vele Hemels – de verfilming van de gelijknamige en bestellende roman van Griet Op De Beeck. (gniffelt)

Gilles.jpg

Cargo wordt dus zorgvuldig vermeden tijdens het gesprek, tijdens een kortfilmfestival spreekt men immers liever over kortfilms. Tot nu toe regisseerde Gilles Coulier drie kortfilms: IJsland, Paroles en Mont Blanc. Om te kunnen begrijpen wat hem dreef bij het maken van deze meesterwerkjes krijgen we eerst wat informatie over de persoonlijke geschiedenis van dit West-Vlaams jong talent. Gilles is namelijk zijn carrière als student begonnen in de opleiding economie, maar besloot al snel dat dit niets voor hem was. Zijn ADHD, zo vertelt hij, laat niet toe om de hele tijd achter een bureau te zitten. Dan maar naar Sint-Lucas Audiovisuele Kunsten gaan studeren.

Tijdens het tweede jaar van deze opleiding (die Adil El Arbi en Bilall Fallah trouwens ook volgden) moest iedereen een acteursoefening indienen. Aan deze eerste beproeving van zijn kwaliteiten als regisseur denkt Gilles niet graag terug. Gelieve hem dan ook niet te vertellen dat dit de link is naar die befaamde oefening. Het stukje film heet De Laatste Ronde en we zien twee mannen die elkaar tegenkomen onderweg naar de poorten van de hel.  In de fictie is de ene man de autobestuurder die omgekomen is bij het omver rijden van de andere man die op de fiets zat. In het echte leven echter zijn deze twee karakterkoppen Kurt Vandemaele en Sam Louwyck. Na het bekijken van dit filmpje zal het waarschijnlijk niet verbazen dat Gilles dit jaar moest overdoen wegens ‘een gebrek aan maturiteit’. ‘Toen had ik nog niets te vertellen’ zegt Gilles ‘dus de opmerking was volledig terecht’. Later is hij beginnen focussen op de relatie met zijn vader die voor hem heel heftig was. De problematische relatie met de vader zien we inderdaad terugkomen in de zowel de kortfilms als in Cargo. ‘Het lijk nu echt alsof ik een probleem heb’ lacht Gilles.

Schermafbeelding 2017-12-06 om 23.00.19

Probleem of niet, in Paroles zien we twee broers (waarvan één door het leven gaat als travestiet) op zoek gaan naar hun vervreemde vader, en in Mont Blanc zien we een zoon naar de bergen trekken omdat dit de laatste wens is van zijn demente vader. IJsland valt in dit opzicht een beetje uit de boot omdat het – gebaseerd op de film Naked van Mike Lee – gaat over een man die na twee jaar vrijkomt uit de gevangenis en willekeurige ontmoetingen heeft op weg naar wat hij nog thuis noemt. Telkens dient de moeder van de badsteden Oostende als achtergrond en telkens zien we ook Wim Willaert terugkeren en vaak ook Sam Louwyck. Alle kortfilms worden gekenmerkt door rauw realisme en prachtig zeemzoete West-Vlaamse klanken (maar ik ben daarin natuurlijk bevooroordeeld),  IJsland en Mont Blanc werden zelf geslecteerd voor het prestigieuze filmfestival van Cannes. De serieuze thematiek van de kortfilms kon Gilles even achterwege laten bij het maken van de tv-serie Bevergem. De serie vormde een welgekomen afwisseling en hij was ook blij met het resultaat dat hij elke week met enkele vrienden voor de beeldbuis bekeek. ‘Zelfs mijn vrienden zeiden af en toe: what the f*ck is da moat?’

Schermafbeelding 2017-12-06 om 23.02.21

Sam Louwyck en Wim Willaert

Het interview werd afgesloten met een warm applaus, want een talent is regisseur Gilles Coulier ongetwijfeld, en daarna werden meteen de kortfilms en twee videoclips getoond. (voor de eerste kunt u hier klikken, en voor de andere dan weer hier). Toch had ik hem graag één vraag gesteld. Krijgen we in een volgend werk misschien een goed uitgewerkt vrouwelijk personage te zien? En daarmee bedoel ik niet Sam Louwyck met een pruik op en valse borsten zoals in Paroles. Want de vrouwen lijkt Gilles Coulier in zijn films achterwege gelaten te hebben en ik ben benieuwd naar hoe hij zijn talent kan laten zien bij het regisseren van  iemand die niet Sam Louwyck of Wim Willaert is.

