Harry Gruyaert bekent kleur

Gruyaerts benadering van kleurfotografie lijkt het midden te houden tussen Belgisch surrealisme en een groezelige versie van een Wes Anderson scène. Het resultaat overrompelt de kijker moeiteloos. Zijn fotografie lijkt diepdoordacht, maar zijn werkwijze vertelt ons een ander verhaal. Althans wat betreft het nemen van de foto’s. Wanneer Gruyaert zijn foto’s bewerkt, mogen we kennis maken met zijn passie voor precisiewerk. Zijn liefde voor de artiest die zijn werk nooit goed genoeg vindt, sluit hier naadloos op aan. ‘Harry Gruyaert: Photographer’ richt eindelijk de lens op de meester van kleur en banaliteit.

©Harry Gruyaert

De statische stijl van de documentaire staat in scherp contrast met de dynamische en ultra intuïtieve fotografie van Gruyaert. Deze tegenstelling stoort niet, ze strookt zelfs met het stugge en introverte karakter dat Gruyaert lijkt te typeren (zoveel maakt de openingsscène al duidelijk). Ondanks het niet baanbrekend karakter van deze techniek, weet Kets (camerawerk) leven in de documentaire te houden door (zo neem ik aan) met een camera in zijn hand een ijverige Gruyaert te volgen op straat. Ook van ongemakkelijk dichtbij. Zo biedt Messiaen (regisseur) op een eenvoudige – maar elegante – manier een inkijk in de werkwijze van deze Belgische icoon. Het is aldus Gruyaert in actie die de show steelt met zijn chaotische en scheer-je-uit-de-voeten aanpak. Zijn uniek perspectief en aanpak toveren alvast ongetwijfeld een grijns op het gezicht van de praktiserende (amateur)fotograaf.

Tot slot kan deze recensie niet afgerond worden zonder even kort in te zoomen op de gigantische verzameling aan beeldmateriaal die de kijker te verwerken krijgt. De overvloed aan archief- en beeldmateriaal die Messiaen gebruikt, begunstigt de toegankelijkheid van de documentaire. Zowel de doorwinterde fotograaf als het fotografie groentje kan de continue input van Gruyaerts werk smaken. Messiaen houdt zijn doelpubliek duidelijk graag groot, en daar slaagt hij dan ook meesterlijk in.

Laat eens een vleugje Belgisch chauvinisme toe, bekijk ‘Harry Gruyaert: Photographer’ – te zien op Dalton.be – 5 euro per maand, toegang tot alle films.

Martin Margiela: In His Own Words

Ofschoon hoe een levende legende voor de eerste keer – met woorden – zijn bestaansgeschiedenis en concept zorgvuldig aan elkaar rijgt.

Margiela – zei Carla Sozzani – de laatste revolutie in de mode

Gigantische neervallende gordijnen en euforisch gejoel. De eerste beelden van de documentaire zouden de laatste kunnen zijn, althans die van een conventionele documentaire. Het zou niet mogen verbazen dat een cultmeester à la Margiela op deze eigenzinnige wijze wordt ingeleid, en toch doet het dat. Ondanks de meer klassieke keuze om de rest van zijn ongekend verhaal min of meer chronologisch te ontrafelen, ontwikkelt dit gevoel van verbijstering zich als rode draad doorheen deze documentaire. Zo bespreekt Margiela – met een serene ‘eigenlijk-was-ik-hier-altijd-al-evidentie’ – de ene na de andere revolutie die zijn aanwezigheid teweeg heeft gebracht in de mode-industrie.

“He never tried to please, but it was pleasing because of that.” 

– Lidewij Edelkoort

De laatste revolutie mag je letterlijk nemen. Maison Martin Margiela laat een verpletterende indruk na op de hedendaagse mode-industrie. Tegencultuur, streetcasting, Tabi’s, spontaniteit. Toch spelen Margiela en zijn aanhang zijn invloed uit als een vanzelfsprekendheid. Want wie zijn ideeën tot leven ziet komen, vraagt zich af waarom het niet altijd zo is geweest. Een absoluut ‘valse’ volslagen evidentie in de beste zin van het woord.

Neem het witgekalkte pad – zei Margiela – niet het bewandelde

© Deepseathougts
Deel van een Maison Martin Margiela winkel in 2006, Tokyo.