Toch eindig ik graag met een EXCLUSIEVE TEASER:  het volgende werk dat door Gilles geregisseerd zal worden is de tv-serie De Dag die getoond zal worden op de zender VIER. De volledige serie gaat over de gijzeling van een bank die getoond wordt vanuit twee standpunten: dat van de slachtoffers en dat van de daders. ‘Zo krijg je om de twee afleveringen een hervertelling’ zegt Gilles. Zijn ogen glinsteren, en die van mij ook want de aanwezigen tijdens UUR KULTUUR kregen het eerste nog nooit vertoonde beeldmateriaal te zien.

WAT: Mastertalk met Gilles Coulier en vertoning van zijn kortfilms // WANNEER: dinsdag 5 december vanaf 19u // WAAR: Cinema ZED – STUK // HOEVEEL: gratis voor cultuurkaart houders anders 8,5 euro // WAAROM: n.a.v. cultuurprijs KU Leuven 2017-2018

 

Een verhaal over het verhaal achter de muziek bij de poëzie: de première van Avondrood in 30CC

Als de teller van een taxi maar tot 999,99 euro gaat en je blijft zitten tot het scherm te klein is, kan je dan opnieuw beginnen met je leven? Waarschijnlijk niet. Maar het is wel wat dirigent Georges probeert in Lize Spits kortverhaal Monsterdal. Op een dag ruilt hij de Muntschouwburg in voor een tocht naar het Zwarte Woud. De plek waar hij zijn grote liefde leerde kennen, maar ook de geboorteplaats van auteur Hermann Hesse, op wiens teksten componist Richard Strauss zijn Vier letzte Lieder schreef. Samen met sopraan Elise Caluwaerts en pianist Kim Van den Brempt geeft ze Strauss het eerbetoon waarvan hij zelf nooit kon genieten. En het geheel overtreft de som van de delen.

22 mei 1950. De eerste uitvoering van de Vier letzte Lieder in de Royal Albert Hall in Londen. Een première die meteen muziekgeschiedenis schreef, maar twee stoelen in de zaal bleven leeg: die van de componist en zijn echtgenote/muze Pauline de Ahna, zelf een beroemde sopraan en de stem waarnaar hij zijn muziek modelleerde. Hij overleed in september 1949, zij amper een week voor de première.
Als deze informatie gecopypasted van Wikipedia op de programmablaadjes had gestaan, waren die waarschijnlijk geëindigd als propjes in handtassen of onder de stoelen van de schouwburg. In Avondrood is dat anders. Nog voordat er iets beweegt op het podium worden de levensverhalen achter de muziek – van Strauss zelf tot de dichters Hermann Hesse en Joseph von Eichendorff – verteld in een korte video. Wie met die figuren in het achterhoofd naar de voorstelling kijkt, doet dat met totaal andere ogen. De centrale thema’s van de originele gedichten zijn namelijk het aanvaarden van de dood en de innerlijke rust die daarmee gepaard kan gaan, en zo blijven fictie en realiteit de hele avond onlosmakelijk met elkaar verbonden.

0B845Ydf36395MF9rS0pHaUJqMDQ

Een lege stoel in het publiek is er ook in Monsterdal, het nooit eerder gepubliceerde kortverhaal dat Lize Spit speciaal voor deze voorstelling schreef. Hoofdpersonage Georges staat klaar om zijn orkest te dirigeren voor de Vier letzte Lieder, maar klapt dicht wanneer hij op de lievelingsplaats van zijn pas overleden vrouw Matilda op de eerste rij alleen een leegte ziet. Wat volgt is een impulsieve roadtrip naar de plek waar hun leven begon met als enige gezelschap de taxichauffeur Richard – see what you did there –  en zijn eigen herinneringen.
Met Het smelt zorgde Lize Spit op haar achtentwintigste voor de literaire doorbraak uit de natste dromen van elk aspirant-schrijver, waarmee ze de ene vertaling na de andere binnenhaalt en binnenkort zelfs een verfilming. Maar ook in weinig woorden heeft ze even veel te vertellen dan in die ene klepper van 480 pagina’s, zoals ze eerder al bewees met haar columns in De Morgen en kortverhalen in literaire tijdschriften De Gids en Das Magazin. Met Monsterdal weet ze opnieuw te fascineren met haar combinatie van oprechte emoties zonder pathetiek, dat je ne sais quoi in haar schrijfstijl en haar liefde voor herkenbare details (van hoe toeschouwers in een concertzaal netjes om de beurt lijken te kuchen tot de geur van een pas geopende zak bolognesechips). Af en toe volgden de sprongen in de chronologie elkaar sneller op dan je zou verwachten van een tekst voor een publiek, maar dat lieten de mensen in de goed gevulde schouwburg alvast niet aan hun hart komen. Lize Spit heeft als performer namelijk even veel frisheid en enthousiasme in zich als op papier.

De voorstelling in 30CC was de première van een hele tournee met Behoud de Begeerte, en Leuven als startpunt is geen toevallige keuze: het idee van het project ontstond tijdens een voorstelling in de zomerbar van Museum M (waar Club KULtuur ook bij was). Daar stonden Lize Spit en Elise Caluwaerts eenmalig samen op het podium, en die samenwerking smaakte naar meer. De fragmenten werden een kortverhaal, er kwam meer piano bij en het geheel werd omgetoverd tot een podiumwaardige productie. Die professionele aanpak komt ook tot uiting in het decor, dat krachtig is in al zijn eenvoud: op de scène staan tientallen kaarslichtjes, erboven een witte kubus die dienstdoet als scherm voor de boventiteling van de muziek én een video-installatie met dansende strepen. Wegmarkeringen, zo lijkt het wel. Of hoe de hemel aan je voeten kan liggen, zolang je iets of iemand hebt om naar onderweg te zijn.

Vaak loopt een muzikale voorstelling al snel het risico om te blijven hangen in een knip- en plakwerk van eerst-een-liedje-en-dan-een-tekst. Hier is dat allesbehalve het geval. De tekst, piano en zang kruisen, overlappen en ondersteunen elkaar en tillen elkaar naar een hoger niveau. Je merkt dat muziek en woorden al sinds het begin van het creatieve proces onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Elise Caluwaerts en Kim Van den Brempt, die regelmatig het klassieke repertoire verlaten voor projecten met artiesten uit de hedendaagse scene en andere disciplines, bewijzen dat muziek ook een taal is. En zij de verhalenvertellers. Het resultaat is een ingetogen maar oprechte dosis liefde, als perfecte remedie tegen de eindejaarsblues. Waaruit je meer rust en warmte haalt dan tienduizend kerstlichtjes samen.

Praten over pillen

Cipramil, Redomex of Prozac, al ooit van gehoord? De acteurs van Compagnie Tartaren wel. Als zij het in DEs VADERs, over ver’pilzucht en andere dingen over antidepressiva hebben, gaat het ook over hun eigen leefwereld.

Sara Duquene en Emmanuel van der Beek

Compagnie Tartaren is nog te vaak de underdog van de Leuvense theaterscène. Het sociaalartistieke gezelschap pikt mensen aan de zelfkant van de samenleving op door met hen een voorstelling te maken. Sommige ‘Tartaren’ draaien al een tijdje mee, andere staan voor het eerst op scène.

Het raamwerk van hun voorstelling, die ze na enkele jaren hernemen, is De vader (1887) van August Strindberg. Daarin twisten vader en moeder over het lot van hun zoon. Vader vindt dat het tijd is dat zoonlief de wijde wereld intrekt, moeder pampert liever nog wat verder.

Onder begeleiding van regisseur Ivan Vrambout verpakken de Tartaren dat verhaal in een hedendaags doosje. Ze stoppen het vol pillen. In hun versie krijgt het dilemma een draai: kan zoonlief wel op eigen benen staan als hij – depressief – afhankelijk is van een dagelijkse dosis medicatie?

Als ze het over medicatie hebben, hebben de acteurs het ook over hun eigen leven. Rafelige randjes aan hun acteerwerk herinneren ons af en toe aan hun korte opleiding tot acteur, maar de personages zijn van hen. Ze geven geloofwaardig gestalte aan hun personages. En aan zichzelf.

In het medicatiedebat kiest elke acteur een kant. Waar vader nog zweert bij de geneeskunde op grootmoeders wijze, vertegenwoordigt de moeder (en de dokter die ze in huis haalt) het rotsvaste geloof in de wetenschap. Dat geloof zal de familie fataal worden. Als halverwege de voorstelling het podium opengaat, zien we het fundament waarop de familie haar leven is gaan bouwen. Onder de scène liggen duizenden doosjes pillen. Voor elke vorm van afwijkend gedrag een capsule. Alles netjes per soort.