Margiela’s eigenzinnigheid vertaalt zich in conceptuele eenvoud en vanzelfsprekend-ogende kunstgrepen. Een voorbeeld hiervan krijgen we – aan de hand van archiefbeelden – voorgeschoteld wanneer hij start te vertellen over de geboorte van zijn merk en eerste kledingstukken. Radicale kleren, radicale presentatie. Elke vierkante centimeter van zijn eerste showroom gehuld in wit en meer wit, als een middelvinger opgestoken tegen de excessieve vormgeving en merkenhysterie van de jaren tachtig. De symboliek van dit kleur blijft een constante in Margiela’s verdere werk.

© artsandlabour.com.  Het wit MMM label zonder merknaam.

Mijn collecties spreken voor zich – zei Margiela – niet mijn gezicht

Holzemer (regisseur) slaagt erin Margiela zowel als concept en als persoon heel te laten. De documentaire licht het tipje van Margiela’s anonieme sluier niet. Margiela wordt daarentegen met dezelfde voorzichtigheid omsluierd zoals hij zijn modellen sluierde in zijn allereerste collectie. De focus gebrand op beweging en concept. Een warme stem en de beweging van zijn handen. Meer heeft Holzemer als doorwinterde verhalenverteller niet nodig om de intimiteit en authenticiteit die Margiela bezielt, bloot te leggen, zonder een aanslag te plegen op zijn in mysterie gehulde identiteit.

Doorheen de rest van de documentaire wordt er aldus door Holzemer vlot gespeeld met die eerdergenoemde ‘eigenlijk-was-ik-hier-altijd-al-evidentie’. Holzemer speelt vanzelfsprekend op een andere manier in op dit gevoel, maar de manier waarop hij dit bolwerkt, getuigt van even grote creatieve vakkundigheid als die van Margiela. Nochtans vormt de tegenstelling tussen Margiela’s fysieke anonimiteit en de rocksterallure die met zijn naam gepaard gaat, eerder het recept voor een abstracte bloemlezing dan dat voor een uiterst intiem en tastbare eerste kennismaking. Intimiteit is wat Holzemer het best doet, en dat laat ik dan ook graag aan hem over.

© Raf Coolen voor Maison Martin Margiela
Eerste collectie S/S 1989 in Parijs, Café de la Gare, met iconische Tabi schoenen en sluier.

Een overdonderende ode aan levende Belgische geschiedenis, gaande van de cultmeester himself tot de keuze voor de Belgische artrock muziek van dEUS. Beschikbaar op Dalton.be – 5 euro per maand, toegang tot alle films (exclusief Premium ZED-films).

JAKOMO laat je in hogere sferen vertoeven

Deze week kon u op WEERKLANK een concert meepikken van Humo’s Rock Rally 2020-finalist JAKOMO in een wel heel unieke setting. JAKOMO in een zeventiende-eeuwse kapel bleek een geschenk uit de hemel.

© Marie-Maxine Gieskens

Zonder er veel woorden aan vuil te maken, zet een driekoppige JAKOMO hun set in. De eerste klanken zetten de toon voor het vervolg van het concert. Ingetogen, troostend en uitermate intiem met een hoog dagdromen-is-toegestaan-gehalte. Ook de akoestiek nam je vanaf de eerste klanken mee op een innemende reis. Bestemming? Verlossing van de corona-moeë ziel. 

Als doorwinterde performers pasten ze hun anders eerder onbezonnen energieke act aan naar de noden van het publiek. De anders dansbare deuntjes werden op genuanceerde wijze – al zittend op een stoel net als het publiek – omgezet tot een beleving van welkom escapisme. Zo beleefde je JAKOMO dus nog niet eerder. 

Ondanks op papier eerder matige songteksten, wist JAKOMO geen enkel moment te vervelen en deden ze het publiek dieper wegzakken in hun klapstoeltjes. Leadzanger Julien wist naadloos af te wisselen tussen die typische zwoele en relativerende Belgische sound (denk een afgezwakte versie van het timbre van Warhaus) en een authentieke kwetsbare sound (tijdens ‘20 shades of you’). 

© Els Vanbekbergen

Een uitgelaten publiek trok de donderdagnacht in na een optreden van nauwelijks dertig minuten. Piekeren en dagelijkse beslommeringen stonden alvast niet meer op het schema van de aanwezige student. Voor de afwezige zondagsfanaten onder ons, beluister binnenkort eens hun nieuw album ‘Fastbreak’ op een maandagochtend, gewoon om die weer leefbaar te maken.

WEERKLANK: KU Leuven Cultuur x INUIT – JAKOMO – donderdag 22 oktober – KADOC – 2 EUR met de cultuurkaart.

UUR KULTUUR TAKEOFF

Donderdag 8 oktober zette UUR KULTUUR het academiejaar in met een ruim aanbod aan coronaproof ‘cultuurparcours’ in het STUK. Onder andere Flying Horseman, (kort)films, een virtuoze jongleer-act en robots zijn de revue gepasseerd. 