In een haast apocalyptisch slot snoert de moeder de vader vast aan de pillenvoorraad. De vader – hij biedt nog als enige weerstand tegen de dictatuur van de medicatie – een krankzinnige die tegen zichzelf beschermd moet worden? Het stuk laat weinig aan de verbeelding over: de medicatie heeft het pleit gewonnen.

Al vroeg in de voorstelling gaat het verhaal niet meer over de familie, maar staat de pillenproblematiek centraal. Het dunne laagje Strindberg – over vader, moeder en zoon – ligt er hier en daar wat artificieel overheen en had best wat dunner gemogen. Misschien behoeft de problematiek die de Tartaren aankaarten geen vaderintriges.

Je hebt geen bijsluiter nodig om de voorstelling te begrijpen. In onze samenleving regeert de farma-industrie en daar verzetten de acteurs zich tegen. Net door voor weinig nuance te kiezen, port de voorstelling waar het pijn doet. We moeten praten over pillen.

 

DEs VADERs, over ver’pilzucht en andere dingen | gezien op 29 november 2017 in OPEK

dokedef_voorwebsite.jpgBeeld © Compagnie Tartaren

 

M-useumnacht: enkele indrukken

Woordkunstenaar Geert Simonis
— Margot en Jacoba

Om 20u40 begon in het Forum van Museum M de woordkunstenaar Geert Simonis aan het eerste deel van zijn ‘Grote Geert Simonis Huiskamertournee’. ‘Het Forum van Museum M is niet echt een huiskamer,’ zei hij, ‘maar ik ben niet kieskeurig daarin’. Wat volgt is een prachtige afwisseling van proza en poëzie die ons doorheen het leven van Geert Simonis leidt en ons doet kennismaken met onder anderen zijn vriendin die nu zijn vriendin niet meer is (ze was immers een intellectueel) en met zijn grootvader tijdens het beleg van Stalingrad. Naar het einde van het eerste deel toe, was het tijd voor ‘het gevreesde moment van de publieksinteractie’. Enkele toeschouwers verlieten nog vlug de zaal en Geert Simonis riep de afvallige nog achterna ‘ja, vlucht nu het nog kan!’. De interactie bleek uiteindelijk nog mee te vallen, er was geen creativiteit vereist en dat stelde velen al gerust. Het gedicht in kwestie had te maken met Bo Dudley, een minder bekende Jeremy Lewis, en de rol van het publiek was dat van het Griekse koor die elk vers dat Geert Simonis uitsprak beantwoordde met ‘Ja Bo Dudley!’.

Het tweede deel begon om 22u en ging van start met wat Simonis één van de minst toegankelijke en meest hermetische gedichten noemde – ‘dan hebben we dat toch al achter de rug’ knipoogde hij. In dit deel kwamen een aantal prachtige en wel afgewogen zinnen piepen zoals

‘Een rotte appel maakt de lente niet’
of
‘Stiekem bevroor ik de tranen op je wangen tot mijn weerstand begon te roesten.’

Ook het gedicht ‘Requiem voor de peepshow’ had een bijzonder succes bij het publiek. Naar het einde van de show toe maakte Simonis een momentje vrij voor ‘het gênante moment van de zelfpromotie’. Geert Simonis is namelijk nog op zoek naar huiskamers om zijn huiskamertournee in door te zetten. De show eindigde met een gedicht in duetvorm dat hij voordroeg met een vriendin, een soort van ode aan de EGKS: de Europese Gemeenschap van Koningen en Seriemoordenaars, of was het nu van Klavers en Schoppen?

Na de voorstelling kregen we nog even de kans om met Geert Simonis zelf te gaan praten. Hij vertelde ons dat het zijn bedoeling was om met deze tournee een duw in de rug te geven aan poëzievoorstellingen, waarvan de meeste ‘zo verschrikkelijk saai zijn’. Ook wou hij poëzie toegankelijk maken voor een breder publiek, iets waarin hij naar onze mening zeker in geslaagd is. Soms werd er gelachen, soms was het heel stil en soms werd er tijdens de voorstelling geapplaudisseerd na een gedicht, hetgeen steeds vlotter verliep naar het einde toe. ‘Ofwel allemaal klappen of wel niemand he, anders is het gewoon zielig. Jullie moeten dat een beetje afspreken, zo werkt dat in de democratie.’ Aldus Simonis, na een iemand die enthousiast op zichzelf aan het applaudisseren was.

Een vrouw met veel gezichten
Performance: Persona door Anke Somers
— Sara Duquene

Tijdens haar performance Persona gaat de jonge kunstenaar Anke Somers op zoek naar het ultieme zelfportret. En dat lijkt ze te vinden ook. Niet evident, als je weet dat ze meer dan drie uur aan het stuk het beste van zichzelf staat te geven met klei. Maar het resultaat van zowel haar act als haar kleigezichten mag er wezen.

Wat de museumnacht tot M-useumnacht maakt, is dat de bezoekers van de vaste collectie hier en daar een zijsprong kunnen maken om zich te laten verrassen. Zo ook in het kamertje van Anke Somers. Met de deegrol in de hand staat Somers het perfecte stuk klei uit te rollen. Ze gaat zorgvuldig en met regelmatige bewegingen te werk. Vervolgens legt ze het resultaat van de noeste arbeid op haar gezicht en breng een vormloos stuk klei langzaam maar zeker tot leven. Ze volgt de vorm van haar ogen, neus en mond en daaruit ontstaan verschillende nieuwe gezichten. Uit het niets creëert ze een soort dodenmasker en gezichten die veel weg hebben van de theatermaskers uit de Griekse dramaturgie. Haar performance is telkens op dezelfde manier gestructureerd. De gezichten die daaruit voortkomen zijn echter wel stuk voor stuk verschillend. Zo is ook een muisachtige figuur met een Harry Potter-litteken is niet te gek.

Als ze haar masker afdoet, kijkt ze keer op keer met verwondering naar haar eigen creatie. De maskers die ze maakt zijn zowel een afdruk van haar gezicht als een kleikunstwerk. Vervuld van trots toont ze het publiek haar binnenkant en haar buitenkant. Persona is meer dan een knap staaltje boetseerwerk. In de kleinste hoeken van een M-useum kunnen leuke verrassingen opduiken.

Schermafbeelding 2017-11-29 om 11.20.00© KU Leuven Rob Stevens

 

fABULEUS/Ugo Dehaes: RATS

Wie al een tijdje in Leuven studeert, heeft misschien de naam fABULEUS wel eens horen vallen. fABULEUS werkt sinds 2015 nauw samen met STUK en is een Leuvens productiehuis waar de focus ligt op de samenwerking tussen jong talent en ervaren dansers.

RATS is de tweede opvoering die Ugo Dehaes maakt voor en met fABULEUS. De eerste, zeer succesvolle voorstelling genaamd GIRLS kwam tot stand in 2013. Deze keer neemt Ugo Dehaes zeven jonge dansers onder de arm en zet hen op het podium samen met Jenna Jalonen, een hedendaagse danseres van Finse afkomst. De rest van de dansers is een stuk jonger dan Jenna, maar aan professionaliteit ontbreekt het hen niet. Ze voelen zich duidelijk op hun gemak voor een publiek, waarschijnlijk dankzij de podiumervaring die ze al opgebouwd hebben op zowel nationale als internationale wedstrijden. Heel de voorstelling lang zoeken contact met elkaar en dagen ze elkaar uit, maar competitiviteit neemt nooit de bovenhand.

Clara Hermans

Foto: Clara Hermans

Aan het begin van de voorstelling ligt het podium vol met drones. Origineel, maar wanneer het verrassingseffect er na enkele minuten af is, wordt het helaas een beetje saai en enerverend, want de het geluid van de drones klinkt als muggengezoem. De voorstelling komt maar traag op gang, maar wanneer dat uiteindelijk gebeurt is de aandacht erbij houden geen enkel probleem dankzij een harmonieus duet tussen Jenna en een drone.

Je vraagt je wellicht af waar de enigmatische titel zijn oorsprong vond. Ugo Dehaes zegt dat hij de opbouw van de productie baseerde op De Rattenvanger van Hamelen. Zo verschijnt Jenna tweemaal op het podium: in het begin, en wanneer zij verdwijnt volgen de drones, die de ratten symboliseren. Later keert ze nog eens terug om ook de kinderen te halen. Behalve de structuur blijft er niet veel van het verhaal over en dat is natuurlijk een bewuste keuze: de dans moet centraal staan.