Forced Labor: Arena – Een bewogen toekomst?

Artificiële intelligentie ontmoet dans.  Een kijkje in de toekomst of dead on arrival? Maak in ‘Forced Labor: Arena’ kennis met de futuristische hersenspinsels van choreograaf Ugo Dehaes.

Er heerste een sceptische, doch lichtjes uitgelaten stemming toen de deuren van deze tentoonstelling open zwierden. AI en dans? Zal AI ooit in staat zijn tot het begrijpen en voltooien van deze zowel fysiek als emotioneel complexe manier van zelfexpressie? Ugo Dehaes experimenteert alvast met het idee en stelt zichzelf de vraag of ook de culturele sector volledig weggecijferd kan worden door AI.

Wie iets kent van het leerproces van AI, weet dat AI zichzelf zaken aanleert aan de hand van data input. Ook AI die zichzelf leert dansen, vormt hier geen uitzondering op. Als bezoeker van ‘Forced Labour: Arena’ doet je menselijke visie op dans dienst als data input van deze acht robots. 

Bij het betreden van de zaal wordt het al snel duidelijk dat niet elke robot op dezelfde manier data verzamelt. Terwijl de ene robot leert aan de hand van menselijke affirmatie, danst de andere door rechtstreekse menselijke manipulatie. 

Daarnaast valt het ook op dat de robots er verschillende ‘dansstijlen’ op nahouden. Zo lijkt de ene robot al organischer te bewegen dan de andere. Deze illusie wordt deels mogelijk gemaakt doordat bepaalde robots niet meer te identificeren zijn als een louter stuk technologie. Op dit vlak steken twee modellen er met kop en schouders bovenuit. ‘Mob’ en ‘dead animal’ voelen zowel meer herkenbaar als meer buitenaards aan. Beide modellen zijn aangekleed, de ene in textiel, de andere in een verschrompelde siliconen huid. 

‘Mob’ ©Marie-Maxine Gieskens

Vooraleer ik aan dit experiment begon, was ik er van overtuigd dat AI nooit de mens kon vervangen in artistieke processen, maar de juiste aankleding maakt het idee van een artistieke symbiose tussen robot en mens een pak aannemelijker. Deze robots blijven voorlopig nog volledig afhankelijk van menselijke input en komen vooral zeer onwennig over, maar wie weet spreken we daar over enkele jaren alweer anders over.

Forced Labor: Arena’ is alvast een aanrader voor iedereen die kickt op AI, interactieve kunst, experimentele dans en ethische vraagstukken!

UURKULTUUR: TAKEOFF – Forced Labor: Arena door Ugo Dehaes – STUK – 8 oktober 2020 – gratis voor cultuurkaarthouders.

Am I really free?

Bij het betreden van de expozaal wordt je aandacht meteen gegrepen door een bigger than life gevecht tussen arend en drone. ‘Aquila non capit muscas’ werkt zo innemend dat je pas achteraf beseft hoe vreemd het is om een arend en drone op extreem gedetailleerde wijze te zien vechten. Het is de repitieve kinderstem ergens in de verte die je aandacht uiteindelijk doet afzwakken van het spektakel. Am I really free? Am I really free?…

Aquila non capit muscas’ © Mircea Cantor

De kracht van Mircea Cantor, de multidisciplinaire artiest achter deze tentoonstelling, ligt in de tegenstellingen die zijn beelden tot leven brengen. Drone versus Arend. Technologie versus natuur. Transparante plexiplaten versus verblindende zonnestralen. Doorlating versus weerkaatsing. Kinderlijke onschuld versus existentiële vraag. Ook als je de achterliggende boodschappen van de kortfilms niet kent, nestelen de beelden zich in je geheugen. De eenvoud van de beelden – let op technische eenvoud is ver te zoeken – werkt hypnotiserend en speelt op verrassende wijze in op je zintuigen. Je lijkt als het ware de kortfilms zelf te beleven. Je vliegt mee, voelt zand, gras en de warmte van de zon op je huid. Op deze manier lijkt Cantors werk in te spelen op fundamentele menselijke gevoeligheden. Cantors visie levert – zoals curator Karen Verschooren zelf beaamde – iconisch beeldmateriaal op.

Dit semester vormt ‘Am I really free’ de uitgelezen kans om jezelf te verdiepen in de wereld van kortfilms! 

UURKULTUUR: TAKEOFF – Am I really free? door Mircea Cantor – STUK – Curator: Karen Verschooren – van 7 oktober tot en met 13 december 2020 – Gratis zonder reservatie.