Clara Hermans 2

Foto: Clara Hermans

Eén van de sleutelwoorden is tegenstelling en dat is meteen te merken aan de hedendaagse stijl van Jenna tegenover de urban dance van de jonge garde. Enkelen van hen laten zien dat ze naast hiphop en breakdance ook thuis zijn in de acrobatie, klassiek ballet en dance hall, om maar enkele voorbeelden te geven. Een gedurfde combinatie misschien, maar wel zeer geslaagd. Zo doet één van de jongens in het midden van zijn hiphopsolo plots enkele pirouettes en fouettés om daarna weer moeiteloos zijn urban choreografie voort te zetten. Het is heel interessant om al die uiteenlopende takken samen te zien vloeien, want het resultaat is niet alleen mooi, maar het maakt ook vrolijk omdat het zo onverwacht is.

fABULEUS is al langer een begrip in Leuven, maar bewijst nog maar eens zijn relevantie. De groep is dynamisch, energiek en getalenteerd. Sommigen van hen dromen stilletjes of wat luider van een professioneel danscarrière, en gelukkig brengt fABULEUS hen daar met iedere kans om op een podium te staan weer een stapje dichterbij. Wie benieuwd is naar de nieuwe generatie van dansers uit de urban en hedendaagse scene (en alles wat daartussen zit) moet zeker eens een voorstelling bijwonen.

Wie? fABULEUS/Ugo Dehaes / Wat? RATS / Wanneer? 23, 24 en 25 november / Prijs? 14EUR, 10EUR met Cultuurkaart

Intrigerend en spraakmakend: Poquelin II

Dinsdag zagen we een speciale setting in de schouwburg van 30CC. Met de woorden ‘geef haar maar de VIP-behandeling’ werd ik naar het podium begeleid en nam ik samen met wat andere verdwaalde zielen plaats naast de acteurs. tg STAN weet het publiek te boeien en slaagt er in de zaal uitbundig te laten lachen, twee uur en een half lang.

In Poquelin II worden twee stukken van Molière op scène gezet. In 2003 tourde theatergezelschap STAN met een voorstelling die de naam Poquelin droeg. Nu, 15 jaar later brengen zij het zelfde concept, maar met andere stukken en andere acteurs. In samenwerking met theaterhuizen als Toneelhuis en NTGent brengen zij: L’avare, een stuk over hebzucht, gierigheid en macht; en Le Bourgeois Gentilhomme dat ons met de neus op de idiotie van de rijke burger en de adel wil duwen.

Molière leefde in het 17e eeuwse Parijs en toch kennen en appreciëren we zijn werk de dag van vandaag nog even hard als Louis XIV dat in die tijd deed. De satirische komedies laten duidelijk nog steeds een volle zaal schaterlachen om een afspiegeling van hun eigen slechte kantjes. Zelden zagen we zo een overdreven theater dat niet aan kwaliteit moet inboeten. De doorgedreven idiotie maakte het spel grootser en interessanter.

L’avare mag de spits afbijten. Willy Thomas vertolkt de rol van de rijke, maar oh zo gierige vader. Zijn zoon en dochter willen beide trouwen, maar dan blijkt dat zoon en vader met dezelfde vrouw willen trouwen. De dochter wilt de dienaar van de vader, maar die is niet rijk genoeg voor de vader… U kent het verhaal wel (of niet): we kijken naar een klucht. De karakters zijn groots, net als de mimiek, de kostuums specifiek en opvallend en men denkt niet eens aan een vierde wand. In Poquelin II wordt er naar waanzin gestreefd.

_VDE7259_11.jpg

Een aardig stukje Belgische trots (Warhaus – Beaches voor de fans) splitst muzikaal de avond in twee. De doeken gaan omhoog en acteurs nemen een nieuw personage aan (of meer dan één) voor Le Bourgeois Gentilhomme. Net als in het eerste deel dragen de acteurs absurde outfits: vodden en sportbroeken, te gekke combinaties met als toppunt de felblauwe kneeboots waar Kuno Bakker als man van adel mee op het toneel verschijnt. De klucht wordt sterker in dit tweede deel en de waanzin wordt bereikt.

Het volledige spel speelt zich af op en rond een houten podium niet groter dan een paar vierkante meters. Dit vormde het speelvlak voor 7 acteurs en zelfs nog meer personages. Met een open theater en een publiek dat zich langs alle kanten van het podium bevond had Poquelin II weinig te verbergen voor zijn toeschouwers. Het soms wel clowneske gebeuren drukt samen met de volledige setting de stempel op het absurde. Molière waakte dinsdag vanuit zijn graf over tg STAN.

Dinsdag 21/11/2017 – Poquelin II – tg STAN – 30CC